Ga eens vaker samen op cafe #KleineDingen S1E06

Nee, ik wil niet aanzetten tot overmatige drankgebruik en het hoeft niet per se op café te gebeuren, maar samen praten en discussiëren over onderwijsonderwerpen als team kan wel degelijk een impact hebben op het leren van jullie leren.

Alles past in collective teacher efficacy, iets wat we Liese, Casper en ikzelf ook bespreken in ons nieuwe boek ‘Bijna alles wat je moeten weten over psychologie”. Check het boek hier.

Naast de bestaande klaskit-cursussen komen er ook nieuwe trainingen op basis van dit nieuwe boek vanaf 2022, ook voor leidinggevenden. Check Klaskit.com voor meer info over het aanbod.

Waar we best naar kijken bij een digitale samenleving, ook oa in onderwijs (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Het Rathenau Instituut doet sinds 1986 onderzoek naar de impact van technologie op de samenleving. In een recent verschenen rapport naar de stand van digitaal Nederland spreekt het Instituut zorgen uit. Het selecteerde acht domeinen en maakte een overzicht van de problemen, onderbelichte vragen en politieke vragen voor de komende vier jaar. De conclusie: de stand van de digitale samenleving is op tal van aspecten zorgelijk en het huidig beleid blijkt onvoldoende.

De macht van Big Tech wordt alleen maar groter, de samenleving is sterk afhankelijk van de diensten die deze bedrijven leveren. Scholen, ziekenhuizen en overheden maken er gebruik van, zonder dat er duidelijke afspraken zijn waarmee die bedrijven tot verantwoording kunnen worden geroepen. Voor de overheid zelf is het “een uitdaging om als parlement voldoende zicht te krijgen op de werking van overheidssystemen” (p. 46). Ondertussen vormen nieuwe immersieve technologieën nadere bedreigingen voor onze privacy.

De samenvatting van de politieke vraagstukken per domein, woordelijk overgenomen uit het rapport (p. 11-12):

Inclusieve digitale democratie
Desinformatie, deepfakes, politieke micro-targeting en de macht van Big Tech bedreigen de democratie. In Europese wetsvoorstellen krijgen platformen meer verantwoordelijkheden. Maar hoe ver moeten die precies reiken? Is het toezicht voldoende geregeld als platformen gaan bepalen wat illegale content is? Digitale middelen kunnen democratische besluitvorming ook versterken. In welke mate willen partijen daar gebruik van maken?

Eerlijke dataeconomie
Platformen brengen vraag en aanbod efficiënt bij elkaar, maar de enorme marktmacht onzekere arbeidsomstandigheden en minder leefbare steden zijn bekende keerzijden. Nieuwe wetten moeten de marktmacht reguleren en investeringen in Europese technologie moet zorgen voor alternatieve aanbieders. Maar met meer concurrentie ontstaat nog geen leefbare stad. Welke plichten moeten platformen krijgen om een eerlijke economie te realiseren? En hoe kan innovatiebeleid meer worden gericht op maatschappelijke uitdagingen?

Robuuste digitale infrastructuur
De digitale samenleving is kwetsbaar. Hoewel de afgelopen jaren meer wettelijke eisen zijn opgesteld, bijvoorbeeld voor 5G, blijft de basis, zoals encryptie, onvoldoende op orde. De afhankelijkheden worden groter. En nieuwe infrastructuren, zoals 6G en satellieten, komen eraan. Wat is er nodig om Nederland veiliger te maken en hoeveel mag dat kosten? Hoe kan Nederland haar hoogwaardige expertise over kwantumtechnologie, encryptie en AI beter benutten?

Behoorlijke digitale overheid
De overheid gebruikt data en algoritmen om te beslissen over zaken die burgers aangaan. Maar die beslissingen zijn vaak ondoorzichtig. En het blijkt lastig om maatwerk te leveren en gemaakte fouten snel te herstellen. Bovendien blijken systemen niet altijd effectief. Hoe weegt het parlement de maatschappelijke kosten tegen de baten? Wat is er nodig om te waarborgen dat digitale overheidssystemen voldoen aan de eisen van behoorlijk bestuur?

Duurzaam digitaal
Digitalisering van het energiesysteem kan de energietransitie bevorderen. Dat vraagt om beter gebruik van energiedata, met aandacht voor privacy en beveiliging. Dat is nog niet voor alle relevante data, zoals data uit slimme thermostaten of elektrische auto’s, goed geregeld. Hoe zorgt het parlement dat beschikbare data in dienst staat van de energietransitie? En hoe wordt gezorgd dat de ambities voor digitalisering gelijk op gaan met de doelen van de energietransitie?

Hoogwaardig digitaal onderwijs
Onderwijsinstellingen experimenteren met digitale leermiddelen. Op beleidsniveau is aandacht voor dataprotectie, beveiliging en publieke regie over de inkoop van systemen. Maar de impact van educatieve technologie reikt verder dan dat. Want wat betekenen de systemen voor de kwaliteit van het onderwijs en kansengelijkheid? Durven leerlingen nog fouten te maken als elke stap wordt
vastgelegd? Kortom: hoe kan innovatie vorm worden gegeven met oog voor onderwijskwaliteit en publieke waarden?

Verantwoord medische data delen
Uitwisseling van medische data kunnen de gezondheidszorg vooruit helpen, bijvoorbeeld doordat zorgverleners over de juiste informatie beschikken. Maar het gebruik van medische data dient uiterst zorgvuldig, en in het belang van de publieke gezondheidszorg, te gebeuren. Met de toename van private partijen en grote platformen komt dat belang onder druk te staan. Hoe behouden we solidariteit bij datagebruik en worden zorgverleners en patiënten beter beschermd?

Betrouwbare immersieve technologie
Spraaktechnologie, Virtual Reality en Augmented Reality maken het nog moeilijker om echt van nep (manipulatie) te onderscheiden. Deze technologieën zullen de komende jaren worden gebruikt in de zorg, het onderwijs, de bouw of defensie. Welke afspraken zijn er nodig over privacy, autonomie, waarachtigheid en gezondheid? En welke juridische kaders ontbreken, zoals voor onze publieke ruimte en intellectueel eigendom?

Wat komt eerst de kip of het ei? Leesvaardigheid of leesplezier?

Er is een grote correlatie tussen leesplezier en leesvaardigheid, maar wat is de causale richting? Dit werd onderzocht door professor Elsje van Bergen en collega’s, check hier de preprint. Causale verbanden vinden is nooit echt makkelijk, en een RCT zou hier behoorlijk op ethische bezwaren kunnen stoten. Daarom werd gekeken naar tweelingonderzoek. Men bekeek eerst de erfelijkheidsinvloeden op lezen en daar bleek de invloed op goed kunnen lezen sterker erfelijk bepaald  te zijn dan leesplezier (al speelt erfelijkheid hier ook een rol). Vervolgens analyseerde men de richting via Direction-of-causation modelling. Ik moet eerlijk bekennen dat dit laatste me wat studiewerk bezorgde gisteravond.

Maar wat bleek de richting van leesplezier naar leesvaardigheid bleek niet significant. De omgekeerde richting wel degelijk.

Wat zijn nu de gevolgen voor de praktijk? Ik denk dat de belangrijkste boodschap is om de technische taalvaardigheid niet te vergeten of te verwaarlozen. Het advies van de Taalraad pleitte ook al voor én-én-én, ik gaf zelf al aan dat begrijpend lezen een vermenigvuldiging was. Wat volgens mij een fout idee zou zijn om nut te denken dat we eerst aan de vaardigheden moeten werken en dat dan leesplezier aan bod moet komen of spontaan zal ontstaan.

De onderzoekers waarschuwen dan ook:

Interventions work well when they combine reading instruction with motivational components, like enhancing student interest and self-regulation. A recent meta-analysis concluded that interventions that target both skills and motivation improve both, with g=.20 and g=.30, respectively (McBreen & Savage, 2020). “What works” is the most important question for policymakers and teachers, but for our question on causality we would need clean intervention studies that strictly target either skills or motivation/enjoyment, and then assess both as outcome measures. What is known, is that just making children in the classroom read more independently has no effect (Erbeli & Rice, in press). In the absence of feedback, practice apparently does not make perfect (Hattie & Timperley, 2007; Kim, 2007; Reitsma, 1988).

Abstract van het onderzoek:

Children who like to read and write tend to be better at it. This association is typically interpreted as enjoyment impacting engagement in literacy activities, which boosts literacy skills. We fitted direction-of-causation models to partial data of 3,690 Finnish twins aged 12. Literacy skills were rated by the twins’ teachers and literacy enjoyment by the twins themselves. A bivariate twin model showed substantial genetic influences on literacy skills (70%) and literacy enjoyment (35%). In both skills and enjoyment, shared-environmental influences explained about 20% in each. Direction-of-causation modelling showed that skills impacted enjoyment. The influence in the other direction was zero. The genetic influences on skills influenced enjoyment, via the skills–> enjoyment path. This indicates active gene-environment correlation: children with an aptitude for good literacy skills are more likely to seek out literacy activities. To a lesser extent, it was also the shared-environmental influences on children’s skills that propagated to influence children’s literacy enjoyment. Environmental influences that foster children’s literacy skills (e.g., families and schools), also foster children’s love for reading and writing. These findings underline the importance of nurturing children’s literacy skills..

