Kinderen zijn nieuwsgierig, spelen veel, proberen van alles uit. En wij volwassenen… minder. Deze VOX-video staat stil bij verschillen in denken tussen kinderen en volwassenen. Ik was behoorlijk kritisch toen ik de link zag, maar wacht…wat hier verteld wordt, is net iets preciezer – en interessanter – dan het cliché.
Categorie archief: Thuis
Zorgt onderwijs dan toch niet voor minder kinderen?
Als ik met mensen spreek over demografie, dan botsen we na een tijdje al snel op dé vraag: hoe komt het dat we minder kinderen krijgen? Een populaire verklaring is dat meer onderwijs voor vrouwen betekent later trouwen, later kinderen krijgen en uiteindelijk minder kinderen. Dat verhaal zit behoorlijk diep in hoe we over onderwijs en demografie denken, dat het bijna vanzelfsprekend lijkt. Maar is dat zo?
Is een denkbeeldige vriend normaal? (Deze TED-Ed video legt uit waarom het interessanter is dan je denkt)
Stel je voor dat je kind thuiskomt en begint te vertellen over iemand die jij nog nooit hebt gezien. Ze spelen samen, hebben ruzie, maken plannen. Alleen: die “iemand” is onzichtbaar voor jou want… die persoon bestaat niet. Of toch niet op de manier waarop wij dat meestal bedoelen.
In deze TED-Ed video wordt het idee van de imaginaire vriend meteen tastbaar gemaakt met Amia en haar vriend Zelba. Ze delen geheimen, spelen samen en bouwen hele werelden uit, maar Zelba is een verzonnen figuur. De vraag die volgt is er eentje die veel ouders (en eerlijk, ook leerkrachten) zich ooit stellen: is dit normaal?
Prediction markets: slim idee of gewoon gokken in een nieuw jasje? Goeie video vat het samen
Dit weekend botste ik op deze video over prediction markets, die een van mijn kinderen toevallig ook bekeek. We vonden het allebei relevant én goedgemaakt. Het basisidee is op zich eenvoudig en heb je misschien al gehoord: je laat mensen wedden op toekomstige gebeurtenissen – verkiezingen, economische evoluties, zelfs vrij specifieke beleidsbeslissingen – en de prijs die daaruit ontstaat, zou dan een soort collectieve voorspelling zijn. Geen opiniepeiling, geen expertpanel, maar een markt die “weet” wat er zal gebeuren.
Dat klinkt aantrekkelijk. Misschien zelfs eleganter dan veel van de klassieke manieren waarop we proberen de toekomst te voorspellen. Want als er geld op het spel staat, dan gaan mensen toch beter nadenken of voor het wenselijke antwoord gaan? Dan corrigeren fouten zich misschien sneller? Dan krijg je, in theorie althans, een soort geaggregeerde intelligentie. Wisdom of the crowd, versie zoveel. Maar…
Lubach over telefoonverslaafde… ouders!
We hebben het steeds over de telefoons van onze jeugd, maar Lubach houdt nu ons volwassenen een spiegel voor:
Veel ouders zijn hartstikke verslaafd aan hun telefoon. Dat is zo hypocriet. Daarom wil ik het opnemen voor die kinderen. Want ze hebben er echt veel last van. En dat kansloze gescroll is echt schadelijk voor een kind. Dus hoe krijgen we ouders bij die schermpjes weg?
En het is belangrijk, want:
Is de mentale gezondheidscrisis bij jongeren een eliteprobleem?
Ik bracht het zelf al eerder op mijn blog: als we het hebben over de toename van mentale problemen bij jongeren, zouden deze vooral toenemen bij kinderen uit meer bevoorrechte milieus. Tegelijk blijft al decennialang overeind dat jongeren uit gezinnen met een lagere sociaaleconomische status gemiddeld kwetsbaarder zijn. Dat lijkt tegenstrijdig, maar dat is het eigenlijk niet. Het hangt vooral af van wat je precies bekijkt.
40 minuten nuance over AI
AI is op dit moment overal. In krantenkoppen, in beleidsnota’s, in lerarenkamers en directiekantoren. En bijna altijd in extremen. Ofwel staan we aan de vooravond van een revolutie die alles verandert, ofwel wordt het allemaal zwaar overschat en waait het wel weer over. Tussen die twee posities is er opvallend weinig ruimte, al probeer ik daar me zelf in te houden.
Deze video doet iets wat zeldzaam begint te worden: ze neemt de tijd. Geen snelle take, geen hot take, geen poging om het debat te winnen met één scherpe uitspraak. Wel veertig minuten waarin geprobeerd wordt om de stand van zaken te begrijpen zonder te vervallen in doemdenken of techno-optimisme.
Wat mij daarbij opvalt, is hoe vaak het eigenlijk over onzekerheid gaat. Over wat we wel weten, maar vooral ook over wat we nog niet weten. Over systemen die indrukwekkend zijn, maar tegelijk fragiel. Over voorspellingen die vaak meer zeggen over onze verwachtingen dan over de technologie zelf.
Wat kinderopvang ons leert over late talkers
Sommige kinderen zijn gewoon laat met het ontwikkelen van praten. Late talkers, heet dat dan. Het lijkt logisch om te denken dat dit iets is dat in het kind zelf zit. Een kwestie van aanleg. Geduld hebben en het komt wel goed. Een nieuwe studie in Child Development van Avelar en collega’s zet daar toch wat vraagtekens bij. De onderzoekers bekeken bijna tweehonderd peuters uit gezinnen met een lage sociaaleconomische status. Op zich geen kleine groep. En ook geen uitzonderlijke: we weten dat het risico op taalvertraging daar gemiddeld wat hoger ligt.
Wat ze wilden weten, was eigenlijk vrij simpel: welke factoren hangen samen met laat beginnen praten?
Wanneer taal een diagnose wordt: meertaligheid in het buitengewoon onderwijs
Stel je voor: twee leerlingen met gelijkaardige moeilijkheden. De ene krijgt een diagnose die hem plaatst op het autismespectrum. De andere een label verstandelijke beperking. De gevolgen van beide diagnoses kunnen groot zijn: andere verwachtingen, een ander traject, andere kansen. Maar wat als dat verschil niet alleen in de leerling zit, maar in hoe wij omgaan met meertaligheid?
Waarom we denken dat wortelen je beter laten zien: een mythe uit WOII
We zijn er bijna allemaal mee opgegroeid: wortelen zijn goed voor je ogen. En spinazie maakt je sterk (maar dat is een ander verhaal, of toch niet…) Of blijkbaar in het buitenland bestaat er nog een sterkere versie: ze zouden je helpen om in het donker te zien. Maar waar komt dat idee eigenlijk vandaan? En klopt het wel?