Het beste willen voor je kind, wat is daar mis mee? (opinie)

Gisteren verscheen deze opinie van mijn hand in De Morgen.

Ouders willen het beste voor hun kind. Uiteraard. Maar de goedbedoelde wens maakt kinderen willens nillens ongelijk. Wat doen we eraan?

Vandaag klinkt de schoolbel weer, met beelden van lachende en huilende kinderen én ouders. Sommige ouders zullen hun herwonnen vrijheid vieren, maar morgen hun kinderen evengoed weer naar sportclubs, taalklas of muziekles voeren. (Voor onze zonen is het dat laatste.)

Deze zomer maakte een artikel in The Guardian me evenwel duidelijk dat we eigenlijk aan opportunity hoarding doen. Kinderen volop kansen geven, zeggen we, maar eigenlijk lijden middenklasse-ouders aan een zekere verzamelwoede: we bedelven hen onder de kansen. Een kind met de beste school- en hobbyplekken: die norm. De beste voorbereiding voor het latere leven, maar in de kering wordt de kloof met kinderen die zoveel kansen niet krijgen snel groot.

Voor u stopt met lezen: in de komende paragrafen wens ik niemand een schuldgevoel aan te praten – mezelf ook niet. Maar als u me vraagt of er een verband is tussen ‘het beste voor je kind willen’ en de ongelijkheid in onze samenleving, is het antwoord ja. De goedbedoelde wens zorgt voor verschillen. Daar zijn verschillende redenen voor.

Bijleren op kamp

Ten eerste kan wat ouders denken dat het beste voor hun kind is, behoorlijk verschillen. Ouders die voor of tegen vaccinatie zijn, hebben beiden een overtuiging wat het beste is, maar het verschilt dag en nacht.

Een tweede verschil is een uitloper hiervan: de ene ouder gebruikt een meer effectieve aanpak dan de andere. Zelfs onder ouders die helpen met huiswerk kunnen er behoorlijke verschillen bestaan in hoe ze dit aanpakken, en uit onderzoek weten we dat de ene aanpak al meer effect heeft dan de andere.

Een laatste en belangrijke verschil is wat je als ouder kunt doen voor je kind. Zo gingen de voorbije vakantiemaanden veel kinderen op kamp of reis en volgden allerhande creatieve of sportieve kampjes. Zodoende zullen ze heel wat geleerd hebben, wat voordeel oplevert in hun schoolloopbaan. Als je als ouder niet dergelijke kampen of reizen kunt betalen, zelfs als je zou willen, dan missen die kinderen deze kansen.

Als samenleving kun je er op verschillende manieren op reageren. Zo kun je ouders verbieden om hun kinderen extra kansen te geven. Een dergelijke redenering gaat schuil achter de oproep die je af en toe hoort om huiswerk af te schaffen, ‘om de gelijke kansen te verhogen’. Dit is gelijke kansen nastreven door bevoorrechte kinderen kansen te ontzeggen. Vanuit deze redenering zou je ouders voorlezen moeten verbieden, want voorlezen heeft een positief effect op de latere ontwikkeling en het leren van hun kind. Je gaat in tegen net het streven van ouders om het beste te doen voor hun kind.

Tweede benadering: gezinnen voorlichten wat goed en minder goed werkt in opvoeding. Belangrijk, maar hier bots je al snel op wat ouders zelf als goed zien of op de grenzen van wat voor een gezin mogelijk is. Voorlezen als je ’s avonds moet werken, lukt bijvoorbeeld niet.

Een derde optie is om gezinnen te helpen die kansen te bieden – denk dan aan projecten als voorlezen aan huis – of via onderwijs een mogelijk gebrek aan kansen te compenseren. Op dit vlak leveren veel scholen goed werk, in de mate van het mogelijke. Maar zodra ouders – al of niet terecht – vermoeden dat scholen steken laten vallen, steekt de markt de kop op.

Een paar voorbeeldjes. Dit voorjaar kopten verschillende kranten dat scholen het steeds moeilijker hebben om zwemlessen te organiseren, deels onder invloed van de maximumfactuur. Zo is er een ruim aanbod aan buitenschoolse zwemles ontstaan. Behalve voor wie die niet kan betalen. De ironie is dat eindtermen zwemmen gehaald worden buiten de school om. Eerder trok de vereniging van logopedisten ook al aan de alarmbel omdat ze steeds meer ingeschakeld worden voor wat ze eerder als bijles ervaren.

De voorbije zomer leerden we dat België een koploper is in sociale mobiliteit. We zijn een van de landen waar de kans groot is dat je als kind een hoger diploma behaalde dan je ouders. Of is het ‘was’? Want de data die voor dit onderzoek gebruikt werden, liepen tot kinderen geboren in 1975. Ons onderwijs werd als een van de belangrijkste redenen genoemd voor de positieve resultaten. Verschillende experts vrezen dat dat vandaag anders is.

Lineaire aanpak

Hoe pakken we die ongelijkheid aan? Wat onderwijs betreft, hebben lineaire voorstellen (die voor elke leerling gelijk zijn) vaak het nadeel dat ze de kloof vergroten. Langere schooluren voor alle leerlingen, goed plan? Wel, leerlingen met een sterke achtergrond zullen meer uit die tijd halen dan leerlingen met een zwakkere achtergrond. Bij een lineaire aanpak moet je ook uitkijken dat je sommigen geen kansen ontneemt, zie het afschaffen van huiswerk voor gelijke kansen.

Een recente Deense overzichtsstudie ziet maar een beperkt aantal effectieve maatregelen waarbij de verschillende horden die ik hier beschreef genomen kunnen worden. Deze maatregelen vallen op door goed monitoren van het leerproces van elke leerling en gerichte extra ondersteuning waar nodig. De onderzoekers merkten zelfs bij deze aanpak op dat deze de kloof nooit helemaal kunnen dichten.

Een gedachte over “Het beste willen voor je kind, wat is daar mis mee? (opinie)

  1. Pingback: Lectuur op zaterdag: schaduwonderwijs, nudging in de klas, een goocheltruc en meer | X, Y of Einstein?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.