Goed advies voor als je online moet les geven

Liesbeth Marckx stuurde me dit overzicht door en er zit veel in volgens mij. Misschien is synchroon les geven nu wel een belangrijke optie in deze uitzonderlijke tijden, maar wat me bevalt in dit overzicht is dat het vooral wil zorgen dat we dit alles overleven als leerling, student en lesgever. Want weet: we lopen een marathon en geen sprint.

Overzicht: wat zijn de belangrijkste doodsoorzaken bij jonge kinderen en wat er aan te doen?

Het is misschien een beetje een morbide onderwerp, maar zoals je op de onderstaande grafiek (gevonden via WEF) kan zien, is er ook goed nieuws:

Dus ja, het aantal kinderen die stierf voor hun vijfde verjaardag is spectaculair gedaald. Maar het kan nog beter. Wat kunnen we hier aan doen?

Hoe praat je met kinderen en leerlingen over Corona? Enkele tips.

Het virus-nieuws is overal en berichten als ‘Kinderen moeten niet vrezen, maar hun grootouders wel‘, helpen niet echt. Lees hier de concrete tips vanuit de overheid voor scholen over hoe je best omgaat met het virus.

Dit zijn enkele concrete tips uit het psychologieboek dat Liese Missine, Casper Hulshof en ikzelf aan het afwerken zijn:

  • Luister vooral naar de kinderen en jongeren en stel vragen waardoor ze kunnen aangeven met welke zorgen en vragen ze zelf zitten.
  • Zelfs als de kinderen er niet zelf over beginnen, is het aangewezen te vragen of ze er willen over praten zonder hen hier toe te forceren.
  • Geef hen de kans om hun emoties te uiten. Dit hoeft niet enkel woordelijk te zijn, bijvoorbeeld tekenen kan ook een mogelijkheid zijn. Verstop je eigen emoties ook niet, maar probeer ook die te duiden. Kinderen en jongeren willen graag ook vaak iets positiefs doen. Maak hiervoor eventueel ruimte.
  • Wijs ook op het ongewone en uitzonderlijke karakter van rampen, aanslagen en oorlogen.
  • Blijf bij de feiten en maak het niet dramatischer dan het al is. Hierbij is het ook aangewezen om te wijzen op het gevaar van hoaxes – foutieve verhalen en gemanipuleerde beelden – die al snel de ronde doen. Websites zoals snopes.com of hoaxmelding.nl kunnen je hierbij helpen.
  • Vermijd verwarrende en te complexe verklaringen die het kind nog meer angst en verwarring kunnen bezorgen.
  • Waak erover dat bepaalde kinderen in de groep of klas niet gepest worden omwille van hun overtuigingen, meningen of geloof. Zorg er ook voor dat ze weten dat ze als dit zou gebeuren bij jou terecht komen. Treed ook op als kinderen bepaalde uitspraken doen die andere kinderen kunnen kwetsen door te nuanceren, duiden en aan te geven dat iedereen geschrokken is of geraakt is door het nieuws[i].

[i] Deze tips zijn oa gebaseerd op

 

 

Denken dat je uit een arm gezin komt sterk gelinkt aan mentale problemen

We kennen al lang de correlatie tussen opgroeien in een gezin met lage sociaal-economische status en de grotere kans op fysische en psychische problemen. Een nieuw onderzoek dat ik vond via BPS Digest keek iets heel aparts na waar al een tijdje over gespeculeerd wordt. Wat als iemand denkt dat zijn of haar gezin armer is, maar dat niet noodzakelijk zo is.

Om dit te onderzoeken gebruikte men longitudinale data van Britse tweelingen. Voordeel: beide leven in hetzelfde gezin, zijn even oud,… Maar ze kijken niet noodzakelijk op dezelfde manier naar de financiële status van het gezin waarin ze leven. Dit alles – naast de werkelijke SES – werd in kaart gebracht als de tweelingen 12 en 18 waren. Tussendoor werden regelmatig ook hun mentale toestand gemeten.

Wat blijkt? De verschillen in perceptie kunnen heel erg verschillen. Meer nog: op 18 bleek de perceptie van de sociale status een betere voorspeller te zijn dan de eigenlijke status. Depressie was 10 keer meer het geval bij iemand die zichzelf armer inschatte dan je kon vermoeden bij iemand die objectief armer was. Angst werd drie keer beter voorspeld door de perceptie. Verschillen bleken niet zo groot op 12-jarige leeftijd.

Opgelet: dit is geen oorzakelijk verband. Je kan je perfect inbeelden dat door depressieve gedachten je negatiever denkt over de situatie. Meer onderzoek zal dit moeten duidelijk maken.

Abstract van het onderzoek:

Children from lower-income households are at increased risk for poor health, educational failure, and behavioral problems. This social gradient is one of the most reproduced findings in health and social science. How people view their position in social hierarchies also signals poor health. However, when adolescents’ views of their social position begin to independently relate to well-being is currently unknown. A cotwin design was leveraged to test whether adolescents with identical family backgrounds, but who viewed their family’s social status as higher than their same-aged and sex sibling, experienced better well-being in early and late adolescence. Participants were members of the Environmental Risk Longitudinal Twin Study, a representative cohort of British twins (n = 2,232) followed across the first 2 decades of life. By late adolescence, perceptions of subjective family social status (SFSS) robustly correlated with multiple indicators of health and well-being, including depression; anxiety; conduct problems; marijuana use; optimism; not in education, employment, or training (NEET) status; and crime. Findings held controlling for objective socioeconomic status both statistically and by cotwin design after accounting for measures of childhood intelligence (IQ), negative affect, and prior mental health risk and when self-report, informant report, and administrative data were used. Little support was found for the biological embedding of adolescents’ perceptions of familial social status as indexed by inflammatory biomarkers or cognitive tests in late adolescence or for SFSS in early adolescence as a robust correlate of well-being or predictor of future problems. Future experimental studies are required to test whether altering adolescents’ subjective social status will lead to improved well-being and social mobility.