Hoe effectief is het integreren van vakken?

Nu zowel het Gemeenschapsonderwijs als Katholiek Onderwijs Vlaanderen geïntegreerd werken mogelijk maken, is een interessante vraag hoe effectief deze aanpak is. Bij de meest recente lijst van effectgroottes volgens Hattie krijgt een geïntegreerd curriculum een effect van .47, wat niet slecht is, maar ook niet spectaculair. Het is wel een stijging tav de oorspronkelijke .37 in het oerboek van Hattie (2008).

Maar zoals steeds verbergt dit algemene cijfer een complexere werkelijkheid. Zo stelde Hartzler in 2000 vast dat de beste effecten vastgesteld konden worden voor wetenschappen (.61), integratie van taal en kunsten had een effect van .42, idem voor wiskunde. De effecten bleken kleiner bij Hurley uit 2001 met een effectgrootte van .27 voor wetenschappen.

Maar belangrijker, en dat komt ook in een recentere meta-analyse van Becker en Park uit 2011, is dat het effect van geïntegreerde curricula sterk gekoppeld is aan leeftijd. Zowel Hartzler als Becker en Park tonen dat een dergelijke aanpak beter werkt bij jonge kinderen, maar het effect afneemt naarmate de lerenden ouder worden (of de leerstof complexer).

Wat ook uit deze verschillende meta-analyses verder blijkt, is het belang van meer ervaren leerkrachten (maar dat geldt vaak) en een positiever effect voor lager presterende leerlingen terwijl net als de leerstof complexer wordt, sterkere leerlingen minder gebaat zouden zijn.

Bronnen:

  • Becker, K., & Park, K. (2011). Effects of integrative approaches among science, technology, engineering, and mathematics (STEM) subjects on students’ learning: A preliminary meta-analysis. Journal of STEM Education: Innovations & Research12.
  • Hattie, J. (2008). Visible Learning. Routledge.
  • Hartzler, D. S. (2000). A meta-analysis of studies conducted on integrated curriculum programs and their effects on student achievement (Doctoral dissertation, [Sl: sn]).
  • Hurley, M. M. (2001). Reviewing integrated science and mathematics: The search for evidence and definitions from new perspectives. School science and mathematics101(5), 259-268.

8 gedachten over “Hoe effectief is het integreren van vakken?

  1. Gaan we ons nu blijven richten op meta analyses van studies uit het verleden, waar kennis één van de belangrijkste referentiepunten was om de kwaliteit van onderwijs te bepalen. Een tijd waar kennis verzamelen minder evident was als vandaag, waar de voornaamste bron van kennis literatuur en in grote mate de leerkracht was. Vandaag zijn hier zoveel bronnen bijgekomen, dat de vorminging van jongeren best verschuift van het vergaren van kennis naar het kritisch omgaan met kennis en bronnen, het leren koppelen van verschillende inzichten, het leren samenwerken over de grenzen van artificiele scheidingen tussen vakken, …
    Een pleidooi om de klassieke indeling van vakken kritisch te bekijken. De tijdswinst die men kan halen door de dubbels in de eerste graad uit te zuiveren kan beter gebruikt worden om leerlingen te coachen, feedback te geven, leerlinggericht te remediëren, … aangevuld met bovenstaande vaardigheden waar men vandaag blijkbaar geen tijd voor heeft.

    • Blijkbaar heeft u veel van het recente onderzoek rond belang van kennis gemist van de voorbije 10 jaar?

      Of denkt u dat kinderen vandaag anders leren dan 10-20-50 jaar geleden. In geval dat u dit verkeerdelijk zou denken, in 2017 publiceerde ik samen met Paul Kirschner hierover een uitgebreide review waarin we dit nakeken maar geen evidentie voor konden vinden.

