Sexting (in) onderwijs, let’s talk about it (Gastblog)

Kreeg deze gastblog ingestuurd, kan niet raden wat de aanleiding is…

Onze studenten PAV kregen vorig academiejaar tijdens een les communicatieve vaardigheden een stelling: “een leerling van 15 jaar komt naar jou met de boodschap dat een naaktfoto van haar door haar ex-lief verspreid werd en dat ze zich doodschaamt. Ze durft niet meer naar school komen. Hoe reageer je?”

De reacties lagen in dezelfde lijn: “ik zou zeggen dat ze dat nooit meer mag doen”, of “ik zou tegen het ex-lief zeggen dat hij zijn excuses moet aanbieden” en “ik zou zeggen dat ze toch wist dat zoiets kon gebeuren”. Ze wezen met de vinger en spraken vooral over schuld en onschuld. Dezelfde reacties die we nu ook zien bij de verspreiding van de naaktfoto’s en – video’s van bekende Vlamingen.

Als lerarenopleiders is het niet alleen onze taak om studenten op te leiden die didactisch onderlegd zijn om inhoudelijke lessen in het secundair onderwijs te geven, we willen hen ook opleiden tot 21e-eeuwse leraren die voor hun leerlingen een vertrouwenspersoon zijn. Samen met meer aandacht voor de transversale doelen, voelden we de nood om bepaalde (filosofische) gesprekken te integreren in de opleiding. Op niveau van onze studenten én op didactisch niveau. Transversale eindtermen die kunnen aansluiten bij deze gesprekken zijn:

1. competenties op het vlak van lichamelijk, geestelijk en emotioneel bewustzijn/gezondheid
4. digitale competentie en mediawijsheid
7. burgerschapscompetenties met inbegrip van competenties inzake samenleven

Na de verspreiding van de naaktfoto’s en -video’s van bekende Vlamingen, merkten we dat het thema actueler is dan ooit en gingen we verder op onderzoek uit. Hoe doe je dat nu best, praten met twintig tieners in je klas over sex(ting)?

1. Sex(ting) is fun. Wat moet jij als leerkracht weten?

“Sexting hoort in dit digitale tijdperk bij de normale seksuele ontwikkeling en bij de normale beleving van seksualiteit. Het is dus helemaal niet fout om met wederzijdse toestemming en zonder dwang pikante beelden van jezelf of sexy tekstberichten naar iemand te sturen” stelt de Vrouwenraad in De Morgen (2020). Zeker in tijden als deze waarin fysiek contact beperktis, of zelfs afgeraden wordt, experimenteren mensen vaker met (seksueel) digitaal contact.
Gesprekken over trouw, ontrouw en seksuele geaardheid zijn belangrijke gesprekken, maar moeten losgekoppeld worden van het discours over sexting. Gordon-Messer e.a.(2013) ontdekten in hun onderzoek bovendien dat er geen relatie is tussen sexting en onveilige seks of seksuele risico’s.

Heel veel mensen doen het dus. Jongeren zijn bovendien erg zoekende naar hun seksuele identiteit. Sexting met wederzijdse toestemming helpt hen onder meer om (www.allesoverseks.be)

  • Gerustgesteld te worden over hun lichaam;
  • Om te polsen of de andere geïnteresseerd is;
  • Om periodes zonder elkaar te overbruggen;
  • Om hun seksuele identiteit te ontdekken.

We mogen dus besluiten dat sexting een onderdeel is van hun leefwereld, dus we moeten er in de klas (en in de aula) mee aan de slag. Praat daarom eerlijk en open met je leerlingen over sexting, en geef hen vooral het gevoel dat het helemaal ok is om te experimenteren. Ook BV’s zijn mensen die experimenteren met seksualiteit en seksuele identiteit.

2. Wat kan jij als leerkracht doen?

Jongeren zijn zich goed bewust van de risico’s die verbonden zijn aan sexting. De meerderheid zegt bijvoorbeeld onherkenbaar op een foto te staan. Ook gebeurt sexting altijd in vertrouwen, bijvoorbeeld naar hun lief of worden er op voorhand afspraken gemaakt (Apestaartjaren, 2020). Daar kan toch niemand iets op tegen hebben?
Laten we in onze lessen dus geen belerend lesje “5 tips om veilig te sexten” inplannen.

Sexting is fun, experimenteren met pikante foto’s en berichtjes hoort erbij, maar waar loopt het dan mis? De meerderheid van de jongeren die met sexting in aanraking kwam, maakte niet zelf een foto maar kreeg er via anderen een toegestuurd. Toch is sexting enkel ok als het in wederzijds vertrouwen gebeurt. Waarom wordt het vertrouwen soms geschonden? Het blijkt dat jongeren zelden anderen willen kwetsen, maar het doorsturen van naaktfoto’s zorgt voor meer populariteit of een pikante roddel (Apestaartjaren, 2020). Het puberende brein hecht veel waarde aan aanzien van peers en beloning op korte termijn.

Een gesprek over vertrouwen, empathie, zich verplaatsen in een ander, enzovoort kan hierover doen nadenken. We geven enkele voorbeelden:

Wat betekent vertrouwen voor jou?
Wie vertrouw je het meest?
Hoe zou je je voelen als dat vertrouwen geschonden wordt?
Hoe betrouwbaar ben je zelf?

De anatomie van vertrouwen van Brené Brown (2018), is een zeer waardevol en toegankelijk referentiekader bij dit gesprek. Je kan ook met casussen werken waarover je filosofeert of waarbij je wetenschappelijke bronnen benoemt.

Vb.: Je lief kust met iemand anders. Je instinctief gevoel zegt: “Ik neem wraak door een sexy foto van haar of hem te verspreiden.”

Carlsmith e.a (2008) concludeerden na een grootschalig onderzoek dat mensen foutief geloven dat wraak nemen een goed gevoel geeft, terwijl ze in werkelijkheid lang blijven nadenken over hun daden en zich uiteindelijk slechter voelen dan mensen die niet de kans krijgen om wraak te nemen.

Door gesprekken te voeren waarin je refereert naar wetenschappelijk onderzoek, zien jongeren ook dat je je gedachten aftoetst aan betrouwbare bronnen.

Daarnaast mag ook benoemd worden dat het verspreiden van privéberichten wettelijk strafbaar is. Naast een inbreuk op de strafwet, vormt het verspreiden van een sext ook een schending van de privacyregelgeving en het recht op afbeelding van de afgebeelde persoon. (www.ikbeslis.be, www.sexting.be). In de huidige mediastorm werd opnieuw duidelijk dat ook volwassenen dit nog niet altijd inzien.

3. Trek het gesprek verder open

Zoals het een (PAV-)leerkracht betaamt, heb je deze week misschien een actua-opdracht over sexting gepland. Leerlingen kunnen informatie opzoeken, reportages herbekijken of – beluisteren, via een stellingenspel in debat gaan, via een rollenspel zich proberen verplaatsen in de rol van de andere, oefenen op grenzen aangeven, enzovoort. De leerplannen bieden veel ruimte om met dit thema aan de slag te gaan. Aangezien jongeren steeds vroeger een smartphone bezitten lijken deze gesprekken ons vanaf het 1e middelbaar relevant.

