Het is een idee dat blijft terugkomen in het denken over onderwijs. Iets dat al eeuwen meegaat. Ik associeer het zelf erg met Jean-Jacques Rousseau. Als we maar voldoende opschuiven van uitleg naar ontdekking, van sturen naar begeleiden, dan komt het wel goed. Actiever leren is beter leren. Het is en blijft een aantrekkelijk idee, maar zoals ik al vaak uitlegde: ook te eenvoudig.
Een recente studie van Zhu en collega’s die ik via Carl Hendrick vond, vertrekt daarom van een andere vraag. Niet zozeer wat werkt, maar voor wie het werkt. Ze combineren twee dingen die we iets minder vaak samen bekijken: wie krijgt welke instructie, en wie haalt er het meeste uit.

De digitale kloof wordt vaak voorgesteld als een kwestie van toegang. Wie minder middelen heeft, heeft minder toestellen en minder bandbreedte. Wie meer middelen heeft, heeft meer technologie. En dit alles helpt de leesprestaties niet. Dit verhaal lijkt eenvoudig. Te eenvoudig. 