Column: Moeten we die brede eerste graad nu invoeren of niet?

Ik was deze week gastcolumnist voor de Avond editie van De Standaard, dit stuk schreef ik maandag:

Moeten we die brede eerste graad nu invoeren of niet? Mijn moeder vroeg het me gisteren. Een van de voordelen van verkiezingen is dat het mensen doet nadenken over thema’s. Ik zuchtte bij de vraag, want wat iedereen collectief lijkt vergeten, is dat die brede eerste graad al in 1989 werd ingevoerd.

Mijn moeder wil ik zeker niet de onwetendheid verwijten. De ironie is wel dat de meeste van mijn broers en zussen nochtans les volgden in de brede eerste graad die toen met het eenheidstype werd ingevoerd.

De idee was in 89 dat er geen ASO, KSO, BSO of TSO zou bestaan in de eerste ‘observatiegraad’ waardoor kinderen beter keuzes zouden kunnen maken eenmaal ze op 14 jaar in de tweede graad (oriënteringsgraad) zouden moeten kiezen tussen de verschillende onderwijsvormen. Daarom zou in de eerste twee jaar van het secundair onderwijs een groot deel van de lessen gemeenschappelijk zijn en aangevuld worden met een paar keuzevakken zodat leerlingen kunnen proeven van verschillende opties. Klinkt herkenbaar? Die huidige ‘brede graad’ is trouwens op papier 1 uurtje per week breder dan het nieuwe voorstel. Op papier is hier echter een belangrijke nuance.

Niet helemaal onlogisch, vulden scholen namelijk vaak deze keuzeopties in met pakketten die goed lijken op de latere richtingen en dan krijg je al snel ook de benamingen ASO, BSO en TSO voor die opties in de eerste graad, alhoewel deze dus officieel niet bestaan. Er bestaat wel een b-stroom, voor leerlingen die geen getuigschrift lager onderwijs hebben behaald, een leerachterstand hebben opgelopen of minder geschikt zijn voor overwegend theoretisch onderwijs. Niemand wil deze b-stroom trouwens afschaffen.

Het geeft aan hoe relatief structuurhervormingen soms kunnen zijn. Begrijp me niet verkeerd. Structuren veranderen kan wel degelijk een grote invloed hebben. Als we morgen beslissen allemaal links te gaan rijden, zullen we dit zeker merken. In het onderwijs zitten jongens en meisjes nu samen in de klas, een voorbeeld van een geslaagde structurele verandering.  Toch wees Marc Depaepe, historisch pedagoog, er terecht op dat sleutelen aan de structuur van het onderwijs niet per se zorgt voor “sociaal wenselijk geachte vernieuwingen”.

Toch wil ik pleiten voor breed genoeg onderwijs, of beter voor genoeg brede vorming voor iedereen.  Onderzoekers aan de universiteit van Maastricht stelden al in 2013 vast  dat je in een sterk veranderende economie meer gebaat bent met algemeen gevormde werknemers omdat zij sneller en flexibeler omgaan met deze veranderingen dan werknemers die opgeleid zijn voor een specifiek vak. In de huidige samenleving, waar verandering en levenslang leren zowat de belangrijkste tendensen zijn, zou een algemene vorming dus meer aangewezen zijn ook voor leerlingen in technische en beroepsrichtingen.

Maar dat is een andere discussie dan deze die tot nu publiekelijk werd gevoerd. Die gaat namelijk minder over de structuur, maar meer over de inhoud van ons onderwijs. Ook zeker een discussie waard, voor én na de verkiezingen.

 

5 gedachten over “Column: Moeten we die brede eerste graad nu invoeren of niet?

  1. Pingback: Column: Moeten we die brede eerste graad nu inv...

  2. Pingback: Bericht 6000: welke stukken van het voorbije jaar was ik zelf blij mee? | X, Y of Einstein?

  3. Pingback: Staat het (Vlaamse) onderwijs al zeer lang stil of niet? | X, Y of Einstein?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.