Waarom we naast de kinderen de jongeren niet mogen vergeten

Er is een bekende scene in The Simpsons waarin de domineesvrouw Helen Lovejoy dit uitroept:

Deze uitroep is een parodie op een cliché dat eeuwenoud is, maar met veel clichés zit er ook een grond van waarheid in. Zo merkten we tijdens de eerste lockdown dat in eerste instantie kinderen en jongeren helemaal vergeten werden. Dit werd na een – te lange – tijd goedgemaakt en jeugdwerk deed samen met de overheid veel om de zomer toch nog een zomer te maken.

Kinderen worden vandaag gelukkig minder vergeten dan toen, maar dit lijkt wel voor een stuk het geval voor de tieners. Toen een week geleden de gouverneur van West-Vlaanderen activiteiten voor kinderen wou verbieden, werd hij al snel teruggefloten door zijn partijgenoot Benjamin Dalle, de minister van Jeugd.

Maar de Vlaamse Jeugdraad merkte terecht op dat +12 jaar nog vaak de dupe is:

Een typische reactie bij dergelijke pleidooien is dat het voor iedereen moeilijk is. Dat klopt, maar sociaal contact en ontspanning is bij deze groep echt wel cruciaal voor hun ontwikkeling. Besef ook dat dit alles een jaar ontberen voor hen relatief veel langer lijkt dan voor iemand met veel meer levensjaren op de teller.

Nee, dit is geen pleidooi van de versoepelingsbrigade. Ik ben nog steeds geen lid van ook maar een of andere club. Maar besef dat het met veel tieners en jongeren niet goed gaat. Echt niet goed. Qua opofferingen vragen we veel van hen. Laten we hen dus aub niet vergeten. We zijn het ondertussen zo gewoon om te kijken wat nu best niet gebeurt, maar misschien wordt het hoog tijd om te kijken wat er wel veilig mogelijk kan.

Een gesprek tussen Lien Van De Kelder en mezelf over onderwijs overmorgen

Read My Lips startte met een nieuwe podcastreeks waarin enkele van hun sprekers en moderatoren in gesprek gaan met als insteek: wat brengt de toekomst? wat na corona? Lien Van De Kelder en ikzelf mochten de spits afbijten. Meer info vind je hier.

Verdwijnt iets omdat het verdwijnt op sociale media?

Het is de voorbije 24 uur een slachting geweest op sociale media. Axios houdt bij op welke platformen Donald Trump ondertussen geband is. De meest opvallende is Twitter, maar ook TikTok (merk hier de ironie), Snapchat, Facebook, YouTube… Maar er is meer Reddit of Discord hebben ook ingegrepen.

En het blijft niet beperkt tot Trump. Ondertussen worden veel QAnon-aanhangers ook van sociale media geweerd. En het eigen sociale media platform Parler is ondertussen ook al geweerd van de Google Play Store en Apple stelt ook eisen. Trump kondigde ook aan een eigen alternatief op te starten, maar het is nog maar de vraag of hij dit zal kunnen, de app-stores indachtig.

Vrij vertaald: het wordt de aanhangers van Trump behoorlijk onmogelijk gemaakt nog met elkaar te communiceren:

Maar… is dit een goed idee? Ik weet het niet. De zoon van Trump, Donald Jr, is aan het fulmineren over vrije meningsuiting en hoezeer ik het ook oneens ben met veel van wat er geplaatst en gezegd werd, hier heeft hij wel degelijk een stuk een punt. Het onmogelijk maken van oproepen van geweld is een ding, compleet (publieke) communicatie onmogelijk maken, is een ander. Het zal de discussie over de macht van technologiebedrijven nog toenemen.

1 voordeel is wel: het kan een pak rustiger worden op sommige sociale media. Maar of dit de storm die momenteel woedt, gaat doen liggen is niet zeker, vrees ik.

2021, een onderwijsvooruitblik

Zo, 2020 hebben we gehad. Gelukkig nieuwjaar en ik wens je vooral een goede gezondheid. Een wens die geen cliché is in deze tijden.

