Ik wil een wereld waarin hulpverleners zitten te kaarten

Beeld je in: je huis staat in brand. Je belt de brandweer en je krijgt te horen dat ze misschien binnen een half jaar kunnen komen. Hoe zou je reageren?

Of beeld je in: een van je gezinsleden wordt ernstig ziek en er is een spoedoperatie nodig. Spijtig genoeg zal die voor binnen anderhalf jaar zijn. Dit tweede voorbeeld is een van de redenen waarom we de voorbije 15 maanden onder soms loodzware coronaregels hebben geleefd. Naast het voorkomen van besmettingen, zieken en doden door het virus, was ‘flatten the curve’ lang de boodschap om zo er voor te zorgen dat onze gezondheidszorg niet zou instorten.

Maar… als het over crisisopvang en zorg gaat voor kinderen en jongeren dan zijn er vaak wel degelijke lange wachtlijsten. Dan word je als vader wel soms noodgedwongen wandelen gestuurd terwijl je vreest dat je dochter zelfmoord zal plegen. Dat was zo 12 jaar geleden, dat is nu nog steeds zo en er zijn genoeg aanwijzingen dat het wellicht nog erger werd door de huidige coronacrisis. Frank Vandenbroucke heeft recent wel 20 miljoen euro vrijgemaakt voor extra bedden en zorg, maar dit is wellicht een druppel op een hete plaat.

Ik wil een wereld waarin mensen die in de jeugdzorg zitten, af en toe kunnen zitten te kaarten. Ik overdrijf misschien, maar we hebben gewoon nood aan overcapaciteit. Waarom? Zie het als een verzekering. Dat is ook een investering die ogenschijnlijk weinig oplevert, tot er iets gebeurt. En wellicht zullen ze niet zitten kaarten, maar zullen ze zichzelf net als de brandweer bijscholen op het moment dat er even geen acute situatie is. En trouwens, de kans dat we ooit in zo luxe-situatie zullen terechtkomen, is spijtig genoeg echt wel klein. Broodnodige preventie kan veel, maar zal nooit volkomen voorkomen dat er iets misgaat.

De voorbije jaren heb ik verschillende telefoons of mails gekregen van hopeloze ouders die via mij dachten hulp te vinden, terwijl ik professioneel minder met de sector te maken heb. Ik zag miserie bij studenten, ik ken verschillende mensen die in de jeugdzorg werken. De verhalen die ik hoor zijn een ontwikkeld land te vaak onwaardig.

De voorbije steunde ik zelf al verschillende keren projecten zoals Tejo, die op hun manier mee de nood trachten te lenigen. Doe dit gerust ook, alstublieft. Maar meer nog: beste politici: zorg er voor dat binnen niet afzienbare tijd er genoeg hulp is, of nog liever te veel.

The Game is On: eindtermen

Vandaag in Het Nieuwsblad:

Katholiek Onderwijs Vlaanderen heeft samen met 113 schoolbesturen en de ouderkoepel VCOV bij het Grondwettelijk Hof het verzoekschrift ingediend met de vraag om de eindtermen van de tweede en derde graad secundair onderwijs te schorsen en vernietigen. Dat meldt de onderwijskoepel woensdag.

Nu gebruiken ze juridische spitstechnologie – hun woorden – om toch al een klacht in te dienen. Maar dit wil tegelijk zeggen dat de uitslag wellicht niet meer komt voor het einde van het schooljaar, wat al een tijdje duidelijk was.
Hierdoor dreigt misschien minder verwarring dan je zou vermoeden, want de kans is groot dat het schooljaar zal beginnen zoals gepland is. Het argument dat het hoogdringend is, omdat er bijvoorbeeld leerplannen moeten gemaakt worden, zoals Lieven Boeve net aangaf op de radio, is een beetje raar omdat die… al gemaakt zijn in voorlopige versie en de meeste scholen gewoon klaar zijn om te beginnen.
Tegelijk is dit alles cruciaal, maar dan ook vooral voor de machtsverhoudingen in het onderwijsbeleid, zie ook de tegenactie van het Gemeenschapsonderwijs.

10 eisen voor de digitale samenleving van morgen (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Weet je nog, dat mensen een verschil zagen tussen cyberspace en ‘de echte wereld’? Tegenwoordig zijn on- en offline zo met elkaar verweven dat het nauwelijks meer mogelijk is aan te geven hoeveel tijd je online doorbrengt. Dat overlopen van die twee werelden wordt ook bespoedigd door technologieën als augmented en virtual reality (VR), en door de toenemende inzet van spraakcomputers. Het Rathenau Instituut, dat onderzoek doet naar de impact van wetenschap, innovatie en technologie op de samenleving, stelde daarom een manifest op met tien “ontwerpeisen aan de digitale samenleving van morgen”.

