De effecten van filters op zelfbeeld (Linda Duits)

Deze blog verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Zoom heeft een aantal instellingen waarmee je het beeld kunt verbeteren, bijvoorbeeld door het aan te passen op weinig licht. Hartstikke handig en logisch. Nog veel handiger maar wellicht minder logisch is de mogelijkheid tot retoucheren, ‘touch up my appearance‘. Hiermee leg je een filter aan over je beeld, waardoor jouw rode vlekjes of oneffenheden minder zichtbaar zijn. Aangezien je vaak ook de hele tijd naar jezelf kijkt tijdens een zoommeeting, is het een soort prettige spiegel. Goed voor mijn zelfvertrouwen dus.

Deze filters bestaan al een tijdje op apps die gericht zijn op beeld delen. Snapchat is er groot mee geworden: maak een selfie en gooi er een filter overheen zodat je hondenoren krijgt, of op een Japans Harajuku-meisje lijkt. Gebruikers van deze apps zijn ondertussen gewend aan filters, we weten dat selfies opgepoetst worden, dat het geen spontane kiekjes zijn. Toch zijn er veel zorgen over de effecten van filters op het zelfbeeld en dan met name op dat van meisjes – zoals vrijwel altijd worden jongens van zulke zorgen uitgesloten, wat onterecht is.

Genderscheidslijn
Grappige overlays en retoucheerfilters zijn vormen van augmented reality: de ‘echte’ wereld wordt op scherm versterkt. Je zou ook kunnen zeggen: verstoord. Net zoals je niet echt hondenoren hebt, heb ik geen onberispelijke huid. Wat voor effecten hebben deze filters op zelfbeeld? Zijn ze schadelijk? Onderzoekers hebben daar nog geen antwoord op. Het lastige daarbij is de wijdverbreid van apps als Instagram en TikTok. Vrijwel alle jongeren gebruiken ze, dus is er geen controlegroep. Je kunt ze ook niet makkelijk vergelijken met tieners vroeger die deze apps en filters niet hadden.

Een recente studie [open access] onderzocht de opvattingen van Britse kinderen van 10-11 over sociale media. Ze werden ondervraagd in focusgroepen, die het mogelijk maken respondenten opdrachten te laten doen. Eén van die opdrachten ging over filters, andere over het gebruik van emoji en profielen. De resultaten tonen twee redenen voor het gebruik van filters, met een duidelijke genderscheidslijn. Jongens vinden het leuk om grappige filters te gebruiken, met dieren of die uiterlijke kenmerken overdrijven. Het merendeel van de meisjes zag in deze filters een manier om je uiterlijk te verbeteren. Daarbij zagen ze verbanden tussen er goed uit zien en populariteit.

Gevaarlijk of hoopvol
Deze kinderen waren zeer mediawijs over sociale netwerken, hoewel ze te jong waren om officieel op Insta en Snapchat te mogen. Zo waren ze uitgebreid gewaarschuwd voor de gevaren: catfishing (mensen die zich voordoen als iemand anders), pedofielen, stalkers, cyberbullying. Ze hadden ook ideeën over de emotionele risico’s van je bevinden in een omgeving die draait om likes en je van je beste kant te laten moeten zien.

Hoe je deze inzichten interpreteert hangt mede af van je perspectief op kinderen en jongeren. Zie je ze als kwetsbaar, dan kan je de studie zien als bewijs voor zorgelijke effecten op zelfbeeld. Zie je ze als weerbaar, dan stemt het hoopvol dat ze nu al zo mediawijs zijn en goed doorzien dat foto’s geen weergave van de werkelijkheid zijn. Uiteindelijk hangt dit, zoals altijd met media-effecten, af van individuele mediagebruikers. Sommigen zijn kwetsbaarder, anderen het tegenovergestelde. En zoals altijd is de wijze raad: praat met je kinderen – als je die hebt. Hoe gebruiken ze filters? Hoe kijken ze ernaar? Wat vinden ze ervan?

Daarbij kan het geen kwaad ook volwassenen te bevragen. Hoe bewust zijn zij zich van het gebruik van filters, bijvoorbeeld in zoomsessies? Wat doet zo’n laagje virtuele make-up met hun zelfbeeld? Want laten we niet vergeten dat we een lange geschiedenis hebben van het oppoetsen van ons uiterlijk, en ja, die geschiedenis is eveneens gendered. Star

Er komt een Instagram for Kids (en voor Linda Duits is dat slecht nieuws)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Instagram is 13+, wat betekent dat eigenaar Facebook een deel van de jongere demografie mist als gebruiker. Buzzfeed maakte deze maand bekend dat Instagram nu werkt aan een speciale ‘veilige’ variant voor kinderen. Veilig tussen aanhalingstekens, want het is niet voor niets dat jonge kinderen nu niet op deze sociale netwerken mogen.

Voor de makers van Instagram betekent veilig voor kinderen dat de mogelijkheid voor contact tussen kinderen en volwassenen beperkt is. Op deze kinderapp zou het “lastiger” zijn voor volwassenen om kinderen te vinden en te volgen, en zou er een “begrenzing” zitten aan de berichten tussen volwassenen en kinderen die elkaar niet volgen.

De aankondiging is zorgelijk, omdat het Instagram nu al niet lukt veilig te zijn voor de tieners die er wel op mogen. Er is veel kritiek omdat de app te weinig zou doen tegen pesten en kinderlokkers. Deze maand verscheen er daarom een blogpost van Instagram over hun “ongoing efforts keep our youngest community members safe”. Er is geen reden om aan te nemen dat Instagram for Kids dit wel goed zou kunnen.

Los van die evidente zorgen, is er het verdienmodel. Instagram is een app die gebruikers gratis kunnen gebruiken zodat de makers geld kunnen verdienen met hun data. Buzzfeed citeert Priya Kumar die promoveert op de effecten van sociale media op gezinnen:

“From a privacy perspective, you’re just legitimizing children’s interactions being monetized in the same way that all of the adults using these platforms are.”

We hebben in Nederland duidelijke afspraken over reclame gericht op kinderen op televisie en we worstelen nog met het reguleren van sociale netwerken waar jonge gebruikers bedolven worden onder de spon. Die zal er ook op Instagram for Kids zijn, en net als de ‘reguliere’ Instagram zal de app de data van haar gebruikers doorverkopen aan derden.

Daarbovenop komen nog zorgen over de effecten. Bureau Jeugd & Media schrijft over vloggende kleuters:

“We hebben nog geen idee wat het betekent als kinderen vanaf de wieg opgroeien met het idee dat het normaal is om steeds voor iedereen te kijk te staan. We zullen het zien.”

Op alle vlakken slecht nieuws dus.

Waarom mensen nog papieren kranten lezen (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Een probleem met media- en communicatiewetenschap is dat onderzoekers media te belangrijk maken. Als je media centraal stelt in je onderzoeksvraag, ga je een belang van media vinden. Dat was een van de redenen waarom ik in mijn proefschrift etnografisch onderzoek heb gedaan: door heel veel tijd in de klas met meisjes door te brengen, kon ik ook zien hoe onbelangrijk media (soms) voor ze waren [abstract]. Uit een recent onderzoek [abstract] naar het alledaags gebruik van papieren kranten komt eenzelfde desillusionerend beeld: sommige mensen kopen simpelweg krant om er de haard mee te kunnen aanmaken.

Het onderzoeksteam nam 488 semigestructureerde interviews af in Argentinië, Finland, Israël, Japan en de VS. Hun benadering was expliciet om media niet te centreren. Uit de interviews komen drie mechanismen naar voren die de verwevenheid van media in het alledaagse leven laten zien.

1. Toegang
Hoe mensen aan de krant komen verschilt duidelijk per land. In Israël is er een cultuur van gratis, in Japan van dagelijkse abonnementen. Daarnaast worden kranten gelezen in koffietentjes en restaurants, soms heel doelbewust, soms simpelweg omdat er een krant ligt. Gewoonte speelt duidelijk een rol:

“I still receive the New York Times and [the ChicagoTribune paper copies at home so I did a little glance through those. (. . .) I don’t spend as much time reading the paper . . . as I would like to, even though I still can’t imagine not getting a paper in the morning.” – Karen (53), Chicago

2. Sociaal verkeer [Sociality]
Een tweede mechanisme dat het gebruik van papieren kranten stuurt is sociality, wat je hier zou kunnen vertalen als sociaal verkeer of gezelligheid. Het lezen van de krant is vaak een sociale gebeurtenis. Leden van een huishouden geven delen van de krant aan elkaar door, en dan vaak van oud naar jong (ouders naar kinderen) of van man naar vrouw.

I used to live in a commune, and we shared the costs of the subscription back then. We had the national newspaper every day, and it was so lovely to read it with roommates for a long time, share its sections and discuss its articles. But now when I live alone I don’t know why I would subscribe to it. It was such a social thing. It was lovely. I enjoyed it an awful lot and I do miss it sometimes, but I know that if I don’t live with five people it won’t happen. Luna (29), Finland

Voor andere lezers is de papieren krant juist een momentje voor jezelf, bijvoorbeeld ‘s ochtends bij de koffie in een cafeetje. Ook wordt de krant gelezen om verveling te doorbreken in je eentje, als je in de bus zit of op de wc. De weekendkrant nodigt bijzonder uit tot dit mechanisme.

3. Rituelen
Vooral voor de oudere lezers is de papieren krant een geritualiseerde praktijk. Het lezen is een gewoonte geworden, soms zelf een doel op zichzelf. De krant draait dan niet langer om de inhoud, om het geïnformeerd worden, maar om de handeling. Bij het ontbijt naast een croissantje, in de trein en dan op de juiste manier handig vouwen:

Nowadays, few people read the newspaper on the train. But I still read it on the train by folding it like this and this [makes a hand gesture]. Especially, reading a newspaper in a crowded train requires a special skill. You should fold it like this. If the train gets more crowded, I will fold it even smaller. I learned this “technique” because if I read it open like this, you would annoy many people.” Mari (74), Japan.

Mensen vinden het vervelend als dit ritueel wegvalt, als ze hun loopje naar de kiosk niet hebben bijvoorbeeld. Veel respondenten wijzen op het gemak van de papieren krant, de rust en het plezier die het lezen biedt. En tot slot is er nog de waarde van de krant als brandbaar papier:

“I buy one on Sunday, which is big, [and] has a lot of pages to then start up the fire for the barbecue. Or wrap a plant that my wife gifts as a present when someone visits us.” José (70), Argentinië

Implicaties 
Een krant openvouwen betekent hem verweven met het alledaagse leven. De leespraktijken hebben weinig te maken met de inhoud van het nieuws, iets dat voor journalisten vast niet leuk is om te horen. Het is banaal gebruik, dat tegelijkertijd heel betekenisvol is. Deze mechanismen laten zien hoe hardnekkig mediagebruik is, hoe ingesleten het raakt en hoe onveranderlijk. Het verklaart waarom er nog steeds kranten verkocht worden, wat tegelijkertijd een waarschuwing inhoudt: jonge mensen ontwikkelen hun eigen mediarituelen.

Net zoals we een verschuiving zien van realtime televisiekijken naar digitaal, on-demand kijken, veranderen de rituelen van kranten lezen dankzij de komst van digitaal. Jonge mensen geven wellicht elkaar niet de verschillende katernen door, maar delen via hun telefoon of laptop artikelen die ze interessant vinden. Ook digitaal lezen is immers net zozeer een geritualiseerde praktijk (aan het worden).

De ‘tele-alles’-wereld: het nieuwe normaal in 2025 volgens tech-experts (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Pew Internet vroeg een groep van bijna duizend deskundigen op het gebied van technologie, communicatie en sociale verandering naar hun ideeën over het leven in 2025. Hun verwachting is, niet verrassend, dat onze band met technologie nog dieper zal worden. We gaan naar een ‘tele-alles’-wereld, en dat slecht nieuws. We gaan steeds meer steunen op digitale verbindingen voor werk, onderwijs, gezondheidszorg, shoppen en sociale interactie. We zullen ons minder in de (fysieke) publieke ruimte begeven, onder andere omdat we dat digitaal gemakkelijk vinden. Zowel onze beste als slechtste kanten zullen daardoor versterkt worden.

Uit de antwoorden komen zes thema’s naar voren, drie negatief en drie positief:

1. Economische ongelijkheid zal toenemen
Mensen met goede verbindingen en digitale vaardigheden komen verder voor te liggen op mensen die die niet hebben, terwijl technologische veranderingen er ook nog eens voor zorgen dat banen verdwijnen.

2. De macht van big-tech wordt groter
Deze bedrijven buiten hun marktvoordeel uit en kunstmatige intelligentie zal de privacy en autonomie van hun gebruikers verder aantasten.

3. De verspreiding van desinformatie vermenigvuldigt
Gepolariseerde bevolkingen bevechten elkaar in informatie-oorlogen. Veel respondenten noemen als grootste angst de manipulatie van de publieke perceptie: “lies and hate speech deliberately weaponized in order to propagate destructive biases and fears”.

4. Hervormingen op het gebied van raciale en sociale gelijkheid gaan van start
Er komt meer steun en daarmee meer beleidsaandacht voor kritiek op ongelijkheden en het kapitalisme.

5. De kwaliteit van leven zal verbeteren
Dankzij meer flexibele manieren van werken wordt het leven voor veel families fijner.

6. Slimmere, veiligere en productievere levens worden mogelijk
Virtual en augmented reality bieden ‘smart systems’ op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs en gedeeld wonen.

De antwoorden geven in inkijkje in hoe deze experts denken over trends, en gezien hun achtergrond is het logisch dat ze de nadruk leggen op technologie. Het betreft een kwalitatief onderzoek en de antwoorden zijn fijn om doorheen te scrollen. Het gaat om “ondenkbare schaal” en “exponentiele processen”, er worden zaken voorzien als een “Internet of Medical Things” en “hologram avatars”, “personalized schooling menus” en “tele-justice”. Wat citaten:

“Privacy was always a luxury in the past – only the rich enjoyed it. Then it spread to a large fraction of the population in the West. Now it is receding again, in a way that mirrors the rise in inequality and the inevitable fall in civil liberties. The poor never have privacy.” Marcel Fafchamps, hoogleraar economie Stanford University

 

“There will be those who got sick and never fully recovered. There will be those who lost their jobs and precarity turned to poverty fast. But there will also be mothers whose careers took a left turn after multiple years of trying to be a stay-at-home parent plus a teacher while working at home. There will be so many people who will be facing tremendous post-traumatic stress disorder as they struggle to make sense of the domestic violence they experienced during the pandemic, the loss of family and friends and the tremendous amount of uncertainty that surrounded every decision.” danah boyd, onderzoeker bij Microsoft

 

“Climate change, invasive corporatized technologies and increasing economic precarity will all combine to give rise to a far more paranoid society in 2025 than we had at the start of 2020. In some ways, widespread fear and anxiety will have positive results, as people will be more environmentally conscious than ever before and will engage en masse in efforts to regulate corporate resource extraction and pollution, and will show a collective willingness to adopt less environmentally harmful lifestyles.” Abigail De Kosnik, Universitair Hoofddocent Nieuwe Media, University of California Berkeley

Vergiftig je data en onttrek je aan surveillance van Big Tech (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Elke dag laten we een spoor van data achter: door in te checken met je OV-chipkaart, door een product van Google te gebruiken, door in de supermarkt te winkelen met een zelfscanapparaat. Data worden gebruikt voor surveillance en ‘gevoerd’ aan algoritmes. Het is bijna onmogelijk om je hieraan te onttrekken. Een effectievere manier dan dat te proberen is het systeem te ontregelen. Technology Review van MIT schreef over onderzoek waarin drie mogelijke manieren worden genoemd om dit te doen, zodat we samen ervoor zorgen dat de grote techbedrijven hun beleid veranderen.

Data-stakingen
Zoals je het werk kunt neerleggen, kun je ook stoppen met het produceren van het dataspoor. Dat kan door privacytools te installeren (kijk eens bij de tips van Bits of Freedom), of door simpelweg van een platform af te gaan.

Geef je data bewust aan een concurrent
Als je Facebook evil vindt, ga dan weg van Instagram en plaats je foto’s bij de concurrent. Verlaat WhatsApp en schakel over op Signal. Dat laatste gebeurde afgelopen januari, en de massale uittocht zorgde er volgens Technology Review voor dat Facebook wijzigingen in het privacybeleid uitstelde.

Data vergiftigen
Ik weet nog hoe we vroeger onderling steeds bonuskaarten uitwisselden om Albert Heijn op het verkeerde been te zetten (en misschien is dat wel de reden waarom de bonuskaart nu zo gepersonaliseerd is). Het vergiftigen van een algoritme betekent dat je bewust betekenisloze of zelfs schadelijke data achterlaat. Dat kan bijvoorbeeld door een browser-extensie te gebruiken die voor jou op iedere advertentie klikt die Google je voorschotelt.

Net zoals bij een staking hebben zulke acties alleen maar zin als er veel mensen meedoen. Daarvoor heb je leiders en voortrekkers nodig. In 2018 riep Zondag met Lubach kijkers op hun Facebook-account op te zeggen. Dat werkte, volgens marktonderzoekbureau Newcom verloor Facebook dat jaar 240.000 Nederlandse gebruikers.

Het onderzoek [open toegang] waarmee Technology Review zich informeert ziet ook een rol voor onderzoekers en beleidsmakers. Onderzoekers kunnen bijvoorbeeld modelleren hoeveel mensen er nodig zijn om een bepaalde actie te laten slagen. Beleidsmakers kunnen acties ondersteunen met sterke privacywetgeving. Uiteindelijk is het belangrijk om te houden dat het jouw data zijn.

5 oorzaken van zoom-vermoeidheid, met 4 oplossingen (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl. Ik post deze ook omdat dit gisteren uit Waddist bleek:

Afbeelding

‘Zoomen’ is verschrikkelijk vermoeiend, of je dat nou met software doet die Zoom, Teams of Jitsi heet. Hoogleraar psychologie Jeremy Bailenson van Stanford ziet daarvoor vier mogelijke oorzaken, die hij overigens nog niet empirisch getoetst heeft. Hij heeft er wel oplossingen bij.

1. Oogcontact is intens
Toehoorders in Zoom staren naar je. Hun ogen zijn constant op het scherm gericht. In een normale vergadering kijken mensen steeds naar verschillende punten. Aangestaard worden is niet prettig. Bovendien zijn de hoofden volgens Bailenson relatief groot en te dichtbij je.

Oplossing:
Maximaliseer de app niet in je scherm maar kies voor een kleiner venster. Gebruik een extern toetsenbord zodat er meer ruimte is tussen jou en je scherm, en dus tussen jou en de mensen in het scherm.

2. Voortdurend jezelf zien is vermoeiend
In de normale wereld zie je jezelf niet de hele tijd in de spiegel, maar in Zoom wel. We zijn kritisch op onszelf en het is belastend om dat de hele tijd te zijn. Voortdurend in de spiegel staren is ook niet bevorderlijk voor je zelfbeeld.

Oplossing:
Sommige applicaties hebben de mogelijkheid tot ‘hide self”. (Ik ontdekte dit zelf pas recentelijk, vooral in kleine groepen geeft dit echt veel rust.)

3. We zitten stil
Normaal als je spreekt beweeg je. Docenten staan bijvoorbeeld als ze doceren, en gebruiken hun handen. Veel mensen lopen terwijl ze bellen. Tijdens zoomen is je beweging onnatuurlijk beperkt.

Oplossing:
Opnieuw: breng ruimte aan tussen je scherm en jezelf, bijvoorbeeld door een extern toetsenbord. Niet in het lijstje van Bailenson maar wel gezien: verhoog je monitor zodat je ‘gewoon’ kunt staan als docent.

4. De cognitieve last is zwaarder
Via een scherm moeten we veel meer moeite doen om non-verbale signalen en aanwijzingen te versturen én te verwerken. Zelf schreef ik in een column dat lesgeven voor de webcam is als acteren in een stomme film: alles moet overdrevener. Dat kost cognitieve kracht.

Oplossing:
Zet als toehoorder je video uit, en liefst ook je scherm, en ga even ‘audio-only’. Sowieso zijn veel pauzes belangrijk.

Aan het rijtje wil ik nog een vijfde oorzaak van vermoeidheid toevoegen:

5. Je krijgt geen energie terug
Als ik lesgeef of voor een groep spreek, geef ik energie, maar ik die krijg grotendeels terug van de groep: omdat je ze hoort lachen om je grapjes, omdat een boodschap aankomt, omdat ze vragen stellen of op andere manieren reageren op wat je zegt. Op het scherm kijk ik soms in de afgrond: alleen maar zwarte vakjes. Als camera’s wel aanstaan, zijn het vaak bewegingsloze hoofden, die aandachtig maar vermoeid naar hun scherm en dus naar mij zitten te staren – zie punt 1.

Oplossing? 
Je kunt toehoorders vragen levendig te doen, maar dat is niet echt een optie. Bovendien belast je hen dan weer bovengemiddeld. Ik vrees dat er geen oplossing is anders dan weer fysiek meeten. Als je als lezer wel wat weet: laat het horen!

UPDATE: Via Twitter kwam de evidente oplossing: minder zoomen! Wat specifieker: heb gewoon meer telefonisch contact. Want waarom zou je elkaar (en jezelf) moeten zien bij een gewoon overleg, zonder scherm delen? En als de camera dan toch aan ’moet’, gebruik dan de optie om je beeld te spiegelen, zodat je er in ieder geval uitziet zoals je zelf van de spiegel gewend bent.

Single jongeren kiezen voor coronaseksbuddy’s tijdens lockdowns (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Kenniscentrum Rutgers en Soa Aids Nederland doen onderzoek naar de seksuele gedragingen van jongeren. Dat deden ze tijdens de eerste lockdown, en vandaag zijn de resultaten gepubliceerd [samenvattingeindrapport] van hun onderzoek naar de tweede lockdown. Het gaat om de periode 11 december 2020 – 4 januari 2021, toen het voortgezet onderwijs opnieuw dicht was. Universiteiten geven al sinds de eerste lockdown hun onderwijs vrijwel volledig online. Er zijn ook vragen gesteld over de zomer, wat natuurlijk een periode van versoepeling was. De onderzoeken delen de jongeren in twee groepen in: 16-20 jaar (4.091 respondenten) en 21-25 jaar (n=1091). De steekproef is niet representatief.

Alarmerend is dat het mentaal niet goed gaat met jongeren. Twee derde voelt zich wel eens somber. De mentale gezondheid is blijvend verslechterd, staat in het rapport. Dit werd in de zomer niet beter en er zijn weinig verschillen tussen jongeren met en zonder partner.

Seks
De lockdowns hebben een effect op de frequentie van seks. Jongeren met een relatie hadden tijdens de eerste en tweede lockdown meer seks dan in de periode daarvoor en in de zomer. Voor singles ligt dit precies andersom. De daling tijdens de tweede lockdown was minder sterk (40 procent van de singles had seks tijdens de eerste lockdown, 52 procent tijdens de tweede). De zomer was een periode van plezier: 69 procent van de singles had toen seks, het niveau van voor de coronacrisis.

Als singles seks hebben tijdens de lockdown, is dat meestal met een coronabuddy (“seksmaatje”): 58 procent deed dat tijdens de eerste lockdown, 60 procent tijdens de tweede lockdown. Voor corona had 28 procent zo’n scharrel, tijdens de zomer 33. Dat is dus een duidelijke trend. Twintig procent van de singles had een onenightstand als laatste sekspartner. Daarnaast is er een groep die aanvankelijk een vaste partner had, maar op moment van ondervragen weer single was. Dat was 47 procent voor corona, en 20 procent tijdens de tweede lockdown. Dat zou kunnen betekenen dat er minder relaties verbroken worden.

Dating, porno en sexting
Er wordt aanzienlijk minder gedatet: tijdens de tweede lockdown had 21 procent van de jongeren een eerste date, voor corona was dit 51 procent. Er zijn dan ook veel minder mogelijkheden om iemand te ontmoeten. Scholen en universiteiten zijn dicht. Datingapps hebben nu de plek ingenomen van feestjes en uitgaan als het gaat om ontmoetingswijze: voor corona stonden die laatste op plek drie met 33 procent van de ontmoetingen, nu staan datingapps op 3 met 26 procent. Toch is het gebruik van die apps niet toegenomen. Dat komt door de mensen met een relatie: zij zijn dat minder gaan doen, onder singles is het gelijk gebleven.

Er treed geen substitutie-effect op. In de groep 21-25 jaar heeft 36 procent tenminste één keer zelf aan sexting gedaan, dit is afgenomen tijdens de tweede lockdown. Dat verschil zit vooral bij de jongeren met een relatie – misschien omdat zij vaker fysiek bij elkaar zijn. Ook singles sexten iets minder tijdens de tweede lockdown. Er zijn nauwelijks verschillen in de masturbatiefrequentie tussen de zomer en de tweede lockdown. Er wordt een heel klein beetje meer porno gekeken, zowel door singles als jongeren met een relatie.

Informatie zoeken, soa’s en abortus
Ongeveer een vijfde van de jongeren had behoefte aan informatie over seks en corona, van deze groep kon zo’n 15 procent die info niet vinden. Dit was iets beter tijdens de tweede lockdown, maar is voor Rutgers wel een aandachtspunt. Ook zorgelijk is het relatief aantal hoge jongeren dat te maken had met seksueel geweld.

Corona belemmert de toegang tot soa-zorg, omdat jongeren bijvoorbeeld banger zijn dat hun ouders erachter komen dat ze zich hebben laten testen op een soa, of omdat ze de zorg niet willen belasten. Dit daalde tijdens de tweede lockdown. Toegang tot anticonceptie gaat redelijk: vier procent van de 16-20 jarigen en acht procent van de 21-25 is hiervoor niet naar huisarts, GGD of ziekenhuis gegaan. Vijftien op de duizend meisjes zijn tijdens de tweede lockdown ongepland zwanger geweest, degenen die een abortus wilden konden allemaal direct bij een kliniek terecht.

Implicaties
Deze cijfers zijn inzichtelijk, vooral ook omdat er duidelijk periodes vergeleken kunnen worden. Toch vertellen ze niet alles: de respondenten zijn geworven via sociale media en de steekproef was niet representatief. Er zaten bijvoorbeeld meer LHBTQIA+ jongeren bij. Bovendien zijn het cijfers en die zeggen niets over hoe jongeren dit beleven. Er staat daarom aanvullend kwalitatief onderzoek gepland.

Op de website van Rutgers geeft hoofdonderzoeker Hanneke de Graaf duiding:

“De beperking van sociale contacten van jongeren legt ook hun liefdesleven stil. Jongeren hebben daarom minder mogelijkheden om te experimenteren met en te genieten van seks, terwijl dat op deze leeftijd cruciaal is. Dit is extra zorgelijk, omdat dit nu al zo lang duurt. Tegelijkertijd zien we dat het welbevinden van jongeren afneemt, wat wellicht ook te maken heeft met het gemis aan liefde en seks.”

Een negatieve populistische toon van politici zorgt voor meer engagement op sociale media (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Het succes van Trump wordt vaak deels toegeschreven aan zijn gebruik van Twitter. Ook Wilders wordt geroemd vanwege de manier waarop hij het platform inzet om zijn boodschap te verkondigen. Op sociale media kun je direct met je volgers communiceren, wat ze bijzonder geschikt zou maken voor populisten. Zij worden dan ook veel geretweet en krijgen veel reacties. In een recente studie [open access] is onderzocht welke elementen van online populisme zorgen voor engagement.

Methode
De onderzoekers voerden een inhoudsanalyse uit van dertien politici die kandidaat waren voor de parlementsverkiezingen in Nederland en Oostenrijk in 2017. Het ging om een steekproef van posts van zowel de Facebook- als Twitterprofielen gedurende tien weken rond de verkiezingen, van 1 februari tot 13 april. In totaal werden 1010 posts/tweets gecodeerd. Er werd gekeken naar emoties, toon en verwijzingen naar personen. Daarnaast gebruikten de onderzoekers een index van populistische ideeën.

De Nederlandse politici waren Rutte (VVD), Wilders (PVV), Van Haersma Buma (CDA), Pechtold (D66),  Klaver (GroenLinks), Roemer (SP) en Asscher (PvdA). Daarvan werden Wilders en Roemer beschouwd als populisten. Voor Oostenrijk waren dat Strache (FPÖ) op rechts, en Pilz (Liste Pilz) op links.

Negatieve stijl in Nederland
De resultaten laten zien dat populistische inhoud niet leidt tot meer engagement. Een negatieve toon zorgt wel voor meer aandacht. Het gebruik van emoties doet er ook toe: emotioneel negatieve berichten worden meer gedeeld, emotioneel positieve berichten krijgen minder reacties. Verwijzingen naar de eerste persoon, dus naar ‘wij’ en ‘ons’, waarmee een politicus zich dichtbij het volk plaatst, trekken ook meer reacties.

Die negatieve stijl zie je meer terug in Nederland dan in Oostenrijk en in Nederland zorgt een negatieve stijl ook voor meer engagement dan in Oostenrijk. Verwijzingen naar personen werken bij ons beter dan daar, in de zin dat ze meer comments opleveren. In Oostenrijk is er meer inhoudelijk populisme, en populistische boodschappen zorgen daar ook voor meer reacties en shares.

Populistische politici doen het beter op sociale media, maar dit geldt alleen voor de rechtse. Dat komt ook doordat Wilders en Strache meer gevestigd zijn op deze platforms, dus meer volgers hebben. Overigens was er meer engagement op Facebook dan op Twitter. De onderzoekers stellen dat Facebook meer aansluit bij ‘de gewone mens’.

Implicaties
Het hoge engagement op sociale media dat populistische politici weten te behalen is wellicht een verklaring voor hun electoraal succes, maar de onderzoekers zijn voorzichtig met het verband tussen engagement en kiesgedrag. Zij laten zich niet uit over de aard van de platforms en dat succes. Twitter en Facebook, maar ook bijvoorbeeld YouTube, willen graag zoveel mogelijk engagement. We weten inmiddels goed dat zulke websites gedijen op ruzie, drama en kritiek (zie deze column over ‘giftig’ feminisme online). Dat levert negatief ingestoken rechtse politici dus een inherent voordeel op.

Nieuw sociaal netwerk Clubhouse: live podcasten (gastblog Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl. Overgenomen met permissie. Btw, heb zelf ook al toegang tot de app en ben er ook nog niet uit of het iets is.

Er is een nieuw sociaal netwerk dat deze week veel buzz genereerde: Clubhouse. De app bestaat al een jaar, maar kreeg eind januari een flinke kapitaalinjectie van $100 miljoen. Er waren op dat moment zo’n twee miljoen gebruikers en de waarde werd geschat op 1 miljard dollar. Vooralsnog is de app alleen beschikbaar voor de iPhone.

Het idee: gebruikers komen samen in kamers waar ze gesprekken kunnen voeren. Een deel heeft sprekersrechten, de rest luistert mee. Het is wellicht het beste te beschrijven als live podcasten. Zo luisterde ik naar wat ik een panelgesprek zou noemen met crew & cast van de serie Mocro Maffia. Je kunt de gesprekken niet opnemen en als de sessie afgelopen is, is het weg.

De app is vooralsnog invite-only, wat het een exclusief karakter geeft en wat bijdraagt aan de buzz. Het is echt een sociaal netwerk, in de zin dat je van andere gebruikers kunt zien wie zij volgen en door wie ze gevolgd worden. Je krijgt op basis van wie je volgt suggesties voor lopende en aankomende kamers, en je kunt je interesses aangeven (‘LGBTQ’, ‘podcasts’, ‘math’) of je aansluiten bij een themaclub.

Zoals altijd heerst er een beetje een hype. Omdat er nog maar weinig gebruikers zijn, kan je heel dichtbij de celebs komen die al lid zijn. En net als bij andere gehypete netwerken schijnt niemand te weten wat ze nu precies met de app aan moeten. “Het is een soort van continu voorstelrondje” zei een vriend. Dat is natuurlijk wat er gebeurt als je in een kamer zit met vreemden.

Live podcasten klinkt als interessant, maar ik heb er ook twijfels bij. Want is live podcasten niet gewoon radio? Het kenmerkende aan podcasts is dat je ze kunt luisteren wanneer jij wilt. Clubhouse is live only. Dat is erg gewaagd in een tijd waarin we alles on-demand doen. Aan de andere kant biedt liveness een niet te versmaden ‘je moet erbij zijn’-urgentie. In de app kun je je vrienden een kamer inroepen waar iets interessants gaande is. Besloten en sociaal dus, zoals een goede club.

