Pas op met selfie-bewerkings-apps (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Het is natuurlijk hartstikke leuk om te zien hoe je er ouder uit zou zien, of als je een andere sekse zou hebben. Apps waarmee je je selfies kunt bewerken zijn daarom populair. De meest recente toevoeging is Voilà. Je uploadt een portret en de app maakt van een gezicht een Disney-achtige cartoon of renaissanceschilderij. Geinig om te delen op Instagram.

Zulke apps zijn doorgaans gratis en dat kan omdat je betaalt met je data. De bedrijven achter de apps zijn doorgaans niet transparant over welke data ze allemaal verzamelen en hoe lang ze die bewaren. Het gaat dan bijvoorbeeld om de foto’s die je uploadt, of toegang tot je gehele fotoalbum. Met jouw foto’s kan dan gezichtsherkennings-AI getraind worden. Daarnaast levert je telefoon ook allerlei andere data. Deskundigen waarschuwen al jaren voor zulke apps, zoals hier op CNN tegen Meitu (2017) of hier in de Washington Post tegen FaceApp (2019).

Naast onduidelijkheid over privacy kent Voilà ook nog eens een redelijk agressief in-app-verdienmodel. De pro-versie verwijdert reclame in ruil voor maar liefst $2 per week op Android en $3 per week op iOS. De betaalde versie biedt geen bescherming tegen de verkoop van je data: je zou dus kunnen zeggen dat je dubbel betaalt.

Ook ‘goede’ representatie van verkrachting creëert verkeerde beelden (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Het bestrijden van seksueel geweld staat hoog op de agenda van hedendaagse feministen. Er is veel aandacht voor wat ‘verkrachtingscultuur’ genoemd wordt, een term die is overgenomen van radicaalfeministen uit de jaren 70 (zie hier voor bezwaren bij het gebruik van dit woord). Die aandacht bestaat logischerwijs ook in de media. Zo werd de film Promising Young Woman, waarin een vrouw wraak neemt voor een verkrachting, genomineerd voor diverse Oscars. In een recent artikel [abstract] analyseert communicatiewetenschapper Emily Ryalls twee series over deze problematiek: 13 Reasons Why en Sweet/Vicious.

Beide series gaan over aanranding en seksueel lastigvallen. De focus ligt niet bij het individu, maar bij de cultuur (seksuele grensoverschrijding is onderdeel van het dagelijks leven) en bij instituties (hoe moeilijk het is aangifte te doen of een klacht in te dienen op school). In de wereld van deze series viert verkrachting hoogtij. Zowel 13 Reasons Why als Sweet/Vicious zoeken de oplossing bij affirmative consent: je partner moet haar ja duidelijk maken, anders mag er geen seks plaatsvinden. Verkrachting is dan een gebrek aan consent, in plaats van doorgaan ook al weigert of protesteert de ander.

In de verhalen worden de slachtoffers geconfronteerd met onwelwillende volwassenen, die de schuld bij henzelf leggen of andere verkrachtingsmythes aanhalen. Ze worden neergezet als ouderwets, wat de suggestie wekt van een toekomst waarin dit niet meer gaat gebeuren – zodra we naar zo’n ja=ja-model gaan.

Kritiek
De series zijn een hele vooruitgang met de eerdere representatie van verkrachting, waar daders vieze en weerzinwekkende mannen waren. Toch is Ryalls kritisch op deze nieuwe manier van representeren. Terwijl enerzijds het ja=ja-model gepromoot wordt, wordt anderzijds het idee in stand gehouden dat je niet geloofd gaat worden. Volwassenen zijn de slechteriken van wie je geen hulp hoeft te verwachten.

Bovendien wordt er in de series een tegenstelling gecreëerd tussen slechte want verkrachtende gasten, en goede mannen die wel consent zoeken. De laatsten zijn vaak wit. In 13 Reasons Why komen jongens op een school van soms slecht tot altijd slecht. ‘Kleine’ overtredingen, zoals iemand betasten, worden daarmee geëxcuseerd, zeker als de mannen achteraf spijt betonen. Good guys zijn de mannen die vrouwen beschermen, ook als dat betekent dat ze altijd om deze meisjes heen hangen (wat je kunt zien als stalking). Tegelijkertijd zeggen slachtoffers, zonder uitzondering meisjes, niet altijd wat ze bedoelen, waardoor volgens Ryalls het idee ontstaat dat meisjes en alleen meisjes gemengde signalen geven.

‘Goede’ representatie
Ryalls concludeert dat in deze series het zoeken van affirmative consent “the marker of honorable masculinity” wordt, van goede mannelijkheid.

“In so doing, they regressively rely on myths of rapists as repugnant and evil characters easily recognizable as the opposite of “good” guys. While progressively insisting that a girl need not say “no” in order to not be raped, both shows situate girls as not knowing what is best for them, and, in some cases, that taking a girl at her world puts her in danger. Thus, [13 Reasons Why and Sweet/Vicious] contribute to rape culture by situating rape as inevitable and elevating good guys, as opposed to structural change, as the saviors of girls” (p. 11).

Dat zijn pittige woorden, die direct de vraag oproepen hoe je dit dan wel ‘goed’ representeert. Populaire cultuur is zowel een afspiegeling van de werkelijkheid als normzettend voor die werkelijkheid. Die werkelijkheid is diffuus, wat zou vragen om veel verschillende verhalen over deze problematiek. Tegelijkertijd zorgt dat weer voor het onterechte beeld dat verkrachting alomtegenwoordig is en daders overal – wat ook weer een verkeerd beeld is.

We weten niet hoe kijkers betekenis geven aan deze series: welke boodschappen nemen ze over, welke wijzen af? Dit onderzoek wijst ons erop hoe voorzichtig we moeten zijn met verwachtingen van ‘goede’ representatie: betere representatie leidt niet automatisch tot een betere wereld, daarvoor is meer nodig.

Hedendaagse meisjesbladen staan bol van tegenstrijdige boodschappen over het lichaam, seks en jezelf zijn (Linda Duits)

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Feminisme is in, ook – of zeker – onder meisjes. Dat vindt zijn weerslag in de media die meisjes gebruiken, waaronder tijdschriften. Communicatiewetenschappers Marieke Boschma en Serena Daalmans voerden een thematische analyse uit van Fashionchick, Cosmogirl en Girlz [vrije toegang], om te analyseren welke boodschappen deze bladen bevatten over vrouw zijn.

In de bladen worden verschillende onderwerpen besproken, zoals vriendschap, geld, familie, mode, make-up, school, seks, roddel en zelfbewustzijn. Boschma en Daalmans zagen vijf thema’s terugkeren.

1. Het lichaam
De titels leggen grote nadruk op het lichaam. Het gaat daarbij ofwel over de vorm van het lichaam, ofwel over het vrouwelijk uiterlijk. Soms maakt het niet uit wat voor lichaam je hebt (groot, klein, etc). Aan de andere kant bevatten de bladen ideaalbeelden van het perfecte lichaam, waarvan je dan tegelijkertijd weer moet accepteren dat niemand het heeft. Dat sluit dan weer niet uit dat lichaamsverbetering mogelijk is, bijvoorbeeld met een gezonde levensstijl en gezond eten. Dit zijn dus conflicterende boodschappen, van zowel schaamte als acceptatie.

Vrouwelijkheid is een balans van elegantie, sexy en meisjesachtig met ‘edgier’ elementen. Alles dat ‘te’ is, is daarbij niet goed. Er worden make-uptips aangeboden en er is advies over tanden, adem, haar en huid. Kleding wordt gebracht als een manier om vrouwelijkheid te benadrukken, waarbij je altijd jezelf moet zijn én de mode moet volgen. Vrouwelijke schoonheid wordt direct verbonden met geluk:

“When someone is pretty, they are represented as happy. Which might lead to the assessment that the body is seen as a mirror to the soul: The more good things one does to the body (i.e., dressing well, exercising), the happier they will be” (p. 31).

2. Seks
Er is veel aandacht voor de lichamelijkheid van seks: wat is normaal en hoe moet het? Dat gaat bijvoorbeeld over masturberen, porno, orgasmes en relaties. Steeds wordt benadrukt dat het belangrijk is om te communiceren. Daarnaast hebben de bladen een tolerante houding ten aanzien van alle seksuele gedragingen. Dat betekent ook dat niet-heteroseksuele seksualiteiten worden besproken, terwijl tegelijkertijd heteroseksualiteit de norm blijft. Die norm wordt zichtbaar in dat romantische partners steevast mannen zijn.

Soa’s en zwangerschappen dienen vermeden te worden en de verantwoordelijkheid daarvan wordt bij beide partners gelegd. Ook gevoelens komen ter sprake: je vies voelen na/over seks, spanningsgevoelens (onzekerheid) en gevoelens gerelateerd aan de daad zoals liefde, plezier en sexiness. Seks gaat over intiem zijn samen en gevoelens delen.

Seksueel geweld wordt eveneens besproken. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de daders, al was er één blad waarin overwogen werd of het meisje niet ook iets had veroorzaakt. De oplossing die de bladen bieden is: praat met iemand met autoriteit. Seksueel geweld wordt dus beschouwd als strafbaar gedrag, waarbij er weinig aandacht is voor de gevolgen van zoiets aankaarten.

3. Gegenderde perspectieven: vrouwen hebben agency, mannen zijn objecten
Deze meisjesbladen zijn overwegend geschreven vanuit het perspectief van meisjes, maar toch spreekt er soms een mannenstem. Als mannen besproken worden, worden zij geobjectificeerd met een female gaze. Artikelen beginnen zelden met belangstelling voor het karakter of de verdiensten van een man. Wanneer vrouwen besproken worden, is dat wel zo. Haar uiterlijk is dan altijd secundair in de bespreking.