      • Studies wijzen uit dat vaardigheden en kennis beiden noodzakelijk zijn, ook dat het belang van kennis makkelijker aantoonbaar is dan het belang aan vaardigheden (van den Berge, Daas, Dijkstra, Ooms, ter Weel; 2014), waarmee niet wordt gezegd dat deze minder belangrijk zijn. Er hoeft ook geen hiërarchische benadering te zijn tussen kennis en vaardigheden, beiden hebben hun waarde en moeten een plaats krijgen op onze scholen. Meer zelfs, door ze in symbiose aan te reiken werkt dit motivatieverhogend (cfr. STEM@school,2018). De aandacht in het onderwijs vandaag gaat voornamelijk naar het vastzetten van kennis, wat in het verleden lang heeft gewerkt. Kennis waarvan men achteraf moet bekennen dat ze niet altijd even relevant bleek. Vraag is of de problemen van morgen zullen opgelost worden met de methodieken van gisteren. Heeft het nog zin om jongeren systemen aan te leren, waarvan we met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen zeggen dat ze na hun schooltijd van museumwaarde zijn. Met andere woorden moeten we niet durven kritisch de aangeboden kennis bekijken. Anderzijds kunnen we met zekerheid stellen dat er altijd problemen (van welke aard ook) zullen zijn. Laat ons jongeren o.a. trainen in het probleemoplossend denken en handelen, laten we hen trainen in het samenwerken, laten we hen kritisch kijken naar de grote informatiestroom, …. Door een grotere integratie van vakken kan er in elk geval ruimte gecreëerd worden om ook aan deze vaardigheden te werken.
        Geen van beide hierboven vernoemde netten pleit voor een integratie zonder specialisten. Het blijft de bedoeling om voldoende expertise te bundelen.

      • Beste, de huidige discussie in (cognitieve) psychologie en onderwijsdiscussies internationaal gaan over het mogelijk niet eens bestaan van generieke vaardigheden zoals algemeen probleemoplossend vermogen (zie oa recent Hirsch en alle reacties hierop). Of de overzichtsstudie die vorige week gepubliceerd werd rond collaborative problem solving dat wel nu gemeten wordt door PISA, maar in feite blijkt nu nauwelijks onderzocht is en vooral weinig duidelijk is hoe het didactisch best aangepakt wordt.
        Btw: je eerste bron is een niet peer gereviewd overzichtsrapport dat op zich waarde heeft, maar waarbij er wel heel veel thema’s zeer oppervlakkig aangeraakt worden. Over motivatie is er ook nog heel veel te schrijven, los van Hawthorne-effecten, maar het meest recente PISA-rapport toont enkel een lichte stijging voor meisjes, geen voor jongens en minder leerprestaties voor beide indien bvb zelfontdekkend gewerkt wordt.

      • Voor disactische aanpak collaborative learning and problem solving, zie eduscrum.nl. Een methodiek die ook in Vlaamse scholen met succes wordt toegepast. Hiervoor hebben we geen studies nodig om dit aan te tonen.

      • Dus u zegt stop maar met onderzoek: wij weten het beter? Ok, genoteerd.
        Hoop dat in STEM-onderwijs anders omgegaan wordt met de eerste letter dan u nu toont met deze reactie.
        Pedagogisch kan je ook nog wel wat over SCRUM zeggen en een recente masterthesis toont dat de taakwaarde net achteruit kan gaan. Maar u heeft gelijk: we zullen het maar niet onderzoeken.

      • Hopelijk is dit niet de stijl die gehanteerd wordt op elke kritische noot en krijgen je studenten voldoende ruimte om te groeien tot kritisch denkende leerkrachten, toch één van de doelen waar jullie voor staan 😦

      • Zeer zeker, maar ze leren ook niet blind te staren op iets dat ogenschijnlijk werkt maar net evidence-informed aan de slag te gaan. Ik hoop dat de houding die uit uw vorige reactie sprak, niet de houding is van de pedagogische begeleiding waartoe u behoort? We hebben geen studies nodig?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.