Wat we zeggen versus wat we bedoelen

Regelmatig hoor of lees ik zaken waarbij ik denk, ‘wacht eens even, hier klopt iets niet’. Laat het me vooral concreet maken:

  • Durf te falen‘. Lijkt logisch en we leren inderdaad uit fouten, maar de gedachte hierbij is wel vaak ‘Durf te falen… om te slagen’.
  • We moeten onze leerlingen kritisch leren denken‘, ja, maar hoe vaak is het niet dat we hier in feite mee bedoelen ‘denken zoals ons’. Vaccin-weigeraars of klimaatontkenners denken ook op hun manier ook kritisch, maar vaak wordt dit er niet mee bedoeld.
  • De leerlingen moeten eigenaarschap hebben over het leerproces‘. Maar als ik eigenaar ben, dan kan ik toch ook beslissen om iets niet te doen? Nee, we bedoelen net dat ze moeten werken. (Dank aan Piet van der Ploeg om me op het idee te brengen). Los daarvan wordt zo de leerling zelf verantwoordelijk voor zijn of haar leren en dus ook voor zijn of haar falen?

Hebben jullie nog voorbeelden? Laat ze achter in de replies!

Nieuw vanaf 2025 in PISA: vreemde talen

Hoe goed spreken jongeren een tweede of derde taal? Op 27 september lanceert de OESO het raamwerk dat ze zullen gebruiken om vanaf 2025 in hun driejaarlijkse PISA-testen om na te gaan hoe goed de vijftienjarigen andere talen spreken naast hun moedertaal. Je kan dit raamwerk nu al hier lezen, waarin onder andere ingegaan wordt op de discussie tussen vreemde taal en tweede of derde taal.

Ik heb wel nog het vermoeden dat de organisatie een pittige kan worden:

This assessment would be appropriate to assess any modern language formally taught in school settings other than the main language of instruction. The assessed languages will most likely not be official languages of the country, but in some cases, they could be, particularly in multilingual countries. While the assessed language can be one of the languages of instruction, it should not be the main language of instruction (which is normally used, in the PISA context, for the assessment of reading). However, it would be relevant to make an exception in schools where, due to a system-level policy to improve students’ language skills, the main language of instruction is not the language spoken by students at home and in their social environment. For instrument development, foreign languages will be understood as all modern languages that are formally taught in school settings, other than the main language of schooling, which is defined as the language of the PISA reading test.

Je hoort en leest vaker dat PISA een soort onofficieel curriculum is, waarbij de zaken die door de OESO gemeten worden, door overheden als belangrijker worden ervaren. Je kan hier lang over discussiëren, maar stel dat dit het geval zou zijn, dan is het goed nieuws voor vreemdetalenonderwijs. Het is wel nog de vraag welke landen of regio’s zullen intekenen voor welke talen.

Er hoort ook een working paper bij “How language learning opens doors” waarin ingegaan wordt op de meerwaarde die vreemdetalenonderwijs kan bieden:

Research has shown that foreign languages can be an important driver towards better job opportunities. This is more likely to be the case if young people take foreign languages into account when developing their career and educational expectations. This paper examines how speaking more than one language and learning at least one foreign language at school relate with students’ career and educational expectations. It is based on questionnaire data collected from 15-year-olds in 79 countries and economies as part of the 2018 Programme for International Student Assessment (PISA), as well as on qualitative interviews with students from Costa Rica, Denmark, Hong Kong (China) and Spain.

De data die men gebruikte laat enkel correlaties toe, men gebruikte de kwalitatieve data om dit in te schatten, maar daaruit blijkt dat de causaliteit wellicht in beide richtingen gaat.

De zesde Teacher Tapp podcast: Wat heeft ons onderwijs nu nodig?

In deze aflevering staat de volgende vraag centraal: wat heeft ons onderwijs nodig. Om deze vraag te beantwoorden stelde Teacher Tapp een open vraag en konden alle gebruikers suggesties geven.Deze suggesties werden gebundeld en verwerkt tot meerkeuzevragen of stellingen die dan weer naar alle respondenten werden gestuurd. Zo kreeg Teacher Tapp een duidelijk beeld van wat leerkrachten, directies en ondersteuners dringend nodig vinden in ons onderwijs.

We bespreken deze resultaten met Geert De Meyer. Geert is lector aan de Arteveldehogeschool en werkt ook voor Teacher Tapp. Hij schreef mee aan het eindrapport dat je hier kan nalezen en analyseerde de resultaten.