Over agenda’s

Er zijn verschillende manieren om een agenda door te drukken. Een van deze lijkt heel erg op het werk dat Paul, Casper en ikzelf doen. De voorbije jaren zagen we hoe mensen iets een mythe beginnen noemen om iets dat hen niet bevalt in diskrediet te brengen. Toch verschilt dit essentieel van wat wij willen doen.

Bij de voorstelling van ons tweede mytheboek heb ik behoorlijk luid en duidelijk gemaakt dat er voorlopig geen derde komt van ons hand wegens te slopend. Maar dat wil niet zeggen dat Paul, Casper en ikzelf stil zitten of ons kritische zin in de kast stoppen. Casper werkt zo samen met Christian Bokhove aan een kritische analyse van de cognitive load theory.

Dit zou sommige mensen die in kampen denken kunnen verbazen, maar onze houding is kritisch zijn tav alles, ook de dingen waar je zou kunnen van vermoeden dat we er in geloven. We zijn wetenschappers, als we al in iets geloven is het de kritische zin van wetenschap. Dat mensen die ons werk eerder bejubelden omdat we iets aanvielen waar zij niet achter stonden, nu kwaad zijn, neem je dan voor lief. Vorige week kreeg ik zo ook enkele vragen waarom ik een blog over positief onderzoek over leerstijlen deelde. Als dit zo is, mag ik dat niet negeren, maar de gedeelde post van Jeroen Janssen wees ook op terechte beperkingen van het onderzoek die even belangrijk waren om te delen.

Een andere techniek om agenda’s door te duwen die ik al een tijdje zie opduiken is deze van ‘ik stel enkel maar vragen’. Vragen stellen is essentieel, maar het wordt onwetenschappelijk als je het doet omdat je een bepaald antwoord wil horen. Dan is het een eeuwenoude retorische truc. Het gaat nog meer fout als je op die manier een foute dichotomie naar voor schuift. Je laat dan mensen kiezen tussen ogenschijnlijk twee uitersten zoals bijvoorbeeld tucht of geluk. Maar dit zijn niet noodzakelijk tegenstellingen, integendeel: beide kunnen samen voorkomen. Let wel: ik schreef kunnen, niet per definitie, want anders zou ik even krom redeneren.

Een gezonde reactie – volgens mij – is dan vragen wat de agenda van de persoon is. Zelf wil ik daar graag zeer duidelijk over zijn. Ik wil zelf liefst goed onderwijs voor iedereen, arm en rijk en zie daarbij mijn bijdrage – naast het vormen van leraren – het mogelijk maken van evidence-informed werken. Verder is mijn houding tav pedagogiek, cognitieve psychologie en onderwijskunde eerder zo dat ik die niet zie als tegenstanders van elkaar, maar net takken van de wetenschap die elkaar versterken. Dit vertaalt zich in alles wat ik doe, mijn boeken maar ook in mijn onderzoek en werk dat ik al dan niet wil doen. Is dit de enige goede keuze? Zeer zeker niet, gewoon de mijne.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.