Een hartekreet van Wouter Deprez en ik kan ze wel begrijpen

Mensen die me kennen, weten dat ik niet tegen technologie op school ben, al kan ik wel kritisch uit de hoek komen. Als vader en als pedagoog kan ik deze hartekreet van Wouter Deprez zeer goed begrijpen. Het vormt een ingrijpen in wat je thuis doet en afspreekt met je kinderen. Lijkt me zinvol om hier een goed debat over op gang te brengen. Niet om technologie te bannen an sich, maar wel om kosten en baten goed in kaart te brengen en tegenover elkaar af te wegen.

Herwaardering van het beroepsonderwijs? Deze scholen doen het met succes!

Beeld je eens in dat elke week in bijna elke weekendkrant er een halve pagina of meer uitgetrokken wordt om het werk van een oud-leerling uit het beroepsonderwijs kritisch te bespreken. Kritisch, daardoor vaak lovend, soms minder. Beeld je tegelijk in dat oud-leerlingen van beroeps- en technische scholen zo trots zijn op hun oude school dat ze aan hun deur letterlijk een plakkaat hangen van hun oude school met daarop de woorden ‘hier werkt een oud-leerling van…’. Je kan het misschien niet geloven, maar beeld je in dat sommige van die oud-leerlingen behandeld worden als supersterren en eigen tv-programma’s krijgen. Of wacht, beeld je in dat die scholen zo gewaardeerd worden, dat ’s avonds volwassenen ook nog naar die scholen willen gaan om bij te leren.

Onrealistisch? Te vergezocht? Het gebeurt nochtans nu al, hoor. Alles wat ik net beschreef is echt, maar we maken zelden of nooit de link met het beroepsonderwijs. Welke sector? Horeca. Elke week zie je de besprekingen van nieuwe restaurants in de weekendkranten. Let maar eens op hoe vaak aan een restaurant, chocolatier,… een trots plakkaat hangt met de boodschap dat daar een oud-leerling van Ter Duinen, hotelschool Gent, Ter Groene Poorte of een van de andere hotelscholen werkt. Ik noem bewust naast de twee bekendste een school die hier de voorbije jaren effectief zelf ook werk van maakte.

En die supersterren? Jeroen Meus, Sergio Herman, Piet Huysentruyt, Peter Goossens… Het lijstje is enorm lang. En bijna niemand denkt bij hen aan het beroeps- of technisch onderwijs. Ik zou zelfs willen schrijven spijtig genoeg omdat we dan misschien sowieso met zijn allen meer waardering zouden hebben voor deze opleidingen.

Misschien moeten we daarom bij het nadenken over het herwaarderen van de beroepsopleidingen wel eens kijken naar deze sector. Hen lukt namelijk waar vele anderen terecht van dromen.

Het gevecht tegen ChatGPT

We zijn nu iets meer dan een maand na de release van ChatGPT en het blijft de gemoederen beroeren. Hoe gaan we er mee omgaan in het onderwijs als er een tool komt die ogenschijnlijk goede teksten kan schrijven? Het lijkt alsof we een nieuwe ronde terecht zijn gekomen van hoe onderwijs worstelt met technologie. Eerdere voorbeelden zijn alle problemen met online examineren en pogingen tot proctoring, of alle plagiaatsoftware die nodig is sinds je zeer makkelijk veel teksten online kan vinden om te copy-pasten.

Een van de verwachte gevolgen is een verbod, wat nu in New York in de scholen gebeurt. Maar dat is natuurlijk een doekje voor het bloeden. Alsof kinderen thuis geen toegang hebben tot de tool? Of gaan we vanaf nu ook verplichten dat alle papers en opstellen op school geschreven worden, onder toezicht, op pen of papier?

Net zoals er plagiaatsoftware bestaat, duiken er ook verschillende tools op om AI-gegenereerde teksten te herkennen. GTPZero is een nieuwe, ik probeerde zelf eerder al een andere.

Mijn collega Casper Hulshof raadde studenten tegelijk ook al ChatGPT aan op een manier die ik daardoor ook al gebruikte: als spellingcontrole op steroïden.

Net zoals na de doorbraak van internet-sites met boekbesprekingen, zullen leerkrachten vooral creatief moeten omgaan met opdrachten tot de volgende doorbraak.

En mocht je denken dat schrijven nu toch niet meer belangrijk is, check wat Frederik Anseel hierover schreef. Zelf trouwens.

Een beetje commentaar (en tips) na de peilingsproeven!

