X, Y of Einstein?

De blog van Pedro De Bruyckere over onderwijs, jongeren, cultuur en media.

Wat kan je deze week verwachten?

Het is de laatste week van het schooljaar, dus… er zijn een paar klassieke thema’s die de komende dagen zullen terugkomen:

  • “Waarom zit mijn kind nu al thuis”-tweets en verhalen. (antwoord: deliberaties nemen tijd in).
  • Luxeverzuim (Mijn kinderen hadden toch al bijna geen les, als populaire verklaring).
  • Hoera, goede punten (of niet) op sociale media.
  • Berichten in de media over hoe je al dan niet met goede punten omgaat (ook op sociale media).
  • Cadeautjes voor de juf en meester, misschien zelfs hier en daar een artikel over hoe leraren hier zelf over denken.
  • Links of rechts tips over hoe je met kinderen in een lange zomervakantie kan omgaan (al verschenen die de voorbije weken al behoorlijk vaak).

Maar… het is ook de zomer voor de start van het gemoderniseerde secundair onderwijs, nieuwe eindtermen en wie weet, hebben we op 2 september een nieuwe (of hernieuwde) minister van onderwijs.

Nu, de kans dat het de komende week vooral over de hitte zal gaan, is ook behoorlijk groot…

Zijn ouders de ware plaag? Column van Pieter Derks

Het lijkt deze ochtend een trend in de berichten die ik binnen krijg: ouders hebben het gedaan. Terwijl veel herkenbaar is in de zoals steeds hilarisch pijnlijke column van Pieter Derks (ook over personaliseren en maandverband), wil ik spontaan een beetje tegengas geven.

Het is namelijk niet zo dat alle ouders de ware plaag zijn, volgens mij. Je kan niet iemand verwijten dat hij of zij het beste wil voor zijn of haar kind.

Maar wat dat beste is? Daarover verschillen de meningen.

Maar of iedereen hetzelfde kan geven of eisen voor zijn of haar kinderen? Nee.

En een school wil niet enkel het beste voor het ene kind, maar moet voor alle kinderen zorgen. Per definitie een evenwichtsoefening.

Of alle eisen terecht zijn? Nee, maar het is moeilijk om door het bos de bomen te zien. Voor iedereen.

Dat ouders schrik hebben in onze samenleving, is al vaak vastgesteld. Maar een individuele ouder kan je en wil ik dit niet verwijten. Die angst is trouwens niet het alleenrecht van de ouders.

En ik schrijf dit niet enkel omdat ik naast pedagoog en leraar ook… ouder ben. We zullen er samen moeten uitraken.

Ouders maken zich zorgen over het telefoongebruik van hun kinderen, maar ook vice versa

Een rapport van Common Sense media waarbij ze 500 Amerikaanse ouders én hun kinderen interviewden over het technologiegebruik van de andere gezinsleden interviewden, toont dat er wederzijds wel wat zorgen zijn.

De meeste ouders maken zich zorgen over het smartphonegebruik van de kinderen, maar 4 op 10 kinderen ook over het gebruik van hun ouders.

Dit is de samenvattend infografiek:

En nog de bijhorende video:

Welbevinden op school? Misschien is dit niet de juiste discussie…

Gisteren ging het in Ter Zake over onderwijs en de ondertussen vermoeiende tegenstelling welbevinden versus leren kwam er ook weer aan bod. Mocht je verwachten dat ik nu nog maar eens ga uitleggen dat het geen tegenstelling is, dat deed ik al eerder. Nieuwe cijfers doen vermoeden dat het gewoon zelfs een zinloze discussie is om een heel andere reden.

Als we kijken naar de laatste JOP-monitor, dan zien we dat 5,7% van de Vlaamse (en Brusselse jongeren) zich niet goed voelen/laag welbevinden hebben. Maar hoe groot is de invloed van school op dit welbevinden? Behoorlijk klein.

Scholen erven grotendeels het welbevinden van buiten de school. En dan vind ik het raar dat we in heel dit debat niet kijken naar de factoren die wel de levenstevredenheid eerder doen dalen:

 

PISA in Focus: pessimisme over het milieu, kinderen versus ouders

Er is een nieuwe PISA in Focus, waarbij wel nog steeds de data van PISA 2015 gebruikt wordt in afwachting van de nieuwe ronde die in december bekend gemaakt wordt. Wat bleken de 15-jarigen toen over het milieu te denken?

  • In 2015, only a minority of 15-year-old students believed that problems related to air pollution, the extinction of plants and animals, clearing forests for land use, water shortages and nuclear waste would improve over the next 20 years. In 12 of the 15 countries and economies that also asked parents about their beliefs, the parents’ responses showed even greater pessimism about these environmental issues than their children’s responses.
  • Children of parents who held pessimistic beliefs about environmental issues tended to be somewhat more pessimistic than other children, while children of parents who held optimistic beliefs tended to be more optimistic. Boys and low-achieving students held more optimistic beliefs than girls and students performing at or above baseline levels of proficiency in science.
  • On average across the 15 countries/economies that participated in this survey, students were most pessimistic about problems related to air pollution, while parents were most pessimistic about water shortages.

Wat tot de volgende conclusie leidt:

At any point in time, multiple generations of humans share the environment of planet Earth and thus a responsibility to preserve it for future generations. Today, however, teenagers and their parents are pessimistic about the future of our planet, and believe that many environmental problems will worsen over the coming decades. Educators should strive to ensure that realistic pessimism does not result in fatalism, but that better knowledge propels children – and their parents – into action, to help find or create the solutions to environmental problems requiring urgent attention.

Terug over schermtijd

Gisteren stelde de WHO nieuwe aanbevelingen voor schermtijd voor.

Concreet zijn het in feite aanbevelingen die we al langer kenden van de American Academy of Pediatrics:

  • Infants (less than 1 year) should:

    • Be physically active several times a day in a variety of ways, particularly through interactive floor-based play; more is better. For those not yet mobile, this includes at least 30 minutes in prone position (tummy time) spread throughout the day while awake.
    • Not be restrained for more than 1 hour at a time (e.g. prams/strollers, high chairs, or strapped on a caregiver’s back). Screen time is not recommended. When sedentary, engaging in reading and storytelling with a caregiver is encouraged.
    • Have 14–17h (0–3 months of age) or 12–16h (4–11 months of age) of good quality sleep, including naps.

    Children 1-2 years of age should:

    • Spend at least 180 minutes in a variety of types of physical activities at any intensity, including moderate-to-vigorous-intensity physical activity, spread throughout the day; more is better.
    • Not be restrained for more than 1 hour at a time (e.g., prams/strollers, high chairs, or strapped on a caregiver’s back) or sit for extended periods of time. For 1-year-olds, sedentary screen time (such as watching TV or videos, playing computer games) is not recommended. For those aged 2 years, sedentary screen time should be no more than 1 hour; less is better. When sedentary, engaging in reading and storytelling with a caregiver is encouraged.
    • Have 11-14 hours of good quality sleep, including naps, with regular sleep and wake-up times.

     

  • Children 3-4 years of age should:

    • Spend at least 180 minutes in a variety of types of physical activities at any intensity, of which at least 60 minutes is moderate- to vigorous intensity physical activity, spread throughout the day; more is better.
    • Not be restrained for more than 1 hour at a time (e.g., prams/strollers) or sit for extended periods of time. Sedentary screen time should be no more than 1 hour; less is better. When sedentary, engaging in reading and storytelling with a caregiver is encouraged.
    • Have 10–13h of good quality sleep, which may include a nap, with regular sleep and wake-up times

Opvallend is dat de aandacht vooral gaat naar beweging, meer dan naar de effecten van het naar schermpjes kijken zelf. Maar… terwijl er wel nieuw recent onderzoek dat terug een negatieve correlatie tussen schermtijd bij kleuters en aandacht in de kleuterklas ziet, hebben Britse wetenschappers (en zij niet alleen) toch bedenkingen bij de behoorlijk dunne basis waarop deze aanbevelingen gebaseerd zijn.

Het rapport van de WHO geeft toe dat de onderzoeksbasis ‘overall poor’ is, maar lijkt net als de oorspronkelijke aanbevelingen van de organisatie van Amerikaanse pediaters als adagium ‘better safe than sorry’ te gebruiken.

%d bloggers liken dit: