Over 5 of 6 op 10 (aka de zesjescultuur)

In de oefeningen van de Khan Academy zit een idee van Salman Khan vervat dat je maar door mag naar een volgend thema nadat je tien oefeningen op een rij correct hebt. In zijn TED-talk gaf de man aan dat dit is omdat je toch niet wil dat je iets maar half kan.

Ik moest hier aan denken toen er gisteren in mijn les een discussie ontspon toen we het over evalueren hadden. De directe aanleiding was een fragment uit The Classroom Experiment waarbij Dylan William punten afschaft in de school die hij begeleidt. Er waren in de discussie enkele tussenstappen, maar opeens kwam de zogenaamde zesjescultuur zeer duidelijk aan bod. Een student gaf aan dat de helft halen, of net iets meer, toch genoeg is?

Vervolgens vroeg ik wat een 5 op 10 betekent? Te kort door de bocht gesteld dat je de helft kan, maar zeker niet alles. Natuurlijk hangt dit van de manier van quoteren af, en kan het zijn dat er met cesuren gewerkt wordt, uitdieping, enzoverder. Maar ik vroeg de studenten of ze naar een dokter wilden gaan die slechts vijf op tien haalde?

Nee, was het antwoord, maar dat is dan ook een dokter. Ik kreeg een prima reply toen een student stelde dat een bakker soms heel goed is in brood, maar dat zijn boterkoeken minder goed zijn. Is dat dan erg? Je weet dan waarom je bij de ene bakker gaat en waarom ook bij de andere?

Dit counterde ik met het voorbeeld van een garagehouder die misschien perfect is in carrosseriewerk, maar slecht is met remmen. Het goede nieuws is dat die garagist dan wel de schade door zijn gemis mooi kan repareren.

De discussie heeft me daarna niet echt meer los gelaten. We krijgen binnenkort verschillende basisgeletterdheden in het Vlaamse onderwijs die door elke leerling moeten bereikt worden om te kunnen slagen. Het zijn de tien oefeningen op een rij van Khan, zo je wil. Perfectie is natuurlijk niet van deze wereld, maar ik snap wel waarom bijvoorbeeld bij het rij-examen de lat hoog ligt.

Als we het over de zesjescultuur hebben de laatste tijd, dan is het vaak om het gebrek aan ambitie van de Vlaamse jeugd die oa uit PISA bleek te problematiseren. Toen ik er gisteren in een discussie mee geconfronteerd werd, bedacht ik dat dit de kern nog meer raakt: het gaat over minder goed kennen en kunnen en dat ogenschijnlijk minder erg vinden.

Ter verdediging van de studenten in mijn groep die dit aangaven: ze beschreven ook dat dit voor een stuk komt omdat het (hoger) onderwijs studeren ondertussen ook zeer moeilijk heeft gemaakt omdat ze nauwelijks nog tijd krijgen en constant onder werkdruk staan. Ze hebben hier misschien wel een punt, maar ze moesten ook wel toegeven dat het een stuk over prioriteiten gaat.

Misschien heeft Dylan William gelijk en zijn we verslaafd aan punten, al zie je dat in The Classroom Experiment het vooral de sterke studenten die goed willen scoren zijn die er moeite mee hebben als de cijfers afgeschaft worden. Het idee dat slagen genoeg is en dat je niet wil excelleren gaat volgens mij dieper. Moet iedereen de beste willen zijn? Nee, maar het zou fijn zijn als iedereen het beste uit zichzelf zou willen halen. Ik schreef al eerder dat ‘plus est en vous’ een belangrijk uitgangspunt in onderwijs zou kunnen zijn

Waarom zit iets in het curriculum? Even verder kijken dan Latijn, Grieks of STEM.

Het is zowat de halfjaarlijkse discussie in onderwijs zoals iemand schreef op Twitter: waarom Latijn (of Grieks) nog aanleren op school. Een discussie die vaak gevoed wordt door karikaturen van zowel oude talen als van het vermaledijde stem dat momenteel als boosdoener genoemd wordt.

Maar waarom zit iets in het curriculum? Vooraleer je begint over traditie of lobby-werk, wil ik het wat abstracter bekijken.

