Het is een hot topic in de media en ik schreef er zelf al vaker over: de relatie tussen sociale media en de mentale gezondheid van jongeren. Een mentale gezondheid die achteruitgaat en waarvoor we al langer naar verklaringen (bewust meervoud) zoeken. En wie op dit thema een eenvoudig antwoord zoekt, komt meestal bedrogen uit. Ja, ik kijk naar u, welbepaalde partijvoorzitter.
Deze zomer schreef ik over een Zweedse studie die ruim 3.000 jongeren gedurende vijf jaar volgde. Dit onderzoek vond dat de hoeveelheid tijd die jongeren op sociale media doorbrachten hun latere mentale gezondheid niet voorspelde zodra de onderzoekers rekening hielden met verschillen die al bij aanvang bestonden. Mijn conclusie toen: misschien kijken we te veel naar hoeveel jongeren sociale media gebruiken en te weinig naar wat ze er doen.
Een nieuwe studie van Alva Tang en collega’s voegt een nieuw puzzelstukje toe aan het verhaal. Ze tonnen dus niet aan dat sociale media toch depressie veroorzaken. Ze benaderden dit vraagstuk vanuit een andere hoek. Misschien moeten we niet alleen kijken naar hoeveel jongeren sociale media gebruiken, maar ook naar veranderingen binnen dezelfde jongeren. Misschien is er een soort van mogelijke tussenstap tussen sociale media en mentale issues? De onderzoekers vermoeden dat die er is, namelijk cognitieve controle.