Het belangrijkst is dat je als leerkracht een veilige omgeving creëert zodat leerlingen durven praten. Misschien is dat op dit moment in het begin van het schooljaar nog niet evident, dan kunnen digitale tools een uitweg bieden. Laat leerlingen anoniem hun mening posten op een Padlet of een stelling beoordelen via Mentimeter en ga dan in gesprek. Zo heb je meteen zicht op wat er leeft in de klas. Vind je het niet evident om (met je superdiverse klasgroep) hierover in gesprek te gaan? Pimento heeft enkele tips:

  • Ken jezelf, blijf jezelf, vermijd vooroordelen
  • Wees nieuwsgierig
  • Lees de groep
  • Let op je lichaamstaal
  • Zoek samen naar gelijkenissen

Vergeet niet om te vertrekken vanuit voorbeelden die aansluiten bij de leefwereld van jouw leerlingen. Jongeren kunnen zich (nog) niet altijd verplaatsen in het perspectief van een ander. Met de vraag “wie heeft vorige week de foto’s van de BV’s gezien?” maak je het erg concreet. Benadruk dat het gesprek niet gaat over schuld of schaamte maar een open dialoog is om te leren van elkaar.

Raak je er als leerkracht zelf niet uit? Op www.sextingopschool.mediawijs.be krijg je een overzicht van organisaties die vormingen rond sexting en seksualiteit voorzien. En op www.sexting.be vind je een verzameling van verschillende materialen en bronnen, waaronder ook materiaal om een sextingbeleid uit te werken. Tot slot geeft www.sensoa.be nog tips rond lesgeven over sexting.

Actualiteit of een vraag van je leerlingen kunnen een aanzet zijn om het gesprek over sexting aan te gaan. Maar ook in thema “Drugs”, “Rechten en plichten”, “Sociale Media”, “Mijn lichaam” en “Relaties”, kan een gesprek over experimenteren, (on)trouw, schaamte, privacy, schuld en andere, toch wel complexe onderwerpen, een plaats krijgen.
Wij gaan alvast aan de slag in onze lessen, jij ook?

Eva Faes en Nele De Witte

Eva Faes is lerarenopleider aan de AP-hogeschool te Antwerpen en NT2-leerkracht. Ze is onder andere gebeten door tweedetaalverwerving, meertaligheid, diversiteit en actief burgerschap.
Nele De Witte is lerarenopleider aan de AP-hogeschool te Antwerpen en PAV-leerkracht. Haar interesse gaat uit naar bso-onderwijs, teamteaching en gelijke onderwijskansen.

Bronnen:

  • Allesoverseks.be (2020) [website].
  • Apestaartjaren (2020). Jongeren en digitale media. Geraadpleegd op 13 september 2020 via www.apestaartjaren.be
  • Brown, Brené (2018). Braving, The seven elements of trust. Geraadpleegd op 13 september 2020 van www.daretolead.brenebrown.com.
  • Carlsmith, K. M., Wilson, T. D., & Gilbert, D. T. (2008). The paradoxical consequences of revenge. Journal of personality and social psychology, 95(6), 1316.
  • DBA (2020, 11 september). Vrouwenraad: ‘Sexting is oke, stop victim blaming’. De Morgen. Geraadpleegd op 13 september 2020 van http://www.demorgen.be
  • Gelekte naaktfoto’s, eigen schuld, dikke bult? (2020). Geraadpleegd op 13 september 2020 via https://www.pimento.be/gelekte-naaktfotos-eigen-schuld-dikke-bult/
  • Gordon-Messer, D., Bauermeister, J. A., Grodzinski, A., & Zimmerman, M. (2013). Sexting among young adults. Journal of adolescent health, 52(3), 301-306.
  • Jaffe, E. (2011). The complicated psychology of revenge. APS Observer, 24(8).
  • Sexting?! Wat is dat? http://www.sexting.be (2017) [website].
  • Transversale eindtermen secundair onderwijs (2019). Geraadpleegd op 12 september 2020 van http://www.onderwijsdoelen.be

Gastblog: Wat is goed digitaal onderwijs?

Kreeg gisteren deze blogpost aangebonden door Mieke Berghmans, Mathias Decuypere & Karmijn van de Oudeweetering, allen verbonden aan de Faculteit Psychologie & Pedagogische Wetenschappen (KU Leuven).

Door de coronacrisis moeten alle leerkrachten hun onderwijs vliegensvlug vanop afstand organiseren. Dat is allesbehalve een vanzelfsprekende uitdaging, hoewel het vaak lijkt alsof ze in een handomdraai aangepakt is. Gelukkig beschikken we over een brede waaier aan tools die dit mogelijk maken. Online leeromgevingen, educatieve apps, interactieve websites, live-streaming platformen …: ze zijn vandaag van onschatbare waarde, en vele leerkrachten maken er intussen dankbaar gebruik van. (Stel je voor dat de coronacrisis in de jaren 90 had plaatsgevonden?!) En hoewel de ene leerkracht er sneller mee weg is dan de andere, blinken de meeste van deze tools uit in ‘ gebruiksvriendelijkheid’. Snel even downloaden, vlug inloggen, en klaar!

In zekere zin zou je kunnen zeggen dat digitale educatieve technologie in sneltreinvaart dé infrastructuur is geworden van onderwijs-in-coronatijden. En zoals dat gaat met infrastructuren: op bepaalde momenten lijken we te vergeten dat ze er zijn, en op andere momenten lijken we ervan uit te gaan dat ze vanzelfsprekend zijn. Desalniettemin maken we er vaak argeloos gebruik van, zonder stil te staan bij wat de infrastructuur met ons doet en wat die infrastructuur ons, op hetzelfde moment, doet doen.

Ondanks maar ook net door de urgentie – de paasvakantie loopt op zijn eind, en ‘pre-teaching’ zal nu gauw zijn intrede doen – lijkt het ons belangrijk om bewust om te gaan met de infrastructuur die we willen gebruiken om online onderwijs mogelijk te maken. Digitale tools brengen immers nieuwe uitdagingen en vragen mee waar we, als we op een verantwoordelijke manier aan onderwijs willen doen, niet aan voorbij mogen gaan. Hieronder formuleren we 5 vragen om de weg naar goed digitaal onderwijs te ondersteunen.

WAT IS EEN ‘GOEDE LEERLING’ VOLGENS DE TOOL?

Wanneer onderwijs gewoon plaatsvindt op school, worden goede leerlingen meestal beschouwd als leerlingen die tijdig op school aanwezig zijn, die opletten in de les, actief meewerken, hun taken op tijd en netjes maken en, mede hierdoor, goede scores behalen op toetsen. De schooluren, de regels die in de les gehanteerd worden en de (groeps)opdrachten bepalen zo mee wat een ‘goede leerling’ is.