Er zijn nieuwe resultaten van peilingsproeven en ik deelde net wat commentaar met linken op Twitter. Maar omdat het speeltuintje van Elon Musk aan populariteit inboet, deel ik het hier ook nog even:

“Leerlingen slagen voor Nederlands, maar te weinig halen eindtermen wiskunde” kopt De Morgen. In het artikel staat ook een belangrijk maar niet verrassend inzicht:

Maar hoe werk je aan hoge verwachtingen? Gelukkig hebben de Nederlandse collega’s van het NRO(oneerbiedig zou ik hen het Nederlandse Leerpunt kunnen noemen 😉 ) hier al een goed uitgebreid antwoord op geformuleerd dat je hier kan bekijken:

Het andere punt, ervaring is een pijnlijk probleem. Iedereen moet natuurlijk starten en ervaring opbouwen. Maar… bij ons krijgen vaak de minst ervaren leraren de meest uitdagen groepen. Dit is geen reclame voor de job, noch komt het die leerlingen ten goed. Dit oplossen zou echt wel een effect kunnen hebben op veel manieren, zie ook dit recente rapport en presentatie van de OESO.

Misschien nog iets: ik had het erger verwacht. Dat taal relatief goed scoort is een opsteker voor iedereen in het onderwijs die de boodschap heeft opgepikt na PIRLS en PISA dat het dringend nodig was hier iets aan te doen.

Tegelijk, er zijn duidelijk nog meer dan genoeg werkpunten en aandachtspunten (en remember wat eindtermen, sorry minimumdoelen zijn). Maar vergeet dus ook niet de opsteker!

Enkele eenvoudige vragen na (of voor een volgende) les

Na een les, of nog beter tijdens de voorbereiding van een les, welke didactische vragen kun je jezelf zoal stellen?

Ik kwam bij de volgende vragen uit, welke zou jij stellen?

  1. Welke voorkennis hebben mijn leerlingen nodig? Hoe weet ik of ze die hebben? Hoe ga je om met hiaten in de voorkennis?
  2. Hoe vaak moeten je leerlingen zelfstandig denken vandaag?
  3. Ga je vandaag dingen herhalen van
    • vorige les
    • vorige week
    • vorige maand
    • vorig semester?
  4. Hoeveel leerlingen kwamen de voorbij les of sessie aan bod?
    • allemaal
    • drie kwart
    • ongeveer de helft
    • een kwart
    • minder dan de helft
  5. Hoe wist je dat je leerlingen de les begrepen hebben?

De verwoestende verantwoordelijkheid van een enkeling of een paar enkelingen

Het was een tijdje na het uitbreken van het schandaal rond Sihame El Kaouakibi. Ik sprak met een andere sociale ondernemer die klaagde dat hij merkte hoe mensen hem nu minder geloofden. Het stak hem erg dat de gedrag van die enkeling heel erg afstraalde op de hele sector.

Het is een mechanisme dat we vaak zien. Van de rellen in Brussel die afstralen op een hele bevolkingsgroep over de schandalen in de kinderdagverblijven tot de verhalen die recent opdoken over onderwijs. Behalve de directe slachtoffers, leidt een hele groep mensen ongewild en onterecht gezichtsverlies. Die enkelingen hebben een verwoestende verantwoordelijkheid, maar het is een illusie te denken dat dergelijke daders ooit helemaal zullen verdwijnen. Laten we dus ook naar de perceptiekant kijken.

Het is wellicht iets menselijks, maar hoe ga je met dergelijke beeldvorming om? Misschien door ook de mooie voorbeelden genoeg te tonen? Misschien maar slecht nieuws verkoopt nu eenmaal meer (online) kranten en mooie voorbeelden gaan fout als ze net gezien worden als een uitzondering, waardoor ze een negatief beeld kunnen versterken.

Misschien kan net het gewone, “het leven zoals het is”, hier een meest gezonde tegenstem zijn.

Of gewoon wij als publiek die beseffen dat negatief nieuws vaak toch wel een uitzondering is, dat kan ook.

Mijn stuk vandaag in De Morgen: Kwetsbare kinderen dubbel de dupe van lerarentekort

Vandaag sta ik met een opinie in De Morgen:

Basisscholen met kwetsbare kinderen worden harder getroffen door het lerarentekort, blijkt uit een analyse van data van het Katholiek onderwijs door Kristof De Witte en KU Leuven-collega’s. Dit zal weinig mensen verbazen. Dergelijke scholen komen vaker voor in een stedelijke context, waar het lerarentekort sowieso al groter is, en leraren hebben door het tekort vaak maar te kiezen waar ze kunnen werken.

Dat dit de gelijke kansen niet ten goede komt, mag evenmin verbazen. Deze kinderen krijgen op deze manier gemiddeld minder les dan andere kinderen, terwijl ze net deze tijd met een leerkracht dubbel zo hard kunnen gebruiken.

Maar er is meer aan de hand. Als we kijken naar wat momenteel volgens onderwijsonderzoek zowat het hoogste leereffect heeft, dan is dat collective teacher efficacy, in het Nederlands collectieve doelmatigheid. Dit concept bedacht door de Amerikaans-Canadese psycholoog Albert Bandura in de vorige eeuw, beschrijft het collectieve geloof van een team in zichzelf. Het geloof dat je als team het verschil kan maken.

Er zijn gelukkig nog steeds een pak leraren die het beste van zichzelf geven voor deze kinderen, maar dit individuele geloof, self-efficacy, heeft maar een derde van de impact van een collectief geloof van een team, blijkt uit onderzoek van onder andere Rachel Ells en John Hattie. Zo zijn deze kinderen dubbel de dupe.

Eerder onderzoek (van Belfi en collega’s) toonde al dat in Vlaanderen net op deze scholen de collectieve doelmatigheid significant kleiner was dan in de rest van het Vlaamse onderwijs. De reden is niet ver te zoeken. Dit waren al scholen waar er een draaideur stond voor het personeel waarbij steeds nieuwe leerkrachten binnenkomen en er even vaak weer leraren vertrekken. Een groot verloop van personeel zorgt ervoor dat het moeilijker is om een team te vormen. Nu komt er nog bij dat er meer mensen de draaideur gebruiken om de school te verlaten dan dat er binnenkomen.

Wat valt hier aan te doen? De job van leerkracht in deze scholen aantrekkelijker maken, maar hoe? Meer loon of een bonus wordt soms geopperd. Dit kan helpen om dichter bij de school te wonen, omdat vaak veel leraren lang moeten pendelen om in deze scholen les te geven. Maar of dit genoeg zal zijn, is nog maar de vraag. De buurt moet ook aantrekkelijk genoeg zijn om met een gezin te gaan wonen. Buitenlandse voorbeelden tonen dat sterk schoolleiderschap en een uitgesproken visie ook kunnen helpen. Zelf ben ik voorstander om het werk van deze leerkrachten ook op een andere manier te erkennen met zowat het beste wat onderwijsmensen kennen: tijd. Laat deze onderwijzers en onderwijzeressen bijvoorbeeld iets minder les geven. Ze hebben namelijk relatief meer overleg omdat er nu eenmaal meer kinderen met problemen zijn waarvoor ondersteuning en dus overleg nodig is. Ook meer ondersteuning van deze leraren is broodnodig, iets waar bijvoorbeeld Teach For Belgium of verschillende stedelijke onderwijscentra al op inzetten.

Het is belangrijk om net deze jobs aantrekkelijker te maken dan te hopen dat bijvoorbeeld ICT dit probleem zal oplossen zoals sommigen opperen. Een onderwijs waarbij de arme kinderen het met schermpjes moeten doen terwijl de rijke kinderen een mens van vlees en bloed krijgen, lijkt me eerder McDonaldisering van het onderwijs dan een te volgen weg.

Ik verander binnenkort van werk… #Leerpunt

Toen ik afstudeerde als leerkracht aan de KLBO in Eeklo droomde ik er van om lerarenopleider te worden. In september 2001 was het zover. Ik weet nog dat mijn eerste vergadering met collega’s op Artevelde op… 9/11 was. De voorbije 21 jaar is er heel veel gebeurd. Wist ik toen veel dat ik boeken zou schrijven, een doctoraat zou behalen, veel platen zou producen en opnemen en aan universiteiten zou werken. Maar… terwijl ik dit allemaal deed, bleef er 1 constante: ik bleef altijd les geven aan toekomstige leraren in Gent. Duizenden heb ik er zien passeren. Het was een bewuste keuze waarvan ik nooit dacht te zullen afwijken.

Tot nu. Het was een journalist die het me al ergens in mei vroeg: dat onderwijscentrum dat gepland wordt, ga jij dat niet leiden? Ik zei toen direct nee, had de vraag nog niet gekregen, maar het zette me wel aan het denken. Dit zorgde er voor dat toen de vraag onlangs kwam, ik er al uitgebreid over nagedacht had en het ook goed doorgesproken had met mijn vrouw.

