Hoe goed moet je zelf zijn om kritiek te geven?

Mensen die Paul, Casper en mezelf een beetje volgen, weten dat we al een tijdje met een nieuw mytheboek bezig zijn. Maak van dat tijdje drie jaar, als ik naar de eerste documenten kijk. Een van de belangrijkste redenen voor mezelf is dat na boek 1 het allemaal veel groter werd dan verwacht. Boek 1 was al uitgebreid gecheckt, maar je bent als de dood om zelf fouten te maken als je mythes probeert te doorprikken. Het is nog niet verlammend.

Moest aan deze persoonlijke besognes denken bij twee dossiers die de voorbije dagen de media hebben gehaald. Er is de verschrikkelijke affaire Fabre. Ok, misschien mag ik niet verschrikkelijk zeggen, want iedereen is onschuldig tot het tegendeel is bewezen. Maar eerlijk, bij elke getuigenis die ik las, was de gruwel groot. Op de poel der verderf die soms Twitter heet, werd al snel door sommigen ook de link gelegd tussen “linkse culturos” die nu zelf geconfronteerd werden met een schandaal en die dit zouden minimaliseren. Sommige reacties verbaasden mij eerlijk gezegd ook nogal, maar er waren ook veel mensen van alle mogelijke gezindtes die onmiddellijk met meer dan straffe woorden aangaven: dit kan niet. Het zou fout zijn om fouten van enkelen te gebruiken om anderen het recht te ontnemen kritiek te geven. Ja, je kan de vorige zin om verschillende politieke dossiers toepassen, bedenk ik na herlezen.

Het tweede dossier is dat van het verbod op gender studies in Hongarije. Ik schreef zelf met Linda Duits een boek en een hoofdstuk dat gender-gerelateerd is. En het verbieden van een denkrichting in wetenschap door de politiek is niet goed te praten. Tegelijk kan ik zelf behoorlijk boos worden als ik sommige artikels zie die door de Twitter-account Real Peer Review verspreid worden en die behoorlijk vaak uit gender studies komen. Los van dat elke tak van wetenschap zijn eigen aanpak en paradigma’s heeft, zie je regelmatig dingen verschijnen waarvan je je afvraagt of niemand even gevraagd heeft of het wel wetenschappelijk genoeg was. Die twitter-account heeft ook al veel kritiek gekregen omdat ze wetenschap zouden belachelijk maken, maar eerlijk: ze hoeven meestal maar iets te quoten. Punt is wel dat ze niet enkel naar gender studies moeten kijken. Ik lees voor mijn werk zeer veel onderzoek, en heb toch ook regelmatig in mijn haren zitten krabben. Gelukkig is er ook nog veel degelijk onderzoek, ook in gender studies. Maar het gevaar is wel dat net door de minder sterke papers het vakgebied weggezet wordt en het onmogelijk gemaakt wordt om kritiek te geven op de samenleving.

En dus komt terug de vraag: Hoe goed moet je zelf zijn om kritiek te geven? Het is een vraag zonder antwoord van mijn kant. Antwoorden zijn welkom op een gele briefkaart, of gewoon hieronder.

Elke keer ik lees dat intelligentie deterministisch is… (opgelet veel links)

…vraag ik me af waar die mensen de voorbije dertig jaar zaten.

Voor alle duidelijkheid:

Toch worden mensen die naar IQ of intelligentie verwijzen door sommigen steevast weggezet als deterministen of erger, lijkt IQ daarom voor velen per definitie taboe en dreigt erfelijkheidsonderzoek snel dezelfde weg op te gaan. Voorwaar een behoorlijk anti-wetenschappelijke houding, even onwetenschappelijk als stellen dat alles genetisch vastgelegd zou zijn of dat IQ allesbepalend zou zijn.

Of om het toch nog een pedagogenpost te maken: volledig pedagogisch optimisme (puur nurture of blank slate), noch volledig pedagogisch pessimisme (puur nature) zijn mijn inziens gerechtvaardigd. Pedagogisch rationeel optimisme dan maar?

Over discussies in en vooral over het onderwijs

Een van de redenen waarom discussies in het onderwijs soms zo moeilijk kunnen zijn, is imho niet omdat de meningen zo ver uit elkaar liggen, maar omdat er net vaak veel gemeenschappelijks is. Neem discussies over inclusief onderwijs. Voor- en tegenstanders willen het beste voor het kind, dat is het gemeenschappelijke. Wat het beste is voor het kind, daarover verschillen de meningen dan weer wel.

Ik moest hier aan denken toen ik de column las van Paul Goossens in De Standaard over de nieuwe schoolstrijd, met daarin enkele ad hominems richting oa Dirk Van Damme. Hij beschrijft een strijd tussen cognitieve psychologen zoals Wouter Duyck en sociologen, al vermeldt Goossens enkel 2 economen met naam, namelijk Kristof De Witte (KU Leuven) en Jean Hindriks (UCL). De strijd die Goossens dan beschrijft is er een van een kamp die opkomt voor de elite en tegen gelijke kansen is, en een kamp dat strijd voor gelijke kansen.

Maar ook hier is het verre van zo eenvoudig. Misschien ben ik naïef, maar ik zie vooral weer veel gemeenschappelijks. Een van de gemeenschappelijke punten is net dat iedereen wil arme leerlingen het ook beter doen. Je kan veel bedenkingen hebben bij de OESO, maar dat we over dit thema spreken en blijven spreken heeft ook met PISA te maken. Het is wel zeker zo dat er af en toe wel ook wetenschappelijke discussies opborrelen over de correcte interpretatie van sommige maten en dat in de vergelijking tussen landen het er af en toe behoorlijk selectief aan toe gaat bij wellicht iedereen omdat je nooit alles kan meenemen. Toch gaan de meeste discussies vooral weer over het hoe, bijvoorbeeld met discussies over de brede eerste graad.

Mag ik een extreem voorbeeld geven? Ik weet uit verschillende goede bronnen dat mijn bezoek aan Michaela vorig jaar onder andere de Vlaamse minister-president Geert Bourgouis enthousiast over dit schoolidee maakte. Toen de journalist de school omschreef als de droomschool van Theo Francken werd dit door sommige trollen als negatief ervaren maar likete de man zelf het bericht. Je kan veel hebben voor of tegen deze school – trust me – maar 1 ding is zeker: de school bestaat alleen maar omdat ze de kloof tussen arm en rijk wil dichten onder het motto: laat je afkomst je toekomst niet bepalen. Of iedereen die deze school genegen is dit denkt, kan ik mijn handen niet voor in het vuur steken en of dit de enige zaligmakende oplossing is, ben ik zeer zeker van niet.

Michaela is een traditionele school die stelt dat ze evidence-based werkt, maar die groepswerk verbiedt. Dan werk je niet evidence-based, maar doe je aan cherry-picking. Je kan je ook ten zeerste afvragen of kinderen uit arme gezinnen aparte scholen geven te verantwoorden is (en ja, dat is een eufemisme), al worden ‘rijke’ kinderen zeker niet geweerd.

Maar opgelet, tegelijk toont onder andere onderwijskundig en ja, ook cognitief psychologisch onderzoek en PISA dat bijvoorbeeld zelfontdekkend leren dat in sommige methodescholen zeer gepromoot wordt en als eerder progressief ervaren wordt, op bepaalde momenten en voor bepaalde doelen gebruikt de kloof tussen kinderen uit rijke en achtergrond net kan vergroten. Een van de redenen waarom Directe Instructie voor basiskennis aan populariteit wint, is net dat deze aanpak wel de kloof deels zou kunnen mee helpen dichten indien op het juiste moment gebruikt. Dat is de reden waarom DI een belangrijke basis voor Michaela is.

Geïnspireerd door Hannah Arendt zou je kunnen stellen dat iedereen in het onderwijs progressief is, iedereen wil dat een kind vooruit gaat, maar dat onderwijs ook steeds een conservatief karakter heeft – doorgeven wat we als samenleving belangrijk vinden – opdat progressie mogelijk wordt. Maar over hoe je dat doet? Daar zullen we wellicht altijd blijven discussiëren en het is fout te denken dat er 1 oplossing bestaat die voor iedereen en altijd best zal werken.

Oh, en mocht je je afvragen waar pedagogen zich bevinden tussen de polen die Goossens beschrijft als psychologen versus sociologen, dan moet ik je teleurstellen. Dit is alsof de psychologen en sociologen al 1 blok zouden zijn, dat pedagogen 1 unisone mening zouden hebben en nog belangrijk alsof er maar 2 polen zouden zijn waartussen iedereen zich beweegt. De werkelijkheid is vaak veel complexer dan in een column genoteerd wordt.

Hoe gaan we de onderwijsproblemen niet oplossen? En een klein, maar zeer concreet voorstel dat misschien wel kan helpen.

De voorbije dagen was er vooral veel onderwijsmiserie in het nieuws, wellicht in schril contrast met wat de meeste kinderen en leerkrachten gisteren op de eerste schooldag zelf ervoeren. Vandaag las ik in Het Laatste Nieuws hoe een leerkracht uit West-Vlaanderen de oplossing ziet voor niet alles maar toch veel: schaken. Ze is hier niet alleen in. Ook Armenië zet hier op in. Mooi, maar hoe fijn het spel ook is: zo gaan we de problemen niet oplossen.

Ik neem het als voorbeeld – niet om met stenen naar die ene juf of dat ene land te gooien – maar omdat het me triggerde. Wat we vandaag vaak doen in onderwijs is van alles uitproberen. En dat is goed, experimenteren is belangrijk en nodig. Maar het warm water steeds opnieuw uitvinden, is onnodig tijdverlies en verspilling van energie. Het idee van far transfer – leer A en je kan beter B – dat onderhuids bij het schaakidee aanwezig is, werd al in 1903 door Thorndike onderzocht waarbij hij vaststelde dat het op zijn minst extreem moeilijk is, en meestal niet het geval. De meeste onderzoeken hebben dit sinds 1903 vooral bevestigd. Schaken is hierop geen uitzondering, een uitgebreide wetenschappelijke review uit 2017 toont dat leren schaken vooral 1 ding doet: je leren schaken. Punt.

Daarom zou het zo mooi zijn, mochten we bij nieuwe, of vermeend nieuwe onderwijsideeën, doen wat het Amerikaanse National Educational Policy Center heeft gedaan bij de nieuwe school die James LeBron oprichtte. Ze namen de verschillende onderdelen van de aanpak en visie van de school. Vervolgens bekeken de wetenschappers van het instituut hoeveel kans op slagen elk onderdeel heeft op basis van de huidige wetenschappelijke kennis.

Geef toe, het zou mooi zijn: een instelling, misschien een onderdeel van een universiteitsfaculteit, of misschien een onderdeel van de inspectie, waar je als school je plannen kan laten toetsen. Niet enkel aan haalbaarheid, maar ook aan mogelijke positieve en negatieve gevolgen op basis van wat we vandaag weten uit onderwijsonderzoek. In het kader van de onderwijsvrijheid doet iedereen daarna toch nog wat hij of zij wil, maar dan toch op zijn minst met meer achtergrondkennis. Het kan misschien zelfs voor een goed gevoel zorgen als je hoort dat het kan lukken, maar als je tegelijk ook aandachtspunten meekrijgt die de kans op slagen kunnen vergroten. Ik kreeg deze vraag zelf al een paar keer en ik beken, ik deed het de voorbije jaren ook al wel eens vrijwillig, maar om dit goed te doen heb je een multidisciplinair team en tijd nodig.