Nu uren, regels en groepen niet meer ter plekke in de school kunnen worden vastgelegd, moeten leerkrachten hun verwachtingen communiceren met leerlingen via digitale technologieën. Daarbij vereist digitaal onderwijs dat leerlingen over de nodige middelen en digitale vaardigheden beschikken om van de technologie gebruik te kunnen maken.  Een belangrijke bekommernis hierbij is dat niet elke leerling – en niet elk gezin – over de nodige digitale vaardigheden beschikt. Daarnaast mogen we ook niet over het hoofd zien dat tools verschillen in wat zij verwachten van een ‘goede leerling’. Voor vele tools is een goede leerling een ‘uitvoerder’: iemand die series van vooraf opgestelde oefeningen netjes doorloopt, het liefst met zo min mogelijk fouten. Voor andere tools is een goede leerling iemand die zelf initiatief neemt, in staat is zelf zijn planning op te maken, oplossingen bedenkt voor complexe problemen, samenwerkt in groepjes, nieuwe materialen ontwikkelt … Elke tool steunt dus impliciet en noodzakelijkerwijs op een idee van wat een goede leerling is. Het is daarom belangrijk om jezelf de vraag te stellen of de tool die jij hanteert in dit (digitale en mogelijks met papier aangevulde) afstandsonderwijs, die idee ondersteunt die je als leerkracht (en als school) zelf ook waardevol acht.

WAT IS EEN ‘GOEDE LEERKRACHT’ VOLGENS DEZE TOOL?

Wanneer onderwijs gewoon doorgaat in de school, worden goede leerkrachten meestal beschouwd als leerkrachten die een klas kunnen boeien en enthousiasmeren, de inhoud van hun vak beheersen, hun lessen bijsturen op basis van de vragen en noden van de klasgroep, en taken en toetsen correct, eerlijk en met de nodige extra toelichting corrigeren. Ook hier speelt de analoge en digitale technologie van de school een belangrijke rol. Lesroosters, het schoolbord (of smartboard), de lesboeken, de tafelopstelling, maar ook het directe contact met de leerlingen: deze staan allemaal toe en zijn er zelfs op gericht dat de leerkracht de leerstof kan overbrengen en het leerproces kan peilen bij de leerlingen.

Nu deze klassieke opstelling waar we allemaal zo vertrouwd mee zijn plots wegvalt, verandert ook de rol van leerkrachten drastisch. Is de goede leerkracht in het digitaal afstandsonderwijs nog iemand die, inderdaad, de leerlingen boeit en enthousiasmeert? Is het nog iemand die ingaat, of in kan gaan, op vragen van leerlingen? De meeste tools lijken een ander beeld van de goede leerkracht te genereren. Ze zijn zo opgesteld dat leerkrachten verworden tot iemand die leuke instructiefilmpjes aanmaakt of selecteert, online toetsen en verbetersleutels aanreikt, scores, learning analytics en leercurves van leerlingen in de gaten houdt … De leerkracht wordt iemand die op een heel andere manier de aandacht, het begrip en het leerproces van leerlingen in het oog houdt. Aangezien deze tools dus de (on)mogelijkheden van de leerkracht mee bepalen, creëren zij wat we verstaan onder een goede digitale leerkracht. Voordat je een bepaalde tool inzet in het afstandsonderwijs is het daarom belangrijk om je af te vragen: welk beeld van een goede leerkracht wordt impliciet verondersteld? En wil ik zo’n leerkracht zijn?

OP WELKE LEERTHEORIE STEUNT (HET GEBRUIK VAN) DE TOOL?

Aan de meeste digitale educatieve tools ligt een bepaalde leertheorie ten grondslag. Voor het grootste deel zijn deze behavioristisch; ze zijn gericht op kennisoverdracht, herhaling, memorisering en het belonen van ‘goede’ antwoorden. Denk maar aan de oefeningen in ‘quizformat’: een serie vragen met goede en foute antwoordmogelijkheden, en de leerlingen moeten volgen totdat ze een voldoende percentage aan juiste antwoorden hebben gegeven. Vervolgens verdienen ze een ‘pluim’ of wordt hun taak ‘afgevinkt’: “Goed gedaan, op naar het volgende niveau!” Maar er zijn ook tools die vanuit een constructivistische leertheorie gebruikt kunnen worden en leerlingen juist stimuleren om over complexe vraagstukken na te denken (denk aan het maken van mindmaps), of samen te werken aan een werkstuk (denk aan een Wiki of een blog). Is goed digitaal onderwijs een soort onderwijs dat heldere instructies verschaft aan leerlingen? Dat leerlingen aanspoort om zelfstandig te werken, of juist in groep? Dat leerlingen nieuwsgierig maakt om zelf informatie op te zoeken, te beoordelen en te verwerken in een schrijfopdracht? Als leerkracht begin jij nu mede digitaal onderwijs te maken en is dit dus een uitgelezen kans om even stil te staan bij welke leertheorieën jij, met en door de tool, in je afstandsonderwijs wilt gebruiken.

HOE BETALEN LEERKRACHTEN, SCHOLEN EN/OF LEERLINGEN VOOR HET GEBRUIK VAN DEZE TOOLS?

Digitale educatieve tools zijn meestal niet ontworpen door wilde weldoeners die het onderwijs onbaatzuchtig een handje willen helpen in deze uitzonderlijke tijden. Meestal zit achter deze tools een uitgekiend businessmodel. In het beste geval is dat model vrij transparant en eenduidig: de school of de gebruiker betaalt dan een bepaald jaarlijks of maandelijks bedrag. In ander gevallen – en de voorbeelden zijn legio – zijn deze modellen een pak obscuurder en probeert men munt te slaan uit de data die leerkrachten en leerlingen genereren. Daar valt op zijn minst eventjes over na te denken. Is het verantwoord dat het onderwijs, als publieke sector, wordt doordrongen van dergelijk soort van modellen? Wil jij, als leerkracht, of willen wij, als samenleving, dat een deel van ons onderwijs uitbesteed wordt aan private bedrijven die winst maken door de data (van leerkrachten, leerlingen en scholen) die door de tool verzameld werden, te verhandelen?

WELKE GEGEVENS WORDEN ER DOOR DE TOOL VERZAMELD? HOE (GOED) WORDEN DEZE GEGEVENS BESCHERMD EN WAT WORDT ER MET DEZE DATA GEDAAN?

Voor je gebruik kan maken van een bepaalde tool, moet je in vele gevallen een aantal persoonlijke gegevens doorgeven. Daarnaast verzamelen applicaties vaak informatie over de locatie en/of over het surfgedrag van hun gebruikers. Hoewel er in de gebruiksvoorwaarden van deze applicaties beschreven staat welke gegevens verzameld worden en hoe deze gebruikt worden, blinken de meeste van deze gebruiksvoorwaarden echter niet uit in leesbaarheid en transparantie. Als je al de tijd neemt om alle kleine lettertjes te lezen, is het vaak nog niet helder hoe goed deze gegevens beschermd worden of voor welke doeleinden deze gegevens verzameld worden (marketing, handel …). Via de “Intentieverklaring Privacy in Digitale Onderwijsmiddelen” geven verschillende onderwijsverstrekkers en aanleveraars van digitale leermiddelen aan dat ze omzichtig om willen springen met deze informatie. Maar wat met zij die deze intentieverklaring niet tekenden? Het zou naïef zijn om te denken dat alle verstrekkers van digitale technologie dezelfde standaarden hanteren rond gegevensbescherming. Denk maar aan rechtszaken rond Facebook en de vragen die recent gesteld worden rond Zoom. Beschermen wij (als leerkrachten, scholen en maatschappij) onze leerlingen, in deze uitzonderlijke tijden van digitale interactie, voldoende tegen malafide hackers, ongewenste marketing, tracking van hun surfgedrag …?

