Hoe leerachterstanden (proberen te) verkleinen in het basisonderwijs?

Gisteren deelde Eva Naaijkens op twitter dit CPB-rapport dat vorig jaar verscheen:

Basis van deze notitie is het hoofdstuk primair onderwijs in het boek Kansrijk onderwijsbeleid (2016). Kansrijk onderwijsbeleid is een zeer uitgebreide internationale literatuurstudie van de meest toonaangevende wetenschappelijke experimenten naar onderwijsinterventies. Deze kennis is uitgebreid met nieuwe experimenten die na het verschijnen van Kansrijk onderwijsbeleid zijn gepubliceerd. Bovendien gaat deze notitie dieper in op verschillen in effectiviteit naar achtergrond van het kind, zoals opleidingsniveau van de ouders, inkomensniveau van de ouders en migratieachtergrond. Alle gebruikte literatuur wordt beschreven in het bij deze notitie behorende achtergronddocument ‘Bewezen (in)effectieve maatregelen tegen leerachterstanden in het primair onderwijs’.

Om leerachterstanden tegen te gaan zijn (zeer) effectieve interventies ontwikkeld. Er zijn echter ook interventies die aantoonbaar geen effect hebben. Er zijn zelfs goedbedoelde interventies die averechts werken: leerlingen zijn door de interventies niet beter af, maar zelfs slechter af dan klasgenoten die de interventie niet gekregen hebben. Deze notitie geeft een internationaal overzicht van interventies die wetenschappelijk bewezen iets opleveren en die dat niet doen.

Men waarschuwt echter ook voor het gevaar bij lineaire maatregelen: deze kunnen de kloof vaak vergroten:

Wel is het zo dat leerlingen met een hoge SES deze langetermijneffecten in sterkere mate kunnen verzilveren dan leerlingen met een lage SES. Met andere woorden: als twee leerlingen dankzij een bepaalde effectieve maatregel beter presteren op school, kan de leerling met een hoge SES daar een hoger loon, een hogere kans op werk en een kleinere kans op een tienerzwangerschap aan ontlenen dan een leerling met een lage SES (Chetty et al. 2014b).

Veel onderzoeken kende ik al, maar wat in het rapport vooral opvalt, is de nuance enerzijds en de waarschuwing dat er wel degelijk regionale verschillen kunnen spelen. Het is niet omdat iets in Chili werkte, dat dit ook in Nederland kan werken (omdat er daar bijvoorbeeld al behoorlijk veel lestijden zijn).

Daarom kan ik ook niet hier een lijstje plaatsen van do’s en don’ts op basis van dit rapport. Het zou afbraak doen aan de nuance.

Btw, het is ook een handig document voor de volgende minister van onderwijs…

Een goede video voor lange onderwijsdiscussies van Katharine Birbalsingh: how to change the world

Deze video zal tegelijk veel mensen doen knikken als veel mensen regelrecht kwaad maken. Het is effect dat de directrice van Michaela altijd lijkt te hebben. Ja, ben het ook al vaker grondig oneens met haar geweest en deel de video niet om ik alles wat ze zegt zou  onderschrijven. Maar tegelijk is het een speech die je kan gebruiken voor discussies over onderwijs en die jou (en ook mij) ook aanzet tot denken.

Hoe belangrijk zijn nieuwe schoolgebouwen voor leerprestaties?

Vond gisteren deze working paper van Julien Lafortune & David Schönholzer over de invloed die nieuwe schoolgebouwen kunnen hebben op de leerprestaties van de leerlingen. Het gaat hier voor alle duidelijkheid niet over hoe het gebouw en de klassen er al dan niet uitzien, maar wel puur over het feit dat leerlingen een nieuw gebouw krijgen.

Hiervoor analyseerden de onderzoekers data uit het Los Angeles Unified School District en probeerde men statistisch e controleren voor andere mogelijke verklaringen van vooruitgang (zoals klasgrootte, ervaring leraren,…). Volgens de onderzoekers was er een weliswaar beperkt positief effect op leren, maar er viel iets anders op:

“…we provide robust new evidence that school facility investments lead to modest, gradual improvements in student test scores, large immediate improvements in student attendance, and significant improvements in student effort.”

Het gaat wellicht dus over het negatieve effect van overvolle scholen en hoe nieuwe scholen dit negatieve effect kunnen milderen. Wellicht geen onbelangrijk idee in tijden van plaatstekorten…

Let wel: dit soort onderzoek is niet eenvoudig en voorgaande onderzoek in dit veld was vaak niet eenduidig. Het is ook moeilijk te onderzoeken met bijvoorbeeld een experiment waarbij je steekproef groot genoeg is. Wat goed is aan dit onderzoek, is dat het gebeurde met data van een regio die de voorbij decennia veel nieuwe schoolgebouwen kreeg.

