Al langer dan vandaag volg ik de video’s van TED-Ed, maar zoals bij TED-talks is het cruciaal dat je blijft kritisch denken. Neem bijvoorbeeld deze video:
Tussen Savolainen en Chen: over evidentie, kritiek en (onderwijs)sociologie
Voor deze blog lees ik meer onderzoek dan ik over schrijf. Ik bekijk de relevantie, de kwaliteit, soms ook de vraag of ik het zelf wel kan begrijpen. En soms omdat ik nog niet goed weet wat ik ermee aan moet.
Zo kwam ik het werk van Jukka Savolainen al een tijdje geleden tegen over sociologie als wetenschap. Het bleef hangen. Niet omdat het zo overtuigend was, maar omdat het iets raakte waar je niet zomaar omheen kan. Tegelijk heb ik tot nu toe er bewust nooit over geblogd. Net omdat het stuk zo duidelijk geschreven is als provocatie, en omdat de empirische basis daarvoor vrij dun is. Dat maakt het verleidelijk om het snel te gebruiken in discussies, maar ook riskant om het zomaar over te nemen. Een andere, nieuwe studie geeft me nu de kans om beide studies te brengen met de nodige nuance.
Frisdrank en meer angst bij jongeren: een nieuw puzzelstukje, maar geen antwoord
Je hebt het waarschijnlijk ook al gemerkt. Als het over het mentale welzijn van jongeren gaat, duikt er altijd wel ergens een duidelijke verklaring op. Sociale media, smartphones, ouders, schooldruk, de tijdsgeest… Kies er eentje en je hebt een verhaal dat goed klinkt en makkelijk blijft hangen.
Alleen klopt dat verhaal zelden helemaal. In deze post een nieuw puzzelstukje.
Het probleem zit niet altijd in het rekenen
Soms zie je in je les geen verschil. Twee leerlingen maken dezelfde oefening, geven hetzelfde juiste antwoord en lijken even snel klaar. Alles wijst erop dat ze hetzelfde kunnen. Totdat je beter kijkt.
Lectuur op zaterdag: 33 zintuigen, opgroeien in een sekte, kleuters pesten niet (of wel?), Toy Story en schermtijd (en meer)
De weekendbijlage bij deze blog:
Wat werkt bij ADHD? Nieuwe review toont verschil tussen effect en evidentie
Wat kan helpen bij ADHD? Je denkt nu misschien aan bepaalde medicijnen of behandelingen. Tijdens het lezen van deze umbrella review over de voor- en nadelen van ADHD-behandelingen in het BMJ van Gosling en heel veel collega’s, merk je vrij snel dat dit geen studie is die met één duidelijke conclusie eindigt. Integendeel. Ze brengt vooral structuur in een veld waar al veel over gezegd is, maar waar het overzicht vaak ontbreekt.
De opzet is stevig. De auteurs nemen meer dan honderd meta-analyses van RCT’s en herrekenen die op een uniforme manier. Uiteindelijk gaat het om 221 herberekende meta-analyses, over 31 interventies en 24 uitkomsten. Dat maakt dit geen zoveelste studie met één extra puzzelstukje, maar eerder een poging om de puzzel zelf beter te leggen.
Wat komt daaruit?
Groepswerk werkt niet vanzelf. Wie je samen zet, maakt uit
We gebruiken het allemaal wel eens in onze klas. Groepswerk. Soms omdat het verwacht wordt, soms omdat het praktisch is, maar ook omdat samenwerken zelf een belangrijk leerdoel is. Alleen: het blijft een werkvorm waarbij je nooit helemaal zeker lijkt te kunnen van het resultaat.
De ene keer zie je leerlingen echt in gesprek gaan, elkaar helpen, ideeën uitwisselen. De andere keer krijg je één leerling die alles doet, twee die wat meeliften en eentje die vooral naar het plafond kijkt. De mayonaise pakt dus niet altijd. En meestal zoeken we de verklaring in wat er tijdens het groepswerk gebeurt: taakverdeling, duidelijke instructies, rollen, begeleiding.
Een recente studie van Sun en collega’s in Learning and Instruction draait dat perspectief om en stelt een eenvoudigere, maar fundamentelere vraag: wat als het probleem niet zit in hoe leerlingen samenwerken, maar in wie we samen zetten?
Niet alleen rotte appels: wat de Epstein-zaak toont over wetenschap en macht
Waarschuwing, dit wordt een blogpost waarin Epstein en een heleboel beroemde wetenschappers zullen passeren. Ik schrijf dit niet als een trigger warning of zo, maar het zou wel best eens kunnen zijn dat je namen ziet passeren van vroeger en nu die pijn kunnen doen. Zeg niet dat ik je niet verwittigd heb…
Meta-meta-analyse: Bewegen helpt voor mentale gezondheid. Maar niet altijd op dezelfde manier
Tijdens de covid-pandemie kregen we opvallend consistent advies: blijf bewegen. Ga wandelen, ga lopen, blijf in beweging voor je mentale gezondheid. Dat advies kwam niet uit het niets. Het was toen al gebaseerd op onderzoek. Ik bracht zelf hier ook al als een belangrijk middel om bijvoorbeeld kinderen en jongeren meer weerbaar te maken.
Een nieuwe studie van Munro en collega’s legt daar nog eens een stevige laag evidentie onder. Ze brachten tientallen meta-analyses samen, goed voor in totaal meer dan 79.000 deelnemers, en keken naar het effect van bewegen op symptomen van depressie en angst.
Hoe kun je jouw stress voor jou laten werken? TED-Ed video
Een naderende deadline, een discussie met iemand uit je familie, of gewoon een gênant moment: het zijn allemaal situaties die moeiteloos je stressreactie kunnen activeren. Dat is op zich niet vreemd. Ons lichaam is nu eenmaal gebouwd om snel te reageren wanneer iets als bedreigend aanvoelt.
We hebben niet altijd controle over wat er op ons afkomt. Maar we hebben wél een zekere invloed op hoe we ons daarop voorbereiden en hoe we ermee omgaan. De vraag is dus niet alleen wat stress met ons doet, maar ook wat wij met die stress kunnen doen.
Hoe train je je hoofd en lichaam om die stressreactie beter te hanteren? Shannon Odell zet een aantal inzichten en strategieën in deze TED-Ed video op een rij die helpen om stress niet alleen te verminderen, maar er soms zelfs in je voordeel mee te werken. Lees ook hier hoe je effectief omgaat met stress.