“Wanneer krijgen we weer les?”, ik las het boek.

Vorige week ontstond deining over een kritische onderwijsboek dat tot schorsing van de auteur Paula van Manen leidde. Het boek beschrijft de invoering van gepersonaliseerd in een opleiding binnen het ROC waar de auteur werkt en is een echte sleutelroman. Het kost iemand niet veel moeite om Agora te herkennen als de ‘Limburgse school met mooie kunstwerken’ of Kunskapskolan als het Zweedse Pippi-model. De reden van de schorsing zou zijn dat zo makkelijk als je deze modellen kan herkennen, zo makkelijk de collega’s ook zichzelf in het boek zouden terugvinden.

Want als de reden zou zijn dat de schrijfster te kritisch is, dan is dit mijns inziens onterecht. Ik vreesde vooraf een klaagroman te zullen lezen van een conservatieve leraar – het bestaat -, maar las in de plaats daarvan vooral een herkenbaar relaas over de invoer van een onderwijsaanpak met vallen en opstaan. Top-down beslissingen met een bottom up sausje, de vele goodwill bij docenten terwijl leerlingen en ouders meer moeite lijken te hebben met veranderingen waar ze niet voor gekozen hebben, en het vele, vele werk dat verandering kost. Oh, en de liefde voor de leerlingen, de enorme liefde en verantwoordelijkheid bij de docenten.

Gaandeweg wordt de kritiek in het boek groter. Niet omdat de auteur en haar collega’s er niet in geloofden, maar omdat plannen onverwacht veranderen, verantwoordelijken verdwijnen, de werkdruk loodzwaar wordt en… omdat ze zien hoe leerlingen ook maar mensen in ontwikkeling blijken die niet allemaal zo vlot met verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces leren omgaan. De twijfel wordt nog groter omdat men merkt dat de diepgang meer en meer verdwijnt en een steeds grotere groep leervertraging oploopt in ruil voor, tja, in ruil voor wat?

Het is geen wetenschappelijk boek, er zijn geen noten, geen afstand. Dat laatste is tegelijk de meerwaarde, het is een persoonlijk relaas van een onderwijsvernieuwing. Tegelijk is het een mooie waarschuwing voor mogelijke (denk)fouten die soms ook uit wetenschappelijke literatuur naar boven komen. Al raad ik het boek ook aan wetenschappers aan die mooie ideeën hebben.

De meest pijnlijke passage uit het boek voor mij is als de schrijfster vertwijfeld bedenkt dat zij en haar collega’s betaald worden om telkens twee keer per dag zelf en twee keer per dag met hun leerlingen over de gevoelens bij alles te praten bij een bordmoment met smileys, terwijl na een tijdje niemand echt nog weet waarom.

Het is misschien mijn persoonlijke dada aan het worden, maar mij valt in het boek op hoe er gemorst wordt met leertijd vanuit een naïef idee dat kinderen spontaan, intrinsiek gemotiveerd zullen beginnen leren als ze maar keuzes krijgen. De praktijk is dat in onderwijscurricula er soms dingen gewoon moeten waar leerlingen weinig in zien en dat dan de enige keuze wordt wanneer je iets doet. En dat kan tot uitstelgedrag leiden. Zeker als de verlokkingen van zaken die niks met leren te maken hebben op je laptop of die eeuwige telefoon, behoorlijk groot zijn en het vlees vaak te zwak blijkt.

Wie een schandaalboek verwacht, zal teleurgesteld zijn.

Voor wie over onderwijs en onderwijsvernieuwing denkt, is het daarentegen wel degelijk een aanrader. En nee, het boek gaat echt niet over jou of jou… Echt niet…

 

Een pleidooi voor meer tijd voor leren is niet een pleidooi voor een bepaalde onderwijsaanpak

Het was de meest gelezen post op mijn blog vorig jaar en ik had dit eerlijk gezegd niet zien aankomen. Blijkbaar raakte mijn pleidooi voor meer tijd voor leren verschillende snaren. Ik word er nu nog regelmatig op aangesproken. Ik merkte dat er wel een misverstand kan ontstaan. In mijn stuk leg ik het belang van regels en routines uit:

