Werkt welbevinden leren in de hand? Ja. Maar leren werkt ook welbevinden in de hand.

Na mijn vorige blogpost over emoties en cognitieve belasting kreeg ik een interessante reactie. De lezer wees er terecht op dat negatieve emoties zoals angst, schaamte of stress cognitieve capaciteit kunnen opslorpen. Dat maakt leren moeilijker. Vanuit dat perspectief is het logisch om in onderwijs aandacht te hebben voor stressreductie, zeker bij leerlingen die ook buiten school met extra stressfactoren te maken hebben. Ik schreef ook eerder over het effect van bijvoorbeeld toxische stress, ook al op jonge leeftijd. Al weten we ook dat er vormen van stress zijn die net ook goed voor je kunnen zijn.

Daar valt weinig tegenin te brengen. Er is behoorlijk wat onderzoek dat laat zien dat zogenaamde “pijnlijke emoties” een beslag kunnen leggen op het werkgeheugen. Als een deel van je cognitieve capaciteit bezig is met zorgen maken, schaamte of angst, blijft er minder ruimte over voor de taak zelf.

Toch loont het om nog een stap verder te kijken, omdat het debat in onderwijs soms een impliciete richting krijgt: eerst welbevinden, dan pas leren. Dat is begrijpelijk, maar tegelijk ook misleidend.

Leren en welbevinden staan namelijk niet alleen in één richting met elkaar in verband. De relatie werkt ook de andere kant op. Wanneer leerlingen merken dat ze iets begrijpen, een probleem kunnen oplossen of vooruitgang boeken, heeft dat vaak een direct effect op hun motivatie en hun welbevinden.

Dat idee is bijvoorbeeld duidelijk aanwezig in de zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan. Gevoelens van competentie zijn een belangrijke bron van motivatie en bij uitbreiding welbevinden. Met andere woorden: succeservaringen in leren kunnen zelf mee een belangrijke motor zijn voor hoe leerlingen zich voelen.

Wie ooit een leerling heeft zien worstelen met lezen en daarna een tekst vlot zien ontcijferen, weet dat dit geen abstracte theorie is. Het moment waarop iets “klikt” kan enorm motiverend zijn. Niet ondanks het leren, maar juist dankzij het leren.

Dat maakt het onderwijsverhaal eigenlijk complexer dan de te simpele tegenstelling tussen welbevinden en cognitieve belasting soms suggereert.

Negatieve emoties kunnen leren inderdaad bemoeilijken. Maar goed onderwijs kan tegelijkertijd ook net het omgekeerde effect hebben: door leerlingen vooruitgang te laten ervaren, kan het hun gevoel van competentie, motivatie en welbevinden versterken.

En als je denkt: las ik hier al niet over op je blog? Ja, regelmatig.

Hoe reageren scholen op pesten? (Review-studie)

Veel mensen gaan er intuïtief van uit dat scholen ingrijpen wanneer leerlingen gepest worden. Dat lijkt ook logisch en wenselijk. Pesten op school heeft namelijk duidelijke gevolgen voor welbevinden, schoolervaring en soms zelfs schoolloopbanen (check o.a. hier). Bovendien verwachten we van scholen dat ze een veilige omgeving creëren. Maar wat doen scholen eigenlijk wanneer pesten zich voordoet?

Lees verder

Helpt welbevinden kinderen leren door cognitieve belasting te verlagen? Het is complexer dan je denkt

In een oudere blogpost op mijn Engelse blog schreef ik over een reviewstudie van Hawthorne en collega’s die tot een interessante hypothese leidde: welzijn helpt mogelijk bij leren doordat het de cognitieve belasting zou verlagen. Het idee is intuïtief aantrekkelijk. Als leerlingen zich slecht voelen, gespannen zijn of ergens mee zitten, gaat een deel van hun mentale capaciteit daarnaartoe. Dat is duidelijk en ligt in lijn met onder andere het werk van Mullanaithan en Shafir. Dat laat minder ruimte over voor het eigenlijke leerproces. Omgekeerd zou een positieve emotionele toestand het werkgeheugen minder belasten en zo leren vergemakkelijken. Maar is dat echt zo?

Lees verder

AI-moe

Volgens het nieuwe imec-rapport gebruiken steeds meer mensen artificiële intelligentie. Dat zal niemand verbazen. LLM’s zoals ChatGPT, Copilot, Gemini of Claude zijn als tools in korte tijd onderdeel geworden van het dagelijkse digitale landschap. Studenten gebruiken het. Leraren gebruiken het. Beleidsmakers gebruiken het. En wie het niet gebruikt, voelt soms zelfs een lichte sociale druk om toch maar eens te beginnen.

Ik gebruik het zelf ook. Regelmatig zelfs. Maar eerlijk gezegd: ik ben AI stilaan een beetje beu. Laat me uitleggen waarom.

