Wie de berichtgeving over onderwijs de voorbije jaren, maanden en weken heeft gevolgd, zou gemakkelijk kunnen denken van niet. Het lijstje redenen om te klagen is behoorlijk lang. Denk maar aan het lerarentekort, de toenemende werkdruk, de administratieve lasten, moeilijke vacatures, zorgen over het imago van het beroep, en enkele jaren geleden de impact van corona… Niets nieuws in deze blog tot nu toe, maar… Tegen een dergelijke achtergrond zou je verwachten dat de arbeidstevredenheid van leraren de voorbije jaren een flinke duik zou hebben genomen. Een nieuwe studie in Teaching and Teacher Education van Jelena Veletic en collega’s onderzocht precies die vraag met gegevens uit vier rondes van TALIS, de internationale bevraging van leraren en schoolleiders. Samen gaat het om gegevens uit 49 onderwijssystemen tussen 2008 en 2024. De resultaten zijn op zijn minst opmerkelijk (en ja, dat is een cliffhanger)
Onderwijsongelijkheid: wat twee nieuwe studies ons leren
De afgelopen jaren heb ik al vaak geschreven over onderwijsongelijkheid. Dat is ook niet verwonderlijk. Verschillen tussen leerlingen behoren tot de meest besproken thema’s in onderwijsbeleid en ik beken met plezier dat het thema me ook na aan het hart ligt. Tegelijk zijn ze ook een van de moeilijkste onderwerpen om over te praten. Zodra de vraag gesteld wordt waarom sommige leerlingen meer succes hebben op school dan anderen, kun je al snel belanden in discussies over armoede, opvoeding, motivatie, cultuur, schoolkwaliteit, intelligentie of, voor sommigen erger nog, genetica. Vaak lijken die verklaringen zelfs tegenover elkaar te staan, terwijl de werkelijkheid meestal een stuk ingewikkelder is. Twee nieuwe publicaties tonen dit samen aan.
Lectuur op zaterdag: liever lezen, 10000 artikels weg, elke relatie telt, waarom kennisrijk niet kan winnen en meer
De weekendbijlage van deze blog:
Architectuur is geen didactiek
Ik heb me al vaker kritisch uitgelaten over leerpleinen en open leeromgevingen, gebaseerd op onderzoek voor alle duidelijkheid. Dat wil niet zeggen dat ik het onderzoek hierover niet blijf verder opvolgen. Zaken kunnen evolueren, genuanceerd worden, of, zoals bij deze studie, nieuwe inzichten opleveren op basis van kwalitatief onderzoek.
Een podcast-interview over De Schaduw van de Raaf bij Buck FM
Bij Buck FM gaf ik enkele weken geleden, voor een live publiek, mijn eerste interview over mijn jeugdboek “De Schaduw van de Raaf”. Het voelde een beetje onwennig en toch ergens hoor ik nu dat ik meer dan behoorlijk enthousiast was…
Ik was er ook niet alleen, integendeel:
De zomervakantie nadert snel en de derde editie van BUCK.FM LIVE staat dan ook in het teken van heerlijke vakantielectuur. Stefan en Florence ontvingen in het gezellige Koetshuis van Hotel De Briel auteurs Pedro De Bruyckere en Jasmien Vandermeeren, terwijl Yana Vandendriessche (UGent) onze nieuwe minidocu toelichtte en daar had ook Evelien Jonckheere van het Huis van Alijn nog wel iets over te vertellen.
Elk gesprek is oprecht boeiend. Mijn interview start rond minuut 42.
Heeft AI een aandachtsprobleem?
De voorbije jaren hoorde ik geregeld dat AI-systemen werken met attention. Dat woord komt niet toevallig terug in de beroemde titel van het artikel dat de huidige generatie taalmodellen mogelijk maakte: Attention is All You Need. Maar hoe vergelijkbaar is die aandacht eigenlijk met menselijke aandacht? Een nieuwe studie van Suketu Patel en collega’s probeerde daar een antwoord op te geven met een van de bekendste experimenten uit de cognitieve psychologie: de Strooptest.
