Een personage is bang. Of boos. Of verdrietig. Dit wordt duidelijk in de tekst. Maar kijk je vervolgens naar de bijbehorende illustratie, dan is de kans behoorlijk groot dat je iemand ziet die… rustig of gelukkig kijkt. Dat is de opvallende uitkomst van een nieuwe NBER-working paper van Anjali Adukia en collega’s. De onderzoekers bekeken hoe emoties worden weergegeven in Amerikaanse schoolboeken en in bekroonde kinderboeken. Het onderwerp is dus kortgezegd de congruentie tussen woord en beeld.
Categorie archief: Thuis
Waarom zijn er nu meer diagnoses van ADHD en autisme?
Het is de basis voor discussies over overdiagnose. Heel soms lees je mogelijke verklaringen die eerder op samenzweringstheorieën lijken. Toch is het een feit: er worden vandaag veel meer kinderen en jongeren gediagnosticeerd met ADHD of autisme dan pakweg tien of twintig jaar geleden. Zo is in Denemarken het aantal diagnoses van beide stoornissen tussen 2000 en 2024 zelfs meer dan verdrievoudigd. Waarom begin ik over Denemarken? Een nieuwe studie van Magnus Elias Tarp en collega’s in JAMA Psychiatry levert een interessant puzzelstukje voor de vraag: waarom?
Zijn er daadwerkelijk meer kinderen met ADHD en autisme? Zijn we er beter in geworden om ze te herkennen? Is de drempel voor een diagnose veranderd? Of stellen de eisen van school en samenleving kinderen met bepaalde kenmerken tegenwoordig sneller voor problemen? Ik kan je nu al meegeven dat de onderzoekers er niet in slaagden de Waarom-vraag definitief te beantwoorden. Hun werk levert wel een behoorlijk interessant stukje van de puzzel op. Hun belangrijkste bevinding kun je misschien zo samenvatten: niet alleen het aantal diagnoses is veranderd, ook wie een diagnose krijgt, lijkt te zijn veranderd. Maar lees vooral verder.
Jongeren voelen zich steeds slechter, maar is school de oorzaak of mee het slachtoffer?
Er verschenen dit weekend behoorlijk zorgwekkende cijfers over Nederlandse jongeren. Het nieuwe HBSC-onderzoek laat zien dat het met een deel van hen bepaald niet goed gaat. Vooral bij meisjes in het voortgezet onderwijs worden de cijfers over mentale gezondheid steeds slechter. In 2017 rapporteerde 29 procent van de meiden emotionele problemen, in 2025 is dat 43 procent. Bij jongens ging het in dezelfde periode van 9 naar 13 procent. Er wordt naar schooldruk gekeken. Maar ik vrees dat er nog veel meer aan de hand is.
Singapore betaalt mensen om te lezen. Is dat wel een goed idee?
Singapore komt met een nogal opmerkelijk antwoord op ontlezing. De stadstaat wil mensen geld geven om te lezen. Even voor alle duidelijkheid: Singapore doet het nog steeds erg goed in de PISA-rankings. Maar ook zij zien de dalende trend.
Het klinkt spectaculair, maar we moeten eerlijk zijn, betalen is misschien wel een heel groot woord. Als onderdeel van het nieuwe vijfjarige ReadSG-programma worden mensen gevraagd om elke dag minstens vijftien minuten te lezen om op die manier virtuele munten te verdienen. Na vijftig van zulke leesmomenten heb je één Singaporese dollar verdiend. Ik vermoed dus echt niet dat er binnenkort veel Singaporezen hun baan zullen opzeggen om professionele lezer te worden.
Sommige slimmer lezers van deze blog denken nu dat dit haaks staat op wat we weten uit motivatieonderzoek. We weten behoorlijk veel over wat er kan gebeuren wanneer je mensen begint te belonen voor iets. Zou mensen betalen om te lezen er uiteindelijk niet net er voor kunnen zorgen dat ze minder gemotiveerd raken om te lezen?
