5 mythes over kinderen in het digitale tijdperk (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Sonia Livingstone is wellicht de meest toonaangevende communicatiewetenschapper binnen het jeugd & media-domein. Livingstone doet zowel kwali- als kwantitatief onderzoek en is betrokken bij de grote EU Kids Online-studie die vergelijking van omgang met gevaren en kansen van internet in Europese landen mogelijk maakt. Ze blogt op de site van haar universiteit LSE, wat interessante korte stukken oplevert voor iedereen met interesse in ‘digitale’ kinderen. Onlangs publiceerde ze haar topmythen over kinderen in het digitale tijdperk.

1. Kinderen zijn ‘digital natives’ en weten alles, ouders zijn digitale immigranten en weten niets
Deze mythe is op meerdere plekken, waaronder dit blog, gedebunkt. Dat kinderen zelfverzekerd zijn over hun digitale vaardigheden, betekent niet dat ze het internet begrijpen. Er zit grote variatie tussen kinderen en tussen ouders,

2. Tijd die aan media besteed wordt is verspild in vergelijking met ‘echte’ gesprekken of buitenspelen
De niet-digitale wereld is niet inherent ‘echter’ of ‘beter’ dan de digitale wereld.

3. Ouders moeten kinderen online aan banden leggen omdat de digitale risico’s wegen zwaarder dan de kansen
De online wereld is niet enger dan de offline. Kinderen online beperkingen opleggen neemt niet automatisch gevaren weg, maar belemmert kinderen wel in de mogelijkheden die internet biedt.

4. Kinderen geven niet om privacy
Ze hebben wel andere opvattingen: ze maken zich zorgen over welke bekenden wat van hen weten, maar niet over bedrijven die hun data verzamelen.

5. Mediawijsheid is het antwoord op de uitdagingen van het digitale tijdperk
Meer kennis over bedrijven en inbreuk op privacy lost het probleem niet op, omdat bedrijven je de keuze geven of je gebruikt het product en wij krijgen je data, of je gebruikt het product niet. Onderwijs verandert daar niets aan. Mediawijsheid is een oplossing gericht op het individu: omdat de wereld niet maakbaar is, proberen we het via het individu te doen.

De link tussen schoolprestaties en ouderbetrokkenheid

Er is in veel landen een duidelijke link tussen lage SES en mindere schoolprestaties. In een meta-analyse uit 2017 waar we in Leiden op verder werken, kwamen al de didactische oplossingen aan bod, maar er is wel degelijk meer mogelijk, suggereert deze nieuwe Russische studie van Mikhail Goshin en Tatyana Mertsalova, al is er wel een belangrijke nuance bij te maken.

De onderzoekers stelden namelijk vast dat hoe groter de ouderbetrokkenheid is, hoe beter het kind presteert op school. Ze ontwikkelden verschillende niveaus van ouderbetrokkenheid, waarbij op het laagste niveau – een gezin dat helemaal niets heeft met onderwijs – het kind ook meestal de laagste scores behaalt.

Wat is de belangrijke nuance? Het is een onderzoek op bestaande data waarbij de onderzoekers voor alle duidelijkheid een correlatie hebben vastgesteld. De vraag of ouderbetrokkenheid stimuleren de prestaties doet verbeteren, beantwoordt deze studie niet, al suggereert de evidentie dat het misschien wel het geval kan zijn. Het past ook in het denken van de brede school en oa de theorie van Bronfenbrenner.

Abstract van het onderzoek:

The article gives an overview of the theoretical models of parental involvement in education. The peculiarities of parent involvement in Russian education are correlated with the typologies proposed by J. L. Epstein. Comparison typologies of parent involvement for different parents’ socio-economic categories was carried out. Low-income families were especially identified. It is shown that despite the fact that children from the poorest families have lower than average educational outcomes, parent involvement promotes their increase in attainment. By increasing the level of involvement that parents have, the more leveled the difference in educational results becomes. Children from the poorest families are significantly less likely to plan go to university after school. At the same time the percentage of children planning to get into higher education considerably increases when parents are involved in their education. The higher the level of parent involvement, the greater the percentage of children oriented towards getting higher education. And the higher the level of parent involvement in education, the less the gap between the low income families and average values for the sample is.

Nee, je kan niet echt het juiste zeggen om te troosten

Als iemand in de problemen zit of getroost moet worden, gaat het natuurlijk vooral slecht met die persoon. Maar diegene die wil troosten heeft het vaak ook niet zo makkelijk: wat moet je zeggen? Wat blijkt nu? Hier is geen juist antwoord mogelijk. Nieuw gepubliceerd onderzoek op deels oude en deels nieuwe data maakt dit duidelijk.

Men vroeg zowel kinderen tussen 10 en 15 (in 2008), 54 studenten en 33 psychologen om over een reeks van uitspraken aan te geven hoe ‘ondersteunend’ die uitspraken waren. Wat opviel is dat er nauwelijks overeenkomst te vinden was.

Dit is natuurlijk een ietwat onnatuurlijke manier om dit te meten maar het is in natuurlijke omstandigheden behoorlijk moeilijk te onderzoeken. Dus de volgende keer als iemand zegt ‘ik weet niet wat te zeggen’, is het misschien correct.

Abstract van het onderzoek:

Most social support theory implies that there are objectively supportive people and statements. Yet there is little agreement among perceivers that some people are more supportive than others. Nonetheless, there might be better agreement regarding supportive statements. In three studies, children, college students, and members of a clinical training program rated the supportiveness of specific statements presented by text or video. Agreement among perceivers accounted for only 11% of the variance (range = 8%–12%). Perceivers disagreed because of their traitlike perceptual biases, as well as perceivers’ idiosyncratic tastes. Implications for social support theory were discussed.

Wat is het effect van geen alcohol voor 18?

Minister Maggie De Block stelt voor om wel alcohol deels te verbieden bij jongeren onder de 18, maar wijn en bier blijft mogelijk. De minister stelt dat voorbeelden in het buitenland getoond hebben dat het drinken dan verschuift en bier meer aantrekkelijk wordt. Nu is er een buitenland dat deze maatregel recent nam, in 2014 verhoogde Nederland de leeftijd naar 18 voor alcohol en tabak, al waarschuwen experts wel dat het echte effect pas een generatie later zichtbaar wordt.

Wat zijn daar zoal de gevolgen?

Growth mindset in de keuken thuis: stimuleer ‘helpen’ ipv ‘wees een helper’

De growth mindset theorie van Carol Dweck blijft furore maken – al zijn er steeds vaker ook donkere wolken – en Emily Foster-Hanson en collega’s vertaalden de theorie naar hoe je best jonge kinderen thuis laat meehelpen. Waar eerder onderzoek zou aangegeven hebben dat ‘wees een helper’ effectief zou zijn, vinden de onderzoekers nu dat dit teveel een fixed mindset zou stimuleren en dat het stimuleren van gewoon helpen effectiever zou zijn als kinderen met moeilijkheden of tegenslagen geconfronteerd worden tijdens het helpen.

De onderzoekers bekeken dit bij een groep van 139 kinderen van 4 en 5 jaar oud die in 2 experimenten met de nodige tegenslagen geconfronteerd werden en bekeken hun gedrag na de tegenslagen en hoe ze zichzelf inschatten achteraf.

BPS Digest – langswaar ik het onderzoek vond – heeft wel vragen bij hoe realistisch de reacties van de begeleidende volwassenen op de tegenslagen waren waardoor de vertaling naar de dagelijkse praktijk misschien kort door de bocht kan zijn. Tegelijk toont het onderzoek wel weer het belang van taal in opvoeding.

Abstract van het onderzoek:

Describing behaviors as reflecting categories (e.g., asking children to “be helpers”) has been found to increase pro‐social behavior. The present studies (= 139, ages 4–5) tested whether such effects backfire if children experience setbacks while performing category‐relevant actions. In Study 1, children were asked either to “be helpers” or “to help,” and then pretended to complete a series of successful scenarios (e.g., pouring milk) and unsuccessful scenarios (e.g., spilling milk while trying to pour). After the unsuccessful trials, children asked to “be helpers” had more negative attitudes. In Study 2, asking children to “be helpers” impeded children’s helping behavior after they experienced difficulties while trying to help. Implications for how category labels shape beliefs and behavior are discussed.