Tieners worden graag bij de neus genomen: ze vinden influencers eerlijk, en willen niet weten wie sponsort (Linda Duits)

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Influencer zijn is een baan: het is een manier om geld te verdienen. Dat kan bijvoorbeeld door sponsordeals aan te gaan: in je foto’s of video’s plaats je een product of doe je een aanbeveling omdat je daarvoor betaald wordt door een bedrijf. De grootste doelgroep van influencers zijn tieners, een groep die bedrijven graag willen bereiken maar die nog maar weinig ‘reguliere’ media gebruiken.

Communicatiewetenschappers van de UvA doen onderzoek naar de ‘reclamewijsheid’ van kinderen en jongeren: hoe goed zijn zij in herkennen dat iets reclame is? Daaruit blijkt keer op keer dat deze groepen daar niet goed in zijn, wat natuurlijk koren op de molen is van de bedrijven die deze groepen willen bereiken. Er gaan steeds meer stemmen op om duidelijker te maken wanneer een post gesponsorde content bevat. Zulke ‘disclosures’ [openheid geven] zouden de reclamewijsheid moeten vergroten.

In een recente studie [gratis toegang] onderzochten Sophia van Dam en Eva van Reijmersdal de invloed van disclosures op de waardering voor influencers door tieners (12-16 jaar). Dit deden zij door twintig jongeren verdeeld over vier focusgroepen te bevragen. De deelnemers moesten niet alleen vragen beantwoorden, maar ook video’s kijken en met post-its aangeven wat ze ervan vonden.

‘Influencers verdienen dit’
De onderzoekers onderscheiden drie soorten reclamewijsheid. Conceptuele reclamewijsheid is simpelweg het kunnen herkennen van reclames. De deelnemers vonden in eerste instantie dat zij daar goed zijn, maar zeiden tegelijkertijd dat anderen dat waarschijnlijk niet konden. Later in de focusgroep bleken ze minder zeker te zijn of bepaalde content gesponsord was. Deelnemers overschatten dus waarschijnlijk hun conceptuele reclamewijsheid. De deelnemers doorzagen wel het verdienmodel van influencers: ze maken zulke video’s om geld te krijgen.

Morele reclamewijsheid gaat over hoe moreel acceptabel mensen het vinden om reclame te maken. De onderzochte groep zag geen problemen met influencermarketing. Ze vinden het een logisch en noodzakelijk onderdeel van het verdienmodel. Bovendien meenden ze dat influencers betere video’s kunnen maken dankzij sponsoren. Omdat de respondenten een band voelen met influencers, leven ze met hen mee: ‘deze influencer werkt echt hard, en daarom verdient ze het’.

De derde vorm gaat over de houding ten aanzien van reclames in het algemeen. De deelnemers waren in zijn geheel niet sceptisch ten aanzien van influencermarketing. Irritatie ontstond alleen als ze vonden dat het er te dik boven op lag in een video, als een merk bijvoorbeeld de hele tijd werd genoemd. De deelnemers stelden dat ze YouTube een eerlijk medium vinden, eerlijker dan televisie. Dat is ook een van de redenen waarom ze liever naar YouTube kijken.

Liever niet weten
Pas wanneer ze vonden dat het teveel over reclame maken ging en te weinig ‘gewoon’ vermaak was, ontstond er twijfel over de waarachtigheid van zulke video’s. Het is daarbij extra opmerkelijk dat de respondenten het niet waardeerden als vroeg in de video duidelijk werd dat het om sponsoring ging. Minder expliciete disclosure had de voorkeur.

“In their eyes, a clear disclosure emphasized the commercial message too much and disrupted the perceived balance between entertaining and persuasive content: ‘In my opinion it should not be too pushy, like, this is advertising, because then you will keep this in mind all the time. Just indicating is fine, but it should not be visible all the time’ (FG3, 13- to 15-year-olds). Influencer marketing was no longer acceptable if a disclosure puts too much emphasis on the commercial content: ‘But if you say this [a written disclosure of the sponsorship] in the beginning, then the whole video will be less amusing, as you will notice all things sponsored’ (FG3, 13- to 15-year-olds).”

Dit wijst erop dat de deelnemers graag in de maling worden genomen: liever weten ze niet dat ze gewoon naar een reclamespotje zitten te kijken, in plaats van naar een leuke vlog van iemand die ze sympathiek vinden. Dit is in tegenspraak met hun eerder gerapporteerde bewustzijn van sponsoring, zo stellen de onderzoekers.

Zodra de deelnemers erachter kwamen dat een video in het doel van de adverteerder stond, vertoonden ze weerstand, vermijdingsgedrag en irritatie. Ze vonden de influencer dan ook oneerlijker.