Ik besef dat het een andere benadering van evidence-informed werken is, maar een die misschien haalbaarder is dan te verwachten dat alle scholen zelf alle onderzoek doornemen. Neem van me aan, de literatuur doornemen alleen al rond far transfer voor ons nieuw mytheboek heeft heel veel tijd gekost.

Zo een check zou nooit mogen en kunnen de bedoeling hebben om 1 welbepaalde visie op te leggen en het mag ook niet de bedoeling zijn experiment af te remmen. Integendeel, het moet experimenteren net effectiever maken. Het grote voordeel van een dergelijke aanpak, is dat het de veelvoud aan mogelijk succesvolle aanpakken erkent en scholen net binnen hun visie kan ondersteunen.

Een klein briefje voor leerkrachten

Beste collega’s

Yep, het is zover, iedereen denkt dat we weer beginnen werken.

Wij weten dat we allemaal al een tijdje bezig zijn, maar kom.

Vorige week zagen jullie wellicht al een deel van je leerlingen, vanaf morgen is het echt terug samen op weg.

Ik wil jullie allemaal veel succes wensen, samen met jullie leerlingen en directies, in een jaar dat mogelijk wat turbulentie zal kennen. Het onderwijsnieuws begon deze zomer traag, maar ondertussen barstte het ten volle uit. Het is een jaar met twee verkiezingen, de kans is reëel dat onderwijs nog een tijdje in het nieuws blijft. Maar er is meer. Voor de collega’s die in de eerste graad les geven, zal het een jaar zijn waarin de nieuwe eindtermen de modernisering wel heel dichtbij komen.

Voor de collega’s in de meeste steden zal het een jaar worden waarin iedereen nog onzekerder zal worden over de vraag of er genoeg plaats zal zijn. Voor anderen zal het nog steeds de vraag zijn of er nog genoeg leerlingen zullen zijn. Ik vrees dat ik nog een tijdje kan doorgaan, maar…

…laat je vooral niet gek maken door dit alles. Ik las dit weekend een stuk dat morgen wellicht verschijnt dat beschreef hoe leerkrachten teveel als pion in de onderwijsdiscussies gebruikt worden. Ik denk dat dit klopt.

Volgens mij kan je 2 dingen doen om gezond om te gaan met alle mogelijke turbulenties waarbij je het gevoel hebt als pion te vallen:

  • genieten van wat je met je kinderen bereikt (bekentenis; het helpt mij nog steeds bij dit alles, maar ik moet nog 3 weken wachten voor ik les mag geven)
  • je stem meer laten horen. Het kan. Kijk wat er in Nederland door leerkrachten – ook politiek – zelf bekomen wordt, wars van structuren.

Probeer ondertussen veel, blijf je leerlingen graag zien en maak mee reclame voor ons mooie vak, want we iedereen nodig.

Succes!

Pedro

P.S.: vergeet ook het technisch en administratief personeel niet, zonder hen zou zoveel in het honderd lopen!

Enkele punten over de achteruitgang in prestaties in ons onderwijs

Ik was net een hele reeks tweets aan het sturen als reactie op oa dit artikel in Het Laatste Nieuws. Te laat besefte ik dat de meeste lezers van deze blog niet op twitter zitten. Dus som ik ze ze hier nog even op.

Het thema van de achteruitgang van onderwijsprestaties staat nu duidelijk op de agenda.

  1. Wie het wil verklaren door migratie, laat het. Iedereen gaat achteruit.
  2. Het klopt dat we het internationaal nog steeds goed doen, maar… zeggen dat dit genoeg is, toont gebrek aan ambitie.
  3. Moet er naar onderwijs en onderwijsbeleid gekeken worden voor de daling, zeker. Maar ook rest van de samenleving speelt rol. Bvb belang dat ouders aan goed leren hechten, speelt ook een rol.
  4. Is welbevinden dan niet belangrijk? Zeker maar het is te lang en te vaak als voorwaarde voor leren gezien, terwijl die relatie complex is. Beide zijn belangrijk maar geen synoniemen.
  5. Effecten van beleid zijn meestal maar traag zichtbaar. Geldt voor zowel vooruitgang als achteruitgang.
  6. Ik vrees dat dit ook zal misbruikt worden om plannen die hier niks mee te maken hebben door te voeren. Lijst op aanvraag 😉

Vakken…

Het was te verwachten dat de beslissing van het Katholiek onderwijs om een uurtje Nederlands te schrappen uit het gemeenschappelijke deel in de eerste graad voor commotie zou zorgen. Persoonlijk vind ik het trouwens opvallend en jammer dat er minder aandacht gaat naar het feit dat er ook een uurtje plastische opvoeding zou schrappen. Het is nu eenmaal zo dat de rapporten die aangeven dat onze kinderen het minder goed doen voor taal recenter zijn dan bijvoorbeeld het rapport van Anne Bamford.

Heeft het Katholiek onderwijs een punt? Het klopt dat er nieuwe doelen zijn bijgekomen in de eindtermen zoals ondernemerschap, en het is dus niet onlogisch dat er andere inhouden moeten schuiven. Je zou wel kunnen argumenteren dat bijvoorbeeld ons staatsbestel en democratie ook in geschiedenis aan bod komen, maar er zijn inhouden die misschien moeilijker te plaatsen zijn. Het is ook een soort van toegeven dat bepaalde inhouden niet konden geïntegreerd worden. Mediawijsheid zat tot voor kort in de vakoverschrijdende eindtermen die in elk vak aan bod zouden moeten komen, maar blijkbaar vindt men bij het katholiek onderwijs dat dit best ook in een apart vak zit. Toch denk ik dat Boeve en co vandaag zullen merken hoe behoudsgezind veel mensen zijn als het over onderwijs gaat.

Hebben de mensen die zich vandaag verslikten in hun koffie bij het horen van het nieuws een punt? Ik denk het ook wel. Het was onduidelijk wat nu precies de daling van de begrijpend lezen-prestaties veroorzaakt heeft, maar het lijkt me sterk dat je dit niet los kan zien van het dalende uren les hierover in het basisonderwijs wat ook in PIRLS werd vastgesteld.

Het klinkt misschien gek, maar ik denk dat we vandaag door deze beslissing een stapje dichter gekomen zijn bij centrale examens. De voorbije jaren heb ik gemerkt hoe de politiek steeds meer een greep op het onderwijs wil krijgen, een greep die verder gaat dan de minimumdoelen waarbij niet een maar meerdere partijen een probleem hebben met koepelorganisaties die volgens de politici te vaak en te vergaand de vrijheid innemen die de politiek aan scholen zelf wil geven. Centrale examens kunnen dan ook een manier zijn om iedereen meer in de pas te doen lopen.

Over de achterdeuren van de Tesla model X

Een post over auto’s? Nee, niet echt…

Als kind was een van mijn favoriete films Back to the Future met de meest spectaculaire teletijdmachine die ooit bedacht werd: de Delorean:

Daarbij aansluitend vond ik de Mercedes 300sl de mooiste auto ooit ontworpen:

Valt er iets op? Juist, vleugeldeuren. Je zou dus kunnen vermoeden dat ik een grote fan ben van Tesla’s model X?

Maar niks is minder waar. Hoewel ik fan ben van de Delorean en de 300sl, besefte ik al snel heel goed waarom de meeste auto’s vandaag nog steeds gewone deuren hebben. Het is praktischer. Bij de Mercedes was er een truc met het stuurwiel nodig om nog te kunnen instappen. En Musk en co hebben wel goed gekeken om de plaats die je nodig hebt om in te stappen zo beperkt mogelijk, maar wat ze vooral gedaan hebben, is een probleem opgelost dat er geen was.

