Een artikel waar een paar dingen aan rammelen: over kleuters en EDI

Gisteren kreeg ik een paar keer dit artikel doorgestuurd over Expliciete Directe Instructie en kleuters. In het artikel waarschuwen lector Ronald Keijzer (Hogeschool iPabo) en onderwijsadviseur Geeke Bruin-Muurling voor de bijsluiter. “Kinderen worden hier vooral ongelukkig van.”

Er rammelt wel wat aan het artikel, zoals bijvoorbeeld:

  • Onder het label Theoretisch Fundament, stellen de auteurs: “Een belangrijke theorie waar EDI op aangrijpt is de zogenaamde cognitive load theory (CLT) (Sweller, Ayres, & Kalyuga, 2011).” Als dit het theoretisch fundament zou zijn, dan is dat straf. Deze theorie dateert namelijk uit 1982, terwijl Directe Instructie teruggaat tot het begin van de jaren 60.
  • En dan hun belangrijke waarschuwing: “Verschillende onderzoeken laten zien dat kinderen hier namelijk vooral ongelukkig van worden en dat de gerealiseerde leerwinst hoogstens zeer tijdelijk van aard is (Gray, 2015; Bjork & Bjork, 2011).”
    Deze twee bronnen voor deze waarschuwing zijn apart te noemen. Het hoofdstuk van Bjork en Bjork gaat hier helemaal niet over. Je kan het zelf nakijken, maar in het hoofdstuk vond ik zelf niks terug over kleuters of deze stelling. De referentie naar Peter Gray is geen onderzoek, maar een blogpost over onderzoek. Hierin staat wel onderbouwing voor deze waarschuwing, maar Peter Gray is naast vooraanstaand psycholoog ook een bekende verdediger van Democratisch onderwijs en tegenstander van schools onderwijs. De blogpost is niet een wetenschappelijke review van alle bevindingen in dit vlak, maar wel een aaneenrijging van onderzoeken die het punt van Gray moeten ondersteunen met trouwens veel discussie in de reacties als gevolg. Verder lijkt de stelling van tijdelijke aard ook haaks te staan op bevindingen van onder andere James Heckman. Voor de stelling dat het tijdelijk kan zijn, is wel degelijk onderbouwing mogelijk met een noodzakelijk extra element: als je het daarna niet onderhoudt, vandaar dat Heckman zelf niet meer spreekt over zijn curve, maar het nu heeft over zijn equation.
    Heckman zelf zou wel een goede bron geweest zijn voor het pleidooi van de auteurs (check Heckman, Krueger & Friedman, 2004, al wordt die uitvoerig gecounterd in Brown, McMullen, & File, 2019)

Andere onderzoekers hebben op Twitter nog andere gaten in het artikel geschoten, maar ik wil het zelf bij deze voorbeelden laten. Ik heb er geen moeite mee als iemand voor of tegen EDI is en ik vermoed dat weinigen pleiten voor enkel EDI – ikzelf alvast niet. Maar ik heb omwille van dergelijke elementen het echt moeilijk met deze tekst. Het is namelijk voor een lezer zonder veel achtergrondkennis moeilijk om dit alles te weten of te herkennen. Zo wordt foute informatie de wereld ingestuurd en kan er zelfs een schuldgevoel geïnduceerd worden bij leerkrachten. Dit kan hopelijk niet de bedoeling zijn?

Een stukje over onderwijs en onderzoek, Di en meer…

Donderdag verscheen er een interview in De Standaard met Philip Brinckman en vandaag kwam er een reactie in diezelfde krant van meer dan 500 lerarenopleiders. Ik heb gisteren lang getwijfeld of ik zou meetekenen toen ik ’s avonds de brief las, maar deed het uiteindelijk niet. Niet omdat mijn collega’s geen zeer valabele en terechte punten maken, integendeel. Tegelijk knaagde er iets bij me toen ik de tekst las waardoor ik dit stuk nu schrijf.

Eerst over het interview met Philip Brinckman, nog los van de inhoudelijke uitspraken. Ik vrees dat door het interview de commissie die hij moet leiden zeer zware averij opgelopen heeft. Ik wil nog verder gaan, terwijl ik de man niet persoonlijk ken en zeker niets tegen de man heb, was het misschien niet een goed idee om hem Dirk Van Damme te laten opvolgen. Dirk Van Damme heeft een vrij unieke positie in het onderwijsdebat en is wellicht door niemand echt te vervangen. Je hebt iemand nodig die boven het gewoel uitkomt, wil je iedereen meekrijgen. Dit lijkt nu niet het geval. En dat is ronduit zonde, want dat er behalve heel veel goeds in het Vlaamse onderwijs gebeurt, is er wel degelijk werk aan de winkel op veel vlakken.

Een van de inhoudelijke elementen in het interview en in de reactie draait rond Directe Instructie (DI). Hierbij vraag ik me al langer dan vandaag af of veel voor- en tegenstanders DI echt wel kennen of bedoelen. Ze hoeven nog niet per se het werk van bijvoorbeeld Engelmann gelezen te hebben, maar corrigeer me als ik verkeerd ben: in de volksmond lijkt het vaak gewoon een synoniem voor leerkrachtgestuurd versus niet leerkrachtgestuurd, terwijl DI wel een pak meer is dan dat. Ik mis trouwens ook vaak de oorspronkelijk en belangrijke link tussen DI en gelijke kansen in dergelijke debatten. Titels in kranten als dat DI ouderwets onderwijs zou zijn, helpen in deze ook niet echt. Ik ben het eens met de briefschrijvers dat DI en zelfontdekkend leren beide hun rol in het leerproces hebben, ik bepleitte zelf expliciet voor zoveel in Klaskit. Maar tegelijk lijkt DI vandaag toch nog iets vaker een bijna bottom up verhaal te zijn dat eerder door leraren in de praktijk omarmd wordt dan dat het terdege aangeleerd werd.

Er gebeurt vandaag heel veel moois in de lerarenopleidingen, met vaak steeds minder personeel wegens dalende studentenaantallen. Ik was zeer blij te lezen over het belang van onderwijsonderzoek in de lerarenopleiding. Als pleitbezorger voor evidence-informed onderwijs, kan ik enkel maar driftig ja zitten knikken. Toch is het ook gezond bij dit alles in eigen hart te kijken. Ik weet van mezelf bijvoorbeeld hoeveel ik de voorbije 20 jaar heb meegegeven aan studenten dat achteraf niet bleek te kloppen. Voortschrijdend inzicht is eigen aan onderzoek, iets wat we de voorbije maanden genoeg gemerkt hebben op een ander domein. Maar hoe snel sijpelt dit onderzoek door, met respect voor de complexiteit? Uit onderzoek van Surma et al (2018) bleek dat nog niet zo lang geleden er wel nog een behoorlijke weg af te leggen is om effectieve strategieën mee te geven in de lerarenopleidingen in Vlaanderen en Nederland. Ik zie dat hier zeker aan gewerkt wordt, maar tegelijk vraag ik me af hoeveel tijd er vandaag nog steeds besteed wordt aan iets als bijvoorbeeld meervoudige intelligenties, een theorie waarvan de bedenker zelf al decennia zegt dat ze volgens hem verkeerd toegepast wordt in onderwijs en iets recenter aangaf dat ze volgens hemzelf compleet achterhaald is. Als mythbuster krijg ik behoorlijk wat berichten en de voorbije 12 maanden werd ik geconfronteerd met voorbeelden uit Vlaamse en Nederlandse lerarenopleidingen van onder andere pseudowetenschap als neurolinguïstisch programmeren (NLP), MBTI-achtige benaderingen rond persoonlijkheid en opvallend vaak nog steeds de klassieker onder de onderwijsmythes, leerstijlen. Ik hoop echt dat dit wellicht de uitzonderingen op de regel waren die ik toegezonden kreeg omwille van mijn speciale ‘hobby’. Tegelijk  zag ik in een andere reactie dan de brief op het interview met Brinckman wel al terug geflirt met een even achterhaald idee als dat er een zaligmakend aanpak voor onderwijs zou bestaan.

Het mooiste aan de brief vond ik deze passage:

We kunnen ons niet voorstellen dat zijn uitspraken bedoeld waren als een negatieve evaluatie van ons werk. We willen graag met hem in gesprek gaan om te zoeken naar nuance en een vruchtbare samenwerking. We hopen dat de expertengroep die Brinckman voorzit, haar debat over de toekomst van het onderwijs zal voeren met inachtneming van onderzoek rond de complexiteit van leer- en onderwijsprocessen.

Maar besef hierbij vooral ook dat daar een belangrijke opdracht voor onszelf staat als lerarenopleider…

P.S.: Op twitter schreef ik dat ik twijfelde of ik een stuk zou schrijven waarbij ik vreesde dat ik iedereen kwaad zou maken. Het is wellicht milder geworden dan die tweet aankondigde, sorry voor wie hierop hoopte. Ik schreef wel een jaar geleden zo een stuk, al leek iedereen dat vooral te negeren 😉.

Mijn lezing van gisteren over Onderwijs tijdens en na Corona

Gisteren gaven Bert Smits en ikzelf een webinar voor LannooCampus. Honderden mensen volgden mee, maar nog meer mensen konden het niet meemaken. Alles werd gefilmd, maar… er ging tijdens mijn stuk vanalles technisch mis. Dus heb ik gisteravond alles opnieuw gedaan en gefilmd. Voor de mensen die de sessie volgden, op een paar kleine punten, is het verhaal identiek, maar misschien iets beter uitgelegd omdat ik niet afgeleid werd door de technische issues.

Voor de mensen die de Engelstalige video al zagen: de eerste helft is gelijk (op enkele nieuwe onderzoeken na), de tweede helft is wat meer ingrijpend aangepast al blijven de trefwoorden gelijk.

Een onderbelichte groep onderwijshelden: de schooldirecties

Op mijn tijdlijnen op sociale media heb ik vrij veel schooldirecteurs en -directrices. Velen onder hen beleven momenteel een meer dan apart weekend. Ze hebben de voorbije drie maanden keihard gewerkt, harder dan ze zelf ooit dachten te kunnen werken. Ze kregen nieuwe taken in moeilijke omstandigheden te verwerken. De kans dat schooldirecteur nog meer een knelpuntberoep gaat worden, is reëel.

Waarom is het een apart weekend? Wel, aan de ene kant zijn ze blij dat er meer leerlingen naar school mogen komen, aan de andere kant worden de spelregels na twee weken weer veranderd. Veel directies gaven tijdens de gesprekken met de inspectie aan nog meer aan te kunnen qua opening, maar ik zie en lees ook veel kritiek. Kop van jut lijkt hierbij vaak de minister van onderwijs Ben Weyts, maar dat is niet echt terecht. De voorbije weken kregen de virologen en epidemiologen meer inzichten over hoe het virus zich gedraagt bij kinderen. De pleidooien werden steeds talrijker om de kinderen zonder beperkingen terug naar de basisschool te laten gaan, onder andere woensdag nog van meer dan 16000 medici, eerder van een grote groep wetenschappers met daarin onder andere kinderepidemiologen. Het onderwijsveld kon wellicht niet zo ver gaan om alle beperkingen te laten varen. Hoe leg je zoiets uit aan de mensen die de voorbije weken en maanden aangemaand werden om supervoorzichtig te zijn? De angst zit er nog bij veel mensen in, al dan niet gevoed door te snel gepubliceerde artikels waarvan de correctie veel minder gedeeld werd.

Maar ondertussen moeten de schooldirecties weer alles opnieuw bekijken met een onderwijspersoneel dat ook al weken op het tandvlees zit, wetende dat de start op 1 september wellicht ook nog lang niet normaal zal zijn. Terug geen pleidooi voor wat gehandenklap, maar wel een pleidooi voor begrip. En is het ook geen tijd om de job van leidinggevende in het onderwijs nog meer daadwerkelijk te waarderen en te ondersteunen?

Een nieuw wapen in de strijd tussen instellingen voor hoger onderwijs: fysieke aanwezigheid?

Cambridge zal volgend jaar alleen nog maar online les geven.” Het nieuws zoemt rond en het ligt in lijn met de aankondigingen van California State University die het herfstsemester de deuren enkel digitaal wil openen. Maar tegelijk heb je de Universiteit van Bolton die snel communiceert dat zij wel de deuren gaan openen.

De Standaard brengt vandaag de klachten van studenten over online onderwijs dat vooral omschreven wordt als onvolwaardig onderwijs. Hierbij moet je wel meegeven dat het huidige digitale aanbod meestal is ontstaan als noodoplossing en niet als doordachte aanpak. Tegelijk is er deze terechte vraag die Anja Vink opwerpt:

En dan zijn er ook andere instellingen voor hoger onderwijs die hun kans schoon zien om zich op een andere manier te profileren, namelijk door net wel fysieke aanwezigheid mogelijk te maken (mits veel restricties, waarbij je je afvraagt hoe leuk dat dan weer zal zijn):

 

Persoonlijk noot: ik heb het wel even gehad met digitaal

Weet je, dat ene nummer van Jona Lewie, dat kon over mij gaan. Ik ben echt niet de meest sociale mens en kan echt genieten van in stilte doorwerken. Bij gebrek aan bureau op mijn hogeschool werk ik al 20 jaar vaak thuis – zelfs toen men mij ooit een bureau aanbood, paste ik. Veel van de tools die we de voorbije weken hanteren, gebruikte ik zelf al langer. Lekker handig! Tenminste dat dacht ik, maar negen weken lockdown en digitaal onderwijs doen me ondertussen anders vermoeden. Ik ken en verdedig veel voordelen van digitaal, maar eerlijk: ik ben er ondertussen wel zo wat klaar mee.

