“Die paar minuutjes te laat, dat is toch niet erg?”

Toen ik zaterdag in Londen sprak, zag ik in een klaslokaal een poster hangen over te laat komen. Ik vergat er een foto van te maken, maar gelukkig vond ik er zeer veel verschillende versie van online, waaronder deze:

Ik hoorde zelf al vaker ouders relativeren hoe belangrijk het is om op tijd op school te zijn. Naast het fenomeen dat deze poster aankaart is er voor mij nog een veel belangrijkere reden: je stoort de rest van de klas in hun leren. Elke onderbreking door iemand die bijvoorbeeld te laat komt, is even weer uit de flow van de les gaan, even een onderbreking in het kringgesprek, enz, en we weten dat het vaak tot drie keer zo lang duurt als de onderbreking om de aandacht weer op te pikken. Op die manier is te laat komen, hoe begrijpelijk het soms kan zijn door de omstandigheden, iets negatiefs voor de medeleerlingen en lesgever.

Is de zwakke plek van de #digisprong… stroom?

Het was een verhaal dat we deze week oppikten op sociale media: sommige ouders getuigden online dat hun zoon of dochter hun laptop van school niet op school mochten opladen maar opgeladen moesten meebrengen omwille van de electriciteitskosten.

Dit was iets dat we natuurlijk wilden checken via Teacher Tapp Vlaanderen, en wat blijkt: op minder dan 44% van de scholen van onze respondenten mogen leerlingen hun laptops of Chromebooks opladen.

We hadden ook een andere reden toegevoegd die we zelf herkennen van in oudere gebouwen: de infrastructuur die het niet toelaat, maar bij 1 op 3 scholen is het ook nog om andere redenen, waaronder dus besparen op de energiefactuur.

Die andere redenen hebben we voorlopig het raden naar, maar vul gerust aan in de comments!

Na alle doemberichten, lijkt me dit wel het belangrijkste

Normaalgesproken delen we geen tussentijdse resultaten van Teacher Tapp, maar vandaag wil ik een uitzondering maken. Momenteel staat de volgende stelling nog open: Ik begin met volle goesting aan de eerste schooldag. En ondanks alle miserie die er is – en die er de voorbije dagen in de media ook belicht werd, is dit de realiteit: de ruime meerderheid van onze respondenten (en wellicht ook de overgrote meerderheid van onze onderwijsmensen) zal er weer met volle goesting staan voor onze kinderen. Succes collega’s

“Wij laten niemand achter!”

Een van de krachtigste invloeden op het leren van onze leerlingen heet collective teacher efficacy, het geloof van een team in zichzelf dat ze het verschil kunnen maken. Maar steeds meer is er ook aandacht voor collective student efficacy. Hattie schreef er vorig jaar een boek mee over en ook ik schreef er een hoofdstuk over in een mooi boek over onderwijs dat ook nog gratis te downloaden is.

Beeld je eens in dat je klas leerlingen er in zouden geloven dat ze samen het verschil kunnen maken? Er zal wellicht net als bij collective teacher efficacy een zeker mate van inspraak nodig zijn. Er zal wellicht ook zeker ruimte moeten zijn om elkaar te leren kennen. Maar mag ik een zinnetje voorstellen dat een prachtig motto zou moeten zijn voor elke klas: “wij laten niemand achter”.

In een klas waar dit het motto is, helpen leerlingen elkaar, worden notities gedeeld, wordt er voor elkaar gezorgd. Niemand heeft er voordeel bij als iemand blijft hangen. Niemand heeft er voordeel bij als iemand struikelt.

Het klinkt bijna militair, maar het is vooral inzetten op het samen, het collectieve. En… er zijn vermoedens dat het ook nog wel eens het leren ten goede zou kunnen komen.

Het lerarentekort aanpakken op korte én lange termijn

Vandaag sta ik in De Morgen met commentaar op de vele proefballonnen die opgelaten werden de voorbije dagen over het lerarentekort. Een belangrijk element haalde het artikel niet en wil ik hier toch ook nog delen.

Momenteel zien we bijvoorbeeld in Nederland in Den Haag scholen die slechts vier dagen zullen open zijn. Dit is een voorbeeld van een aanpak op korte termijn. Maar… het einde van het lerarentekort is nog lang niet in zicht, integendeel. Een aanpak op korte termijn dreigt dan een nieuwe werkelijkheid te worden.

In het artikel stel ik dat er harde keuzes moeten gemaakt worden, waarbij er steeds moet gekeken worden of de keuze de job minder aantrekkelijk maakt. Indien dit het geval is: slechte keuze. Zo neem ik als voorbeeld het tijdelijk afschaffen van het leerlingvolgsysteem. Hier zeg ik over:

Is een leerlingvolgsysteem belangrijk? Ja. Wordt het onderwijs minder goed als je dat afschaft? Waarschijnlijk, want je krijgt daardoor minder begeleiding. Maar we moeten keiharde keuzes maken: met de mensen die we hebben, kunnen we niet alles doen. Ik heb liever dat onze kinderen vijf dagen naar school gaan, goed les krijgen en de job voor leerkrachten aantrekkelijker wordt.

