Facebook lanceert nieuwe viral video-app voor tieners: Lasso

Dit is Tik Tok, een alternatief voor Musical.ly dat al aan tijdje populair aan het worden is:

En je weet wat Zuckerberg en co doen als een app populair wordt op sociale media: opkopen of kopiëren. In dit geval werd het, het laatste met de nieuwe app: Lasso:

En wat valt vooral op? De jaren 90 lijken helemaal terug.

Hoe een kleine Zweedse internet-provider wetenschappelijke uitgever Elsevier aanpakt

Bahnhof is een Zweedse internetprovider die een eigen, persoonlijke strijd voert tegen Elsevier, een van de grootste wetenschappelijke uitgevers. De reden is Sci-hub, de handige maar illegale gratis toegang tot wetenschappelijke publicaties. Elsevier wilde de Zweedse internet-providers verplichten deze site te blokkeren voor hun gebruikers. Bahnhof heeft echter vrije toegang en vrije meningsuiting hoog in het vaandel en wou naar de rechter trekken hiertegen. Toen ze merkten dat andere, en grotere providers tegen Elsevier al het onderspit hadden gedolven, vonden ze een andere oplossing… Ze blokkeren Sci-Hub én de websites van Elsevier.

Maar het gaat nog verder. De provider zorgde ook voor dat hun eigen websites niet meer kunnen bekeken worden door de Patent en Market rechtbank.

(bron BoingBoing)

Een jaar na de verlenging naar 280 tekens op Twitter: vrijwel niemand maakt er gebruik van (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Een jaar geleden was de overgang definitief: twitteraars hadden niet langer 140, maar 280 tekens tot hun beschikking. Het leidde tot gemopper (onder andere van mij) en uiteindelijk, zoals die dingen gaan, tot acceptatie. Twitter maakte cijfers bekend waaruit blijkt dat vrijwel niemand iets doet met die extra ruimte.

Op een rijtje:

  • De meest voorkomende lengte van een tweet is gedaald, van 34 naar 33 tekens;
  • 88 procent nog steeds 140 tekens of minder;
  • Slechts één procent van de tweets raakt aan de 280 tekens-limiet.

Het gebruik van afkortingen is daarentegen wel gedaald. ‘SMS taal’ als u r, w8 en b4 is dus definitief uit. Daarnaast zijn mensen beleefder geworden: het gebruik van please en thank you is gestegen met respectievelijk 54 en 22 procent.

(Ik kon de bron bij Twitter niet vinden, maar verschillende Amerikaanse techblogs zoals dezedeze en deze deelden de data.)

Opvallende statistiek: jonge Amerikanen kunnen beter feiten van meningen onderscheiden in nieuws

PEW publiceerde vorige week dit interessante onderzoek en bijhorende analyse die ergens ook wel hoop geeft:

Dit waren de concrete resultaten voor de verschillende statements, die terug wel aangeven hoeveel het ook nog steeds niet goed kunnen:

Terwijl je vannacht sliep was YouTube down

We zijn het niet meer gewoon, maar zelfs de grote webgiganten zoals Facebook of Google kunnen technische problemen hebben. Vannacht was het de beurt aan YouTube:

En het was geen kleine storing, want de website én de app werkte niet. Maar goed nieuws: ondertussen zijn de kat video’s terug!

Verbond Facebook echt de wereld met elkaar?

Het lijkt wel alsof Internet en meer recent Facebook de wereld kleiner heeft gemaakt, maar is dat echt zo? Hebben we massaal veel contact met de rest van de wereld via sociale media zoals Marc Zuckerberg graag stelt?

Bailey en collega’s onderzochten dit in samenwerking met oa Facebook en wat blijkt? Nou, nee. De meeste mensen hebben vooral contact met mensen in hun eigen buurt. We blijven ook op sociale media vooral onder de eigen kerktoren. Er zijn uitzonderingen, maar waar je woont bepaalt vooral met wie je contact hebt. Voor leuke visualisaties bij dit onderzoek, check The NY Times.

Abstract van het onderzoek:

Social networks can shape many aspects of social and economic activity: migration and trade, job-seeking, innovation, consumer preferences and sentiment, public health, social mobility, and more. In turn, social networks themselves are associated with geographic proximity, historical ties, political boundaries, and other factors. Traditionally, the unavailability of large-scale and representative data on social connectedness between individuals or geographic regions has posed a challenge for empirical research on social networks. More recently, a body of such research has begun to emerge using data on social connectedness from online social networking services such as Facebook, LinkedIn, and Twitter. To date, most of these research projects have been built on anonymized administrative microdata from Facebook, typically by working with coauthor teams that include Facebook employees. However, there is an inherent limit to the number of researchers that will be able to work with social network data through such collaborations. In this paper, we therefore introduce a new measure of social connectedness at the US county level. Our Social Connectedness Index is based on friendship links on Facebook, the global online social networking service. Specifically, the Social Connectedness Index corresponds to the relative frequency of Facebook friendship links between every county-pair in the United States, and between every US county and every foreign country. Given Facebook’s scale as well as the relative representativeness of Facebook’s user body, these data provide the first comprehensive measure of friendship networks at a national level.

Is er iets grondigs fout in bepaalde wetenschappelijke disciplines?