AR, VR en spraak zijn zogeheten ‘immersieve technologieën’: ze dompelen ons onder in de digitale wereld. Het Rathenau in het manifest:

“Zo transporteert virtual reality ons naar een volledig kunstmatige wereld, waarin alle geluiden en beelden gecreëerd worden door computers. We kunnen nu soldaten trainen op een virtueel slagveld. Augmented reality voegt juist digitale lagen aan onze ervaring toe. Met een slimme bril ziet een automonteur handige informatie terwijl hij naar de motor kijkt. En via spraaktechnologie kunnen we met computers praten, en luisteren vele apparaten, zoals onze smartphones en slimme speakers, op steeds meer plekken met ons mee.”

Door het vervagen van die grenzen zijn volgens het Rathenau publieke waarden in het geding, zoals privacy, autonomie, waarachtigheid en gezondheid. Dat vraagt om waakzaamheid en een agenda. De ontwerpeisen zijn opgesteld op basis van diverse onderzoeken.

1. We willen de baas blijven over ons digitale lijf
Onze stem, onze gebaren en ons gezicht leveren data op, die intiem en gevoelig zijn. De bescherming daarvan dient juridisch beter geregeld te zijn.

2. We willen anoniem kunnen blijven
Onze identiteiten kunnen van afstand achterhaald worden door gezichts-, loopgedrag- of stemherkenning. Hierdoor kun je je niet meer anoniem door de publieke ruimte begeven. Toepassingen waarbij burgers in de publieke ruimte zijn te identificeren, moeten daarom worden verboden.

3. We willen controle over onze virtuele identiteit
Zoals je met kleding kunt laten zien wie je bent, kun je met avatars een digitale identiteit opbouwen. Dat kan ook misbruikt worden: het naakte lichaam van anderen kan digitaal getoond worden (DeepNudes) of veranderd. Burgers moeten beschermd worden tegen ongewenste digitale ingrepen op hun lichaam.

4. We willen duidelijkheid over nieuwe digitale eigendomskwesties
Van wie zijn data? En profielen? “Is ons eigendom geschonden als iemand in AR een scheldwoord op onze muur schildert?” Juridische kaders moeten verhelderd en geüpdatet worden, zodat offline regels ook online gelden.

5. We willen leven in een inclusieve digitale wereld
Stereotypes en uitsluiting worden uit de offline-wereld mee online genomen. Bij de ontwikkeling van nieuwe toepassingen moeten bedrijven inclusie centraal stellen.

6. We willen kunnen weten dat iets nep is
Immersieve technologieën kunnen verwarrend zijn. Ontwikkelaars moeten gebruikers vooraf informeren dat iets nep is.

7. We willen bescherming tegen manipulatie en beïnvloeding
Deze technologieën maken manipulatie en beïnvloeding makkelijker, omdat bedrijven zoals Google en Facebook allerlei informatie hebben over persoonlijkheid, gedrag en voorkeuren van hun gebruikers. Dat vraagt om “een samenlevingsbrede inzet nodig, met bijdragen van onafhankelijke journalistiek, investeringen in de mediavaardigheid van burgers en heldere afspraken over hoever beïnvloeding mag gaan”.

8. We willen dat onze gezondheid niet geschaad wordt
We moeten inzicht krijgen in mogelijk negatieve effecten van immersieve technologieën, bijvoorbeeld op ons gedrag (verslaving) en onze gezondheid (denk aan verkeersongelukken bij het spelen van Pokémon GO).

9. We willen een digitale markt met eerlijke machtsverhoudingen
Een klein aantal technologiebedrijven domineert de interneteconomie. Het is voor consumenten lastig om hen tot de orde te roepen. Hun marktmacht vertaalt zich in politieke macht. De overheid moet meer tegenwicht bieden en consumenten beter beschermen.

10. We willen dat publieke ruimtes publiek blijven
Met AR kan je de publieke ruimte anders bekijken (er bestaan apps die daklozen uit het straatbeeld halen). Bovendien kunnen apps de publieke ruimte kapen doordat gebruikers massaal naar één plek samenstromen. Dat vraagt om “een nieuwe sociale etiquette”.

