Welke vaardigheden kunnen robots overnemen? OESO-rapport en video

Er is een nieuw rapport van de OESO waarbij men de PIAAC-data vergeleek met welke vaardigheden van de gemeten skills in PIAAC kunnen gedaan worden door technologie. En de resultaten zijn weinig hoopgevend:

This report develops a new approach to understanding these computer capabilities by using a test based on the OECD’s Survey of Adult Skills (PIAAC) to compare computers with human workers. The test assesses three skills that are widely used at work and are an important focus of education: literacy, numeracy and problem solving with computers.

Most workers in OECD countries use the three skills every day. However, computers are close to reproducing these skills at the proficiency level of most adults in the workforce. Only 13% of workers now use these skills on a daily basis with a proficiency that is clearly higher than computers.

The findings raise troubling questions about whether most workers will be able to acquire the skills they need as these new computer capabilities are increasingly used over the next few decades. To answer those questions, the report’s approach could be extended across the full range of work skills. We need to know how computers and people compare across all skills to develop successful policies for work and education for the future.

De onderstaande Facebook-live video vat de belangrijkste inzichten samen:

Een gedachte over “Welke vaardigheden kunnen robots overnemen? OESO-rapport en video

  1. Vermoedelijk ligt het aan mijn achtergrond (35 jaar ingenieur computerwetenschappen), maar ben ik de enige die vindt dat men hier de verkeerde vraag stelt?
    Men beschouwt de “skills” die een bepaalde beroepsgroep (hier leerkrachten) vandaag nodig heeft en splitst die op in twee groepen. Enerzijds de vaardigheden die (momenteel) niet door computers kunnen worden overgenomen, anderzijds deze waar computers momenteel minstens even goed presteren als de meeste mensen. Dan definieert men als “probleem” dat deze laatste groep vaardigheden gaat “overgenomen” worden. En als “oplossing” stelt men dan dat mensen zich moeten concentreren op het ontwikkelen van die eerste subgroep vaardigheden. Met als “gevaar” dat computers ook aan die vaardigheden gaan knabbelen.
    Deze visie vertrekt vanuit een concurrentie tussen mensen en machines. In het verleden werden echter al vaak menselijke taken overgenomen door machines en op korte termijn was er dan steeds even concurrentie. Maar nadat men over die eerste schok heen was, begon men de machines in de context van die taken te beschouwen als een GEREEDSCHAP, niet als een CONCURRENT. En dan begon men ANDERE vaardigheden (buiten die twee deelgroepen) in te zetten om dat gereedschap zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Het resultaat was dat men veel productiever werd. Met een even grote inspanning kon men veel meer resultaat bereiken. Men moest wel leren om het gereedschap goed in te zetten.
    Voor mij is een betere vraag dan ook “Welke vaardigheden / kennis hebben we nodig om dit nieuwe gereedschap zo efficiënt mogelijk in te zetten?” Of ook “Hoe kunnen we de vrijgekomen tijd efficiënt inzetten?”
    Een voorbeeld is Rekentuin.nl, een verzameling rekenopgaven waaruit een computer automatisch (“adaptief”) opgaven kiest die het best aansluiten bij het huidige niveau van de leerling. Elke volgende opgave wordt dus gekozen (uit 20.000 opgaven) op basis van de prestaties op de vorige opgaven. Moet men dit werkelijk beschouwen als concurrentie voor de vaardigheid “toetsen opstellen en verbeteren” van leerkrachten? Of eerder als “Zo efficiënt mogelijk voor elke leerling het huidig niveau en de hiaten in de kennis / vaardigheden vaststellen zodat we ons daarop kunnen concentreren”? Mij lijkt het dat tweede! En het resultaat is productiviteitswinst. Voor de allerzwakste presteerders moet men – na een klassikale afname van “dezelfde toets voor iedereen” – niet teruggrijpen naar een toets van een lager niveau om de hiaten te ontdekken. Voor de sterkste presteerders hoeft men niet de toets van volgend leerjaar (“boven niveau”) uit de kast te halen om te weten wat ze nu echt kunnen (want uit permanent “10/10” kun je weinig informatie afleiden). Omdat het niveau en de hiaten jou op een dienblaadje gegeven worden, kun je je als leerkracht veel meer dan vroeger inzetten op maatwerk. Rekentuin is hierbij een gereedschap, geen concurrent. Je gaat wel moeten leren om het te gebruiken. Je gaat ook je leerlingen moeten leren omgaan met die adaptieve toetsen (want die zijn voor iedereen erg confronterend, terwijl de gewone toetsen dat alleen voor de zwaksten zijn). Of je daarvoor nu veel andere vaardigheden moeten leren, laat ik even in het midden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.