Samenwerking hoort bij het leven en is essentieel voor het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen. Maar terwjl het vaak voordelig is voor een groep als iedereen samenwerkt, kan een individu vaak meer persoonlijke winst behalen door net niet mee te doen en de profiteren van de anderen.
Recent onderzoek gepubliceerd in *Psychological Science* door Patricia Kanngiesser en haar collega’s onderzoekt hoe kinderen tussen 6 en 10 jaar oud uit Duitsland en India omgaan met samenwerking in een spel. Het spel is gebaseerd op de noodzaak om een bepaalde drempel te bereiken voordat de groep een gemeenschappelijk voordeel kan behalen. Een belangrijk aspect van dit onderzoek was de manier waarop kinderen reageerden op feedback over hun eigen prestaties en die van anderen in de groep.
In het experiment betrof speelden in groepjes van drie. Elk kind kreeg een fles met water en moest beslissen hoeveel water het in een centrale pool zou gieten. Het doel was om samen genoeg water bij te dragen om een drempel van 600 milliliter te bereiken, wat vervolgens zou resulteren in een beloning voor alle kinderen. Een belangrijk kenmerk van het experiment was de manier waarop feedback werd gegeven. In sommige groepen konden kinderen alleen zien hoeveel water ze zelf hadden overgehouden, terwijl in andere groepen alle kinderen konden zien hoeveel water iedereen had verzameld.
Het onderzoek leverde enkele interessante bevindingen op. Ten eerste bleven de meeste groepen samenwerken, zelfs in de omstandigheden waarin kinderen de prestaties van hun groepsgenoten konden zien. Dit suggereert dat de aanwezigheid van een duidelijke en gemeenschappelijke doelstelling (het bereiken van de drempel) sterk genoeg was om de negatieve effecten van onderlinge competitie te beperken.
Het onderzoek toonde ook aan dat kinderen, ondanks culturele verschillen, over het algemeen goed in staat waren om samen te werken. Duitse en Indiase kinderen vertoonden vergelijkbaar gedrag in het spel, hoewel er enige culturele nuances waren in de manier waarop ze communiceerden. Bijvoorbeeld, Indiase kinderen verwezen vaker naar de bijdragen van anderen in hun communicatie, terwijl Duitse kinderen vaker naar hun eigen bijdragen verwezen.
Een andere interessante bevinding was dat meisjes over het algemeen meer succesvol waren in het bereiken van de drempel dan jongens. Dit sluit aan bij eerder onderzoek dat suggereert dat meisjes vaker geneigd zijn tot prosociaal gedrag in groepssituaties, hoewel er ook studies zijn die geen significante geslachtsverschillen vinden.
De resultaten van dit onderzoek hebben belangrijke implicaties voor hoe we denken over samenwerking, vooral in situaties waar een gemeenschappelijk doel moet worden bereikt. Ze suggereren dat het stellen van duidelijke en gemeenschappelijke doelen een effectieve strategie kan zijn om samenwerking te bevorderen, zelfs wanneer individuen zich bewust zijn van hun relatieve positie binnen een groep.
Daarnaast benadrukt het onderzoek het belang van communicatie in samenwerking. Kinderen die meer geneigd waren om te communiceren over hun strategieën en doelen, waren over het algemeen succesvoller in het spel. Dit suggereert dat het aanleren van effectieve communicatiestrategieën een sleutelrol kan spelen in het bevorderen van samenwerking in groepsinstellingen.
Abstract van het onderzoek:
Many societal challenges are threshold dilemmas requiring people to cooperate to reach a threshold before group benefits can be reaped. Yet receiving feedback about others’ outcomes relative to one’s own (relative feedback) can undermine cooperation by focusing group members’ attention on outperforming each other. We investigated the impact of relative feedback compared to individual feedback (only seeing one’s own outcome) on cooperation in children from Germany and India (6- to 10-year-olds, N = 240). Using a threshold public-goods game with real water as a resource, we show that, although feedback had an effect, most groups sustained cooperation at high levels in both feedback conditions until the end of the game. Analyses of children’s communication (14,374 codable utterances) revealed more references to social comparisons and more verbal efforts to coordinate in the relative-feedback condition. Thresholds can mitigate the most adverse effects of social comparisons by focusing attention on a common goal.