Natuurlijk gebruikt Facebook je telefoonnummer wel (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Facebook wil heel graag je telefoonnummer. Een van de manieren waarop het sociale netwerk je dat probeert te ontfutselen is de 2-stapsverificatie. Onder het mom van jouw veiligheid, vraagt Facebook je nummer. Die extra veiligheidslaag moet je account beschermen tegen derden die proberen toegang te krijgen. Facebook gebruikt dat nummer echter ook voor andere doeleinden.

Gizmodo rapporteert dat adverteerders die je nummer al hebben, jou kunnen targeten via dat nummer, ook al heb je dat alleen aan Facebook gegeven voor de 2-stapsverificatie. Dat targeten werkt als volgt: sommige bedrijven willen een advertentie richten op iemands wiens nummer of e-mailadres ze hebben, bijvoorbeeld omdat ze eerder iets bij hen gekocht hebben. Facebook heeft veel meer informatie over haar gebruikers dan zij weten. Via het adresboek van je vrienden bijvoorbeeld, of dus verkregen op deze doortrapte manier. Een bedrijf kan je dus ‘vinden’ op basis van je nummer of dat ene e-mailadres dat je nooit voor Facebook hebt gebruikt.

Gizmodo baseert zich op onderzoek waarin deze targeting-methodes zijn getest met een grote dataset. Over de onderzoekers en hun studie:

“They found that when a user gives Facebook a phone number for two-factor authentication or in order to receive alerts about new log-ins to a user’s account, that phone number became targetable by an advertiser within a couple of weeks. So users who want their accounts to be more secure are forced to make a privacy trade-off and allow advertisers to more easily find them on the social network. When asked about this, a Facebook spokesperson said that “we use the information people provide to offer a more personalized experience, including showing more relevant ads.” She said users bothered by this can set up two-factor authentication without using their phone numbers; Facebook stopped making a phone number mandatory for two-factor authentication four months ago.”

Extra frustrerend is dat het voor jou als gebruiker niet mogelijk is te achterhalen welke ‘schaduwinformatie’ Facebook allemaal van jou heeft. Ook voor mensen die hun Facebook weg hebben gedaan is dit onderzoek van belang: diensten als Twitter, Pinterest en Google werken op een zelfde manier.

Oops, Google liet bedrijven je gmail lezen

Bij GMail is het mogelijk om apps toe te voegen aan het populaire mail-programma van Google. Deze Third party apps helpen je bijvoorbeeld bij het beheren van je contacten, maken van mailinglists, enz. Maar wat blijkt nu volgens een bericht in The Wall Street Journal? Google liet deze bedrijven toe je mails te lezen.

Google – maar de tech gigant zou niet de enige zijn – controleert wel vooraf welke bedrijven dit mogen, maar zelden blijken de kleine lettertjes of beter de stukken tekst die je nooit leest vooraleer je akkoord aanvinkt, duidelijk te stellen dat de app je mails inhoudelijk zal lezen. En dan betekent dit niet noodzakelijk dat een algoritme je mails scant, The Wall Street Journal vond voorbeelden van mensen die door de mails van gebruikers gingen.

De krant maakte dit overzicht van welke informatie er allemaal bekeken wordt of kan worden:

De loyale fan als cashkoe (Podcast met hoofdrol voor Taylor Swift)

Taylor Swift is misschien wel de koningin van fanuitbuiting. Ze bedacht een systeem waarbij ze haar trouwe fans extra geld uit de zak kon kloppen. En toch voelt het voor fans niet zo. StarWars-geek Sidney Smeets vertelt bijvoorbeeld – zie beneden – hoe hij er vooral plezier beleeft aan het kopen van merchandise. In deze nieuwe aflevering verwonderen de Mediadoctoren zich samen met hoogleraar mediastudies Mark Deuze over de bijzondere relatie tussen fans en makers.

We bespreken hoe de entertainwereld dankzij internet en later sociale media is veranderd en welk effect dit heeft gehad op fandom, de opkomst van de antifan en het belang van het creeren van een gemeenschap. Taylor Swift staat centraal in het item.

Meer informatie hier. U kunt deze podcast ook beluisteren via iTunes of Stitcher of bekijken via YouTube

Een klein sportpaleis op Twitter, maar…

Mensen die me een beetje kennen, weten dat ik graag naar concerten ga en zelf graag met mijn band optreedt. Een van de grootste zalen in ons land is het Antwerpse Sportpaleis. Tot een tijdje geleden was een gevuld Antwerps sportpaleis zowat 12000 man (ondertussen is het meer geworden). Waarom vertel ik dit? Wel, vannacht ging mijn volgers-aantal op Twitter over deze magische grens.

Mooi, maar er zijn verschillende maren.

Als Twitter een sportpaleis was,

  • dan zou 90% van de mensen liggen slapen of niet gemerkt hebben dat je een liedje stond te spelen. Via analytics kan je zien hoeveel mensen je bericht zagen passeren. Bij een gemiddeld bericht dat ik tweet, is dat een 1000-1200 views.
  • dan zou slechts 2 procent met een liedje meeklappen. Via diezelfde analytics van Twitter kan je zien hoeveel mensen op een link geklikt hebben, geantwoord hebben, enz. Twee procent deed iets.
  • dan zouden verschillende mensen in de zaal niet echt bestaan. Ik heb het al een paar keer proberen in te schatten via tools hoeveel bots me volgen. Omdat ik sommige van de accounts die ze als bots bestempelden persoonlijk ken, hou ik het op ongeveer 5%.
  • dan zouden verschillende mensen in de zaal al lang naar huis zijn, er zijn ook een pak accounts die gewoon ondertussen inactief zijn, hou het nog maar op een 5%.
  • dan zou een gastoptreden van een bekend persoon, iedereen doen opveren. Ik heb een paar keer meegemaakt hoe een tweet opeens door het dak ging tot zelfs meer dan 30000 views als bijvoorbeeld Peter Heerschop of Ionica Smeets een van mijn berichten retweeten.
  • dan zijn er slechts heel weinig geïnteresseerd in echt een liedje van me (berichten over onderwijs scoren een veelvoud van een berichtje over mijn eigen muziek. Post ik iets over Springsteen dan is het een ander verhaal).

Iemand vroeg me gisteren me of kwaliteit niet belangrijker is dan kwantiteit. Zeer zeker, al ben ik toch vereerd dat zoveel mensen me om een of andere reden volgen. Ik besef dat sommige het doen omdat ze me net niet tof vinden :). Wel heeft het getal ervoor gezorgd dat ik steeds voorzichtiger word in wat ik post. Hoe zou je zelf zijn?

Maar de kwaliteit van mijn contacten op twitter is ook groot. Dankzij Twitter leerde ik veel mensen kennen, ontmoette ik Casper en die ontmoeting leidde rechtstreeks tot Jongens Zijn Slimmer dan Meisjes. Ik leerde ResearchED kennen, en ik had en heb veel boeiende wetenschappelijke discussies,…

Daarom dus: dank u, Sportpaleis!

Audio als nieuwe hype (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Radio is een hardnekkig medium. Ondanks de komst van cassettebandjes (waar je makkelijk je eigenlijk playlist op maakte) en cd’s bleven mensen naar de radio luisteren. Soms weet je gewoon niet in welke muziek je zin hebt en dan is het fijn om een radiostation voor jou te laten kiezen. Bovendien vinden veel mensen het prettig om naar pratende mensen te luisteren, of dat nou geinende dj’s zijn of serieuze journalisten en hun gasten. Technologie speelt ook een rol: in de auto luister je, en ondanks ontwikkelingen als cd-wisselaars bleef radio de makkelijkste audio voor in de auto.

Audio is volgens internetondernemer Alexander Klöpping “op dit moment Heel Erg Hot”. Hij schrijft dat ter aankondiging van Blendle Audio, een dienst waar je naar voorgelezen nieuwsberichten kunt luisteren. Klöpping noemt drie redenen, waarvan er een verbonden is aan de luisterpraktijk in de auto:

“Steeds meer auto’s hebben Apple CarPlay of Android Auto. Die software maakt het normaler om in de auto zelf zelf muziek of podcasts te kiezen, in plaats van naar lineaire radio te luisteren.”

Daarnaast voorspelt Klöpping dat steeds meer mensen thuis slimme speakers (zoals Alexa van Amazon) zullen hebben. Ook dat maakt het luisteren naar audio-on-demand makkelijker. De laatste reden dat audio zo hot is, is de opmars van podcasts. Klöpping stelt (zonder bron) dat vijftien procent van de Amerikanen wekelijks naar een podcast luistert.

Radiozenders moeten de komst van CarPlay en Android Audio niet te onderschatten. Internet in de auto bedreigt het ouderwetse lineaire luisteren. De trend die bij televisie is ingezet, zal zich hierdoor ook bij radio gaan voordoen. Net zoals het fijner is om een serie via Netflix te kijken wanneer jij dat wilt, is het fijner om een podcast naar keuze te luisteren dan om afhankelijk te zijn van wie radiomakers in de studio hebben. Bovendien gaan podcasts echt de diepte in en word je niet gestoord door een muziekje omdat een zendermanager dat zo bedacht heeft.

Overigens zal deze ontwikkeling tamelijk langzaam gaan, omdat veel mensen in oude auto’s rijden waarin dit nog niet ingebouwd is. Live radio zal ook niet helemaal verdwijnen, net zoals dat er behoefte blijft aan live televisie. Sportwedstrijden en nieuws werken niet on-demand. Televisieproducenten maken ook gebruik van liveness om kijkers lineair aan zich te blijven binden, denk aan programma’s als The Voice. De nadruk op actualiteit is een sterk pluspunt van lineaire radio.

BNR heeft de ontwikkelingen goed in het vizier. De nieuwszender heeft een eigen Expert Podcast Netwerk waarmee ze bestaande, onafhankelijke podcasts aanbieden aan hun luisteraars. Onder Mediadoctoren is daar een van. Ook bij de publieke zenders willen ze de podcastboot niet missen: verschillende radioprogramma’s zijn via iTunes terug te luisteren. Dat wordt nu echter vooral nog als extra dienst gezien, in plaats van als de toekomst.

Klikkende kids en rappende vloggers: YouTube zet muziek-poortwachters buiten spel (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Vroeger moesten platenmaatschappijen met singletjes bij de radio leuren. In de goede oude tijd hadden dj’s nog macht, later werd de keuze iets te draaien op basis van onderzoek door zendercoördinatoren en samenstellers gemaakt. Uiteraard was er altijd al kritiek, want die poortwachters hadden veel macht en de hoeveelheid airplay bepaalde voor het merendeel het succes van een plaat. Recentelijk ging die kritiek in Nederland over hiphop. Muziekjournalist Atze de Vrieze hekelde in januari 2015 op 3 voor 12 het gebrek aan hiphop op 3FM. Die discussie was ook toen niet nieuw, maar eindelijk kon met data aangetoond worden dat rappers wel degelijk populair waren onder het Nederlandse publiek. 3FM wilde er gewoon niet aan.

De Vrieze baseerde zijn argumentatie op YouTube. Als Ronnie Flex daar vijf miljoen keer wordt bekeken, maar nauwelijks wordt gedraaid op de radio dan klopt er iets niet. Hij had gelijk. De populariteit van YouTube onder jongeren is ondertussen alleen maar gestegen. Slimme platenmaatschappijen richten zich daarom tegenwoordig bijna volledig op streaming, zo schrijft Saul van Stapele in NRC Handelsblad. Ze hebben reguliere media niet meer – of veel minder – nodig. Daarbij is er een vruchtbare uitwisseling tussen vloggers en rappers:

“[E]en toenemend aantal populaire vloggers is actief in de muziekscene, zoals YouTube-succesnummers Supergaande (466.000 abonnees), StukTV (1,6 miljoen), Teske de Schepper (332.000) en MeisjeDjamilla (798.000). Vaak deden ze al eerder iets in de muziek, maar het was hun vlogsucces dat hen een platform opleverde voor hun muzikale aspiraties.”

Hierbij wordt wel heel makkelijk gesproken over het YouTube-publiek als een generatie. Net als alle andere publieken is dat geenszins een homogene groep, maar zijn er uiteenlopende kijkers en klikkers. Zo zijn vloggers ontzettend populair onder kinderen vanaf een jaar of 6. Dat is geen leeftijdsgroep die je over één kam wil scheren met hippe pubers aan het einde van hun tienertijd.

Desalniettemin is de verschuiving die Van Stapele signaleert relevant:

“De popsterren van een nieuwe generatie bereiken eerst online hun publiek; pas dan volgen de traditionele media. Volgens een trendrapport van Google had Top Notch-artiest Ronnie Flex (577.000 instagramvolgers) al in 2014 met single Zusje de meest gestreamde clip van een Nederlandse popartiest op YouTube. Pas een jaar later brak hij door naar de massamedia met met nummer 1-hit Drank & Drugs. Rapper en vlogger Boef (466.000 YouTube-abonnees) bereikte zijn succes (zijn album en single Habiba kwamen dit jaar op 1 binnen in de hitlijsten) zonder dat daar veel reguliere media aan te pas kwamen.”

De achterban van deze artiesten zit op YouTube, niet voor de buis. De macht die radio en vroeger hadden, zorgde ervoor dat het commercieelste nummer een clip kreeg. Nu worden er – zo zegt Top-Notch eigenaar De Koning in NRC – “veel rauwere, artistiek interessantere dingen” gemaakt. Daarbij is er dus macht verschoven naar YouTube, een platform dat zeer weinig van haar verdiensten teruggeeft aan de makers. De Koning is daar echter helder over:

“Dat klopt allemaal maar hadden [belangenbehartigers van de platenindustrie] deze kritiek ook op MTV? Daar maakten wij clips voor, waar zij commercials omheen uitzonden zonder voor die content te betalen. Nu komt er in elk geval iets terug. Ik zie Google (eigenaar van YouTube) niet als ‘redder’ en vindt ook dat ze meer zouden moeten betalen. Maar wij moeten zijn waar de fans zijn. En die zitten op YouTube.”

De lage betalingen zijn inderdaad problematisch, maar het grote voordeel van YouTube is de meer democratische aard. Geen poortwachtmacht meer van individuele samenstellers (meestal witte heteromannen), maar toegang voor iedereen. De vraag die daarbij nog open ligt is er een van algoritmen: welke content wordt door YouTube gepusht en waarom?