Lees verder

Evidence-informed onderwijs vraagt meer dan goede bedoelingen: Hoe geraakt onderzoek in de klas?

In het onderwijs duikt het idee van evidence-informed werken de laatste jaren steeds vaker op. Beleidsmakers verwijzen ernaar. Onderzoeksgroepen gebruiken het. In discussies over lesgeven wordt het bijna een vanzelfsprekend referentiepunt: onderwijs dat gebruikmaakt van onderzoek.

Ik ben er vanuit mijn positie natuurlijk zeker niet tegen, integendeel. Tegelijk bestaat er ook behoorlijk wat scepsis. Sommigen vrezen dat het onderwijs te technocratisch wordt. Anderen wijzen erop dat onderzoek nooit rechtstreeks voorschrijft wat een leraar in een concrete klas moet doen.

En ergens tussen die twee posities zit een praktische vraag die we minder vaak stellen. Stel dat we onderzoek inderdaad een rol willen geven in onderwijs, hoe organiseer je dat dan eigenlijk? Het onderwijs als systeem lijkt daar eigenlijk maar gedeeltelijk op ingericht te zijn. Een recent rapport van de OECD over de rol van onderzoeksinstellingen en lerarenopleidingen bij het gebruik van onderzoek laat dat vrij scherp zien.

Lees verder

Wetenschappelijke fraude op industriële schaal

Wetenschappelijke fraude wordt vaak voorgesteld als een probleem van individuele onderzoekers die een keer over de schreef gaan, denk aan Diederik Stapel of recent Dan Ariely of zelfs Oliver Sacks. Iemand verzint data. Iemand manipuleert een afbeelding. En daarna schrijft iemand een artikel dat niet klopt.

Maar een recente studie in PNAS van Richardson et al. laat zien dat het probleem mogelijk veel en veel groter is. Niet alleen omdat fraude vaker voorkomt dan we denken, maar omdat ze soms georganiseerd gebeurt op industriële schaal met zogenaamde ‘paper mills’. Dit zijn organisaties die wetenschappelijke artikels produceren en verkopen, soms met verzonnen data of hergebruikte resultaten.

Lees verder

Mooi overzicht over goede vragen stellen in een les

tagde me vrijdag in een bericht op LinkedIn. Ze heeft namelijk een overzicht gemaakt op basis van het boek van Liese, Jeroen en mezelf ‘Bijna Alles Wat Je Moet Weten Over Lesgeven‘. Ze richt zich specifiek op het stellen van goede vragen en vulde aan met enkele inzichten van Marcel Schmeier.

Vragen stellen is natuurlijk maar een van de vele onderwerpen die je kan terugvinden in ons boek.

Lees verder

Heeft het smartphonegebruik van ouders invloed op de aandacht van kinderen?

Naar aanleiding van mijn vorige blogpost over executieve functies en de mogelijke effecten van de coronaperiode kreeg ik een interessante vraag van een lezer. In hun teamkamer vroegen ze zich af of ook iets anders een rol kan spelen. Niet alleen de schermtijd van kinderen zelf, maar ook het technologiegebruik van ouders. Als ouders vaker met hun smartphone bezig zijn, verandert dat misschien ook de manier waarop kinderen zich gedragen of hoe goed ze hun aandacht kunnen richten.

Die vraag sluit goed aan bij een vrij recente reviewstudie en meta-analyse in JAMA Pediatrics van Marcelo Toledo-Vargas en collega’s.

Lees verder

Lectuur op zaterdag: Mickey Mouse als redder, Nooit meer Genocide?, de wereld in 1 oogopslag, en (veel) meer

De weekendbijlage bij deze blog:

Ik heb mijn voornemen om hier wekelijks te delen waar ik in de media verscheen, niet echt volgehouden. Maar deze week was ik oa te gast bij Evy Gruyaert (niet om iets te verkopen).

Tot slot: even een klassieker bovenhalen: Bill Bailey, die de Belgian Jazz Version speelt van het thema van Doctor Who.

Sinds corona lijken sommige leerlingen hun aandacht moeilijker vast te houden

Het is een opmerking die ik de voorbije jaren al meer dan eens hoorde van leerkrachten of zag opduiken in resultaten van Teacher Tapp. Niet als grote theorie of dramatische analyse, maar gewoon als observatie uit de klas:

“Sinds corona lijkt het alsof sommige leerlingen meer moeite hebben om op te letten.”
“Het duurt langer voor iedereen mee is.”
“Ze raken sneller afgeleid.”

Met zulke indrukken moet je altijd voorzichtig zijn. Onderwijs heeft een lange geschiedenis van verhalen over hoe het vroeger beter was. Maar tegelijk kan het ook wel degelijk het geval zijn dat er dingen veranderd zijn. En af en toe verschijnt er onderzoek dat minstens probeert te begrijpen waar dat gevoel vandaan kan komen.

Lees verder