Nederlandse overheid waarschuwt voor het gebruik van Google software in de klas

Dit is geen klein ding: de Nederlandse onderwijsministers Van Engelshoven en Slob hebben in een brief aan de Tweede Kamer gesteld dat de producten van Google die in het onderwijs gebruikt worden niet veilig genoeg zijn. De privacyrisico’s zijn te groot bij tools zoals Google Workspace en Google Workspace for Education (het vroegere G Suite for Education).

Uit de brief:

Uit deze DPIA’s blijkt dat er privacyrisico’s zijn bij het gebruik van Google G Suite en G Suite for Education. Een van deze risico’s betreft de omgang met metadata. Google heeft als standpunt dat zij zichzelf als enige verwerkingsverantwoordelijke ziet voor metadata.3 Dit betekent dat zij mag bepalen voor welk doel zij metadata verzamelen en op welke manier dat gebeurt. Ook heeft Google in de privacyovereenkomsten opgenomen dat zij de voorwaarden rondom metadata eenzijdig mag aanpassen, zonder de gebruiker om toestemming te vragen. Dat betekent dat onderwijsinstellingen die Google G Suite for Education gebruiken, geen of onvoldoende grip houden op wat er met deze gegevens gebeurt.

Ook de producten van Microsoft werden onderzocht, maar bleken – mits goed gebruik – minder problemen te stellen.

Lees hierover ook meer bij Kennisnet.

Single jongeren kiezen voor coronaseksbuddy’s tijdens lockdowns (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Kenniscentrum Rutgers en Soa Aids Nederland doen onderzoek naar de seksuele gedragingen van jongeren. Dat deden ze tijdens de eerste lockdown, en vandaag zijn de resultaten gepubliceerd [samenvattingeindrapport] van hun onderzoek naar de tweede lockdown. Het gaat om de periode 11 december 2020 – 4 januari 2021, toen het voortgezet onderwijs opnieuw dicht was. Universiteiten geven al sinds de eerste lockdown hun onderwijs vrijwel volledig online. Er zijn ook vragen gesteld over de zomer, wat natuurlijk een periode van versoepeling was. De onderzoeken delen de jongeren in twee groepen in: 16-20 jaar (4.091 respondenten) en 21-25 jaar (n=1091). De steekproef is niet representatief.

Alarmerend is dat het mentaal niet goed gaat met jongeren. Twee derde voelt zich wel eens somber. De mentale gezondheid is blijvend verslechterd, staat in het rapport. Dit werd in de zomer niet beter en er zijn weinig verschillen tussen jongeren met en zonder partner.

Seks
De lockdowns hebben een effect op de frequentie van seks. Jongeren met een relatie hadden tijdens de eerste en tweede lockdown meer seks dan in de periode daarvoor en in de zomer. Voor singles ligt dit precies andersom. De daling tijdens de tweede lockdown was minder sterk (40 procent van de singles had seks tijdens de eerste lockdown, 52 procent tijdens de tweede). De zomer was een periode van plezier: 69 procent van de singles had toen seks, het niveau van voor de coronacrisis.

Als singles seks hebben tijdens de lockdown, is dat meestal met een coronabuddy (“seksmaatje”): 58 procent deed dat tijdens de eerste lockdown, 60 procent tijdens de tweede lockdown. Voor corona had 28 procent zo’n scharrel, tijdens de zomer 33. Dat is dus een duidelijke trend. Twintig procent van de singles had een onenightstand als laatste sekspartner. Daarnaast is er een groep die aanvankelijk een vaste partner had, maar op moment van ondervragen weer single was. Dat was 47 procent voor corona, en 20 procent tijdens de tweede lockdown. Dat zou kunnen betekenen dat er minder relaties verbroken worden.

Dating, porno en sexting
Er wordt aanzienlijk minder gedatet: tijdens de tweede lockdown had 21 procent van de jongeren een eerste date, voor corona was dit 51 procent. Er zijn dan ook veel minder mogelijkheden om iemand te ontmoeten. Scholen en universiteiten zijn dicht. Datingapps hebben nu de plek ingenomen van feestjes en uitgaan als het gaat om ontmoetingswijze: voor corona stonden die laatste op plek drie met 33 procent van de ontmoetingen, nu staan datingapps op 3 met 26 procent. Toch is het gebruik van die apps niet toegenomen. Dat komt door de mensen met een relatie: zij zijn dat minder gaan doen, onder singles is het gelijk gebleven.

Er treed geen substitutie-effect op. In de groep 21-25 jaar heeft 36 procent tenminste één keer zelf aan sexting gedaan, dit is afgenomen tijdens de tweede lockdown. Dat verschil zit vooral bij de jongeren met een relatie – misschien omdat zij vaker fysiek bij elkaar zijn. Ook singles sexten iets minder tijdens de tweede lockdown. Er zijn nauwelijks verschillen in de masturbatiefrequentie tussen de zomer en de tweede lockdown. Er wordt een heel klein beetje meer porno gekeken, zowel door singles als jongeren met een relatie.

Informatie zoeken, soa’s en abortus
Ongeveer een vijfde van de jongeren had behoefte aan informatie over seks en corona, van deze groep kon zo’n 15 procent die info niet vinden. Dit was iets beter tijdens de tweede lockdown, maar is voor Rutgers wel een aandachtspunt. Ook zorgelijk is het relatief aantal hoge jongeren dat te maken had met seksueel geweld.

Corona belemmert de toegang tot soa-zorg, omdat jongeren bijvoorbeeld banger zijn dat hun ouders erachter komen dat ze zich hebben laten testen op een soa, of omdat ze de zorg niet willen belasten. Dit daalde tijdens de tweede lockdown. Toegang tot anticonceptie gaat redelijk: vier procent van de 16-20 jarigen en acht procent van de 21-25 is hiervoor niet naar huisarts, GGD of ziekenhuis gegaan. Vijftien op de duizend meisjes zijn tijdens de tweede lockdown ongepland zwanger geweest, degenen die een abortus wilden konden allemaal direct bij een kliniek terecht.

Implicaties
Deze cijfers zijn inzichtelijk, vooral ook omdat er duidelijk periodes vergeleken kunnen worden. Toch vertellen ze niet alles: de respondenten zijn geworven via sociale media en de steekproef was niet representatief. Er zaten bijvoorbeeld meer LHBTQIA+ jongeren bij. Bovendien zijn het cijfers en die zeggen niets over hoe jongeren dit beleven. Er staat daarom aanvullend kwalitatief onderzoek gepland.

Op de website van Rutgers geeft hoofdonderzoeker Hanneke de Graaf duiding:

“De beperking van sociale contacten van jongeren legt ook hun liefdesleven stil. Jongeren hebben daarom minder mogelijkheden om te experimenteren met en te genieten van seks, terwijl dat op deze leeftijd cruciaal is. Dit is extra zorgelijk, omdat dit nu al zo lang duurt. Tegelijkertijd zien we dat het welbevinden van jongeren afneemt, wat wellicht ook te maken heeft met het gemis aan liefde en seks.”

Lectuur op zaterdag: weekends afschaffen? 5 tips om talen te leren? Waarom is slecht onderzoek zo hardnekkig? En meer

De weekendbijlage bij deze blog:

Tot slot: Onze video van Was It Worth It heeft al een paar 1000 views, maar het mag gerust meer worden 🙂

Op welke leeftijd beginnen jongeren te geloven in complottheorieën (nieuwe studie)

Complottheorieën komen al zeer lang voor, maar zijn momenteel een zeer hot topic. Maar hoe zit het met complottheorieën bij jongeren? Toen we in oktober dit bevroegen in Teacher Tapp was dit het resultaat:

Maar we merkten wel dat slechts 12% van de leraren in het basisonderwijs dergelijke verhalen hoorden bij hun leerlingen terwijl dit het drievoudige werd in het secundair onderwijs waarbij opviel dat 64% van de leraren uit het BSO dergelijke verhalen al van hun leerlingen gehoord hadden.

Een Brits onderzoek ontwikkelde een vragenlijst om het geloof in dergelijke theorieën te meten bij jongeren. Ze hebben hiermee nu gekeken op welke leeftijd het keerpunt zit dat het geloof in complottheorieën bij adolescenten echt doorbreekt, en men kwam via vier afzonderlijke studies uit op 14 jaar. Meer nog, op 18 zijn er opvallend meer jongeren die geloven in complottheorieën dan bij oudere groepen. Het lijkt dat er op die leeftijd een soort van piek zou voordoen. (Lees ook hier)

Het is een interessant gegeven hoe dit onder andere regionaal zou kunnen verschillen én in de tijd. Zoals de Britse onderzoekers opmerken zitten bijvoorbeeld door de lockdown jongeren veel meer online, wat misschien ook een effect zou kunnen hebben.

Nieuw rapport met praktische tips voor afstandsonderwijs met extra aandacht voor kinderen met leerstoornissen

Afstandsonderwijs is vaak niet zo eenvoudig, al merk ik dat er al veel scholen beter aan de slag zijn dan tijdens vorig voorjaar. De voorbije maanden zijn er veel verschillende rapporten verschenen over hoe je best afstandsonderwijs organiseert, en deze week bracht een nieuw Brits rapport.
Toch is dit rapport anders, omdat er expliciet uitgebreide aandacht is voor hoe je afstandsonderwijs organiseert voor kinderen met dyslexie, ADHD, gehoorproblemen, visuele problemen, enz.

Je kan het hele rapport hier downloaden, dit zijn de belangrijkste inzichten:

  • Pedagogical strategies that have been found to be effective with all students during distance learning are also likely to benefit students with SEND. These include effective feedback, metacognitive strategies and collaborative learning.
  •  Likewise, strategies that support students with SEND during distance learning and that make content and pedagogical approaches more accessible are likely to support all students
  • The importance of considering students’ needs first, their diagnoses second. While students may have the same diagnoses, their individual needs may differ and need to be considered when planning distance learning
  • Focusing on making learning and pedagogy, not just a particular resource or digital platform accessible – although this is crucial too
  • Creating a supportive learning environment with familiar teachers and spending time on re-establishing routines for those students who have been particularly negatively affected by a disruption to their routines

Werkt werkplekleren in het Vlaams onderwijs?

DUURZAAM ONDERWIJS

De Vlaamse jongerenwerkloosheidsgraad bedroeg in 2019 9,5% tegenover 3,2% van de gehele beroepsbevolking. Om jongeren die niet naar het hoger onderwijs doorstromen te helpen toegang te vinden tot de arbeidsmarkt, werden in tal van landen systemen van werkplekleren en duaal leren in het secundair onderwijs ingevoerd. Maar helpen ze? Meer bepaald, werken ze het in Vlaanderen om jongeren aan (a) werk en (b) een diploma of kwalificatie te helpen? Op basis van onderzoek van het Steunpunt SONO (Verhaest, Neyt, Tobback, Baert & De Witte, 2020) is het antwoord niet ondubbelzinnig ‘ja’. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat het aantal leerlingen die eraan deelnemen momenteel nog vrij bescheiden is.

Op het vlak van tewerkstelling leiden de SONO-onderzoekers uit hun datasets af dat leerlingen uit een opleiding met een werkleercomponent beter een job vinden dan schoolverlaters uit andere opleidingen in het secundair onderwijs. Maar het aanvankelijke voordeel blijft niet gehandhaafd: op lange…

View original post 566 woorden meer

Dit duistere verhaal uit de pedagogiek houdt me al jaren bezig

Het moet ergens tijdens de begindagen van mijn doctoraatswerk geweest zijn, toen ik Rousseau en ik las van Maarten Doorman. Terwijl de invloed van deze Franse filosoof en pedagoog moeilijk kan onderschat worden – zie onder andere dit artikel dat ik over die invloed schreef – komt hij uit het werk van Doorman over als een man van 12 stielen en 13 ongelukken en wellicht niet de meest aangename man ter wereld. En dan is er nog dat ene detail…

Lees verder