EN WAT BETEKENT GOED DIGITAAL ONDERWIJS VOOR VLAANDEREN?

De bovenstaande vragen zijn gericht tot leerkrachten: zij zijn degenen die in deze crisis snel en doelgericht zullen moeten beslissen en handelen. Maar het is natuurlijk niet ondenkbaar dat deze digitale tools ook na de corona-crisis een rol zullen spelen in het onderwijs (er spelen heel wat belangen mee). Er is daarom ook nood aan ondersteuning vanuit de overheid, en specifiek bij het maken van keuzes rondom het gebruik van digitale tools. Er zou bijvoorbeeld, op Vlaams niveau, gedacht kunnen worden aan een kwaliteitslabel voor educatieve tools, dat een nauwkeurig en snel inzicht geeft in de pedagogische aannames, marktmodellen, en normen en waarden die in elke educatieve tool ingebed zitten. Een dergelijk label zou als keurmerk kunnen fungeren, en daarmee leerkrachten en scholen toelaten gefundeerde en veilige keuzes te maken over wat vanuit pedagogisch oogpunt nu precies ‘downloadbaar’ is, en wat niet. Maar (hoewel dringend nodig) dat label hebben we nog niet. In de tussentijd is het de verantwoordelijkheid van leerkrachten en van scholen om vragen te blijven stellen over de tools die ze gebruiken, en over hoe deze tools leiden naar en mogelijks afleiden van goed digitaal onderwijs.

Zorgen over vernieuwing algoritme YouTube: nog meer isolatie en radicalisering (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Hoe langer je op YouTube zit, hoe meer geld YouTube verdient. Het is daarom van groot belang voor het platform dat je steeds maar nieuwe video’s kijkt. Het aanbevelingsalgoritme speelt daarbij een essentiële rol: volgens YouTube zelf is zeventig procent van wat iemand kijkt aanbevolen dat het algoritme. Reden voor C|Net om deze AI de puppet master te noemen.

Een van de manieren waarmee het algoritme je op de site houdt, is het tonen van steeds heftigere content. Onderzoek laat zien dat dit tot radicalisering kan leiden. Data & Society laat zien dat er een relatie is tussen amplificatie, aanmunting en radicalisering. Anders gezegd: opjutten is een verdienmodel.

YouTube werkt aan vernieuwing van het algoritme, maar ook in de nieuwe versie blijft het doel om gebruikers zo lang mogelijk op de site te houden. Een belangrijke verandering is de rangorde van een video. YouTube wil dat het algoritme een video met een lagere ranking aanbeveelt, omdat programmeurs denken dat dit kijkers beter bedient. Op Technology Review uiten deskundigen hun zorgen:

“On the fringes, this change might […] foster the formation of more isolated communities than we have already seen.”

Deskundigen vinden dat YouTube meer publieksonderzoek moet doen naar impact, maar ja: het is “not in YouTube’s business interest to do that”.

Waarom populaire cultuur het bestuderen waard is (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Henry Jenkins is een belangrijke naam binnen mediastudies. Zijn werk over fans was baanbrekend voor belangrijke hedendaagse concepten als crossmedialiteit en mediaconvergentie. Recent schreef hij een essay [volledige toegang] in het Journal of Media Literacy over populaire cultuur als politiek, en politiek als populaire cultuur. De wisselwerking tussen deze twee gebieden is het fundament van het onderzoek naar populaire cultuur. Zijn stuk verdient dus aandacht op dit blog. Jenkins benadrukt dat kritisch omgaan met mediateksten altijd al de focus is geweest van cultural studies, lang voordat mediawijsheid op de agenda werd gezet.

Cultuur brengt cultuur voort
Populaire cultuur ontstaat uit de wisselwerking tussen ‘het volk’ en commercie (de Engelse betekenissen van ‘popular’ maken dit meer evident dan de Nederlandse):

“Popular culture emerges as we pull resources from mass culture into the realm of our everyday life. Mass culture is culture that is mass produced, mass marketed, mass distributed, and mass consumed; popular culture emerges when these materials enter our life world, when we make them our own as we make meaning through, with, and of commercially produced content, as occurs when I model my professorial identity on a Disney character or base my hopes for the future, at least in part, on Star Trek.”

Jenkins is kritisch op de hedendaagse afkeer van ‘cultural appropriation’, het zich toe-eigenen van elementen van een cultuur, bijvoorbeeld het gebruik van Afrikaanse prints in een modeshow van een bekende ontwerper. Hij verwoordt veel beter mijn eigen bedenkingen bij de term:

“Star Wars inspires shadow puppet performances in Indonesia and Malaysia, sand sculptures along the Rio beaches, nesting dolls in Moscow, piñatas in Mexico, and street art in the Middle East, to cite just a few examples. In most cases, these reproductions — and reimaginings — of Hollywood iconography are unauthorized and sold on the black market, suggesting the ways that “the street” profits from American cultural imperialism. The word appropriation has gotten a bad name in contemporary discourse because of anger regarding a history of white exploitation (but also marginalization, trivialization, and exotification) of cultural expressions by people of color, but these examples of transnational artists and entrepreneurs remixing Hollywood content also represent bottom-up forms of appropriation. Indeed, cultural studies suggests that all culture emerges from appropriation and remixing, as we build upon local resources, as culture begets culture. Certainly, we need to be conscious of the power-relations shaping who appropriates what from whom, but the idea that we remake existing cultural materials as a means of expressing our identities should not in and of itself be viewed as negative.”

Dit is een sterk punt: cultuur is niet statisch en als we – zoals gebruikelijk is binnen cultural studies – kijken naar verschillende praktijken zien we hoe toe-eigening ook bottom-up werkt. Cultuur brengt cultuur voort.

Zulke toe-eigeningen en remixen laten zien hoe media gebruikt worden om de kloof te dichten tussen alledaagse praktijken en de narratieve die corporate media ons verkopen.

Politiek in cultuur
Jenkins wijst erop hoe populaire cultuur ons denken over politiek en politieke instituties helpt vormgeven. Zijn onderzoeksteam bevroeg jonge Amerikaanse activisten die dit benadrukten:

“Again and again, they told us that they felt the language of American politics was busted and the inherited narratives did not work for this generation. On the one hand, they felt that policy wonkish language did not offer points of entry for first time participants in the electoral process, offering no real explanations for core references or background on ongoing debates. … Many were turning  towards popular entertainment franchises, such as Harry Potter, Hunger Games, Star Wars, and the Marvel Cinematic Universe, for stories that spoke in powerful ways to their generation. For them, superheroes and wizards offered them a language to discuss power and responsibility much as classical mythology or Biblical narratives provided the shared stories of previous generations of political activists.”

Populaire cultuur is zo een belangrijke bron voor wat Jenkins civic imagination noemt: het vermogen alternatieven te bedenken voor hedendaagse culturele, sociale, politieke of economische omstandigheden. Mondiale populaire cultuur is daar zo geschikt voor, omdat hij ‘shareable’ is: te delen.

Lees vooral het gehele inzichten voor meer uitleg over populaire cultuur als politiek. 

Tieners worden graag bij de neus genomen: ze vinden influencers eerlijk, en willen niet weten wie sponsort (Linda Duits)

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Influencer zijn is een baan: het is een manier om geld te verdienen. Dat kan bijvoorbeeld door sponsordeals aan te gaan: in je foto’s of video’s plaats je een product of doe je een aanbeveling omdat je daarvoor betaald wordt door een bedrijf. De grootste doelgroep van influencers zijn tieners, een groep die bedrijven graag willen bereiken maar die nog maar weinig ‘reguliere’ media gebruiken.

Communicatiewetenschappers van de UvA doen onderzoek naar de ‘reclamewijsheid’ van kinderen en jongeren: hoe goed zijn zij in herkennen dat iets reclame is? Daaruit blijkt keer op keer dat deze groepen daar niet goed in zijn, wat natuurlijk koren op de molen is van de bedrijven die deze groepen willen bereiken. Er gaan steeds meer stemmen op om duidelijker te maken wanneer een post gesponsorde content bevat. Zulke ‘disclosures’ [openheid geven] zouden de reclamewijsheid moeten vergroten.

In een recente studie [gratis toegang] onderzochten Sophia van Dam en Eva van Reijmersdal de invloed van disclosures op de waardering voor influencers door tieners (12-16 jaar). Dit deden zij door twintig jongeren verdeeld over vier focusgroepen te bevragen. De deelnemers moesten niet alleen vragen beantwoorden, maar ook video’s kijken en met post-its aangeven wat ze ervan vonden.

‘Influencers verdienen dit’
De onderzoekers onderscheiden drie soorten reclamewijsheid. Conceptuele reclamewijsheid is simpelweg het kunnen herkennen van reclames. De deelnemers vonden in eerste instantie dat zij daar goed zijn, maar zeiden tegelijkertijd dat anderen dat waarschijnlijk niet konden. Later in de focusgroep bleken ze minder zeker te zijn of bepaalde content gesponsord was. Deelnemers overschatten dus waarschijnlijk hun conceptuele reclamewijsheid. De deelnemers doorzagen wel het verdienmodel van influencers: ze maken zulke video’s om geld te krijgen.

Morele reclamewijsheid gaat over hoe moreel acceptabel mensen het vinden om reclame te maken. De onderzochte groep zag geen problemen met influencermarketing. Ze vinden het een logisch en noodzakelijk onderdeel van het verdienmodel. Bovendien meenden ze dat influencers betere video’s kunnen maken dankzij sponsoren. Omdat de respondenten een band voelen met influencers, leven ze met hen mee: ‘deze influencer werkt echt hard, en daarom verdient ze het’.

De derde vorm gaat over de houding ten aanzien van reclames in het algemeen. De deelnemers waren in zijn geheel niet sceptisch ten aanzien van influencermarketing. Irritatie ontstond alleen als ze vonden dat het er te dik boven op lag in een video, als een merk bijvoorbeeld de hele tijd werd genoemd. De deelnemers stelden dat ze YouTube een eerlijk medium vinden, eerlijker dan televisie. Dat is ook een van de redenen waarom ze liever naar YouTube kijken.

Liever niet weten
Pas wanneer ze vonden dat het teveel over reclame maken ging en te weinig ‘gewoon’ vermaak was, ontstond er twijfel over de waarachtigheid van zulke video’s. Het is daarbij extra opmerkelijk dat de respondenten het niet waardeerden als vroeg in de video duidelijk werd dat het om sponsoring ging. Minder expliciete disclosure had de voorkeur.

“In their eyes, a clear disclosure emphasized the commercial message too much and disrupted the perceived balance between entertaining and persuasive content: ‘In my opinion it should not be too pushy, like, this is advertising, because then you will keep this in mind all the time. Just indicating is fine, but it should not be visible all the time’ (FG3, 13- to 15-year-olds). Influencer marketing was no longer acceptable if a disclosure puts too much emphasis on the commercial content: ‘But if you say this [a written disclosure of the sponsorship] in the beginning, then the whole video will be less amusing, as you will notice all things sponsored’ (FG3, 13- to 15-year-olds).”

Dit wijst erop dat de deelnemers graag in de maling worden genomen: liever weten ze niet dat ze gewoon naar een reclamespotje zitten te kijken, in plaats van naar een leuke vlog van iemand die ze sympathiek vinden. Dit is in tegenspraak met hun eerder gerapporteerde bewustzijn van sponsoring, zo stellen de onderzoekers.

Zodra de deelnemers erachter kwamen dat een video in het doel van de adverteerder stond, vertoonden ze weerstand, vermijdingsgedrag en irritatie. Ze vonden de influencer dan ook oneerlijker.

Implicaties
Deze resultaten bevestigen de zorgen van beleidsmakers, onderwijsdeskundigen en ouders over de kwetsbaarheid van tieners, schrijven Van Dam en Van Reijmersdal. Ze gebruiken een niet mis te verstane term om hun inzichten samen te vatten: dissociatie. De respondenten vinden YouTube en influencers eerlijk, maar geven tegelijkertijd aan transparantie helemaal niet op prijs te stellen omdat dit hun entertainmentervaring verpest.

Voor oude media gelden duidelijke regels omtrent reclame, zeker als die reclame gericht is op kinderen. Dat is zo omdat we als samenleving vinden dat deze groepen extra kwetsbaar zijn en omdat we de overtuigingskracht van reclamemakers enigszins willen beteugelen. Nieuwe platformen, zoals YouTube en Instagram, zijn wat dit betreft het wilde westen. Dit onderzoek maakt duidelijke dat nadere regulering gewenst is, en dat beleidsmakers daar niet mee moeten wachten. Dat tieners graag bedonderd willen worden, maakt het niet okay dat bedrijven dat ook doen.

In een wereld vol schaduwprofielen kan een individu zijn privacy niet beschermen (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl. Joepie, Linda blogt weer!

Een verstandige internetgebruikers is voorzichtig online. Je zet je browser op privé of incognito, je laat geen gevoelige gegevens achter en je hebt al helemaal geen Facebook. Dat was ooit allemaal goed advies, maar is inmiddels achterhaald. Omdat andere mensen wél hun gegevens online ten grabbel gooien, kunnen algoritmes en netwerken ook informatie over jou achterhalen. “There is no longer such a thing as individually ‘opting out’ of our privacy-compromised world” betoogt socioloog Zeynep Tufekci in een opinieartikel voor The New York Times.

Zelfs als je nooit een statement hebt gepost als ik ‘ik voel een beetje down’, kan een algoritme voorspellen welke gebruikers van – bijvoorbeeld – Instagram depri zijn. Dat doen ze op basis van enorme datasets. Dat betekent dat gegevens over geestelijke gezondheid beschikbaar zijn “to anyone with the right computational power”, schrijft Tufekci.

“Such tools are already being marketed for use in hiring employees, for detecting shoppers’ moods and predicting criminal behavior. Unless they are properly regulated, in the near future we could be hired, fired, granted or denied insurance, accepted to or rejected from college, rented housing and extended or denied credit based on facts that are inferred about us.”

Het angstige daarbij is niet alleen dat deze data en profielen er zijn, maar ook dat algoritmen het niet altijd juist hebben. Waar kan je terecht als je een baan niet krijgt op basis van onjuiste gevolgtrekkingen van een machine?

Ook als je van sociale netwerken wegblijft, word je door ze gevolgd. Je telefoonnummer is bijvoorbeeld een uniek cijfer waarmee jij te herkennen bent. Als je vrienden toestemming geven aan een sociaal netwerk om hun contacten uit te lezen, heeft Facebook je nummer. Over schaduwprofielen:

“Once your number surfaces in a few uploads, Facebook can place you in a social network, which helps it infer things about you since we tend to resemble the people in our social set. (Facebook even keeps ‘shadow’ profiles of nonusers and deploys ‘tracking pixels’ situated all over the web — not just on Facebook — that transmit information about your behavior to the company.)”

Een Amerikaanse parlementaire commissie ontdekte vorig jaar dat telefoonaanbieders realtime locatiedata van hun gebruikers verkochten. Ook allerlei apps doen dat, zoals de Weather Channel. Locatiedata vertellen veel over een persoon en kunnen tegen je gebruikt worden. Tufekci geeft hier het voorbeeld van een kankerkliniek.

Als individu kun je hier weinig aan doen. Het is zaak dat er wetten komen:

“Designing phones and other devices to be more privacy-protected would be start, and government regulation of the collection and flow of data would help slow things down. But this is not the complete solution. We also need to start passing laws that directly regulate the use of computational inference: What will we allow to be inferred, and under what conditions, and subject to what kinds of accountability, disclosure, controls and penalties for misuse?”

Meta-analyse: relatie tussen opleidingsniveau VVE-leerkrachten en kwaliteit van omgeving voor het kind (Jeroen Janssen)

Deze gastpost van Jeroen Janssen verscheen eerst op de onderwijskundeblog van Universiteit Utrecht.

Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) richt zich op onderwijs aan jonge kinderen. Vaak met als doel om onderwijsachterstanden te voorkomen. In Nederland lijken de effecten van vooralsnog gering. In andere landen zijn echter wel positieve effecten van VVE gedocumenteerd. Een zojuist verschenen meta-analyse onderzocht de relatie tussen opleidingsniveau van de leidsters en leerkrachten betrokken bij VVE enerzijds en de kwaliteit VVE-omgeving voor het kind. Elementen die de kwaliteit van die omgeving bepalen zijn onder andere: taalgebruik gericht op het jonge kind, de interactie met het jonge kind, de inrichting van het dagprogramma enzovoorts. De meta-analyse vond, op basis van 49 studies, een positieve samenhang tussen opleidingsniveau van VVE leidsters en -leerkrachten en kwaliteit van de omgeving voor het kind. Hieronder het abstract.

“Poor-quality early childhood education and care (ECEC) can be detrimental to the development of children, as it may lead to poor social, emotional, educational, health, economic, and behavioral outcomes. A lack of consensus, however, regarding the strength of the relationship between teacher qualification and the quality of the ECEC environment makes it difficult to identify strategies that could enhance developmental and educational outcomes. This meta-analytic review examines evidence on the correlation between teacher qualifications and the quality of ECEC environments. Results show that higher teacher qualifications are significantly correlated with higher quality ECEC environments. Specifically, the education level of teachers or caregivers is positively correlated to overall ECEC qualities, as well as subscale ratings including program structure, language, and reasoning.”

De implicaties van de bevindingen zijn volgens de auteurs onder andere dat het de moeite waard kan zijn in het verder investeren in de opleiding van leerkrachten werkzaam in de VVE:

“To conclude, the results from this study provide evidence of the existence of a positive correlation between teacher education and classroom quality, as measured by ERS. From a policy perspective, these results highlight that additional research may likely support the need to enhance the level of education of teachers within the early childhood education sector. This could be achieved by encouraging government to invest in enhanced training for staff. This would potentially transform the sector whereby additional regulation may create minimal educational requirements for lead teachers, or payment of higher subsidies to centers with more qualified staff, or by providing larger subsidies to those working within the sector to encourage them to undertake further education. An alternative approach could be to require early childhood education centers to clearly state the qualifications of staff on publicly available documents so that parents and care-givers can make informed decisions about the quality of the service offered by an individual center.”

Mooie visualisaties laten zien hoe tv echt in een gouden tijd zit (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

The Economist publiceerde onlangs mooie datavisualisaties over de populariteit van televisieseries. Het is vrij algemeen erkend dat we in een nieuwe gouden tijd van tv zitten, een periode waarin series van uitzonderlijke kwaliteit zijn. Dat is een kwalitatief argument, dat desalniettemin ook kwantitatief is te onderbouwen.

The Economist keek naar de beoordelingen van series op IMDB. In de jaren ’70 lag die gemiddeld op 7,85 (uit 10). Sinds 2010 is dat gestegen tot 8.17 – weliswaar een stijging, maar niet een heel overtuigende. Daarvoor moeten we anders kijken. In de jaren ’90 waren er maar elf series die een gemiddelde beoordeling van 9,0 of hoger hadden, sinds 2010 zijn dat er 73. Wanneer we dit gegeven meenemen in het gemiddelde, betekent dit dat er nu veel middelmatige series verschijnen: “For every brilliant Game of Thrones, chronic disappointments like The Night Shift, a mediocre medical drama, are only a few clicks away.”

Dankzij streamingdiensten die je voorkeuren leren, is het tegenwoordig makkelijker zulke series te vermijden – al vind ik het zelf ook fijn om soms gewoon iets slechts te kijken (Salvation op Netflix is mijn meest recente heimelijk genoegen op dat vlak).

Opmerkelijk in de grafieken is ook de vergelijking met film: was dat in de jaren ’90 nog een medium dat duidelijk superieur werd gevonden aan tv, in de jaren ’10 lijkt tv die strijd te winnen.

De eerste visualisatie is interactief, kijk dus vooral even op The Economist.

Angst menselijke controle te verliezen grootste zorg rond AI (Linda Duits)

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

PEW Internet vroeg 979 technologiepioniers, innovators, ontwikkelaars, zakenmensen, beleidsmakers, onderzoekers en activisten of ze dachten dat mensen dankzij de groei van kunstmatige intelligentie (AI) beter af zullen zijn. De deskundigen denken dat AI de effectiviteit van mensen zal versterken, maar spreken hun zorgen uit over een aantal bedreigingen. Dankzij AI zullen computers net zo goed of beter worden dan wij in zaken als beslissingen nemen, patronen herkennen en vertalingen maken. Dat levert tijd, geld en levens op. Maar, of de deskundigen optimistisch waren of niet, zien ze ook een aantal bedreigingen. Daarbij werden ook oplossingen geformuleerd – zie de tabel beneden. Het onderzoek staat hier.