Routines zijn zaken die quasi geautomatiseerd verlopen in de les. Het hoeft niet zo ver te gaan als in die ene Britse school in Londen waarbij leerlingen in stilte van de ene klas naar de andere moeten raken in exact 2 minuten. Maar maak wel een duidelijke routine van hoe leerlingen in een klas binnenkomen, hun spullen nemen, telefoon wegstoppen,…

Regels zijn ook belangrijk, waarbij goede leraren en scholen ook het waarom duiden en deze menselijk, maar consequent toepassen en met passend gevolg indien de regels niet gevolgd worden. Een regel zonder effectieve consequenties, is geen regel. En ook hier helpt het om dit als team eenduidig aan te pakken zowel qua regels als consequenties, om zo gedragsproblemen te voorkomen of te counteren.

Nu zou je kunnen denken dat dit automatisch een pleidooi is voor meer klassiek onderwijs. Niets is minder waar. Welke regels en routines scholen invoeren, kunnen onderling zeer verschillend zijn. Het was opvallend hoe enkele leraren van methodescholen zich hier net zeer goed in herkenden. Zelf gaf ik ooit – met veel plezier – les in het kunstsecundair onderwijs. Wat me van toen is bijgebleven, was dat de grenzen misschien ietsje anders lagen dan op andere scholen, bijvoorbeeld toleranter op vlak van klederdracht en dergelijke, maar dat die grenzen wel degelijk absoluut waren en duidelijk voor iedereen.

Waarom ik op 2 december weinig sliep…

De dag stond al maanden in mijn agenda: maandag 2 december. 3 december: de officiële vrijgave van  PISA, maar al een paar keer landde het PISA rapport eerder op mijn bureablad. Of voor de volledigheid: landde het rapport twee keer op mijn bureaublad. Doet er even niet toe hoe dit gebeurt, maar dan begint het zenuwenwerk. Honderden pagina’s te lezen, want dat wil ik: alles gelezen hebben tegen de eigenlijke publicatie.

En met alles bedoel ik letterlijk alles. Ik herinner me dat ik bij PISA 2015 in een voetnoot een opmerking vond over mogelijke impact van de switch van papier naar digitale afname. Deze voetnoot zette me op een speurtocht naar meer. Deze verandering zou namelijk de vergelijkbaarheid in het gedrang brengen. Toen de minister mij hier in citeerde kreeg ze nog de wind van voor, maar maanden later gaf de OESO dit ook toe. Zoiets vind je enkel maar als je alles leest. Wil dit zeggen dat je daarmee alles vindt en alles correct begrijpt? Vergeet het. Gesprekken met collega-onderzoekers doen me vandaag nog vaak naar het rapport teruggrijpen en ik hou me zelf niet bezig met extra analyses te doen. En het is lezen, niet uit het hoofd leren. Ik apprecieer erg de reactie van iemand zoals professor Dirk Jacobs die niet wil reageren vooraleer hij zelf analyses heeft gedaan. Zover ga ik zelf dus niet.

Waarom schrijf ik dit? Het is de achtergrond achter deze tweet:

De ergernis in die tweet ging wel degelijk over verschillende wetenschappers die stukken schreven of meningen gaven over PISA die deden vermoeden dat ze hoogstens de samenvatting hadden gelezen. Ik vrees bij sommigen wel degelijk minder. Het gaat dan voor alle duidelijkheid niet over het oneens zijn met een mening, maar een ergernis over feitelijke fouten. Vergissingen zijn menselijk, en ik ben de laatste om een steen te werpen want op dat vlak zeker zelf niet zonder zonde. Maar als er meerdere vergissingen in hetzelfde stuk staan, dan is er iets anders aan de hand, zoals recent nog in een Nederlandse opinie over PISA. Het is onmogelijk voor een breed publiek om dit door te hebben. Het is de verantwoordelijkheid van de wetenschapper om hier zorgvuldig mee om te gaan.

Nieuw rapport van Kennisnet: Een ethisch perspectief op digitalisering in het onderwijs

Ben zelf al een tijdje lid van de Nederlandse Ethiek Adviesraad, een initiatief van Kennisnet en de PO-raad, waarbij nagedacht wordt over de ethische kant van digitalisering in onderwijs. Recent werd ook door Kennisnet een nieuw rapport/een nieuwe brochure uitgebracht rond dit thema.

De bijhorende perstekst van Kennisnet:

Het rapport is tot stand gekomen met hulp van wetenschappers, onderwijsexperts en onderwijsprofessionals. Uitgangspunt: hoe moeten scholen omgaan met ethische vraagstukken bij digitalisering? Denk aan vragen als:

  • Is het alleen maar handig dat leerlingen en studenten 24/7 hun cijfers kunnen checken of levert dat ook stress op?
  • Wat is de invloed van slimme volgsystemen op het persoonlijke contact tussen leraar en leerling?
  • Is het wenselijk dat smartwatches de hartslag en bloeddruk van leerlingen met een gedragsstoornis monitoren?

Let op de bijwerkingen

De voordelen van digitale technologie zijn talrijk: het maakt onderwijs in veel opzichten aantrekkelijker, makkelijker en efficiënter. Dankzij tablets en digiborden zijn veel lessen beeldend en interactief. Adaptief digitaal leermateriaal verlost leraren van routinematig nakijkwerk. Leerlingen en studenten raken gemotiveerder dankzij oneindig geduldige educatieve apps die zich aanpassen aan de individuele behoeftes van de gebruiker. Dankzij het vastleggen van leerlinggegevens kunnen scholen het leerproces beter sturen. En duur hoeft het allemaal niet te zijn: grote techbedrijven bieden hun digitale diensten deels gratis aan voor het onderwijs. Maar technologie heeft ook bijwerkingen, en die worden steeds meer gevoeld.

3 grote ontwikkelingen

In het rapport worden 3 ontwikkelingen uitgelicht die belangrijke onderwijswaarden beïnvloeden, met bijwerkingen:

  1. De verschuivende verhouding tussen mens en machine

Digitale technologie (de machine) maakt persoonlijk onderwijs mogelijk en verrijkt het didactisch repertoire van de leraar, maar kan ook zijn autonomie verkleinen. Deze ontwikkeling raakt aan waarden als betekenisvol contact en de professionele autonomie van de leraar.

2.     Gelijk en ongelijk: digitale kansen

Digitale technologie vergroot de mogelijkheden voor kwetsbare en minder kansrijke leerlingen en studenten om mee te doen, maar kan ook leerlingen uitsluiten. Bijvoorbeeld als bepaalde leerlingen en studenten minder profiteren van adaptieve materialen. Deze ontwikkeling raakt aan waarden als gelijke kansen en inclusiviteit.

3.  Big tech, big data en het vrije onderwijs

Bedrijven als Apple, Google en Microsoft zorgen voor bevrijdend gemak, maar ook voor toenemende afhankelijkheid. Daarnaast wordt er steeds meer data over leerlingen en studenten verzameld door bedrijven en onderwijsinstellingen. Deze ontwikkeling raakt aan waarden als vrije ruimte, vrijheid om te oefenen en te falen en benaderd worden met een open blik.

Sturen of gestuurd worden

Remco Pijpers, strategisch adviseur van Kennisnet en een van de auteurs van het rapport: “Het is logisch dat scholen onderzoeken hoe technologie kan helpen het onderwijs te verbeteren en problemen het hoofd te bieden. Maar er is een kanttekening: hoe meer we digitalisering instrumenteel inzetten – zonder oog voor ethiek – hoe groter de kans dat er op een ander niveau een prijs moet worden betaald.”

Pijpers benadrukt dat onderwijstechnologie ook sturend werkt. Daarom is het van groot belang dat onderwijsprofessionals zichzelf en elkaar ethische vragen stellen. Uit het rapport: “Digitalisering zou minder vanuit ict en meer vanuit waarden moeten worden gestuurd. Voor de bestuurder, schoolleider, ict-coördinator en leraar zou ethiek een onmisbaar onderdeel moeten zijn in het professionele redeneren over ict.”

Aanbevelingen

Om het gebruik van technologie in het onderwijs in goede banen te leiden, raadt Kennisnet aan op alle niveaus in de school aandacht te besteden aan een ethisch perspectief: van bestuurder tot leraar. Tegelijkertijd erkent het rapport de uitdaging voor de individuele school die grote tech-bedrijven tegenover zich vindt. Daarom benadrukt Kennisnet de noodzaak voor scholen om zich te verenigen en zich stevig te positioneren.

