Leestip: Voorbij de progressieve verwarring (Dirk Van Damme)

Deze tekst van Dirk Van Damme (OESO) is een must-read om een deel van de huidige discussies in het Vlaamse onderwijs te begrijpen (de strijd rond koepels/netten wordt enkel in het verleden besproken). Ik kan me inbeelden dat verschillende mensen het er niet onmiddellijk eens mee zullen zijn, maar ik vind dat Van Damme een zeer goede samenvatting heeft gemaakt.

Dit is het abstract, lees de volledige tekst hier.

Onderwijs__discussies spelen zich niet langer af op de oude politieke breuklijnen. Nieuwe breuklijnen tekenen zich af, onder meer op de thema’s van kwaliteit en kennis. Thema’s die niet aan conservatieven kunnen worden overgelaten, maar om een sociaaldemocratische visie vragen.

Over computationeel denken, leren programmeren en eindtermen (3 problemen, 3 oplossingen)

Deze presentatie gaf ik op 17 mei voor OVSG en Vleva in Brussel.
De bronnen die niet vermeld worden in de presentatie, staan in Juffen zijn Toffer dan Meesters (2019)

Welbevinden op school? Misschien is dit niet de juiste discussie…

Gisteren ging het in Ter Zake over onderwijs en de ondertussen vermoeiende tegenstelling welbevinden versus leren kwam er ook weer aan bod. Mocht je verwachten dat ik nu nog maar eens ga uitleggen dat het geen tegenstelling is, dat deed ik al eerder. Nieuwe cijfers doen vermoeden dat het gewoon zelfs een zinloze discussie is om een heel andere reden.

Als we kijken naar de laatste JOP-monitor, dan zien we dat 5,7% van de Vlaamse (en Brusselse jongeren) zich niet goed voelen/laag welbevinden hebben. Maar hoe groot is de invloed van school op dit welbevinden? Behoorlijk klein.

Scholen erven grotendeels het welbevinden van buiten de school. En dan vind ik het raar dat we in heel dit debat niet kijken naar de factoren die wel de levenstevredenheid eerder doen dalen:

 

Wat is belangrijker in onderwijs?

Zaterdag was er een gesprek op Twitter waar ik even niet goed kon geloven wat ik las:

De discussie ging oorspronkelijk over het stijgend aantal ongeletterde kinderen in het Nederlandse onderwijs. Later kwam wel de verdediging dat er altijd wel kinderen zouden blijven die ongeletterd zijn door bijvoorbeeld mentale beperkingen, maar toch leek de hele discussie vooral te gaan over het doel van onderwijs.

Moeten we vooral de persoon vormen en leren met elkaar omgaan versus ‘opbrengsten’ zoals lezen en schrijven:

Misschien is dit wel de verklaring:

Mijns inziens is het een luxe om over onderwijs te kunnen nadenken, maar die luxe vervalt als we kinderen de basis van cultuur niet meer kunnen meegeven. Die basis is lezen, schrijven, rekenen,… en met elkaar omgaan en de best mogelijke versie van jezelf worden.

Je mag daar dan heel filosofisch over doen, maar ondertussen ben ik blij dat er genoeg mensen proberen de laaggeletterdheid tegen te gaan. Maar dat is natuurlijk maar mijn mening. Jan bood aan hier later op terug te komen, I’ll keep you posted.

Over Andreas Schleicher in De Groene

De Groen heeft een zeer mooie onderwijsspecial gemaakt, met ook een interview met PISA-topman Andreas Schleicher. Gisteren reageerde Amber Walraven al op het stuk op Twitter

Het gaat over deze paragraaf:

Onderwijs kan er een positieve invloed op uitoefenen, redeneert Schleicher. ‘We willen sociale en emotionele vaardigheden kunnen observeren en meetbaar maken, net zoals we wis- en natuurkunde kunnen observeren en meten. We hebben daartoe interessante instrumenten ontwikkeld. Komend jaar gaan we betrouwbare data ophalen. Het is belangrijk om deze discussie te voeden met feiten. Is het echt, is het tastbaar? Hoe, waar en wanneer ontwikkelen kinderen sociale en emotionele vaardigheden? Veel discussies zijn gebaseerd op veronderstellingen. Daarom nemen veel mensen deze ontwikkeling amper serieus.

Als een klas of een school sociaal en emotioneel vaardige kinderen aflevert, wordt dat gezien als een leuke plus, een aardig extraatje, het resultaat van een zeer gemotiveerde docent of van een innovatieve leeromgeving. Wij willen aantonen dat ze net zo betrouwbaar en voorspelbaar zijn als de traditionele cognitieve vaardigheden. We hopen ook te leren in welke omgeving je ze het beste kunt aanleren. Neem bijvoorbeeld rekenen. Dat leert een kind waarschijnlijk gemakkelijker op de basisschool dan later in het vervolgonderwijs. Maar voor sociale en emotionele vaardigheden is het misschien wel andersom. Dat moet blijken.

Waarom kan je hier over vallen? Wel, hoe ver kan dit gaan? We weten dat de invloed van PISA op curricula al groot is, wat mee tot deze open brief van wetenschappers leidde, maar er is ook:

  • Is er een soort ideaalbeeld waar we kinderen moeten naar boetseren, wat als je van nature bijvoorbeeld meer gesloten bent? Verschillende van de vaardigheden die we vandaag belangrijk vinden, zijn eerder persoonlijkheidskenmerken. Schleicher heeft het onder andere over het aanleren van assertiviteit of tolerantie. Tolerantie is vaak meer een gevolg van onderwijs, en assertiviteit, allemaal goed en wel, maar oh wee de stille jongen of het stille meisje dat daar perfect gelukkig mee is?
  • Wat als je een moeilijke situatie thuis hebt, gaan we scholen hier op afstraffen? Weet dat welbevinden vooral door de thuissituatie bepaald wordt en de school het welbevinden vaak erft en er relatief weinig invloed op heeft.

En voor je denkt dat het goed is dat PISA welbevinden en dergelijke gaat meten, sorry, daar gaat het niet over. PISA meet dit al jaren.

Gaat de wereld echt steeds sneller? Een kleine verkenning.

Het lijkt een zekerheid: de veranderingen in de wereld gaan steeds sneller. Nu heb ik de onhebbelijke gewoonte om zekerheden ook wel in vraag te durven stellen en dus daagde ik me uit ook voor deze stellingen argumenten pro- en contra te vinden. Eerst keek ik vooral dicht bij huis, maar de wereld vertraagt wel letterlijk.

De makkelijkste die ik me kon herinneren is de trein. Het lijkt een gemakkelijke grap, maar het is echt waar: in België rijdt de trein vandaag trager dan enkele decennia geleden. Wellicht geldt dit met alle files ook ondertussen voor de auto en de vrachtwagens, maar dat is dan weer misschien niet eens zo slecht. Van dezelfde voor de hand liggende orde, zijn grote werken in België, denk maar aan Oosterweel waar de papiermolen vandaag behoorlijk lang kan aanslepen.

Maar terug naar mijn vraag.

De snelheid van communicatie is toch een pak sneller geworden? Ja, maar de grootste tijdswinst ligt al ver achter ons, en we zien nu vooral een democratisering van communicatie. We kunnen wellicht niet meer sneller communiceren, maar die snelheid is er voor meer mensen goedkoper bereikbaar. Misschien kunnen we dat laatste als een versnelling zien of niet. Een verandering is het zeker.

Hoe zit het met de productiviteit? Die stijgt alvast sneller in Vlaanderen:

Blijf ik met de vraag of we nu sneller werken, of net efficiënter? Voorlopig nog geen antwoord over gevonden.

Studeren lijken we alvast gemiddeld trager te doen in het hoger onderwijs, al kan ook de instroom hier een rol spelen volgens sommigen.

Er zijn verder genoeg aanwijzingen dat we aan een steeds hoger tempo leven. Richard Wiseman toonde in zijn Pace of Life project waarbij gekeken werd naar hoe snel we in een stad lopen/wandelen omdat dit een goede aangever zou zijn voor algemene snelheid van leven:

Using identical methods to those employed in the previous work, the present day research teams discovered that the pace of life is now 10% faster than in the early 1990s.
The biggest changes were found in the Far East, with the pace of life in Guangzhou (China) increasing by over 20%, and Singapore showing a 30% increase, resulting in it becoming the fastest moving city in the study. (bron)

Wat wel interessant bleek in deze studie is dat de versnelling nogal kan verschillen van stad tot stad en dat sommige steden zoals Londen trager bleken dan bijvoorbeeld Madrid.

Voorlopig kom ik zo bij een einde aan deze kleine denkoefening, maar alle aanvullingen zijn meer dan welkom!

Een goede metafoor over leerplannen en koepels

Gisteren was er een opvallende passage in De Zevende Dag in het debat tussen Bart De Wever en huidig minister van onderwijs Hilde Crevits, waarbij de minister scholen aanraadde om wat vaker tegen hun koepel in te gaan als de visie van de koepel zou botsen met hun eigen visie.

Dit bracht me tot de volgende vraag:

Ik stelde die vraag niet omdat ik voor of tegen ZILL zou zijn, het nieuwe leerplan voor het basisonderwijs van het katholiek onderwijs, maar wel omdat ik de voorbije 2 jaar diezelfde vraag al vier kreeg. Voor alle duidelijkheid, elke school mag zijn eigen leerplan maken, maar in de praktijk is dat veel werk. Al zouden bijvoorbeeld katholieke scholen er ook kunnen voor opteren bij de oude leerplannen te blijven, omdat de eindtermen die we vandaag hebben in het basisonderwijs nog steeds dezelfde zijn als voor de oude leerplannen. Pas in de komende legislatuur wordt werk gemaakt van nieuwe eindtermen voor de basisschool.

Lieven Boeve antwoordde op mijn vraag:

Johan Lievens verduidelijkte het allemaal via een metafoor:

Wat hebben concentratiescholen nodig?

Vandaag in verschillende kranten het nieuws dat de ongelijkheid in ons onderwijs nauwelijks is afgenomen, ondanks het gelijkekansenbeleid sinds begin jaren 2000. Verder bepaalt in het secundair onderwijs de school waar je naartoe gaat nog meer je toekomst dan je afkomst. De ironie is dat wellicht nu nog meer ouders hun kinderen weg zullen houden uit concentratiescholen, eerder dan dat er een structurele oplossing komt.

Nu, we moeten het beter over structurele oplossingen dan oplossing hebben, want het zou van solutonisme getuigen – de idee dat er een eenvoudige oplossing bestaat voor een complex probleem – als we zouden dat denken dat we dit verschil met 1 of 2 maatregelen zouden kunnen wegwerken. Ik wil het wel hebben over een van de oplossingen die misschien een belangrijke rol zou kunnen spelen, naast alle andere die je nu en binnenkort in de media zal kunnen horen.

Vlaanderen is namelijk de regio bij uitstek waar de minst ervaren leerkrachten net in die scholen terechtkomen waar het al moeilijker is om les te geven.

In juni komt het nieuwe TALIS-rapport uit, maar ik vrees dat er weinig veranderd zal zijn. Combineer dit met deze grafiek die ik ook al een paar keer deelde:

Hoe kan je dit oplossen? Door meer ervaren leerkrachten in die scholen te laten les geven. Maar hoe overtuig je hen hiervan? Misschien door hen meer tijd te geven door bijvoorbeeld iets minder uren te laten les geven? Of andere maatregelen die de extra uitdaging compenseren.

Voor alle duidelijkheid: dit zal het zeker niet allemaal oplossen, maar het kan wel een begin zijn.

Ondertussen vraag ik me wel af hoe lang ik deze twee grafieken nog zal moeten blijven herhalen…

Waar is de evidentie? Over getuigenissen en autoriteit.

Onlangs zag ik een lezing van een buitenlandse professor die een uur lang pleitte voor meer gebruik van evidentie in onderwijs, maar er was een opvallende manco in haar presentatie. Ze beweerde zeer veel zaken, waarvoor ze echt zelf… geen enkele evidentie aanvoerde.

De presentatie deed me denken aan het boek ‘When can you trust the experts’ van Daniel Willingham dat ik hertaalde naar het Nederlands. Daarin schuift Willingham onder andere de volgende twee belangrijke tips naar voor:

  • Autoriteit is een zwak argument. Het kan je misschien verbazen, maar wetenschappers zijn ook maar mensen, die soms ook gewoon een mening hebben die niet noodzakelijk onderbouwd is. In Juffen zijn Toffer dan Meesters hebben we zo een hele case beschreven (met bronnen) van een Britse professor die ook herhaaldelijk claims deed, wat bij andere wetenschappers leidde tot de vraag ‘where is the evidence’. Zelfs een uitspraak als ‘John Hattie zegt…’ mag je niet ontslaan van kritisch denken.
  • Je negeert beter getuigenissen als deze als aanbeveling gebruikt worden. In de presentatie die ik bijwoonde, zat dan wel geen enkele referentie, er waren wel getuigenissen: mensen die hun mening gaven over een bepaald product. Je mag mijn inziens het vergelijken met dit:

Het is misschien een beetje te straf gesteld, maar als bijvoorbeeld Bill Clinton een bepaald persoonlijkheidsmodel aanprijst, dan is dat evenveel waard als je buurman die dat model zou aanprijzen, gesteld dat die man net zoals Bill geen psycholoog is.

Voor de evidentie achter de voorbeelden, verwijs ik graag naar het meest recente mytheboek waarin we onder andere het model dat Bill Clinton aanprees uitgespit hebben, net als de case van prof. Greenfield en in het laatste hoofdstuk uitleggen waarom ‘Hattie zegt dat…’ soms ook fout kan lopen.

Houston, ik denk dat we een probleem hebben…

Enkele berichten uit de voorbije weken en maanden:

Maar wacht, er is sowieso een krapte op de arbeidsmarkt en kent Vlaanderen qua werkloosheid een historisch dieptepunt.

Als ik dan lees en hoor dat politici meer leraren willen, meer agenten, meer dit, meer dat,… heb ik maar 1 vraag los van het liedje ‘wie zal dat betalen’, namelijk waar gaan we die vinden? Het is naïef te denken dat wie vandaag nog geen werk heeft, allemaal perfect zullen passen in het puzzeltje dat we moeten leggen, al doen organisaties zoals VDAB zeer goed werk. Mensen uit andere landen halen, sorry, maar bijvoorbeeld het lerarentekort is een wereldwijd probleem. Denken dat we leraren door computers kunnen vervangen, kende net nog een nieuwe debacle.

Houston, ik denk dat we een probleem hebben.