Nee, het gaat niet (weer) over het Stanford Prison Experiment, Milgram (al zijn daar wel geslaagde replicaties),… Vandaag wil ik even stilstaan bij cognitieve dissonantie. Dit is een van die psychologische begrippen die bijna iedereen ooit heeft gehoord. Zelfs wie nooit een cursus psychologie heeft gevolgd, kent meestal wel het basisidee.
Het komt erop neer dat mensen er niet van houden als hun gedrag en overtuigingen met elkaar botsen. Dus als ze iets doen dat eigenlijk niet past bij wat ze geloven, dan passen ze soms hun overtuigingen aan zodat alles weer mooi klopt.
Enkele voorbeelden om dit te illustreren:
- Roken is ongezond, maar ik rook toch? Dan ga ik misschien denken dat de gezondheidsrisico’s overdreven zijn.
- Ik koop een veel te dure auto? Dan begin ik misschien te geloven dat die aankoop eigenlijk perfect rationeel was. (Nota voor mijn vrouw: deze is puur toevallig als voorbeeld).
Het idee klinkt behoorlijk intuïtief correct en menselijk. En het werd een van de invloedrijkste theorieën uit de sociale psychologie. Maar de voorbije jaren gebeurde iets interessants. Niet in eerste instantie met de theorie zelf, maar met een van haar beroemdste experimenten. En op die manier misschien wel uiteindelijk toch met de theorie.

Ik ben geen Temptation Island-kijker. Ik ken het programma vooral van de persiflages in De Ideale Wereld. Maar ik begreep dat de koppels die de uitdaging aangaan beelden van elkaar te zien krijgen en daarop moeten reageren. Natuurlijk kunnen die beelden enorm suggestief zijn en zo de waarheid geweld aandoen.