De onderzoeker die ons de Marshmallow test gaf is overleden: Walter Mischel

Het is een klassieker voor veel mensen, de Marshmallow test. Ik postte er al af en toe berichten over. De man die het oorspronkelijke onderzoek bedacht, Walter Mischel is dit weekend overleden. Hier een interview met Mischel over zelfcontrole:

Enkele hoofdstukken van Klaskit samengevat in een sketchnote door Tommy Opgenhaffen

Te leuk om hier niet te delen:

Nieuwe praktijkgids ‘Extra kansen voor laaggeletterde nieuwkomers’

Gisteren lanceerde de Universiteit Antwerpen een nieuwe praktijkgids voor kinderen in OKAN-klassen. Ik kreeg hierover de volgende mail:

Van maart tot juni 2018 liep aan de Universiteit Antwerpen het onderzoeksproject ‘Extra kansen voor laaggeletterde anderstalige jongeren’.
Doel van dit project was om op basis van een literatuurstudie een praktijkgids te ontwikkelen voor leerkrachten. 
Uit een analyse van het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in Vlaanderen bleek immers dat deze leerkrachten een dringende behoefte aan de nodige professionalisering hebben, in het bijzonder rond het onderwijs aan laaggeletterde adolescenten.
De praktijkgids is intussen klaar.
Op basis van de meest recente wetenschappelijke inzichten formuleert de gids aanbevelingen voor het leesonderwijs aan laaggeletterde jongeren in de Okan-/ISK-klas.
Wat werkt in het (lees)onderwijs aan deze doelgroep? En hoe vertaal je dat naar de klaspraktijk?
De aanbevelingen worden geïllustreerd door concrete werkvormen en herkenbare getuigenissen uit de klas.
Je kan de gids downloaden viawww.uantwerpen.be/extra-kansen.
In een latere fase vullen we de website nog aan met praktijkvoorbeelden en filmpjes.
Ik denk zelf dat veel leerkrachten hier voordeel kunnen uithalen. Ik word zelf blij van de aankondiging:

Deze gids formuleert drie onderzoeksgeïnformeerde aanbevelingen om laaggeletterde anderstalige jongeren te leren lezen in het Nederlands. Elke aanbeveling legt in heldere richtlijnen uit hoe de leerkracht deze theoretische principes kan vertalen naar de klaspraktijk.

Verder voorziet de gids voor elke aanbeveling een samenvatting van het wetenschappelijk bewijs, concrete werkvormen en lesideeën voor in de klas en kaders met achtergrondinformatie voor wie meer over een bepaald thema wil weten.

Uit de complexiteit van het leesproces volgt dat niet alle instructie om te leren lezen moet vertrekken vanuit geschreven tekst. Mondelinge processen zijn minstens zo belangrijk. Veel van de richtlijnen uit deze praktijkgids mogen dan ook niet in isolatie toegepast worden, maar worden best met elkaar en met andere praktijken verbonden.

Daarnaast is elke klascontext uniek en hebben laaggeletterde leerlingen elk hun eigen profiel. Een bepaalde opdracht kan in de ene groep perfect werken, maar kan in een andere groep veel minder succes oogsten.

Een kleine oefening met mooie impact in de klas

Telkens een onderzoek – of beter een persbericht over een onderzoek – grote resultaten belooft in onderwijs, is voorzichtigheid geboden. Dit is zeker het geval in tijden van de replicatiecrisis. Maar Larry Ferlazzo bericht over een geslaagde replicatie van een eenvoudige oefening met grote resultaten waarbij dus het vorige onderzoek bevestigd werd.

Waarover gaat het? Larry beschreef de oefening hier:

They had students write three-to-five times during one school year about their values.

The first two times, students were given this list of values:

athletic ability, being good at art, being smart or getting good grades, creativity, independence, living in the moment, membership in a social group (such as your community, racial group, or school club), music, politics, relationships with friends or family, religious values, and sense of humor.

The first time, they were asked to circle one; the second time,they were asked to circle the two or three on the list that were most important to them.

Next, they were asked to think about times when those two or three values (the first time, they just wrote about the one they circled) were most important to them, and then to write a few sentences about why they were important to them.

Finally, students were asked to write if they agreed or disagreed with these statements (there were six levels of agreement/disagreement that students could check):

“These values have influenced my life”
“In general, I try to live up to these values”
“These values are an important part of who I am.”

Een eenvoudige oefening, maar wat is het resultaat? Het vermindert de groei van de kloof tussen ethnische minderheden in de klas met 50%. Ik snap het als je de vorige zin nog eens opnieuw moet lezen. De kloof kan sowieso vaak vergroten in onderwijs tussen bepaalde groepen. Maar die kloof vergroot minder door deze oefening.