Big brother in onderwijs, deel 3: het verhaal van de wereldbank, gezichtsherkenning, moslims en Chinese scholen

Via de uitstekende mailing van Axios, ontving ik dit verbazingwekkend verhaal:

Chinese schools receiving World Bank loans wanted to buy facial recognition technology for use against Muslims in Xinjiang, according to documents obtained by Bethany Allen-Ebrahimian, Axios’ new China expert.

  • Why it matters: The World Bank loan program in Xinjiang shows the extreme moral hazard facing organizations operating in the region, where China has built a surveillance state and detained more than 1 million ethnic minorities.

A World Bank-funded school unsuccessfully requested a facial-recognition software system to create a “blacklist face database that can be set and armed.”

  • The purpose: “[W]hen blacklisted individuals pass through,” the images could be sent directly to Chinese police.

In more than 8,000 pages of World Bank Chinese-language procurement documents dated June 2017, participants in the loan program requested tens of thousands of dollars to buy facial recognition cameras and software, night-vision cameras, and other surveillance technology for Xinjiang schools.

  • The World Bank told Axios those funds were not provided.
  • A World Bank spokesperson said: “[I]nclusive societies are key to sustainable development, and we take a strong line against discrimination of any kind.”

What happened: In 2015, the World Bank began a loan program providing $50 million over five years to five Xinjiang vocational schools.

  • By 2017, China had blanketed Xinjiang with surveillance tech that it used to force Uighurs and other ethnic minorities into internment camps Beijing calls “vocational training centers.”
  • The World Bank didn’t review or scale back the program at that time.

In August, the loan program came under congressional scrutiny for possible complicity in China’s repression.

  • In November, the World Bank announced it was scaling back the program.
  • But the five original schools continue to receive World Bank funding.

A World Bank spokesperson told Axios that procurement documents had not been translated into English, making oversight difficult because only Chinese-speaking staff could read them.

Hoeveel leerlingen spreken vandaag thuis geen Nederlands?

Op 5 december werden nieuwe cijfers vrijgegeven door Agentschap voor Binnenlands Bestuur (ABB) en Statistiek Vlaanderen in het kader van de Lokale Inburgerings- en Integratiemonitor 2019 (LIIM 2019).

Je kan bijvoorbeeld dit afleiden over het aantal kinderen met een buitenlandse herkomst (check hier voor jouw gemeente):

Maar ik ging zelf ook aan de slag met de data voor verschillende steden en de thuistaal in de verschillende onderwijsniveaus en onderwijsvormen. Hier zie je de cijfers voor het kleuteronderwijs:

Het volledige bestand kan je hier downloaden.

 

Begrijpend lezen is een vermenigvuldiging

Nu de PISA-storm een beetje gaat liggen, en iedereen zijn of haar eigen agenda aan bod heeft kunnen laten komen, wil ik mijn eigen agenda doorduwen een belangrijk inzicht meegeven over begrijpend lezen: het is geen optelsom, maar een vermenigvuldiging.

Misschien ben je niet vertrouwd met de formule van eenvoudige visie op lezen van Hoover & Gough uit 1990, maar voor hen was Reading = decoding x (listening) comprehension. Deze visie is misschien te beperkt, oa leesmotivatie ontbreekt, maar de vermenigvuldiging vind ik zelf geniaal.

Wat is het verschil tussen een som en een vermenigvuldiging? Bij een som tel je op en kan zelfs als er 1 element wat minder is, je toch nog een mooi resultaat krijgen. Bij een vermenigvuldiging krijg je niks als een van de elementen nul is, of weinig als een van de elementen nagenoeg niets is hoeveel je ook op het andere element inzette.

Vertaald naar begrijpend lezen: nee, leesmotivatie compenseert niet voor technisch lezen, noch vice versa, al helpen ze elkaar wel. Woordenschat- of voorkennis compenseren de andere zaken ook nauwelijks, al kunnen ze terug elkaar versterken.

Daarom dat we met de Taalraad (toch agenda puntje) vanuit een frustratie van vele leden met vorige, ineffectieve aanpakken, duidelijk hebben gepleit voor inzetten op alle elementen, dus én leesplezier, én technisch lezen en taalvaardigheid (zoals Dirk Van Damme al aankondigde dinsdag), én leesstrategieën, én woordenschat, én brede kennis,…

Soms, heel soms, hoor ik van mensen – zelfs politici, zelfs een minister van onderwijs – dat pedagogen onderzoekers het vaak niet eens zijn. Er zijn de voorbij twee jaar drie rapporten in ons taalgebied van Houtveen, van Vandenbrande et al en ons rapport van de taalraad verschenen en een zeer degelijke internationale review studie van Castle & Ratles. Wat vooral opvalt in die vier bijdragen is de unanimiteit. Dat onderzoekers er het niet over eens zijn wat er moet gebeuren, is in deze geen excuus…

Iets wat je misschien nog niet las over de Vlaamse 15-jarigen in PISA: over klasklimaat, spijbelen,…

Zoals ik gisteren al aangaf, bevraagt de OESO voor PISA veel meer dan waar we nu allemaal aandacht voor hebben in de media. Ik gaf gisteren al enkele krenten uit het rapport, maar in het Vlaamse rapport dat de onderzoekers van de universiteit maakten specifiek voor onze regio, zitten nog verschillende opvallende zaken ivm het klasklimaat.

