Naast het welbevinden van leerlingen en studenten praten we ook af en toe gelukkig ook over het welbevinden van leraren. Vaak impliciet wordt dit dan gekoppeld aan een belofte: als leraren zich beter voelen, volgen betere leerresultaten en meer welbevinden bij leerlingen vanzelf.
Maar deze blog gaat bijna altijd over deze vraag: wat weten we daar empirisch over? En terwijl ik zelf aan een paar studies dacht, blijkt deze vraag deze keer complexer dan ik vermoedde.

De digitale kloof wordt vaak voorgesteld als een kwestie van toegang. Wie minder middelen heeft, heeft minder toestellen en minder bandbreedte. Wie meer middelen heeft, heeft meer technologie. En dit alles helpt de leesprestaties niet. Dit verhaal lijkt eenvoudig. Te eenvoudig. 
De communicatie tussen ouders en school is de voorbije jaren steeds digitaler geworden. E-mails, ouderportalen, leerplatformen, berichtenapps: voor veel scholen is het ondertussen de ruggengraat van het contact met ouders. Dat dit efficiënter is, wordt vaak als evident aangenomen. Maar wat denken ouders daar eigenlijk zelf van?