Waarom ik het doe? Al jaren geleden had ik al gepleit voor een EEF-achtige stichting. Het landde toen niet in Vlaanderen, maar ik trok mee aan de kar in Nederland. Ben al jaren lid van de kennisbenuttingsraad van het Nederlandse NRO, heb goede contacten met mensen van Deans for Impact, enz. Allemaal organisaties die ik benijd voor de rol die ze hebben in het vertalen van onderzoek naar het onderwijsveld én van noden binnen het onderwijs naar het onderzoeksveld. Toen ik zag dat dit de invalshoek zou worden voor Leerpunt, met een gegarandeerde onafhankelijkheid, tja, hoe kan je dan zoiets weigeren?

Besef goed dat het pijn doet om mijn studenten in Vlaanderen, Teacher Tapp, WADDIST, het datageletterdheid-onderzoek,… op te geven. Onafhankelijkheid is cruciaal voor de job, dus ik kan niet verbonden zijn aan een Vlaamse instelling. Ik ga niet fulltime aan de slag voor Leerpunt, ik blijf wel onder andere onderzoek doen en les geven in Nederland omdat ik het echt niet kan missen.

De komende maanden wordt een overgangsperiode. Ik ben nog een maand actief bij TTVL en ga volgend semester nog 1 vak geven in Gent omdat het de laatste keer is dat het vak gegeven wordt in het oude curriculum.

Ik heb lang getwijfeld of ik zou blijven bloggen. Maar het antwoord is ja. Al meer dan 12 jaar probeer ik via deze weg, via mijn boeken, via mijn lezingen onderzoek dicht bij de praktijk te brengen. Stoppen met bloggen zou een kanaal afsluiten dat ook Leerpunt kan helpen bij de opstart. Ik ga er nu vooral voor zorgen dat die connectie tussen onderzoek en praktijk nog meer gestructureerd zal gebeuren in Vlaanderen en hiervoor samen werken met veel partners, nationaal en internationaal.

Wat als de man achter een theorie een creep blijkt te zijn (deel zoveel)

Deze week kwam eindelijk uit wat ik al een tijdje via de geruchtenmolen gehoord had. Een vrij bekende professor uit Leuven binnen mijn eigen vakgebied werd veroordeeld voor de verkrachting van een studente. Zoals uit dit artikel blijkt, waren dit wellicht niet de eerste feiten en ik kreeg de voorbije dagen van verschillende vrouwen privé-berichten dat ze absoluut niet verbaasd waren bij het nieuws.

Maar… de man is ook bekend voor een onderwijskundig model dat in verschillende beroepsopleidingen in Vlaanderen en Nederland zowel in het secundair onderwijs als in hogescholen gebruikt wordt om het onderwijs vorm te geven. Wat moeten deze scholen nu?

Dit is een moeilijke vraag. Toen ik enkele jaren geleden er in een blogpost op wees dat sommige bekende pedagogen uit de verre geschiedenis allesbehalve doetjes waren geweest, kreeg ik behoorlijk kwade reacties omdat veel van deze namen nu nog staan voor een bepaald type van onderwijs. Het voordeel van deze namen was wel dat ze al lang dood zijn en dat je hun (foute) ideeën of gedrag deels in hun tijd kon kaderen. Maar wat met iemand die nu leeft en heel foute zaken blijkt gedaan te hebben?

Je zou kunnen beargumenteren dat je gewoon moet kijken naar de ideeën en niet naar de persoon of 1 van de personen achter de ideeën. Maar wat als die persoon psychopatische trekjes lijkt te hebben of op zijn minst door een rechtbank omschreven werd als een seksueel roofdier? Ik kreeg gisteren daarover deze (retorische) vraag:

Het is net als bij Michael Jackson of Kevin Spacey. Mag of kan je nog genieten van de muziek of de acteerprestaties? Worden de songs minderwaardig, de acteerprestaties opeens slecht? In mijn voorstelling over onderwijs vergelijk ik het probleem met de zaak rond Bertrand Cantat, de zanger van Noir Desir. Ondertussen hoor je zijn oude hit wel weer af en toe op de radio zonder de verwijzing naar de overleden actrice, maar tegelijk ging het terug op tour gaan van de zanger voor veel mensen een paar bruggen te ver. Maar ook denken weinig mensen nog aan het seksuele wangedrag van de veroordeelde Chuck Berry als ze zijn muziek horen. En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.

Om het nog moeilijker te maken, is er het probleem dat alhoewel de prof zelf het uitgangsbord van het model was, hij zeker niet de enige naam was die er rond werkte. Worden de anderen dan niet onterecht het bad in getrokken?

Als je nu denkt dat ik ga eindigen met een grote conclusie, moet ik je teleurstellen. Ik loopt er namelijk zelf op vast. Wat denken jullie?