Ziezo, het laatste blogbericht van dit schooljaar, dit academiejaar, dit seizoen. Ik heb al jaren de gewoonte om dan terug te kijken en eventueel de meest gelezen blogposts te herhalen. Maar ik moet bekennen dat ik daar weinig zin in had. Misschien is het de hitte van de voorbije dagen?
Wel wil ik iedereen bedanken die deze blog heeft gelezen, commentaar heeft gegeven via alle mogelijke kanalen, vragen heeft gesteld, me heeft getriggerd en me soms ook gewoon regelrecht heeft ontroerd.
Maar mag ik even stilstaan bij een positieve evolutie die ik de voorbije maanden heb kunnen vaststellen?
De voorlaatste dag van het schooljaar. Laten we eindigen met een rijke aflevering vol nuances. In de juni-aflevering van Het Onderwijsnieuws praat ik met Rink over vier thema’s die rechtstreeks betrekking hebben op de onderwijspraktijk.
Er zijn onderwijsinterventies waarvan we al lang weten dat ze behoorlijk goed kunnen werken. In mijn wereld is high-impact tutoring, of high-dosage tutoring, daar waarschijnlijk het bekendste voorbeeld van. Leerlingen krijgen meerdere keren per week intensieve begeleiding in kleine groepjes van twee of drie leerlingen. De resultaten zijn doorgaans indrukwekkend. Maar toch blijft er een ongemakkelijke vraag hangen. Minder of het werkt, maar veel ongemakkelijker: of we het ons wel kunnen veroorloven.
We hadden het er al uitgebreid over in Juffen zijn Toffer dan Meersters én in Bijna Alles Wat Je Moet Weten Over Psychologie, maar het viel me op hoe vaak dezelfde misverstanden over intelligentie maar blijven terugkomen. Dat is misschien tegelijkertijd niet zo vreemd. Intelligentie en intelligentieonderzoek zijn al meer dan een eeuw onderwerpen die sterke reacties kunnen oproepen, zoals ik zelf ook al af en toe kon merken. Historisch gezien kan IQ voor sommigen bijna alles verklaren, terwijl het voor anderen nauwelijks meer is dan een sociaal construct. De werkelijkheid is, zoals zo vaak, genuanceerder en die nuance herhaal ik graag.
Nee, ik heb het niet over een of ander WK met allemaal mannen die achter ballen aanlopen op ontiegelijke uren, maar wel over de verkiezing van het onderwijsboek van het jaar! Deze prijs werd zaterdag uitgereikt op ResearchED. Wij waren genomineerd met Bijna Alles Wat Je Moet Weten Over Lesgeven, maar… noch Liese, noch Jeroen, noch ikzelf konden erbij zijn. Daarom namen we het onderstaande filmpje op (drie maal raden wie de Paul is in de video).
Dank aan iedereen die voor ons heeft gestemd! Dank ook aan de duizenden die al het boek kochten (en hopelijk ook al lazen). Je schrijft om gelezen te worden, maar het is en blijft altijd een gok of dat ook effectief zal gebeuren. Grappig moment woensdag toen ik van de trein stapte in Gent Dampoort en er net iemand opstapte met het boek letterlijk in de hand. Ik heb haar maar veel leesplezier gewenst.
Mensen die mijn sociale media volgen, weten al waarover het gaat. Gisteren organiseerde Knack een derde hoorcollege van professor Emeritus Walter Prevenier. De 91-jarige historicus kwam terug een vol auditorium E binnen en zie traditioneel ‘goedemorgen’, omdat hij nu eenmaal gewoon was om 33 jaar lang op donderdagochtend Historische Kritiek te geven. Een van de vorige lessen deelde ik al eerder op deze blog.
Gisteren mocht ik het Education Festival in Den Haag openen. Voor één keer gaf ik geen keynote die vertrok vanuit een overzicht van onderzoek. Wel vertrok ik vanuit een reeks vragen die me al een hele tijd bezighouden. Hoe denken we eigenlijk over onderwijs? We hebben verschillende kaders. We hebben verschillende perspectieven. En dan bestaat het gevaar dat je een kader gaat toevoegen. Ja, terechte vrees. En toch, ik deed het lichtjes anders.
Ik ben een man van de wetenschap. Kwalitatief, kwantitatief, meta-analyses. Je leest er hier bijna dagelijks over. Altijd op zoek naar een beter antwoord, steeds dichter proberen te komen bij de waarheid, goed beseffende dat we die wellicht nooit volledig zullen kennen.
Maar waarom die ene van je houdt, of erger nog: waarom die ene niet van je houdt? We kunnen vermoedens hebben, correlaties vinden en modellen bouwen, maar uiteindelijk houdt de wetenschap het ook daar vooral op hypotheses.
Of waarom pedagogen zo graag moeilijke woorden gebruiken. Subjectificatie bijvoorbeeld. Of performativiteit. Of pedagogische tact. Dat zijn ongetwijfeld belangrijke concepten, maar de vraag waarom we ze niet gewoon “mens worden”, “alles moeten meten” of “gezond verstand” noemen, blijft voorlopig onbeantwoord.
Misschien heeft het te maken met identiteit. Misschien met academische tradities. Misschien met een diepgewortelde behoefte om een eenvoudig idee van voldoende lettergrepen te voorzien. Misschien is het een overlevingsstrategie. Als niemand begrijpt wat je zegt, kan ook niemand je tegenspreken. Al blijken andere pedagogen daar verrassend weinig moeite mee te hebben.
En dan zijn er nog de echt moeilijke vragen. Waarom schreef Charles meer dan dertig jaar geleden iets in zijn dagboek over Linda en een Raaf? Waarom houdt Joris niet van paprikachips? En waarom is er een vrachtwagen vol plastic flamingo’s onderweg naar het station?
Daar heeft de wetenschap voorlopig geen antwoord op. Mila wellicht wel. Maar die denkt er nog even over na.
Een nieuwe maand, dus een nieuwe podcast over de voorbije maand! In de mei-editie van Het Onderwijsnieuws praten Rinke en ik weer over een brede waaier aan actuele thema’s die het onderwijslandschap in Vlaanderen en Nederland momenteel bezighouden.