Zijn we allemaal even slim? Over IQ, flynn-effect en cultuur (onderzoek en discussie)

Via IO9.com stootte ik op deze interessante discussie. Misschien hoorde je al over het Flynn-effect, zeker als je een van onze 2 boeken las. Even ter opfrissing:

“Het Flynn-effect is een verschijnsel in de psychodiagnostiek waarbij de gemiddelde score op intelligentietesten bij hernormering stijgt over de jaren heen. James Flynn, een Nieuw-Zeelands psycholoog, was de eerste die over het fenomeen onderzoek deed.” (wikipedia)

In een nieuw boek stelt Flynn dat dit niet noodzakelijk betekent dat we slimmer worden, wel dat we betere IQ-testen afleggen. Een verklaring hiervoor kan zijn dat we de voorbije 50 jaar steeds meer onderwijs kregen dat lijkt op IQ-testen.

Het Flynn-effect geeft ook voer discussie over het al dan niet aangeboren zijn van intelligentie. Als inderdaad cultuur bepaalt hoe we beter scoren op deze tests, dan zou het Flynn-effect niet spelen op die elementen in de test die niet cultuurgebonden zijn. Maar wat blijkt? Ook hier scoren we steeds beter, volgens een nieuw artikel van Fox en Mitchum.

Zij stellen dat onze wereld gewoon meer een beroep doet op abstract denken en gaan zelfs verder, namelijk dat IQ-testen in feite niets vertellen over hoe slim iemand is:

“Psychologists want to tell you that intelligence measures an essential ability that’s native to people – a real quantity, not something that’s cultural. So they constructed these tests that were designed to not be sensitive to culture [like the Raven’s Progressive Matrices]. But intelligence can’t be looked at as something separate from culture. We argue that the changes in test scores don’t translate into changes in ability. It doesn’t mean we’re evolving into more intelligent people. The data suggest that what’s changing is knowledge. There’s a type of abstract knowledge that people have now in greater numbers. People on average didn’t have that 50 years ago.” (bron)

De consequentie van deze redenering wordt ver doorgetrokken, namelijk dat als alle intelligentie cultureel bepaald is, dan zijn we misschien allemaal even slim:

“Neurotypical adults probably don’t differ as much as it seems,” he said. Certainly some people have cognitive deficiencies from head injuries, neurochemical syndromes, and developmental disabilities. But people whose brains are in the typical range probably don’t differ very much in terms of innate mental abilities. What we measure as “intelligence” on IQ tests is mostly environment and experience. (bron)

Hoe pedagogisch optimistisch dit lijkt, ik denk dat ze hier te ver doorslaan in de redenering. Ik volg de invloed van populaire en andere cultuur op het Flynn-effect. Als onze maatschappij complexer wordt, krijgen we meer training en presteren we wellicht beter. Tegelijk denken dat er bij intelligentie geen aanleg of erfelijkheid speelt, is wel heel kort door de bocht. Het is ook potentieel zeer pessimistisch  Het zou betekenen dat niemand zijn omgeving zou kunnen overstijgen? En wat met iemand die in een rijke culturele omgeving opgroeit en toch niet goed presteert? Hierin schuilt dan zelfs potentieel een cirkelredenering: iedereen is even slim, behalve als dit niet het geval is, maar dan is er een ontwikkelingsstoornis.

Ik ben geen cognitief psycholoog, maar ik weet wel dat verschillende lezers van deze blog wel expert zijn op dat vlak. Ik ben benieuwd naar hun reacties!

Oja, dit is het abstract van het artikel van Fox en Mitchum:

Secular gains in intelligence test scores have perplexed researchers since they were documented by Flynn (1984, 1987). Gains are most pronounced on abstract, so-called culture-free tests, prompting Flynn (2007) to attribute them to problem solving skills availed by scientifically advanced cultures. We propose that recent-born individuals have adopted an approach to analogy that enables them to infer higher-level relations requiring roles that are not intrinsic to the objects that constitute initial representations of items. This proposal is translated into item-specific predictions about differences between cohorts in pass rates and item-response patterns on the Raven’s Matrices, a seemingly culture-free test that registers the largest Flynn effect. Consistent with predictions, archival data reveal that individuals born around 1940 are less able to map objects at higher levels of relational abstraction than individuals born around 1990. Polytomous Rasch models verify predicted violations of measurement invariance as raw scores are found to underestimate the number of analogical rules inferred by members of the earlier cohort relative to members of the later cohort who achieve the same overall score. The work provides a plausible cognitive account of the Flynn effect, furthers understanding of the cognition of matrix reasoning, and underscores the need to consider how test-takers select item responses.

6 gedachten over “Zijn we allemaal even slim? Over IQ, flynn-effect en cultuur (onderzoek en discussie)

  1. 1. Zoals hier beschreven lijkt het me dat de auteurs zich overmatig baseren op 1 uitleg voor het flynn effect. Er zijn er ook andere, bv. de hypothese dat mensen slimmer worden doordat hersenen zich door betere voeding beter ontwikkelen. Zo is de stijging niet per definitie een cultureel fenomeen, maar kan het best biologische vooruitgang zijn. Er zijn bv. ook studies die aantonen dat IQs lager zijn in gebieden met meer infecties (Eppig et al., 2011), controlerend voor opleiding, welvaart, …

    2. De vaststelling dat intelligentie gedeeltelijk erfelijk is, betekent niet dat omgevingsinvloeden intelligentie niet kunnen verhogen. Nog los van de testtrainingseffecten, wordt in ons onderwijs méér geoefend op abstract en logisch redeneren dan in het onderwijs van de jaren 50, en dat kan een effect hebben op IQ scores. Men kan dat negatief interpreteren (IQ scores worden cultureel beïnvloed), terwijl het net positief zou moeten zijn: men kan wel degelijk vooruitgang boeken. Ik verwijs in dit verband naar een studie van Turkheimer et al. (Psychological Science), die aantonen dat de erfelijkheid van intelligentie veel groter is bij hoge SES families, dan bij lage: net omdat de cognitieve stimulering daar beter is, is de enige resterende variantie biologisch bepaald. Bij de lage SES gaat de biologische variatie verloren in de onderontwikkeling van de aangeboren capaciteiten door een suboptimale omgeving. Dit is ene positieve bevinding: ze toont aan dat het net bij de lage SES is, dat cognitieve stimulering een bijkomend effect kan hebben (veel meer dan bij de hoge SES). Maar quasi-tegenintuïtief leidt dit er ook toe dat door culture invloed/beter omgeving uiteindelijk intelligentie net “meer aangeboren” wordt (in werkelijkheid is er minder variatie). Wat men dus meet met IQ testen bij optimale stimulering is helemaal geen omgeving. Men moet dus ook een onderscheid maken tussen aangeboren capaciteiten en de ontwikkeling ervan.

    3. De redenering dat cultureel effect impliceert dat “iedereen even intelligent is”, is natuurlijk te gek voor woorden en een denkfout. Ik verwijs naar Turkheimer et al (supra), die een culturele invloed erkennen, maar daaruit volgt dat IQ verschillen (die er dus zijn) bijna uitsluitend nog het gevolg zijn van biologische variatie. Tevens een metafoor: er is een culture invloed op lichaamslengte. Zo zijn Nederlanders groter ten gevolge van een melkprogramma tijdens de oorlog. Impliceert dit dat iedereen eigenlijk even groot is/kan worden? Uiteraard niet.

    4. Er zijn ondertussen best een aantal studies die aantonen dat de stijging (en dus de culturele invloed? binnen hun hypothese) van IQ een plafond bereikt heeft, en dat IQ scores niet meer stijgen (Teasdale & Owen, 2005; Adey et al.) Zie overigens ook http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20121113_00366969

  2. ‘Is iedereen even slim?’, lijkt me dezelfde vraag als ‘Kan iedereen even hard lopen?’ en dus is deze niet zo moeilijk te beantwoorden. Het antwoord is ‘nee’. Maar om het vervolgens te bewijzen is voor hardlopen gemakkelijk. Echter bij ‘slim zijn’ (intelligentie? en welke intelligentie?) lastig te bewijzen.

    • Ik denk dat je beter kunt nadenken over de ervaring die een persoon opdoet en hoe diegene erover nadenkt. Neem als voorbeeld 50 Engelse woorden die je uit je hoofd moet gaan leren. 65% van de mensen die zullen dan die woorden uit hun hoofd leren met de gedachte erachter, als ik deze woorden ken, dan kan ik lekker iets ontspannend doen, dus laat ik het maar snel ”afmaken”. De andere 45% die zitten er geconcentreerd voor en nemen elk woord goed op in hun hersenen. Door ervaring, weet je dat je zulke woorden goed kunt opslaan door je er volledig op te concentreren, en dat zorgt ervoor dat je die woorden ook weer later in het leven kunt linken met andere dingen die je erbij leert, wat jou een groter voorsprong geeft dan andere mensen, en dat zie je terug bij de IQ-test waar veel algemene dingen worden gevraagd,

  3. Pingback: Groeien de verschillende landen naar elkaar toe qua cognitieve vaardigheden? | X, Y of Einstein?

  4. Pingback: Elke keer ik lees dat intelligentie deterministisch is… (opgelet veel links) | X, Y of Einstein?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.