Ik moet bekennen: ik ben een fan van Alan Sokal, verantwoordelijk voor de Sokal hoax.

De Sokal-affaire betreft een hoax uit 1996, bedacht door Alan Sokal, hoogleraar in de natuurkunde aan New York University. Sokal stuurde een nepartikel, doorspekt met onzinnige redeneringen en pseudowetenschappelijk jargon, naar het Amerikaanse academische tijdschrift Social Text. Hij wilde, bij wijze van experiment, te weten komen of een goed geschreven maar compleet onzinnig artikel gepubliceerd zou worden in een postmodern tijdschrift als het a) goed zou klinken, en b) de redactieleden zou vleien met ideologische maar holle concepten. Het artikel werd inderdaad gepubliceerd en kreeg veel aandacht in de internationale academische wereld. Het bracht een debat op gang over de invloed van ideologie op de wetenschapsbeoefening en de normen voor intellectuele eerlijkheid. (Wikipedia)

Maar… het artikel was niet door een peer review proces gegaan. Sindsdien zijn er nog verschillende Sokal-geïnspireerde pogingen geweest en de man heeft zelf ook veel kritiek gekregen.

Dit zal ook het geval zijn bij dit nieuw voorbeeld dat een pak verder is gegaan. Gedurende 2 jaar heeft een team van drie onderzoekers niet 1 nonsens artikel maar een hele reeks van artikels geschreven én gepubliceerd gekregen in verschillende journals rond gender, feminisme, ras en fat studies. Deze artikels werden wel peer gereviewed en 1 artikel kreeg zelfs een speciale vermelding over hoe goed het wel was. Het artikel gaat over copulerende honden in het park als voorbeeld van verkrachtingscultuur. Een ander artikel is een herwerking van stukken uit Mein Kampf herschreven naar het idee van intersectionaliteit.

De kans is groot dat men terug vooral op de boodschappers gaat schieten – iets wat we ook zien bij de replicatiecrisis – en het blijft een gevaarlijk spel dat het vertrouwen in wetenschap zwaar onder druk zet. Ik vrees ook vooral verdere polarisatie, zeker in tijden waar bijvoorbeeld Orban gender studies wil verbieden. Maar dit onderzoek dateert van voor de beslissing van Orban en de onderzoeken pleiten voor alle duidelijkheid niet voor afschaffen van deze verschillende disciplines. Wel dat er een serieus debat gevoerd wordt over hoe wetenschap moet gevoerd worden. Benieuwd of dat debat zal lukken.

Een uitgebreid pleidooi om schermtijd als oorzaak te zien van dalend welbevinden bij de jeugd

Vorig jaar publiceerde Jean Twenge een boek waarin ze stelde dat de (Amerikaanse) jongeren vandaag zich een pak minder goed voelen en dat volgens haar de oorzaak lag bij het stijgend gebruik van smartphones. Ze kreeg hierop veel kritiek – ook van mij – omdat haar data enkel een correlatie toeliet en het causaal verband niet aangetoond was. De economische crisis, slechte platen van U2,… er zouden zeer veel redenen kunnen geweest zijn.

In een nieuwe paper doet Twenge en haar team nu een zeer uitgebreide poging om hun punt verder te beargumenteren. De data staat nog steeds niet toe om causale verbanden aan te tonen, maar de onderzoekers proberen andere verklaringen uit te sluiten en groeven dieper in de data om nog fijnmaziger de mogelijke link te onderzoeken. En dan merken ze dat kinderen die meer hun telefoon gebruikten dan de kinderen die dit niet deden, zich slechter zouden voelen.

Het is een indrukwekkend werk, maar ik vrees dat ik toch sceptisch blijf om een eenvoudige reden, namelijk andere landen. Als we naar Nederland kijken, hebben we misschien geen data sinds de jaren zestig, maar wel sinds 2000 over hoe gelukkig de Nederlandse jeugd is en dat is ruim voor de daling die Twenge beschrijft in 2012. En die daling lijkt me niet in dezelfde zin zichtbaar terwijl de Nederlandse jeugd wel zeer intensief hun mobiele telefoon begon te gebruiken.

Wil het werk van Twenge en haar collega’s zeker niet wegzetten als onbelangrijk of verkeerd, maar er is nog meer werk aan de winkel.

Abstract van het onderzoek:

In nationally representative yearly surveys of United States 8th, 10th, and 12th graders 1991–2016 (N = 1.1 million), psychological well-being (measured by self-esteem, life satisfaction, and happiness) suddenly decreased after 2012. Adolescents who spent more time on electronic communication and screens (e.g., social media, the Internet, texting, gaming) and less time on nonscreen activities (e.g., in-person social interaction, sports/exercise, homework, attending religious services) had lower psychological well-being. Adolescents spending a small amount of time on electronic communication were the happiest. Psychological well-being was lower in years when adolescents spent more time on screens and higher in years when they spent more time on nonscreen activities, with changes in activities generally preceding declines in well-being. Cyclical economic indicators such as unemployment were not significantly correlated with well-being, suggesting that the Great Recession was not the cause of the decrease in psychological well-being, which may instead be at least partially due to the rapid adoption of smartphones and the subsequent shift in adolescents’ time use. (PsycINFO Database Record (c) 2018 APA, all rights reserved)


Emotion

Editor Paula Pietromonaco