Implicaties
Deze nieuwe technologieën vragen om discussie en dialoog, en uiteindelijk om duidelijke actie. Daarvoor is betrokkenheid van burgers nodig: kennis over en reflectie op deze ontwikkelingen. Het Rathenau doet daarom een oproep aan de burger: “laat je horen en spreek uit wat jij nodig hebt in de digitale wereld van morgen”. Ik zou daaraan toe willen voegen dat dit niet kan zonder hulp van journalisten en andere mediamakers om deze thematiek onder de aandacht te brengen. Ook het onderwijs en andere opvoeders zijn hierbij nodig. De tien eisen zijn uitstekende input voor discussie.

Een klein eerbetoon aan Robert Slavin, die zaterdag overleed

Soms vragen mensen hoe ik steeds op de hoogte blijf van nieuw onderzoek. Dan begin ik over RSS-feeds die ik volg en geef ik ook steevast de Best Evidence in Brief-nieuwsbrief als tip. Tweewekelijks krijg je dan 4-5 onderzoeken in je mailbox die recent gepubliceerd werden. De drijvende kracht achter die nieuwsbrief was Robert – Bob – Slavin en de man overleed zaterdag op zeventig jarige leeftijd.

De man was natuurlijk veel meer dan die nieuwsbrief. Hij was een heuse motor achter effectief onderwijs en ontwikkelde met zijn vrouw het Success for All programma in de VS. Dit programma richtte zich op het verbeteren van het basisonderwijs en middenschool specifiek ook voor kinderen met een meer uitdagende achtergrond.

Deze aandacht voor de zwakkeren in de samenleving stond ook de voorbije maanden nog centraal in zijn werk. Hij pleitte onvermoeid voor de invoering van een groot tutorenplan om de toegenomen verschillen door Corona weg te werken. Gisteren lanceerde zijn team – die zijn werk verder zet – nog proventutoring.org. Het is een site met 14 bewezen effectieve tutoring aanpakken. Hij heeft spijtig genoeg de release van deze site niet meer mogen meemaken.

Va bene, Bob, je hebt het verschil gemaakt voor heel veel kinderen.

Ik was te gast bij Buiten de Krijtlijnen: Armoede in de klas (TTVL)

Elke maand maakt Buiten de Krijtlijnen een speciale podcast in samenwerking met Teacher Tapp Vlaanderen waarin verschillende vragen samengenomen worden rond een bepaald thema. Dit keer bespreken we samen verschillende vragen over armoede in de klas:

Deze aflevering werd gemaakt in samenwerking  met Teacher Tapp Vlaanderen. Meer info over deze app vind je op www.deleraardenkt.be

20 procent van alle kinderen groeit op in armoede. Dat wil zeggen dat hun ouders of voogd minder verdienen dan de armoededrempel die op 60 procent van de mediaan van het Belgisch inkomen ligt. Dat is 1 op 5. Die kinderen zitten ook op school en dat maakt dat armoede in de klas een zeer impactvol thema is  in onderwijs.

De voorbije weken werden hierover een aantal vragen gesteld aan de gebruikers van Teacher Tapp. Zo werd er gevraagd naar wat schoolbeleid  is en wat leerkrachten zelf doen in de klas rond armoede. 

In deze podcast duiken we in de resultaten op deze vragen en leggen we die voor aan pedagoog en onderwijsexpert Pedro De Bruyckere. Hij dook in de resultaten en geeft ons zijn analyse van jullie antwoorden. 

Denk jij nu, ik wil ook meedoen met die Teacher Tapp-applicatie en elke dag die bevraging in vullen, wel dat kan, zonder enig probleem. Ga dan als de bliksem naar de app-store en download de Teacher Tapp Vlaanderen app. In een paar klikken kan je meedoen.

Er is niet enkel leervertraging

Gisteren brachten verschillende kranten resultaten van Teacher Tapp Vlaanderen over leervertraging, waarbij de grootste groep van onze respondenten aangaf dat vooral inzicht onder corona te lijden had, behalve in kleuteronderwijs en BSO waar vaardigheden meer onder druk stonden.

Ik kreeg ook een paar reacties van leraren die stelden dat ze zich hier helemaal niet herkenden. Een sprak zelfs van een duidelijke leerversnelling. Ik twijfel er niet aan dat ze gelijk hebben. Wat we de voorbije 12 maanden gezien hebben in de resultaten uit de meeste landen is dat de verschillen groter geworden zijn. Dit kan zowel zijn tussen de kinderen onderling als tussen de scholen. Eerder kreeg ik bijvoorbeeld al een berichtje van een school die vorig schooljaar nog zowat enkel rekenen en taal deden toen de school weer open ging. Dat hun leerlingen op die vakken nu beter scoorden, zal wellicht niet verbazn.

Ook uit onze bevraging bleek dat zowat 1 op 10 leraren geen leervertraging merkten. Dit ligt dus in lijn met andere onderzoeken. Ook als het gaat over welbevinden en mentaal welzijn zijn er nog steeds enorme verschillen merkbaar. Dat het met een verontrustend grote groep niet goed gaat, wil terug niet zeggen dat het met alle tieners of studenten slecht gaat.

Daarom is het belangrijk te beseffen dat lineaire maatregelen vaak niet de oplossing zullen zijn voor de huidige uitdagingen. De noden tussen scholen én binnen scholen zijn daarvoor te verschillend en lineaire maatregelen kunnen de verschillen net groter maken. Het is ook de reden waarom in vele landen de scholen zelf aan de stuurknuppel zitten.

Trouwens: die leerlingen die momenteel aan het excelleren zijn, daar moeten we misschien best ook kijken over hoe we hen nog meer kunnen stimuleren?

Hoe zou het nog zijn met… de eindtermen basisgeletterdheid?

Momenteel is het beleid heel erg bezig met de eindtermen van de tweede en derde graad en de voorbereiding van de eindtermen basisonderwijs, maar twee jaar geleden werden de eindtermen voor de eerste graad ingevoerd. Daarbij was een belangrijke vernieuwing dat invoering van eindtermen basisgeletterdheid. Wat waren die eindtermen ook al weer?

De eindtermen basisgeletterdheid moeten door elke individuele leerling bereikt worden op het einde van de 1ste graad, zowel in de A-stroom als in de B-stroom. Eindtermen die een attitude aangeven, zijn door de school bij de leerlingen na te streven. (bron)

Mijn studenten Sarah Sap en Marlies Tuttens schreven een prima bachelorproef met verschillende scenario’s hoe dit zou kunnen aflopen. Maar hoe lijkt het nu echt te verlopen?

Volgens de inspectie bij de voorstelling van de meest recente Onderwijsspiegel worstelen veel scholen met precies de evaluatie van deze eindtermen basisgeletterdheid.

Bij het Katholiek Onderwijs staat alvast dit in de leerplannen:

(zie deze tweet)

Vrij vertaald: de eerste paragraaf toont de eigenlijke bedoeling van de overheid, de tweede paragraaf stelt dat de delibererende klassenraad de premisse van de eindtermen basisgeletterdheid kan overrulen.

Hiermee wordt de kans kleiner dat de eindterme basisgeletterdheid een nieuwe ondergrens wordt waar men zich op zal richten, anderzijds kan het betekenen dat deze specifieke eindtermen vooral meer planlast opleveren omdat ze kunnen vervellen tot een puur administratieve maatregel die zijn doel voorbij schiet. Ik schets nu twee negatieve uitersten, de waarheid zal wellicht, hopelijk niet zo extreem zijn.

Toch is het verhaal rond deze eindtermen basisgeletterdheid nog niet gedaan. Deze eerste ronde die nu afloopt, werd natuurlijk gekenmerkt door een virus. Dat men op verschillende manieren billijk wil delibereren is maar normaal. Tegelijk komen er centrale toetsen aan die misschien hier vanaf 2023 ook wel een rol kunnen in spelen waardoor het voor delibererende klassenraden moeilijker wordt om zomaar dingen of beter doelen door de vingers te zien.

Wordt dus vervolgd…

Misschien nu al vooruitkijken naar eind september voor het hoger onderwijs?

De wereld zou eind mei – of was het eind juni – er helemaal uitzien. Ik blijf hopen. Tegelijk is dat laat voor mijn studenten en bij uitbreiding alle studenten hoger onderwijs. Het was geen makkelijk jaar – voor niemand, maar zeker niet voor hen. Ik maak me weinig illusies of we hen nog veel normaals zullen kunnen bieden de komende twee maanden.

Daarom even over komende september. Alles normaal? We hebben dit wellicht al te vaak gedacht. Maar we kunnen het echt niet maken om nog een academiejaar abnormaal te laten opstarten. Besef ook dat we anders studenten gaan laten afstuderen als bachelors die nooit een academiejaar gekend hebben dat ook maar een beetje op normaal leek.

Het is moeilijk vooruitkijken in deze tijden, maar tegelijk heb ik het te vaak het gevoel dat we dat ook anderzijds te weinig doen. Misschien doen we hierdoor dan overbodig werk – ook niet vreemd in deze tijden – maar tegelijk kunnen we bijvoorbeeld sneltesten en mogelijks andere zaken uitproberen de komende weken/maanden?

Misschien kunnen we zo zelfs meer mogelijk maken dit academiejaar nog voor de examens, zodat het voor sommige studenten niet weer de examens de enige momenten op de campus worden.

Ja, ik blijf hopen.