Het is een bekend fenomeen in onderwijsonderzoek en -beleid. Een onderwijsinterventie werkt uitstekend in tien scholen. Leerkrachten zijn enthousiast, de resultaten zijn veelbelovend en onderzoekers publiceren een mooi effect. De volgende stap lijkt vanzelfsprekend: laten we dit ook in honderd of duizend scholen invoeren, zelfs de norm maken. En dan gaat het fout. Het effect blijkt niet op te schalen.
Onderzoekers spreken zelfs van het scale-up effect: interventies die in een kleinschalige studie goed werken, verliezen vaak een deel van hun effect wanneer ze op grotere schaal worden ingevoerd. Dat betekent niet noodzakelijk dat de interventie slechter wordt, maar wel dat bijvoorbeeld de omstandigheden veranderen. Meer scholen betekenen meer verschillende leraren, directies, leerlingen, contexten en praktische uitdagingen. Het klinkt deprimerend, zeker als er niets tegen te doen zou zijn.