PISA valt vanaf nu vroeg, 8 september nieuwe resultaten met focus op (natuur)wetenschappen

Op 8 september komt de OESO met de nieuwe PISA-resultaten. In tegenstelling tot de voorbije edities, worden de resultaten niet in december maar bij het begin van het schooljaar bekendgemaakt. Heb hier zelf meer dan dubbele gevoelens bij, eerlijk gezegd.  Elke keer staat een vakgebied centraal en deze keer is het niet lezen of wiskunde, maar wetenschappelijke geletterdheid. Dat betekent dat we die dag ongetwijfeld zullen horen en lezen hoe goed of slecht onze vijftienjarigen het doen voor wetenschappen (naast ook rekenen en taal die wel degelijk ook bekeken worden, naast nog andere thema’s die dan in de maanden nadien verschijnen).

Maar voor het zover is, is het misschien niet onbelangrijk om even stil te staan bij een andere vraag: wat meet PISA eigenlijk als het over wetenschappelijke geletterdheid gaat? Behoorlijk veel, eerlijk gezegd.

Wie bij wetenschappen vooral denkt aan weten wat fotosynthese is, hoe elektriciteit werkt of wat het verschil is tussen een planeet en een ster, zit maar bij een deel van het verhaal. Dat soort kennis blijft nog steeds belangrijk in PISA 2025, maar wetenschappelijke geletterdheid betekent voor de OESO vooral dat jongeren die kennis ook kunnen gebruiken om verschijnselen te verklaren, onderzoek en bewijs te beoordelen en beslissingen te nemen.

PISA onderscheidt daarbij drie grote competenties:

  • De eerste is misschien wel de meest herkenbare: wetenschappelijke verschijnselen verklaren. Daarvoor moet je uiteraard kennis hebben. Maar je moet die kennis ook kunnen toepassen, voorspellingen kunnen doen, modellen gebruiken en beoordelen en hypotheses kunnen formuleren.
  • Een tweede competentie gaat over wetenschappelijk onderzoek en bewijs kritisch beoordelen. Leerlingen moeten bijvoorbeeld kunnen herkennen welke vraag met een onderzoek wordt beantwoord, kunnen nadenken over een geschikte onderzoeksopzet en data kunnen interpreteren. Ze moeten ook kunnen beoordelen of een conclusie daadwerkelijk volgt uit het verzamelde bewijs.
  • Maar vooral de derde competentie valt op, omdat ze veel zegt over de wereld waarin jongeren vandaag opgroeien: wetenschappelijke informatie zoeken, beoordelen en gebruiken om beslissingen te nemen.

Denk daarbij aan mediawijze vragen zoals: wie zegt dit eigenlijk? Heeft die persoon expertise? Hoe sterk is het bewijs? Is er sprake van een mogelijk belangenconflict? Gaat het om een wetenschappelijke bron of om een mening? En wordt een correlatie misschien ten onrechte voorgesteld als een oorzakelijk verband?

Je hoeft maar even door sociale media te scrollen om te begrijpen waarom de OESO dit vandaag als een onderdeel van wetenschappelijke geletterdheid beschouwt. De uitdaging is niet langer alleen om toegang te krijgen tot informatie. We worden overspoeld met informatie, en een deel daarvan is fout, misleidend of simpelweg onzin.

En om die informatie correct in te schatten heb je kennis nodig. Dus verdwijnt in dit nieuwe raamwerk kennis allerminst naar de achtergrond.

PISA onderscheidt drie soorten kennis:

  • inhoudelijke kennis uit bijvoorbeeld fysica, chemie, biologie en aardwetenschappen.
  • procedurele kennis, weten hoe meten en experimenteren werken, begrijpen wat variabelen zijn, rekening houden met onzekerheid en kunnen nadenken over correlatie versus causaliteit.
  • epistemische kennis of begrijpen hoe wetenschap tot kennis komt en waarom we bepaalde wetenschappelijke claims meer kunnen vertrouwen dan andere.

Bij deze laatste vorm van kennis horen verrassend veel dingen. Denk dan bijvoorbeeld aan: Waarom gebruiken wetenschappers modellen? Wat kunnen modellen ons wel en niet vertellen? Waarom is peer review in onderzoek nuttig? Wat wordt met onzekerheid bedoeld in een meting? Hoe kunnen data een stelling ondersteunen? En waarom is een brede wetenschappelijke consensus een goede reden om iets behoorlijk serieus te nemen, zonder dat dit betekent dat wetenschap onfeilbaar is?

Maar PISA 2025 gaat nog een stap verder. Een belangrijke nieuwigheid is wat de OESO “Agency in the Anthropocene” noemt. Het gaat daarbij om de manier waarop jongeren omgaan met klimaatverandering, biodiversiteit en andere grote ecologische uitdagingen. Ook hier gaat het gedeeltelijk om kennis. Leerlingen moeten bijvoorbeeld begrijpen hoe menselijke activiteiten invloed hebben op de systemen van de aarde en verschillende bronnen kunnen gebruiken om na te denken over duurzaamheid.

Maar hier wordt het raamwerk volgens mij ook duidelijk normatiever van aard. Zo wordt er bijvoorbeeld gesproken over respect voor verschillende perspectieven, hoop bij het zoeken naar oplossingen voor sociaal-ecologische problemen, zorg voor andere soorten, sociale rechtvaardigheid en de bereidheid om bij te dragen aan verandering.

Daar kun je een interessante discussie over voeren. Wanneer meten we nog wetenschappelijke geletterdheid en wanneer beginnen we attitudes, burgerschap of bepaalde waarden te meten? Het is een discussie die ik en vele anderen al eerder rond PISA hebben gevoerd.

Een vergelijkbare verschuiving zien we bij wat PISA science identity noemt. Daarbij gaat het onder andere over hoe leerlingen zichzelf zien in relatie tot wetenschap, hoeveel vertrouwen ze hebben in hun eigen wetenschappelijke vaardigheden, of ze wetenschap interessant vinden en hoe gemotiveerd ze ervoor zijn. Ook milieubewustzijn en het gevoel zelf iets te kunnen betekenen krijgen een plaats.

Dat betekent niet dat PISA op 8 september plots één grote mengeling van kennis, attitudes en klimaatbezorgdheid rapporteert. Maar het betekent wel dat we voorzichtig moeten zijn wanneer we straks zeggen dat jongeren “goed” of “slecht” zijn in de wetenschappen, er gaat veel achter schuil.  Een PISA-score voor wetenschappelijke geletterdheid betekent namelijk niet simpelweg: hoeveel wetenschap kennen onze vijftienjarigen?

Waarom onderzoek vaak niet zomaar de klas in kan

Toen ik de titel van dit artikel van Robin Nagy zag, moest de muziekliefhebber in mij even gniffelen. En zat ik daarna de hele dag met dit liedje van Cake in mijn hoofd.  Maar het stuk is een pak ernstiger. Nagy schrijft geen onderzoek of theoretisch stuk, maar staat als ervaren praktijkmens stil bij een thema dat me zeer aan het hart ligt: de kloof tussen onderwijsonderzoek en de dagelijkse praktijk.

Lees verder

Lage verwachtingen klinken niet altijd als lage verwachtingen

Er is de voorbije tijd veel te doen geweest over het belang van hoge verwachtingen in het onderwijs. En ik merk hoe een bepaald mechanisme ook opduikt naar aanleiding van het ondertussen tragische verhaal van Jason Arday. De link lijkt even vergezocht, maar is in feite heel actueel als je dit stuk leest van Mia Doornaert (voor een eerdere conservatieve stem), of het stuk dat ik deelde van Tyler Austin Harper voorbije zaterdag (voor een eerder progressieve stem). Maar hoe zien lage verwachtingen er eigenlijk uit in een klas? Soms een pak minder duidelijk dan we denken.

