Je telefoon luistert je echt af – die reclames zijn geen toeval (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Stel je loopt een schoenenwinkel binnen en de verkoper weet exact wat je wilt: deze kleur, deze maat, voor deze gelegenheid. Hoe hij dat weet? Omdat je net bij een andere winkel daarnaar gevraagd hebt en de winkelstraat verkoopt die gegevens direct door. De meeste mensen zouden dat creepy vinden. Online daarentegen gebeurt het voortdurend, en vinden mensen het gemakkelijk. Maar wat als je nog helemaal niet hebt gezocht naar schoenen? Je hebt alleen in een privégesprek met een vriend laten vallen dat je nieuwe schoenen nodig hebt voor de bruiloft van je zus. En opeens belt er iemand bij je aan met een paar schoenen in jouw maat, precies het soort schoen dat je wilde?

Al langer bestaan er vermoedens dat apps op je telefoon meeluisteren met de gesprekken die je voert. Teveel mensen hebben namelijk meegemaakt dat er plots reclames verschenen over iets waar ze alleen over gesproken hadden. Het ads-coinciding-with-conversations-mysterie. Een redacteur van Vice nam de proef op de som. Vijf dagen lang, tweemaal per dag, fluisterde hij zinnen als ‘ik denk erover om weer te gaan studeren’ en ‘ik ben door mijn data heen’. En jawel, daar verschenen de reclames voor universiteiten en dataplannen.

De redacteur sprak met een cybersecurity consultant over hoe het werkt. Facebook (en andere bedrijven als Google) verkopen je data niet direct aan adverteerders. Zij weten dus niet waarover je praat. In plaats daarvan kopen adverteerders in bij deze bedrijven: laat mijn reclame zien als iemand het toevallig heeft over goedkope telefoondata. De redacteur voelde zich gerustgesteld, maar ik niet. Want hoe lang wordt dit bewaard en hoe lang werkt het systeem nog zo?

Nederland weerbaar tegen desinformatie en personalisatie van nieuws (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Nieuws digitaliseert meer en meer en dat leidt tot zorgen, bijvoorbeeld over de verspreiding van desinformatie. Het Rathenau Instituut deed daarom onderzoek naar online nieuwsvoorziening in Nederland, met een nadruk op desinformatie en personalisatie van nieuws. De inzichten zijn bemoedigend: we zijn weerbaar.

Het betrof een literatuuronderzoek, waarbij is gekeken naar wetenschappelijke artikelen, data en rapporten van onderzoeksinstituten (Reuters, Eurobarometer, SCP, NOBO, Pew Research), rapportages van factcheckorganisaties (waaronder Nieuwscheckers en Hoaxmelding), en berichten in de nationale en internationale media. De bevindingen zijn vervolgens besproken met een aantal wetenschappers.

De centrale boodschap is: “Tot nu toe geen grote impact, wel zorgen over de toekomst”. Nederland verschilt van de Verenigde Staten, waar deze ontwikkelingen wel tot problemen leiden. Volgens het Rathenau zit dat verschil in drie essentiële punten:

“1. Ook al bereikt het nieuws mensen steeds meer langs digitale kanalen, toch hebben de klassieke media (kranten en omroepen) in Nederland nog steeds een stevige positie in het medialandschap, zowel offline, als ook online.

2. In Nederland circuleert wel desinformatie op internet, maar over het algemeen is dit clickbait (‘klikaas’), gefabriceerd om mensen naar advertentiesites te lokken. Slechts een beperkt deel daarvan heeft een politiek karakter.

3. Tot op heden werken Nederlandse mediabedrijven nog nauwelijks met algoritmische personalisatie.”

Zorgen die het Rathenau voor de toekomst ziet zijn het manipuleren van audio en video, het steeds menselijker lijken van bots en verdere personalisatie. Bovendien overschatten (vooral) Nederlandse jongeren hun vermogen om de kwaliteit en betrouwbaarheid van online nieuws te beoordelen. Het medicijn daartegen is meer mediawijsheid.

Het Rathenau zet daarbij expliciet in op ‘technologisch burgerschap’:

“Dat houdt in dat Nederlanders meer inzicht verwerven in hoe technologie werkt, dat ze er kritisch over kunnen nadenken en begrijpen wat de betekenis ervan is voor leefwereld en maatschappij. In de context van de online nieuwsvoorziening betekent dit dat ze kritisch kijken naar bronnen en achtergronden van online berichten. Het is van belang dat ze de businessmodellen erachter doorzien. Dit is niet een individuele opgave voor burgers. Zij kunnen hierin gesteund worden door bedrijven die hun zorgplicht serieus nemen en door de overheid die de juiste randvoorwaarden creëert.”

