Wat is het effect van geen alcohol voor 18?

Minister Maggie De Block stelt voor om wel alcohol deels te verbieden bij jongeren onder de 18, maar wijn en bier blijft mogelijk. De minister stelt dat voorbeelden in het buitenland getoond hebben dat het drinken dan verschuift en bier meer aantrekkelijk wordt. Nu is er een buitenland dat deze maatregel recent nam, in 2014 verhoogde Nederland de leeftijd naar 18 voor alcohol en tabak, al waarschuwen experts wel dat het echte effect pas een generatie later zichtbaar wordt.

Wat zijn daar zoal de gevolgen?

Growth mindset in de keuken thuis: stimuleer ‘helpen’ ipv ‘wees een helper’

De growth mindset theorie van Carol Dweck blijft furore maken – al zijn er steeds vaker ook donkere wolken – en Emily Foster-Hanson en collega’s vertaalden de theorie naar hoe je best jonge kinderen thuis laat meehelpen. Waar eerder onderzoek zou aangegeven hebben dat ‘wees een helper’ effectief zou zijn, vinden de onderzoekers nu dat dit teveel een fixed mindset zou stimuleren en dat het stimuleren van gewoon helpen effectiever zou zijn als kinderen met moeilijkheden of tegenslagen geconfronteerd worden tijdens het helpen.

De onderzoekers bekeken dit bij een groep van 139 kinderen van 4 en 5 jaar oud die in 2 experimenten met de nodige tegenslagen geconfronteerd werden en bekeken hun gedrag na de tegenslagen en hoe ze zichzelf inschatten achteraf.

BPS Digest – langswaar ik het onderzoek vond – heeft wel vragen bij hoe realistisch de reacties van de begeleidende volwassenen op de tegenslagen waren waardoor de vertaling naar de dagelijkse praktijk misschien kort door de bocht kan zijn. Tegelijk toont het onderzoek wel weer het belang van taal in opvoeding.

Abstract van het onderzoek:

Describing behaviors as reflecting categories (e.g., asking children to “be helpers”) has been found to increase pro‐social behavior. The present studies (= 139, ages 4–5) tested whether such effects backfire if children experience setbacks while performing category‐relevant actions. In Study 1, children were asked either to “be helpers” or “to help,” and then pretended to complete a series of successful scenarios (e.g., pouring milk) and unsuccessful scenarios (e.g., spilling milk while trying to pour). After the unsuccessful trials, children asked to “be helpers” had more negative attitudes. In Study 2, asking children to “be helpers” impeded children’s helping behavior after they experienced difficulties while trying to help. Implications for how category labels shape beliefs and behavior are discussed.

10 slechte kanten van ons menszijn volgens de psychologie

BPS Digest toont 10 karaktertrekken van ons mens-zijn die psychologisch onderzoek heeft aangetoond. Ik geef hier de 10 trekken, check de post van Christian Jarrett voor de bronnen.

  • We view minorities and the vulnerable as less than human
  • We already experience schadenfreude at the age of four
  • We believe in Karma – assuming that the downtrodden of the world must deserve their fate
  • We are blinkered and dogmatic
  • We would rather electrocute ourselves than spend time in our own thoughts
  • We are vain and overconfident
  • We are moral hypocrites
  • We are all potential trolls
  • We favour ineffective leaders with psychopathic traits
  • We are sexually attracted to people with dark personality traits

Het goede nieuws: dit allemaal inzien, kan helpen de slechte kanten te overkomen…

Te weinig slaap is slecht, maar… te veel slaap ook

We weten allemaal het belang van genoeg slaap, maar een van de eerste resultaten uit een zeer grote slaapstudie waarbij blijkt dat te veel slaap dezelfde negatieve effecten heeft als te weinig. De curve zou een u-vorm hebben waarbij een volwassen persoon best tussen de 7 en 8 uur per nacht zou slapen.

Het onderzoek gebruikt data van meer dan 10000 proefpersonen, maar tegelijk zit daar ook wel de zwakte omdat er gebruik gemaakt werd van zelfrapportering.

Abstract van het onderzoek:

Most people will at some point experience not getting enough sleep over a period of days, weeks, or months. However, the effects of this kind of everyday sleep restriction on high-level cognitive abilities—such as the ability to store and recall information in memory, solve problems, and communicate—remain poorly understood. In a global sample of over 10000 people, we demonstrated that cognitive performance, measured using a set of 12 well-established tests, is impaired in people who reported typically sleeping less, or more, than 7–8 hours per night—which was roughly half the sample. Crucially, performance was not impaired evenly across all cognitive domains. Typical sleep duration had no bearing on short-term memory performance, unlike reasoning and verbal skills, which were impaired by too little, or too much, sleep. In terms of overall cognition, a self-reported typical sleep duration of 4 hours per night was equivalent to aging 8 years. Also, sleeping more than usual the night before testing (closer to the optimal amount) was associated with better performance, suggesting that a single night’s sleep can benefit cognition. The relationship between sleep and cognition was invariant with respect to age, suggesting that the optimal amount of sleep is similar for all adult age groups, and that sleep-related impairments in cognition affect all ages equally. These findings have significant real-world implications, because many people, including those in positions of responsibility, operate on very little sleep and may suffer from impaired reasoning, problem-solving, and communications skills on a daily basis.