Als het gaat over de sociale omgang tussen mannen en vrouwen is er meer gelijkwaardigheid. Zo wordt bijvoorbeeld gesteld dat ook mannen zenuwachtig zijn voor een date. Er is een nadruk op open communicatie. Toch zitten er nog steeds traditionele denkbeelden in de bladen, zoals de boodschap dat mannen het voortouw moeten nemen in een relatie en dat vrouwen verantwoordelijk zijn voor de emotionele kant (verras je partner, houd je emoties onder controle en let op de zijne – nooit een vakantie boeken als hij chagrijnig is!).

Mannen worden soms om hun mening gevraagd, waarbij het meestal gaat om relaties of het vrouwelijk lichaam. In deze artikelen worden vrouwen wél geobjectificeerd.

4. Vrouwelijke empowerment
De vrouwelijke lezer wordt aangemoedigd om onafhankelijk en ambitieus te zijn, in zichzelf te geloven, gedisciplineerd te zijn, hard te werken en keuzes te maken die goed voor haar zijn. Er is veel aandacht voor het versterken van zelfvertrouwen en het bestrijden van onzekerheid (iedereen heeft daar last van!). Volg je dromen, wees niet bang om fouten te maken!

Daarbij merken de auteurs op dat de rolmodellen die de bladen presenteren allemaal in de entertainmentsector werken (actrices, YouTubers, modeontwerpers, modellen) en dat bij het uitblijven van succes, de schuld bij het individu zelf ligt. Er is nauwelijks aandacht voor structurele ongelijkheden in de samenleving.

5. Reflexiviteit
Tot slot benadrukken de bladen reflexiviteit, in de vorm van quizjes, horoscopen en manieren om naar je eigen gedrag of uiterlijk te kijken.

Implicaties
De auteurs concluderen dat postfeminisme een belangrijke plek inneemt in de onderzochte bladen. Met postfeminisme bedoelen zij een mengeling van feminisme en anti-feminisme. Het is een label dat mediawetenschappers op uitingen van populaire cultuur plakken, met als duidelijkste voorbeeld Bridget Jones: een vrouw die wel zelfstandig in een grote stad woont, maar geplaagd wordt door onzekerheden over uiterlijk en de liefde. Postfeminisme vermengt argumenten over keuze, onafhankelijkheid en agency met consumentarisme. Daarnaast is postfeminisme een label dat tegenstrijdigheden benadrukt:

“A complex palette of messages is communicated towards girls about what it means to be a girl or woman in contemporary society, which makes their individual processes of negotiating femininity terribly complex” (p. 36).

Dat balanceren van tegenstrijdige normen is ook een van de conclusies van mijn proefschrift naar meisjescultuur (2008). Dit inzicht sluit bovendien aan bij wat we weten uit deze lange traditie van onderzoek naar meisjes- en vrouwenbladen: die staan al heel lang bol van de tegenstrijdige boodschappen. Genderidentiteit is een ingewikkeld proces. Tijdschriften lijken je te willen helpen in het vinden van je beste ik, maar in plaats van daarin te slagen, weerspiegelen ze juist hoe ingewikkeld dat is.

Kritisch met media omgaan is ook leren kritisch negeren (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Online wacht een fabeltjesfuik, liet Arjen Lubach zien in een veelbesproken item over complottheorieën. Vaak is het juiste antwoord op een vraag snel gevonden, doorzoeken leidt dan alleen maar tot verwarring. Complotdenkers roemen zichzelf om hun diepe graafwerk, maar het is juist dat graafwerk dat ertoe leidt dat ze ‘down the rabbithole’ gaan. Zij schermen met twijfel en zelfstandig onderzoek, waarden die ook de wetenschap promoot. De boodschap dat kritisch negeren juist hoort bij kritisch denken lijkt daardoor tegenintuïtief, maar het is toch belangrijke vaardigheid.

Dat schrijft onderwijskundige Sam Wiseman op Nieman, het journalistieke initiatief van Harvard. Op school leer je om een tekst kritisch en grondig te lezen, maar op het internet is dat geen goede tactiek. Wiseman deed een experiment met highschool-scholieren. Ze moesten beoordelen of een website over klimaatwetenschap betrouwbaar was. Vrijwel alle respondenten deed wat ze altijd geleerd hadden:

“They stayed glued to the site — and read. They consulted the “About” page, clicked on technical reports, and examined graphs and charts. Unless they happened to possess a master’s degree in climate science, the site, filled with the trappings of academic research, looked, well, pretty good.”

Minder dan twee procent verliet de site om op het web informatie over de site te zoeken. Daar kwamen ze er snel achter dat de site gefinancierd wordt door de fossielindustrie. Foute boel dus. Het heeft helemaal geen zin eigenhandig te proberen alle informatie op de site te checken, je bent veel sneller klaar door op te zoeken of anderen dat al hebben gedaan:

“Instead of getting tangled up in the site’s reports or suckered into its neutral-sounding language, this student did what professional fact checkers do: She evaluated the site by leaving it. Fact checkers engage in what we call lateral reading, opening up new tabs across the top of their screens to search for information about an organization or individual before diving into a site’s contents.”

De eerste stap in kritisch denken, schrijft Wiseman, is weten wanneer je het moet toepassen. Dubieuze informatie moet je weerstaan. Het is verstandig eerst een tabblad te openen en de site daar te checken, of de mensen uit een filmpje op YouTube even te googelen. Dan kom je er direct achter dat iemand als Janet Ossebaard geen betrouwbare deskundige is, maar een complotdenker. Dat betekent dat we leerlingen anders moeten opleiden en ook over onszelf moeten weten dat we niet in staat zijn alles te weerleggen:

“Learning to resist the lure of dubious information demands more than a new strategy in students’ digital tool box. It requires the humility that comes from facing one’s vulnerability: that despite formidable intellectual powers and critical thinking skills, no one is immune to the slippery ruses plied by today’s digital rogues.”

Helft Nederlandse Facebookgebruikers laat zich in met junknieuws (Linda Duits)

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Wetenschappers houden niet zo van de term nepnieuws. Het is onduidelijk wat er allemaal onder valt en – dankzij bijvoorbeeld Trump – is de term sterk gepolitiseerd. Een alternatief is junk news, dat ik het liefst vertaald zou zien als troepnieuws. Dit junknieuws is vaak commercieel gemotiveerd en wordt verspreid via sociale media. Peter Burger, Soeradj Kanhai, Alexander Pleijter en Suzan Verberne deden onderzoek [open access] naar het bereik van dit soort nieuwsberichten op Facebook.

De auteurs richten zich op commercieel junknieuws (en dus niet op ideologisch gedreven websites) en onderscheiden de volgende kenmerken:

  • Het heeft een lage journalistieke kwaliteit;
  • Het wordt gemaakt door niet-mainstream makers;
  • Het verdienmodel is gebaseerd op websites met advertenties, en Facebookpagina’s die de posts van de sites;
  • Het doel is viraal succes;
  • Het bevat vaak verzonnen of verstoorde berichten;
  • Het heeft vaak een clickbait kop.

Op basis van eerder werk (Burger en Pleijter doen veel aan factchecking) stelden ze een lijst op van 63 Nederlandstalige junknieuwssites. Het materiaal was vaak rechtstreeks gekopieerd van buitenlandse bronnen (“Oprah Winfrey (63) zwanger van eerste kind”) en soms verzonnen. Vervolgens vroegen ze de data op uit de periode januari 2013 tot december 2017. Deze werden vergeleken met 20 mainstream nieuwssites. Dit kwam neer op zo’n 17.000 posts in totaal.

De resultaten – zie onderstaande grafiek – laten zien dat junknieuws veel engagement trekt: 5,3 miljoen individuele Facebookgebruikers hadden minimaal één reactie (like of andere emoji), comment of share. Dat engagement is bovendien groter dan het engagement dat mainstreamnieuws trekt en het is gestegen tijdens de onderzochte periode. Om het in perspectief te plaatsen: er zijn tien miljoen Facebookgebruikers in Nederland.

De onderzochte periode loopt tot 2017 en sindsdien is de kritiek op Facebook toegenomen: ze zouden meer moeten doen tegen dit soort berichten. Het blijft echter hoe onduidelijk in hoeverre ze daarin slagen.

Dat is zorgelijk om meerdere redenen. De auteurs geven aan dat sommige nieuwsberichten misleidende of valse informatie bevat, bijvoorbeeld over gezondheid of asielzoekers. Zo werd een onzinverhaal over dierenmishandeling door een asielzoeker 55.292 keer gedeeld. Dit soort ‘nieuws’ overstemt kwaliteitsnieuws. Het is daarbij belangrijk om te onthouden dat het hier gaat om commercieel gedreven onzinsites. Complotsites en alternatieve geneeskundesites zijn niet opgenomen in het onderzoek. Er wordt dus valse informatie verspreid omdat het een goed verdienmodel is.

 

10 eisen voor de digitale samenleving van morgen (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Weet je nog, dat mensen een verschil zagen tussen cyberspace en ‘de echte wereld’? Tegenwoordig zijn on- en offline zo met elkaar verweven dat het nauwelijks meer mogelijk is aan te geven hoeveel tijd je online doorbrengt. Dat overlopen van die twee werelden wordt ook bespoedigd door technologieën als augmented en virtual reality (VR), en door de toenemende inzet van spraakcomputers. Het Rathenau Instituut, dat onderzoek doet naar de impact van wetenschap, innovatie en technologie op de samenleving, stelde daarom een manifest op met tien “ontwerpeisen aan de digitale samenleving van morgen”.

AR, VR en spraak zijn zogeheten ‘immersieve technologieën’: ze dompelen ons onder in de digitale wereld. Het Rathenau in het manifest:

“Zo transporteert virtual reality ons naar een volledig kunstmatige wereld, waarin alle geluiden en beelden gecreëerd worden door computers. We kunnen nu soldaten trainen op een virtueel slagveld. Augmented reality voegt juist digitale lagen aan onze ervaring toe. Met een slimme bril ziet een automonteur handige informatie terwijl hij naar de motor kijkt. En via spraaktechnologie kunnen we met computers praten, en luisteren vele apparaten, zoals onze smartphones en slimme speakers, op steeds meer plekken met ons mee.”

Door het vervagen van die grenzen zijn volgens het Rathenau publieke waarden in het geding, zoals privacy, autonomie, waarachtigheid en gezondheid. Dat vraagt om waakzaamheid en een agenda. De ontwerpeisen zijn opgesteld op basis van diverse onderzoeken.

1. We willen de baas blijven over ons digitale lijf
Onze stem, onze gebaren en ons gezicht leveren data op, die intiem en gevoelig zijn. De bescherming daarvan dient juridisch beter geregeld te zijn.

2. We willen anoniem kunnen blijven
Onze identiteiten kunnen van afstand achterhaald worden door gezichts-, loopgedrag- of stemherkenning. Hierdoor kun je je niet meer anoniem door de publieke ruimte begeven. Toepassingen waarbij burgers in de publieke ruimte zijn te identificeren, moeten daarom worden verboden.

3. We willen controle over onze virtuele identiteit
Zoals je met kleding kunt laten zien wie je bent, kun je met avatars een digitale identiteit opbouwen. Dat kan ook misbruikt worden: het naakte lichaam van anderen kan digitaal getoond worden (DeepNudes) of veranderd. Burgers moeten beschermd worden tegen ongewenste digitale ingrepen op hun lichaam.

4. We willen duidelijkheid over nieuwe digitale eigendomskwesties
Van wie zijn data? En profielen? “Is ons eigendom geschonden als iemand in AR een scheldwoord op onze muur schildert?” Juridische kaders moeten verhelderd en geüpdatet worden, zodat offline regels ook online gelden.

5. We willen leven in een inclusieve digitale wereld
Stereotypes en uitsluiting worden uit de offline-wereld mee online genomen. Bij de ontwikkeling van nieuwe toepassingen moeten bedrijven inclusie centraal stellen.

6. We willen kunnen weten dat iets nep is
Immersieve technologieën kunnen verwarrend zijn. Ontwikkelaars moeten gebruikers vooraf informeren dat iets nep is.

7. We willen bescherming tegen manipulatie en beïnvloeding
Deze technologieën maken manipulatie en beïnvloeding makkelijker, omdat bedrijven zoals Google en Facebook allerlei informatie hebben over persoonlijkheid, gedrag en voorkeuren van hun gebruikers. Dat vraagt om “een samenlevingsbrede inzet nodig, met bijdragen van onafhankelijke journalistiek, investeringen in de mediavaardigheid van burgers en heldere afspraken over hoever beïnvloeding mag gaan”.

8. We willen dat onze gezondheid niet geschaad wordt
We moeten inzicht krijgen in mogelijk negatieve effecten van immersieve technologieën, bijvoorbeeld op ons gedrag (verslaving) en onze gezondheid (denk aan verkeersongelukken bij het spelen van Pokémon GO).

9. We willen een digitale markt met eerlijke machtsverhoudingen
Een klein aantal technologiebedrijven domineert de interneteconomie. Het is voor consumenten lastig om hen tot de orde te roepen. Hun marktmacht vertaalt zich in politieke macht. De overheid moet meer tegenwicht bieden en consumenten beter beschermen.

10. We willen dat publieke ruimtes publiek blijven
Met AR kan je de publieke ruimte anders bekijken (er bestaan apps die daklozen uit het straatbeeld halen). Bovendien kunnen apps de publieke ruimte kapen doordat gebruikers massaal naar één plek samenstromen. Dat vraagt om “een nieuwe sociale etiquette”.

Implicaties
Deze nieuwe technologieën vragen om discussie en dialoog, en uiteindelijk om duidelijke actie. Daarvoor is betrokkenheid van burgers nodig: kennis over en reflectie op deze ontwikkelingen. Het Rathenau doet daarom een oproep aan de burger: “laat je horen en spreek uit wat jij nodig hebt in de digitale wereld van morgen”. Ik zou daaraan toe willen voegen dat dit niet kan zonder hulp van journalisten en andere mediamakers om deze thematiek onder de aandacht te brengen. Ook het onderwijs en andere opvoeders zijn hierbij nodig. De tien eisen zijn uitstekende input voor discussie.

De effecten van filters op zelfbeeld (Linda Duits)

Deze blog verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Zoom heeft een aantal instellingen waarmee je het beeld kunt verbeteren, bijvoorbeeld door het aan te passen op weinig licht. Hartstikke handig en logisch. Nog veel handiger maar wellicht minder logisch is de mogelijkheid tot retoucheren, ‘touch up my appearance‘. Hiermee leg je een filter aan over je beeld, waardoor jouw rode vlekjes of oneffenheden minder zichtbaar zijn. Aangezien je vaak ook de hele tijd naar jezelf kijkt tijdens een zoommeeting, is het een soort prettige spiegel. Goed voor mijn zelfvertrouwen dus.

