Dure studentenkoten? Best even vooruit kijken.

We wisten al lang dat er een groot lerarentekort zat aan te komen. Ook plaatstekorten stonden niet in de sterren maar in powerpoints geschreven jaren terug. Telkens als ik hoor dat er studentenkoten te kort zijn in de grote steden – 10000 alleen al in Gent – moet ik spontaan denken dat het stilte is voor de storm.

Waarom? Deze eenvoudige grafiek van BelStat met de demografische situatie in Vlaanderen in 2021:

En wat zie je? Wel dat we er nu nog een paar jaar volgen met relatief minder nieuwe studenten in het hoger onderwijs, maar dat daarna de babyboom begint de studeren. Diezelfde babyboom die jaren geleden achtereenvolgens voor plaatsgebrek in kinderopvang, kleuteronderwijs en lager onderwijs zorgde en nu voor de nood aan inschrijvingssystemen zorgt in veel steden.

Je kan natuurlijk nooit 100% zeker voorspellen hoe de toekomst loopt, denk maar aan Oekraïne, maar als er geen grote veranderingen gebeuren, dan is de kans reëel dat we qua nood aan studentenkoten nog niets gezien hebben…

P.S.: En als je nog verder vooruitkijkt zie je dat er misschien ooit ook een overaanbod kan komen…

Ben jij een digitale dinosaurus? (Universiteit van Vlaanderen)

Zie jij de bomen door het grote mediabos nog? Is je smartphone een verlengstuk van je arm? Doe jij alles online? Of heb je het gevoel dat je niet meer mee bent? De digitale wereld evolueert razendsnel, dat staat vast. Prof. dr. Ilse Mariën is expert digitale ongelijkheid aan de VUB en komt je vertellen hoe jij die digitale revolutie overleeft.

Een voordeel van labels (onderzoek)

De voorbije dagen was er veel aandacht in de media over het toekennen van labels in onderwijs. Kinderen zouden sneller een label opgeplakt krijgen en zo zouden er steeds meer kinderen zorg moeten krijgen in ons onderwijs. Ik ben er zeker van dat er sprake is van overdiagnostisering, maar het zou me ook niet verbazen dat er ook nog steeds sprake is bij andere kinderen van onderdiagnostisering.

Maar waarom zijn labels handig? Een nieuwe studie van Oredipe et al toont een belangrijk voordeel als een kind bijvoorbeeld de diagnose – en dus het label – autismespectrumstoornis krijgt. De onderzoekers vatten het als volgt samen:

Mensen leren op verschillende leeftijden dat ze autistisch zijn. We wilden weten of kinderen die eerder te horen krijgen dat ze autistisch zijn, zich beter voelen over hun leven als ze volwassen zijn. Wij zijn een team van autistische en niet-autistische studenten en professoren. Achtenzeventig autistische universiteitsstudenten vulden onze online enquête in. Ze vertelden ons hoe ze erachter kwamen dat ze autistisch waren en hoe ze het vonden om autistisch te zijn. Ze vertelden ook hoe ze hun leven nu ervaren. Ongeveer evenveel studenten hoorden van artsen en ouders dat ze autistisch waren. Studenten die ontdekten dat ze autistisch waren toen ze jonger waren, voelden zich gelukkiger over hun leven dan mensen die ontdekten dat ze autistisch waren toen ze ouder waren. Studenten die leerden dat ze autistisch waren toen ze ouder waren, voelden zich gelukkiger over het feit dat ze autistisch waren toen ze er voor het eerst achter kwamen dan mensen die niet zo lang hoefden te wachten. Onze studie toont aan dat het waarschijnlijk het beste is om mensen zo snel mogelijk te vertellen dat ze autistisch zijn. De studenten die ons onderzoek deden, vonden het geen goed idee om te wachten tot kinderen volwassen zijn om hen te vertellen dat ze autistisch zijn. Ze zeiden dat ouders hun kinderen moeten vertellen dat ze autistisch zijn op een manier die hen helpt te begrijpen en zich goed te voelen over wie ze zijn.

Vertaald met http://www.DeepL.com/Translator (gratis versie)

 

Abstract van het onderzoek:

Many autistic people do not learn they are autistic until adulthood. Parents may wait to tell a child they are autistic until they feel the child is “ready.” In this study, a participatory team of autistic and non-autistic researchers examined whether learning one is autistic at a younger age is associated with heightened well-being and Autism-Specific Quality of Life among autistic university students. Autistic students (n = 78) completed an online survey. They shared when and how they learned they were autistic, how they felt about autism when first learning they are autistic and now, and when they would tell autistic children about their autism. Learning one is autistic earlier was associated with heightened quality of life and well-being in adulthood. However, learning one is autistic at an older age was associated with more positive emotions about autism when first learning one is autistic. Participants expressed both positive and negative emotions about autism and highlighted contextual factors to consider when telling a child about autism. Findings suggest that telling a child that they are autistic at a younger age empowers them by providing access to support and a foundation for self-understanding that helps them thrive in adulthood.