Persbericht en onderzoek Awel: jongeren en terreur in Vlaanderen

Awel heeft net een nieuwe kwalitatieve studie gepubliceerd specifiek deze keer wat de impact van terreur is op jongeren. Ik deel hier graag het persbericht:

Na de aanslagen in Parijs, Brussel en Zaventem, en Manchester contacteerden sommige jongeren Awel, de hulp- en informatielijn voor kinderen en jongeren. Awel voerde een analyse uit op een deel van deze gesprekken. Angst kwam zeer vaak naar voren in de vragen en verhalen. Wat jongeren aan Awel vertelden, roept vragen op over hoe ouders, leerkrachten, media en politiek (on)bewust bijdroegen aan de angst die Daesh wil zaaien. Awel hoopt met deze gespreksanalyse de pijnplekken bloot te leggen en een antwoord te bieden op de vraag ‘hoe het anders kan’. Daarnaast botsten we in dit onderzoek op een groter maatschappelijk verhaal dat schuilging achter wat jongeren ons vertelden: de aanslagen scherpten de polarisatie in onze samenleving aan. Diverse partijen stellen identiteiten tegenover elkaar: identiteit in de aanslag!

Bang, maar ook andere emoties

Zowel vlak na de aanslagen als maanden later voelden jongeren zich bang; dat dierbaren of zijzelf een aanslag zouden meemaken, bang voor oorlog en overheersing, bang dat ze voor altijd in angst zouden moeten leven. Er was opluchting omdat een dierbare aan een aanslag was ontsnapt. Jongeren leefden ook volop mee met degenen die rechtstreeks geraakt werden en voelden verdriet. En er was boosheid en onbegrip tegenover de plegers van geweld en anderen die ze verantwoordelijk achtten. Stresssymptomen, maar ook bewuste pogingen om zich beter te voelen Angst heeft bij deze jongeren tot stress geleid. Ze vermeldden in hun gesprekken met Awel slaapproblemen, enge dromen, concentratieproblemen, hyperwaakzaamheid, vermijdingsgedrag, agressieve gevoelens en gedachten, overspoelende beelden en emoties, en shock. Maar jongeren probeerden ook bewust met hun emoties om te gaan. Ze zochten steun bij ouders, leeftijdsgenoten en anderen. Ze zochten betekenis door zelf steun te uiten of positieve daden te stellen, onder andere via symbolische solidariteitsacties op sociale media. Ze maakten zich sterk dat ze zelf niet geraakt zouden worden en ze relativeerden het gevaar. Jongeren wilden ook weten wat er concreet gebeurd was en het ‘waarom’ van de terreuraanslagen ‘begrijpen’. Sommigen zochten afleiding in activiteiten en anderen bleven piekeren.

Hoe kunnen ouders, leerkrachten en andere opvoeders helpen?

Uit de gesprekken met jongeren blijkt dat deze copingstrategieën niet altijd effectief geweest zijn. We kunnen eruit leren wat bij toekomstige schokkende gebeurtenissen anders moet. Als we willen dat pogingen van jongeren om zich beter te voelen, helpen, moeten we allereerst het goede voorbeeld geven. Een volwassene bij wie een jongere steun zoekt, moet zelf kalmte uitstralen. Door je kind thuis ik ben hele maal in chok na de gebeurtenis (Meisje, 10 jaar, meteen na de aanslagen in Parijs) te houden, zeg je dat het niet veilig is. Militairen in het straatbeeld en de lockdown van scholen geven de dubbele boodschap dat jongeren beschermd worden en dat er echt gevaar dreigt. De media moeten jongeren voldoende informeren, maar wel met een samenhangend verhaal dat niet is opgeklopt. Want jongeren vertellen dat ze de berichtgeving beangstigend en ‘overdreven’ vinden en dat beelden een diepe indruk maken. Ze lijken de berichtgeving ook aan te vullen met hun eigen fantasie. Ouders kunnen samen met hun kinderen naar het jeugdjournaal van Karrewiet kijken, en het jeugdjournaal kan ook de berichtgeving voor volwassenen inspireren. Toon ten slotte vooral dat je er bent. Dat je emotioneel beschikbaar bent om te luisteren en er samen over te praten.

Wij vs. Zij

Soms expliciet, soms tussen de regels, zagen we dat de terreuraanslagen de polarisatie in onze samenleving hebben verscherpt. De grote verliezers daarin zijn de meest kwetsbaren in onze maatschappij: jongeren van etnisch-culturele minderheden en vluchtelingen. Zij worden geconfronteerd met stigmatisering, discriminatie, … Hun verbinding met de maatschappij komt onder druk te staan. Het ontwikkelen van een positieve identiteit, het koesteren van een toekomstideaal komen in het gedrang. Ieder van ons draagt daarin een verantwoordelijkheid. De hele samenleving moet werken aan meer warmte en empathie. Door op te groeien in een warm opvoedingsklimaat kunnen jongeren hun empathische vaardigheden ontwikkelen. Scholen kunnen jongeren laten oefenen in democratische vaardigheden door gevoelige thema’s op een constructieve manier te bespreken met hun leerlingen. Politici en media kunnen een beter voorbeeld van democratie tonen en er bewust voor kiezen niet mee te stappen in een wij-zij verhaal en het verhaal nauwkeurig te ontleden.

5 tips voor podcastmakers (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Via het Podcastnetwerk op Twitter (sowieso een must-follow voor podcastmakers) lazen we deze tips van maker Amanda McLoughlin. Ze deelt haar inzichten als onafhankelijke podcaster.

1. Specificiteit is een superkracht
“Niches are cozy. Specificity is a superpower. Weirdness is the stuff that real relationships are built on.”

2. Podcasts maken is goedkoop, maar sommige zaken verdienen je geld 
Investeer in goede microfoons.

3. Feed first, web second
Aankondigingen en verzoeken doe je in de podcast, dan horen je luisteraars het sowieso. Sociale media zijn secundair.

4. Andere podcasts zijn collega’s, niet je concurrent
Een les die ik ken van het bloggen.

5. Wij bepalen wat normaal is
Podcasts zijn zich nog steeds aan het ontwikkelen als medium:

“There is no standard format for design, length, episode structure, or web presence. Every decision that podcasters make about our shows either endorses the status quo, or proposes an alternative.”

De belangrijkste internettrends van 2018 volgens Mary Meeker

Het is elk jaar weer uitkijken naar deze slides met oa deze interessante feiten:

  • 3,6 miljard van de wereldbevolking zou online zijn
  • Facebook verdient jaarlijks 34 dollar per dagelijkse gebruiker
  • Op een jaar tijd steeg het aantal Netflix-abonnees met 25%, bij Spotify met 48%

Eenden die wachten voor groen? Mooi, maar fake…

Je hebt de video wellicht ook al een paar keer zien passeren op je tijdlijn. Slimme eenden die op groen wachten om over te steken. Leuk, maar wellicht gemaakt door de computer, als je naar de laatste eend kijkt (bron gizmodo):

Deze factcheckers lijken te weten wie de dader maker is:

Enkele opvallende elementen uit het nieuwe Apestaartjarenonderzoek: YouTube als winnaar

Het tweejaarlijkse mediafeest is er weer met de publicatie vandaag van de nieuwe apestaartjaren-cijfers. Ik had het geluk ze al eerder te kunnen inkijken, maar wil je wel enkele dingen meegeven die mij opviel. Zo is Facebook niet dood, maar ook niet zo levend als ze wellicht zelf zouden willen. En tablets zijn massaal aanwezig. we eerder zagen, worden bevestigd. Meisjes zijn bewuster met privacy bezig, sociale netwerken vinden een plaats naast Facebook en de berichten zijn belangrijker dan de tijdlijn.

Maar de grote winnaar is… YouTube. We weten dat YouTube al lang een van de belangrijkste zoekmachines is, maar het is TV, radio, en zoveel meer. De belangrijkste redenen voor technologiegebruik en entertainment. Fortnite ontbreekt wel, wellicht omdat het doorbrak net na de bevraging. Ook opvallend: 1 op 8 heeft al een VR-bril.

School is er wel met het succes van Bingel (6 op 10 basisschoolkinderen) en de smartschools van deze wereld, maar toch minder belangrijk dan velen zouden willen.

De VRT enerzijds en de Standaard anderzijds maakten deze verdere samenvatting: