OESO-presentatie: waar voor je geld in onderwijs?

Vorige week schreef Mattijs Bouwman dit prima stuk over een nieuw onderzoek van de OESO:

Economen van de Oeso publiceerden onlangs de resultaten van onderzoek naar een nieuwe maatstaf voor onderwijs en menselijk kapitaal, en daarmee konden ze het verband tussen onderwijs en groei voor het eerst echt aantonen. De onderzoekers gebruiken gegevens van zowel het PISA-onderzoek naar leerprestaties van studenten als het PIAAC-onderzoek naar de competentie van volwassenen. Op basis van deze gegevens konden ze het ‘menselijk kapitaal’ van verschillende landen vaststellen. …

… Deze nieuwe indicator voor onderwijsniveau van de bevolking bleek goed te correleren met de productiviteit in de onderzochte landen. Hoe meer human capital, des te productiever de economie. Uitgaven aan onderwijs zorgen voor meer groei. Het zijn echte investeringen die zichzelf in principe terug kunnen verdienen.

Maar daar moet de politiek dan wel geduld voor kunnen hebben. Beter peuter- en kleuteronderwijs leidt pas decennia later tot een productievere beroepsbevolking. En ook onderwijs op latere leeftijd heeft tijd nodig om tot echte groei te leiden. Ook de economie moet zich aanpassen aan een stijgend opleidingsniveau, dus er kunnen vele jaren overheen gaan.

Dit zijn de slides die bij de voorstelling van een ruimer OESO-rapport horen rond hetzelfde thema, en waarbij gekeken wordt naar waar je dan zoal kan of moet in investeren.

De tol van de pandemie voor jongeren, enkele grafieken uit het nieuwe OESO-rapport (not for the faint of heart)

Op 5 december publiceerde de OESO Health at a Glance: Europe 2022, met daarin enkele opvallende grafieken die tonen hoe de pandemie de levens van vele jongeren hard raakte:

  • Het aantal jongeren (18-29) met symptomen van depressie meer dan verdubbelde tijdens de pandemie, ook in België (het goede nieuws, het was ergens anders nog erger?):

  • Hierbij was de verhouding tussen jongeren en volwassen enorm verschillend:

  • Angststoornissen namen toe, volgden het pad van de pandemie, maar bleven zelfs in rustmomenten hoger dan voor de pandemie:

  • Het aantal jongeren met een eetstoornis nam in België een enorme vlucht:

  • Zoals vaak blijken meisjes meer last te hebben van symptomen van angststoornissen. Je ziet ook dat in 2022 het aantal terug daalt – oef – maar nog steeds hoger blijkt dan voor de pandemie:

  • En jongeren moesten het vaker doen zonder gespecialiseerde hulp (Europese data):

Trieste grafiek van de dag: mentale problemen dreigen voor 1 op 4 17 tot 19-jarigen in de UK

Dat het vaker voorkomt bij kinderen uit gezinnen die het moeilijker hebben, mag niet verbazen. Maar de evolutie bij de groep tussen 17 en 19 jaar, die is enorm:

Percentage of children and young people with a probably mental health disorder

Lees meer hier bij de BBC!

Onderzoek onder tweelingen wijst uit: onderwijs kan ongelijkheid verkleinen (Jeroen Janssen)

Misschien merkte je al dat de blog van onze vakgroep in Utrecht ook zeer actief is met dagelijks posts over recent onderwijsonderzoek. Check de blog hier. Jeroen schreef zo ook recent deze post:

Utrechtse collega Kim Stienstra (@kimstienstra) deelde onlangs de resultaten van haar meest recente studie.

Verminderen scholen de sociale ongelijkheid in onderwijsprestaties en fungeren zij als “de grote gelijkmaker”? Of reproduceren of versterken ze de ongelijkheden juist? Deze vraag staat centraal in een nieuwe studie van de Utrechtse en Amsterdamse onderzoekers Stienstra, Knigge, Maas, De Zeeuw en Boomsma. Zij onderzoeken dit door specifiek de onderwijsprestaties van tweelingen te onderzoeken. Doordat sommige tweelingen bij elkaar in de klas zitten en andere niet, kunnen de auteurs vier bronnen uit elkaar halen die bijdragen aan verschillen in prestaties: genetisch, gedeelde omgeving, niet-gedeelde omgeving en klassikale invloeden. De resultaten laten zien dat gemiddeld 2,1 procent van de variantie in onderwijsprestaties van Nederlandse basisschoolleerlingen is toe te schrijven aan klassikale invloeden. Onder klassikale invloeden vallen bijvoorbeeld de kwaliteit van leerkracht, de grootte van de klas, de beschikbare hulpmiddelen in de klas en het klassenklimaat. 2,1 procent lijkt misschien weinig, maar de auteurs merken terecht op dat 68% van de onderwijsprestaties in deze studie wordt verklaard door genetische factoren en dus slechts 32% door omgevingsfactoren. In verhouding wordt 12% van de variantie van deze omgevingsfactoren door klassikale invloeden verklaard. Klassikale invloeden blijken groter wanneer het opleidingsniveau van ouders lager is. Dit laat zien dat onderwijs tot op zekere hoogte een compenserend effect heeft.

 

Het abstract

We investigate the influence of the classroom environment on educational performance and its dependency on parental socio-economic status (SES). The classroom environment can have a compensatory effect and decrease educational inequality, in which case the classroom context is more important for children originating from lower SES families. Alternatively, there can be an amplifying effect, in which case the classroom environment is more important for high-SES children. This would increase educational inequality. We investigate the two alternatives by applying a twin design to data from 4,216 twin pairs from the Netherlands Twin Register (birth cohorts 1991–2002). Some twin pairs share a classroom and other twins from the same pair are in different classrooms. We use this fact to decompose the variance in educational performance at the end of primary school into four components: genetic variance, classroom variance, shared environmental variance, and non-shared environmental variance. We find that of the total variance in educational performance, only a small part (2 per cent) can be attributed to differences between classrooms within schools. The influence of the classroom was larger when the level of parental SES was lower (up to 7.7 per cent) indicating a compensatory effect.