Ik wil in deze post vooruit kijken naar wat er ons zoal te wachten staat in 2021 op onderwijsvlak. Het codewoord is – vrees ik – onzekerheid.

De eerste onzekerheid slaat natuurlijk op het hoofdverhaal van 2020: Corona. Hoe gaan we de komende maanden doorbrengen? In steeds meer landen blijven scholen weer dicht, studenten weten nu al dat ze nauwelijks offline les zullen hebben tot minstens eind maart,… Het is te hopen dat sneltesten soelaas kunnen bieden nog voor de eigenlijke vaccins er zijn. Het ziet er sowieso naar uit dat met de huidige vaccinatieplanning, studenten nog iets van een normaal academiejaar mogen vergeten. Het idee van een studieduurverlenging zal hierdoor wellicht ook weer de kop op steken.

Een tweede onzekerheid heeft alles te maken met de eindtermen. Ben Weyts en de Vlaamse regering heeft de eindtermen goedgekeurd voor de tweede en derde graad – in feite al te laat voor een vlotte invoering, zeker in combinatie met de modernisering van het secundair onderwijs. Het GO is on board, maar Katholiek Onderwijs Vlaanderen absoluut niet, al ondersteunen ze hun scholen wel in afwachting van… ja, van wat feitelijk? Doen ze of doen ze het niet? Gaan ze naar het grondwettelijk hof? Doen andere – kleinere spelers – het? Zo handig dat er eerder een regel in het voorstel van decreet sneuvelde waardoor elke eindterm apart zou moeten aangevochten worden. Dan was een dergelijk proces zowat onmogelijk geweest. Je kan trouwens nog meer vuurwerk verwachten, nu de minister ook een oproep lanceerde om in kaart te brengen hoeveel mensen en middelen van de scholen naar de koepels of het net vloeien.

Eindtermen bis: er wordt ook werk gemaakt van de eindtermen basisonderwijs en de oorlog uit de vorige paragraaf heeft natuurlijk hier ook een enorme invloed op. Ik verwacht hierover ook de nodige discussies.

Eindtermen tris: op het einde van dit schooljaar moeten normaalgesproken de eindtermen basisgeletterdheid voor de eerste keer gecheckt worden met als regel dat wie deze niet volledig behaald, niet over mag naar het derde jaar. Wel niet zeker of de soep zo heet zal gegeten worden, al dan niet dankzij Corona. In dit geval is het wellicht uitstel van executie, want het komende jaren gaat een consortium aan de slag rond de centrale examens en is het dus ook uitkijken naar regelmatige discussies over dit onderwerp.

De opvolger van het M-decreet, het begeleidingsdecreet staat al een tijdje in de steigers. Benieuwd hoe dit zal landen de komende maanden.

De uitrol van technologie in onderwijs zal nog regelmatig terugkeren, waarbij het ook vooral uitkijken is naar de luiken die niet per se over laptops voor iedereen gaan. Ondersteuning, privacy, veiligheid, en andere ethische keuzes zullen hopelijk genoeg aandacht krijgen.

Qua internationale vergelijkingen wordt het een relatief rustig jaar. Mag ook wel eens.

Een dossier dat ook nog wel af en toe kan opduiken: de vaste benoeming is nogal ingrijpend aan het wijzigen, benieuwd hoe dit gaat lopen in de praktijk.

Ondertussen: veel leraren, directies, ondersteunend personeel, leerlingen en (groot)-ouders die vooral met die eerste onzekerheid zullen worstelen en gaandeweg de andere onzekerheden er bij zullen moeten nemen.

Ten slotte hoop ik zo dat we binnenkort elkaar weer gewoon kunnen zien, maar van alle voorspellingen is dit tegelijk de meest zekere (het zal gebeuren) en onzekere (we weten nog niet wanneer).

“Werkt differentiatie?”

Gisteren kreeg ik een vraag van een journaliste en mijn reactie was een diepe zucht. Of ze een paar uur had. De vraag was “werkt differentiatie?”

