Van wie is de school?

Zonder te veel in te gaan op het thuisfront, bracht een gesprek over de actualiteit met een van mijn zonen me wel op een pertinente vraag: van wie is de school?

De facto zou je kunnen zeggen dat de meeste scholen eigendom zijn van de inrichtende macht, de vzw, de organisatie,… achter de school. Maar die zijn niet zomaar baas over de school. Los van de overheid die de nodige vereisten oplegt, heb je vaak ook nog een kluwen van invloeden. Zo merkte ik bijvoorbeeld de voorbije maanden hoeveel invloed (of macht) bijvoorbeeld bischoppen kunnen hebben op een groot deel van ons onderwijs (zie ook hier).

Je hebt dan ook nog directe en indirecte macht die ouders hebben op een school. Je hebt enerzijds de participatie via ouderraden en dergelijke, maar onderschat de indirecte macht niet. De meest ruwe vorm is kinderen al dan niet naar een school laten gaan, maar een zijn subtielere vormen denkbaar. De eerste aflevering van de luizenmoeder bevatte hier al een mooi staaltje van, maar de juridisering van het onderwijs is sowieso geen fictie.

Maar is de school ook niet een stuk van de leraren? Of zou de school niet meer van de leraren mogen zijn? Je zou kunnen zeggen dat leerkrachten gewoon werknemers zijn die voor hun werk betaald worden en dus moeten plooien naar de wil van de werkgever. Dit gebeurt veel, maar tegelijk zie je de macht verschuiven onder andere door het lerarentekort. Leerkrachten beseffen het misschien nog niet zo goed, maar als je een schaars goed wordt, dan kan je eisen stellen. Misschien een van de duidelijkste tweets hierover die ik de voorbije week zag passeren was deze:

De job van schooldirecteur zal er wel enkel nog moeilijker door worden, geplet tussen deze hamers en aambeeld.

En voor wie het zich afvraagt de kinderen, wie denkt er aan de kinderen? De meesten in dit verhaal. Denk ik, hoop ik.

Maar een school die niet (mee) van de leerlingen en hun ouders, de leerkrachten of de directies is, die zal niet zijn.

Wees maar eens een ouder van een kind dat naar het eerste jaar secundair moet…

De kranten staan er vandaag vol mee, terwijl het nieuws in feite al in 2018 bekend was: de inschrijvingen voor het eerste jaar secundair onderwijs zullen wellicht niet zo goed verlopen. Er komt niet 1 eenduidig systeem waarbij alle scholen moeten instappen in een digitaal aanmeldingssysteem door een belangenconflict dat ingeroepen werd tegen het decreet dat nu (tijdelijk) de kast in gaat (lees ook hier). En dus wordt er weer gevreesd voor kamperen, al promoot de Vlaamse overheid wel digitale inschrijvingssystemen met financiële middelen. Als verschillende scholen ook verschillende aanmeldmomenten gebruiken, zoals in het artikel in De Morgen aangekondigd wordt, verzwaart dit de uitdaging voor de ouders die bijvoorbeeld twijfelen tussen scholen binnen de stad of aan de rand.

Maar dit is niet het enige dat ouders van deze leerlingen te wachten staat. Kiezen voor een school zal moeilijker zijn dan ooit om verschillende redenen. We starten met een nieuw secundair onderwijs. Dit zal op zich al wennen zijn voor iedereen, maar de verschillen tussen scholen zullen groter zijn dan voorheen. Al dan niet geïntegreerd werken, bepaalde opties aanbieden of niet in het tweede jaar, bepaalde vakken aanbieden of niet,… Onder andere de katholieke koepel biedt zijn scholen de nodige vrijheid in hun leerplannen en ik weet van scholen die van plan zijn nog meer vrijheid te nemen, wat hun goed recht is.

Maar… die scholen kunnen nog steeds moeilijk communiceren, omdat de leerplannen tot nu toe enkel voorlopig zijn omdat de eindtermen zeer laat defintief gestemd zijn. Gelukkig heeft men al de voorlopige versies. Dit alles nog los van de vraag hoe dit zich zal vertalen in handboeken en aanpakken. Alle scholen draaien overuren.

