Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Het is een bekende spreuk, maar toch lijken we in onderwijs soms dit te vergeten. Het staat weliswaar haaks op hoge verwachtingen. En niemand zegt het luidop, zeker vandaag niet, maar stel je voor dat we de lat lager zouden leggen, niet uit luiheid, maar uit begrip voor de lerende? Dat zou toch misschien minder zittenblijvers, minder frustratie, meer motivatie opleveren. Het klinkt logisch en ergens klopt het ook, want wie wil nu dat leerlingen afhaken door een te streng systeem? Alleen is er, zoals zo vaak, een belangrijke nuance en blijkt het gezegde wel degelijk ook hier te kloppen.
Recent verscheen een working paper van het National Bureau of Economic Research met de veelzeggende titel Easy A’s, Less Pay. De onderzoekers onder leiding van Jeffrey T. Denning bekeken wat er gebeurt wanneer leerlingen systematisch hogere punten krijgen dan je op basis van hun prestaties zou verwachten, en volgden hen niet alleen op korte termijn maar ook in hun verdere schoolloopbaan en zelfs op de arbeidsmarkt. Wat hun analyse sterk maakt, is dat ze niet spreken over “soepel beoordelen” als één homogeen fenomeen, maar een onderscheid maken tussen verschillende vormen van mildheid.
Enerzijds is er algemene mildheid: leerkrachten die gemiddeld hogere cijfers geven over de hele lijn. De lat ligt dan gewoon iets lager. Anderzijds is er een meer specifieke vorm van mildheid: leerlingen nét laten slagen, dus hen van een onvoldoende naar een voldoende duwen. Dat lijkt een klein verschil, maar het blijkt een wereld van verschil te maken in de uitkomsten.
Wanneer leerlingen les krijgen van leerkrachten die in het algemeen hogere punten geven, zien we een vrij consistent patroon. Hun latere testresultaten liggen lager. Hun kans om af te studeren daalt licht. Ze schrijven zich minder vaak in voor vervolgonderwijs en uiteindelijk verdienen ze ook minder. Deze effecten zijn niet spectaculair op individueel niveau, maar ze zijn wel robuust en tellen op langere termijn op. De meest voor de hand liggende verklaring is dat cijfers niet alleen feedback zijn, maar ook een signaalfunctie hebben. Als dat signaal systematisch te positief is, vermindert de prikkel om zich extra in te spannen en verdwijnt een deel van de leerwinst.
Tegelijk toont het onderzoek dat mildheid op het kantelpunt tussen slagen en falen een ander effect kan hebben. Leerlingen die net geholpen worden om te slagen, blijven vaker op schema, moeten minder vaak een jaar overdoen en hebben meer kans om hun diploma te behalen. De effecten zijn vooral zichtbaar bij leerlingen die het moeilijker hebben. Voor hen kan één onvoldoende het verschil maken tussen blijven zitten en doorgaan. En doorgaan betekent ook: blijven leren en kansen behouden.
Daar zit dus de echte spanning. Te soepel beoordelen in het algemeen lijkt leerlingen op langere termijn te schaden, maar strategisch milder zijn op cruciale momenten kan net helpen, zeker voor kwetsbare groepen. Het probleem is dat deze twee vormen van mildheid in discussies vaak op één hoop worden gegooid, waardoor het debat vervlakt tot slogans zoals “we moeten strenger zijn” of “we moeten motiveren”.
Wat dit onderzoek vooral duidelijk maakt, is dat beoordelingspraktijken geen detail zijn, maar een krachtig onderdeel van het leerproces zelf. Kleine verschuivingen in hoe we cijfers toekennen kunnen gevolgen hebben die jaren later nog zichtbaar zijn. Dat vraagt geen ideologisch standpunt, maar wel precisie en bewustzijn. Niet elke vorm van mildheid is problematisch, maar niet elke vorm is ook onschuldig.
Goede intenties volstaan dus niet. Leerlingen en studenten helpen door hen net te laten slagen kan zinvol zijn, maar systematisch de lat verlagen voor iedereen is iets anders. Dan voelt het vandaag misschien beter, maar betalen zij morgen de prijs.