Het motto van Klaskit is ‘Niet alles werkt en niks werkt altijd’, maar in het geval van differentiatie is het antwoord nog een beetje complexer. Er zijn namelijk veel vormen van differentiatie. De keuze die onze kinderen maken voor studierichtingen bijvoorbeeld, is een vorm van differentiatie die nochtans door verschillende onderwijsdenkers verguisd wordt. Je zou zittenblijven (niet zo effectief) en versnellen (meer dan behoorlijk effectief) ook vormen van differentiatie kunnen noemen, net zoals ability grouping.

Is het dan zo dat sommige vormen van differentiatie (meestal) werken en andere niet? Een nieuwe review-studie van Lindsay Graham et al toont dat die vraag behoorlijk moeilijk te beantwoorden is, omdat het onderzoek van de voorbije 20 jaar harde uitspraken niet echt toelaat. De onderzoekers stellen vast dat de meeste studies weliswaar een positief effect doen vermoeden, maar de lijst van bedenkingen over de onderzoeken is behoorlijk lang:

  • Half the 34 studies were conducted in the United States and most in the elementary (primary) school phase with very few studies focusing on secondary schools.
  • Survey and case study designs were dominant, as was research of influences on teacher practice.
  • Only a small group of studies focused on differentiation’s impact on student outcomes and these typically only examined specific elements of differentiation or in specific academic domains, such as science or reading.
  • The majority of studies were undermined by methodological weaknesses—such as a tendency to rely on convenience samples and to use weak forms of survey methodology, as well as to attempt to determine the impact of differentiation using only student achievement scores—validating some concerns about the state of the research on differentiation.
  • Poor design weakened the strength of the overall findings because of the incommensurability between the measures used by participants from different schools and districts, and the incommensurability of practices across cases.
  • Although there were some studies that investigated the impact of differentiation using rigorous procedures, the majority of research was compromised by the use of small sample sizes and researcher-developed instruments with no clear theoretical or empirical foundation.
  • A lack of transparency due to poor reporting and very little cross-referencing between studies led to the majority ‘remaking the wheel’ rather than working together to create a coherent evidence-base.

Sommigen zouden nu kunnen denken dat we dan maar niet moeten werken aan differentiatie, maar zo eenvoudig is het dus ook niet. Het is niet omdat het onderzoek geen harde uitspraken toelaat, dat het effect onbestaande of negatief zou zijn. Ik had het al een paar keer over personalized review, ook een vorm van differentiatie aan de hand van technologie die wel degelijk steeds een positief effect lijkt te hebben volgens een NBER-review. Tegelijk weten we ook dat bijvoorbeeld de doorgedreven vorm van differentiatie die nu her en der bepleit wordt, personalisering, de ongelijkheid eventueel kan vergroten, niet altijd werkt, maar soms ook wel.

De review maakt vooral duidelijk hoe we in onderwijsonderzoek misschien toch een tandje bij moeten steken in het onderzoeksdesign om hardere uitspraken na te streven. Zo wil ik ook het aantal case studies rond co-teaching niet tellen, maar een onderzoek naar de effectiviteit met een sample die groot genoeg is?

Opinie in De Morgen: Het gaat slecht met ons onderwijs. Hoe kan het beter?

Vanmorgen verscheen dit opiniestuk van mijn hand in De Morgen:

Als er slechte resultaten komen in internationale onderwijsvergelijkingen, dan kan je stilaan een paar zaken voorspellen. Vooreerst zal quasi iedereen er zijn of haar gelijk in zien, in lijn met wat ze al jaren verkondigen. Onderzoekers zullen voorzichtig zijn, omdat de data geen grote causale verbanden toelaten. En ietsje later komt de vraag naar oplossingen waarbij we enerzijds vaststellen dat we weinig zicht hebben op wat er effectief in ons onderwijs gebeurt en anderzijds lonken we naar goede voorbeelden in het buitenland. Dit laatste leidt dan tot ‘onderwijstoerisme’. Finland was lange tijd een topbestemming, al merkten weinigen dat ze ook al jaren achteruitgaan. Sinds de recentste PISA-onderzoeken, die 15-jarigen testen op taal, wiskunde en wetenschap, werd Estland the place to visit en de voorbije 24 uur kreeg ik veel vragen over Engeland, omdat deze regio zowel voor begrijpend lezen (PIRLS) als voor rekenen (TIMSS) de omgekeerde evolutie kende van Vlaanderen.