Het is dus een maatregel op korte termijn om de werkbaarheid van de job mogelijk te maken. Maar als zo een maatregel genomen wordt zonder maatregelen op lange termijn, dan is het definitief gedaan met het leerlingvolgsysteem. Iets waar ik niet voor pleit. Bij elke ad hoc maatregel moeten er dus ook maatregelen voor een langdurige oplossing genomen worden zodat de tijdelijke maatregelen een eindpunt kunnen kennen. De kraan moet ooit dicht, anders blijven we dweilen…

Drie valkuilen die je best vermijdt als je aan onderwijsinnovatie wil doen

Via de blog van de zoals steeds goed geïnformeerde Larry Ferlazzo, kwam ik op dit rapport terecht waarin gekeken werd waarom een zoveelste onderwijsinnovatietraject met nascholingen voor leraren helemaal niks opleverde. Op pagina 15 van het rapport staan drie cruciale valkuilen die je best in het achterhoofd houdt? Ferlazzo vat ze als volgt samen. Het gaat fout als…

1. Het moeilijk is voor leraren om het programma te integreren in hun gewone lesdag. Alles wat je wilt dat leraren moeten is beter kort en bondig zijn en moet gemakkelijk de plaats innemen van iets wat leraren al doen. Ze kunnen niet iets nieuws in de les inpassen als ze vandaag al vaak tijd tekort hebben om te doen wat ze al moeten doen.

2. Elk nieuw initiatief moet een minimale professionele ontwikkeling vereisen! Waarom? Vóór de pandemie hadden we leraren al nauwelijks tijd om de klas te verlaten, en dat hebben ze nu zeker niet. En nee, er zijn geen (of nauwelijks) vervangers!

3. Focus op instructie. Veel onderzoek heeft aangetoond dat de meest effectieve professionele ontwikkeling de nadruk legt op instructiestrategieën die duidelijk zijn en onmiddellijk kunnen worden toegepast door leraren, en ideeën aanreikt die beter zijn dan wat ze nu doen.

 

Een sprekend voorbeeld over onderwijs, didactiek en gelijke kansen…

In Time Magazine staat een heel artikel over hoe je best leert lezen. Daniël Willingham deelde het op sociale media en lichtte vooral dit beginfragment er uit. Een boeiende casus die voor de nodige discussie kan zorgen, maar ik die ik wel – in andere domeinen – herken:

Kan een afbeelding zijn van tekst

Wat zou er op jouw school gebeuren?

Larry Cuban deelde op zijn blog een uittreksel uit een boek van Neil Selwyn, et. al. Everyday Schooling in the Digital Age: High School, High Tech. Daarin beschrijven de auteurs de invloed van technologie in de dagelijkse realiteit van een secundaire school. Onderaan deze blog vind je het abstract van dit boek.

Maar nu de vraag. In het uittreksel dat Larry Cuban koos, valt het internet gedurende twee dagen weg op de school die de onderzoekers volgen. De onderzoekers beschrijven minutieus de gevolgen. Maar wat zou er bij jouw school gebeuren? Deel gerust je reacties!

Een korte beschrijving van het werk:

Today’s high schools are increasingly based around the use of digital technologies. Students and teachers are encouraged to ‘Bring Your Own Device’, teaching takes place through ‘learning management systems’ and educators are rushing to implement innovations such as flipped classrooms, personalized learning, analytics and ‘maker’ technologies. Yet despite these developments, the core processes of school appear to have altered little over the past 50 years. As the twenty-first century progresses, concerns are growing that the basic model of ‘school’ is ‘broken’ and no longer ‘fit for purpose’. This book moves beyond the hype and examines the everyday realities of digital technology use in today’s high schools. Based on a major ethnographic study of three contrasting Australian schools, the authors lay bare the reasons underlying the inconsistent impact of digital technologies on day-to-day schooling. The book examines leadership and management of technology in schools, the changing nature of teachers’ work in the digital age, as well as student (mis)uses of technologies in and out of classrooms. In-depth case studies are presented of the adoption of personalized learning apps, social media and 3D printers. These investigations all lead to a detailed understanding of why schools make use of digital technologies in the ways that they do. Everyday Schooling in the Digital Age: High School, High Tech? offers a revealing analysis of the realities of contemporary schools and schooling – drawing on arguments and debates from various academic literatures such as policy studies, sociology of education, social studies of technology, media and communication studies. Over the course of ten wide-ranging chapters, a range of suggestions are developed as to how the full potential of digital technology might be realized within schools. Written in a detailed but accessible manner, this book offers an ambitious critique that is essential reading for anyone interested in the fast-changing nature of contemporary education.

Collateral damage na een heftige onderwijsweek

Het is nogal een week geweest. De plooien van het onderwijsbeleid zijn verlegd. Iedereen heeft het beste voor met het onderwijs, maar het wat kan nogal verschillen. Het leidde tot een machtsstrijd met duidelijke kampen, maar hu dus ook duidelijke winnaars en verliezers.

Maar in een dergelijke strijd zijn er vaak meer verliezers dan je denkt. Noem het collateral damage? Dit zijn de resultaten van een poll die we met Teacher Tapp Vlaanderen donderdag deden:

Dat 27% opgelucht is en 13% blijdschap voelt, is goed, maar dat een grote groep van onze respondenten nu bezorgdheid voelt op het einde van een alweer bijzonder schooljaar, is veel minder. Het zal niet het lerarentekort niet helpen. En zo zijn we allemaal wel wat verliezers.