“Geen aandacht” is besmettelijker dan “wel aandacht” bij studenten

Vond deze nieuwe studie via Daniel Willingham. In het artikel “Investigating Attention Contagion Between Students in a Lecture Hall” onderzoeken Forrin en collega’s hoe aandacht of het  gebrek daaraan zich verspreidt onder studenten tijdens colleges. Dit fenomeen,wordt aandachtbesmetting genoemd, suggereert dat het al dan niet opletten van de ene student invloed kan hebben op de aandacht van andere studenten in dezelfde ruimte. Het onderzoek werd uitgevoerd door180 psychologie studenten te observeren tijdens een gesimuleerd college in een collegezaal, waarbij de onderzoekers wilden nagaan of de (ontbrekende) aandacht van enkele studenten een domino-effect kon veroorzaken.

De onderzoekers stelden verschillende onderzoeksvragen en hypothesen op. De belangrijkste waren:

  1. Aandachtsbesmetting tussen studenten: De hypothese was dat de (geen) aandacht van sommige studenten zou overslaan op anderen, zelfs zonder afleidende factoren zoals elektronische apparaten zoals smartphones of laptops.
  2. Invloed op leerresultaten: Er werd verwacht dat studenten meer zouden leren en beter zouden presteren op een quiz na het college als ze omringd waren door aandachtige in plaats van niet-aandachtige studenten.
  3. Effect van nabijheid: De nabijheid van (niet-)aandachtige klasgenoten zou een rol spelen in hoe sterk de besmetting van aandacht was.
  4. Verspreiding van zowel aandacht als inactiviteit: Zowel aandachtig als ontbreken van aandacht zouden zich kunnen verspreiden, waarbij de mate van besmetting afhankelijk is van de afstand tot de bron van (geen) aandacht.
  5. Rol van doelen en sociale beoordeling: De onderzoekers stelden voor dat aandachtbesmetting werd gedreven door ‘doelbesmetting’ (het overnemen van de leerdoelen van anderen) en door sociale beoordeling van de waarde van de college-inhoud.

Om deze onderzoeksvragen te beantwoorden gingen de onderzoekers als volgt te werk. De studie vond plaats in een collegezaal met 60 studenten per sessie, waaronder 15 ‘medeplichtigen’ die door de onderzoekers waren geïnstrueerd om zich op een bepaalde manier te gedragen. Tijdens het college bekeken alle studenten een vooraf opgenomen videolezing van 30 minuten. In twee van de vier sessies gedroegen de medeplichtigen zich aandachtig (bijvoorbeeld door aantekeningen te maken en rechtop te zitten), terwijl ze in de andere twee sessies opzettelijk niet-aandachtig waren (bijvoorbeeld door te friemelen en rond te kijken). De overige studenten werden willekeurig verdeeld over drie zones: dichtbij de medeplichtigen, op enige afstand, en ver weg.

De resultaten lieten zien dat niet-aandachtig gedrag besmettelijk was, vooral voor studenten die zich direct naast twee niet-aandachtige medeplichtigen bevonden. Deze studenten rapporteerden lagere aandacht tijdens de lezing, maakten minder aantekeningen en presteerden slechter op de quiz na afloop. Daarentegen was er geen significant effect van aandachtige medeplichtigen op de aandacht of prestaties van andere studenten. Dit suggereert dat negatieve aandacht (niet-aandacht) een sterker besmettelijk effect heeft dan positieve aandacht.

De bevindingen wijzen erop dat (gebrek aan) aandacht inderdaad kan overslaan in een collegezaal en dat dit effect vooral sterk is als studenten zich dicht bij de bron van (geen) aandacht bevinden. Dit heeft belangrijke implicaties voor hoe colleges worden georganiseerd, vooral als het gaat om het bevorderen van een leeromgeving waarin aandachtigheid wordt gemaximaliseerd.

Dit onderzoek suggereert verder dat, hoewel afleiding door elektronische apparaten vaak wordt genoemd als een probleem, zelfs subtiele gedragsveranderingen zoals friemelen of rondkijken een grote impact kunnen hebben op het leerproces van anderen. Toekomstig onderzoek zou zich kunnen richten op het repliceren van deze bevindingen in verschillende onderwijsomgevingen en met diverse studentengroepen om de generaliseerbaarheid van deze bevindingen te bevestigen.

Abstract van het onderzoek:

Extending prior attention contagion research (Forrin et al., 2021; Kalsi et al., 2022), we investigated whether (in)attentive states spread between undergraduate psychology students (n = 180) during a simulated lecture in a lecture hall. In each of four experimental sessions conducted in January 2020, 45 participants and 15 research confederates watched a 30-min lecture video that was immediately followed by a content quiz. We experimentally manipulated two factors while controlling for peer distraction: (a) whether all confederates were attentive or inattentive during the lecture and (b) the proximity of participants relative to confederates (seated between two confederates vs. one row behind confederates vs. far away from confederates). Although we hypothesized that both confederate attentiveness and inattentiveness would be contagious, we only found evidence of the latter. Specifically, inattentiveness spread to participants seated between two inattentive confederates, as evidenced by lower self-reported attentiveness during the lecture, fewer pages of notes, and worse quiz performance (relative to participants in the other conditions). These results demonstrate that inattention contagion is an ecologically valid phenomenon that is distinct from peer distraction. Moreover, instructors and students should be aware that inattention may be particularly contagious when students are seated beside (vs. behind) inattentive peers. To assess the generalizability of these results, future attention contagion research should recruit diverse student samples in real classrooms with varied seating configurations.

Een gedachte over ““Geen aandacht” is besmettelijker dan “wel aandacht” bij studenten

  1. Pingback: Dit was het onderwijsnieuws… Rinke en ik kijken terug op september 2024 | X, Y of Einstein?

Geef een reactie