Een sprekend voorbeeld over onderwijs, didactiek en gelijke kansen…

In Time Magazine staat een heel artikel over hoe je best leert lezen. Daniël Willingham deelde het op sociale media en lichtte vooral dit beginfragment er uit. Een boeiende casus die voor de nodige discussie kan zorgen, maar ik die ik wel – in andere domeinen – herken:

Kan een afbeelding zijn van tekst

Lectuur op zaterdag: wetenschap en machine learning, youthwashing, Forer effect en 1984 uit 1983 (en meer)

De weekendbijlage bij deze blog:

Ten slotte: de geschiedenis van het complotdenken over the Great Reset:

Snel van start: vroege predictoren van cognitieve begaafdheid bij kleuters

Opgroeien

Onderzoek toont aan dat niet alle cognitief begaafde leerlingen (d.w.z. leerlingen met sterke cognitieve vermogens) een vlekkeloze schoolloopbaan tegemoet gaan. Zo moet 1 op 10 begaafde leerlingen in de loop van het leerplichtonderwijs een jaar overdoen (Ramos et al., 2019). Hoewel onderpresteren vaak pas zichtbaar wordt in het secundair of hoger onderwijs, heeft het vaak wortels die teruggaan tot de basisschool. Met name een gebrek aan schoolse uitdaging zou kinderen al op jonge leeftijd op een pad richting demotivatie en onderpresteren kunnen zetten (Snyder & Linnenbrink-Garcia, 2013; Ramos et al., 2021). Om gepast in te kunnen spelen op de leerbehoeftes van cognitief begaafde kinderen, is het dus belangrijk om al vroeg zicht te krijgen op hun cognitief potentieel.

Daarom onderzochten we in een longitudinale studie (SiBO) bij 4.131 kinderen hoe de eerste tekenen van cognitieve begaafdheid al in de kleuterklas kunnen worden opgemerkt. Hiervoor voorspelden we, op basis van…

View original post 438 woorden meer

Het belang van vriendschap om ongelijkheid tegen te gaan

Opvallend en relevant onderzoek ontdekte ik via de NY Times: Vast New Study Shows a Key to Reducing Poverty: More Friendships Between Rich and Poor. Het onderzoek gebeurde op basis van heel Facebook-data en werd gepubliceerd in Nature. Op basis van miljarden connecties tussen mensen, besluiten Chetty en collega’s dat arme kinderen later aanzienlijk meer verdienen als ze in een gebied wonen waar ze meer vriendschappen hebben die de klassengrenzen overschrijden.

Concreet betekent het dat als arme kinderen opgroeiden in buurten waar 70 procent van hun vrienden rijk was – het typische vriendschapspercentage voor kinderen met een hoger inkomen – dit hun toekomstige inkomen gemiddeld met 20 procent doet toenemen.

En ook opvallend: deze vriendschappen lijken een grotere impact te hebben – in de VS althans – dan de kwaliteit van de school, de gezinsstructuur, de beschikbaarheid van werk,…

Abstract van het onderzoek:

Social capital—the strength of an individual’s social network and community—has been identified as a potential determinant of outcomes ranging from education to health. However, efforts to understand what types of social capital matter for these outcomes have been hindered by a lack of social network data. Here, in the first of a pair of papers9, we use data on 21 billion friendships from Facebook to study social capital. We measure and analyse three types of social capital by ZIP (postal) code in the United States: (1) connectedness between different types of people, such as those with low versus high socioeconomic status (SES); (2) social cohesion, such as the extent of cliques in friendship networks; and (3) civic engagement, such as rates of volunteering. These measures vary substantially across areas, but are not highly correlated with each other. We demonstrate the importance of distinguishing these forms of social capital by analysing their associations with economic mobility across areas. The share of high-SES friends among individuals with low SES—which we term economic connectedness—is among the strongest predictors of upward income mobility identified to date. Other social capital measures are not strongly associated with economic mobility. If children with low-SES parents were to grow up in counties with economic connectedness comparable to that of the average child with high-SES parents, their incomes in adulthood would increase by 20% on average. Differences in economic connectedness can explain well-known relationships between upward income mobility and racial segregation, poverty rates, and inequality. To support further research and policy interventions, we publicly release privacy-protected statistics on social capital by ZIP code at https://www.socialcapital.org.

Hoe verhoud jij je ten aanzien van de rest van de wereld?

28% van de wereldbevolking is ouder dan mij momenteel. En ergens in 2024 zou ik wel eens de 6 miljardste mens op deze bol kunnen zijn. Hoe weet ik dat? Via deze site: population.io.