Over spijbelen:

Het Vlaamse percentage spijbelaars is laag: slechts 8% van de Vlaamse 15-jarigen geeft aan van in de laatste 2 weken voor de testafname minstens eenmaal een volledige dag gespijbeld te hebben en 12% zegt in diezelfde periode minstens eenmaal gespijbeld te hebben voor sommige lessen. Overheen de OESO-landen liggen deze percentages op respectievelijk 21% en 27%.

In bijna alle landen vertoont spijbelen een negatieve samenhang met de leesprestatie, zelfs na controle voor verschillen in de sociaal-economische thuissituatie (SES). Dit geldt ook in Vlaanderen. Vlaamse leerlingen die aangeven een volledige dag gespijbeld te hebben de laatste twee weken scoren na controle voor SES gemiddeld 44 punten lager voor leesvaardigheid dan leerlingen die aangeven niet gespijbeld te hebben. Bij leerlingen die spijbelden voor sommige lessen ligt de leesscore gemiddeld 40 punten lager.

Over ondersteuning door leerkrachten:

Bij de rapportage van achtergrondfactoren gebruikt PISA heel wat indexen. Dit is ook zo voor de ondersteuning door leerkrachten. Deze index bundelt de antwoorden van leerlingen op de vraag hoe vaak bepaalde zaken gebeuren tijdens de lessen Nederlands. Een voorbeeld van een stelling die leerlingen hierbij krijgen, is: ‘De leerkracht toont interesse voor het leerproces van iedere leerling’. Leerlingen moeten aangeven of dit ‘elke les’, ‘de meeste lessen’, ‘sommige lessen’ of ‘nooit of bijna nooit gebeurt’. Alle antwoorden worden dan samengevoegd tot de index voor ondersteuning die leerkrachten geven.

Vlaanderen scoort heel laag op de index voor de ondersteuning door leerkrachten. De Vlaamse indexscore bedraagt -0,25. Slechts 4 landen hebben een nog lagere indexscore: Kroatië(-0,34), Nederland (-0,43), Oostenrijk (-0.45) en Slovenië (-0,61). De meest opvallend antwoordtrend is bij de stelling ‘De leerkracht helpt leerlingen met hun leren’. Slechts 55% van de Vlaamse leerlingen zegt dat hun leerkracht dit doet in de meeste lessen of in elke les. Enkel in Slovenië (44%), Oostenrijk (52%) en Nederland (52%) ligt het percentage nog lager.

Over competitie en samenwerking:

Ook deze 2 aspecten rapporteert PISA aan de hand van een index. De Vlaamse score op index voor samenwerking is relatief hoog. Slechts 12 landen hebben een hogere index dan de Vlaamse 0,23. Vlaamse leerlingen geven vaker dan gemiddeld over de OESO-landen aan dat ze samenwerking voelen onder elkaar.

De Vlaamse score op de index voor competitie bedraagt -0.20 en is dan weer relatief laag in vergelijking met de andere landen. Slechts 19 landen scoren lager op de index voor competitie. Vlaamse leerlingen geven minder vaak dan gemiddeld over de OESO-landen aan dat ze competitie voelen onder elkaar.

Door de tegengestelde antwoordpatronen bij de 2 indexen is het verschil tussen de index voor samenwerking en de index voor competitie in Vlaanderen groot. Slechts in 6 landen is het verschil nog groter.

De Vlaamse krenten uit PISA 2018: onder andere waarom kiezen ouders voor een bepaalde school

Ook voor Vlaanderen en België zijn er opvallende resultaten waar wellicht minder aandacht voor zal komen.

Een eigenzinnige selectie:

  • Wat bepaalt de schoolkeuze van ouders?
  • Hoe zit het trouwens met de ouderbetrokkenheid (er staat België, maar is enkel op basis van Vlaamse data)

  • Hoe zit het met de self-efficacy en de schrik om te falen van de Vlaamse 15-jarigen?

    Dit werd ook bekeken naargelang geslacht, SES, en afkomst: