Welke ingrediënten maken ondersteuning voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften effectief?

Begin dit jaar schreef ik al over de grote MetaSENse-meta-analyse naar interventies voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (SEND). De conclusie was toen behoorlijk hoopgevend: gerichte interventies kunnen een aanzienlijk verschil maken. Gemiddeld kwam dat neer op ongeveer vijf maanden extra leerwinst. Maar tegelijk bleek ook dat lang niet alle populaire interventies tot nu toe degelijk zijn onderzocht. De voorbije zomermaanden verscheen een vervolgstudie. Hierin staat niet langer de vraag centraal welke interventies werken, maar waarom ze werken. Welke onderdelen van succesvolle interventies lijken echt belangrijk te zijn? Het kan misschien als een kleine nuance klinken, maar in zo een divers landschap, is het eigenlijk een veel interessantere vraag.

Meer is niet beter

De onderzoekers bekeken voor hun onderzoek meer dan vijfhonderd interventies en codeerden telkens of achttien verschillende onderwijscomponenten wel of niet aanwezig waren. Denk hierbij aan expliciete instructie, feedback, scaffolding, metacognitieve strategieën, technologie, samenwerking, beloningen,…

Dit leidde tot een eerste opvallende conclusie: interventies bevatten gemiddeld bijna zeven verschillende componenten, maar meer componenten maakten een interventie niet effectiever. Er was geen verband tussen het aantal gebruikte strategieën en de uiteindelijke effectgrootte. Dat sluit mooi aan bij iets wat we eigenlijk al langer weten, namelijk dat onderwijs niet automatisch beter wordt door er steeds meer aan toe te voegen.

Expliciete instructie blijft overeind

Zijn er componenten die telkens opnieuw aan het bovendrijven waren? Ja, en dat was al in januari duidelijk, expliciete instructie. Voor algemene leeruitkomsten, schrijven en rekenen bleek expliciete instructie telkens geassocieerd te zijn met betere resultaten. Ook de machine-learninganalyse, waarmee onderzoekers complexe interacties tussen verschillende componenten onderzochten, wees expliciete instructie aan als een van de sterkste voorspellers van succes. Dat zal weinig mensen verrassen die de voorbije jaren het onderzoek naar effectieve instructie hebben gevolgd.

Feedback doet ertoe

In lijn met regulier onderzoek scoorde ook feedback opvallend sterk. Vooral bij rekeninterventies kwam feedback telkens terug als een belangrijke voorspeller van succes. Ook in de algemene analyses bleef feedback een van de krachtigste componenten. Dit is dus opnieuw geen revolutionaire conclusie, maar wel een bevestiging dat goede feedback ook voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften een centrale rol speelt.

Niet alles wat logisch klinkt, blijkt ook effectief

Dit alles kan tot nu toe logisch klinken, maar sommige componenten die vandaag erg populair zijn, kwamen er minder goed uit.  Zo vonden de onderzoekers dat interventies waarin beloningen een belangrijke rol speelden gemiddeld kleinere effecten hadden. Dat patroon dook op in verschillende domeinen.

Nog opvallender, en echt wel verbazend wellicht, was het resultaat rond adaptive teaching. Gemiddeld werd dat geassocieerd met kleinere effecten.

Nu, voor we daar grote conclusies uit trekken, plaatsen de auteurs zelf meteen een belangrijke kanttekening. Hun definitie van adaptive teaching was veel nauwer dan de manier waarop die term meestal wordt gebruikt. Ze bedoelden vooral het voortdurend aanpassen van de moeilijkheidsgraad tijdens een interventie, vaak via digitale systemen. Dat is niet hetzelfde als de bredere betekenis van adaptief lesgeven zoals die vandaag in veel onderwijsbeleid wordt gebruikt. Die nuance lijkt me behoorlijk cruciaal.

Technologie is geen wondermiddel

Nog een interessante vaststelling is dat technologie op zich interventies niet beter of slechter maakte. Er was geen algemeen positief effect van technologie. Dat betekent uiteraard niet dat technologie nooit werkt, maar wel dat een tablet, app of digitaal programma op zichzelf geen garantie is voor betere leerresultaten. Ook dat lijkt me een conclusie die goed aansluit bij wat eerder onderzoek al heeft laten zien.

De combinatie telt ook

Een leuke toevoeging aan deze studie is dat de onderzoekers naast klassieke statistiek ook machine learning gebruikten. Daardoor konden ze bekijken hoe componenten elkaar beïnvloeden, iets wat voor mij vaak een belangrijke beperking is bij onderzoek naar UDL.

En dat bleek leerzaam, soms bleek de combinatie juist minder effectief dan elk onderdeel afzonderlijk. Zo deden interventies waarin feedback én doelen werden gecombineerd het gemiddeld minder goed dan interventies waarin slechts één van beide centraal stond. Ook retrieval practice leek minder effectief wanneer het werd gecombineerd met expliciete doelstellingen. Dat onderstreept opnieuw dat onderwijs geen optelsom van losse strategieën is. Al moet ik toevoegen dat ik hier zelf nog niet goed de verklaring kan bedenken.

Uiteindelijk verandert de hoofdboodschap niet

De onderzoekers besluiten dat succesvolle ondersteuning voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften grotendeels steunt op dezelfde principes als goed onderwijs voor alle leerlingen: duidelijke expliciete instructie, kwaliteitsvolle feedback en een doordachte implementatie. Tegelijk waarschuwen ze ervoor om componenten los van hun context te bekijken. Wat werkt, hangt ook af van het leerdoel, de leerling en de manier waarop de interventie wordt uitgevoerd. Lesgeven aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften lijkt wel heel erg op gewoon lesgeven, zo.

