Onderwijsbeleid is gezinsbeleid: wat kan werken tegen schoolafwezigheid?

Schoolaanwezigheid staat opnieuw hoog op de agenda. De cijfers van afwezige leerlingen en studenten stijgen namelijk in verschillende landen. Er wordt vaak naar de coronapandemie gekeken als versneller van deze trend, onder meer door verstoorde routines en veranderende opvattingen over schoolaanwezigheid.

We weten al langer dat veel afwezigheden samenhangen met lagere leerprestaties, minder betrokkenheid bij school en een grotere kans op schooluitval later. De vraag is dus niet alleen waarom leerlingen afwezig zijn, maar ook wat scholen daar realistisch aan kunnen doen. Een nieuwe systematische review van Tarissa Hidajat en collega’s bracht daarvoor 37 studies samen die allemaal één element gemeen hebben: ze onderzochten initiatieven waarbij scholen en gezinnen samenwerkten om de aanwezigheid van leerlingen te verbeteren.

Lees verder

Wat gebeurt er met tutoring wanneer je het opschaalt?

Tutoring heeft de voorbije jaren bijna een mythische status in het onderwijs gekregen, en ik beken: ik heb daar wellicht deels aan bijgedragen. Tijdens de coronapandemie werd het vaak door onderzoekers, beleidsmakers en onderwijsorganisaties naar voren geschoven als dé manier om leervertragingen aan te pakken. Daar waren ook goede redenen voor. Verschillende meta-analyses vonden effecten van ongeveer 0,30 tot 0,40 standaarddeviaties.Bovendien is tutoring een van de meest veelbelovende manieren om onderwijsongelijkheid te verkleinen. In onderwijsland zijn dat indrukwekkende cijfers en een cruciaal thema. Maar wat mogen we eigenlijk verwachten wanneer tutoring niet wordt uitgevoerd in een kleinschalige pilootstudie, maar op grote schaal in de praktijk op scholen?

Lees verder

Een 3×3-kader voor onderwijs: een toetssteen voor onderwijsvisies

Gisteren mocht ik het Education Festival in Den Haag openen. Voor één keer gaf ik geen keynote die vertrok vanuit een overzicht van onderzoek. Wel vertrok ik vanuit een reeks vragen die me al een hele tijd bezighouden. Hoe denken we eigenlijk over onderwijs? We hebben verschillende kaders. We hebben verschillende perspectieven. En dan bestaat het gevaar dat je een kader gaat toevoegen. Ja, terechte vrees. En toch, ik deed het lichtjes anders.

Lees verder

Lectuur op zaterdag: de wetenschap en langer leven, de gevolgen van geen humanitaire hulp, satanic panic, en meer

De weekendbijlage bij deze blog:

Lees verder

Waarom emoties van leraren ook voor leerlingen belangrijk zijn

In 2021 schreef ik al eens over een studie van Uta Klusmann en collega’s die liet zien dat het welzijn van leraren niet alleen belangrijk is voor henzelf, maar ook samenhangt met wat er in de klas gebeurt. Nu verscheen er een nieuwe studie van grotendeels dezelfde onderzoeksgroep, die dat beeld bevestigt op een grotere en internationalere schaal. De onderzoekers gebruikten gegevens van 679 wiskundeleraren en meer dan 17.500 leerlingen uit acht landen, waaronder Duitsland, Japan, China, Chili en het Verenigd Koninkrijk.

Het uitgangspunt van de studie is eenvoudig. Leraren ervaren emoties tijdens het lesgeven. Soms genieten ze van hun werk, soms zijn ze boos of gefrustreerd. De vraag is of die emoties samenhangen met de kwaliteit van hun onderwijs en uiteindelijk ook met wat leerlingen leren.

Lees verder

Hoe belangrijk is context eigenlijk in onderwijsonderzoek?

“Ja, maar de context is anders.” Het is een reactie die ik regelmatig hoor en zelf ook schrijf wanneer onderzoek uit een ander land wordt besproken. Een studie uit Engeland? Andere context. Een studie uit de Verenigde Staten? Andere context. Ik twijfel zelf soms om onderzoek uit China of Japan te bespreken. Maar… voor je het weet, lijkt elk onderzoeksresultaat vooral een lokale curiositeit waar we elders weinig mee kunnen. Het is iets wat ik deze week al tijdens een vergadering de achillespees van evidence-informed onderwijs heb genoemd.

Tegelijk gebeurt het omgekeerde ook vaak. Dan wordt een bevinding uit één studie of één land vrij snel vertaald naar een algemene aanbeveling voor iedereen. Ook dat voelt niet helemaal juist.

Lees verder

Wat vinden leerlingen eigenlijk van teamteaching?

Co-teaching en team-teaching is een beetje een persoonlijke frustratie van me. Populair onderwerp, maar wereldwijd relatief weinig onderzoek. Gelukkig dat men in Vlaanderen daar iets aan doet. In 2025 werd er een onderzoek gepubliceerd over een mogelijk leereffect. Dit onderzoek, als ik kijk naar het traject van het artikel, dateert wellicht uit dezelfde periode, maar werd pas nu gepubliceerd. Alles draait nu om de leerlingen die dagelijks in de les zitten. Hoe kijken zij naar teamteaching?

Lees verder

Wat als motivatie minder draait om keuzevrijheid en meer om duidelijkheid?

Als je de onderwijsliteratuur over motivatie een beetje volgt, zou je kunnen denken dat motivatie vooral ontstaat wanneer leerlingen autonomie ervaren. Geef hen keuzes. Laat hen zelf doelen formuleren. Geef ruimte voor eigen interesses. Dat idee heeft de voorbije decennia veel invloed gehad, ook al gaf Ryan (van Deci & Ryan) al zelf aan dat autonomie geen vrijheid betekent, maar wel het hebben van opties binnen grenzen.

Maar wat als motivatie in de praktijk soms meer te maken heeft met iets anders? Met duidelijke uitleg, heldere verwachtingen, degelijke feedback en meer? Met andere woorden: met structuur?

Lees verder

Leren van fouten verandert met de leeftijd

We maken allemaal fouten. Nee, echt. Als we iets berekenen, bij het schrijven van een e-mail, of in een gesprek met iemand. Je kan dan denken dat je het juiste antwoord weet en dan zien dat je toch mis blijkt te zitten. Maar wat gebeurt er eigenlijk nadat we een fout maken? En verandert dat naarmate we ouder en misschien wijzer worden?

In een nieuwe studie van onderzoekers van KU Leuven en de Universiteit van Graz onderzochten Eveline Jacobs en collega’s precies dat. Meer dan vierhonderd deelnemers, van 7-jarige kinderen tot volwassenen, kregen rekentaken voorgeschoteld waarbij de onderzoekers niet alleen keken naar de juiste antwoorden, maar ook naar hoe mensen reageren wanneer ze een fout maken.

Lees verder

Waar de wetenschap geen antwoord op heeft…

Ik ben een man van de wetenschap. Kwalitatief, kwantitatief, meta-analyses. Je leest er hier bijna dagelijks over. Altijd op zoek naar een beter antwoord, steeds dichter proberen te komen bij de waarheid, goed beseffende dat we die wellicht nooit volledig zullen kennen.

Maar waarom die ene van je houdt, of erger nog: waarom die ene niet van je houdt? We kunnen vermoedens hebben, correlaties vinden en modellen bouwen, maar uiteindelijk houdt de wetenschap het ook daar vooral op hypotheses.

Of waarom pedagogen zo graag moeilijke woorden gebruiken. Subjectificatie bijvoorbeeld. Of performativiteit. Of pedagogische tact. Dat zijn ongetwijfeld belangrijke concepten, maar de vraag waarom we ze niet gewoon “mens worden”, “alles moeten meten” of “gezond verstand” noemen, blijft voorlopig onbeantwoord.

Misschien heeft het te maken met identiteit. Misschien met academische tradities. Misschien met een diepgewortelde behoefte om een eenvoudig idee van voldoende lettergrepen te voorzien. Misschien is het een overlevingsstrategie. Als niemand begrijpt wat je zegt, kan ook niemand je tegenspreken. Al blijken andere pedagogen daar verrassend weinig moeite mee te hebben.

En dan zijn er nog de echt moeilijke vragen. Waarom schreef Charles meer dan dertig jaar geleden iets in zijn dagboek over Linda en een Raaf? Waarom houdt Joris niet van paprikachips? En waarom is er een vrachtwagen vol plastic flamingo’s onderweg naar het station?

Daar heeft de wetenschap voorlopig geen antwoord op. Mila wellicht wel. Maar die denkt er nog even over na.

En o ja. De Schaduw van de Raaf is uit vandaag.