Tieners vinden geweld niet echt, grappig en onderdeel van opgroeien (Linda Duits)

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Geweld is gangbaar onder kinderen en jongeren: op scholen wordt er gepest en thuis vechten broers en zussen. Kinderen en jongeren geven dat geweld een plekje: ze praten en denken erover, en contextualiseren het. Recent onderzoek met Zweedse tieners [abstract] laat zien dat daarbij een tijdscomponent (vroeger of doorgaand) en een plaatscomponent (veraf/afwezig of dichtbij/aanwezig) een rol spelen. De tieners zagen veel gewelddadige situaties inderdaad als gewelddadig, maar vertoonden ook een ambivalente houding ten aanzien van geweld.

De onderzoekers verzamelden data op zes scholen die deelnamen aan een geweldspreventieprogramma, Mentors in Violence Prevention. Het materiaal bestond uit video-opnames van de lessen, observaties tijdens de lessen en – met name – groepsinterviews met leerlingen en docenten. De onderzochte scholen boden beroepsopleidingen aan, de leerlingen waren tussen de 13 en 19 jaar oud.

Geweld is overal maar dat geweld is niet echt
Aan de ene kant werd geweld gezien als iets dat overal is en vaak voorkomt: jongens die in de klas met stoelen gooien of een jongen die een met een vleesmes andere leerlingen bedreigt. Aan de andere kant wisten de leerlingen niet of dit wel telde als echt geweld. Als mensen op school vechten is dat vaak voor de lol, je ziet ze lachen. Fysiek geweld is iets dat deze leerlingen associëren met vroeger, nu gebeurt het – zo stellen ze – meer online.

De school was volgens de leerlingen geen plek waar echt geweld kan plaatsvinden. De architectuur is zo dat er geen grote ruimtes zijn waar je uit het zicht bent. Dat wijst erop dat de leerlingen geweld begrepen als iets dat alleen gebeurt op verborgen plekken of op plekken zonder volwassen toezicht, zoals op feestjes of op straat. Daarbij werd een onderscheid gemaakt in het type geweld: voor de meisjes zijn feestjes gevaarlijke plekken omdat seksueel geweld daar vaak gebeurt. Ook online was het voor meisjes gevaarlijker, omdat seksuele intimidatie, slutshaming en geseksualiseerde haat volgens hen vooral daar plaatsvond. De meisjes noemden meer onveilige locaties dan de jongens.

Vrienden vechten niet
Een ander thema dat naar voren kwam is de relatie tussen geweld en sociale relaties. Als je vrienden bent met iemand, beschermt dat je tegen geweld vanuit die persoon. Populair zijn en veel vrienden hebben beschermt nog weer verder. Populaire mensen kunnen bovendien tussenbeide komen in gewelddadige situaties.

Jongens vermeden slachtofferschap door geweld weg te lachen als spelen en stoeien. Pestsituaties werden dan gezien als “messing around”, als onbedoeld ongelukje, als deels gerechtvaardigd en onvermijdelijk. Zulke play fights kwamen volgens de tieners vooral voor onder kinderachtige jongens en werden gezien als onderdeel van opgroeien voor jongens:

“Play fights are framed as being a natural part of boys’ growing up but should ideally evolve into a more mature form of socialising.”
Het is dus volgens de respondenten de bedoeling dat jongens ook weer uit dit gedrag groeien. Ook online seksueel pesten zagen de meiden als een teken van onvolwassenheid:
“I would say that on this Instagram account they are young boys. I don’t think a grown man would do something like this. It’s more like the bad behaviour of young boys. Still, it makes me feel unsafe at school. I feel like, what if someone posts something …”
Er waren ook meisjes die dit frame van onvolwassenheid afwezen en ingingen tegen het ‘boys will be boys’-idee.

Genormaliseerd
De auteurs concluderen dat jongeren ‘discursieve manoeuvres’ uitvoeren: op behendige wijze zo draaien met taal dat geweld geen onderdeel is van hun levens.

“The interviewees more often perceived violence as ‘real’ if they viewed it from a distance in space and time; ‘realness’ also depended on the degree of intimacy in their social relations. ‘Real’ violence, they suggested, occurred at parties or online, a long time ago when the perpetrators were more immature, or was committed by other unknown young people outside school. This discourse co-constitutes violence and space, making violence both hidden and noticed, located and locatable in specific places, relationships, bodies and situations.”

Met die talige onderhandeling normaliseren de jongeren geweld in hun alledaagse levens. Als het niet echt is, grappig en een onvermijdelijk onderdeel van opgroeien dan is het geen probleem. ‘Echt’ geweld is dat wel. De onderhandeling doet mij denken aan het begrip van racisme: voor sommige witte mensen is dat iets dat vroeger gebeurde, of dat vooral een Amerikaans probleem is. Zo sluit je gemakkelijk de ogen voor wat er nu gebeurt in Nederland (of België of Zweden) en hoeft er dus niets te veranderen.

Het is ook een manier om eigen gedrag recht te praten. In mijn promotieonderzoek zag ik hoe meisjes de definitie van pesten onderhandelden ter rechtvaardiging van hun gedrag: als iemand het verdient (omdat ze bijvoorbeeld een klikspaan is), is het geen pesten. Opvoeders die pesten willen bestrijden – of geweld willen tegengaan – zullen dus moeten doorvragen bij leerlingen en het pesten/het geweld contextualiseren, zoals de auteurs schrijven: “not as isolated events but instead as something that is enmeshed in spatial and temporal processes that individuals make sense of from a situated and age-determined perspective”.