Een paar interessante quotes:

“AI is a tool that will be used by humans for all sorts of purposes, including in the pursuit of power. There will be abuses of power that involve AI, just as there will be advances in science and humanitarian efforts that also involve AI. Unfortunately, there are certain trend lines that are likely to create massive instability. Take, for example, climate change and climate migration. This will further destabilize Europe and the U.S., and I expect that, in panic, we will see AI be used in harmful ways in light of other geopolitical crises.” – danah boyd, a principal researcher for Microsoft and founder and president of the Data & Society Research Institute

“AI and ML [machine learning] can also be used to increasingly concentrate wealth and power, leaving many people behind, and to create even more horrifying weapons. Neither outcome is inevitable, so the right question is not ‘What will happen?’ but ‘What will we choose to do?’ We need to work aggressively to make sure technology matches our values. This can and must be done at all levels, from government, to business, to academia, and to individual choices.” – Erik Brynjolfsson, director of the MIT Initiative on the Digital Economy

“Now, in 2018, a majority of people around the world can’t access their data, so any ‘human-AI augmentation’ discussions ignore the critical context of who actually controls people’s information and identity. Soon it will be extremely difficult to identify any autonomous or intelligent systems whose algorithms don’t interact with human data in one form or another.” – John C. Havens, executive director of the IEEE Global Initiative on Ethics of Autonomous and Intelligent Systems

Journalistieke mechanismen werken statistiekblunders in de hand – Cijfers bieden houvast. Ze hebben de schijn van objectiviteit, en meten is weten. Dus worden nieuwsberichten opgeleukt met grafiekjes of andere vormen van datavisualisatie, en worden verkiezingen als een sportwedstrijd gebracht. In deze aflevering verwonderen de Mediadoctoren zich over de manier waarop journalisten…

December 19 2018 3:26 AM

Mooie visualisaties laten zien hoe tv echt in een gouden tijd zit – The Economist publiceerde onlangs mooie datavisualisaties over de populariteit van televisieseries. Het is vrij algemeen erkend dat we in een nieuwe gouden tijd van tv zitten, een periode waarin series van uitzonderlijke kwaliteit zijn. Dat is een kwalitatief argument, dat desalniettemin ook kwantitatief is te onde…

December 17 2018 5:50 PM

Facebook verbiedt bootycalls – Van Facebook mag je op het platform niet meer over seks praten. Dat schrijft Evelyn Austin van Bits of Freedom in een blogpost. Facebook gaat daarin heel ver: zelfs suggestieve vragen als ‘zin in een gezellig avondje?’ vallen onder de nieuwe regels, die zijn ingevoerd zonder de gebruikers daarover te informeren. …

December 17 2018 5:50 PM

Nieuwe app om zorg rond Chemsex te verbeteren – Verslavingszorg en soa-testen zijn in Nederland redelijk goed geregeld, maar worden grotendeels los van elkaar aangeboden. Chemsex – het gebruik van drugs als GHB en crystal meth met de intentie seks te hebben – is een relatief recent verschijnsel dat deze afzonderlijke diensten voor uitdagingen stelt. Zo is het aa…

December 17 2018 5:50 PM

Hoe makkelijk kan je met geanonimiseerde data mensen toch herkennen? [Spoiler: vrij makkelijk] – Onderzoekers van MIT hebben in samenwerking met planologen onderzocht [abstract] hoe makkelijk geanonimiseerde data die steden verzamelen via camera’s, sensoren, enzovoorts, gebruikt kunnen worden om de personen toch te herkennen. De onderzoekers gebruikten twee geanonimiseerde datasets van Singapore: mobiele telef…

December 13 2018 2:31 AM

Amplificatiebots op Twitter: wat zijn het en hoe herken je ze – Op Twitter zijn er verschillende soorten nepaccounts die allemaal verschillende doelen hebben. Veel van hen zijn erop gericht om grassroots activiteit te faken, dus om te doen alsof iets leeft onder ‘de bevolking’. Ze kunnen ervoor zorgen dat ideeën of accounts meer geloofwaardigheid verkrijgen, door tweets of pers…

December 13 2018 2:31 AM

5 mythes over kinderen in het digitale tijdperk – Sonia Livingstone is wellicht de meest toonaangevende communicatiewetenschapper binnen het jeugd & media-domein. Livingstone doet zowel kwali- als kwantitatief onderzoek en is betrokken bij de grote EU Kids Online-studie die vergelijking van omgang met gevaren en kansen van internet in Europese landen mogelijk …

December 13 2018 2:31 AM

Van REM-eiland naar data-slurpmachine: het draait media om geld verdienen – John de Mol verzamelt met zijn Talpa-imperium grote hoeveelheden data van gebruikers, zo blijkt uit onderzoeksjournalistiek van Investico, Follow the Moneyen De Groene Amsterdammer. “Een data-slurpmachine” noemt die laatste titel het, bedoeld om de concurrentiestrijd aan te gaan met Facebook en Google. Door allerle…

December 13 2018 2:31 AM

De grote verantwoordelijkheid van de grootvader van de strip – Stan Lee was een icoon in populaire cultuur. Zoals je weet wie Darth Vader is zonder ooit Star Wars-film te hebben gezien, zo weet je als geek wie Stan Lee is zonder ooit een comic van hem te hebben gelezen. Lee bedacht de Marvel methode, een vernieuwende manier van comics maken waarbij hij de grote lijnen uitzette…

December 13 2018 2:31 AM

De porno-ban van Tumblr raakt niet alleen sekswerkers – Deze week kondigde Tumblr aan dat alle ‘adult content’ voortaan verboden is op het platform. Tumblr is vooral een visueel medium dat gebruikers de kans geeft veel van zichzelf te laten zien. Daardoor is het erg populair onder nichegroepen, zoals bepaalde fanculturen of lhbtqia*-groepen. Tumblr werd hierom geprezen:…

December 6 2018 2:04 PM

Nieuwe verdienmodellen brengen het strafrecht naar de gamewereld – Verdienmodellen in de gamewereld zijn de afgelopen jaren veranderd. Draaide het eerst om games die als één grote aankoop werden gedaan (à €60 per exemplaar), gaat het nu vaak om online werelden die gratis toegankelijk zijn, maar waar producenten nu met micro-transacties geld verdienen. Bijvoorbeeld door attributen …

December 4 2018 3:13 PM

Vier dingen die er moeten gebeuren om de invloed van techgiganten te verminderen – De afgelopen maanden verschenen verschillende berichten (zie bijvoorbeeld hier, hier en hier) van medewerkers die grote mediabedrijven als Google en Facebook verlaten omdat ze het niet eens zijn met de manier waarop deze bedrijven te werk gaan. Een voorbeeld van iemand die zijn werkgever verliet is Tristan Harris…

December 7 2018 12:29 PM

Hiphopjeugd neemt moshpit over van ‘gasten met gitaar’ – Hiphop is op dit moment de grootste muziekstroming in Nederland, een die zich vrijwel volledig onttrekt aan het oog van Nederlandse wetenschappers. In de aanloop naar een aflevering over hiphop van Onder Mediadoctoren kwamen we erachter dat er geen enkele onderzoeker binnen geestes- of sociale wetenschap zich met d…