Lectuur op zaterdag: het einde van lezen, makkelijker talen leren, 5 inclusiemythes, de neus en dementie en meer

De weekendbijlage bij deze blog:

Tot slot: dit zou wel eens dé film van het najaar kunnen worden:

Zijn alleen de eerste levensjaren bepalend? Nieuw onderzoek nuanceert een populair idee!

Als het over kansengelijkheid gaat, hoor je vaak dezelfde boodschap: wil je echt het verschil maken, dan moet je investeren in de eerste levensjaren. Dat idee is onder andere populair geworden door het werk van econoom James Heckman, die liet zien dat investeringen in jonge kinderen vaak een bijzonder hoog maatschappelijk rendement opleveren. Dat heeft echter soms geleid tot een veel sterkere conclusie dan Heckman vandaag nog verdedigt: het is fout te denken dat latere investeringen nauwelijks nog een verschil zouden maken. Een nieuwe longitudinale studie in Educational Researcher laat opnieuw zien dat de werkelijkheid genuanceerder is.

Lees verder

AI maakt onze samenleving nu al een beetje kapot

Ik ben meestal niet de persoon van het pessimisme of van de avondlandgedachte. En ook nu wil ik hier geen groot doembeeld schetsen en me gaan inschakelen bij de mensen die denken dat AI opeens te slim zal zijn en de mensheid zal uitroeien. Maar… de voorbije maanden merkte ik dat AI wel degelijk al veel menselijks kapot aan het maken is. Enkele concrete voorbeelden:

Lees verder

Even geen posts meer… (en geen terugblik, geen vooruitblik, wel een blik)

Ziezo, het laatste blogbericht van dit schooljaar, dit academiejaar, dit seizoen. Ik heb al jaren de gewoonte om dan terug te kijken en eventueel de meest gelezen blogposts te herhalen. Maar ik moet bekennen dat ik daar weinig zin in had. Misschien is het de hitte van de voorbije dagen?

Wel wil ik iedereen bedanken die deze blog heeft gelezen, commentaar heeft gegeven via alle mogelijke kanalen, vragen heeft gesteld, me heeft getriggerd en me soms ook gewoon regelrecht heeft ontroerd.

Maar mag ik even stilstaan bij een positieve evolutie die ik de voorbije maanden heb kunnen vaststellen?

Lees verder

Dit was het onderwijsnieuws! Rinke en ik kijken terug op juni 2026: basisbekwaamheden, intelligentie, competitie en bordspellen

De voorlaatste dag van het schooljaar. Laten we eindigen met een rijke aflevering vol nuances. In de juni-aflevering van Het Onderwijsnieuws praat ik met Rink over vier thema’s die rechtstreeks betrekking hebben op de onderwijspraktijk.

Lees verder

Is school echt slecht voor jongens?

De voorbije jaren hoor je steeds vaker over het “jongensprobleem” in onderwijs. Jongens zouden al vanaf de basisschool op achterstand staan. Ze zouden minder lang stil kunnen zitten, minder ver ontwikkeld zijn op vlak van taal en executieve functies, terwijl de basisschool net steeds academischer is geworden. En het klopt: we zien nu meer meisjes dan jongens in het hoger onderwijs en het aantal jongens dat school verlaat zonder diploma is groter dan het aantal meisjes. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat alle jongens een probleem hebben, en alle meiden probleemloos in ons onderwijs zitten. Nochtans sluit volgens sommigen het onderwijs simpelweg beter aan bij meisjes dan bij jongens. Sommigen gaan zelfs zo ver om voor te stellen alle jongens een jaar later aan de basisschool te laten beginnen, las ik recent nog in De Morgen.

Maar klopt dat verhaal eigenlijk wel? Een nieuwe studie, gebaseerd op de resultaten van bijna 12 miljoen Amerikaanse leerlingen, zet daar toch een aantal stevige vraagtekens bij.

Lees verder

De prijs van eerlijke kansen

Er zijn onderwijsinterventies waarvan we al lang weten dat ze behoorlijk goed kunnen werken. In mijn wereld is high-impact tutoring, of high-dosage tutoring, daar waarschijnlijk het bekendste voorbeeld van. Leerlingen krijgen meerdere keren per week intensieve begeleiding in kleine groepjes van twee of drie leerlingen. De resultaten zijn doorgaans indrukwekkend. Maar toch blijft er een ongemakkelijke vraag hangen. Minder of het werkt, maar veel ongemakkelijker: of we het ons wel kunnen veroorloven.

Lees verder

Lectuur op zaterdag: Ferris 40 jaar later, OCD bij kinderen, een vliegende monnik, zomertijd (en wintertijd) en ook wel wat AI

De (laatste) weekendbijlage bij deze blog van dit schooljaar:

Tot slot: dat is AI! Daarbij aansluitend: waarom haat iedereen AI? Misschien wel omwille van deze toekomst-nachtmerrie over onderwijs.

Feedback: wat AI beter doet dan leraren en vooral… wat niet.

Een van de zaken waar leraren vaak op hopen als het over AI in het onderwijs gaat, is dat de technologie zou kunnen helpen om eindelijk minder tijd te moeten besteden aan het geven van feedback op bijvoorbeeld schrijfopdrachten. Goede feedback is  een van de krachtigste manieren om leren te bevorderen, maar tegelijk ook nog steeds een van de meer tijdrovende taken van een lesgever.

Een nieuwe systematische review van 34 interventiestudies uit 19 landen laat zien dat die belofte niet helemaal uit de lucht gegrepen is. Grote taalmodellen zoals (in onderzoek vooral) ChatGPT blijken inderdaad verrassend goed in het geven van feedback op teksten. Maar de review studie maakt ook duidelijk waar de grenzen liggen.

Lees verder