Een internationale en pedagogische visie op de hervormingen van het secundair onderwijs

Op 27 september was er een startdag van de VLOR met als thema ‘Talenten voor de Toekomst’. Een van de proffen waar ik ooit les van kreeg in mijn opleiding gaf er een wel zeer boeiende uiteenzetting. Prof Dirk Van Damme werkt momenteel voor de OESO-PISA en liet zijn blik schijnen op het Vlaamse onderwijs en de komende hervormingen.

Ik pleit al lang voor meer pedagogen in de discussie, en Dirk Van Damme maakt dit al onmiddellijk voor een groot stuk goed met deze presentatie. Je kan hier het volledige verslag raadplegen. Ik breng hier enkele opvallende passages, maar het hele document is een aanrader!

Als je weinig tijd hebt, lees dan deze conclusies:

Excellentie en gelijke kansen

    • Een hoge kwaliteit behouden en verder uitbouwen is niet intrinsiek strijdig met gelijke kansen, eerder integendeel: zonder gelijke kansen is excellentie niet duurzaam.
    • De trend in PISA-resultaten tussen 2000 en 2009 vertoont enkele zorgelijke aspecten.
    • Het risico dat gelijke kansen een alibi wordt voor nivellering en minder uitdagend onderwijs voor risicoleerlingen is reëel.

Van een selectieparadigma naar een talentenparadigma

    • Vlaanderen kan het zich niet veroorloven een relatief grote talentenvoorraad te laten liggen.
    • Stagnerende onderwijsexpansie vormt een risico voor de economische welvaart en de sociale cohesie.
    • De maatschappelijke kost van laaggeschooldheid en schoolse mislukking is erg groot.
    • Het is niet alleen een recht maar ook een noodzaak om alle talenten tot ontplooiing te brengen.

Voor een pedagogische onderwijshervorming

    • Soms kunnen sociologische argumenten tot foutieve pedagogische conclusies leiden.
    • Uitstel van studiekeuze en geforceerde comprehensivisering houden risico’s in.
    • Het doorbreken van de onderwijsvormen is positief als daarmee libellering en stigmatisering kunnen verminderd worden en er meer mobiliteit mogelijk wordt.
    • Talentontwikkeling vergt vroege pedagogische sturing en een hoge mate van differentiatie.

Een snel veranderende 21ste eeuw vraagt om innoverend onderwijs

    • Geen innovatie om de innovatie, als modegril (cfr. Nederland)
    • Snel evoluerende kennis en nieuwe vaardigheden vragen om meer innovatie in het onderwijs
    • Drastisch hogere eisen aan leraar en pedagogische beroepen
    • Bedachtzaam aanpassen van curricula

Als je meer tijd hebt, of geïntrigeerd bent geraakt, lees verder. Van Damme brengt namelijk een paar belangrijke nuances aan:

“Men zegt nogal vaak: het onderwijs in Vlaanderen zit aan de top, maar de impact van sociale ongelijkheid is er zeer groot; professor Van Damme stelt dat die impact NIET zeer groot is. Met 41 punten is in Vlaanderen de impact van socio-economische achtergrond op leerprestaties weliswaar hoger dan het gemiddelde, maar een stuk lager dan de scores voor België, en voor landen als Frankrijk, Duitsland, Australië, Singapore en Nieuw-Zeeland.
Vlaanderen bevindt zich in de groep landen die qua leesprestaties beter scoren dan het gemiddelde, en waar de impact van socio-economische achtergrond op de leesprestaties hoger is dan het gemiddelde. Onze doelstelling moet zijn om terecht te komen in de groep landen die qua leerprestaties beter scoren dan het gemiddelde én waar tegelijk de impact van de socioeconomische achtergrond lager is dan het gemiddelde. In die groep bevinden zich onder meer Finland, Canada, Shanghai en Korea. De grote uitdaging is immers excellentie te behouden en toch de sociaal economische achtergrond niet te laten spelen.”

Wat beïnvloedt de gelijke kansen?

Gelijke onderwijskansen worden in Vlaanderen sterk negatief bepaald door

  • de relatief hoge mate van sociale segregatie tussen scholen (maar dat is in veel andere landen nog sterker)
  • de hoge concentratie migrantenleerlingen in scholen met veel laaggeschoolde moeders (enkel UK heeft een nog sterkere concentratie)
  • de interactie tussen sociaal bepaalde schoolkeuze en studiekeuze
  • de lage leerresultaten van de tweede generatie migrantenleerlingen

Gelijke onderwijskansen worden in Vlaanderen verhoudingsgewijs minder negatief bepaald door

  • de sociale achtergrond en het thuismilieu.
    Veel landen hebben een sterkere impact. Enkel Canada, Finland en Korea slagen er in een hoger excellentieniveau met minder impact van thuismilieu op leeruitkomsten te combineren.

Gelijke onderwijskansen worden in Vlaanderen verhoudingsgewijs eerder positief bepaald door:

  • de sterke inzet van middelen en personeel in risico-scholen (door de nieuwe financiering en GOK-beleid)
  • de enorme inzet van leraren in moeilijke omstandigheden

Het volgende is iets waarvan ik vermoed dat veel mensen het met veel interesse zullen lezen: waar moeten we ons in Vlaanderen zorgen over maken?

  • Een reële achteruitgang in excellentie aan de top.
  • Een significante achteruitgang van de middengroep
  • Het negatief verschil tussen eerste en tweede generatie migrantenleerlingen
  • De grote sociale segregatie tussen scholen
  • De interactie van studiekeuze met sterk sociaal bepaalde schoolkeuze
  • De vlucht van goede leraren uit achterstandsscholen.
    Professor Van Damme geeft als belangrijke suggestie dat het absoluut noodzakelijk is maatregelen te nemen zodat de beste leerkrachten terecht komen in de moeilijkste scholen.
  • Een misbegrepen gelijkekansen pedagogiek in scholen die te weinig uitdaagt en nivelleert onder het mom van gelijke kansen. Het is compleet onverantwoord het niveau te verlagen zodat iedereen meekan

Is het een goed idee om de keuze uit te stellen? De professor is hier ook zeer genuanceerd:

Het is NIET juist dat Vlaanderen structureel een sterke ‘tracking’ in de eerste graad van het secundair onderwijs kent, vergeleken met bijvoorbeeld Duitstalige landen of Frankrijk. Het grote probleem is wel dat scholen en leraren ‘tracking’ zien als een vorm van (negatieve) classificatie.

Onderwijskundig zijn er genuanceerde argumenten pro en contra een vervroeging van de studiekeuze. De evidentie is niet eensluidend in één of andere richting. Dit debat is niet afgesloten.
Een sociologisch argument voor uitstel van studiekeuze is dat de impact van het thuismilieu vermindert met leeftijd. De marginale winst van twee jaar uitstel is echter eerder gering en met de facto schoolkeuze op 12 jaar is het effect wellicht zelfs nihil. In Vlaanderen is niet zozeer de studiekeuze zelf bepaald door sociale achtergrond, maar wel door de interactie met de schoolkeuze. De pedagogische evidentie om de studiekeuze drastisch uit te stellen is niet
overtuigend.
Er zijn pedagogische contra-argumenten tegen te sterke comprehensivisering. Het is van belang om jonge mensen tijdig in een traject te hebben dat het best beantwoordt aan hun talenten.
‘Higher order cognitive skills’ kunnen maar ontwikkeld worden in een zekere mate van inhoudelijke specialisatie die tijd vergt (zowel voor eerder abstract-cognitieve als voor eerder beroepsgerichte richtingen). Die tijd is er niet in korte trajecten. Dit geldt a fortiori voor richtingen die specifieke competenties vergen die een intrinsiek lange leertijd nodig hebben. Een culturele identiteit van studierichtingen en scholen heeft zeker nadelen, maar ook voordelen; het veralgemenen en opdringen van een ASO middenklasse-cultuur houdt ook risico’s in.

Ten slotte heeft professor Van Damme ook nog enkele aanbevelingen voor het onderwijs:

  • Beroepsgerichte richtingen moeten als een volwaardig alternatief gezien worden, inhoudelijk geherdefinieerd worden, geherwaardeerd en uitdagender gemaakt worden. Dit betekent niet dat ze moeilijker gemaakt moeten worden. Op dit vlak kunnen we lessen leren van Duitsland.
  • Geen ‘dead-end streets’, doodlopende richtingen die naar laaggeschooldheid leiden.
  • Een brede waaier van studierichtingen aanbieden, maar fragmentatie vermijden.
  • Meer mogelijkheden bieden om in de eerste graad ook vakken uit andere richtingen te volgen.
  • Meer aandacht hebben voor het zalm-principe in het secundair onderwijs. Leraren moeten mobiliteit aanmoedigen, zeker bij sociaal bepaalde studiekeuze.
  • Veel meer personalisering en differentiatie binnen klassen om nivellering te vermijden.
  • Verschillende landen kennen veel meer differentiatie zonder dat de onderwijskwaliteit er onder lijdt en het een enorme verhoging van omkadering vergt. Zwakke én sterke leerlingen moeten uitgedaagd worden om zichzelf te overtreffen. Technologie en innoverende werkvormen kunnen die differentiatie ondersteunen.
  • De pedagogische opleiding en de professionele bijscholing van leraren moet drastisch versterkt worden.

2 gedachten over “Een internationale en pedagogische visie op de hervormingen van het secundair onderwijs

  1. Pingback: Lectuur op zaterdag: dossier mobiel leren, gevaar van sms voor ouders, taal simpeler dan gedacht « X, Y of Einstein? – De Jeugd Is Tegenwoordig

  2. Pingback: Leerkrachten wacht(en) niet « X, Y of Einstein? – De Jeugd Is Tegenwoordig

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.