Bij een curriculum moet je namelijk zowel vooruit als terug kijken. Vooruit kijken is moeilijk. Wat hebben kinderen in de toekomst nodig? Terwijl veel futurologen en belanghebbenden dit met veel stelligheid beweren te weten, leert de geschiedenis dat dit zelden het geval is. Voor alle duidelijkheid, die moeilijkheid ontslaat ons niet om daar blijvend over na te denken. Check trouwens het rapport dat Paul Kirschner hierover schreef op basis van een ruime bevraging van experts.

Maar progressie is ook op een andere manier mogelijk, Hannah Arendt indachtig. Die andere manier is door terug te kijken en vooral te kijken wat we als samenleving belangrijk vinden om mee te geven naar een volgende generatie. Dit is de conserverende functie van onderwijs. De progressie zit er hem dan in dat elke generatie weer opnieuw de afweging moet maken wat moet meegegeven worden.

Stem gelijkstellen aan vooruitkijken en Latijn aan conserveren is gewoon te eenvoudig en daardoor fout. Leren programmeren kan evenzeer een conservatiediscussie zijn in een tijd waarin programmeertalen ook kunnen verdwijnen en de vraag niet ondenkbaar is in welke mate we nog massaal zullen programmeren in de toekomst.

En taalonderwijs kan net naar de toekomst heel belangrijk zijn omdat we misschien wel slimme oortjes krijgen die vertalen wat de andere zegt, maar woordelijk vertalen is nog niet hetzelfde als begrijpend vertalen. Taal is een subtiel spel van betekenisgeving en laat dit nu iets zijn dat oa in de lessen Grieks en Latijn aan bod kan komen.

Let wel: ik vind het helemaal niet erg dat deze discussie opflakkert. Integendeel, het hoort net bij de taak van deze generatie (en alle volgende) om over curricula na te denken.

Opinie: met een digitaal paspoort komt een grote verantwoordelijkheid

Deze opinie schreef ik voor De Morgen:

Een goede school houdt informatie bij over de kinderen waar ze voor verantwoordelijk zijn. Dat doet ze in een zogenaamd leerlingvolgsysteem. Maar leerlingen veranderen van school, en misschien is het handig dat deze informatie dan met de leerling in een soort van digitaal paspoort mee gegeven kan worden. Het kan zo de planlast en de papierdruk van zowel de ouders als van de school verlichten.

En nog belangrijker: het kan de nieuwe school helpen optimale begeleiding mogelijk te maken voor de nieuwe leerling zonder dat de ouders bijvoorbeeld allemaal nieuwe attesten moeten verzamelen om aan te tonen dat zoon- of dochterlief dyscalculie of een andere leerstoornis heeft.

Het idee dat onderwijsminister Crevits (CD&V) zaterdag in deze krant lanceerde, is lovenswaardig en ik wil het hier niet kapotschrijven, maar wil wel voor enkele zaken waarschuwen. Leerlingen kunnen voor veel verschillende redenen van school veranderen.

Verhuizen of veranderen naar een richting die toevallig niet op de oude school wordt aangeboden: dat zijn doorgaans behoorlijk onschuldige voorbeelden. Minder onschuldig is het als er een groot pestprobleem was waar een kind van weg wil, of als een kind het zo bont heeft gemaakt dat op school blijven niet langer wenselijk is.

In het laatste geval wil een kind (en de ouders) een nieuwe kans. Maar hoe schoon kan de lei van de leerling zijn als de informatie automatisch mee verhuist naar een nieuwe school? Een digitaal paspoort mag geen digitaal strafblad worden. Tegelijk wil een school natuurlijk wél op de hoogte zijn in het geval dat medeleerlingen gevaar zouden kunnen lopen met een nieuw ingeschreven scholier. Niet zelden wordt vergeten dat scholen verantwoordelijk zijn voor alle leerlingen.

Dat digitaal paspoort is een heikele evenwichtsoefening.

Het is belangrijk dat de minister zelf aangaf dat ouders en leerlingen mee kunnen beslissen welke informatie al dan niet wordt gedeeld. Zo kan ik me voorstellen dat bij de overgang van lager onderwijs naar middelbaar onderwijs – wellicht de meest voorkomende reden om van school te veranderen – ouders de afweging maken of bepaalde beperkingen van kinderen al dan niet doorgegeven mogen worden.