Een uitgebreid pleidooi om schermtijd als oorzaak te zien van dalend welbevinden bij de jeugd

Vorig jaar publiceerde Jean Twenge een boek waarin ze stelde dat de (Amerikaanse) jongeren vandaag zich een pak minder goed voelen en dat volgens haar de oorzaak lag bij het stijgend gebruik van smartphones. Ze kreeg hierop veel kritiek – ook van mij – omdat haar data enkel een correlatie toeliet en het causaal verband niet aangetoond was. De economische crisis, slechte platen van U2,… er zouden zeer veel redenen kunnen geweest zijn.

In een nieuwe paper doet Twenge en haar team nu een zeer uitgebreide poging om hun punt verder te beargumenteren. De data staat nog steeds niet toe om causale verbanden aan te tonen, maar de onderzoekers proberen andere verklaringen uit te sluiten en groeven dieper in de data om nog fijnmaziger de mogelijke link te onderzoeken. En dan merken ze dat kinderen die meer hun telefoon gebruikten dan de kinderen die dit niet deden, zich slechter zouden voelen.

Het is een indrukwekkend werk, maar ik vrees dat ik toch sceptisch blijf om een eenvoudige reden, namelijk andere landen. Als we naar Nederland kijken, hebben we misschien geen data sinds de jaren zestig, maar wel sinds 2000 over hoe gelukkig de Nederlandse jeugd is en dat is ruim voor de daling die Twenge beschrijft in 2012. En die daling lijkt me niet in dezelfde zin zichtbaar terwijl de Nederlandse jeugd wel zeer intensief hun mobiele telefoon begon te gebruiken.

Wil het werk van Twenge en haar collega’s zeker niet wegzetten als onbelangrijk of verkeerd, maar er is nog meer werk aan de winkel.

Abstract van het onderzoek:

In nationally representative yearly surveys of United States 8th, 10th, and 12th graders 1991–2016 (N = 1.1 million), psychological well-being (measured by self-esteem, life satisfaction, and happiness) suddenly decreased after 2012. Adolescents who spent more time on electronic communication and screens (e.g., social media, the Internet, texting, gaming) and less time on nonscreen activities (e.g., in-person social interaction, sports/exercise, homework, attending religious services) had lower psychological well-being. Adolescents spending a small amount of time on electronic communication were the happiest. Psychological well-being was lower in years when adolescents spent more time on screens and higher in years when they spent more time on nonscreen activities, with changes in activities generally preceding declines in well-being. Cyclical economic indicators such as unemployment were not significantly correlated with well-being, suggesting that the Great Recession was not the cause of the decrease in psychological well-being, which may instead be at least partially due to the rapid adoption of smartphones and the subsequent shift in adolescents’ time use. (PsycINFO Database Record (c) 2018 APA, all rights reserved)


Emotion

Editor Paula Pietromonaco

Ook tieners vinden dat ze teveel op hun telefoon zitten (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Tieners en telefoons zijn een probleem. Toen ik zelf tiener was, klaagde mijn moeder over de eindeloze gesprekken die ik aan de lijn had (“fiets er even heen” zei ze dan). Tegenwoordig gaan de zorgen over schermtijd: afleiding, slaapproblemen, afhankelijkheid. Ook tieners zelf vinden dat ze teveel tijd doorbrengen op hun telefoon, zo laat een recente studie van Pew Internet zien. Er werden 743 tieners (13-17) en hun 1o58 ouders ondervraagd.

De resultaten maken duidelijk hoe tieners maatschappelijke opvattingen overnemen. Onderstaande grafieken geven enige inzicht, beneden meer toelichting.

Emoties
Ongeveer de helft van de tieners vindt dat van zichzelf dat ze teveel op hun telefoon zitten. Negen van de tien vindt in het algemeen dat teveel tijd online een probleem is voor mensen van hun leeftijd. Iets meer dan de helft onderneemt actie om hun telefoongebruik te beperken. Ook hun gebruik van sociale media (57%) en games (58%) leggen ze aan banden, dit terwijl de percentages van tieners die vinden dat ze teveel tijd doorbrengen met sociale media en games lager liggen, respectievelijk 41 en 26 procent. Opmerkelijk: slechts 45 procent geeft aan dat ze bijna constant online zijn.

De onderzoekers bevroegen vijf emoties die mogelijk gepaard gaan met gescheiden zijn van je telefoon. ‘Bezorgd’ [anxious] wordt het meest genoemd (42%), gevolgd door eenzaam (25%) en ontdaan (24%). Tegelijkertijd zegt 17 procent blij of opgelucht te zijn als hun telefoon niet in de buurt is. 28 procent zegt dat geen van deze emoties op hen van toepassing is.

Er zijn sekseverschillen. Meisjes geven eerder aan teveel op de socials te zitten (47% vs. 35%) en jongens meer op games (11 tegenover 41%). Meisjes voelen zich ook eerder bezorgd en eenzaam zonder telefoon.

Ouders
Ouders maken zich zorgen over de effecten van schermtijd van anderen: ruim tweederde vindt dat hun tieners teveel op hun telefoon zitten. 57 procent stelt dat ze schermtijd beperken.

De tieners vinden dat het vervelend dat hun ouders tijdens een gesprek met hen afgeleid zijn door hun telefoon: 51 procent zegt dat. Ouders zelf zien dat minder: slechts 36 procent van hen zegt dat ze teveel met hun telefoon bezig zijn.

De onderzoeker die ons de Marshmallow test gaf is overleden: Walter Mischel

Het is een klassieker voor veel mensen, de Marshmallow test. Ik postte er al af en toe berichten over. De man die het oorspronkelijke onderzoek bedacht, Walter Mischel is dit weekend overleden. Hier een interview met Mischel over zelfcontrole: