ResearchEd Nederland 2020 – wat neem ik mee

Mooi, leerrijk verslag. Op naar 28 maart!

Jörgen van Remoortere

Niet mijn eerste en zeker niet mijn laatste bezoek aan ResearchEd. Deze keer met de eer om ook zelf iets te mogen vertellen over hoe ik wat ik weet m.b.t. leerstrategieën en formatief handelen samen probeer te brengen in mijn lessen wiskunde.   In tegenstelling tot veel andere onderwijsevenementen kun je als spreker op ResearchEd ook heel veel andere sessies bijwonen door de 7 rondes die er geprogrammeerd staan.

Over waarom je ResearchEd zou moeten bezoeken heeft Martin Ringenaldus treffende woorden geschreven.

Hieronder mijn Take away…..

Openingslezing

De openingslezing gaat over een heel actueel thema: werk maken van kansenongelijkheid.  Monique Volman en Linda van den Bergh nemen ons mee in hun onderzoeken en presenteren hun gratis te downloaden boek: https://didactiefonline.nl/artikel/werk-maken-van-gelijke-kansen
Wat ook hier maar weer eens genoemd werd, was hoe belangrijk het hebben van een hoge verwachting is. Docenten geven leerlingen in hoog niveau groepen veel meer feedback op zelfsturing en…

View original post 1.778 woorden meer

Lectuur op zaterdag: waar ging het mis met virtual reality en nog meer tech-lash en hoe klinkt een 3000 jaar dode Farao?

De weekendbijlage bij deze blog:

Ten slotte: de orde in de chaos dankzij toeval…

Eendracht maakt macht: Educatieve uitgeverijen engageren zich voor beter begrijpend-leesonderwijs

Mooi initiatief van de uitgevers!

DUURZAAM ONDERWIJS

Kent u de website “samenvoorlezen.be”?

Het is een initiatief van de GEWU, de vereniging van de Educatieve en Wetenschappelijke uitgeverijen. Samen engageren ze zich om de begrijpend-leesaanpak in hun taalmethodes te actualiseren en optimaliseren. Dat doen ze door de 5 didactische sleutels die uit de VLOR-reviewstudie naar begrijpend-leesonderwijs naar voor kwamen, in hun methodes te integreren: (1) functionele, doelgerichte, uitdagende leesopdrachten; (2) diepgaande interactie over de inhoud van de tekst; (3) expliciete instructie van leesstrategieën; (4) concrete acties rond leesbevordering; en (5) een curriculumbrede aanpak van begrijpend lezen. Op de website bieden uitgeverijen Averbode, Die Keure, Plantyn, Van In en Zwijsen concrete voorbeelden van hoe ze de sleutels in hun methodes (zullen) integreren.

Dit initiatief sluit mooi aan bij het urgentiebesef waartoe ook de Taalraad opriep in haar rapport met aanbevelingen rond begrijpend-leesonderwijs. Het illustreert ook wat duidelijk werd op de recente studiedag over de peiling Nederlands die in het…

View original post 281 woorden meer

“Wanneer krijgen we weer les?”, ik las het boek.

Vorige week ontstond deining over een kritische onderwijsboek dat tot schorsing van de auteur Paula van Manen leidde. Het boek beschrijft de invoering van gepersonaliseerd in een opleiding binnen het ROC waar de auteur werkt en is een echte sleutelroman. Het kost iemand niet veel moeite om Agora te herkennen als de ‘Limburgse school met mooie kunstwerken’ of Kunskapskolan als het Zweedse Pippi-model. De reden van de schorsing zou zijn dat zo makkelijk als je deze modellen kan herkennen, zo makkelijk de collega’s ook zichzelf in het boek zouden terugvinden.

Want als de reden zou zijn dat de schrijfster te kritisch is, dan is dit mijns inziens onterecht. Ik vreesde vooraf een klaagroman te zullen lezen van een conservatieve leraar – het bestaat -, maar las in de plaats daarvan vooral een herkenbaar relaas over de invoer van een onderwijsaanpak met vallen en opstaan. Top-down beslissingen met een bottom up sausje, de vele goodwill bij docenten terwijl leerlingen en ouders meer moeite lijken te hebben met veranderingen waar ze niet voor gekozen hebben, en het vele, vele werk dat verandering kost. Oh, en de liefde voor de leerlingen, de enorme liefde en verantwoordelijkheid bij de docenten.

Gaandeweg wordt de kritiek in het boek groter. Niet omdat de auteur en haar collega’s er niet in geloofden, maar omdat plannen onverwacht veranderen, verantwoordelijken verdwijnen, de werkdruk loodzwaar wordt en… omdat ze zien hoe leerlingen ook maar mensen in ontwikkeling blijken die niet allemaal zo vlot met verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces leren omgaan. De twijfel wordt nog groter omdat men merkt dat de diepgang meer en meer verdwijnt en een steeds grotere groep leervertraging oploopt in ruil voor, tja, in ruil voor wat?

