Kinderen zijn nieuwsgierig, spelen veel, proberen van alles uit. En wij volwassenen… minder. Deze VOX-video staat stil bij verschillen in denken tussen kinderen en volwassenen. Ik was behoorlijk kritisch toen ik de link zag, maar wacht…wat hier verteld wordt, is net iets preciezer – en interessanter – dan het cliché.
Zorgt onderwijs dan toch niet voor minder kinderen?
Als ik met mensen spreek over demografie, dan botsen we na een tijdje al snel op dé vraag: hoe komt het dat we minder kinderen krijgen? Een populaire verklaring is dat meer onderwijs voor vrouwen betekent later trouwen, later kinderen krijgen en uiteindelijk minder kinderen. Dat verhaal zit behoorlijk diep in hoe we over onderwijs en demografie denken, dat het bijna vanzelfsprekend lijkt. Maar is dat zo?
Meer motivatie op school, meer angst?
Dit is zo’n studie waarbij je eerst denkt: ja, dat weten we toch al. En toch loont het de moeite om even trager te lezen. Guixia Wang en haar collega’s analyseerden PISA-data van meer dan 400.000 leerlingen in 53 landen. Hun vraag was op zich eenvoudig: hoe hangt prestatiemotivatie samen met schoolgerelateerde angst? Het antwoord is dat ook.
Waarom ik geen blogpost schreef na de uitzending van Pano…
Deze week was er een uitzending van Pano over kinderen die niet meer naar school kunnen gaan. Normaal gesproken zou je dan een post kunnen verwachten op deze blog. Maar… ik schreef er geen. Nochtans ben ik lid van de raad van bestuur van Bednet, dat ook vermeld wordt in de uitzending. Bednet reageerde zelf wel met een blog.
Waarom? Soms is een probleem zo complex, dat ik er niet vlug vlug een mening over heb of kan schrijven. Toen ik vrijdag deze post van Dirk Van Damme las op LinkedIn, kon ik hem heel goed begrijpen.
Wat hij schrijft, raakt voor mij een kernprobleem dat ik onderschrijf. We spreken over “kinderen die niet meer naar school gaan” alsof dat één fenomeen is. Alsof er één oorzaak is en dus ook één oplossing. Maar dat klopt niet.
Lectuur op zaterdag: zoogdieren legden eieren, grote steekproeven, zonder vaccins, de jeugd van toen én ACME!
De weekendbijlage bij deze blog:
- De voorouders van de zoogdieren legden eieren.
- Terecht stuk: ‘Opgepast voor onderzoek met grote steekproeven’
- Welke truken gebruiken leerkrachten om de aandacht vast te houden?
- Hoe zou een toekomst zonder vaccins eruitzien?
- 100 jaar geleden was men ook al bezorgd over de jeugd van
tegenwoordigtoen. - Dit wordt een vervolgverhaal, waar ik bang ben voor het vervolg. Vorige aflevering had ik het al over Claude Mythos, mensen hebben het kunnen gebruiken zonder toestemming.
Oh, het boek Bijna Alles Wat Je Moet Weten Over Onderwijs, van Liese, Jeroen en mezelf werd genomineerd voor Onderwijsboek van het jaar!!! Eerlijk: een straffe lijst van boeken waar ik zelf niet zou kunnen uit kiezen.
Mocht ons boek je bevallen, kies ervoor en wel hier, maar ik gun het zeker ook alle andere auteurs.
Tot slot: hier kijk ik zo naar uit:
Van plezier naar stress: wat gebeurt er met turnles?
Turnles begint voor veel kinderen in hun schoolloopbaan als een van de leukste momenten van de week, behalve als je Pedro De Bruyckere heet. Even bewegen, spelen, lachen met klasgenoten. In de lagere school overheerst deze beleving dan ook. Plezier, variatie, samen iets doen. Niet toevallig: er is minder nadruk op presteren en meer ruimte om gewoon mee te doen.
Maar ergens onderweg de schoolcarrière verandert dat. Een recente Spaanse studie van Gonzalo Flores-Aguilar en collega’s, waarin toekomstige leerkrachten terugkijken op hun eigen ervaringen met lichamelijke opvoeding, maakt die verschuiving opvallend zichtbaar. In de lagere school domineren positieve emoties zoals plezier. In het secundair verschuift dat naar iets anders: meer angst, meer frustratie, meer schaamte.
Ik vermoed dat dit herkenbaar klinkt. Maar wat deze studie interessant maakt, is dat ze niet blijft hangen in “leerlingen vinden LO soms niet leuk”. Ze legt bloot waar die verschuiving vandaan komt. Niet één oorzaak, maar een patroon van terugkerende keuzes.
Waarom vragen (sommige) leraren zo weinig feedback (terwijl we weten dat het werkt)?
We weten al een tijd dat feedback kan helpen om lesgeven te verbeteren. Van leerlingen, maar ook van collega’s. Het idee is eenvoudig: als je zicht krijgt op wat er in je klas gebeurt, kan je gerichter bijsturen. En toch gebeurt het opvallend weinig. Waarom is dit?
Het is vandaag dag van het boek… even over schrijven en lezen (niet pedagogisch/didactisch)
Terwijl muziek en gitaren veel van mijn culturele leven bepalen, zou ik niet zijn wie ik ben zonder boeken. Ik ben het kindje dat alle boeken wou lezen (en veel ook las), zoals in het verhaal van Tom Lanoye (zie ook de 5 eerder excentrieke boeken die mijn leven veranderd hebben)
Het grappige is: ik droomde nooit ervan om auteur, laat staan schrijver te worden. Auto designer? Ja. Striptekenaar? Eventueel. Muzikant: zeer zeker. Leraar, ook. Pedagoog? Uiteindelijk.
Ondertussen bestaan er heel veel boeken met mijn naam op de kaft en spreken mensen er mij over van Afrika tot Amerika, tot Japan toe.
Maar een bekentenis: tot voor kort schreef ik niet graag boeken. Liedjes wel. Maar boeken. Ik deed het, maar gewoon als een taak. Als een job die erbij kwam.
Wat weten leraren over lesgeven? Een nieuwe OESO-studie
Gisteren verscheen er een nieuwe OESO-studie die kijkt naar wat leerkrachten kennen en kunnen over hun job. Dit rapport geeft niet “het antwoord” op wat goed lesgeven is, maar tracht voor het eerst op grotere schaal te meten wat leraren eigenlijk weten over lesgeven en meer. Je zal er wellicht weinig over lezen in de media, want Vlaanderen en Nederland deden niet mee, maar het is wel degelijk boeiend.
Stoppen we niet beter met extra interventies? Begin met beter onderwijs
We blijven opvallend hardnekkig geloven dat je leren en ontwikkelen kan verbeteren door er iets “naast” te zetten op school. Een interventie, een programma, een training. Iets psychologisch, iets cognitiefs, iets dat bovenop het gewone onderwijs komt. Denk aan self-efficacy, executieve functies of motivatieprogramma’s. Altijd zit er ergens de impliciete belofte: als we dát nog toevoegen, dan zal het beter gaan.
Een recente systematische review van Josefine Schlichtenhorst naar interventies rond academic self-efficacy bevestigt opnieuw dat die overtuiging deels klopt. Ja, je kan self-efficacy verhogen. Ja, veel interventies tonen positieve effecten. En ja, dat lijkt vooral te werken voor leerlingen die het moeilijker hebben. Op zich weinig verrassend, maar fijne bevestiging. Maar wie iets trager leest, ziet iets anders gebeuren.