Toch blijft vergelijken moeilijk. De vergelijkende pedagogiek is een van de mooiste takken in mijn vakgebied. Je leert er al snel dat succes en falen van onderwijssystemen complexe verhalen zijn, die zelden door één element worden bepaald. Eén of zelfs een paar succesfactoren uit het buitenland kopiëren geeft daarom geen pas. Zo heeft de Britse onderwijsminister een veel grotere impact op wat er in de klas gebeurt dan zijn Vlaamse collega. Hij of zijn kan concreter bepalen hoe leerlingen technisch moeten leren lezen. Ben Weyts (N-VA) heeft hierover bitter weinig in de pap te brokken. En als je dat wil veranderen, dan staan er wel degelijk (grond)wetten en praktische bezwaren van koepels en netten in de weg.

Om hieruit te raken zou ik iets anders willen voorstellen. Misschien ken je wel Air Crash Investigations, een docu die National Geographic laat op de avond heruitzendt. Als een vliegtuig verongelukt, dan wordt goed uitgezocht wat de oorzaken zijn, zodat dit in de toekomst voorkomen kan worden.

Het Vlaamse onderwijs is nog niet gecrasht, al zijn we wel al een tijdje behoorlijk aan het dalen. Bijvoorbeeld Zweden was er erger aan toe: door een reeks maatregelen zoals een competentiegericht curriculum en scholen die winst mochten maken, is het systeem daar in vrije val. Of neem Nederland waar de onderwijscommissie Dijsselbloem (2007-8) analyseerde hoe het Nederlandse onderwijs in stormweer terecht was gekomen. Bij die commissie van onze noorderburen ontbrak een cruciaal deel dat volgt na de ‘Crash Investigation’. Aanpassingen doorvoeren! Eufemistisch gesteld hielden de volgende regeringen niet altijd evenveel rekening met de inzichten die Dijsselbloem en co. hadden gevonden.

Laten we in Vlaanderen dus een onderwijscommissie samenroepen, zoals Bart Eeckhout voorstelt. Maar laten we meteen ook beloven er lessen uit te trekken.

Lectuur als achtergrond bij het onderwijsnieuws: wat is sociaal-constructivisme en waarom is het misschien een probleem?

Nieuwe resultaten zoals TIMSS leveren zeker als ze niet goed zijn voer voor de nodige discussies. Een term die ik vandaag regelmatig hoor is sociaal-constructivisme die als mogelijke mede-oorzaak zou kunnen gezien worden. Maar wat is deze theorie of filosofie?

Ik vatte het eerder als volgt samen naar aanleiding van het overlijden van een van de denkers achter deze filsofoie, Jerome Bruner.

Een concept als ‘leeromgeving’ verwijst direct naar het sociaal-constructivisme. Ik probeer het kort door de bocht uit te leggen. De idee van het constructivisme is dat iedereen zijn eigen kennis construeert (daarom wordt het in de psychologie ook vaak een kennistheorie genoemd). Dit heeft 2 consequenties:

  1. als iedereen zijn kennis construeert dan kan je moeilijk iemand iets aanleren, maar kan je enkel een omgeving creëren waarin hij of zij zichzelf iets bijleert: een leeromgeving.
  2. Maar als iedereen zijn eigen kennis construeert, dan kan iedereen letterlijk iets anders zien. Hoe kom je dan tot gedeelde kennis? Door met elkaar in gesprek te gaan, het sociale in sociaal-constructivisme.

