Wanneer hebben zomerscholen de sterkste effecten?

DUURZAAM ONDERWIJS

Zomerscholen zijn hot (soms letterlijk). Ze worden meestal georganiseerd om bij sommige groepen van kinderen de “vakantie-terugval”  (thesummer learning loss) op te vangen of om leerlingen bij te spijkeren voor bepaalde kerncompetenties. Internationaal groeit het onderzoek naar hun impact: vooral de effecten op de schoolprestaties voor wiskunde en taal worden steeds beter empirisch onderbouwd. Onder andere de RAND Corporation bracht heel wat onderzoek bij elkaar. De resultaten van de beschikbare studies zijn gemengd, maar vaak overheersen de positieve effecten (met name op begrijpend-leesvaardigheid en wiskundecompetenties), tenminste als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan.

1. Aanwezigheid: Het is een open deur, maar het is een cruciale variabele in veel onderzoeken: de deelnemers moeten wel degelijk opdagen, liefst elke dag, en actief meedoen met de aangeboden activiteiten. Attendance is the key. Voor minder welgestelde gezinnen is het dus erg belangrijk dat zoveel mogelijk drempels voor aanwezigheid worden…

View original post 394 woorden meer

Nieuwe demografische verwachtingen, wat kan het betekenen voor onderwijs?

Het Planbureau publiceerde zijn nieuwe demografische verwachtingen, weliswaar met de nodige onzekerheden. Zo is het niet duidelijk hoe de oorlog in Oekraïne zal uitdraaien. Gisteren leerde ik in Ter Zake wel bij dat het profiel van Oekraïense vluchtelingen wel heel specifiek is. Veel vaker vrouwelijk, veel vaker hoger opgeleid in onderwijs en zorg. Een mens zou spontaan een oplossing vermoeden voor bepaalde problemen, maar dat is wellicht te cynisch.

Deze grafiek is misschien voor onderwijs het belangrijkste:

Dat we al een tijdje onder het gemiddelde van 2,1 kinderen per vrouw zitten, wisten we al. Dit betekent dat we tussen 2040 en en 2060 meer overlijdens zullen hebben dan geboortes, ook al omdat dan stilaan de meeste babyboomers zullen overlijden.

Maar voor het onderwijs betekent dit dat we wel degelijk naar een periode kunnen gaan van minder kinderen en iets minder druk op de ketel. We hebben een mini-babyboom gekend die we nog steeds een stukje voelen in het basisonderwijs en zeker in het secundair onderwijs, binnenkort wellicht in het hoger onderwijs. Maar er komt wellicht een periode van minder kinderen die opvang en onderwijs nodig zullen hebben. Opgelet, immigratie is hier een onzekere factor in, en het betekent niet direct een oplossing voor het lerarentekort, want de krapte op de arbeidsmarkt is ook niet 1, 2, 3 opgelost. Al zullen we wellicht op het moment dat die mini-babyboom afstudeert even kunnen ademhalen, al kan uitstroom van leraren door algemene krapte op de arbeidsmarkt en pensionering ook hier roet in het eten gooien. En het is sowieso nog te lang voor de acute problemen.

Als we even kijken naar de data, dan zien we dit nog duidelijker:

Je ziet hoe het relatieve aantal van jongeren daalt, maar ook hoe het relatieve aandeel van niet bejaarde volwassenen afneemt. De vergrijzing blijft nog zeer lang voelbaar (het goede nieuws is dat we gemiddeld steeds langer leven). Natuurlijk, er kunnen altijd onvoorziene zaken gebeuren – wie zag corona of Oekraïne aankomen -, maar het geeft wel een mogelijk vooruitzicht.

 

Gelukkige leraren hebben goed presterende leerlingen? (Jeroen Janssen)

Deze blogpost verscheen eerst op de blog van onze vakgroep Educatie van de Universiteit Utrecht. Check deze blog voor dagelijks onderzoeksnieuws!

Een paar dagen geleden concludeerde een studie dat tevreden leraren goede leraren zijn. Een nieuwe studie zou je kunnen samenvatten met de conclusie: gelukkige leraren hebben goed presterende leerlingen. Deze studie van Granziera, Martin en Collie onderzocht het welbevinden van bijna 500 Australische leerkrachten en hoe het welbevinden van leerkrachten samenhangt met leerprestaties van leerlingen. De resultaten laten zien dat de mate waarin leerkrachten uitputting ervaren negatief samenhangt met leerprestaties.

Het abstract

The present study examined the associations between school-average teacher well-being (emotional exhaustion and behavioral engagement) and school-average student achievement (literacy and numeracy) among a sample of 486 teachers in 39 elementary schools. Multilevel structural equation modelling was used to assess a two-level model, with teachers at level 1 (L1) and schools at level 2 (L2). Results revealed a significant negative association between school-level emotional exhaustion and school-level academic achievement, such that schools with higher levels of emotional exhaustion among teachers were also lower in school-average student achievement. School-level behavioral engagement among teachers was not significantly associated with school-level student achievement; however, the effect size was large highlighting the need for additional research with greater power at L2 (school-level) to examine this further. These findings hold important implications for the way in which emotional exhaustion is addressed among staff at a whole-school level and extends prior knowledge of the role teachers play in school-level academic achievement.

Een kleine geschiedenis van de internettrol (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Do not feed the trolls, was langs het advies aan nieuwkomers op sociale netwerken. Het was een internetwijsheid: trollen proberen je te provoceren omdat ze een emotionele reactie bij je willen uitlokken, zoals je kleine broertje vroeger deed. Jouw reactie maakt het erger, gewoon negeren dus. Nu hoor je zelden nog iemand over internettrollen.

Whitney Phillips was een van de eerste mediawetenschappers die onderzoek deed naar trollen. Ze promoveerde in 2012 en werkte haar proefschrift om tot het in 2016 verschenen toegankelijke boek This Is Why We Can’t Have Nice Things: Mapping the Relationship between Online Trolling and Mainstream Culture. Phillips brengt daarin een ogenschijnlijk onschuldige subcultuur in kaart, eentje waarvan we nu grote, gevaarlijke gevolgen zien in zowel de mainstream cultuur als de politieke arena.

Wat is een trol?
Zoals gebruikelijk in subcultureel onderzoek omvat Phillips’ onderzoek mensen die zichzelf als trol identificeren. Een gangbare definitie daarvan is een persoon die conflict zoekt ter eigen vermaak. Uitgangspunt van trollen was dat niets serieus genomen moet worden, al kun je in sommige trol-acties ook vormen van kritiek zien. Een voorbeeld is de Jenkem-hoax, waarin trollen een mediapaniek creëerden over een niet-bestaand probleem. De actie is te interpreteren als een vorm van kritiek op slordige nieuwsgaring. Trollen zelf zagen hun daden vaak als pedagogisch: hun slachtoffers zouden niet zo dom moeten zijn.

Trollen lijken op sensationalistische media, stelt Phillips, “the primary difference is that, for trolls, exploitation is a leisure activity. For corporate media, it ’ s a business strategy” (p. 8). Trollen zijn goed in het samenspel tussen politiek, geschiedenis en digitale media. Ze zijn “in many ways the grimacing poster children for the socially networked world” (p. 8).

De trol had iets weg van het bekende archetype van de trickster. Hij – want het is bijna altijd een hij – verzint leugens om de waarheid te behouden. Tricksters dienen echter de morele orde, trollen deden dat nadrukkelijk niet.

Vroege waarnemingen
De eerste bekende vermeldingen van trol in een internetcontext zijn al uit 1992. Daarbij valt op dat de term losjes gebruikt wordt, alsof hij dus al ingeburgerd was. Het ging om mensen die ‘vissen voor flames‘, een flame is een verhitte reactie. Al direct werden ze gezien als een bedreiging, niet alleen op persoonlijk niveau maar ook als bedreiging van optimistische internetgemeenschappen. De waarschuwing dat je mogelijk zonder het te weten met een trol praat, paste bij de angst over anonimiteit. De dreiging van deceptie, schrijft Phillips, was zo net schadelijk of zelfs schadelijker dan daadwerkelijk bedrog.

4chan heeft onmiskenbaar een rol gespeeld in de vorming van trollen als een subcultuur. Het beruchte image board zag het leven in 2003 en werd al snel een bestemming voor mensen die zichzelf als trol zagen. Het delen van gore plaatjes was een belangrijk onderdeel van deze cultuur, net als onwetende mensen afsturen op die plaatjes die je nooit meer kunt ‘ont-zien’. Maar 4chan was zeker niet de eerste ontmoetingsplek. Phillips noemt als voorgangers Rotten (1996), Hard OCP (Hardware Overclockers Comparison Page) (1997), Totse (1997), Stile Project (1999), Something Awful (1999) en Gen May (2002).

Gouden jaren
De periode tussen 2008 – 2011 ziet Phillips als de gouden jaren. De subcultuur kristalliseerde zich uit en verkreeg bekendheid. De opkomst van Anonymous, het hackerscollectief, speelde daarbij een belangrijke rol. Sociale media groeiden en trokken steeds meer ‘gewone’ gebruikers, gebruikers die zich geen raad wisten met trolgedrag (zie bijvoorbeeld onze blogpost uit 2013 over RIP-trolling). Bij de Amerikaanse verkiezingen in 2008 glorieerden racistische trolacties rond Obama.

Een nieuwe fase zijn de jaren 2012 tot 2015. De definitie van wat een trol is veranderde, net als hun rol. Dit deel is eigenlijk te vroeg geschreven – de ontwikkelingen rond Trump maken dat je niet meer van trollen kunt spreken. Troltechnieken zijn gangbaar geworden, en de internetgemeenschap van trollen is binnengevallen door en vermengd met een tombola aan andere groepen.

Culturele impact
Trollen hebben een grote rol gespeeld in het vormgeven van internetcultuur zoals we die nu kennen, bijvoorbeeld als het gaat om memes. Phillips gaat zelfs zo te ver te stellen dat

“from about 2003 to 2011, subcultural trolls on and around 4chan ’ s /b/ board were responsible for creating, or at the very least amplifying, nearly every popular meme on the Internet” (p. 21).

Van LOLcats tot Rickrolling, 4chan was een memefabriek en de resultaten zie je nu overal in mainstream-cultuur.

Trollen trolden voor de lulz, een concept dat je het beste kunt vergelijken met Schadenfreude. Het is een tricky concept, omdat het mogelijk maakt je te verschuilen achter humor:

“Disparate as these targets might initially appear, there is a through line in the trolls ’ targeting practices: the concept of exploitability. Trolls believe that nothing should be taken seriously, and therefore regard public displays of sentimentality, political conviction, and/or ideological rigidity as a call to trolling arms. In this way, lulz functions as a pushback against any and all forms of attachment, a highly ironic stance given how attached trolls are to the pursuit of lulz” (p. 25).

Hierin herken je direct het verweer van Geen Stijl-scribenten of Fvd-politici wanneer zij onderwerp zijn van ophef: het was maar een grapje. Voor de trol waren er nul consequenties. Het verschil is dat bij de trol de offline en online persoon volledig gescheiden waren.

Schade
Hoewel trollen veel verschillende gedaantes konden aannemen, moet gezegd worden dat zij hun lulz vaak probeerden te halen bij minderheidsgroepen, zoals mensen van kleur en LHBTQIA+ personen. Ze vielen ook de gevestigde macht aan, maar dat was minder persoonlijk. Hoewel de trol plezier haalde uit lulz, valt op dat trollen de emotionele context waaruit/waarin ze mensen trollen negeerden. Ze zagen alleen de absurde, uitbaatbare details van een verhaal. Het enige dat ertoe deed was de punchline.

De nadruk op humor vereist dat er een publiek is en een wij en zij, een wij die de grap snappen en een zij die dat niet doen. Je moet trollen daarom zien als een gemeenschap. Historische kennis van voorgaande memes was voor deelnemers aan die gemeenschap essentieel en de reproductie ervan had een gemeenschapsbouwende functie.

“Put simply, trolls laugh themselves into existence and sustain this existence through further laughter” (p. 31).

Die gemeenschap van trollen lijkt voorbij. Anonimiteit, zo kenmerkend, is niet meer nodig om mensen online uit te lokken of uit te schelden. Trollen worden geboren in en gevoed door de mainstream, schrijft Phillips in haar slothoofdstuk. Nu het internet de mainstream is, is hun natuurlijke habitat vernietigd.

Lectuur op zaterdag: The Disinformation Dozen, het einde van online platformen, de voorlopers van pinklichten en meer

De weekendbijlage bij deze blog:

Tot slot: de soundtrack maken voor een flipperkast:

Een sociale kaart van de klas: Reflecties van leerkrachten

Hoe kijken leerkrachten naar relaties met én tussen leerlingen in hun klas? Katrien Koenen vond drie leerkrachten in het lager onderwijs bereid om samen met haar alle relaties in hun klas in kaart te brengen. En daarmee bedoel ik dan ook echt álle relaties: elke relatie die de juf had met elke leerling, en daarnaast ook elke relatie die die leerling had met elke andere leerling in de klas. Dat leverde mooie plaatjes (sociogrammen) op die zicht gaven op individuele relaties, maar ook op groepsvorming, populariteit in de klas en andere zaken.

Figuur 1: Voorbeeld van een sociogram (Koenen et al., 2022)

Aan de hand van het sociogram van de klas ging Katrien in gesprek met de leerkracht, op zoek naar verklaringen voor de kwaliteit van de relaties en vooral voor de kwaliteit van hun eigen relaties met leerlingen. We kwamen uit op drie thema’s (na te lezen in Koenen…

View original post 974 woorden meer