Deze filters bestaan al een tijdje op apps die gericht zijn op beeld delen. Snapchat is er groot mee geworden: maak een selfie en gooi er een filter overheen zodat je hondenoren krijgt, of op een Japans Harajuku-meisje lijkt. Gebruikers van deze apps zijn ondertussen gewend aan filters, we weten dat selfies opgepoetst worden, dat het geen spontane kiekjes zijn. Toch zijn er veel zorgen over de effecten van filters op het zelfbeeld en dan met name op dat van meisjes – zoals vrijwel altijd worden jongens van zulke zorgen uitgesloten, wat onterecht is.

Genderscheidslijn
Grappige overlays en retoucheerfilters zijn vormen van augmented reality: de ‘echte’ wereld wordt op scherm versterkt. Je zou ook kunnen zeggen: verstoord. Net zoals je niet echt hondenoren hebt, heb ik geen onberispelijke huid. Wat voor effecten hebben deze filters op zelfbeeld? Zijn ze schadelijk? Onderzoekers hebben daar nog geen antwoord op. Het lastige daarbij is de wijdverbreid van apps als Instagram en TikTok. Vrijwel alle jongeren gebruiken ze, dus is er geen controlegroep. Je kunt ze ook niet makkelijk vergelijken met tieners vroeger die deze apps en filters niet hadden.

Een recente studie [open access] onderzocht de opvattingen van Britse kinderen van 10-11 over sociale media. Ze werden ondervraagd in focusgroepen, die het mogelijk maken respondenten opdrachten te laten doen. Eén van die opdrachten ging over filters, andere over het gebruik van emoji en profielen. De resultaten tonen twee redenen voor het gebruik van filters, met een duidelijke genderscheidslijn. Jongens vinden het leuk om grappige filters te gebruiken, met dieren of die uiterlijke kenmerken overdrijven. Het merendeel van de meisjes zag in deze filters een manier om je uiterlijk te verbeteren. Daarbij zagen ze verbanden tussen er goed uit zien en populariteit.

Gevaarlijk of hoopvol
Deze kinderen waren zeer mediawijs over sociale netwerken, hoewel ze te jong waren om officieel op Insta en Snapchat te mogen. Zo waren ze uitgebreid gewaarschuwd voor de gevaren: catfishing (mensen die zich voordoen als iemand anders), pedofielen, stalkers, cyberbullying. Ze hadden ook ideeën over de emotionele risico’s van je bevinden in een omgeving die draait om likes en je van je beste kant te laten moeten zien.

Hoe je deze inzichten interpreteert hangt mede af van je perspectief op kinderen en jongeren. Zie je ze als kwetsbaar, dan kan je de studie zien als bewijs voor zorgelijke effecten op zelfbeeld. Zie je ze als weerbaar, dan stemt het hoopvol dat ze nu al zo mediawijs zijn en goed doorzien dat foto’s geen weergave van de werkelijkheid zijn. Uiteindelijk hangt dit, zoals altijd met media-effecten, af van individuele mediagebruikers. Sommigen zijn kwetsbaarder, anderen het tegenovergestelde. En zoals altijd is de wijze raad: praat met je kinderen – als je die hebt. Hoe gebruiken ze filters? Hoe kijken ze ernaar? Wat vinden ze ervan?

Daarbij kan het geen kwaad ook volwassenen te bevragen. Hoe bewust zijn zij zich van het gebruik van filters, bijvoorbeeld in zoomsessies? Wat doet zo’n laagje virtuele make-up met hun zelfbeeld? Want laten we niet vergeten dat we een lange geschiedenis hebben van het oppoetsen van ons uiterlijk, en ja, die geschiedenis is eveneens gendered. Star

Er komt een Instagram for Kids (en voor Linda Duits is dat slecht nieuws)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Instagram is 13+, wat betekent dat eigenaar Facebook een deel van de jongere demografie mist als gebruiker. Buzzfeed maakte deze maand bekend dat Instagram nu werkt aan een speciale ‘veilige’ variant voor kinderen. Veilig tussen aanhalingstekens, want het is niet voor niets dat jonge kinderen nu niet op deze sociale netwerken mogen.

Voor de makers van Instagram betekent veilig voor kinderen dat de mogelijkheid voor contact tussen kinderen en volwassenen beperkt is. Op deze kinderapp zou het “lastiger” zijn voor volwassenen om kinderen te vinden en te volgen, en zou er een “begrenzing” zitten aan de berichten tussen volwassenen en kinderen die elkaar niet volgen.

De aankondiging is zorgelijk, omdat het Instagram nu al niet lukt veilig te zijn voor de tieners die er wel op mogen. Er is veel kritiek omdat de app te weinig zou doen tegen pesten en kinderlokkers. Deze maand verscheen er daarom een blogpost van Instagram over hun “ongoing efforts keep our youngest community members safe”. Er is geen reden om aan te nemen dat Instagram for Kids dit wel goed zou kunnen.

Los van die evidente zorgen, is er het verdienmodel. Instagram is een app die gebruikers gratis kunnen gebruiken zodat de makers geld kunnen verdienen met hun data. Buzzfeed citeert Priya Kumar die promoveert op de effecten van sociale media op gezinnen:

“From a privacy perspective, you’re just legitimizing children’s interactions being monetized in the same way that all of the adults using these platforms are.”

We hebben in Nederland duidelijke afspraken over reclame gericht op kinderen op televisie en we worstelen nog met het reguleren van sociale netwerken waar jonge gebruikers bedolven worden onder de spon. Die zal er ook op Instagram for Kids zijn, en net als de ‘reguliere’ Instagram zal de app de data van haar gebruikers doorverkopen aan derden.

Daarbovenop komen nog zorgen over de effecten. Bureau Jeugd & Media schrijft over vloggende kleuters:

“We hebben nog geen idee wat het betekent als kinderen vanaf de wieg opgroeien met het idee dat het normaal is om steeds voor iedereen te kijk te staan. We zullen het zien.”

Op alle vlakken slecht nieuws dus.

Waarom mensen nog papieren kranten lezen (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Een probleem met media- en communicatiewetenschap is dat onderzoekers media te belangrijk maken. Als je media centraal stelt in je onderzoeksvraag, ga je een belang van media vinden. Dat was een van de redenen waarom ik in mijn proefschrift etnografisch onderzoek heb gedaan: door heel veel tijd in de klas met meisjes door te brengen, kon ik ook zien hoe onbelangrijk media (soms) voor ze waren [abstract]. Uit een recent onderzoek [abstract] naar het alledaags gebruik van papieren kranten komt eenzelfde desillusionerend beeld: sommige mensen kopen simpelweg krant om er de haard mee te kunnen aanmaken.

Het onderzoeksteam nam 488 semigestructureerde interviews af in Argentinië, Finland, Israël, Japan en de VS. Hun benadering was expliciet om media niet te centreren. Uit de interviews komen drie mechanismen naar voren die de verwevenheid van media in het alledaagse leven laten zien.

1. Toegang
Hoe mensen aan de krant komen verschilt duidelijk per land. In Israël is er een cultuur van gratis, in Japan van dagelijkse abonnementen. Daarnaast worden kranten gelezen in koffietentjes en restaurants, soms heel doelbewust, soms simpelweg omdat er een krant ligt. Gewoonte speelt duidelijk een rol:

“I still receive the New York Times and [the ChicagoTribune paper copies at home so I did a little glance through those. (. . .) I don’t spend as much time reading the paper . . . as I would like to, even though I still can’t imagine not getting a paper in the morning.” – Karen (53), Chicago

2. Sociaal verkeer [Sociality]
Een tweede mechanisme dat het gebruik van papieren kranten stuurt is sociality, wat je hier zou kunnen vertalen als sociaal verkeer of gezelligheid. Het lezen van de krant is vaak een sociale gebeurtenis. Leden van een huishouden geven delen van de krant aan elkaar door, en dan vaak van oud naar jong (ouders naar kinderen) of van man naar vrouw.

I used to live in a commune, and we shared the costs of the subscription back then. We had the national newspaper every day, and it was so lovely to read it with roommates for a long time, share its sections and discuss its articles. But now when I live alone I don’t know why I would subscribe to it. It was such a social thing. It was lovely. I enjoyed it an awful lot and I do miss it sometimes, but I know that if I don’t live with five people it won’t happen. Luna (29), Finland

Voor andere lezers is de papieren krant juist een momentje voor jezelf, bijvoorbeeld ‘s ochtends bij de koffie in een cafeetje. Ook wordt de krant gelezen om verveling te doorbreken in je eentje, als je in de bus zit of op de wc. De weekendkrant nodigt bijzonder uit tot dit mechanisme.

3. Rituelen
Vooral voor de oudere lezers is de papieren krant een geritualiseerde praktijk. Het lezen is een gewoonte geworden, soms zelf een doel op zichzelf. De krant draait dan niet langer om de inhoud, om het geïnformeerd worden, maar om de handeling. Bij het ontbijt naast een croissantje, in de trein en dan op de juiste manier handig vouwen:

Nowadays, few people read the newspaper on the train. But I still read it on the train by folding it like this and this [makes a hand gesture]. Especially, reading a newspaper in a crowded train requires a special skill. You should fold it like this. If the train gets more crowded, I will fold it even smaller. I learned this “technique” because if I read it open like this, you would annoy many people.” Mari (74), Japan.

Mensen vinden het vervelend als dit ritueel wegvalt, als ze hun loopje naar de kiosk niet hebben bijvoorbeeld. Veel respondenten wijzen op het gemak van de papieren krant, de rust en het plezier die het lezen biedt. En tot slot is er nog de waarde van de krant als brandbaar papier:

“I buy one on Sunday, which is big, [and] has a lot of pages to then start up the fire for the barbecue. Or wrap a plant that my wife gifts as a present when someone visits us.” José (70), Argentinië

Implicaties 
Een krant openvouwen betekent hem verweven met het alledaagse leven. De leespraktijken hebben weinig te maken met de inhoud van het nieuws, iets dat voor journalisten vast niet leuk is om te horen. Het is banaal gebruik, dat tegelijkertijd heel betekenisvol is. Deze mechanismen laten zien hoe hardnekkig mediagebruik is, hoe ingesleten het raakt en hoe onveranderlijk. Het verklaart waarom er nog steeds kranten verkocht worden, wat tegelijkertijd een waarschuwing inhoudt: jonge mensen ontwikkelen hun eigen mediarituelen.

Net zoals we een verschuiving zien van realtime televisiekijken naar digitaal, on-demand kijken, veranderen de rituelen van kranten lezen dankzij de komst van digitaal. Jonge mensen geven wellicht elkaar niet de verschillende katernen door, maar delen via hun telefoon of laptop artikelen die ze interessant vinden. Ook digitaal lezen is immers net zozeer een geritualiseerde praktijk (aan het worden).

De ‘tele-alles’-wereld: het nieuwe normaal in 2025 volgens tech-experts (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Pew Internet vroeg een groep van bijna duizend deskundigen op het gebied van technologie, communicatie en sociale verandering naar hun ideeën over het leven in 2025. Hun verwachting is, niet verrassend, dat onze band met technologie nog dieper zal worden. We gaan naar een ‘tele-alles’-wereld, en dat slecht nieuws. We gaan steeds meer steunen op digitale verbindingen voor werk, onderwijs, gezondheidszorg, shoppen en sociale interactie. We zullen ons minder in de (fysieke) publieke ruimte begeven, onder andere omdat we dat digitaal gemakkelijk vinden. Zowel onze beste als slechtste kanten zullen daardoor versterkt worden.

Uit de antwoorden komen zes thema’s naar voren, drie negatief en drie positief:

1. Economische ongelijkheid zal toenemen
Mensen met goede verbindingen en digitale vaardigheden komen verder voor te liggen op mensen die die niet hebben, terwijl technologische veranderingen er ook nog eens voor zorgen dat banen verdwijnen.

2. De macht van big-tech wordt groter
Deze bedrijven buiten hun marktvoordeel uit en kunstmatige intelligentie zal de privacy en autonomie van hun gebruikers verder aantasten.

3. De verspreiding van desinformatie vermenigvuldigt
Gepolariseerde bevolkingen bevechten elkaar in informatie-oorlogen. Veel respondenten noemen als grootste angst de manipulatie van de publieke perceptie: “lies and hate speech deliberately weaponized in order to propagate destructive biases and fears”.

4. Hervormingen op het gebied van raciale en sociale gelijkheid gaan van start
Er komt meer steun en daarmee meer beleidsaandacht voor kritiek op ongelijkheden en het kapitalisme.

5. De kwaliteit van leven zal verbeteren
Dankzij meer flexibele manieren van werken wordt het leven voor veel families fijner.

6. Slimmere, veiligere en productievere levens worden mogelijk
Virtual en augmented reality bieden ‘smart systems’ op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs en gedeeld wonen.

De antwoorden geven in inkijkje in hoe deze experts denken over trends, en gezien hun achtergrond is het logisch dat ze de nadruk leggen op technologie. Het betreft een kwalitatief onderzoek en de antwoorden zijn fijn om doorheen te scrollen. Het gaat om “ondenkbare schaal” en “exponentiele processen”, er worden zaken voorzien als een “Internet of Medical Things” en “hologram avatars”, “personalized schooling menus” en “tele-justice”. Wat citaten:

“Privacy was always a luxury in the past – only the rich enjoyed it. Then it spread to a large fraction of the population in the West. Now it is receding again, in a way that mirrors the rise in inequality and the inevitable fall in civil liberties. The poor never have privacy.” Marcel Fafchamps, hoogleraar economie Stanford University

 

“There will be those who got sick and never fully recovered. There will be those who lost their jobs and precarity turned to poverty fast. But there will also be mothers whose careers took a left turn after multiple years of trying to be a stay-at-home parent plus a teacher while working at home. There will be so many people who will be facing tremendous post-traumatic stress disorder as they struggle to make sense of the domestic violence they experienced during the pandemic, the loss of family and friends and the tremendous amount of uncertainty that surrounded every decision.” danah boyd, onderzoeker bij Microsoft

 

“Climate change, invasive corporatized technologies and increasing economic precarity will all combine to give rise to a far more paranoid society in 2025 than we had at the start of 2020. In some ways, widespread fear and anxiety will have positive results, as people will be more environmentally conscious than ever before and will engage en masse in efforts to regulate corporate resource extraction and pollution, and will show a collective willingness to adopt less environmentally harmful lifestyles.” Abigail De Kosnik, Universitair Hoofddocent Nieuwe Media, University of California Berkeley