Het zat er aan te komen: 2de professionele educatieve master in Vlaanderen (wat in feite niet mag)

Nog steeds weten niet veel mensen dat je in Wetteren een master-opleiding kan volgen aan een hogeschool dan nog. Dat klinkt raar, want hogescholen mogen geen masters aanbieden in Vlaanderen. Dit zorgt in het buitenland, waar vaak zelfs geen hogescholen bestaan, voor de nodige verwarring. Maar Fontys uit Nederland mag dat wel, en opende een opleiding in Wetteren waarmee ze zowel de hogescholen als de universiteiten concurrentie aandoet:

Vlaamse hogeschoolstudenten kunnen zo sneller als master afstuderen. Studenten met een diploma uit de lerarenopleiding van een hogeschool moeten vandaag schakel- of voorbereidingsprogramma’s volgen voordat ze zich mogen inschrijven in een masteropleiding of specifieke lerarenopleiding aan de universiteit. In Wetteren kunnen ze meteen starten en sneller een onderwijsgerelateerde mastertitel verdienen.

Vandaag leren we dat de PXL in Hasselt een gelijkaardige truc uithaalt met de Fontys-hogeschool (zij weer):

Wettelijk gezien staan de Nederlanders in voor deze opleiding, maar de start verloopt wel via PXL. In het eerste jaar schrijf je je in aan de PXL en behaal je een postgraduaat van 20 studiepunten. PXL heeft nu met Fontys geregeld dat die 20 punten meetellen voor de 60 punten van de master.

“Wij mogen zelf geen masteropleidingen inrichten, dus we mogen de studenten voor dat masterjaar ook niet zelf inschrijven”, zegt Marc Hermans. “Dat zal in Nederland gebeuren. De student zal in dat tweede jaar ook twaalf keer naar Nederland moeten om les te volgen. Voorlopig toch, misschien dat het ook minder vaak moet.”

Minister Hilde Crevits geeft aan dat ze professionele masters niet ziet zitten en hoopt op een voorstel van de hogescholen en universiteiten. Ik vrees dat dit schot voor de boeg van PXL de discussie meteen behoorlijk op scherp zal zetten…

Lectuur op zaterdag: kwetsbaarheid, genoeg onderwijslectuur voor een jaar, belang geschiedenis (aan de hand van Trump)

De weekendbijlage bij deze blog:

Tot slot, deze blijft mooi:

Hoe beïnvloeden kinderen de opvoedingsstijl van ouders

Meestal stellen we de vraag omgekeerd: wat is de invloed van de opvoedingsstijl van ouders op hun kinderen. Maar onderzoekers gebruikten nu tweelingenonderzoek om aan te tonen dat er minstens sprake is van wederzijdse beïnvloeding.

Waarom tweelingenonderzoek? Als eeneiige (monozygote) tweelingen meer uniform behandeld worden dan tweeeiige (dizygote) , dan hebben de kinderen een invloed op de ouders. En dat bleek effectief te kloppen. 27 procent in de verschillen tussen hoe warm ouders reageren kon gelinkt worden aan de genetica van hun kinderen. 45 procent van de verschillen in het stressniveau van kinderen kon ook gelinkt worden aan de invloed van de kinderen.

Wellicht zal dit ouders niet direct verbazen. De onderzoekers konden een link leggen – door de eerder verzamelde data – met persoonlijkheid van de kinderen, maar dit bleek zeker niet alles van de correlatie te verklaren.

Wat wel een minpunt is van deze studie, is dat de onderzoekers enkel een momentopname konden gebruiken. Een longitudinale studie zou hier zeer welkom zijn.

Abstract van het onderzoek:

Parenting is often conceptualized in terms of its effects on offspring. However, children may also play an active role in influencing the parenting they receive. Simple correlations between parenting and child outcomes may be due to parent-to-child causation, child-to-parent causation, or some combination of the two. We use a multirater, genetically informative, large sample (n = 1,411 twin sets) to gain traction on this issue as it relates to parental warmth and stress in the context of child Big Five personality. Considerable variance in parental warmth (27%) and stress (45%) was attributable to child genetic influences on parenting. Incorporating child Big Five personality into the model roughly explained half of this variance. This result is consistent with the hypothesis that parents mold their parenting in response to their child’s personality. Residual heritability of parenting is likely due to child characteristics beyond the Big Five.

Wanneer zie je pas echt de gevolgen van onderwijsvernieuwingen?

Deze tweet zag ik net passeren op mijn tijdlijn en de boodschap sloot erg aan bij iets dat ik vorige week las in het nieuwe boek van Dylan William:

Los van het eigenlijke onderwerp rond taal, waar ik me niet over uitspreek, wil ik iets anders bespreken. Dylan William – die je kan kennen van oa The Classroom Experiment – legt in zijn meest recente boek onder andere uit wanneer je vaak pas echt de gevolgen van een onderwijsvernieuwing ziet: als het grootste deel van de oude garde met pensioen is gegaan. Zolang er nog mensen die in andere tijden gevormd werden aanwezig zijn, zal men nog terugvallen op volgens hen werkte. Pas als de meerderheid van de leerkrachten in de nieuwe visie gevormd werd, kan je de echte effecten (positief of negatief) zien.

Ik denk dat ik wel uitzonderingen ken waar het sneller ging, denk bijvoorbeeld aan Zweden. Nu, we het toch over Zweden hebben, daar is die publieke verontschuldiging waar Koen naar peilt effectief gekomen van een van de onderwijskundigen aldaar. Het grappige is dat in de reacties op die verontschuldigingen je ook vaak kon horen dat de invloed van de wetenschap op onderwijs zwaar overschat werd door oa Linderoth: alsof leerkrachten als makke schapen deze ideologie zouden hebben gevolgd? Misschien heeft Dylan hier toch ook gelijk.