Maar voor ouders betekent dit alles dat zelfs in steden waar alle scholen in bijvoorbeeld een inschrijvingssysteem stappen, het een uitdaging zal worden om een rangschikking van eerste, tweede of derde keuze op te stellen.

En dan start je zoon of dochter in een nieuw secundair onderwijs, waarbij Lieven Boeve onder ander vroeg aan de onderwijsinspectie de eerste twee jaar mild te zijn voor de scholen. En je beseft dat ze telkens met nieuwe eindtermen en leerplannen geconfronteerd zullen worden de komende zes jaar.

Beste ouders, ik besef dat deze post niet veel hoop geeft voor de komende maanden en langer, maar gelukkig weet ik dat momenteel de meeste scholen keihard hun best doen om zo goed mogelijk onderwijs mogelijk te maken in deze – zacht uitgedrukt – uitdagende tijden. Dit is iets waarvoor ze alle steun en respect verdienen.

Waarom elke lagere school een jukebox zou moeten hebben…

Lees zeker tot het einde…

Het is een idee waar ik al jaren mee speel, maar ben het vrij zeker: elke basisschool zou minstens een jukebox moeten hebben. Denk even na: wat kan je allemaal niet leren van een jukebox? Terwijl de muziek het meest voor de hand ligt, kan de jukebox gebruikt worden voor het aanleren van letters en cijfers. De fijne motoriek oefenen met het induwen van de knopjes, is misschien te ver gezocht, maar het toestel bevordert wel degelijk autonomie zoals Deci en Ryan eerder omschreven: het kind krijgt zelf de keuze uit een beperkt aantal opties om een liedje te kiezen wat motiverend kan werken. De leerkracht kan het aanbod van liedjes aanpassen aan de tijden van het jaar, denk aan kerstliedjes of sinterklaasliedjes. Daar is de lente van Jan De Wilde kan misschien voor lastige vragen zorgen. De lichtjes van de jukebox kunnen trouwens ook rustgevend werken bij overactieve kleuters en hebben niet het schadelijke blauwe licht van een schermpje. Dat de kinderen hierdoor ook nog met erfgoed in contact komen is enkel maar een pluspunt te noemen. Dat de jukebox een lawaaierige klas zou kunnen overstemmen, lijkt me eerder misbruik.

Ik moet bekennen dat veel van wat ik hierboven schreef, ik ooit gebruikte om mijn vrouw te overtuigen een jukebox te kopen toen mijn vrouw zwanger was van onze eerste zoon. Jaren na datum zal ik ook maar toegeven dat het vooral was omdat ik een jukebox wou. Ik bedacht eerder deze week of dit soms ook niet het geval is bij sommige van de didactische media die we in scholen kopen? Willen we soms niet gewoon het ding en zijn de didactische redenen dan niet vooral een rationalisering van onze wens?

Nee, we hebben nog steeds geen jukebox en de kinderen zijn ondertussen te oud.

Bye 2018 (met kleine verborgen oproep)

Dit wordt wellicht de laatste blogpost van 2018. Zeker de laatste 3 maanden zijn zo druk geweest dat ik de komende dagen veel met mijn gezin leuke dingen wil doen, gitaar wil spelen en wellicht wat Lego dozen bouwen die al een tijdje stof staan te verzamelen.

Ik wil even persoonlijk terugkijken op het voorbije jaar, in een van de eerste posts van 2019 zal ik dan vooruitkijken op het komende (onderwijs)jaar. Het is een jaar waarin ik zelf veel mocht bijleren. Het was het jaar waarin ons project in Leiden op volle stoom kwam (ben je toevallig een basisschool uit de Randstad met veel kinderen uit gezinnen met lage SES, contacteer me, we hebben misschien iets voor jullie zonder veel extra werk). Het was het jaar waarin Klaskit in het Engels verscheen en ik de wereld rondreisde om het boek te promoten in mijn kleine never ending book tour. Het boek bracht me onder andere in de UK, verschillende keren in de VS, Zuid-Afrika en Zweden. Enkel Canada ging niet door omwille van een sneeuwstorm. Samen met de collega’s van de Vlaams-Nederlandse taalraad werkten we een heel plan uit om het begrijpend lezen ingrijpend te verbeteren in beide regio’s. Daarover begin volgend jaar wellicht veel meer. Het zorgde allemaal voor de nodige drukte, omdat ook het nieuwe mytheboek afgewerkt moest worden, samen met Paul en Casper.

Het werd ook een jaar vol muziek. In april kwam de tweede plaat van Blue and Broke ‘Edward’ met zeer fijne recensies als reactie. Deze video namen we ook in april live op en nog steeds zeer trots op wat we hier deden:

Maar toen wist ik nog niet wat zou volgen… Eind juli verscheen in de dropbox-folder die ik deel met Augustijn een nummer in het West-Vlaams. En dan nog een, en al snel een derde. We hadden toen al een hele nieuwe Engelstalige Willemsson plaat klaar, maar het klonk zo fijn dat we beslisten een hele plaat op te nemen. In september kwam er een eerste single ‘In de Schouwte’ en deze werd al snel opgepikt door de radio’s en televisie.

De voorbije maanden stond het nummer meer dan 10 weken in de hitlijsten en hebben Augustijn en ik de plaat afgewerkt.

Het was allemaal zeer fijn, maar nu op naar… rust. Tot volgend jaar en bedankt aan iedereen die ik mocht ontmoeten onderweg, aan de vele mensen waarvan ik mocht bijleren, de vele mensen die me aan het denken én aan het lachen brachten.

Wil geen pessimist zijn, maar…

…ik moest even opkijken toen ik dit stuk van Kris Van den Branden las in De Standaard. In feite gaat het stuk vooral over de nieuwe eindtermen die vanaf 1 september volgend jaar zullen ingaan. Maar het stuk wordt opgehangen aan de vraag of ons onderwijs al dan niet achteruit gaat. De stelling is als volgt:

Het niveau van het onderwijs wordt in de 21ste eeuw niet afgemeten aan de hoogte van de berg feiten die leerlingen in hun hoofd kunnen proppen en slaafs op een test kunnen reproduceren. Het niveau zal in de eerste plaats worden afgemeten aan de diepgang waarmee leerlingen kennis begrijpen, verantwoord en kritisch toepassen, doelgericht doen werken, creatief bewerken en verbinden aan menselijke waarden.

Ok, maar dan zitten we wel degelijk met enkele problemen die aangeven dat ons onderwijs wel degelijk achteruit gaat:

Als we het over burgerschap hebben blijkt uit ICCS dat we wel degelijk positieve evoluties zien maar dat er wel degelijk ook grote uitdagingen zijn. 

Ik ben de eerste om ons leerkrachten en scholen te verdedigen. Onder steeds moeilijkere omstandigheden – al was het maar met net alle veranderingen die de komende maanden doorgevoerd moeten worden – doen ze vaak zeer goed werk. Maar de problemen ontkennen die net ook mee tot de nieuwe eindtermen hebben geleid, lijkt me ook geen goed idee.

2 op 3 leerkrachten zien geen verbetering in zicht, operatie ‘restore hope’ nodig?

Vandaag in Het Nieuwsblad staan de eerste resultaten van De Grote Lerarenenquête, en het nieuws is niet positief. 8 op 10 leraren geven aan dat het niveau daalt. Na PIRLS, PISA en verschillende peilingtoetsen, mag dit niet verbazen, er zijn genoeg aanwijzingen dat we met een probleem zitten, al is het (voorlopig?) nog niet zo dramatisch (op begrijpend lezen na). Opvallend is hoe alle leraren die in de krant zelf commentaar geven iets ouder zijn en er vooral ook naar (gebrek aan) kennis verwezen wordt.

Wat mij het meest opvalt/deprimeert is dat slechts 1 op 3 een verbetering ziet i de modernisering van het onderwijs. 2 op 3 denkt dat het weinig gaat uitmaken. Er spreekt weinig hoop uit deze cijfers en dat verontrust me het meest. De nieuwe eindtermen zijn echt wel ambitieus. Waarbij ik me zelfs afvraag of niemand ze op deze basis zal aanvechten eenmaal goedgekeurd in het parlement.  Maar die eindtermen zijn nog niet gekend bij de leerkrachten, de voorlopige leerplannen met moeite, terwijl ze op 1 september moeten ingaan.  Dat dit voor de nodige onrust zorgt, is begrijpelijk. Dat de politiek niet wil wachten, ook. Ik vermoed dat dergelijke elementen ook deze resultaten kleuren.

Naast alle plannen is er dus ook nood aan een operatie ‘restore hope’…

Wat ik vandaag ga vertellen in het Vlaams Parlement over vrijheid van onderwijs

Vandaag is de tweede dag van een grote conferentie te ere van 60 jaar schoolpact en 30 jaar Vlaams onderwijs. Ik heb de eer om vandaag daar ook 12 minuten te spreken. Dit is het abstract van mijn bijdrage:

Als je wint…

Herman Brood en Henny Vrienten zongen het in 1984: “…als je wint heb je vrienden”. Eenzelfde redenering kan je ook toepassen op vrijheid van onderwijs, als het goed gaat met het onderwijs is dergelijke vrijheid verdedigen en handhaven makkelijker. Aansluitend bij wat Lievens (2018) stelt in zijn recente promotie-onderzoek, is het niet ondenkbaar dat de komende jaren de Vlaamse overheid verder een grote controleijver aan de dag zal leggen “om aan de (vermeende) tekortkomingen van het onderwijs (of van de samenleving in haar geheel) tegemoet te komen” (Lievens, p.2). Deze bijdrage wil hier dieper op ingaan en drie van de concrete uitdagingen schetsen die in de nabije toekomst een rol kunnen spelen.

De vrijheid van onderwijs zoals beschreven in artikel 24, §1 van de Grondwet, bestaat in essentie uit een actieve en een passieve vorm van onderwijsvrijheid: enerzijds de vrijheid onderwijs te organiseren, anderzijds de vrijheid van ouders en kinderen onderwijs te kiezen dat aansluit bij de eigen overtuigingen. Twee uitdagingen die ik wil bespreken situeren zich bij de actieve vorm, de derde bij de passieve vorm.

De al dan niet vermeende tekortkomingen, zijn zo een eerste uitdaging. Dit past in wat onder andere Sahlberg (2011, 2014) beschreef als G.E.R.M. of global education reform movement, waarbij dergelijke tekortkomingen die zouden blijken uit internationale vergelijkingen leiden tot een roep voor meer controle en standaardisering. Terwijl Sahlberg dit bewust met een negatief acroniem beschrijft, gaat het m.i. over een evenwichtsoefening tussen de kwalificatietaak van onderwijs enerzijds zoals Biesta (2015) deze beschrijft en de grondwettelijke (pedagogische) vrijheid. Een evenwicht dat verder onder druk kan komen te staan als de trend die in 2017 in PIRLS merkbaar was, verdergezet wordt in PISA 2018…

Een tweede uitdaging is het te verwachten lerarentekort die de vrijheid van onderwijsverstrekkers van onderuit kan aantasten. Deze uitdaging hoor je minder in relatie tot de vrijheid van onderwijs, maar het is niet ondenkbaar dat een derde, minder vaak vernoemde vorm van vrijheid van onderwijs – de academische – meer zal opgeëist worden door leraren die beseffen dat ze een schaars goed worden. Concreet: in 2017 stopten 402 leraren wiskunde, er kwamen 21 masters wiskunde voor in de plaats (Amkreutz, 2017). Dat deze witte raven zelf eisen kunnen stellen over hoe onderwijs er moet uitzien, is niet ondenkbaar.

De derde uitdaging heeft met de passieve vorm van vrijheid van onderwijs te maken en is het plaatstekort dat in Vlaanderen al een tijdje speelt, maar die zich toont als een tweesnijdend zwaard. De grote geboortegolf die we in Vlaanderen tot 2011 hebben gekend (Vlaamse Overheid, 2014), is vandaag een eindige karavaan van kinderen. Ondertussen verlaat deze karavaan de kleuterschool en staan ze aan de deur te kloppen van het secundair onderwijs. Deze geboortegolf, in combinatie met een verdere verstedelijking, zorgt ervoor dat er in verschillende (centrum)steden er plaatsen tekort zijn, waardoor de keuze onder druk kwam te staan, eerst in het basisonderwijs, nu in het voortgezet onderwijs. Tegelijk kan in krimpregio’s het openhouden van scholen met verschillende overtuigingen een onhaalbare – lees onbetaalbare – kaart worden. En dan is er nog de vraag: wat als de karavaan voorbij getrokken is.