Het Streisand effect in het onderwijs

Toen Barbra Streisand wou voorkomen dat een foto van haar huis gepubliceerd werd, had dit tot gevolg dat veel media schreven over deze zaak en daarbij… de gewraakte foto van haar huis publiceerden.

Volgens Wikipedia leverde dat het streisandeffect op:

Het streisandeffect is het verschijnsel dat pogingen van een persoon of instantie om informatie te verbergen of te verwijderen juist de aandacht op die informatie vestigen.

Gisteren heeft een school in Nederland dit effect aan de lijve ondervonden. Vorig jaar schreef een van de docenten een sleutelroman over de invoering van gepersonaliseerd onderwijs binnen haar instelling. Die docente werd nu daarom geschorst. Dit leverde een artikel in de Gelderlander op en tweets… veel tweets.

De eerste die ik zelf zag was direct van Dirk Van Damme:

 

Het werd ondertussen een echte sneeuwbal die komende week zal culmineren in parlementaire vragen:

Los van de zaak, die in feite zeker deels rond privacy zou draaien, zit de school nu in een storm die ze echt niet wil waarbij andere media het verhaal overnemen.

Wat willen we nu met ons onderwijs?

Enkele eenvoudige feiten: er zijn 24 uren in een dag en een deel daarvan moet je echt wel slapen. Meer nog, kinderen moeten genoeg slapen voor hun gezondheid en hun ontwikkeling. De Vlaamse kinderen hebben bovengemiddeld veel uren les in vergelijking met andere OESO-landen, voor iedereen (nog) meer is wellicht echt geen optie.

Ik begin hierover omwille van twee types van onderwijsartikels in de media. Aan de ene kant lees je berichten over de achteruitgang, zoals recent begrijpend lezen, wiskunde, Frans,… Aan de andere kant zijn er de nodige pleidooien voor extra taken voor het onderwijs. Ik hield het ooit bij, dit is een greep uit de pleidooien:

  • Lessen borstvoeding
  • Lessen over privacy
  • Mediteren
  • Programmeren
  • Financiële geletterdheid

Het is zeker niet zo dat meer uren les noodzakelijk tot meer leren leidt, maar het omgekeerde is nog minder waar: als je minder uren aan lezen besteedt, dan is de kans klein dat begrijpend lezen zal verbeteren. Als je ziet dat het aantal uren dat in Vlaanderen hieraan besteed wordt op tien jaar tijd quasi halveerde, moet je niet verbaasd zijn dat onze kinderen op dit vlak sterk achteruit gaan, idem met het aantal uren wiskunde in de meer uitdagende richtingen. Tijd is zeker niet de enige factor die de huidige achteruitgang kan verklaren, maar speelt volgens mij wel degelijk een rol.

Het opstellen van onderwijscurricula gaat altijd over keuzes maken. Je kan kinderen niet eeuwig in de schoolbanken laten zitten, noch kan je verwachten dat de universiteit een verlengd leerplichtonderwijs wordt waarbij basisvaardigheden aangeleerd worden. Dit zou oneerlijk zijn tegenover de kinderen die niet naar het hoger onderwijs gaan.

Meer en meer zien we dat de basisvaardigheden van onze jongeren onder druk komen te staan. We mogen het als samenleving niet pikken dat bijna 1 op 5 vijftienjarigen laaggeletterd zijn (voor de Nederlandse lezers: bijna 1 op 4). De kans dat ze dit nog inhalen is spijtig genoeg wellicht klein. Ik heb me zelf nog niet vaak uitgesproken over wat al dat niet in de eindtermen moet komen, maar ik denk dat het hoog tijd is voor een kerntakendebat in ons onderwijs. Wat moet op de eerste plaats komen? Wat zijn die basisvaardigheden die onze kinderen nodig hebben?

Laten we die basis in orde brengen en daarna zien waarvoor er nog ruimte is. De kans is trouwens reëel dat als bijvoorbeeld begrijpend lezen, maar ook luister- en schrijfvaardigheden meer aandacht krijgen, de andere inhouden makkelijker en misschien zelfs sneller verwerkt zullen worden.