Tijdens de eerste weken van de Coronacrisis en de bijhorende lockdown las je her en der quotes dat die ene vergadering blijkbaar dus echt een mail kon zijn geweest. Maar blijkbaar vergeten mensen snel, want ondertussen vergaderen we ons weer letterlijk suf in de zoveelste Teams, Zoom, Jitsme of andere online meeting. En dan heb je nog de gesprekken die niet stoppen in de Teams-chat of Slack. Sorry, even wachten, ik krijg een Whatsapp-bericht over een volgend Skype-gesprek. Ik overweeg om Twitter van mijn telefoon te gooien. Dit laatste niet vanwege negatieve commentaren of zo, maar gewoon omwille van de rust.

Er waren en er zijn mensen die stellen dat we na de crisis geen uur meer in de file zullen willen staan voor een vergadering, maar stilaan zou ik er veel voor over hebben om een uur in de wagen aan te schuiven. Het is namelijk een uur zonder schermpjes en je krijgt als beloning menselijk contact. Waar kan ik tekenen?

Je wil niet weten hoeveel voordelen ik kan opnoemen van het digitale bij leren, maar de moed zakt me in de schoenen als ik besef dat de kans reëel is dat ik volgend semester terug vooral online moet les geven, zoals gisteren professor Goossens voorspelde. Ik mis het contact met de studenten, de interactie, de discussie, het inspelen op wat leeft in een groep. Uit mijn eigen onderzoek weet ik hoe belangrijk de informele momenten kunnen zijn voor de relatie tussen lerende en lesgever en zo ook voor leren. Ik besef nu dat ik misschien het meest essentiële over het hoofd zag in mijn onderzoek omdat het zo vanzelfsprekend was, tenminste tot een niet lange tijd geleden: we hebben gewoon menselijk contact nodig.

Voor je denkt dat ik hier half depressief zit, heb geen schrik. De voorbije dagen heb ik vooral beseft dat ik blijkbaar echt graag doe wat ergens begin maart tot stilstand kwam. Les geven, samenwerken, lezingen geven, samen muziek maken,… Mijn persoonlijke les uit deze crisis is dus niet de ontdekking van het digitale, maar de herwaardering van IRL, in real life.

Ja, ik wil alle leerlingen naar school, maar…

De voorbije weken waren geen lachtertje voor niemand. Ik merkte wel – en dat blijkt ook uit de bevraging van de VLVO dat er vrijdag voor de meeste leerlingen en leraren het een ongewoon maar blij weerzien was. Vandaag pleit Lieven Boeve in De Zondag dat dit geluk elk kind moet gegund worden, en ik hou mijn hart vast voor de topman van het Katholiek Onderwijs. Waarom?

Als ik de voorbije weken maar in de media kwam, dan waren er genoeg mensen die behoorlijk pittig konden reageren, waarbij ik onder andere verantwoordelijk werd gehouden voor alle toekomstige doden. Zelfs al maar positieve geluiden uit andere landen delen, was als trigger genoeg. Er leeft duidelijk nog veel angst bij veel mensen en dat snap ik. Meer nog, die angst heb ik ook. Ik ben blij dat Kawasaki makkelijk behandelbaar is, maar de plotse stijging van kinderen die aan deze infectieziekte lijden, baart me zorgen.

Wil ik zelf alle kinderen dit jaar nog terug naar school? Ja, al was het maar om perspectief en afronding te geven. Wil ik dit ten alle prijze? Nee, en ik vermoed dat niemand dit wil. De komende week zal spannend worden als we tegen vrijdag de resultaten uit Frankrijk, Nederland en Duitsland kennen. Die evoluties gaan ons samen met de data van Denemarken meer input geven. Het klopt dat elk land anders is, maar verschillende landen samen geven wel een steviger idee.

Maar er zal dan nog meer nodig zijn om meer leerlingen te kunnen ontvangen, want de scholen kunnen met de huidige strenge maatregelen niet veel meer leerlingen aan. Dus zullen de virologen ook hier moeten nagaan welke maatregelen veilig kunnen versoepelen in de scholen. Het gaat dus niet enkel over zeggen ‘ja, je mag’, maar ook over ‘en zo kan het op een makkelijkere, maar veilige manier’.

