Lectuur op zaterdag: geld en onderwijs, Claude Mythos, risico’s nemen, muzikale schat en… walvissperma?

De weekendbijlage bij deze blog:

Lees verder

Hoe iets goeds ongelijkheid kan vergroten: over leesplezier

Even een iets langere aanloop bij deze blog. Ik gebruik soms een wat provocerend voorbeeld wanneer het over gelijke kansen gaat. Moeten we ouders eigenlijk verbieden om ’s avonds voor te lezen? Niet omdat voorlezen slecht is, integendeel. Maar omdat we weten dat het helpt. En dus ook: dat niet elk kind er in dezelfde mate van profiteert. Wie thuis meer boeken heeft, meer tijd, meer taal, meer ondersteuning, bouwt een voorsprong op. Voorlezen is dan geen probleem op zich, maar het kan wel bijdragen aan verschillen.

Het is natuurlijk een absurde conclusie. Je werkt niet aan gelijke kansen door kansen weg te nemen, toch? Maar het helpt wel om een ongemakkelijke realiteit zichtbaar te maken: sommige dingen die goed zijn, zijn niet automatisch gelijkmakend. Dietrichson en collega’s maakten dit eerder al duidelijk in hun meta-analyse uit 2017.

Ik moest aan dit alles denken bij een nieuwe studie van Xie en collega’s die keek naar leesplezier, sociaal-economische status en leesprestaties, op basis van PISA-data in het Verenigd Koninkrijk.

Lees verder

Het probleem is niet hoe slim je bent. Het probleem is je dinsdag.

Soms moet ik heel veel onderzoek lezen vooraleer ik iets vind om over te bloggen. Dit was nu het geval, eerlijk gezegd. Maar dan vond ik deze studie die tegelijk ontzettend herkenbaar is, maar ook veel gevolgen heeft. De perstekst vat het zo samen: op dagen dat mensen mentaal scherper zijn, krijgen ze meer gedaan. Klopt. Maar wat erachter zit, is een pak interessanter en genuanceerder.

Lees verder

Publiek vs. privé in PISA: het antwoord is minder eenvoudig dan je denkt

Er zijn van die studies waarvan je meteen voelt: dit gaat gelezen worden op een manier die de auteurs niet bedoeld hebben. Dit is er zo één. Deze nieuwe analyse in het British Educational Research Journal bekijkt meer dan twintig jaar PISA-data (2000–2022) in elf Europese landen en stelt een ogenschijnlijk eenvoudige vraag: doen leerlingen in publiek gefinancierde privéscholen het beter dan leerlingen in publieke scholen?

Het korte antwoord van Priya Maurya en collega’s: soms wel. Het langere antwoord: het hangt ervan af. En dat langere antwoord is net het interessante en de reden waarom ik deze blogpost schrijf.

Lees verder

Blind Gekocht is geen vastgoedprogramma. Het is Temptation Island voor kijkers.

Ik ben geen Temptation Island-kijker. Ik ken het programma vooral van de persiflages in De Ideale Wereld. Maar ik begreep dat de koppels die de uitdaging aangaan beelden van elkaar te zien krijgen en daarop moeten reageren. Natuurlijk kunnen die beelden enorm suggestief zijn en zo de waarheid geweld aandoen.

Wel… dat is exact wat de makers van Blind Gekocht met ons, de kijker, doen. Begrijp me niet verkeerd, ik kijk ook graag naar deze verbouwporno, maar het format is ondertussen wel meer dan duidelijk:

Lees verder

Multimedia kan werken. Maar niet altijd zoals we denken

In ons boek bespreken we de verschillende multimediaprincipes van Mayer. Ze worden steeds meer een standaard  in hoe we denken over instructie met beeld en tekst. Vermijd overbodige details, combineer woorden en visuals, zorg voor goede afstemming… Het klinkt meer en meer vertrouwd, en terecht. Alleen: hoe stevig staat dat geheel eigenlijk wanneer je niet naar de losse studies kijkt, maar naar het volledige onderzoeksprogramma erachter?

