Apple snapt het en maakt telefoon die je minder gebruikt (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Toen de iPhone net uitkwam, was het fantastisch. De smartphone bood allerlei nieuwe manieren waarop we het internet konden gebruiken en waarnaar we blijkbaar al een tijdje op zoek waren geweest. Ik herinner me nog hoe ik Shazam een bijna magische app vond: echt de toekomst.

Wat bleek: het zat andersom. ‘Het internet’ was op zoek geweest naar manieren waarop het ons kon gebruiken. Smartphones en sociale netwerken waren het antwoord. We gingen eindeloze hoeveelheden data afstaan. Soms heel bewust en opzettelijk, bijvoorbeeld door in Foursquare aan te geven waar we waren. Het grootste gedeelte van die dataverzameling verliep echter zonder dat we het wisten. Allerlei andere apps hielden ook onze locaties bij, apps die we dachten alleen te gebruiken om mee te gamen.

De verhoudingen zijn gedraaid. We zijn ons bewust geworden van hoe onze telefoon ons gebruiken in plaats van andersom. We willen minder. Minder notificaties ook. Als je wilt winnen in de markt, dan speel je in op die veranderde behoeften voortkomend uit voortschrijdend inzicht.

Apple begrijpt dit. Het nieuwe besturingssysteem heeft een aantal hulpmiddelen dat helpt inzicht te krijgen in je smartphonegebruik. Mashable schrijft hierover:

“There’s reason to believe Screen Time isn’t just lip service to a serious concern. Apple’s business model isn’t dependent on how much time you spend with its devices; whether you unlock your iPhone once a minute or once a week, Apple made its money when you bought it. Sure, Apple wants to fuel its burgeoning services business as well, but most of its services (like Apple Music) have straightforward subscription models — as opposed to the devil’s bargain of social media where services are cost-free in exchange for data.

This is why Apple stands the best chance of weathering the current tech backlash. Not only do its customers connect with its products in a physical, intimate way, but it’s also the least interested in keeping you constantly engaged with them. If Screen Time makes you use the device less, but generally improves your experience, the company is totally fine with that.”

Apple verliest dus geen geld als je je telefoon minder gebruikt. In het artikel komt Nir Eyal aan het woord, een consultant die boeken heeft geschreven over de gewoontes die hedendaagse technologie creëert. Hij zegt:

“With iOS 12 with Screen Time, they’re building into these devices a way for you to use the devices less. … You might think that doesn’t make any sense, but it does. It’s like seat belts. It wasn’t regulation that first put seat belts in cars — it was consumer demand. And the cars that had seat belts outsold the cars that didn’t have seat belts.”

De eerste iPhone ontworpen om minder gebruikt te gaan worden: het wordt vast een groot succes.

Deprimerend: Bronnen labelen als onbetrouwbaar weerhoudt mensen er niet van nieuws te delen (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

In de overvloed aan informatie is het soms moeilijk vast te stellen wat waar is en wat niet. Er wordt daarom gezocht naar manieren om het publiek betere keuzes te laten maken. Dat kan bijvoorbeeld met een soort vinkjes-systeem: groen als de bron betrouwbaar is en rood als die dat niet is.

Onderzoeksbureau Gallup/Knight Foundation deed een vragenlijstexperiment met 2010 Amerikaanse volwassenen om de effectiviteit van zo’n systeem te testen. De respondenten kregen verschillende koppen voorgelegd met verschillende condities: alleen de naam van een bron, een oordeel goedgekeurd of onbetrouwbaar en datzelfde oordeel met een linkje naar meer info – zie de afbeelding.

Goed nieuws! Het systeem werkt zoals bedoeld. Mensen vonden een kop meer betrouwbaar met een groen vinkje en minder betrouwbaar met een rood label. Mensen wilden onbetrouwbare stukken ook minder graag lezen en delen. Het meest effectief was de tool als mensen wisten dat de rating vastgesteld was door journalisten.

De onderzoekers vonden geen verschillen tussen Republikeinen en Democraten. Bovendien vonden ze ook geen bewijs voor het zogeheten implied truth effect: dat mensen denken dat een verhaal zonder vinkje wel waar is als andere verhalen een rood vinkje hebben.

Maar er was ook slecht nieuws. Ook als ze weten dat een bron onbetrouwbaar is, wil nog steeds 34 procent van de respondenten dit verhaal delen. Er is daarbij ook gevraagd naar de redenen om dat dan toch te doen. Zoals onderstaande figuur laat zien, zegt bijna de helft van deze groep dat ze het bericht willen delen omdat ze de boodschap van het bericht wilden delen. Dit komt overeen met onderzoek van Peter Burger naar broodje-aapverhalen: die delen mensen omdat het misschien wel waar had kunnen zijn en een gewaarschuwd mens telt voor twee.

