Wil geen pessimist zijn, maar…

…ik moest even opkijken toen ik dit stuk van Kris Van den Branden las in De Standaard. In feite gaat het stuk vooral over de nieuwe eindtermen die vanaf 1 september volgend jaar zullen ingaan. Maar het stuk wordt opgehangen aan de vraag of ons onderwijs al dan niet achteruit gaat. De stelling is als volgt:

Het niveau van het onderwijs wordt in de 21ste eeuw niet afgemeten aan de hoogte van de berg feiten die leerlingen in hun hoofd kunnen proppen en slaafs op een test kunnen reproduceren. Het niveau zal in de eerste plaats worden afgemeten aan de diepgang waarmee leerlingen kennis begrijpen, verantwoord en kritisch toepassen, doelgericht doen werken, creatief bewerken en verbinden aan menselijke waarden.

Ok, maar dan zitten we wel degelijk met enkele problemen die aangeven dat ons onderwijs wel degelijk achteruit gaat:

Als we het over burgerschap hebben blijkt uit ICCS dat we wel degelijk positieve evoluties zien maar dat er wel degelijk ook grote uitdagingen zijn. 

Ik ben de eerste om ons leerkrachten en scholen te verdedigen. Onder steeds moeilijkere omstandigheden – al was het maar met net alle veranderingen die de komende maanden doorgevoerd moeten worden – doen ze vaak zeer goed werk. Maar de problemen ontkennen die net ook mee tot de nieuwe eindtermen hebben geleid, lijkt me ook geen goed idee.

5 mythes over kinderen in het digitale tijdperk (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Sonia Livingstone is wellicht de meest toonaangevende communicatiewetenschapper binnen het jeugd & media-domein. Livingstone doet zowel kwali- als kwantitatief onderzoek en is betrokken bij de grote EU Kids Online-studie die vergelijking van omgang met gevaren en kansen van internet in Europese landen mogelijk maakt. Ze blogt op de site van haar universiteit LSE, wat interessante korte stukken oplevert voor iedereen met interesse in ‘digitale’ kinderen. Onlangs publiceerde ze haar topmythen over kinderen in het digitale tijdperk.

1. Kinderen zijn ‘digital natives’ en weten alles, ouders zijn digitale immigranten en weten niets
Deze mythe is op meerdere plekken, waaronder dit blog, gedebunkt. Dat kinderen zelfverzekerd zijn over hun digitale vaardigheden, betekent niet dat ze het internet begrijpen. Er zit grote variatie tussen kinderen en tussen ouders,

2. Tijd die aan media besteed wordt is verspild in vergelijking met ‘echte’ gesprekken of buitenspelen
De niet-digitale wereld is niet inherent ‘echter’ of ‘beter’ dan de digitale wereld.

3. Ouders moeten kinderen online aan banden leggen omdat de digitale risico’s wegen zwaarder dan de kansen
De online wereld is niet enger dan de offline. Kinderen online beperkingen opleggen neemt niet automatisch gevaren weg, maar belemmert kinderen wel in de mogelijkheden die internet biedt.

4. Kinderen geven niet om privacy
Ze hebben wel andere opvattingen: ze maken zich zorgen over welke bekenden wat van hen weten, maar niet over bedrijven die hun data verzamelen.

5. Mediawijsheid is het antwoord op de uitdagingen van het digitale tijdperk
Meer kennis over bedrijven en inbreuk op privacy lost het probleem niet op, omdat bedrijven je de keuze geven of je gebruikt het product en wij krijgen je data, of je gebruikt het product niet. Onderwijs verandert daar niets aan. Mediawijsheid is een oplossing gericht op het individu: omdat de wereld niet maakbaar is, proberen we het via het individu te doen.

Over nature versus nurture: de vier wetten van behavioral genetics

Ik postte deze gisteren ook al op mijn Engelstalige site, maar vond deze te mooi om ook niet hier te delen. Check ook de bronnen in de onderstaande tweet:

Nieuwe meta-analyse toont het positieve effect van self-explanation als studiemethode

Leerlingen die tijdens het studeren zelf naar causale of conceptuele verbanden op zoek moeten gaan, blijken die leerstof beter te onthouden. De studiemethode heet self-explanation maar nee, dit is niet een bewijs van die leerpiramide omdat het niet per se nodig is het aan anderen uit te leggen. Wel toont deze studiemethode weer hoe belangrijk denken is voor leren. Willingham schreef daarover ‘memory is the residu of thought’.  Er is  een nieuwe meta-analyse over deze manier van leren van in totaal 64 onderzoeken met meer dan 6000 leerlingen. We wisten al uit eerder onderzoek dat sterke leerlingen dit spontaan doen, maar het is ook aanleerbaar met positief effect. De onderzoekers komen op een effectgrootte van .55.

