Wetenschappelijke fraude wordt vaak voorgesteld als een probleem van individuele onderzoekers die een keer over de schreef gaan, denk aan Diederik Stapel of recent Dan Ariely of zelfs Oliver Sacks. Iemand verzint data. Iemand manipuleert een afbeelding. En daarna schrijft iemand een artikel dat niet klopt.
Maar een recente studie in PNAS van Richardson et al. laat zien dat het probleem mogelijk veel en veel groter is. Niet alleen omdat fraude vaker voorkomt dan we denken, maar omdat ze soms georganiseerd gebeurt op industriële schaal met zogenaamde ‘paper mills’. Dit zijn organisaties die wetenschappelijke artikels produceren en verkopen, soms met verzonnen data of hergebruikte resultaten.