Gisteren volgde ik zelf nog eens ‘les’, en het was fijn
Mensen die mijn sociale media volgen, weten al waarover het gaat. Gisteren organiseerde Knack een derde hoorcollege van professor Emeritus Walter Prevenier. De 91-jarige historicus kwam terug een vol auditorium E binnen en zie traditioneel ‘goedemorgen’, omdat hij nu eenmaal gewoon was om 33 jaar lang op donderdagochtend Historische Kritiek te geven. Een van de vorige lessen deelde ik al eerder op deze blog.
Maar hoe was het?
Vandaag spelen we een spel… in de klas?
Bordspellen hebben de voorbije jaren een opmerkelijke comeback gemaakt. Ik merkte zelf al op hoe er verschillende spelletjeswinkels en -cafés opdoken in mijn omgeving. En eerder zag ik ook al het belang van bordspellen opduiken in literatuur over bijvoorbeeld werken aan executieve functies in de klas.
Dat is allemaal niet zo vreemd. Goede bordspellen zijn betaalbaar, vereisen geen schermen, stimuleren interactie en vragen vaak precies die vaardigheden die we ook op school belangrijk vinden: plannen, samenwerken, je beurt afwachten, omgaan met winst en verlies, en flexibel reageren wanneer de situatie verandert. Maar bieden ze ook echt een meerwaarde in een schoolcontext? Kunnen bordspellen meer zijn dan alleen een leuke afwisseling tussen de lessen door?
Wat blijft er zoal in de schuif van de wetenschapper zitten?
De voorbije jaren heb ik het al vaker gehad over onder andere de replicatiecrisis in psychologieonderzoek. Deze – volgens mij welgekomen – correctie, kun je moeilijk los zien van een ander fenomeen in wetenschap, namelijk ‘publish or perish’. Veel wetenschappers worden nog altijd sterk afgerekend op hun publicaties. Dat dit soms negatieve effecten heeft, werd al vaker beschreven. Maar dan heb ik het niet over de recente schandalen. Wel over een ander fenomeen waarbij enkel onderzoeken gepubliceerd of aangeboden worden met hogere kans op publisatie.
Onderzoekers spreken daarom al decennialang over het zogenaamde file drawer problem. Stel dat tien onderzoeksgroepen een interventie onderzoeken. Acht vinden weinig of geen effect, twee vinden een positief effect. Het is niet ondenkbaar dat vooral die twee laatste studies gepubliceerd raken. Soms omdat tijdschriften liever opvallende resultaten publiceren, soms omdat onderzoekers zelf minder geneigd zijn om nulresultaten uit te werken en in te dienen. Maar… zo ontstaat een vertekend beeld van de werkelijkheid.
Voor wie vertrouwd is met discussies over publicatiebias klinkt dit allemaal niet nieuw. Dat publicatiebias bestaat, weten we al langer. De interessante vraag is niet óf er studies in de schuif liggen, maar hoe groot die schuif is én wat er precies in die schuif zit
Onderwijsbeleid is gezinsbeleid: wat kan werken tegen schoolafwezigheid?
Schoolaanwezigheid staat opnieuw hoog op de agenda. De cijfers van afwezige leerlingen en studenten stijgen namelijk in verschillende landen. Er wordt vaak naar de coronapandemie gekeken als versneller van deze trend, onder meer door verstoorde routines en veranderende opvattingen over schoolaanwezigheid.
We weten al langer dat veel afwezigheden samenhangen met lagere leerprestaties, minder betrokkenheid bij school en een grotere kans op schooluitval later. De vraag is dus niet alleen waarom leerlingen afwezig zijn, maar ook wat scholen daar realistisch aan kunnen doen. Een nieuwe systematische review van Tarissa Hidajat en collega’s bracht daarvoor 37 studies samen die allemaal één element gemeen hebben: ze onderzochten initiatieven waarbij scholen en gezinnen samenwerkten om de aanwezigheid van leerlingen te verbeteren.