Ook nog dit; dat er vandaag toch leerlingen naar school kunnen is de verdienste van heel veel onderwijspersoneel. Ik krijg veel berichten van directies dat hun personeel op hun tandvlees zit, en eerlijk, ik vermoed zij zelf ook. De leraren hoeven niet echt applaus om 8u ’s avonds, want persoonlijk vind ik dat de makkelijkste vorm van waardering. Even een beetje in de handen klappen en dan zijn we er vanaf. We hebben namelijk veel meer zorgpersoneel nodig, veel meer lesgevers. Die gaan we enkel krijgen als de job echt gewaardeerd wordt en de discussie hoe we dit kunnen doen, mag van mij nu ook opgestart worden, desnoods via Teams.

Onmogelijke keuzes

Vandaag staat in De Standaard een pleidooi van een indrukwekkende reeks wetenschappers van zeer uiteenlopende disciplines om de scholen weer te openen voor alle leerlingen, dit terwijl verschillende scholen al lieten weten aan de ouders dat hun kinderen wellicht niet meer naar school zullen gaan voor 1 september. Gisteren versoepelde minister Ben Weyts de maatregelen voor kleuteropvang en als reactie zag ik een pak kwade directeurs die zich afvroegen waarom ze al dat werk gedaan hebben als het opeens toch minder kan. En waarom wel opvang voor 20 kleuters en geen lessen? Ik snap hun woede, maar snap ook waarom de minister dit nu pas kon zeggen.

De voorbije weken hebben me namelijk een paar dingen geleerd:

  • Bij elke stap die gezet wordt is de invloed van de virologen en de GEES enorm.
  • Dit is niet onlogisch als je veiligheid op de eerste plaats wil zetten, iets wat iedereen wil.
  • Alle beslissingen worden met alle sociale partners doorgesproken onder leiding van de minister en gemeenschappelijk genomen. Dit vertraagt soms het proces, maar is nodig om uit 1 mond te spreken.

Het is ongelooflijk zwaar wat ouders, kinderen en scholen op dit moment moeten doorstaan en het wordt vaak niet makkelijker maar moeilijker gemaakt. Eerlijk en ik dank dat ik daar geen geheim verklap: ik wil zelf graag wat de ondertekenaars van de brief in de Standaard bepleiten als het veilig kan, maar ik besef dat die keuze niet aan mij is of ooit was. Vandaag is het terug een Nationale Veiligheidsraad, en terwijl de gemeenschappen kunnen adviseren en bepleiten, hakken zij steeds de knopen door op basis van de adviezen van de GEES.

Spannende weken

Vandaag gaan de basisscholen open in Nederland en Frankrijk. Dit was het geval voor scholen in secundair onderwijs in Duitsland vorige week en de scholen in Denemarken zijn nu al ruim twee weken open. Omdat landen onmogelijk te vergelijken zijn, kan je op de resultaten van 1 land moeilijk afgaan. En het is duidelijk: in de landen die ik net vermeldde, gaan de scholen open met een bang hart. Ook hier start voor een deel van de leerlingen het fysieke onderwijs terug op. Dit kan vanaf vrijdag voor drie leerjaren in het basisonderwijs en drie leerjaren in het secundair onderwijs, waarbij nu vrijdag enkel gestart wordt met de laatstejaars en er na evaluatie vervolgens uitgebreid wordt. Bij het secundair onderwijs kan dit trouwens ook nog voor leerlingen met specifieke leerbehoeften die individueel ook naar school mogen komen voor individuele begeleiding.

Het voorbije weekend verzuchtte een kandidaat voor het voorzitterschap van de OpenVLD dat onderwijs te traag gaat. Het mag duidelijk zijn dat hij hiermee het onderwijsveld tegen zich in het harnas joeg. Scholen kunnen namelijk zelf niet meer opendoen dan mag van de Nationale Veiligheidsraad en door de nood aan opvang en strenge regels van diezelfde veiligheidsraad wordt het behoorlijk onmogelijk om zelfs maar les te geven aan de drie leerjaren die mogen komen. Dit alles moet dan ook nog gebeuren naast het afstandsonderwijs dat verder moet blijven lopen voor de leerlingen van de andere jaren én voor de leerlingen die omwille van ziekte of risico niet naar school kunnen komen. Dat hij onderwijs herleidde tot opvang in zijn commentaar, zullen we maar een lapsus noemen, het is voor veel ouders niet makkelijk om alles te combineren met kinderen thuis. Dit geldt trouwens ook voor leraren.

Het zijn dus spannende weken. Stel dat het in Frankrijk, Nederland, Duitsland en Denemarken goed loopt en stel dat de hier de curve een verder positief verloop kent bij de huidige versoepelingen, dan zou zeker het basisonderwijs open moeten kunnen eind mei, begin juni. Maar merk op: ik schreef een paar keer ‘stel’ en het blijft een beslissing van de Nationale Veiligheidsraad op advies van de GEES.