Lectuur op zaterdag: auto-complete, het toppunt van kalmte en er zijn gewoon teveel mannen

De weekendbijlage bij deze blog:

Tot slot het toppunt van kalm blijven:

Moet je tweelingen scheiden op school?

Het is een vraag die ik enkele jaren geleden ook van een goede vriendin kreeg. De school van haar kinderen wou haar tweeling in aparte klassen zetten, maar ze vroeg zich af of dit wel een goed idee is. Nieuw onderzoek zegt: nee, niet echt. Of beter: een studie van Goldsmiths, University of London toont dat er geen leerwinst zit in het idee van tweelingen te scheiden op school.

De onderzoekers bekeken data van meer dan 9000 tweelingparen in de UK en stelden vast dat al dan niet samen zitten geen enkele relatie had met schoolprestaties, cognitieve vaardigheden of motivatie.

De onderzoekers stellen daarom dat men beter kijkt naar de wensen van ouders, de tweelingen zelf en de school en vooral met de noden van de tweeling rekening gehouden wordt, maar dat er geen nood is aan absolute regels hieromtrent.

En als je dan twijfelt, is samen heel misschien een beetje beter. Rond 16 jaar is er een zwak maar significant positief effect van samen leren. Maar dit wordt met de nodige voorzichtigheid meegegeven.

Abstract van het onderzoek:

There is little research to date on the academic implications of teaching twins in the same or different classroom. Consequently, it is not clear whether twin classroom separation is associated with positive or negative educational outcomes. As a result, parents and teachers have insufficient evidence to make a well-informed decision when twins start school. This study addresses two research questions: Are there average positive or negative effects of classroom separation? Are twins taught in different classes more different from each other than twins taught in the same class? Twin pairs from two large representative samples from Quebec (Canada) and the United Kingdom were evaluated across a large age range (7 to 16 years) on academic achievement, several cognitive abilities and motivational measures. Our results show almost no sizable positive or negative average effect of classroom separation on twins’ achievement, cognitive ability and motivation. Twin pairs at age 12 (Quebec, Canada) and at age 16 (United Kingdom) were slightly more similar on achievement if placed in the same classroom, with slightly greater similarity among monozygotic twins than dizygotic twins. However, the few effects found were weak, and it remains unclear whether they result from classroom separation or other factors. These results suggest that in terms of educational outcomes, policymakers should not impose rigid guidelines to separate twin pairs during their education. The choice of whether to educate twin pairs together or separately should be up to parents, twins and teachers, in response to twins’ individual needs.

Wat is misophonia en wat heeft het met leren te maken?

Je zit rustig te studeren en je buurman begint luidruchtig een broodje te eten. Je hoort hem smekken en je weet maar 1 ding zeker: je walgt van je buurman en je haat hem uit de grond van je hart. De kans is groot dat je lijdt aan misfonie of misophonia. Dit is een aandoening waarbij specifieke geluiden heftige gevoelens van woede, haat of walging oproepen. Letterlijk betekent misofonie haat van geluid.

Het is geweten dat dit bij mensen met psychische problemen kan opduiken, maar vooraleer je aan jezelf begint te twijfelen, nieuw onderzoek legt ook een link tussen mensen die dit ook zonder psychische aandoening kunnen hebben. En erger: het zou je slechter doen presteren als je als misofoon geconfronteerd wordt met dergelijke geluiden.

Amanda Seaborne en Logan Fiorella onderzochten het fenomeen met 72 studenten waarbij de deelnemers gedurende 6 minuten een tekst over migraine moesten doornemen vooraleer ze over de inhoud getest werden én gecontroleerd werden in welke mate ze aan misfonie lijden. De helft van de deelnemers werd geconfronteerd met een zogenaamde mededeelnemer die luid zat te genieten van kauwgum.

Wat bleek? Deelnemers met misofonie scoorden slechter met kauwgum (verrassing), maar ook opvallend: misofone deelnemers in de stiltegroep deden het beter dan de niet-misofone deelnemers. Wellicht omdat ze in hun optimale omstandigheden zaten.

Abstract van het onderzoek:

Misophonia refers to one’s sensitivity to specific sounds, which can range from minor annoyance to extreme distress. This experiment tested the role of individual differences in misophonia sensitivity on learning. College students read a text passage about migraines in a quiet room with 2 or 3 other participants and 1 confederate. In some sessions, the confederate audibly chewed gum while reading the text (sound group); in other sessions, the confederate read silently (control group). All participants then completed a comprehension test on the material, followed by an assessment of their misophonia sensitivity. Although there was no overall difference between the two groups on the comprehension test, misophonia sensitivity significantly moderated the effect of the trigger sound on learning. Students who scored relatively high on misophonia sensitivity performed worse on the comprehension test if they were in the sound group but performed better if they were in the control group.