Abstract van het onderzoek:

We offer new evidence on the effects of school facilities spending on student and neighborhood outcomes, linking data on new facility openings to administrative student and real estate records in Los Angeles Unified School District (LAUSD). Since 1997, LAUSD has built and renovated hundreds of schools as a part of the largest public school construction project in US history. Using an event-study design that exploits variation in the timing of new school openings, we find that spending 4 years in a new school increases test scores by 10% of a standard deviation in math, and 5% in English-language arts. This in part reflects non-cognitive improvements: Treated students attend four additional days per school year and teachers report greater effort. Effects do not appear to be driven by changes in class size, teacher composition, or peer com- position, but reduced overcrowding plays a role. House prices increase by 6% in neighborhoods that receive new schools. Real estate capitalization is greater than program cost, implying a willingness-to-pay in the range of 1.2 to 1.6 per dollar spent.

Drie mythes over het onderwijs voor mensen die er niet instaan (Column van Frederik Anseel)

Zoals steeds is de column van Frederik Anseel in De Tijd een mustread. Het onderwerp is vandaag topvrouwen en -mannen die besluiten het onderwijs in te gaan. Frederik Anseel beschrijft de ervaringen van de Britse Lucy Kellaway die de Nederlandse Merel van Vroonhoven voorging en een topjob vaarwel zei om les te geven. Kellaway is het boegbeeld van Now Teach waarbij anderen dezelfde stap zetten.

Op basis van de ervaringen van die hooggeplaatste zij-instromers noteerde Kellaway deze drie mythes die een belangrijke les kunnen zijn voor mensen buiten het onderwijs:

Mythe één: lesgeven is leuk om te doen en vormt een verfrissend contrast met de saaie zakenwereld. Fout. Lesgeven is lastig en niet iedereen met brains is ervoor geschikt, zegt Kellaway. Ze beschrijft hoe een bankier zich inschreef omdat hij dacht dat het fun zou zijn. Na één dag voor de klas kreeg ze een tekstbericht ‘I hate it. Get me out. Now.’ Voor de klas staan is een uniek talent, laten we het ook zo erkennen.

Mythe twee: het gezapige luilekkerleventje in het onderwijs is niet te vergelijken met het verschroeiende tempo en de cijferdruk van het bedrijfsleven. Niets van, aldus Kellaway. Een voormalig managing director bij het ratingbureau Standard & Poors geeft aan best wel wat moeilijke waters doorzwommen te hebben, maar ‘in vergelijking met mijn leven als lerares was dat relaxed’, beschrijft ze. ‘In de klas sta je voortdurend voor een vijandig publiek dat je elke seconde beoordeelt. Je hebt geen tijd om naar het toilet te gaan. Je staat altijd op de bühne, nooit kan je even uitswitchen.’ Als ze op een moment voor het bord vergeet hoe ze een wiskundig probleem moet oplossen, wordt ze uitgelachen door haar 32 leerlingen. Een traumatische ervaring.

Mythe drie: een economische of wetenschappelijke opleiding gecombineerd met jaren professionele ervaring is voldoende om les te gaan geven. Vergeet het, zegt Kellaway. Ze beschrijft hoe ze ’s nachts piekerend wakker ligt over haar lesplannen, hoe ze worstelt om moeilijke leerstof bevattelijk over te brengen, hoe ze wanhoopt bij haar technologische hulpeloosheid voor de klas. Nederig snakt ze naar elke tip van ervaren lesgevers. Goed lesgeven is een stiel, een kunst, die jaren opleiding vraagt.

Een video over geheugenpaleizen als manier om dingen te memoriseren

Krijg hier soms vragen over van studenten of bij lezingen: de aloude techniek van geheugenpaleizen. Ontwikkeld in de klassieke oudheid, werkt het nog steeds effectief om dingen te onthouden. Er is wel een maar: dit gaat over dingen uit het hoofd leren, niet over dingen begrijpen…

Een kleine bekentenis

Vorige week zat ik samen met onder andere een zeer ervaren onderwijzer. Toen we klaar waren met het werk waarvoor we waren samengebracht, praatten we nog een stuk verder over onderwijs en de onderwijsactualiteit. Het was tijdens deze babbel dat er iets gebeurde waar ik nog dagen later loop over te piekeren. Tijdens het gesprek zag ik namelijk hoe de man opeens zweeg omdat ik hem onderbrak. Ik snoerde hem ongewild en onbewust de mond. Wie was ik om dat te doen? Gelukkig zag ik het, en corrigeerde ik me met ‘U wou iets zeggen, sorry, ik liet u niet uitpraten’. Gelukkig dat de man zo een expressief gezicht had, waardoor ik het kon opmerken. Ik heb die dag veel bijgeleerd, niet enkel van dit moment, maar ook van wat toen volgde.

De volgende dag luisterde ik naar het onderwijsdebat op de Nederlandse radio over de publicatie van de staat van het onderwijs. Ik hoorde er iemand die niet tot het onderwijs behoort, maar wel veel over onderwijs denkt te weten, als reactie tegen een directrice stellen ‘dat ze de pijn wel hoort’, of iets in die zin. De zin was enkel maar een opstapje naar een ‘maar’ waarop vooral terug haar eigen mening te horen was. Gelukkig had de interviewster voordien de directrice wel laten uitspreken waardoor we haar degelijke verhaal wel hadden kunnen horen.

Ja, ik ben zelf al lang met onderwijs bezig. Zowel met les geven als met onderzoek, maar luisteren naar onderwijsmensen is mijn inziens belangrijker dan ooit. En luisteren is niet genoeg, er mee rekening houden des te meer.