Vandaag is het sociaal-constructivisme een van de belangrijkere denkstromingen in onderwijs (naast nog steeds sporen van onder andere behaviorisme en cognitivisme), alhoewel het soms onbekend is dat er ondertussen de nodige tegenkantingen zijn. Hattie schrijft zo in zijn boek uit 2009 dat het een van de meest zekere manieren is om niks te bereiken, alhoewel hij in zijn boek ook verschillende deelaspecten (samenwerkend leren) wel als effectief benoemt.

De kern van het probleem is dat sociaal-constructivisme eerder een kennistheorie en -filosofie is dan een didactiek an sich, al is het vaak vertaald naar een didactische aanpak. Mijn promotor, co-auteur en goede vriend Paul Kirschner wordt wel eens de doodgraver van het constructivisme genoemd omwille van het belachelijk veel geciteerde Kirschner, Sweller & Clark artikel, al kwam en kwamen er ook nog steeds veel reacties die onder andere leidden tot dit boek met reacties voor en tegen. De conclusie op het einde van het boek is wel dat de evidentie ‘tegen’ groter is en ‘voor’ eerder ontbreekt.

De voorbije 24 uur spraken verschillende journalisten me aan over Engeland die zowel in PIRLS als TIMSS in het basisonderwijs een tegengestelde beweging maakten als Vlaanderen (al deed Engelenad het gisteren in het secundair onderwijs niet zo goed). Enkele jaren geleden ontmoette ik samen met Paul de Britse minister van onderwijs. Hij wou toen graag met Paul op de foto omdat het 2006 artikel zijn visie op onderwijs zo veranderd had en dit had proberen te vertalen in het beleid.

Meer lezen of weten – naast de al vermeldde bronnen:

Opvallende elementen in de eindtermen-discussie: wie is er nu voor en wie tegen comprehensief onderwijs?

Terwijl het Corona-virus verder woedt en de werkdruk bij vooral de onderwijsmensen in de tweede en derde graad is toegenomen door de maatregelen tegen het virus, wordt er stevig gebakeleid over de eindtermen die in de tweede graad moeten starten op 1 september 2021 met de uitspraak van de Raad van State vrijdag als nieuw ankerpunt. Gisteren verstuurde Katholiek Onderwijs Vlaanderen een nieuwsbrief waarin ook expliciet de link gelegd werd met de volgende eindtermdiscussie:

Het advies van de Raad van State is uiteraard ook van betekenis voor het ontwikkelproces van de nieuwe eindtermen in het basisonderwijs. In de eerste gesprekken zijn we daar immers op dezelfde moeilijkheden gestoten als bij de opmaak van de eindtermen in het secundair onderwijs.

Dit belooft voor de verdere discussie, want deze opmerking maakt duidelijk hoe hoog de inzet is en waardoor het moeilijk wordt voor de verschillende spelers rond de onderhandelingstafel om tot een vergelijk te komen.

Momenteel woedt er een hele discussie in mijn tijdlijn over de situatie waarbij er 2 te onderscheiden problemen zijn:

  • De overladenheid van het nieuwe, voorgestelde curriculum

  • De timing en vertraging die alles onmogelijk zwaar maakt:

Deze ochtend merkte ik wel iets ironisch op in de huidige gang van zaken. In Vlaanderen hebben we verschillende ‘tracks’, lees in ons geval ASO, TSO, BSO en KSO waarbij we als leerling relatief vroeg een definitieve keuze moeten maken. De meeste andere landen hebben ondertussen een meer comprenhensief systeem waarbij de keuze uitgesteld wordt. In de voorbije jaren was vooral de partij van de huidige minister tegenstander van een evolutie naar een dergelijk comprehensieve aanpak en waren vooral de netten en koepels voorstander van een brede eerste graad en uitgestelde keuze.

Als we nu naar de eindtermen discussie kijken over de overladenheid van het curriculum gaat het naast vrijheid van onderwijs, ook over het verminderen van… de specifieke vorming. Vrij vertaald: de gemeenschappelijkheid neemt toe. Hierdoor lijken we meer te evolueren naar een iets comprehensiever onderwijs georganiseerd door de overheid en dit wordt nu bestreden door een deel van de verdedigers van de uitgestelde keuze?