De onderzoekers geven aan dat zo’n ratingsysteem lastig in de praktijk te brengen is. Waar/niet waar is, zo laten factcheckrubrieken ook zien, soms een onhoudbare dichotomie. Bovendien zijn er ook onbetrouwbare bronnen die soms wel correcte informatie verspreiden. Een dergelijk systeem is ten slotte al snel politiek:

“Once a source rating tool is perceived as biased, the likelihood that the tool remains effective across the political spectrum is low” (p. 19).

Terug bij af dus.

Gevonden via Peter Burger, van wie ik ook de titel van deze blogpost heb overgenomen. 

Wantrouw influencers die ook de negatieve aspecten van een product bespreken (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Influencers worden vaak gezien als de toekomst van reclame. Consumenten houden immers niet van reclame, en bedrijven doen er dus alles aan om hun reclame zo onherkenbaar mogelijk te maken. Er is bovendien nog maar weinig regelgeving voor vloggers en insta-celebs, wat hen een goudmijn maakt voor merken die hun producten willen laten aansmeren door mensen met veel volgers. Klik hier voor een lijstje met de meest succesvolle Nederlandse influencers.

Collega Suzanne de Bakker is gespecialiserd in contentmarketing en werd onlangs door Marketingtribune geïnterviewd over influencers. Op basis van onderzoek legt zij uit dat het niet alleen draait om de deskundigheid en de persona van de influencer. Juist de inhoud is belangrijk:

“Bij een eenzijdige boodschap worden alleen de positieve aspecten van een product benadrukt. Bij een tweezijdige boodschap worden zowel de negatieve als de positieve aspecten van het product besproken. Deze studie toont aan dat tweezijdige boodschappen leiden tot een hogere geloofwaardigheid van de influencer en hogere gedragsintentie van het publiek. Dit betekent dat een influencer als betrouwbaarder wordt gezien als deze niet alleen de positieve aspecten beschrijft maar ook zeker de negatieve en dat dit soort posts effectiever en persuasiever is dan posts die alleen maar positief zijn.”

Het draait dus om geloofwaardigheid en geloofwaardigheid kan geveinsd worden.

Algoritmen zijn de nieuwe poortwachters, en dat is slecht nieuws (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Mijn favoriete tech-socioloog Zeynep Tufekci schreef een stuk voor MIT Technology Review over connectiviteit. Ze schetst de ontwikkeling van sociale media eerst als hoop voor democratisering bij de Arabische Lente en later als tegenovergestelde in tijden van Trump. Dat punt is uiteraard al vaker gemaakt, maar ik wil er één element uitlichten dat mijn aandacht trok.

Kenmerkend voor de nieuwe technologieën (mobiele apparaten met goede camera’s en een internetverbinding in combinatie met sociale netwerken) is dat ze het traditionele poortwachters moeilijk maken. Voorheen konden overheden en media controle uitoefenen over dissidenten. Tijdens protesten als die in Iran in 2009 gingen beelden viraal die we anders nooit gezien hadden:

“It was a difficult image to see: a young woman lay bleeding to death on the sidewalk. But therein resided its power. Just a decade earlier, it would most likely never have been taken (who carried video cameras all the time?), let alone gone viral (how, unless you owned a TV station or a newspaper?). Even if a news photographer had happened to be there, most news organizations wouldn’t have shown such a graphic image.”

Mensen die eerder dachten alleen te staan in hun verzet, haalden nu kracht uit anderen die ze vonden via sociale netwerken.

Deze netwerken zien zichzelf niet als poortwachters, maat als neutrale platforms. Die publieke sfeer die zij faciliteren is druk, en er wordt veel desinformatie ingedeeld die eerder door de oude poortwachters werd uitgefilterd. Bovendien zijn die netwerken natuurlijk niet neutraal. Ze draaien op algoritmen die niet neutraal zijn, maar bedacht door mensen en bedoeld om gebruikers op de site te houden zodat er geld verdiend kan worden:

“[T]he new, algorithmic gatekeepers aren’t merely (as they like to believe) neutral conduits for both truth and falsehood. They make their money by keeping people on their sites and apps; that aligns their incentives closely with those who stoke outrage, spread misinformation, and appeal to people’s existing biases and preferences. Old gatekeepers failed in many ways, and no doubt that failure helped fuel mistrust and doubt; but the new gatekeepers succeed by fueling mistrust and doubt, as long as the clicks keep coming.”