Taalvaardigheid als (jong) kind voorspelt sociale mobiliteit dertig jaar later
Vrijdag stuurde mijn vrouw me dit onderzoek door. James Bruce Tomblin en collega’s volgden een groep mensen ongeveer dertig jaar lang, van de kleuterklas tot hun midden dertig. De onderzoekers wilden weten of verschillen in mondelinge taalvaardigheid op jonge leeftijd iets konden voorspellen over de sociaaleconomische positie die mensen veel later als volwassene zouden bereiken. Wat bleek? Het korte antwoord: behoorlijk veel. Lees het interessante, maar toch ook weer genuanceerde verhaal
Wat een miljoen mensen ons leren over genen en persoonlijkheid
Na al het PISA-geweld, even een onderzoek dat slechts zijdelings met onderwijs te maken heeft! Een gigantische nieuwe studie in Nature levert behoorlijk nieuwe inzichten op over de link tussen onze persoonlijkheid en onze genen. De (echt belachelijk veel) onderzoekers combineerden hiervoor gegevens uit 46 cohorten, met afhankelijk van de persoonlijkheidstrek tussen ruim 600.000 en meer dan 1,1 miljoen deelnemers (nee, dit is geen schrijffout). Ze bekeken de bekende Big Five: extraversie, vriendelijkheid, consciëntieusheid, neuroticisme en openheid voor ervaringen. En omdat deze nu eenmaal wel een invloed kunnen hebben op hoe iemand zich gedraagt in de klas, en omdat de OESO de Big Five zelfs gebruikte als uitgangspunt voor hun PISA van sociaal-emotioneel leren,
Deze blog gaat niet over PISA… maar over een (iets kleinere) studie over geld, zorgen en ons brein
En nee, dan ga ik niet opeens wel over de grote vergelijkende studie van de OESO schrijven die vandaag om 9u30 gepubliceerd wordt en waar je dan ook hier van alles over zal kunnen lezen. Het is gewoon een beetje vreemd om nu iets te zitten schrijven terwijl straks het grote nieuws volgt. Maar misschien is het dan des te interessanter om bij iets anders stil te staan, bijvoorbeeld hoe je zorgen maken over geld samenhangt met ons brein en onze cognitieve vaardigheden als we ouder worden Lees verder
Goed bedoeld, maar soms schadelijk? Werken aan mentale gezondheid op school
Dienstmededeling: deze blogpost was een moeilijke evenwichtsoefening om te schrijven. Ik wil nu al meegeven dat ik a) mentale problemen heel belangrijk vind, b) vind dat we er aandacht voor moeten hebben, maar ook c) dat we een brede blik moeten blijven houden. En dat laatste hadden Esther Yao en collega’s alvast. Ze keken namelijk of het adagium “Baat het niet, dan schaadt het niet” ook opgaat voor programma’s rond mentale gezondheid op school. Wat blijkt? Misschien minder goed dan we zouden hopen.
Jonge kinderen leren door meer dan alleen imiteren
Jonge kinderen leren ontzettend veel door imitatie, het nadoen van anderen. Dit helpt bij het leren spreken, eten met bestek (al kunnen ze dit soms ook afleren 😉 ), naar een bal trappen of een veter te strikken. De combinatie van kijken en zelf proberen is sterk. Maar daarnaast weten we al lang dat jonge kinderen ook gevoelig zijn voor statistische patronen. Als een bepaalde klank of gebeurtenis vaak samen voorkomt met een andere, pikken kinderen die regelmaat verrassend snel op. De vraag is nu: is dat het hele verhaal?
Een nieuwe studie in Nature Communications suggereert van niet en is dan ook de reden van deze blogpost. Volgens Benjamin Pitt en collega’s doen kinderen iets dat nog een stap verder gaat. Ze proberen namelijk ook de onderliggende regel achter een patroon te ontdekken. Dus ze zoeken niet alleen naar wat er gebeurt, maar ook naar waarom een patroon precies zo is opgebouwd.
Is sociale media echt slecht voor de mentale gezondheid van jongeren? Nieuwe interessante Zweedse studie!
Het is intussen bijna een vanzelfsprekendheid geworden met social-media bans die steeds populairder worden bij politici. Jongeren brengen steeds meer tijd door op sociale media. De mentale gezondheid lijkt onder druk te staan. Dus zal het ene wel de oorzaak zijn van het andere. De afgelopen jaren verschenen dan ook heel wat studies die een verband suggereerden tussen meer sociale media en meer depressieve of angstklachten. Maar… wat blijft daar eigenlijk van over als je jongeren niet enkele maanden, maar vijf jaar volgt?