NRO: Praktische tips voor differentiatie in de klas

Een nieuw rapport en bijhorend persbericht van NRO:

Binnen één klas kunnen de niveaus van leerlingen behoorlijk uiteenlopen. Om met al die verschillen rekening te houden en te zorgen dat alle leerlingen de minimumdoelen behalen, moet de leraar differentiëren. De publicatie Differentiatie in de klas: wat werkt? beschrijft wat effectieve manieren zijn om te differentiëren. Het gaat dan om variatie in instructietijd, groeperingsvormen en leermiddelen.

Instructietijd
Er is veel onderzoek verricht naar differentiatie. Een zeer effectieve manier om te differentiëren is meer tijd uittrekken voor leerlingen die moeite hebben om de minimumdoelen te behalen. Hoe langer de instructietijd, hoe beter de leerlingresultaten. Op het eerste gezicht een open deur, maar in de praktijk toch geen eenvoudige opgave. Mastery Learning, directe instructie en scaffolding zijn doeltreffende werkwijzen, waarbij zowel sterke als zwakkere leerlingen zich voelen aangesproken. Bij Mastery learning toetst de leraar eerst of alle leerlingen de stof goed beheersen, om pas daarna verder te gaan met nieuwe lesstof. Scaffolding betekent dat de leraar ondersteuning biedt op een niveau dat één trapje hoger ligt dan het niveau van de leerling.

Als leerlingen niet over de benodigde voorkennis beschikken om de gezamenlijke instructie te volgen, dan helpt pre-teaching, waarbij leerlingen worden voorbereid op de gezamenlijke instructie. Dat bevordert zowel de motivatie als de prestaties van de leerlingen.

Groeperen
Een belangrijke kwestie bij differentiëren is: hoe stel je groepjes samen? De zwakkere leerlingen zijn het meest gebaat bij werken in heterogene groepjes. Zij kunnen zich optrekken aan de goede leerlingen en die kunnen op hun beurt de zwakkere helpen. Een beperking van heterogeen groeperen is dat het moeilijker is om zwakkere leerlingen meer instructietijd te geven. Afhankelijk van het doel zal de leraar dus steeds wisselende groepjes moeten samenstellen.

Leermiddelen
Afwisseling is sowieso aantrekkelijk voor leerlingen. Dit geldt ook voor het inzetten van soorten leermiddelen. Het gebruik van verschillende leermiddelen afgestemd op het niveau van de leerlingen, is een zinvolle manier van differentiëren.Niet alle differentiatie is effectief. Voor het inspelen op verschillen in leerstijlen is nauwelijks wetenschappelijke onderbouwing. Ook is er nog veel onzeker over de effecten van differentiatie met behulp van ict. De verwachting dat ict de leerkracht kan vervangen, is in elk geval ongegrond.

Lees verder

Lectuur op zaterdag: werd vrije wil gered, weerwolfkinderen, Notificaties en je geheugen en Ferris Bueller als schoolfoto (en meer)

De weekendbijlage bij deze blog:

Tot slot: leuk idee voor schoolfoto’s, kom als je favoriete figuur uit popcultuur (opvallend veel eighties trouwens).

De ontlezing van de Vlaamse jeugd van 1955 tot 2020

DUURZAAM ONDERWIJS

De boekenwurm is in onze contreien een bedreigde diersoort. In 1955, zo bleek uit nationaal tijdsbestedingsonderzoek, besteedden adolescenten in Nederland meer tijd aan het lezen van boeken dan mensen in hogere leeftijdscategorieën (Raukema, Schram & Stalpers, 2002). Aan het eind van de vorige eeuw was die verhouding echter volledig gekeerd, ook in Vlaanderen. Raukema, Schram en Stalpers vatten de ontlezingstrend onder adolescenten in 2002 als volgt samen:

“Jongeren lezen nu minder dan oudere generaties, minder dan ze voordien als kind deden, en minder dan adolescenten een kwarteeuw geleden lazen. Terwijl in 1955 de adolescenten de meest fervente lezers waren, worden zij nu gezien als een groep die maar moeilijk voor het lezen geïnteresseerd kan worden.” (p. 9)

Sindsdien is de graad van ‘ontlezing’ van de jeugd verder gegaan en blijken steeds minder kinderen en jongeren in Nederland en Vlaanderen tijdens hun vrije tijd voor hun plezier te lezen (zie o.a…

View original post 925 woorden meer

Overzicht onderwijsnieuws, het wordt een gewoonte :)

Onderwijs is vandaag weer behoorlijk in de media, vooral onder invloed van buitenaf:

Het nieuwe Education at a Glance-rapport van de OESO is er

Je kan het volledige rapport hier lezen, het deelrapport voor Vlaanderen hier, het deelrapport voor Nederland hier.

Het meeste kan je al weten als je een beetje onderwijs volgt. Wil je zeker zijn dat je niks mist, dan zijn deze presentaties een goed begin:

Het belang van relatie in de klas en de link met minder zelfmoorden (onderzoek)

Gisteren bleek uit cijfers van de WHO, de wereldgezondheidsorganisatie, dat elke 40 seconden iemand ter wereld uit het leven stapt. Hierbij valt België triest op, met een gemiddelde van 16 zelfdodingen per 100000 dat een pak hoger ligt dan de 10 wereldwijd.

Nog opvallend:

Zelfdoding gebeurt op alle leeftijden, maar toch vooral bij adolescenten en jongvolwassenen (leeftijdsgroep 15-29 jaar). Bij hen is zelfdoding de tweede belangrijkste doodsoorzaak, na verkeersongelukken (voor mannen) en complicaties tijdens de zwangerschap (voor vrouwen).

Ook gisteren ontdekte ik deze studie van Wyman en collega’s over zelfmoord bij jongeren waarbij men 10291 Amerikaanse jongeren uit 38 scholen bevroeg. Men vroeg onder andere om de zeven beste vrienden in de school te benoemen, om op die manier het sociale netwerk van de jongeren in kaart te brengen. Ze vroegen verder ook om zeven volwassenen te noemen die de jongeren vertrouwden, om op die manier ook een beeld te krijgen van de relaties de jongeren hebben met volwassenen.

Wat bleek?

  • Rates of suicide attempts and ideation were higher in schools where students named fewer friends, friendship nominations were concentrated in fewer students, and students’ friends were less often friends with each other.
  • Suicide attempts specifically were higher in schools where students were more isolated from adults, and student nominations of adults were concentrated among fewer students (i.e. a few students had disproportionately more trusted adults vs. other students).
  • Schools in which 10 percent more students were isolated from adults correlated to a 20 percent increase in suicide attempts.
  • Conversely, suicide attempts were lower in schools where students and their close friends shared strong bonds with the same adult, and where a smaller number of adults were nominated by a larger share of students. (bron)

Opgelet: deze studie meet vooral correlatie. Misschien zal de studie ook niet per se verbazen, maar elke studie die het belang van relatie verder onderbouwt, is de moeite om te delen.

Wie vragen heeft over zelfdoding, kan terecht bij het Centrum ter Preventie van Zelfdoding, via de website www.zelfmoord1813.be of het gratis-telefoonnummer 1813.