In het onderwijs duikt het idee van evidence-informed werken de laatste jaren steeds vaker op. Beleidsmakers verwijzen ernaar. Onderzoeksgroepen gebruiken het. In discussies over lesgeven wordt het bijna een vanzelfsprekend referentiepunt: onderwijs dat gebruikmaakt van onderzoek.
Ik ben er vanuit mijn positie natuurlijk zeker niet tegen, integendeel. Tegelijk bestaat er ook behoorlijk wat scepsis. Sommigen vrezen dat het onderwijs te technocratisch wordt. Anderen wijzen erop dat onderzoek nooit rechtstreeks voorschrijft wat een leraar in een concrete klas moet doen.
En ergens tussen die twee posities zit een praktische vraag die we minder vaak stellen. Stel dat we onderzoek inderdaad een rol willen geven in onderwijs, hoe organiseer je dat dan eigenlijk? Het onderwijs als systeem lijkt daar eigenlijk maar gedeeltelijk op ingericht te zijn. Een recent rapport van de OECD over de rol van onderzoeksinstellingen en lerarenopleidingen bij het gebruik van onderzoek laat dat vrij scherp zien.
Wetenschappelijke fraude wordt vaak voorgesteld als een probleem van individuele onderzoekers die een keer over de schreef gaan, denk aan 


