De loyale fan als cashkoe (Podcast met hoofdrol voor Taylor Swift)

Taylor Swift is misschien wel de koningin van fanuitbuiting. Ze bedacht een systeem waarbij ze haar trouwe fans extra geld uit de zak kon kloppen. En toch voelt het voor fans niet zo. StarWars-geek Sidney Smeets vertelt bijvoorbeeld – zie beneden – hoe hij er vooral plezier beleeft aan het kopen van merchandise. In deze nieuwe aflevering verwonderen de Mediadoctoren zich samen met hoogleraar mediastudies Mark Deuze over de bijzondere relatie tussen fans en makers.

We bespreken hoe de entertainwereld dankzij internet en later sociale media is veranderd en welk effect dit heeft gehad op fandom, de opkomst van de antifan en het belang van het creeren van een gemeenschap. Taylor Swift staat centraal in het item.

Meer informatie hier. U kunt deze podcast ook beluisteren via iTunes of Stitcher of bekijken via YouTube

Opgroeien met Alexa (Linda Duits)

Deze blog verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Alexa is de virtuele assistent van Amazon die van alles voor je kan afspelen en opzoeken. Dat is handig, ook voor kinderen. Alexa reageert immers op spraakopdrachten. Op Technology Reviewverscheen een achtergrondartikel waarin de invloed van Alexa op opgroeiende kinderen wordt besproken. Worden ze er lui van, omdat zulke virtuele assistenten van alles voor je kunnen doen, of misschien wel gemeen, omdat je de technologie bevelen geeft? Auteur Rachel Metz is optimistisch: ze prijst vooral de voordelen op het gebied van leren, spelen en communicatie.

Vorig jaar voerden onderzoekers van MIT een studie [volledige toegang] uit met 26 kinderen tussen de 3 en 10 jaar naar hun omgang met Alexa, Google Home, een speelgoedrobot en een chatbot. Daaruit kwamen vier thema’s naar voren: vermeende intelligentie, toeschrijven van identiteit, speelsheid en begrip. De kinderen testten van alles uit: ze stelden bijvoorbeeld verschillende Alexa’s dezelfde vraag. Opvallend was verder dat ze geen duidelijk gender aan de assistenten toeschreven.

Metz sprak met een van de onderzoekers. Zij stelt dat kinderen dankzij de omgang met Alexa beter leren communiceren, niet alleen met robots maar ook met andere mensen:

“She sees a huge opportunity for virtual assistants like Alexa, Google Home, and others to be designed in ways that push us to treat others the way we want to be treated.”

Dat is nogal een uitspraak. In de studie zelf zijn de onderzoekers voorzichtiger. De conclusie gaat vooral over verbeteringen aan virtuele assistenten, zoals uitleggen waarom ze een opdracht niet kunnen uitvoeren (‘ik snap je niet’ versus ‘ik heb deze informatie niet’). De andere kant komt ook aan bod. Metz citeert een ontwikkelingspsycholoog die zich zorgen maakt dat ‘digitale butlers’ het vermogen van het kind om zelf dingen te doen zal verminderen. Zulke zorgen bestonden ook bij de uitvinding van het schrift (‘de jeugd van tegenwoordig hoeft dan niets meer uit het hoofd te leren!’) en het is onwaarschijnlijk dat ze gelijk zal krijgen. Virtuele assistenten zullen een plek vinden in het alledaagse leven, zonder grote of radicale effecten op dat alledaags leven.

Wat opmerkelijk is, is dat er niet gekeken wordt naar de effecten van bestaande assistenten bij de opvoeding, zoals nannies nu of gouvernantes vroeger. Die zijn immers een goede voorspeller. Bij niet-virtuele assistenten ligt de zorg vooral bij de vervanging van contact met de ouders. Het is dan ook raar dat deze vraag in dit onderzoek en het artikel niet gesteld zijn.

Je telefoon luistert je echt af – die reclames zijn geen toeval (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Stel je loopt een schoenenwinkel binnen en de verkoper weet exact wat je wilt: deze kleur, deze maat, voor deze gelegenheid. Hoe hij dat weet? Omdat je net bij een andere winkel daarnaar gevraagd hebt en de winkelstraat verkoopt die gegevens direct door. De meeste mensen zouden dat creepy vinden. Online daarentegen gebeurt het voortdurend, en vinden mensen het gemakkelijk. Maar wat als je nog helemaal niet hebt gezocht naar schoenen? Je hebt alleen in een privégesprek met een vriend laten vallen dat je nieuwe schoenen nodig hebt voor de bruiloft van je zus. En opeens belt er iemand bij je aan met een paar schoenen in jouw maat, precies het soort schoen dat je wilde?

Al langer bestaan er vermoedens dat apps op je telefoon meeluisteren met de gesprekken die je voert. Teveel mensen hebben namelijk meegemaakt dat er plots reclames verschenen over iets waar ze alleen over gesproken hadden. Het ads-coinciding-with-conversations-mysterie. Een redacteur van Vice nam de proef op de som. Vijf dagen lang, tweemaal per dag, fluisterde hij zinnen als ‘ik denk erover om weer te gaan studeren’ en ‘ik ben door mijn data heen’. En jawel, daar verschenen de reclames voor universiteiten en dataplannen.

De redacteur sprak met een cybersecurity consultant over hoe het werkt. Facebook (en andere bedrijven als Google) verkopen je data niet direct aan adverteerders. Zij weten dus niet waarover je praat. In plaats daarvan kopen adverteerders in bij deze bedrijven: laat mijn reclame zien als iemand het toevallig heeft over goedkope telefoondata. De redacteur voelde zich gerustgesteld, maar ik niet. Want hoe lang wordt dit bewaard en hoe lang werkt het systeem nog zo?

Nederland weerbaar tegen desinformatie en personalisatie van nieuws (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Nieuws digitaliseert meer en meer en dat leidt tot zorgen, bijvoorbeeld over de verspreiding van desinformatie. Het Rathenau Instituut deed daarom onderzoek naar online nieuwsvoorziening in Nederland, met een nadruk op desinformatie en personalisatie van nieuws. De inzichten zijn bemoedigend: we zijn weerbaar.

Het betrof een literatuuronderzoek, waarbij is gekeken naar wetenschappelijke artikelen, data en rapporten van onderzoeksinstituten (Reuters, Eurobarometer, SCP, NOBO, Pew Research), rapportages van factcheckorganisaties (waaronder Nieuwscheckers en Hoaxmelding), en berichten in de nationale en internationale media. De bevindingen zijn vervolgens besproken met een aantal wetenschappers.

De centrale boodschap is: “Tot nu toe geen grote impact, wel zorgen over de toekomst”. Nederland verschilt van de Verenigde Staten, waar deze ontwikkelingen wel tot problemen leiden. Volgens het Rathenau zit dat verschil in drie essentiële punten:

“1. Ook al bereikt het nieuws mensen steeds meer langs digitale kanalen, toch hebben de klassieke media (kranten en omroepen) in Nederland nog steeds een stevige positie in het medialandschap, zowel offline, als ook online.

2. In Nederland circuleert wel desinformatie op internet, maar over het algemeen is dit clickbait (‘klikaas’), gefabriceerd om mensen naar advertentiesites te lokken. Slechts een beperkt deel daarvan heeft een politiek karakter.

3. Tot op heden werken Nederlandse mediabedrijven nog nauwelijks met algoritmische personalisatie.”

Zorgen die het Rathenau voor de toekomst ziet zijn het manipuleren van audio en video, het steeds menselijker lijken van bots en verdere personalisatie. Bovendien overschatten (vooral) Nederlandse jongeren hun vermogen om de kwaliteit en betrouwbaarheid van online nieuws te beoordelen. Het medicijn daartegen is meer mediawijsheid.

Het Rathenau zet daarbij expliciet in op ‘technologisch burgerschap’:

“Dat houdt in dat Nederlanders meer inzicht verwerven in hoe technologie werkt, dat ze er kritisch over kunnen nadenken en begrijpen wat de betekenis ervan is voor leefwereld en maatschappij. In de context van de online nieuwsvoorziening betekent dit dat ze kritisch kijken naar bronnen en achtergronden van online berichten. Het is van belang dat ze de businessmodellen erachter doorzien. Dit is niet een individuele opgave voor burgers. Zij kunnen hierin gesteund worden door bedrijven die hun zorgplicht serieus nemen en door de overheid die de juiste randvoorwaarden creëert.”

5 tips voor podcastmakers (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Via het Podcastnetwerk op Twitter (sowieso een must-follow voor podcastmakers) lazen we deze tips van maker Amanda McLoughlin. Ze deelt haar inzichten als onafhankelijke podcaster.

1. Specificiteit is een superkracht
“Niches are cozy. Specificity is a superpower. Weirdness is the stuff that real relationships are built on.”

2. Podcasts maken is goedkoop, maar sommige zaken verdienen je geld 
Investeer in goede microfoons.

3. Feed first, web second
Aankondigingen en verzoeken doe je in de podcast, dan horen je luisteraars het sowieso. Sociale media zijn secundair.

4. Andere podcasts zijn collega’s, niet je concurrent
Een les die ik ken van het bloggen.

5. Wij bepalen wat normaal is
Podcasts zijn zich nog steeds aan het ontwikkelen als medium:

“There is no standard format for design, length, episode structure, or web presence. Every decision that podcasters make about our shows either endorses the status quo, or proposes an alternative.”

De professionele gangsters die zich voordoen als Nigeriaanse prinsen (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

We doen vaak een beetje lacherig over de Nigeriaanse ‘prinsen’ die zo actief via e-mail zoeken naar iemand die ze met hun fortuin kunnen vertrouwen. Het is echter een lucratieve business, die moeilijk te bestrijden is en wiens winnaars zich gedragen als Amerikaanse gangsters – inclusief rapvideo’s met champagne, zo leert een artikel op Wired.

De truc is om onwetende westerlingen te scammen in het verzenden van geld. Eerder waren zulke mailtjes makkelijk te herkennen, bijvoorbeeld aan de spelfouten, maar phishing e-mails zijn de laatste jaren veel professioneler geworden. Als slachtoffers klikt op een link in de e-mail, wordt er malware op hun computer geïnstalleerd. De daders nemen hun tijd: ze verkennen de computers (accounts, wachtwoorden) soms wekenlang. Daarbij richten ze zich niet alleen op particulieren, maar ook op bedrijven. Ze kunnen e-mail doorsturen, legitieme facturen maken etc.

Een onderzoeker van Secureworks, die de scammers al jarenlang volgt, zegt tegen Wired:

“It’s malware and phishing combined with clever social engineering and account takeovers … They’re not very technically sophisticated, they can’t code, they don’t do a lot of automation, but their strengths are social engineering and creating agile scams. They spend months sifting through inboxes. They’re quiet and methodical.”

Hoewel de VS succesvol uitwisselingen heeft gedaan met Nigeria, is het moeilijk de scammers te bestrijden. Zij laten het ondertussen goed hangen. De scammers hebben de bijnaam Yahoo Boys omdat ze veel slachtoffers via Yahoo vinden. Die naam hebben ze omhelsd: zo spreekt zanger Olu Maintain zijn bewondering voor deze ‘levensstijl’ uit in het nummer ‘Yahooze’, met een clip waarin hij zich presenteert als een gangsta rapper.

Een andere veiligheidsdeskundige:

“These guys are more like a crew from the mafia back in the day … Once you’re in an organization and are initiated, then you have a new name that’s assigned to you. They’ve got their own music, their own language even. And there are pictures on social media where they’re flaunting what they’re doing. The whole idea is why invest hundreds of thousands of dollars to build your own malware when you can just convince someone to do something stupid?”

https://youtu.be/0Jh8tCns-Bg

Bericht uit de toekomst: Je kindertijd herbeleven omdat je moeder een early VR-adopter was (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

De beelden van mijn kindertijd zijn beperkt tot een paar filmpjes van mij als peuter en wat fotoalbums vol verslagen van vakanties en feesten. Voor jongeren geboren in de jaren ’90 is dat anders: hun ouders hebben dankzij de komst van digitale camera’s veel grote hoeveelheden materiaal, die ook nog eens alledaags is. Aan fotograferen en filmen zaten immers minder kosten verbonden. Kinderen die vanaf nu geboren kunnen mogelijk later hun kindertijd in virtual reality herbeleven.

Op Technology Review beschrijft redacteur Rachel Metz haar ervaringen met de Mirage Camera van Lenovo, een VR-camera van $300. De resultaten bekeek ze met de Lenovo Mirage Solo VR headset van $400. Daarmee is het betaalbare technologie voor ouders die net als Metz geobsedeerd zijn met het vastleggen van alle dingen die hun kroost doen. Ze schrijft:

“Looking at the images and videos I took was a blast, though. Seeing my daughter run up to her dad and hug him in my parents’ sunny backyard, with a 3-D effect and from the same vantage point at which I shot the video, felt almost like being there. Ditto for photos and videos of my niece and nephew horsing around, and some stills I got of my parents.”

Apparaten aangesloten op het internet der dingen zijn binnen 30 minuten te hacken (Linda Duits)

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Slimme apparaten die je van afstand kan bedienen, zoals babymonitors, deurbellen en thermostaten zijn verbonden met het internet. Dit internet der dingen zorgt voor zorgen over veiligheid bij deskundigen. Ze blijken namelijk bijzonder makkelijk te hacken, zo laat bijvoorbeeld onderzoek van Israëlische informatici zien. Op TechRepublic verscheen een interview met de hoofdonderzoeker.

Ze onderzochten zestien apparaten en slaagden erin van veertien het wachtwoord te vinden. Dat ging zo

“What we did is we took these cameras apart in our lab and we looked for what is called a debug port. This is a connector, which developers and engineers use when they are building this camera to make sure it’s built properly. And because it’s very expensive to print out a new circuit board once you’re finished developing, all of these cameras actually had these debug ports still in the hardware. Once you connect to there, you have backstage access to the camera. Sometimes, there is a password you need to crack, so we had to do that.”

Het kraken van zulke wachtwoorden kost doorgaans een uurtje. Zodra je een apparaat hebt gekraakt, heb je toegang tot al zijn ‘broers en zussen’ overal ter wereld.

Een probleem is dat zulke apparaten vaak aangeschaft en geïnstalleerd worden en dat er daarna niet meer naar omgekeken wordt:

“And this means that you might be still using these devices after their manufacturer has gone out of business and nobody will ever issue firmware updates. You compare this to phones, where you find a vulnerability and the next week later, your phone restarts and voila, it’s patched. So, these devices are going to be here to stay and this means that probably consumers or network providers or something are going to be responsible for keeping these devices secure. This is very concerning based on what consumers have been able to demonstrate so far.”

Onderzoeksoverzicht nepnieuws: we weten en kunnen weinig (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Op het beleidsforum van Science verscheen een artikel waarin beschikbare wetenschappelijke kennis over nepnieuws samen wordt gevat. Er wordt een definitie gegeven, ingegaan op de geschiedenis, op de prevalentie en op mogelijke interventies. Kanttekening is dat het stuk alleen over de VS gaat en dat dit zowel onbenoemd als ongeproblematiseerd blijft, zoals vaak het geval is met Amerikaanse sociale wetenschap.

Definitie:
De auteurs stellen het element van namaken centraal. Nepnieuws is verzonnen informatie die op nieuws moet lijken:

“[F]abricated information that mimics news media content in form but not in organizational process or intent. Fake-news outlets, in turn, lack the news media’s editorial norms and processes for ensuring the accuracy and credibility of information. Fake news overlaps with other information disorders, such as misinformation (false or misleading information) and disinformation (false information that is purposely spread to deceive people).”

Nepnieuws gedijt in de huidige politieke context van de VS, waarin er sprake is van polarisatie (toegenomen over de afgelopen veertig jaar) en homogene sociale netwerken.

Het lukt de onderzoekers niet om aan te geven hoe wijdverspreid nepnieuws is. Het is lastig te meten: volg je verhalen vanaf de aanbieder, vraag je mensen hoe vaak ze het tegenkomen of kijk je naar virale berichten op sociale netwerken? Wat vervolgens de politieke effect van blootstelling zijn, is ook lastig te zeggen.

Interventies
Interventies zijn in te delen in twee categorieën: gericht op het versterken van vaardigheden van individuen om nepnieuws te kunnen beoordelen en structurele veranderingen om blootstelling te voorkomen. Tot de eerste rekenen de auteurs factchecks. Die kunnen echter contraproductief zijn, vanwege mechanismen als confirmation bias. Ook zijn er aanwijzingen dat het herhalen van valse informatie, ook als dat in een factcheck gebeurt, ervoor kan zorgen dat de informatie als waar wordt aangenomen. Ook van onderwijs verwachten de auteurs weinig:

“There has been a proliferation of efforts to inject training of critical-information skills into primary and secondary schools … . However, it is uncertain whether such efforts improve assessments of information credibility or if any such effects will persist over time. An emphasis on fake news might also have the unintended consequence of reducing the perceived credibility of real-news outlets. There is a great need for rigorous program evaluation of different educational interventions.”

Tot de tweede categorie rekenen de auteurs algoritmen en bots. Zo kunnen bijvoorbeeld Facebook en Twitter zoeken naar verspreiders van nepnieuws en deze blokkeren, of een algoritme kan selecteren op ‘kwaliteit’. Netwerken hebben hier een ethische en sociale verantwoordelijkheid, zo stellen de auteurs, en overheidsregulatie of zelfregulatie is noodzakelijk. Directe regelgeving vanuit de overheid is onwenselijk want kan leiden tot censuur. Een mogelijk alternatief biedt de wet: zij die beschadigd worden met nepnieuws zouden verspreiders kunnen aanklagen voor smaad of laster.

We weten dus weinig over nepnieuws en we kunnen er nauwelijks iets aan doen. Bedankt Science!

YouTube’s aanbevelingsalgoritme is een radicaliseringsmachine (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

YouTube herbergt gigantisch veel informatie, en als je klaar bent met de video van keuze, krijg je allerlei gerelateerde video’s aanbevolen. Volgens techsocioloog Zeynep Tufekci werkt het algoritme dat die aanbevelingen voorschotelt als een “giant radicalizing engine“. Ze waarschuwt ervoor in The New York Times.

Van hardlopen naar ultramarathons
Tussen de aanbevolen video’s zit desinformatie, leugens en hoaxes. Als je autoplay aan hebt staan, krijg je de automatisch onder ogen. Het gaat vooral om extreemrechtse video’s, met veel racisme en veel seksisme. Een voorbeeld dat iemand op Twitter gaf:

“I just typed slavery into the youtube search and clicked on a video by an academic discussing the origins of plantation slavery in the New World.

The next video queued up to autoplay was a discussion of “white slavery” by two Holocaust deniers (Ernst Zündel & Michael Hoffman II).”

Het gaat echter niet alleen om politieke kwesties. Tufekci probeerde ook andere onderwerpen uit. Als je video’s kijkt over vegetarisme, krijg je daarna veganisme voorgeschoteld. Bekijk je iets over hardlopen, dan stelt YouTube daarna ultramarathons voor. Het probleem zit volgens haar in het verdienmodel:

“For all its lofty rhetoric, Google is an advertising broker, selling our attention to companies that will pay for it. The longer people stay on YouTube, the more money Google makes. What keeps people glued to YouTube? Its algorithm seems to have concluded that people are drawn to content that is more extreme than what they started with — or to incendiary content in general.”

Sensationalisme verkoopt
Het zelflerende systeem heeft dus ontdekt dat we langer blijven hangen als we steeds extremere dingen zien. Dit blijkt ook uit onderzoek van The Wall Street Journal, dat samen met een voormalig YouTube-medewerker aantoonde dat je na mainstream nieuws op YouTube vaak extreem-rechtse of extreem-linkse video’s aangeboden krijgt. Ook op dit platform geldt dus dat ophef regeert: het algoritme heeft een voorkeur voor opruiende content.

We zien dat de machine een eigenschap van mensen aanleert. Uitbuit, is het woord dat Tufekci kiest:

“What we are witnessing is the computational exploitation of a natural human desire: to look “behind the curtain,” to dig deeper into something that engages us. As we click and click, we are carried along by the exciting sensation of uncovering more secrets and deeper truths. YouTube leads viewers down a rabbit hole of extremism, while Google racks up the ad sales.”

Ze vergelijkt onze nieuwsgierigheid met onze zucht naar vet, zout en suiker. Beiden waren goed in tijden van schaarste, maar in tijden van overvloed zijn ze schadelijk. Als een restaurant ons steeds maar suiker en zout voorzet, wennen onze smaakpapillen eraan. We komen terug voor meer. Als we er dan achter komen dat het slecht voor ons was en we klagen bij de manager, zegt hij eenvoudig dat ons voorzette wat we wilden.

Oplossingen
Tufekci maakt zich grote zorgen. Ze haalt aan dat Google Chromebooks, waar uiteraard YouTube al op is geïnstalleerd, nu meer dan de helft van de “pre-college laptop education market” uitmaken. Ook in Nederland is YouTube vooral onder jongeren populair: 86 procent van de 15-19-jarigen gebruikt de site. Ze stelt dat het onacceptabel is wat het algoritme doet: Google verdient zo geld aan radicalisering waar de samenleving de prijs voor zal moeten betalen.

Concrete oplossingen draagt ze niet aan in dit opiniestuk. Op Twitter benadrukt ze nogmaals dat het probleem ligt bij het verdienmodel: Google gaat het algoritme echt niet zomaar aanpassen, omdat het zorgt voor geld in het laadje.

Het belang van het probleem dat Tufekci hier signaleert moet niet onderschat worden. YouTube is grotendeels ongereguleerd gebied, waar ontzettend veel duistere content dankzij dit algoritme een weg naar boven vindt. Het overlaten aan YouTube zelf levert niets op. Dat betekent dat we overheden om regels moeten vragen, die ze vervolgens ook zullen moeten handhaven – zie mijn bijdrage aan de Volkskrant voor een beter internet.