De voorbije maanden duikt het steeds vaker op in kranten en commentaren in Nederland: jongeren zouden opnieuw religieus worden. Kerken die meer jongeren zien, moskeeën die voller zitten, verhalen over zingeving in onzekere tijden. Het klinkt als een trendbreuk na decennia van secularisering. Gisteren stelden de onderzoekers van het Jeugdonderzoeksplatform in De Wereld van Sofie hierover nieuwe analyses en dan zie je iets subtielers en tegelijk interessanter gebeuren.
Meritocratie is geen lift, maar een roltrap met ontbrekende treden
We vertellen graag dat onderwijs een lift is en dat is het in het verleden zeker bijvoorbeeld in Vlaanderen geweest. Wie talent heeft en inzet toont, geraakt boven. De weg is misschien steil, maar de regels zijn duidelijk en voor iedereen gelijk. Het idee van meritocratie leeft diep in onderwijsbeleid en publieke verbeelding. Meritocratie is een sociaal systeem waarin macht en beloningen worden verdeeld op basis van persoonlijke prestaties, talent en vaardigheden, in plaats van afkomst of rijkdom.Maar een nieuw grootschalig onderzoek uit Chili laat zien hoe misleidend dat beeld kan zijn. Niet omdat talent er niet toe doet, maar omdat de weg naar boven vol ontbrekende treden blijkt te zitten.
Wat ouders verwachten van digitale communicatie met scholen
De communicatie tussen ouders en school is de voorbije jaren steeds digitaler geworden. E-mails, ouderportalen, leerplatformen, berichtenapps: voor veel scholen is het ondertussen de ruggengraat van het contact met ouders. Dat dit efficiënter is, wordt vaak als evident aangenomen. Maar wat denken ouders daar eigenlijk zelf van?
Misschien verdwijnt niet (alleen) het lezen, maar ook het gedeelde referentiekader?
Onlangs verscheen in The Atlantic een opiniestuk dat veel lesgevers zullen herkennen. Walt Hunter stelt dat we studenten te vaak “ontmoeten waar ze zijn” en daarbij onze leesverwachtingen steeds verder verlagen. Minder boeken, kortere teksten, meer samenvattingen. Niet omdat lezen onbelangrijk zou zijn, maar omdat we vrezen dat studenten het niet meer aankunnen of simpelweg niet meer zullen doen. Zijn punt is scherp maar kan ik wel volgen: door studenten te ontzien, ontzeggen we hen net de kans om te groeien in diep lezen, concentratie en intellectuele volharding.
Dat beeld past in een bredere bezorgdheid. Steeds vaker hoor je dat jongeren niet meer lezen, dat romans hen afschrikken en dat langere teksten leiden tot weerstand of afhaken. Het opiniestuk benoemt dat probleem helder en durft iets te zeggen wat veel onderwijsprofessionals denken maar minder vaak hardop uitspreken: misschien zijn we te snel meegegaan in het verlagen van de lat. Iets wat het beleid in Vlaanderen nu wil keren.
Toch verdient dit debat meer nuance.
Fijne spreekbeurt van Johan Terryn over aptoniemen (die hij blijkbaar verzamelt)
Er is net een nieuwe blik Spreekbeurten gepubliceerd! Natuurlijk blijft deze Spreekbeurt van Jonas Geirnaert onklopbaar. En oja, ik deed er ooit ook zelf een.
Acteur/presentator/schrijver Johan Terryn verkent het terrein van eigennamen die treffend passen bij het beroep, de hobby of de levensstijl van de drager. Editie 11, 17 januari 2026 in C-mine (Genk)
En voor wie de video bekijkt, hier vind je het onderzoek dat Johan vermeldt.
Lectuur op zaterdag: test je kennis over slaap, grote tech fails uit 2025, DSM op de schop, ADHD en misdaad, en meer!
De weekendebijlage bij deze blog:
Baby’s beginnen nog (veel) vroeger met leren dan gedacht
Dat baby’s al vroeg leren, weet elke ouder. Maar dat dit veel verder gaat dan een stem herkennen in de buik, een glimlach leren spiegelen of steeds meer controle krijgen over het eigen lichaam, kan soms verbazen. Jaren geleden toonde onderzoek van onder meer Stanislas Dehaene dat baby’s al op zeer jonge leeftijd verschillen kunnen waarnemen tussen hoeveelheden. Meer en minder blijken geen lege concepten, ook al hebben ze daar nog geen taal voor. Nog voor er sprake is van tellen, laat staan van rekenen, reageert het brein al anders op verschillende aantallen. Maar wat een nieuwe studie in Nature Neuroscience laat zien, gaat een stap verder. Het gaat niet alleen over hoeveel, maar ook over wat.
Wat 20 jaar data ons leren over lerarentekort? En waarom context alles is!
We spreken graag over een “lerarentekort”, alsof het één probleem is met één oorzaak en één oplossing. Maar zodra je iets beter kijkt, valt dat beeld uit elkaar. Een nieuw internationaal onderzoek op basis van twintig jaar PIRLS-data laat dat mooi zien, specifiek voor leerkrachten die gespecialiseerd zijn in lezen. En zoals zo vaak: het echte verhaal zit niet in het gemiddelde, maar in de verschillen.
De onderzoekers onder leiding van Gratia O’Rafferty analyseerden vijf PIRLS-cycli (2001–2021) in 65 onderwijssystemen. Schoolleiders gaven telkens aan of een tekort aan leesleerkrachten het onderwijs “niet”, “een beetje”, “enigszins” of “ernstig” hindert. Dat klinkt subjectief, en dat is het ook, maar precies daarom is het interessant: het gaat niet om administratieve vacatures, maar om ervaren knelpunten in de dagelijkse praktijk.
Waarom één goed onderzocht verhaal soms meer zegt dan duizend metingen
In gesprekken met studenten – en andere mensen – merk ik soms dat ze verbaasd zijn dat er ook zoiets als case studies bestaan. Wetenschap, zo lijkt het dan, is iets wat je doet met grote steekproeven, ingewikkelde modellen en tabellen vol sterretjes die op significantie duiden. Alsof je alleen iets kan leren uit honderden of duizenden deelnemers, en niet uit één zorgvuldig bestudeerde situatie. Alsof één klas, één leerling of één conflict per definitie minder waard is dan een experiment met een controle- en experimentele groep.
Nochtans kan precies dat ene verhaal soms zichtbaar maken wat in grote datasets verdwijnt. Niet wat gemiddeld werkt, maar hoe dingen vastlopen. Waar regels botsen met verwachtingen. Waar goede bedoelingen misverstanden worden. En waar emoties niet zomaar gedoe zijn, maar signalen van iets dat mogelijk structureel wringt.
Het bewustzijnsonderzoek wordt… zelfbewust
In een vorige blogpost schreef ik dat bewustzijn geen geheim genootschap is. Geen Da Vinci Code, geen Dan Brown, geen verborgen sleutel die plots alles verklaart. Bewustzijnsonderzoek is vandaag vooral: veel theorieën, veel data, en opvallend weinig echt beslissende experimenten. Interessant, maar ook rommelig.
Toeval of niet (voor de kenners, pun intended): net nu verschijnt er een groot overzichtsartikel van Axel Cleeremans, Liad Mudrik en Anil Seth met een veelzeggende titel: Where are we, where are we going, and what if we get there? Vrij vertaald: waar staan we, waar gaan we naartoe, en wat gebeurt er als we het ooit echt begrijpen?