Vrijheid van onderwijs is makkelijk als het goed gaat, maar heeft vooral vrienden nodig als het niet meer aan de winnende hand is.

Referenties

Amkreutz, R. (2017). Cijfers liegen niet: de echte wiskundeleraar sterft uit. De Morgen, 10 juni 2017.

Biesta, G. J. J. (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Phronese.

Lievens, J. (2018). De vrijheid van onderwijs. Proefschrift, Leuven: KU Leuven.

Sahlberg, P. (2011). Finnish lessons. Teachers College Press.

Sahlberg, P. (2014). Finnish lessons 2.0: What can the world learn from educational change in Finland?. Teachers College Press.

Vlaamse Overheid (2014). Algemene omgevingsanalyse voor Vlaanderen. Brussel: Vlaamse Overheid.

 

Ongelijkheid, het stuk dat Demet en ikzelf schreven voor Van 12 tot 18

Deze week staan mijn Leidse collega Demet Yazilitas en ikzelf in Van 10 tot 18 met een gastcolumn. Tot ons plezier staat de volledige versie ook online.

Laten we beginnen met slecht nieuws, dan kan het enkel maar verbeteren: bijna alles wat je in of voor het onderwijs doet kan potentieel de ongelijkheid tussen arm en rijk in de samenleving vergroten. Nog meer slecht nieuws: Jens Dietrichson en collega’s, die in 2017 een meta-analyse publiceerden naar onderwijsmethoden die de ongelijkheid in het onderwijs kunnen verminderen, komen tot de conclusie dat het een utopie is om de kloof via het onderwijs helemaal te kunnen dichten. Wil dit dan zeggen dat er geen hoop is? Toch wel, er zijn aanpakken in en rond het onderwijs die de ongelijkheid kunnen doen verminderen. Het zijn er niet veel, maar ze zijn er.

Lees hier verder

Een pleidooi voor het plukken van laaghangend fruit in onderwijs

Gisteren gaf ik een lezing op het High Impact Teaching event in Barneveld en stelde er iets misschien wat aparts voor. Onder andere onder invloed van Hattie kijken we in onderwijs zeer graag naar zaken die een enorm groot effect hebben zoals recent collective teacher efficacy. Het is zeker belangrijk aan dergelijke zaken met mogelijks grote impact te blijven werken, maar vaak kosten deze heel veel moeite en tijd voor dat groot effect te zien.

Het gevaar is dat we door ons hier enkel of vooral op te concentreren, vergeten dat er ook zaken kunnen zijn die weinig moeite en tijd kosten, maar die ook positief effect kunnen hebben. Het effect kan misschien kleiner zijn dan de spectaculaire effectgroottes waarmee geschermd worden, maar als het makkelijk toe te passen is?

Daarom dat ik de benadering van de Education Endowment Foundation wel kan appreciëren. In hun toolkit geven ze niet enkel aan hoe groot het mogelijk effect is -uitgedrukt in maanden-, ze kijken ook naar de moeite die het kost én naar de sterkte van de evidentie.

Voorbeelden van dergelijk laag fruit zijn bijvoorbeeld samenwerkend leren, werken aan metacognitie – zie ook de posters, effectief huiswerk (ja huiswerk!), en veel van wat in Klaskit staat.

Soms is het zelfs cynisch te noemen als we liever geld uitgeven aan (zeer) dure maatregelen waar weinig of geen evidentie voor bestaat dat het enig effect zou hebben zoals bijvoorbeeld co-teaching, terwijl we laaghangend fruit over het hoofd zien of soms zelfs afraden.

P.S.: als er iemand met een grote zak geld dit leest, het EEF staat open voor een Vlaamse en/of Nederlandse vertaling van de Toolkit.

Een interessante case-study rond vrijheid van onderwijs: taalonderwijs

De voorbije weken ontwikkelde zich een interessante case rond vrijheid van onderwijs die een stukje verborgen bleef in alle verkiezingsnieuws. Ik wil de case brengen zonder partij te kiezen – al zou wie de discussie op twitter volgde anders kunnen vermoeden. Meer nog, ik begrijp zeer goed alle betrokken partijen en iedereen heeft valide argumenten. Wel kan deze case study helpen begrijpen wat er wellicht allemaal staat te gebeuren na de volgende verkiezingen.