 

Nieuwe PISA in Focus: pleit de OESO voor minder internetgebruik bij jongeren?

Er is een nieuwe PISA in Focus met als centraal thema de vraag hoe het internetgebruik van de bevraagde 15-jarigen evolueerde tussen 2012 en 2015. En er zit een aparte vraag in de conclusie op het einde van het rapport.

Wat valt op?

  • Between 2012 and 2015, the time that 15-year-olds reported spending on the Internet increased from 21 to 29 hours per week, on average across OECD countries.
  • In 2015, socio-economically disadvantaged students reported spending about two hours more per week on line than advantaged students, on average across OECD countries.
  • In every school system, students who reported using the Internet more frequently scored lower in science than students who reported using the Internet less frequently. However, on average across OECD countries, 15-year-olds who used the Internet moderately scored above students who never used the Internet or who used it more intensively.

Opgelet: dit zijn allemaal correlaties, maar het ligt wel in de lijn van ander, eerder onderzoek. Vooral het groter internetgebruik bij kinderen uit gezinnen met lage SES valt op.

De conclusie van de OESO:

Students everywhere are spending more and more time connected to the Internet, both at and outside of school, and Internet use among disadvantaged students is increasing exponentially. While this may have been good news a decade ago, today it may be a mixed blessing: evidence suggests that digitally connected students perform worse academically, particularly when they use the Internet intensively on school days, and extreme Internet users report lower levels of well-being. There are innovative, efficient and promising ways in which digital technologies are being used in education, but until they become the norm, it may be tempting to adopt the Korean approach: spend a moderate amount of time on the Internet, and even less on school days.

Uit eerder onderzoek weten we echter dat tijd niet het enige element is waar je moet naar kijken. Het gaat ook over wat je online doet. Er is een groot verschil tussen surfen voor je plezier en dingen online opzoeken voor school of alleen of samen aan projecten werken.

Word zelf ontdekkingsreiziger met Open Explorer

National Geographic heeft net Open Explorer gelanceerd of beter opnieuw gelanceerd omdat de site oorspronkelijk al bestond, maar niet onder de National Geographic-vlag. Het is een open community en tool om de wereld te verkennen. De site is een soort van digitale schrift dat je helpt de wereld om je heen en verder te verkennen:

Open Explorer was originally launched in 2014 because I recognized there was a need for a place to tell stories and collaborate with a community that cared about science, exploration, and storytelling. We built a platform that allows you to connect with others, raise money as you go, and tell your story as it unfolds. It’s a new way to share fieldwork, projects, and expeditions of all sizes.

In 2018, I partnered with National Geographic and its rich storytelling history to take Open Explorer to the next level. We have lofty goals: democratizing exploration and empowering everyone to follow their curiosity and participate in science. As we grow, we are building more tools, growing the community, and sharing your stories with the National Geographic audience.

Open Explorer is a community powered by our digital field journal platform. It’s for everyone: university researchers to citizen scientists, students to professional explorers. If you have a story to tell or a place to explore anywhere in the world, you can do it here.

Vergeten verwonderen… Een oproep #passingstill

Mijn studenten van de Arteveldehogeschool kregen de opdracht om longreads, video’s, podcasts,… te maken rond het thema vergeten en jongeren en de komende 2-3 weken kun je hun werk op onderstaande blog volgen. Er zit zelfs een heus vervolgverhaal bij!

POP-up

Door: Soraya Vande Vyvere, Tilde Demeyer, Bénédicte Van Wambeke, Fenne Stanssens

Foto’s van momenten,… die bijzonder zijn. Maar omdat je ze elke dag ziet ervaar je hen als gewoon vergeet je hun schoonheid vergeet.

Gebruik #passingstill

We vertrokken vanuit een brainstorm waarbij we op zoek gingen naar de verschillende elementen van vergeten.

Zo kwamen we tot de stelling: ‘hoe vaak vergeten we hoe mooi onze omgeving kan zijn’. Daarom willen we stilstaan bij de schoonheid van het dagelijkse leven en dit in de kijker zetten.

We gingen vervolgens op zoek naar gewone objecten, momenten of gebeurtenissen waarvan we de schoonheid soms vergeten. Deze visie willen wij verspreiden en delen met zoveel mogelijk mensen. Op deze manier hopen wij de blik kunnen verruimen van anderen.

Het concept willen wij verspreiden door deze hashtag te lanceren. Er hangt een Instagram- account aan vast waarop we zelf foto’s posten maar ook van gebruikers die…

View original post 28 woorden meer

Opinie: met een digitaal paspoort komt een grote verantwoordelijkheid

Deze opinie schreef ik voor De Morgen:

Een goede school houdt informatie bij over de kinderen waar ze voor verantwoordelijk zijn. Dat doet ze in een zogenaamd leerlingvolgsysteem. Maar leerlingen veranderen van school, en misschien is het handig dat deze informatie dan met de leerling in een soort van digitaal paspoort mee gegeven kan worden. Het kan zo de planlast en de papierdruk van zowel de ouders als van de school verlichten.

En nog belangrijker: het kan de nieuwe school helpen optimale begeleiding mogelijk te maken voor de nieuwe leerling zonder dat de ouders bijvoorbeeld allemaal nieuwe attesten moeten verzamelen om aan te tonen dat zoon- of dochterlief dyscalculie of een andere leerstoornis heeft.

Het idee dat onderwijsminister Crevits (CD&V) zaterdag in deze krant lanceerde, is lovenswaardig en ik wil het hier niet kapotschrijven, maar wil wel voor enkele zaken waarschuwen. Leerlingen kunnen voor veel verschillende redenen van school veranderen.

Verhuizen of veranderen naar een richting die toevallig niet op de oude school wordt aangeboden: dat zijn doorgaans behoorlijk onschuldige voorbeelden. Minder onschuldig is het als er een groot pestprobleem was waar een kind van weg wil, of als een kind het zo bont heeft gemaakt dat op school blijven niet langer wenselijk is.

In het laatste geval wil een kind (en de ouders) een nieuwe kans. Maar hoe schoon kan de lei van de leerling zijn als de informatie automatisch mee verhuist naar een nieuwe school? Een digitaal paspoort mag geen digitaal strafblad worden. Tegelijk wil een school natuurlijk wél op de hoogte zijn in het geval dat medeleerlingen gevaar zouden kunnen lopen met een nieuw ingeschreven scholier. Niet zelden wordt vergeten dat scholen verantwoordelijk zijn voor alle leerlingen.

Dat digitaal paspoort is een heikele evenwichtsoefening.

Het is belangrijk dat de minister zelf aangaf dat ouders en leerlingen mee kunnen beslissen welke informatie al dan niet wordt gedeeld. Zo kan ik me voorstellen dat bij de overgang van lager onderwijs naar middelbaar onderwijs – wellicht de meest voorkomende reden om van school te veranderen – ouders de afweging maken of bepaalde beperkingen van kinderen al dan niet doorgegeven mogen worden.

Zeg je dat je kind op het randje van dyslexie zit om zo ondersteuning te krijgen, of zeg je het liever niet omdat je niet wil dat de nieuwe school hier misschien niet goed op reageert?

Hoe meer je over een digitaal paspoort nadenkt, hoe meer haken en ogen je ontdekt. Maar welke voorbeelden je ook bedenkt (tientallen!), telkens zul je merken dat het kalf niet gebonden ligt bij het digitaal paspoort zelf zit, maar wel bij hoe scholen hier mee om zullen gaan. De eerste wet van Kranzberg zegt niet voor niets dat technologie goed noch slecht is maar evenmin neutraal. Zeker aan de kant van de scholen komt er een belangrijke verantwoordelijkheid te liggen bij wat er genoteerd en gedeeld wordt. En vooral: hoe die info geïnterpreteerd wordt. Eigen aan een leer- en opvoedingsproces is dat het met vallen en opstaan gaat. Het lijkt me zinnig dat niet alle valpartijen eeuwig meegaan.

Ook bij de ouders (en in mindere mate bij de kinderen) rust in deze veel verantwoordelijkheid. Zij moeten helder aangeven welke informatie al dan niet meegegeven mag worden. In tijden waarin de meest gemaakte leugen is ‘ja, ik heb de voorwaarden gelezen’, ligt dit minder voor de hand én kan het voor grote verschillen tussen ouders zorgen. Het zou jammer zijn dat de mondigheid en opleidingsniveau van ouders een rol kunnen spelen in welke mate informatie wordt gedeeld.

Daarnaast zijn er nog de klassieke aandachtspunten van de digitale wereld: privacy en veiligheid. Die moeten steeds vermeld worden als het gaat over opslag van digitale data. De jongste jaren is er hier veel over te doen geweest in Nederland en de VS, waar bleek dat online onderwijstools veel meer informatie over de kinderen bijhielden dan gedacht.

Om kort te gaan: het digitale paspoort is een begrijpelijk initiatief, maar tegelijk eentje dat zeer nauwgezet zal moeten worden opgevolgd.