Dit is het punt dat zo cruciaal is: de nieuwe poortwachters zijn algoritmen. Zij gelden als succesvol als ze erin slagen zoveel mogelijk clicks te genereren. En dat lukt goed als het vuurtje van wantrouwen en twijfel aanwakkeren – zie ook ons stuk over YouTube als radicaliseringsmachine.

Om daarop door te gaan (wat Tufekci niet doet): die houding van alles voor de clicks zien we bovendien niet alleen bij Facebook en Twitter, maar ook bij wat we traditionele media noemen. Kranten plaatsen opiniestukken waarvan ze weten dat er ophef over zal ontstaan op sociale media, en ze weten dat dit bezoekers trekt. Ook bij kranten wordt immers strak bijgehouden wat de meest gelezen én ‘besproken’ stukken zijn (tussen aanhalingstekens, want zeggen op Twitter dat iets een stom stuk is, is niet hetzelfde als bespreken). Redacties van praatprogramma’s werken op eenzelfde manier. Wat telt als een succesvolle uitzending wordt naast kijkcijfers ook afgelezen aan de hoeveelheid buzz op sociale media. Net als op YouTube geldt dus voor de late night shows: hoe extremer, hoe beter.

Algoritmen zijn dus niet alleen nieuwe poortwachters, ze sturen ook de traditionele, bestaande poortwachters aan. Dat is slecht nieuws voor de journalistiek, de publieke sfeer en – daarmee – voor de democratie.

De loyale fan als cashkoe (Podcast met hoofdrol voor Taylor Swift)

Taylor Swift is misschien wel de koningin van fanuitbuiting. Ze bedacht een systeem waarbij ze haar trouwe fans extra geld uit de zak kon kloppen. En toch voelt het voor fans niet zo. StarWars-geek Sidney Smeets vertelt bijvoorbeeld – zie beneden – hoe hij er vooral plezier beleeft aan het kopen van merchandise. In deze nieuwe aflevering verwonderen de Mediadoctoren zich samen met hoogleraar mediastudies Mark Deuze over de bijzondere relatie tussen fans en makers.

We bespreken hoe de entertainwereld dankzij internet en later sociale media is veranderd en welk effect dit heeft gehad op fandom, de opkomst van de antifan en het belang van het creeren van een gemeenschap. Taylor Swift staat centraal in het item.

Meer informatie hier. U kunt deze podcast ook beluisteren via iTunes of Stitcher of bekijken via YouTube

Opgroeien met Alexa (Linda Duits)

Deze blog verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Alexa is de virtuele assistent van Amazon die van alles voor je kan afspelen en opzoeken. Dat is handig, ook voor kinderen. Alexa reageert immers op spraakopdrachten. Op Technology Reviewverscheen een achtergrondartikel waarin de invloed van Alexa op opgroeiende kinderen wordt besproken. Worden ze er lui van, omdat zulke virtuele assistenten van alles voor je kunnen doen, of misschien wel gemeen, omdat je de technologie bevelen geeft? Auteur Rachel Metz is optimistisch: ze prijst vooral de voordelen op het gebied van leren, spelen en communicatie.

Vorig jaar voerden onderzoekers van MIT een studie [volledige toegang] uit met 26 kinderen tussen de 3 en 10 jaar naar hun omgang met Alexa, Google Home, een speelgoedrobot en een chatbot. Daaruit kwamen vier thema’s naar voren: vermeende intelligentie, toeschrijven van identiteit, speelsheid en begrip. De kinderen testten van alles uit: ze stelden bijvoorbeeld verschillende Alexa’s dezelfde vraag. Opvallend was verder dat ze geen duidelijk gender aan de assistenten toeschreven.

Metz sprak met een van de onderzoekers. Zij stelt dat kinderen dankzij de omgang met Alexa beter leren communiceren, niet alleen met robots maar ook met andere mensen:

“She sees a huge opportunity for virtual assistants like Alexa, Google Home, and others to be designed in ways that push us to treat others the way we want to be treated.”

Dat is nogal een uitspraak. In de studie zelf zijn de onderzoekers voorzichtiger. De conclusie gaat vooral over verbeteringen aan virtuele assistenten, zoals uitleggen waarom ze een opdracht niet kunnen uitvoeren (‘ik snap je niet’ versus ‘ik heb deze informatie niet’). De andere kant komt ook aan bod. Metz citeert een ontwikkelingspsycholoog die zich zorgen maakt dat ‘digitale butlers’ het vermogen van het kind om zelf dingen te doen zal verminderen. Zulke zorgen bestonden ook bij de uitvinding van het schrift (‘de jeugd van tegenwoordig hoeft dan niets meer uit het hoofd te leren!’) en het is onwaarschijnlijk dat ze gelijk zal krijgen. Virtuele assistenten zullen een plek vinden in het alledaagse leven, zonder grote of radicale effecten op dat alledaags leven.

Wat opmerkelijk is, is dat er niet gekeken wordt naar de effecten van bestaande assistenten bij de opvoeding, zoals nannies nu of gouvernantes vroeger. Die zijn immers een goede voorspeller. Bij niet-virtuele assistenten ligt de zorg vooral bij de vervanging van contact met de ouders. Het is dan ook raar dat deze vraag in dit onderzoek en het artikel niet gesteld zijn.

Je telefoon luistert je echt af – die reclames zijn geen toeval (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Stel je loopt een schoenenwinkel binnen en de verkoper weet exact wat je wilt: deze kleur, deze maat, voor deze gelegenheid. Hoe hij dat weet? Omdat je net bij een andere winkel daarnaar gevraagd hebt en de winkelstraat verkoopt die gegevens direct door. De meeste mensen zouden dat creepy vinden. Online daarentegen gebeurt het voortdurend, en vinden mensen het gemakkelijk. Maar wat als je nog helemaal niet hebt gezocht naar schoenen? Je hebt alleen in een privégesprek met een vriend laten vallen dat je nieuwe schoenen nodig hebt voor de bruiloft van je zus. En opeens belt er iemand bij je aan met een paar schoenen in jouw maat, precies het soort schoen dat je wilde?

Al langer bestaan er vermoedens dat apps op je telefoon meeluisteren met de gesprekken die je voert. Teveel mensen hebben namelijk meegemaakt dat er plots reclames verschenen over iets waar ze alleen over gesproken hadden. Het ads-coinciding-with-conversations-mysterie. Een redacteur van Vice nam de proef op de som. Vijf dagen lang, tweemaal per dag, fluisterde hij zinnen als ‘ik denk erover om weer te gaan studeren’ en ‘ik ben door mijn data heen’. En jawel, daar verschenen de reclames voor universiteiten en dataplannen.

De redacteur sprak met een cybersecurity consultant over hoe het werkt. Facebook (en andere bedrijven als Google) verkopen je data niet direct aan adverteerders. Zij weten dus niet waarover je praat. In plaats daarvan kopen adverteerders in bij deze bedrijven: laat mijn reclame zien als iemand het toevallig heeft over goedkope telefoondata. De redacteur voelde zich gerustgesteld, maar ik niet. Want hoe lang wordt dit bewaard en hoe lang werkt het systeem nog zo?

Nederland weerbaar tegen desinformatie en personalisatie van nieuws (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Nieuws digitaliseert meer en meer en dat leidt tot zorgen, bijvoorbeeld over de verspreiding van desinformatie. Het Rathenau Instituut deed daarom onderzoek naar online nieuwsvoorziening in Nederland, met een nadruk op desinformatie en personalisatie van nieuws. De inzichten zijn bemoedigend: we zijn weerbaar.

Het betrof een literatuuronderzoek, waarbij is gekeken naar wetenschappelijke artikelen, data en rapporten van onderzoeksinstituten (Reuters, Eurobarometer, SCP, NOBO, Pew Research), rapportages van factcheckorganisaties (waaronder Nieuwscheckers en Hoaxmelding), en berichten in de nationale en internationale media. De bevindingen zijn vervolgens besproken met een aantal wetenschappers.

De centrale boodschap is: “Tot nu toe geen grote impact, wel zorgen over de toekomst”. Nederland verschilt van de Verenigde Staten, waar deze ontwikkelingen wel tot problemen leiden. Volgens het Rathenau zit dat verschil in drie essentiële punten:

“1. Ook al bereikt het nieuws mensen steeds meer langs digitale kanalen, toch hebben de klassieke media (kranten en omroepen) in Nederland nog steeds een stevige positie in het medialandschap, zowel offline, als ook online.

2. In Nederland circuleert wel desinformatie op internet, maar over het algemeen is dit clickbait (‘klikaas’), gefabriceerd om mensen naar advertentiesites te lokken. Slechts een beperkt deel daarvan heeft een politiek karakter.

3. Tot op heden werken Nederlandse mediabedrijven nog nauwelijks met algoritmische personalisatie.”

Zorgen die het Rathenau voor de toekomst ziet zijn het manipuleren van audio en video, het steeds menselijker lijken van bots en verdere personalisatie. Bovendien overschatten (vooral) Nederlandse jongeren hun vermogen om de kwaliteit en betrouwbaarheid van online nieuws te beoordelen. Het medicijn daartegen is meer mediawijsheid.

Het Rathenau zet daarbij expliciet in op ‘technologisch burgerschap’:

“Dat houdt in dat Nederlanders meer inzicht verwerven in hoe technologie werkt, dat ze er kritisch over kunnen nadenken en begrijpen wat de betekenis ervan is voor leefwereld en maatschappij. In de context van de online nieuwsvoorziening betekent dit dat ze kritisch kijken naar bronnen en achtergronden van online berichten. Het is van belang dat ze de businessmodellen erachter doorzien. Dit is niet een individuele opgave voor burgers. Zij kunnen hierin gesteund worden door bedrijven die hun zorgplicht serieus nemen en door de overheid die de juiste randvoorwaarden creëert.”

5 tips voor podcastmakers (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Via het Podcastnetwerk op Twitter (sowieso een must-follow voor podcastmakers) lazen we deze tips van maker Amanda McLoughlin. Ze deelt haar inzichten als onafhankelijke podcaster.

1. Specificiteit is een superkracht
“Niches are cozy. Specificity is a superpower. Weirdness is the stuff that real relationships are built on.”

2. Podcasts maken is goedkoop, maar sommige zaken verdienen je geld 
Investeer in goede microfoons.

3. Feed first, web second
Aankondigingen en verzoeken doe je in de podcast, dan horen je luisteraars het sowieso. Sociale media zijn secundair.

4. Andere podcasts zijn collega’s, niet je concurrent
Een les die ik ken van het bloggen.

5. Wij bepalen wat normaal is
Podcasts zijn zich nog steeds aan het ontwikkelen als medium:

“There is no standard format for design, length, episode structure, or web presence. Every decision that podcasters make about our shows either endorses the status quo, or proposes an alternative.”

De professionele gangsters die zich voordoen als Nigeriaanse prinsen (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

We doen vaak een beetje lacherig over de Nigeriaanse ‘prinsen’ die zo actief via e-mail zoeken naar iemand die ze met hun fortuin kunnen vertrouwen. Het is echter een lucratieve business, die moeilijk te bestrijden is en wiens winnaars zich gedragen als Amerikaanse gangsters – inclusief rapvideo’s met champagne, zo leert een artikel op Wired.

De truc is om onwetende westerlingen te scammen in het verzenden van geld. Eerder waren zulke mailtjes makkelijk te herkennen, bijvoorbeeld aan de spelfouten, maar phishing e-mails zijn de laatste jaren veel professioneler geworden. Als slachtoffers klikt op een link in de e-mail, wordt er malware op hun computer geïnstalleerd. De daders nemen hun tijd: ze verkennen de computers (accounts, wachtwoorden) soms wekenlang. Daarbij richten ze zich niet alleen op particulieren, maar ook op bedrijven. Ze kunnen e-mail doorsturen, legitieme facturen maken etc.

Een onderzoeker van Secureworks, die de scammers al jarenlang volgt, zegt tegen Wired:

“It’s malware and phishing combined with clever social engineering and account takeovers … They’re not very technically sophisticated, they can’t code, they don’t do a lot of automation, but their strengths are social engineering and creating agile scams. They spend months sifting through inboxes. They’re quiet and methodical.”

Hoewel de VS succesvol uitwisselingen heeft gedaan met Nigeria, is het moeilijk de scammers te bestrijden. Zij laten het ondertussen goed hangen. De scammers hebben de bijnaam Yahoo Boys omdat ze veel slachtoffers via Yahoo vinden. Die naam hebben ze omhelsd: zo spreekt zanger Olu Maintain zijn bewondering voor deze ‘levensstijl’ uit in het nummer ‘Yahooze’, met een clip waarin hij zich presenteert als een gangsta rapper.

Een andere veiligheidsdeskundige:

“These guys are more like a crew from the mafia back in the day … Once you’re in an organization and are initiated, then you have a new name that’s assigned to you. They’ve got their own music, their own language even. And there are pictures on social media where they’re flaunting what they’re doing. The whole idea is why invest hundreds of thousands of dollars to build your own malware when you can just convince someone to do something stupid?”

https://youtu.be/0Jh8tCns-Bg