Sexting (in) onderwijs, let’s talk about it (Gastblog)

Kreeg deze gastblog ingestuurd, kan niet raden wat de aanleiding is…

Onze studenten PAV kregen vorig academiejaar tijdens een les communicatieve vaardigheden een stelling: “een leerling van 15 jaar komt naar jou met de boodschap dat een naaktfoto van haar door haar ex-lief verspreid werd en dat ze zich doodschaamt. Ze durft niet meer naar school komen. Hoe reageer je?”

De reacties lagen in dezelfde lijn: “ik zou zeggen dat ze dat nooit meer mag doen”, of “ik zou tegen het ex-lief zeggen dat hij zijn excuses moet aanbieden” en “ik zou zeggen dat ze toch wist dat zoiets kon gebeuren”. Ze wezen met de vinger en spraken vooral over schuld en onschuld. Dezelfde reacties die we nu ook zien bij de verspreiding van de naaktfoto’s en – video’s van bekende Vlamingen.

Als lerarenopleiders is het niet alleen onze taak om studenten op te leiden die didactisch onderlegd zijn om inhoudelijke lessen in het secundair onderwijs te geven, we willen hen ook opleiden tot 21e-eeuwse leraren die voor hun leerlingen een vertrouwenspersoon zijn. Samen met meer aandacht voor de transversale doelen, voelden we de nood om bepaalde (filosofische) gesprekken te integreren in de opleiding. Op niveau van onze studenten én op didactisch niveau. Transversale eindtermen die kunnen aansluiten bij deze gesprekken zijn:

1. competenties op het vlak van lichamelijk, geestelijk en emotioneel bewustzijn/gezondheid
4. digitale competentie en mediawijsheid
7. burgerschapscompetenties met inbegrip van competenties inzake samenleven

Na de verspreiding van de naaktfoto’s en -video’s van bekende Vlamingen, merkten we dat het thema actueler is dan ooit en gingen we verder op onderzoek uit. Hoe doe je dat nu best, praten met twintig tieners in je klas over sex(ting)?

1. Sex(ting) is fun. Wat moet jij als leerkracht weten?

“Sexting hoort in dit digitale tijdperk bij de normale seksuele ontwikkeling en bij de normale beleving van seksualiteit. Het is dus helemaal niet fout om met wederzijdse toestemming en zonder dwang pikante beelden van jezelf of sexy tekstberichten naar iemand te sturen” stelt de Vrouwenraad in De Morgen (2020). Zeker in tijden als deze waarin fysiek contact beperktis, of zelfs afgeraden wordt, experimenteren mensen vaker met (seksueel) digitaal contact.
Gesprekken over trouw, ontrouw en seksuele geaardheid zijn belangrijke gesprekken, maar moeten losgekoppeld worden van het discours over sexting. Gordon-Messer e.a.(2013) ontdekten in hun onderzoek bovendien dat er geen relatie is tussen sexting en onveilige seks of seksuele risico’s.

Heel veel mensen doen het dus. Jongeren zijn bovendien erg zoekende naar hun seksuele identiteit. Sexting met wederzijdse toestemming helpt hen onder meer om (www.allesoverseks.be)

  • Gerustgesteld te worden over hun lichaam;
  • Om te polsen of de andere geïnteresseerd is;
  • Om periodes zonder elkaar te overbruggen;
  • Om hun seksuele identiteit te ontdekken.

We mogen dus besluiten dat sexting een onderdeel is van hun leefwereld, dus we moeten er in de klas (en in de aula) mee aan de slag. Praat daarom eerlijk en open met je leerlingen over sexting, en geef hen vooral het gevoel dat het helemaal ok is om te experimenteren. Ook BV’s zijn mensen die experimenteren met seksualiteit en seksuele identiteit.

2. Wat kan jij als leerkracht doen?

Jongeren zijn zich goed bewust van de risico’s die verbonden zijn aan sexting. De meerderheid zegt bijvoorbeeld onherkenbaar op een foto te staan. Ook gebeurt sexting altijd in vertrouwen, bijvoorbeeld naar hun lief of worden er op voorhand afspraken gemaakt (Apestaartjaren, 2020). Daar kan toch niemand iets op tegen hebben?
Laten we in onze lessen dus geen belerend lesje “5 tips om veilig te sexten” inplannen.

Sexting is fun, experimenteren met pikante foto’s en berichtjes hoort erbij, maar waar loopt het dan mis? De meerderheid van de jongeren die met sexting in aanraking kwam, maakte niet zelf een foto maar kreeg er via anderen een toegestuurd. Toch is sexting enkel ok als het in wederzijds vertrouwen gebeurt. Waarom wordt het vertrouwen soms geschonden? Het blijkt dat jongeren zelden anderen willen kwetsen, maar het doorsturen van naaktfoto’s zorgt voor meer populariteit of een pikante roddel (Apestaartjaren, 2020). Het puberende brein hecht veel waarde aan aanzien van peers en beloning op korte termijn.

Een gesprek over vertrouwen, empathie, zich verplaatsen in een ander, enzovoort kan hierover doen nadenken. We geven enkele voorbeelden:

Wat betekent vertrouwen voor jou?
Wie vertrouw je het meest?
Hoe zou je je voelen als dat vertrouwen geschonden wordt?
Hoe betrouwbaar ben je zelf?

De anatomie van vertrouwen van Brené Brown (2018), is een zeer waardevol en toegankelijk referentiekader bij dit gesprek. Je kan ook met casussen werken waarover je filosofeert of waarbij je wetenschappelijke bronnen benoemt.

Vb.: Je lief kust met iemand anders. Je instinctief gevoel zegt: “Ik neem wraak door een sexy foto van haar of hem te verspreiden.”

Carlsmith e.a (2008) concludeerden na een grootschalig onderzoek dat mensen foutief geloven dat wraak nemen een goed gevoel geeft, terwijl ze in werkelijkheid lang blijven nadenken over hun daden en zich uiteindelijk slechter voelen dan mensen die niet de kans krijgen om wraak te nemen.

Door gesprekken te voeren waarin je refereert naar wetenschappelijk onderzoek, zien jongeren ook dat je je gedachten aftoetst aan betrouwbare bronnen.

Daarnaast mag ook benoemd worden dat het verspreiden van privéberichten wettelijk strafbaar is. Naast een inbreuk op de strafwet, vormt het verspreiden van een sext ook een schending van de privacyregelgeving en het recht op afbeelding van de afgebeelde persoon. (www.ikbeslis.be, www.sexting.be). In de huidige mediastorm werd opnieuw duidelijk dat ook volwassenen dit nog niet altijd inzien.

3. Trek het gesprek verder open

Zoals het een (PAV-)leerkracht betaamt, heb je deze week misschien een actua-opdracht over sexting gepland. Leerlingen kunnen informatie opzoeken, reportages herbekijken of – beluisteren, via een stellingenspel in debat gaan, via een rollenspel zich proberen verplaatsen in de rol van de andere, oefenen op grenzen aangeven, enzovoort. De leerplannen bieden veel ruimte om met dit thema aan de slag te gaan. Aangezien jongeren steeds vroeger een smartphone bezitten lijken deze gesprekken ons vanaf het 1e middelbaar relevant.

Het belangrijkst is dat je als leerkracht een veilige omgeving creëert zodat leerlingen durven praten. Misschien is dat op dit moment in het begin van het schooljaar nog niet evident, dan kunnen digitale tools een uitweg bieden. Laat leerlingen anoniem hun mening posten op een Padlet of een stelling beoordelen via Mentimeter en ga dan in gesprek. Zo heb je meteen zicht op wat er leeft in de klas. Vind je het niet evident om (met je superdiverse klasgroep) hierover in gesprek te gaan? Pimento heeft enkele tips:

  • Ken jezelf, blijf jezelf, vermijd vooroordelen
  • Wees nieuwsgierig
  • Lees de groep
  • Let op je lichaamstaal
  • Zoek samen naar gelijkenissen

Vergeet niet om te vertrekken vanuit voorbeelden die aansluiten bij de leefwereld van jouw leerlingen. Jongeren kunnen zich (nog) niet altijd verplaatsen in het perspectief van een ander. Met de vraag “wie heeft vorige week de foto’s van de BV’s gezien?” maak je het erg concreet. Benadruk dat het gesprek niet gaat over schuld of schaamte maar een open dialoog is om te leren van elkaar.

Raak je er als leerkracht zelf niet uit? Op www.sextingopschool.mediawijs.be krijg je een overzicht van organisaties die vormingen rond sexting en seksualiteit voorzien. En op www.sexting.be vind je een verzameling van verschillende materialen en bronnen, waaronder ook materiaal om een sextingbeleid uit te werken. Tot slot geeft www.sensoa.be nog tips rond lesgeven over sexting.

Actualiteit of een vraag van je leerlingen kunnen een aanzet zijn om het gesprek over sexting aan te gaan. Maar ook in thema “Drugs”, “Rechten en plichten”, “Sociale Media”, “Mijn lichaam” en “Relaties”, kan een gesprek over experimenteren, (on)trouw, schaamte, privacy, schuld en andere, toch wel complexe onderwerpen, een plaats krijgen.
Wij gaan alvast aan de slag in onze lessen, jij ook?

Eva Faes en Nele De Witte

Eva Faes is lerarenopleider aan de AP-hogeschool te Antwerpen en NT2-leerkracht. Ze is onder andere gebeten door tweedetaalverwerving, meertaligheid, diversiteit en actief burgerschap.
Nele De Witte is lerarenopleider aan de AP-hogeschool te Antwerpen en PAV-leerkracht. Haar interesse gaat uit naar bso-onderwijs, teamteaching en gelijke onderwijskansen.

Bronnen:

  • Allesoverseks.be (2020) [website].
  • Apestaartjaren (2020). Jongeren en digitale media. Geraadpleegd op 13 september 2020 via www.apestaartjaren.be
  • Brown, Brené (2018). Braving, The seven elements of trust. Geraadpleegd op 13 september 2020 van www.daretolead.brenebrown.com.
  • Carlsmith, K. M., Wilson, T. D., & Gilbert, D. T. (2008). The paradoxical consequences of revenge. Journal of personality and social psychology, 95(6), 1316.
  • DBA (2020, 11 september). Vrouwenraad: ‘Sexting is oke, stop victim blaming’. De Morgen. Geraadpleegd op 13 september 2020 van http://www.demorgen.be
  • Gelekte naaktfoto’s, eigen schuld, dikke bult? (2020). Geraadpleegd op 13 september 2020 via https://www.pimento.be/gelekte-naaktfotos-eigen-schuld-dikke-bult/
  • Gordon-Messer, D., Bauermeister, J. A., Grodzinski, A., & Zimmerman, M. (2013). Sexting among young adults. Journal of adolescent health, 52(3), 301-306.
  • Jaffe, E. (2011). The complicated psychology of revenge. APS Observer, 24(8).
  • Sexting?! Wat is dat? http://www.sexting.be (2017) [website].
  • Transversale eindtermen secundair onderwijs (2019). Geraadpleegd op 12 september 2020 van http://www.onderwijsdoelen.be