Nieuw onderzoek toont het belang van kunsteducatie op school

Een randomized controlled trial (RCT) met 10548 leerlingen in 42 scholen in Houston onderzocht de invloed van kunsteducatie in basis- en middenscholen.

Er zou volgens het onderzoek een duidelijke positieve invloed zijn van kunstlessen op school op:

  • schrijfprestaties
  • meer empathie en begrip voor elkaar bij leerlingen
  • minder disciplinaire problemen,
  • het engagement op school stijgt.

De mate waarin deze verschillende effecten spelen, verschilt en de paper is een beetje slordig in hoe men deze bevindingen rapporteert. Het onderzoek zal wellicht ook al aangeboden zijn voor een wetenschappelijk tijdschrift en ik vermoed dat men hier dan nog werk zal aan hebben.

Je zou nu kunnen denken dat ik blij ben met dit onderzoek. Dit is deels zo, maar ik ben tegelijk ook voorzichtig. In ons nieuw boek spreken we ook onder andere over de transfer van muziek leren op andere domeinen. Los van de vraag of er effect is of niet, beschrijven we hoe dergelijke vraag zeer gevaarlijk kan zijn voor een vak.

Als je vooral kunst en cultuur geeft in functie van iets anders, dan bestaat altijd het risico dat er iemand komt en die stelt of aantoont dat iets anders nog beter is om dat te bereiken. Het maakt kunst en cultuur vooral een middel, terwijl het ook een waarde op zich heeft.

Abstract van het onderzoek:

The recent wave of test-based accountability reforms has negatively impacted the provision of K-12 arts educational experiences. Advocates contend that, in addition to providing intrinsic benefits, the arts can positively influence academic and social development. However, the empirical evidence to support such claims is limited. We conducted a randomized controlled trial with 10,548 3rd-8th grade students who were enrolled in 42 schools that were assigned by lottery to receive substantial influxes of arts education experiences provided through school-community partnerships with local arts organizations, cultural institutions, and teaching-artists. We find that these increases in arts educational experiences significantly reduce the proportion of students receiving disciplinary infractions by 3.6 percentage points, improve STAAR writing achievement by 0.13 of a standard deviation, and increase students’ compassion for others by 0.08 of a standard deviation. For students in elementary schools, which comprise 86 percent of the sample, we find that these arts educational experiences also significantly improve school engagement, college aspirations, and arts-facilitated empathy. These findings provide strong evidence that arts educational experiences can produce significant positive impacts on student academic and social development. Policymakers should consider these multifaced educational benefits when assessing the role and value of the arts in K-12 schools.

Mediawijsheid: Zo check je waar die foto vandaan komt: foto’s controleren met een paar muisklikken.

Deel deze tweet hier ook even, omdat veel van mijn lezers niet op Twitter zitten:

Hoe ziet effectief onderwijs voor breed ondernemerschap eruit? (NRO)

Het NRO lijkt even in een stroomversnelling te gaan met nog een nieuwe overzichtsstudie en dit bijhorend persbericht:

Ondernemerschap wordt steeds meer gezien als een van de kerncompetenties; belangrijk voor iedere burger in de samenleving. Hierbij gaat het niet alleen om het opstarten van een eigen bedrijf. Het gaat om ondernemendheid: het zien en benutten van kansen en het kunnen en durven omzetten van ideeën in acties die leiden tot een nieuwe product, dienst, project of activiteit die van waarde is voor anderen. Dit noemen we ook wel ‘breed ondernemerschap’. Steeds meer opleidingen besteden aandacht aan ondernemerschapsonderwijs en ook onderzoek naar wat effectief ondernemerschapsonderwijs is, neemt toe. Maar hoe ziet effectief onderwijs voor breed ondernemerschap eruit?

In een NRO overzichtsstudie “leren voor breed ondernemerschap: analyse van leeruitkomsten en leeractiviteiten” zijn Judith Gulikers, Thomas Lans (Wageningen Universiteit), Yvette Baggen (Universiteit Utrecht) en Ingrid Christoffels (ECBO) hiermee aan de slag gegaan. Hun eindrapport laat zien:

  1. Welke leeruitkomsten relevant zijn in breed ondernemerschap (= het wat)
  2. Welke leeractiviteiten relevant zijn in breed ondernemerschap (= het hoe)
  3. Welke combinaties van wat-hoe passend zijn voor verschillende doelgroepen en leeftijden, uitgaande van het idee van een leerlijn ondernemerschap

De auteurs concluderen dat ondernemerschapsonderwijs gericht moet zijn op het creëren van een leeromgeving waarin studenten worden uitgedaagd tot het ondernemende proces,een iteratief proces van het creëren, ontwikkelen en uitproberen van kansen. De uitkomsten van dit proces zijn niet altijd vooraf vast te leggen. En dus zou er in ondernemerschapsonderwijs meer ruimte moeten zijn voor leerverrassingen.

De overzichtsstudie resulteert in een set van ontwerpprincipes (“de schuifjes”) voor het ontwerpen van en reflecteren op ondernemerschapsonderwijs. Hiervoor ontwerpen de auteurs een praktische tool in de vorm van een placemat-praatplaat. Docenten, teams, onderwijsontwerpers of curriculumontwikkelaars kunnen hiermee hun eigen ondernemerschapsonderwijs in kaart brengen door te spelen met de schuifjes, hierover in gesprek te gaan en gezamenlijk bewustere keuzen te maken passend bij de eigen doelgroep, context en gewenste complexiteit.

Het eindrapport en de praatplaat worden binnenkort ontsloten in de NRO-projectendatabase. Van de praatplaat zullen ook fysieke producten worden gedrukt. Ben je hierin geïnteresseerd, wil je het eindrapport ontvangen en/of wil je nu al met het digitale materiaal aan de slag, stuur een mailtje aan een van de auteurs. Dan sturen zij het gewenste materiaal toe.

Bekijk de managementsamenvatting van de NRO-overzichtsstudie Leren voor breed ondernemerschap: analyse van leeractiviteiten en –uitkomsten.

De positieve kant van de replicatiecrisis: geslaagde replicates

Regelmatige lezers van deze blog zullen wel al mijn fascinatie gemerkt hebben met de replicatiecrisis in psychologisch onderzoek (ik schreef er oa hier al over). Bij gesprekken over deze replicatiecrisis gaat het vooral over de vrij vele niet geslaagde replicaties. Maar er is ook de andere kant, namelijk de geslaagde replicaties.

BPS Digest noteerde net een nieuw domein binnen de psychologie waar opvallende veel inzichten bevestigd werden, namelijk persoonlijkheidspsychologie en meer specifiek de theorie rond de big five en de relatie met verschillende uitkomsten in het leven. Meer dan 87 procent van de gecontroleerde onderzoeken bleek wel degelijk repliceerbaar!

Een tijdje geleden kreeg ik in een review op een artikel waar ik aan werkte dat The Big Five ook maar een mening was naast de commerciële niet bewezen modellen, I beg to differ en deze grootschalige bevestigt dit.

Maar het is niet de enige tak met bovengemiddelde geslaagde replicaties:

Zelf vind ik het vooral hoopgevend dat twee takken die toch ook met onderwijs (cognitieve en persoonlijkheidspsychologie) te maken hebben, dergelijke positieve resultaten tonen.

Alles onder het motto ‘what doesn’t kill you makes you stronger’?