Meer uitleg over de site in deze TED-talk:

Wat zou er op jouw school gebeuren?

Larry Cuban deelde op zijn blog een uittreksel uit een boek van Neil Selwyn, et. al. Everyday Schooling in the Digital Age: High School, High Tech. Daarin beschrijven de auteurs de invloed van technologie in de dagelijkse realiteit van een secundaire school. Onderaan deze blog vind je het abstract van dit boek.

Maar nu de vraag. In het uittreksel dat Larry Cuban koos, valt het internet gedurende twee dagen weg op de school die de onderzoekers volgen. De onderzoekers beschrijven minutieus de gevolgen. Maar wat zou er bij jouw school gebeuren? Deel gerust je reacties!

Een korte beschrijving van het werk:

Today’s high schools are increasingly based around the use of digital technologies. Students and teachers are encouraged to ‘Bring Your Own Device’, teaching takes place through ‘learning management systems’ and educators are rushing to implement innovations such as flipped classrooms, personalized learning, analytics and ‘maker’ technologies. Yet despite these developments, the core processes of school appear to have altered little over the past 50 years. As the twenty-first century progresses, concerns are growing that the basic model of ‘school’ is ‘broken’ and no longer ‘fit for purpose’. This book moves beyond the hype and examines the everyday realities of digital technology use in today’s high schools. Based on a major ethnographic study of three contrasting Australian schools, the authors lay bare the reasons underlying the inconsistent impact of digital technologies on day-to-day schooling. The book examines leadership and management of technology in schools, the changing nature of teachers’ work in the digital age, as well as student (mis)uses of technologies in and out of classrooms. In-depth case studies are presented of the adoption of personalized learning apps, social media and 3D printers. These investigations all lead to a detailed understanding of why schools make use of digital technologies in the ways that they do. Everyday Schooling in the Digital Age: High School, High Tech? offers a revealing analysis of the realities of contemporary schools and schooling – drawing on arguments and debates from various academic literatures such as policy studies, sociology of education, social studies of technology, media and communication studies. Over the course of ten wide-ranging chapters, a range of suggestions are developed as to how the full potential of digital technology might be realized within schools. Written in a detailed but accessible manner, this book offers an ambitious critique that is essential reading for anyone interested in the fast-changing nature of contemporary education.

Nee, je wordt niet intelligenter door het trainen van je werkgeheugen!

Het klinkt ergens logisch als je kijkt naar de cognitive load theory waarin het werkgeheugen een cruciale rol speelt, maar toch is het niet zo: het trainen van specifiek je werkgeheugen maakt je niet intelligenter. Dit blijkt uit een nieuwe studie van Watrin en collega’s specifiek naar dit onderwerp. Hierbij gingen ze niet over een nachtijs, maar onderzochten ze dit gedurende een longitudinale aanpak van twee jaar waarbij twee groepen van Duitse 14-jarigen met elkaar vergeleken werden over deze langere periode: een met in totaal 40 uur specifieke training over een langere periode en een zonder specifieke training op het werkgeheugen. Eerst kregen beide een pretest waarbij de intelligentie en het werkgeheugen in kaart werden gebracht en na twee jaar werden ze opnieuw getest. De leerlingen die getraind werd op het maken van taken voor het werkgeheugen deden het op deze tests merkelijk beter. Maar voor intelligentie? Geen verschil.

De onderzoekers vermelden verder iets dat we ook in ons psychologieboek hebben vermeld… enkel onderwijs waarbij je jaren aan een stuk meerdere uren per dag les krijgt, lijkt intelligentie te kunnen verhogen.

Abstract van het onderzoek:

Working memory (WM) training has been proposed as a promising intervention to enhance cognitive abilities, but convincing evidence for transfer to untrained abilities is lacking. Prevalent limitations of WM training studies include the narrow assessment of both WM and cognitive abilities, the analysis of manifest variables subject to measurement error, and training dosages too low to likely cause changes in the cognitive system. To address these limitations, we conducted a 2-year longitudinal study to investigate the effects of working memory training on latent factors of working memory capacity, fluid intelligence and crystallized intelligence. One hundred twelve students initially attending 9th grade practiced a heterogenous set of validated WM tasks on a biweekly basis. A control group of 113 students initially attending 9th grade participated in the pretest and posttest. Broad and prototypical measures of fluid and crystallized intelligence served as measures of nearer and farer transfer. We found substantial and reliable training effects on the practiced WM tasks, as well as on a latent WM factor constituted by them. However, no transfer of training effects to fluid or crystallized intelligence were observed. These results add to the literature questioning the utility and validity of WM training as means of improving cognitive abilities.