Er blijven nog veel vragen over, maar de onderzoekers hebben enkele aanwijzingen dat dit doen via meerkeuzevragen wat minder effectief is, dat hieraan werken zowel mondeling als schriftelijk kan en dat er een directe link zou zijn met hoe goed de leerlingen het leergebied al kennen. Niet onlogisch: hoe meer de leerling al weet, hoe makkelijker en effectiever deze techniek kan zijn. Dit laatste is niet onbelangrijk voor wie denkt dat dit een bewijs zou zijn voor zelfontdekkend leren. Zoals ik in Klaskit al uitleg, kan dit wel degelijk werken, maar niet als bijvoorbeeld de basiskennis en de basis-vaardigheden ontbreken.

Abstract van de meta-analyse:

Self-explanation is a process by which learners generate inferences about causal connections or conceptual relationships. A meta-analysis was conducted on research that investigated learning outcomes for participants who received self-explanation prompts while studying or solving problems. Our systematic search of relevant bibliographic databases identified 69 effect sizes (from 64 research reports) which met certain inclusion criteria. The overall weighted mean effect size using a random effects model was g = .55. We coded and analyzed 20 moderator variables including type of learning task (e.g., solving problems, studying worked problems, and studying text), subject area, level of education, type of inducement, and treatment duration. We found that self-explanation prompts are a potentially powerful intervention across a range of instructional conditions. Due to the limitations of relying on instructor-scripted prompts, we recommend that future research explore computer-generation of self-explanation prompts.

Lectuur op zaterdag: SCRUM, schaduwonderwijs, Fins onderwijs en Hazel Scott (Hazel wie?)

De weekendbijlage bij deze blog:

Tot slot: ik heb een nieuwe twitter-account die ik met plezier volg. Voor fans van Yes, Minister:

Voor wie de man niet herkent:

 

De eindtermen zijn gestemd, en nu?

Gisteren heeft het Vlaamse parlement de eindtermen voor de eerste graad secundair onderwijs goedgekeurd. Ik heb nog niet kunnen nakijken of er inhoudelijk nog iets veranderd is, maar nu kunnen de voorlopige leerplannen omgezet worden naar definitieve leerplannen.

Die leerplannen zullen er vanaf nu ook anders moeten gaan uitzien, omdat de nieuwe eindtermen samen met de concretisering letterlijk moeten opgenomen worden in de leerplannen zodat leerkrachten duidelijk kunnen zien wat de overheid verwacht en wat van bijvoorbeeld het net of de koepel komt.

Maar er is meer. Vanaf nu zijn er ook eindtermen die niet enkel als kwaliteitsinstrument gebruikt zullen worden, de grote meerderheid van de populatie deze mimimumdoelen moeten bereiken, maar ook eindtermen basisgeletterdheid die elk leerling op individueel niveau moet bereiken op het einde van de eerste graad. Wat zal er gebeuren als een leerling die niet haalt? Of beter: wat zal er gebeuren als een heleboel leerlingen die niet allemaal halen? Ook komen er uitbreidingsdoelen, die door het Vlaams parlement enkel vastgelegd zijn voor Nederlands.

Nu hebben alle scholen, koepels, netten, handboekmakers,… de tijd tot 1 september 2019 om alles klaar te krijgen samen met duaal leren en natuurlijk de modernisering van het secundair onderwijs die in maart van dit jaar werd goedgekeurd. Ondertussen is men ook begonnen met de voorbereiding van de eindtermen van de tweede en derde graad.

Als je je afvraagt hoe lang deze eindtermen zullen meegaan? Het antwoord is minstens drie jaar, daarna komt er een evaluatie.

Toch kan er nog een kink in de kabel komen. Het is nog steeds mogelijk om alle eindtermen aan te vechten in 1 blok als een school of koepel het idee heeft dat hun vrijheid van onderwijs in het gedrang wordt gebracht. Eerder deed het Steiner-onderwijs dit succesvol, waardoor er aparte eindtermen basisonderwijs zijn voor het Steineronderwijs. Een van de argumenten toen was dat de eindtermen geen minimumdoelen zijn, maar dat je alle onderwijstijd al opsoupeert met het bereiken van deze doelen. En miskijk je niet: het aantal eindtermen halveerde wel, maar dat geldt niet voor het aantal pagina’s, net door de opgenomen concretisering. Ik heb geen zicht op de plannen van gelijk wie in verband met de nieuwe eindtermen. Als ik moet gokken, zal dit wellicht eerder gebeuren bij toekomstige nieuwe eindtermen basisonderwijs dan nu, maar je weet natuurlijk nooit.