Implicaties
Deze resultaten bevestigen de zorgen van beleidsmakers, onderwijsdeskundigen en ouders over de kwetsbaarheid van tieners, schrijven Van Dam en Van Reijmersdal. Ze gebruiken een niet mis te verstane term om hun inzichten samen te vatten: dissociatie. De respondenten vinden YouTube en influencers eerlijk, maar geven tegelijkertijd aan transparantie helemaal niet op prijs te stellen omdat dit hun entertainmentervaring verpest.

Voor oude media gelden duidelijke regels omtrent reclame, zeker als die reclame gericht is op kinderen. Dat is zo omdat we als samenleving vinden dat deze groepen extra kwetsbaar zijn en omdat we de overtuigingskracht van reclamemakers enigszins willen beteugelen. Nieuwe platformen, zoals YouTube en Instagram, zijn wat dit betreft het wilde westen. Dit onderzoek maakt duidelijke dat nadere regulering gewenst is, en dat beleidsmakers daar niet mee moeten wachten. Dat tieners graag bedonderd willen worden, maakt het niet okay dat bedrijven dat ook doen.

Wat leert een week YouTube analyseren PEW? Kinderen lijken de baas.

PEW analyseerde de meest populaire videokanalen gedurende de eerste week van 2019, een goed idee al kan het feit dat het de eerste week was wel voor een vertekening zorgen.

Concreet werden meer 43770 kanalen gevolgd die elk minstens 250000 abonnees hebben:

Lees verder

Tech bedrijven overdrijven de positieve leereffecten van hun producten

Vond dit onderzoek via Larry Ferlazzo, en zoals Larry het stelt, zal het niet veel mensen verbazen: technologiebedrijven overdrijven nogal sterk de positieve leereffecten van hun producten. Let wel het onderzoek “Do Developer-Commissioned Evaluations Inflate Effect Sizes?” van Rebecca Wolf en collega’s heeft momenteel de status van working paper. Het werk werd wel al voorgesteld op een conferentie.

Samengevat wat de onderzoekers vaststelden:

On average, the developer research showed benefits — usually improvements in test scores — that were 70 percent greater than what independent studies found for math and reading interventions.

When independent and the developer studies are compared side by side, the developer studies tended to post 80 percent higher gains for students for the same educational product.

Microsoft introduceert inclusief gamen met nieuwe controller

Toen ik enkele jaren geleden bij Microsoft langs mocht gaan bij de voorstelling van hun onderwijsproducten, stond hun (strafste) toepassingen ergens verstop in een hoekje. Ze verbluften me toen met onder andere PowerPoint voor blinden en andere aanpassingen voor leerlingen met een handicap.

Vandaag steken ze het minder weg, en werd een nieuwe game controller zelfs het onderwerp van een Superbowl video. Een game controller voor wie fysiek niet over twee gewoon werkende handen beschikt. Een mooie video en duidelijk statement:

Amplificatiebots op Twitter: wat zijn het en hoe herken je ze (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Op Twitter zijn er verschillende soorten nepaccounts die allemaal verschillende doelen hebben. Veel van hen zijn erop gericht om grassroots activiteit te faken, dus om te doen alsof iets leeft onder ‘de bevolking’. Ze kunnen ervoor zorgen dat ideeën of accounts meer geloofwaardigheid verkrijgen, door tweets of personen populairder te laten lijken dan ze daadwerkelijk zijn. Namaakvolgers zijn een bekend voorbeeld: die kun je kopen en dan lijk je heel wat op Twitter.

Een amplificatiebot is een account dat bestaat om ideeën groter te lijken zijn. Onderzoekers van het commerciële bureau Duo Security analyseerden gedeelde kenmerken van zulke accounts. Ze schreven vervolgens een script dat zulke nepaccounts opspoort. Na 24 uur had dat script al ruim 7000 accounts gevonden.

Onderzoekers Jordan Wright en Olabode Anise stelden eerst vast wat ‘normale’ twitteractiviteit is. Zo is het logisch dat een echte tweet meer likes dan retweets krijgt. Een normaal account mixt retweets, replies en eigen content. Een amplificatie-account heeft meer retweets – daar is ‘ie immers voor gemaakt. Tot slot is het waarschijnlijk dat een echt account tweets min of meer chronologisch retweet, terwijl een bot dit niet zal doen. Om bots vervolgens op te sporen formuleerden ze drie criteria:

  • Minstens negentig procent van de tweets zijn retweets;
  • Minimaal een derde van deze retweets zijn geamplificeerd, dat wil zeggen: hebben minder likes dan retweets;
  • Het aantal inversies (niet-chronologische retweets) was groter dan honderd.

Op deze manier is het mogelijk amplificatiebots te herkennen.

Zulke bots kunnen worden ingezet voor verschillende doelen: commercieel en politiek. Een vervolgstap die de onderzoekers niet doen is nagaan welke content precies door zulke amplificatiebots wordt versterkt. Uiteindelijk willen we natuurlijk weten wie zulke bots inzet, om zo manipulatie aan het licht te brengen.