December 6 2018 1:28 AM

Knullige skeletten en lieve monsters: de films van Tim Burton – Toen ik Beetlejuice herkeek, vroeg ik me af waar ik de acteur die de vader speelt ook alweer van kende. IMDB maakte het antwoord duidelijk: van al die andere Tim Burton-films. Burton heeft niet alleen een uiterst herkenbare stijl, maar werkt ook graag met dezelfde mensen. Zo maakte hij veel films samen met componis…

December 13 2018 2:31 AM

China leert ons nieuwe vormen van creativiteit – Wat is nep en wat is echt, en welk nep is acceptabel en welk niet? Wanneer is iets kunst en wanneer is het ambachtelijk? Zijn we in staat om kwaliteit te herkennen of kopiëren we smaak slechts van anderen? In deze aflevering verwonderen de Mediadoctoren zich over kopieën en cultuur, en dan kan niet zonder over Chin…

December 13 2018 2:31 AM

Harry Potter: pijnlijk terugkijken op jeugdig fandom – Kinderen lagen uren in de rij om te wachten op boeken: de Harry Potter-reeks leek de wereld van het lezen eind jaren ’90 te veranderen. Een grote groep jongeren die nu in de twintig is, groeide ermee op. Terugkijken betekent nostalgie en vertedering, maar ook kritische noten. In deze aflevering van de podcast Geeky…

December 13 2018 2:31 AM

Ook Nederlandse hiphop is verzet – Hiphop ontstond in New York als genre van verzet. Met weinig middelen kon je vette beats maken en de teksten gingen vaak over gemarginaliseerd opgroeien. Inmiddels is hiphop doorgedrongen tot de mainstream, maar dit heeft lang geduurd. In deze aflevering van de podcast Onder Mediadoctoren praten we over hiphop als …

December 11 2018 11:50 PM

Horror en het onderzoek naar het kwaad – Horror is eng, maar eng is ook fijn. Ter gelegenheid van Halloween (vandaag!) maakte Geeky Dingen een podcast over een van de oudste filmgenres: horror. Ze hebben het uitgebreid over genreconventies, die voor horror heel herkenbaar zijn en waarmee regisseurs flink spelen, over de betekenis van horror voor kijkers e…

October 31 2018 12:53 PM

Nieuwe website om geschiedenis van vrouwen te ontsluiten – Soms lijkt het alsof er vroeger geen vrouwen waren. Geschiedenisboeken gaan veelal over staatsmannen, zeehelden en mannelijke denkers. Dat kan anders, dachten de platforms Van Gisteren en Jonge Historici. Via crowdfunding haalden zij geld op voor een nieuwe website met verhalen van inspirerende vrouwen. Die site is…

October 31 2018 12:53 PM

Een jaar na de verlenging naar 280 tekens op Twitter: vrijwel niemand maakt er gebruik van – Een jaar geleden was de overgang definitief: twitteraars hadden niet langer 140, maar 280 tekens tot hun beschikking. Het leidde tot gemopper (onder andere van mij) en uiteindelijk, zoals die dingen gaan, tot acceptatie. Twitter maakte cijfers bekend waaruit blijkt dat vrijwel niemand iets doet met die extra ruimte…

November 1 2018 10:47 AM

20 jaar ‘Baby One More Time’: een reconstructie – Gisteren was het twintig jaar geleden dat ‘Baby One More Time’ van Britney Spears verscheen. Entertainment Weekly publiceerde een reconstructie waarin met betrokkenen, inclusief Britney, wordt teruggekeken op de constructie van de popster. Een paar citaten: John Seabrook, schrijver van The Song Machine: Inside th…

October 24 2018 5:23 PM

Universiteiten kunnen niet zonder onafhankelijke media – Universiteiten betalen zelf de (online) magazines die kritisch over hun kunnen schrijven – die dat zelfs horen te doen. Dat levert ongemakkelijke situaties op, zoals onlangs verwijten van censuur in Groningen of het overnemen van zelfstandige redacties door de afdeling voorlichting. In deze afleveringen verwonderen…

October 28 2018 12:52 AM

Serie-eindes als de ultieme frustratie van kijkers – Films hebben een afgerond verhaal, al dan niet aangepast op de wensen van een focusgroep van kijkers. Series daarentegen zijn veel afhankelijker van marktmechanisme. Na een slecht eerste seizoen kan het direct klaar zijn, bij succes moeten schrijvers hun oorspronkelijk verhaal uitrekken over meerdere, vooraf niet v…

October 28 2018 12:52 AM

De onmogelijkheid iets te bewaren van het internet – De brieven die ik als tiener kreeg, zitten in een doos in de kast. Mijn eerste emailuitwisselingen zijn echter voorgoed verdwenen. Ik heb nog maar een vage herinnering aan hoe mijn Facebook eruit zag toen ik het tien jaar geleden ging gebruiken en de website die ik maakte met foto’s van mijn wereldreis is onvindbaa…

October 28 2018 12:52 AM

Hoe meer media-aandacht voor immigratie, hoe bezorgder mensen erover zijn – Immigratie is al jaren een van de meest besproken thema’s in het publieke debat. En we raken er maar niet over uitgepraat. Veel discussies zijn uiteindelijk op het thema terug te voeren. Klein voorbeeld: NRC schreef afgelopen weekend terecht dat het debat over onderzoek naar de groeiprognoses van de bevolking in Ne…

October 9 2018 3:39 PM

Kwart van Amerikaanse huishoudens heeft al een slimme speaker – De opmars van de slimme speaker, zoals Amazons Echo, gaat razendsnel in de VS. In het tweede kwartaal van 2018 had 24 procent van de huishoudens een slimme speaker thuis staan. Dat meldt marktonderzoekbureau Nielsen. Dat zijn grotendeels nieuwe aankopen: 62 procent van de mensen met een slimme speaker kocht hem in …

October 3 2018 4:39 PM

De gamificatie van tv: Netflix laat kijkers verhaallijnen kiezen – Veel hedendaagse games zijn een soort interactieve films: door de keuzes die je maakt als speler, verandert de verhaallijn. Het narratief is geen simpele queeste als ‘bevrijd de prinses’ maar is een complexe vertelling met uitgewerkte personages. Televisie is dan een heel statisch medium. Er is één begin, één midde…

October 2 2018 4:31 PM

De geschiedenis van Ouders Online is een geschiedenis van Nederland online – Per 1 september is het bekende platform Ouders Online niet meer in handen van oprichters Henk Boeke en Justine Pardoen. Ze hebben hun taken overgedragen aan de nieuwe hoofdredacteur Yolanda Roosenstein. Ter gelegenheid van hun afscheid schreef Boeke een terugblik op 24 jaar Ouders Online. De kennismaking met het …

October 1 2018 6:34 PM

Natuurlijk gebruikt Facebook je telefoonnummer wel – Facebook wil heel graag je telefoonnummer. Een van de manieren waarop het sociale netwerk je dat probeert te ontfutselen is de 2-stapsverificatie. Onder het mom van jouw veiligheid, vraagt Facebook je nummer. Die extra veiligheidslaag moet je account beschermen tegen derden die proberen toegang te krijgen. Facebook…

September 27 2018 3:42 PM