Het idee dat sommige mensen “linkerhersenhelft-types” zijn en anderen “rechterhersenhelft-types” is een van de hardnekkigste onderwijsmythes die ik al meer dan 10 jaar bevecht. Ondanks alles blijft het idee populair. Nieuwe hersenstudies maken dat beeld alleen maar moeilijker vol te houden. Niet omdat ze één andere plek voor intelligentie vinden, maar omdat ze net tonen dat intelligentie helemaal nergens specifiek zit.
Zo ook een recente studie in Nature Communications die nog eens laat zien waarom dat idee zo moeilijk vol te houden is. Niet omdat onderzoekers nu eindelijk ontdekt hebben waar intelligentie dan wél zit, maar omdat ze opnieuw tonen dat de vraag eigenlijk verkeerd gesteld is. Intelligentie lijkt namelijk niet uit één plek in het brein te komen. Net zoals eerder al voor creativiteit werd aangetoond, lijkt intelligentie overal in het brein te zitten.


De voorbije week was ik voor werk op hotel. Het was zo’n hotel waar alles klopt. Strak design, mooie materialen, alles netjes weggewerkt. Tot ik een douche nam. Ik wou de kraan opendraaien. Of beter: ik wou proberen ze aan te zetten. Want er bleek geen kraan meer te zijn. Je kan nog draaien aan een knop voor de temperatuur, maar verder was het gewoon alleen een drukknop. Aan of uit.