Lees verder

Onderwijsnieuws bij het begin van het schooljaar, deel 1: Van zomerscholen en schoolkosten tot taalachterstand en leerplicht

De terug-naar-schoolreclame is al een tijdje zichtbaar, en stilaan komt het onderwijsnieuws ook weer in de krant. Beetje vroeger dan vorig jaar al een eerste overzicht:

Ik zou het ook nog kunnen hebben over het pleidooi van Roland Duchatelet om de leerplicht te verlagen tot 12 jaar en meer, maar ik laat het bij deze reactie.

Sneller voor de klas, maar ook sneller weer weg?


Vorige week kreeg ik al verschillende journalisten aan de lijn, en een van de thema’s was het lerarentekort. Een thema dat misschien de komende tijd iets milder zou kunnen worden door demografische ontwikkelingen. Maar neem van me aan dat het tekort nog steeds veel scholen (en directies) parten speelt. Dit blijft wereldwijd een uitdaging, en dus worden er vaak nieuwe manieren gezocht om mensen sneller voor de klas te krijgen. Denk daarbij aan zij-instroom en andere verkorte trajecten. Dat is begrijpelijk: als je te weinig leraren hebt, wil je de toegang tot het beroep niet onnodig moeilijk maken. Maar er zit mogelijk ook een addertje onder het gras…

Lees verder

Taal en denken: antwoorden op jullie vragen

Toen ik deze blogpost schreef over taal en denken, dacht ik oprecht dat niemand hem zou lezen Het was een eerder theoretisch stuk, over taal bij volwassenen. Ik bracht het gewoon omdat ik het zelf uiterst fascinerend vond. Nu, ik sloeg de bal behoorlijk mis, want mijn mailbox en socials stroomden vol met vragen en opmerkingen. Ik deel hier enkele antwoorden.

Lees verder

Over de doden niets dan goeds?

Vrijdagavond, net voordat ik ging slapen, kwam het nieuws binnen dat Jason Arday op 41-jarige leeftijd was overleden. Ik was eerlijk gezegd behoorlijk onder de indruk van dit nieuws. Ik kende de man niet persoonlijk, maar amper een week geleden schreef ik zelf ook nog een behoorlijk kritische blogpost over hem. En terwijl ik de eerste berichten over zijn overlijden las en de eerste beschuldigingen op sociale media zag, moest ik onwillekeurig denken aan de uitdrukking die we allemaal kennen: over de doden niets dan goeds.

Lees verder

We denken blijkbaar niet enkel in taal

De voorbije week heb ik relatief veel onderzoek bekeken voor deze blog en, bij wijze van spreken, teruggelegd. Niet omdat het slecht onderzoek was, maar omdat het vaak me voorkwam als: wisten we grotendeels al en ik heb al vaker over bevestiging van dit idee geschreven. Maar dit onderzoek van Hope Kean en collega’s wekte in feite onmiddellijk mijn interesse, al besefte ik al snel dat het misschien sommige onderwijsdie-hards zal teleurstellen. De praktische consequenties zijn zeer beperkt, maar lees het verhaal toch maar verder, want het is meer dan fascinerend. Het raakt namelijk aan een oud vraagstuk: heb je taal nodig om te kunnen denken. Voor logisch redeneren lijkt het antwoord alvast nee te zijn, en men heeft dit op een uitermate interessante manier onderzocht.

Lees verder

Lectuur op zaterdag: sneller minder schrik voor opgroeien, je brein is gokverslaafd, AI met watermerk, en meer

De weekendbijlage bij deze blog (met enkele uitzonderlijke artikels die ik de voorbije dagen las):

Lees verder

Goed bedoeld, maar soms schadelijk? Werken aan mentale gezondheid op school

Dienstmededeling: deze blogpost was een moeilijke evenwichtsoefening om te schrijven. Ik wil nu al meegeven dat ik a) mentale problemen heel belangrijk vind, b) vind dat we er aandacht voor moeten hebben, maar ook c) dat we een brede blik moeten blijven houden. En dat laatste hadden Esther Yao en collega’s alvast. Ze keken namelijk of het adagium “Baat het niet, dan schaadt het niet” ook opgaat voor programma’s rond mentale gezondheid op school. Wat blijkt? Misschien minder goed dan we zouden hopen.

Lees verder