Het is natuurlijk zoals steeds complexer en de discussie gaat vooral over de vrijheid van onderwijs en wie bepaalt wat er in de scholen gebeurt. Dat zijn belangrijke discussies, maar ze komen nu wel echt ongelegen voor de mensen die het eigenlijke werk moeten doen. Men had in 2018 de modernisering moeten uitstellen, maar dat was terug politiek niet haalbaar een jaar voor de verkiezingen. maar het resultaat is wel dit:

Met sint en kerst blijkt digitaal niet genoeg (mijn column voor Visie)

Visie vroeg me of ik een column wou schrijven over de sint en cadeautjes, misschien ook over gamen. Dit is het resultaat.

Ik moet iets bekennen: al jaren verzamel ik grappige en ongewone kerstliedjes. Elk jaar maak ik een playlist, vroeger een cd’tje, met deze aparte songs. Een van mijn favorieten doorheen de jaren is stokoud. All I Want for Christmas is my Two Front Teeth uit 1944, geschreven door Donald Yetter Gardner. Hij was een muziekleraar uit New York. Het liedje beschrijft hoe een kindje maar een ding wil voor kerst: juist, de twee tanden die het mist en waardoor het kindje de hele song door moeite heeft met uitspreken van de tekst en met fluiten.

De feestdagen naderen en we kijken al online naar cadeautjes. We moeten wel online want op het moment dat ik dit schrijf zijn de eigenlijke winkels nog dicht en als ze al open zijn als u dit leest, zullen er nog genoeg mensen te veel schrik hebben zich in de massa te begeven.

Geen kerstmarkten, in het beste geval beperkte familiefeesten, een Sint die aankomt en enkel maar op televisie kan gevolgd worden. Er zijn wellicht geen stoute kinderen, en ze willen zeker cadeautjes. Maar stel dat ze konden kiezen tussen al het speelgoed waar ze van dromen of gewoon met familie en vrienden samen kunnen zijn met de feestdagen zonder schrik dat oma of opa er ziek wordt? Of laat ze gewoon kiezen tussen het woord cadeau en het woord samen? Je zal zien hoe kinderen beginnen lachen en hoe tieners misschien bijna beginnen huilen. We hebben elkaar nodig, en zeker de oudsten moeten elkaar al te lang missen.

En voor je begint over sociale media, games en andere vormen van communicatietechnologie, ook daar staat samen centraal. Ze communiceren er met elkaar, ze gamen er met en tegen elkaar. Ze leerden de voorbije lange maanden dat het vooral niet genoeg is.

Ik hoor dat Chris Rea ondertussen weer zijn auto heeft gestart om naar huis te rijden voor kerst. Hij zingt dat hij blij zal zijn om eindelijk al die gezichten terug te zien. Wij ook, Chris, wij ook.

De twee songs uit de column:

Nog even over “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan”

De voorbije maanden heb ik deze vermeende quote van Pippi Langkous weer vaak horen passeren:

Wat wij kunnen leren van Pippi Langkous

Vermeend, omdat deze quote nergens in een van de boeken of films lijkt voor te komen.

Maar ik bedacht de voorbije dagen ook dat het ook maar goed is dat Astrid Lindgren dit nooit heeft geschreven. Dit wordt duidelijker als je die ‘het’ concreter maakt:

  • Ik heb nog nooit een tanker bestuurd, dus ik denk dat ik het wel kan.
  • Ik heb nog nooit een operatie gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.
  • Ik heb nog nooit met een parachute gesprongen, dus ik denk dat ik het wel kan

Ja, ik voel me nu een beetje een spelbreker, maar deze verkeerd geciteerde quote heeft zoals veel andere quotes die de ronde doen een gevaarlijk kantje. Het klinkt inspirerend, maar het zet tegelijk het belang van iets leren of expertise op zijn minst in de koelkast. En ja, in nood mag iedereen dopen, maar behalve als je het kind per ongeluk verdrinkt, is de complexiteit toch nog ietsje kleiner dan in mijn voorbeelden.