Jongeren in de Vlaamse Regionale indicatoren, een samenvatting.

Vandaag is VRIND 2012 voorgesteld, een doorlichting van ‘de vlaming’. Ik heb even snel gekeken wat we zoal over Vlaamse jongeren bijleren. Je kan het hele rapport hier downloaden.

Over sociale contacten: “Jongeren hebben minder contact met buren en familie maar compenseren dit ruimschoots via hun contacten met vrienden.” Ze voelen zich wel thuis in de buurt waarin ze wonen.

Over onderwijs:

  • In vergelijking met vorige schooljaren is er een sterke toename in de onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers, waar 2.740 leerlingen les volgen in het schooljaar 2010-2011 (figuur 2.8).
  • 10% van de leerlingen in het tweede jaar van de derde graad secundair onderwijs heeft twee of meerdere jaren schoolse achterstand opgelopen.
  • Binnen het secundair onderwijs bestaan er grote verschillen: in het BSO loopt dit cijfer op tot 19%, in het ASO bedraagt het slechts 2% (figuur 2.27, 2.28).
  •  Het aandeel vroegtijdige schoolverlaters (EAK) bedraagt 10% en ligt ver boven de Pact 2020-doelstelling van 4,3% tegen 2020. Het Vlaamse Gewest doet het wel beter dan de buurlanden (behalve Nederland).
  • In het kleuter-, lager en secundair onderwijs doet 20%, 25% en 27% van de leerlingen een beroep op schooltoelagen. In het hoger onderwijs ontvangt 21% van de studenten een studietoelage. Deze studietoelage bedraagt gemiddeld 1.650 euro
  • Het aandeel 30-34-jarigen met een diploma hoger onderwijs bedraagt 42%. Hiermee doet het Vlaamse Gewest het beter dan Duitsland en ongeveer even goed als Frankrijk en Nederland. Het Verenigd Koninkrijk doet het echter nog beter.
  • Het aandeel 25-64-jarigen, dat deelneemt aan onderwijs of vorming, is met 7,5% in 2011 ver beneden de Pact 2020-doelstelling van 15% en ligt ook lager dan het EU-gemiddelde.
  • De Belgische jongeren scoren iets beter dan het Europese gemiddelde voor digitale geletterdheid en internetvaardigheden

Over werk, de vergrijzing en ontgroening is stilaan een feit:

  • “Het aandeel 60-plussers is in Vlaanderen overal groter dan het aandeel jongeren.”
  • “Bovendien blijkt de kleiner wordende groep personen op arbeidsleeftijd ook te ontgroenen en te vergrijzen. Dit proces is nu reeds aan de gang: terwijl het aantal jongeren (20-24-jarigen) sinds 1999 min of meer stabiel is gebleven, neemt het aantal ouderen (55-64-jarigen) jaarlijks toe. Waar er in 1999 nog 56 jongeren per 100 ouderen waren, zou deze jong/oud-ratio in 2023 een dieptepunt bereiken met 39 jongeren op 100 ouderen.”
  • “De Vlaamse arbeidsmarkt wordt gekenmerkt door een ‘citroenmodel’ met een erg hoge arbeidsdeelname in de middelste leeftijdsgroep, een beperkte arbeidsdeelname bij de jongeren en een sterk vervroegde uittrede aan het einde van de loopbaan.”
  • “Tijdelijke arbeid is ook sterk leeftijdsgebonden en blijkt vooral een jongerenzaak te zijn. Bij Vlaamse jongeren komen tijdelijke arbeidsovereenkomsten relatief meer voor dan bij de totale bevolking op arbeidsleeftijd, maar minder dan bij tal van hun Europese leeftijdsgenoten. Dit onderlijnt het belang van tijdelijk werk als intredekanaal op de arbeidsmarkt.”

Over welzijn van jongeren:

  • “Eind 2010 stonden er 4.278 jongeren op de centrale wachtlijst van Jongerenwelzijn. Al deze jongeren wachten op begeleiding. Ondanks een toename van de capaciteit van de voorzieningen blijft te sector onder druk staan.”

Over vrije tijd:

  • “Bioscoopbezoek is wel duidelijk een aangelegenheid van jongeren. Meer dan 9 op de 10 van de 18- tot 24-jarigen is participant waarna dit stelselmatig afneemt.”
  • “Jaarlijks nemen meer dan een miljoen jongeren deel aan schoolsportactiviteiten.”

In het rapport verder nog een heel belangrijk stuk over jeugdzorg waarvan ik deze quote zeker niet wil onthouden:

  • “Het aantal jongeren met een maatregel neemt jaar na jaar toe. Jongeren kunnen in aanraking komen met de jeugdzorg wanneer ze in een ‘problematische opvoedingssituatie’ (POS) verkeren of doordat ze een als ‘misdaad omschreven feit’ (MOF) plegen. Het leeuwendeel van de jongeren komt in de jeugdzorg omwille van een problematische opvoedingssituatie.”

Een gedachte over “Jongeren in de Vlaamse Regionale indicatoren, een samenvatting.

  1. Pingback: Wat leren we bij uit de de Vlaamse Regionale Indicatoren (VRIND 2014) over jongeren? | X, Y of Einstein?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.