Het is geen wetenschappelijk boek, er zijn geen noten, geen afstand. Dat laatste is tegelijk de meerwaarde, het is een persoonlijk relaas van een onderwijsvernieuwing. Tegelijk is het een mooie waarschuwing voor mogelijke (denk)fouten die soms ook uit wetenschappelijke literatuur naar boven komen. Al raad ik het boek ook aan wetenschappers aan die mooie ideeën hebben.

De meest pijnlijke passage uit het boek voor mij is als de schrijfster vertwijfeld bedenkt dat zij en haar collega’s betaald worden om telkens twee keer per dag zelf en twee keer per dag met hun leerlingen over de gevoelens bij alles te praten bij een bordmoment met smileys, terwijl na een tijdje niemand echt nog weet waarom.

Het is misschien mijn persoonlijke dada aan het worden, maar mij valt in het boek op hoe er gemorst wordt met leertijd vanuit een naïef idee dat kinderen spontaan, intrinsiek gemotiveerd zullen beginnen leren als ze maar keuzes krijgen. De praktijk is dat in onderwijscurricula er soms dingen gewoon moeten waar leerlingen weinig in zien en dat dan de enige keuze wordt wanneer je iets doet. En dat kan tot uitstelgedrag leiden. Zeker als de verlokkingen van zaken die niks met leren te maken hebben op je laptop of die eeuwige telefoon, behoorlijk groot zijn en het vlees vaak te zwak blijkt.

Wie een schandaalboek verwacht, zal teleurgesteld zijn.

Voor wie over onderwijs en onderwijsvernieuwing denkt, is het daarentegen wel degelijk een aanrader. En nee, het boek gaat echt niet over jou of jou… Echt niet…

 

Onderwijs in Brussel is… inzicht verwerven in (meertalige) taalontwikkeling!

Onderwijs in Brussel is...

In mijn blogpost ‘Urban Education, superdiversiteit en differentiëren’ schreef ik op het einde volgend stukje: “De didactische competentie ‘differentiëren’ is echter niet voldoende.  Om goed te kunnen differentiëren heeft de leerkracht in de superdiverse klas ook kennis/inzicht nodig over grootstedelijkheid, meertalige taalontwikkeling, armoede, straat- en thuiscultuur,… Dit is noodzakelijk om de differentiërende maatregelen een juiste invulling te kunnen geven.”

Dit betekent dat stadsleerkrachten zich verder moeten verdiepen in een aantal cruciale grootstedelijke thema’s. In dit bericht wil ik even inzoomen op het thema meertalige taalontwikkeling.

Schoolteams die werken in een grootstedelijke en meertalige omgeving moeten minimaal aandacht hebben voor deze 3 elementen:

  1. Stadsleerkrachten moeten een aantal basisinzichten verwerven over meertaligheid en onderwijs.
    • Zo is het belangrijk om kennis op te bouwen over de verschillende fases in de taalontwikkeling, (meertalige) taalverwerving, het gelijktijdig leren van verschillende talen, het omgaan met taalfouten, de invloed van statustalen,…
    • Leerkrachten moeten deze kennis…

View original post 310 woorden meer

Een pleidooi voor meer tijd voor leren is niet een pleidooi voor een bepaalde onderwijsaanpak

Het was de meest gelezen post op mijn blog vorig jaar en ik had dit eerlijk gezegd niet zien aankomen. Blijkbaar raakte mijn pleidooi voor meer tijd voor leren verschillende snaren. Ik word er nu nog regelmatig op aangesproken. Ik merkte dat er wel een misverstand kan ontstaan. In mijn stuk leg ik het belang van regels en routines uit:

Routines zijn zaken die quasi geautomatiseerd verlopen in de les. Het hoeft niet zo ver te gaan als in die ene Britse school in Londen waarbij leerlingen in stilte van de ene klas naar de andere moeten raken in exact 2 minuten. Maar maak wel een duidelijke routine van hoe leerlingen in een klas binnenkomen, hun spullen nemen, telefoon wegstoppen,…

Regels zijn ook belangrijk, waarbij goede leraren en scholen ook het waarom duiden en deze menselijk, maar consequent toepassen en met passend gevolg indien de regels niet gevolgd worden. Een regel zonder effectieve consequenties, is geen regel. En ook hier helpt het om dit als team eenduidig aan te pakken zowel qua regels als consequenties, om zo gedragsproblemen te voorkomen of te counteren.

Nu zou je kunnen denken dat dit automatisch een pleidooi is voor meer klassiek onderwijs. Niets is minder waar. Welke regels en routines scholen invoeren, kunnen onderling zeer verschillend zijn. Het was opvallend hoe enkele leraren van methodescholen zich hier net zeer goed in herkenden. Zelf gaf ik ooit – met veel plezier – les in het kunstsecundair onderwijs. Wat me van toen is bijgebleven, was dat de grenzen misschien ietsje anders lagen dan op andere scholen, bijvoorbeeld toleranter op vlak van klederdracht en dergelijke, maar dat die grenzen wel degelijk absoluut waren en duidelijk voor iedereen.