Dat is precies wat deze nieuwe meta-analyse doet. Cromley en Chen namen 92 artikels van Mayer en collega’s, goed voor 181 studies en 591 effecten, en probeerden niet zozeer te bewijzen dat multimedia werkt, maar vooral wanneer en onder welke voorwaarden. Met andere woorden: niet “werkt het?”, maar “wanneer werkt het, en wanneer minder?”. Juist om alles nog meer evidence-informed te maken.

Lees verder

Google publiceerde AI-studietips om leren makkelijker te maken. En net daar gaat het fout!

Google publiceerde onlangs een reeks (eenvoudige) studietips rond hun AI-tool Gemini. Ze klinken vertrouwd: organiseer je materiaal, genereer studiegidsen, zet notities om in audio, visualiseer concepten, test jezelf en identificeer wat je nog niet weet via feedback.

Op het eerste gezicht lijkt dit een nette vertaling van wat we weten over leren naar de praktijk. Maar kijk je wat beter, dan zie je al snel dat er iets niet klopt. Deze tips gaan namelijk minder over hoe leren werkt en meer over hoe AI studeren makkelijker kan laten aanvoelen.

Lees verder

Pesten tijdens een doctoraat: geen uitzondering, maar een patroon

Steeds meer studenten zijn geroepen om te doctoreren. Ikzelf deed het op latere leeftijd in mijn eigen tijd. Maar beeld je in dat je begint aan een doctoraat. Je werkt jaren aan één project, vaak met veel autonomie, maar tegelijk in een relatie waarin één persoon een enorme invloed heeft op je toekomst. Die ene persoon is je promotor. Dat blijkt terug tegelijk de kracht en de kwetsbaarheid van het systeem.

De voorbije jaren doken er namelijk geregeld verhalen op, denk bijvoorbeeld aan de uitzendingen van Pano. Getuigenissen over grensoverschrijdend gedrag, machtsmisbruik, pesterijen. De verhalen zijn vaak schrijnend. Maar zoals dat gaat met zulke reportages: ze worden al snel gelezen als uitzonderingen. Het zijn extreme gevallen of rotte appels. De rest is niet zo. En terwijl ik zelf ook goede ervaringen heb en ik ken andere gelukkigen. Toch blijkt het toch echt wel degelijk veel vaker voor te komen.

Lees verder

Waarom nuance in onderwijsdebatten soms verkeerd gelezen wordt

Beeld je in: je schrijft iets genuanceerd. Je probeert bewust weg te blijven van de klassieke tegenstellingen. Niet dit óf dat, maar hoe dingen samenhangen. En dan gebeurt het.

Lees verder

Waarom tutoring zo krachtig kan zijn (en soms toch niet echt een groot effect heeft)

Wie door de literatuur gaat, komt telkens opnieuw bij dezelfde conclusie uit: één-op-één of kleinschalige begeleiding behoort tot de meest effectieve interventies die we kennen. Meta-analyses van tientallen tot honderden studies tonen consistente en vaak relatief grote effecten. Dat is geen randfenomeen, maar een van de stevigste bevindingen in onderwijsonderzoek. Meer nog, het is een van dé manieren om ongelijkheid weg te werken.

Maar er zit een belangrijke nuance onder die consensus. Tutoring werkt namelijk niet zomaar. Het werkt vooral wanneer het gebeurt onder vrij specifieke omstandigheden. Hoge frequentie, consistente deelname, goed opgeleide tutors, en liefst ingebed in de schooldag, het zijn allemaal factoren die de effectiviteit verhogen. En dan komen we vaak uit bij wat “high-dosage tutoring” wordt genoemd. Dat is geen detail: wanneer die intensiteit gehaald wordt, zijn de effecten aanzienlijk groter. Maar daar beginnen de problemen. Voor alle duidelijkheid: niet alle tutoring moet high dosage zijn, maar het sterkste bewijs voor effectiviteit zit daar wel. En net daar wringt het: we organiseren vaak iets dat er op lijkt, maar het niet helemaal is.

Lees verder