Hoe krijg je kennis uit onderzoek daadwerkelijk in de klas? Het is een vraag die mij en mijn collega’s bij Leerpunt blijvend bezighoudt. Een rapport of leidraad publiceren is één ding, maar ervoor zorgen dat de kennis uit zo’n rapport ook echt gebruikt wordt in scholen is een heel ander paar mouwen. Het abstract van een nieuwe studie van Mareike Ehlert en Elmar Souvignier maakte me daarom nieuwsgierig. Ze onderzochten namelijk wat er gebeurt als je leraren niet alleen gebruikers van onderzoek maakt, maar ook verspreiders ervan. Nu, ik schreef bewust ‘het abstract’ omdat dit Engelstalig was. Het eigenlijke onderzoek is in het… Duits. En ik moet 2 dingen bekennen. 1) Ik kan oprecht geen Duits, ondanks vele pogingen om het te leren. En 2) zowel ChatGPT als Google Translate hebben me noodgedwongen moeten helpen om het onderzoek te kunnen begrijpen.
Meer ongelijkheid, meer doorzettingsvermogen? Deze PISA-correlatie smeekt om een verklaring
Soms is het frustrerend dat PISA-data ons alleen correlaties kunnen laten zien. Niet omdat correlaties waardeloos zijn, al kan dat door de posts waarin ik op het verschil hamer soms lijken, maar omdat sommige correlaties bijna smeken om een verklaring. Een nieuwe studie van Yifan Wang, Yanru Liu en Dennis Alonzo, gepubliceerd in het British Journal of Educational Psychology, is daar een prachtig én frustrerend voorbeeld van. De onderzoekers combineerden vier PISA-rondes, gegevens van ruim 1,37 miljoen 15-jarigen uit 73 landen en maten voor economische ongelijkheid. En ze vonden iets wat je niet meteen zou verwachten: hoe groter de economische ongelijkheid in een land, hoe meer academisch doorzettingsvermogen jongeren rapporteerden. En mocht dat nog niet genoeg vragen oproepen, bleek die samenhang verder ook nog sterker voor jongeren uit gezinnen met een lagere sociaaleconomische status.
Jongeren voelen zich steeds slechter, maar is school de oorzaak of mee het slachtoffer?
Er verschenen dit weekend behoorlijk zorgwekkende cijfers over Nederlandse jongeren. Het nieuwe HBSC-onderzoek laat zien dat het met een deel van hen bepaald niet goed gaat. Vooral bij meisjes in het voortgezet onderwijs worden de cijfers over mentale gezondheid steeds slechter. In 2017 rapporteerde 29 procent van de meiden emotionele problemen, in 2025 is dat 43 procent. Bij jongens ging het in dezelfde periode van 9 naar 13 procent. Er wordt naar schooldruk gekeken. Maar ik vrees dat er nog veel meer aan de hand is.
Competitie kan niet altijd kwaad voor leren
Laat ons eerlijk zijn, competitie heeft in het onderwijs niet altijd een echt goede reputatie. Deze blog wordt geen pleidooi om dit zomaar opnieuw in te voeren. Maar een nieuw onderzoek van Corwin Senko en Sarah Pallone suggereert dat we misschien niet alleen moeten kijken óf leerlingen beter willen presteren dan anderen, maar ook waarom ze dat zouden willen, want dat kan nogal verschillen…
Duitse YouTubers gingen undercover om contact te leggen met zogeheten ‘paper mills’ en kochten ‘onderzoeksartikels’
Dit is gewoon regelrecht frustrerend voor alle onderzoekers die alles correct willen doen én doen!
Zie ook wat ik eerder schreef hier.
Singapore betaalt mensen om te lezen. Is dat wel een goed idee?
Singapore komt met een nogal opmerkelijk antwoord op ontlezing. De stadstaat wil mensen geld geven om te lezen. Even voor alle duidelijkheid: Singapore doet het nog steeds erg goed in de PISA-rankings. Maar ook zij zien de dalende trend.
Het klinkt spectaculair, maar we moeten eerlijk zijn, betalen is misschien wel een heel groot woord. Als onderdeel van het nieuwe vijfjarige ReadSG-programma worden mensen gevraagd om elke dag minstens vijftien minuten te lezen om op die manier virtuele munten te verdienen. Na vijftig van zulke leesmomenten heb je één Singaporese dollar verdiend. Ik vermoed dus echt niet dat er binnenkort veel Singaporezen hun baan zullen opzeggen om professionele lezer te worden.
Sommige slimmer lezers van deze blog denken nu dat dit haaks staat op wat we weten uit motivatieonderzoek. We weten behoorlijk veel over wat er kan gebeuren wanneer je mensen begint te belonen voor iets. Zou mensen betalen om te lezen er uiteindelijk niet net er voor kunnen zorgen dat ze minder gemotiveerd raken om te lezen?
Lectuur op zaterdag: een varend raadsel, evidence-informed gefilmd in de praktijk, een vriendelijke hond en meer!
De weekendbijlage bij deze blog:
Doen jongeren minder hun best op PISA, behalve als het leuk wordt?
De eerste resultaten van PISA zijn er nu al een tijdje en er zitten enkele raadsels in die me bezig blijven houden. Ik sprak er de voorbije twee weken al met enkele mensen over, maar deel mijn kronkels graag ook nu hier. Ik aarzelde even hierover, omdat het door PISA-haters wellicht onmiddellijk kan (en wellicht zal) worden aangegrepen om de PISA-resultaten in twijfel te trekken. Maar ik hoop dat men even intellectueel eerlijk is om te beseffen dat wat ik hier ga schrijven, in het licht van PIRLS en andere resultaten nooit de enige verklaring kan zijn!
Het is niet alleen phonics dat belangrijk is, maar ook hoe je phonics geeft!
Deze blogpost is geen nieuwe ronde in de bekende oorlogen over hoe kinderen best leren lezen! Ok, nu dat van de baan is, waarover gaat deze nieuwe studie wel? Wel, terwijl er behoorlijk veel evidentie bestaat dat het expliciet en systematisch aanleren van de koppeling tussen letters en klanken een belangrijk onderdeel is van goed aanvankelijk leesonderwijs (in het Engels: systematic phonics), is er ietsje minder geweten of het ook uitmaakt hoe je die phonics precies aanbiedt?
Wat moet je eigenlijk allemaal kennen en kunnen om goed te differentiëren?
De leidraden van Leerpunt rond differentiëren zijn ondertussen meer dan behoorlijk populair (zie ook hier en hier). Het deed me denken aan een onderzoek dat ik een tijdje geleden las, maar dat tot nu toe nog geen blogpost werd. De vraag die de onderzoekers in hun paper stelden, lijkt op het eerste gezicht behoorlijk eenvoudig: wat moet je als leerkracht eigenlijk allemaal kennen en kunnen om goed te kunnen differentiëren?