Zeg je dat je kind op het randje van dyslexie zit om zo ondersteuning te krijgen, of zeg je het liever niet omdat je niet wil dat de nieuwe school hier misschien niet goed op reageert?

Hoe meer je over een digitaal paspoort nadenkt, hoe meer haken en ogen je ontdekt. Maar welke voorbeelden je ook bedenkt (tientallen!), telkens zul je merken dat het kalf niet gebonden ligt bij het digitaal paspoort zelf zit, maar wel bij hoe scholen hier mee om zullen gaan. De eerste wet van Kranzberg zegt niet voor niets dat technologie goed noch slecht is maar evenmin neutraal. Zeker aan de kant van de scholen komt er een belangrijke verantwoordelijkheid te liggen bij wat er genoteerd en gedeeld wordt. En vooral: hoe die info geïnterpreteerd wordt. Eigen aan een leer- en opvoedingsproces is dat het met vallen en opstaan gaat. Het lijkt me zinnig dat niet alle valpartijen eeuwig meegaan.

Ook bij de ouders (en in mindere mate bij de kinderen) rust in deze veel verantwoordelijkheid. Zij moeten helder aangeven welke informatie al dan niet meegegeven mag worden. In tijden waarin de meest gemaakte leugen is ‘ja, ik heb de voorwaarden gelezen’, ligt dit minder voor de hand én kan het voor grote verschillen tussen ouders zorgen. Het zou jammer zijn dat de mondigheid en opleidingsniveau van ouders een rol kunnen spelen in welke mate informatie wordt gedeeld.

Daarnaast zijn er nog de klassieke aandachtspunten van de digitale wereld: privacy en veiligheid. Die moeten steeds vermeld worden als het gaat over opslag van digitale data. De jongste jaren is er hier veel over te doen geweest in Nederland en de VS, waar bleek dat online onderwijstools veel meer informatie over de kinderen bijhielden dan gedacht.

Om kort te gaan: het digitale paspoort is een begrijpelijk initiatief, maar tegelijk eentje dat zeer nauwgezet zal moeten worden opgevolgd.

Onderwijs, een voorbeschouwing van de komende tijd

De voorbije week werd de komkommertijd die de paasvakantie kan meebrengen opgevuld door een discussie over het M-decreet. Deze discussie werd door verschillende commentatoren gezien als een poging van een van de partijen om onderwijs een verkiezingsthema te maken. Dat kan, maar eerlijk: met onderwijs lijk je vaak eerder verkiezingen te kunnen verliezen dan winnen.

Wat wel zeker is, is dat de politieke partijen in ons land volledig in verkiezingsmodus zijn, iets wat nog tot minstens volgend jaar mei zal duren. En dat is voor enkele grote onderwijsdossiers wellicht geen goed nieuws. Het M-decreet is misschien het dossier waarbij de huidige regeringspartijen het minst ver uit elkaar liggen een enkele tweet niet te na gesproken. Maar wat met:

  • De eindtermen. De voorstellen van de nieuwe eindtermen, specifiek voor de eerste graad van het secundair onderwijs worden deze maand, begin volgende maand verwacht. Dat de indeling van Bloom zal gebruikt worden, doet al een tijdje de ronde (lees dus dit zeker), maar tegelijk kan ik me inbeelden dat het op verschillende manieren spannend kan worden. De uitgangspunten die eerder vastgelegd werden, konden nog veel kanten uit wegens algemeen. Nu wordt het (erg?) concreet (maar dan zullen bepaalde koepels kwaad zijn en met rechtszaken dreigen) of blijft het net vaag (en dan zullen verschillende partijen het niet zien zitten) of iets ertussen waarbij we misschien vooruit raken met een compromis. Maar compromissen sluiten in verkiezingstijd is altijd moeilijker… Zeker is dat het nu weer spannend zal worden of de timing van 1 september 2019 haalbaar wordt voor de invoering van de modernisering. Ja, iedereen gaat er van uit, maar let op de eindtermen. Oja, kijkend naar het buitenland, bijvoorbeeld Nederland, kan dit alles pas echt heftig worden als bijvoorbeeld nieuwe peilingresultaten tegen zouden vallen. Maar ik heb voor alle duidelijkheid geen glazen bol.
  • De capaciteitsproblemen. Dit is vooral een verhaal voor de gemeentepolitiek, waarbij Gent cynisch gesteld het beetje geluk heeft gehad dat de echte problemen pas volgend jaar zullen ontstaan. Dit jaar was er nog genoeg buffer om alle problemen op te lossen, maar die buffer is nu gekend én het aantal leerlingen neemt verder toe. Kijk maar naar Antwerpen dat op dit vlak in evolutie al verder zit. Het is ook een Vlaamse discussie over al dan niet een algemeen inschrijvingssysteem waar terug minder discussie over lijkt te zijn, maar waarbij het wel kan ontstaan als dit niet goed verloopt en als het duidelijk wordt dat het echte probleem capaciteit is en blijft.
  • Het lerarentekort. Een probleem in Nederland, in de UK, zowat overal in feite en ook hier. Er loopt momenteel een tijdsmeting deels om informatie in te winnen maar eerlijk gezegd lijkt het deels ook om tijd te winnen zodat het echte loopbaandebat over de verkiezingen kon getild worden. Ja, er zijn wel maatregelen aangekondigd en genomen, maar een groot loopbaandebat? Nee. Dit dossier kan de toekomst van ons onderwijs heel erg in de problemen brengen met afkalvende inschrijvingscijfers in de lerarenopleidingen en terug de capaciteitsproblemen.
  • Misschien het minst sexy dossier is BOS, of de Bestuurlijke optimalisering en schaalvergroting. Dit loopt al een tijdje, maar het zou me niet verwonderen als het binnenkort terug opduikt als discussiepunt. Ik merk dat er van alles broebelt op en vooral tussen scholen die al dan niet willen samengaan of in scholengemeenschappen die alle scholen een zelfde visie wil opleggen die dan niet altijd even gesmaakt wordt door ouders die hun schoolkeuze ingeperkt zien. En dat laatste wordt dan weer een politieke discussie.

Verkiezingstijd is ook de tijd waarin budgetten kunnen gevonden worden of waar potjes kunnen opgebruikt worden. Het basisonderwijs zal hiervan (terecht) profiteren.

Is er meer? Wellicht wel, onderbelicht zijn discussies over bijvoorbeeld de CLB’s en het wordt ook interessant om te zien hoe de vernieuwde DKO’s zullen lopen en hoeveel directies in het basisonderwijs in september nieuw zullen zijn. Ik heb ook al vermoedens over mogelijke discussies na de verkiezingen, maar eerst het komende jaar overleven.

Over Facebook en onderwijs…

Deze ochtend lees ik in oa De Volkskrant dat het misschien een goed idee is om Mark Zuckerberg te vervangen aan het hoofd van Facebook. Het bedrijf is al een tijdje in zwaar weer door onder andere Cambridge Analytica en elke dag lijkt het schandaal nog meer uit te diepen.

Maar er is meer. Een klein greep:

Beeld je even in dat 1 school dit allemaal zou doen. Meelezen wat kinderen tegen elkaar zeggen, gegevens van leerlingen doorverkopen, onethische experimenten doen op hun leerlingen en ik wil niet even nadenken over de veiligheid in het gedrang brengen door pesten toe te laten om nog meer leerlingen aan te trekken.

En dus is Mark Zuckerberg de meest aangewezen persoon om het Amerikaanse onderwijs te redden. Ok, dat denk ik niet, dat denkt hijzelf. Maar hij is niet alleen. De voorbije jaren hebben veel helden van Silicon Valley naar onderwijs gekeken, met Bill Gates als grootste donor en spelverdeler. Niet dat het succesverhalen zijn gebleken, integendeel. Oja, beide heren willen vooral inzetten op gepersonaliseerd onderwijs. Op gevaar af van ‘guilt by association’, zou me dit toch verontrusten op basis van hun huidig track record.

En ondertussen reizen nog steeds massaal bedrijfsleiders naar Silicon Valley en is disruptie voor mij een jeukwoord, maar voor velen nog steeds het nec plus ultra waarbij met gulzige ogen naar onderwijs gekeken wordt.

Ik wil de huidige tech-lash niet voeden en wil zeker technologie niet bannen in onderwijs. Maar voorzichtig zijn met sommige bedrijven, filantropen, denkers en roeptoeters? Dat is misschien geen slechte optie.

De moeilijkste vraag die je iemand in beleid kan stellen…

Heel misschien heb ik een van de moeilijkste vragen gevonden die je iemand in beleid kan stellen. Het is misschien handig bij de nakende verkiezingen:

Stel dat onderzoek toont dat je je doel kan bereiken maar dan wel enkel met een aanpak die haaks staat op wat je wil doen. Verander je dan je aanpak?

Het is zowat het omgekeerde van het doel heiligt de middelen. Ik kwam tot deze vraag omdat ik de voorbije maanden en jaren heb gemerkt dat in politiek én beleid de meeste mensen het vaak – niet altijd – eens zijn over de doelen, maar dat de discussie vaak vooral gaat over hoe het doel kan bereikt worden.

Maar, opgelet. Ik ken ook een variant voor onderzoekers! Deze vraag stelde ik onlangs op sollicitatiegesprekken:

Stel, je onderzoek komt helemaal niet uit wat je verwacht en verhoopt hebt, wat doe je?

In beide gevallen kan het antwoord complex zijn, maar ook in beide gevallen kan het antwoord veel vertellen over de persoon die antwoordt.

Na #pano over het basisonderwijs

Gisteren zond Pano deze rapportage uit over het basisonderwijs. De voorbije dagen zat ik met heel veel mensen samen rond het Antwerpse onderwijs waar veel van de problemen nog net een graadje groter zijn qua schaal.

Een dergelijke rapportage en dergelijke gesprekken geven me altijd dubbele gevoelens. Aan de ene kant ben ik blij dat mensen zien wat onderwijs vandaag is. Anderzijds zien we de inschrijvingen in de lerarenopleidingen jaar na jaar dalen en is dergelijk nieuws niet van die aard om mensen te motiveren om voor deze nog steeds ook zeer mooie en belangrijke job te kiezen.

Ik vermoed dat na deze rapportage er ook nog discussies zullen komen over te veel nadruk op zorg, te weinig nadruk op leren, te veel differentiatie of net te weinig. Dat is voor een andere keer, er is iets anders dat waard vermelden is en dat misschien te onderbelicht bleef in Pano.

Ik postte deze oude blogpost gisteren op Twitter waar uit blijkt dat naast de stijgende complexiteit, ook de ondersteuning van jonge leerkrachten een belangrijk probleem is. Nergens krijgen zo vaak onervaren leerkrachten de moeilijkste groepen.

In de rapportage werd door de jonge leerkrachten hard uitgehaald naar de lerarenopleidingen. Ik weet dat veel van mijn collega’s echt goed werk leveren (onder ook steeds moeilijkere omstandigheden), maar de onder andere door het probleem dat ik net aankaartte, is de praktijkshock vaak enorm.

Een rapportage zoals #pano kan enkel een positief effect hebben als het mensen en politici in beweging kan zetten om aan dit alles iets te veranderen. De voorbije dagen, maanden en weken heb ik gemerkt dat die wil er vaak wel is, maar dat de daden vaak te lang uitblijven zeker nu de we in twee verkiezingsjaren zitten…

Apple maakte gisteren een typische fout (en stelde ook een goedkopere iPad voor onderwijs voor)

Gisteren organiseerde Apple een event rond onderwijs. Verschillende app’s werden er voorgesteld waarmee makkelijker taken kunnen ingediend worden. Er was veel aandacht voor augmented reality en er was een goedkopere iPad met speciale prijs voor onderwijs. De oorlog welk device in het (Amerikaanse) onderwijs is al een tijdje losgebarsten en het is een oorlog die Apple stilaan lijkt te verliezen. De tech-gigant probeert nu terug te slaan.

Onderwijs is heel belangrijk voor technologiereuzen en niet enkel omdat het op zich al een grote markt is. Het is ook dé manier bij uitstek om toekomstige klanten gewoon te maken aan je producten. Op veel scholen is ict-onderwijs lang in feite beperkt gebleven tot het leren omgaan met Office-pakketten van Microsoft. Het is geen toeval dat Apple gisteren lang bleef stilstaan bij Pages als alternatief.

Waar Apple sterk stond was de nadruk op privacy, iets waar grote concurrent Google historisch bekeken zwak staat.

Maar Apple maakte ook een fout. Een fout die de tech-reus niet alleen maakt. Integendeel, ik hoor de fout zeer vaak gemaakt worden.

Dit is de fout:

Wel, ik betwijfel het wel. Hoe we leren verandert traag of niet. Wat wel kan veranderen is welke media we gebruiken om te leren. Kan augmented reality hier een rol in spelen? Wellicht wel. Christian Bokhove deelde in een reactie deze studie met een positief effect, deze andere studie geeft minder hoop. Het zal zoeken zijn waar en hoe deze technologie een meerwaarde kan betekenen, net zoals elk ander medium.

Ik weet wel, het was een marketing-event en Apple wil vooral verkopen en klanten aan zich binden. Maar probleem is dat veel mensen deze retoriek overnemen en daardoor kunnen foute ideeën ontstaan die leiden tot Alt-school, Carpe Diem of andere Steve Jobsscholen.

Opinie: Waarom kinderen onder de 13 jaar toch niet van Musical.Ly en Instagram zullen blijven

Deze opinie verscheen eerder op VRTNWS:

De kogel is door de kerk: in ons land zullen vanaf 25 mei geen tieners onder de 13 op sociale media mogen. Mooi, zou er al een tienjarige vlogger er iets over gepost hebben op YouTube? Of heeft je 11-jarig neefje al een WhatsApp-berichtje gestuurd dat hij het niet tof vindt? Ik wil enkele zaken op een rijtje zetten.

Eén. Ten eerste is die leeftijdsgrens niet nieuw, Amerikaanse platformen hanteren deze al heel lang. Het zorgt er wel voor dat een van de eerste dingen die we kinderen online leren, is dat ze mogen liegen over hun leeftijd.

Twee. Tegelijk kon onze overheid niet onder de leeftijd van dertien jaar gaan. Alle leden van de EU hebben afgesproken een keuze te maken tussen dertien en zestien jaar, wat onder meer in Nederland al tot behoorlijk wat debat leidde. Persoonlijk ben ik blij dat men niet voor zestien gekozen heeft.

Drie. Maar vooral en ten derde: er zal wellicht minder veranderen dan je denkt. Vanaf 25 mei zullen alle toekomstige gebruikers op sociale media een geboortedatum moeten ingeven die aantoont dat ze ouder zijn dan 13 jaar. Misschien merkte je het nog niet maar dat doen de meeste platformen vandaag al… En alle kinderen vullen dit echt heel eerlijk in. Juist, ja.

De gemiddelde leeftijd waarop de meeste kinderen in Vlaanderen een eerste gsm krijgen, is ergens tussen 10 en 11 jaar en het is vandaag zowat regel dat het een smartphone is. De meeste app’s die op dit toestel staan, zijn verweven met social media. Ik vermoed dus niet dat vanaf 25 mei lagere schoolkinderen en masse Musical.ly vaarwel zullen zeggen of dat er nog nauwelijks kinderen gaan liegen over hun leeftijd op Facebook, Snapchat, Instagram of WhatEver.

Toch ben ik blij met deze maatregel en de gekozen leeftijd omdat het vooral een middel is om ouders en kinderen nog meer bewuster te leren omgaan met de hedendaagse technologie. Ik schrijf bewust eenmiddel en niet het middel. De nodige aandacht van ouders en de bij uitbreiding de hele samenleving voor de media-opvoeding vervalt helemaal niet door deze nieuwe maatregel.

Tot slot valt op dat de communicatie rond de nieuwe maatregel vandaag niet geheel onverwacht in het teken staat van zorgen rond onder andere privacy en veiligheid. Deze zijn inderdaad belangrijk, maar we mogen tegelijk ook niet vergeten dat naast online pesten, grooming en andere phishing-debacles, er voor jongeren ook heel mooie dingen online gebeuren. Denk daarbij bijvoorbeeld aan hoe ze elkaar kunnen steunen en hoe jongeren via sociale media lief (via de tijdlijn) en leed (via privé-berichtjes) delen.

En voor de lezers die nu zeggen: kunnen ze dat ook niet gewoon op school doen? Tja, misschien zei jouw ouder dit ook toen je na school met je vrienden wou bellen…