Waarover gaat het? Wouter Duyck bond de kat de bel aan met deze tweet:

Terwijl Wouter viel over de verantwoording, is er iets anders zeer opvallend. De tekst geeft aan dat “de regelgeving” het toelaat, maar de scholen worden geadviseerd dit niet te volgen. Minister Crevits kondigde het als volgt aan:

Vanaf het schooljaar 2017-2018 krijgen scholen de mogelijkheid om in het basisonderwijs het onderwijs in vreemde talen te versterken. Dat kan door het stimuleren van taalinitiatie vanaf het eerste jaar lager onderwijs en de mogelijkheid voor scholen om aan leerlingen die al een goede basis Nederlands hebben vanaf het derde jaar lager onderwijs Frans, Engels of Duits aan te bieden.

Trouw aan de filosofie van ons onderwijs die gekenmerkt wordt door een zeer grote vorm van vrijheid, heeft de regelgevende macht het hier over ‘mogelijkheden’. Het is dus voor alle duidelijkheid niet verplicht, maar scholen mogen het zelf beslissen.

Die vrijheid van onderwijs is vaak frustrerend voor bepaalde politici. Ze zouden zeer graag meer impact hebben op wat er in de klas gebeurt. Maar in de praktijk blijft dit beperkt tot de eindtermen, en zelfs bij de invoering daarvan bepleitte het Steineronderwijs met succes dat de eindtermen hun pedagogische project in gedrang bracht, waardoor ze andere eindtermen kregen.

Er zijn ook politici die de enorme vrijheid van onderwijs wel genegen lijken te  zijn, maar deze uiten dan een andere frustratie: die vrijheid van onderwijs komt niet op het niveau waarvan zij dat graag zouden hebben. Deze reactie van Koen Daniëls maakt hierin veel duidelijk:

De redenering is hier: de overheid geeft veel vrijheid, maar de koepels (en netten) – en in deze bedoelen ze in de praktijk vaak 1 welbepaalde koepel – nemen die vrijheid in en geven scholen geen vrijheid.

Of in deze concrete case:

  • Overheid zegt: er is formeel taalonderwijs in Frans, Engels en Duits mogelijk vanaf het derde leerjaar
  • Katholiek Onderwijs Vlaanderen zegt: taalinitiatie mag je als school doen en moedigen we aan, maar formeel onderwijs: niet doen.

Terug: er zijn verschillende argumenten om het niet te doen die eerlijk gezegd eerder van praktische aard zijn dan dat er sprake is van een duidelijke wetenschappelijke consensus.

Enkele voorbeelden die terecht opgemerkt werden oa op Twitter:

  • zijn de lesgevers hiervoor opgeleid,
  • de concurrentie die tussen scholen kan ontstaan,
  • de verschillen die er kunnen zijn tussen leerlingen bij het begin van het secundair onderwijs,
  • de leerlijn die niet doorgezet wordt in het secundair onderwijs,

Ik heb een sterk vermoeden dat na de verkiezingen we een pak van dergelijke discussies zullen krijgen. Kijk bijvoorbeeld hoe Katholiek Onderwijs Vlaanderen subtiel de brede eerst graad toch lijkt op te leggen voor hun scholen door een uur Nederlands of Frans uit het verplichte curriculum te halen van het eerste jaar, met het argument dat scholen het altijd nog in hun keuzepakketten kunnen steken. Dat klopt, en scholen kunnen dit zeker zelf beslissen dit te doen of niet te doen. Maar als massaal scholen dit moeten doen omdat anders bijvoorbeeld de basisgeletterdheid in gedrang komt voor Nederlands of omdat het niveau van Frans maar blijft dalen – om de twee hete hangijzers te noemen die er zijn of zitten aan te komen – dan heb je de facto minder keuze-uren en een steeds meer gelijklopende eerste graad. Ik zeg niet dat dit bedoeling van Katholiek Onderwijs Vlaanderen zou zijn, ik kan niet in hun hoofden kijken. Dat het zo kan ervaren worden door bepaalde politici, lijkt me wel degelijk mogelijk.