Ik moest hier aan denken toen ik deze tweet van Mashable zag passeren:

Een toetsenbord zonder toetsenbord! Het ziet er cool uit, het werkt, het is wel niet het eerste in die zin die ik zie en… wellicht gaat niemand het ooit gebruiken. Ik moest er ook aan denken toen ik gisteren dit stuk las op De Correspondent over Blockchain, met als titel De blockchain: een oplossing voor bijna niets.

Misschien is het wel echt zo dat Silicon Valley vaak oplossingen bedenkt voor problemen die ze er daarna nog moeten bij zoeken? Wat er komt, ziet er vaak spectaculair uit en het jongetje in mij wil het dan kopen. Maar de ongebruikte gadgets die de wereld zouden veranderen stapelen zich op. En als men dan echte problemen wil oplossen, dan vervalt men al snel in solutionisme en eindigen we vaker dan ons lief is met meer problemen dan we voorheen hadden.

Ik begin te beseffen dat ik in dit stuk meer en meer als een Vlaamse Andrew Keen begin te klinken. En ik besef dat men ook mooie plannen heeft. We spreken eindelijk over de Elektrische wagen die al meer dan 100 jaar oud is, ook mee dankzij Musk. En is cool dan ook niet soms leuk? Zeker, en als iemand ooit voor mij een ritje in een 300 SL kan regelen, dan zou letterlijk een jongensdroom in vervulling gaan. Ja, maar wat Musk en co vandaag ook te vaak blind ondervinden, zijn drie woorden:

  • Icarus: ze willen zo graag dichtbij de zon vliegen,
  • Focus: ze beginnen met iets kleins maar denken steeds groter, maar maken daarbij de fout steeds slordiger te worden (zie ook Facebook),
  • Solutionisme: complexe problemen hebben meestal niet een eenvoudige verklaring en daarom zelden een eenvoudige oplossing.

En over de attitude van Move fast and break things, eerlijk? Als wat gebroken wordt, sociale voorzieningen en democratie zijn? Than we better move slow.

Een terechte vraag over het gebruik van jojo’s in de klas

Gisteren zag ik via Tim Surma deze tweet passeren:

En ik moet bekennen dat ik het een zeer grappige maar terechte bedenking vond. We hebben de voorbije jaren ook gezien hoe je Pokemon Go in de klas zou kunnen gebruiken, of de Fidget Spinner, of meer recent Fortnite. Enkel Minecraft lijkt een mogelijke blijver, maar dan vooral omdat Microsoft er zeer zwaar in investeert.

Maar mocht je je afvragen of je echt geen jojo in de klas kan gebruiken, check deze site.

Wanneer zie je pas echt de gevolgen van onderwijsvernieuwingen?

Deze tweet zag ik net passeren op mijn tijdlijn en de boodschap sloot erg aan bij iets dat ik vorige week las in het nieuwe boek van Dylan William:

Los van het eigenlijke onderwerp rond taal, waar ik me niet over uitspreek, wil ik iets anders bespreken. Dylan William – die je kan kennen van oa The Classroom Experiment – legt in zijn meest recente boek onder andere uit wanneer je vaak pas echt de gevolgen van een onderwijsvernieuwing ziet: als het grootste deel van de oude garde met pensioen is gegaan. Zolang er nog mensen die in andere tijden gevormd werden aanwezig zijn, zal men nog terugvallen op volgens hen werkte. Pas als de meerderheid van de leerkrachten in de nieuwe visie gevormd werd, kan je de echte effecten (positief of negatief) zien.

Ik denk dat ik wel uitzonderingen ken waar het sneller ging, denk bijvoorbeeld aan Zweden. Nu, we het toch over Zweden hebben, daar is die publieke verontschuldiging waar Koen naar peilt effectief gekomen van een van de onderwijskundigen aldaar. Het grappige is dat in de reacties op die verontschuldigingen je ook vaak kon horen dat de invloed van de wetenschap op onderwijs zwaar overschat werd door oa Linderoth: alsof leerkrachten als makke schapen deze ideologie zouden hebben gevolgd? Misschien heeft Dylan hier toch ook gelijk.