Kunstenaars willen de G7 wijzen op de enorme berg elektronisch afval en bouwen “Mount Recyclemore”

Het kunstwerk is geïnspireerd op de bekende presidentskoppen van Mount Rushmore, maar Joe Rush en Alex Wreckage maakten dit grote werk voor en over de G7-top. Lees hier een interview met de kunstenaars.

Ook ‘goede’ representatie van verkrachting creëert verkeerde beelden (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Het bestrijden van seksueel geweld staat hoog op de agenda van hedendaagse feministen. Er is veel aandacht voor wat ‘verkrachtingscultuur’ genoemd wordt, een term die is overgenomen van radicaalfeministen uit de jaren 70 (zie hier voor bezwaren bij het gebruik van dit woord). Die aandacht bestaat logischerwijs ook in de media. Zo werd de film Promising Young Woman, waarin een vrouw wraak neemt voor een verkrachting, genomineerd voor diverse Oscars. In een recent artikel [abstract] analyseert communicatiewetenschapper Emily Ryalls twee series over deze problematiek: 13 Reasons Why en Sweet/Vicious.

Beide series gaan over aanranding en seksueel lastigvallen. De focus ligt niet bij het individu, maar bij de cultuur (seksuele grensoverschrijding is onderdeel van het dagelijks leven) en bij instituties (hoe moeilijk het is aangifte te doen of een klacht in te dienen op school). In de wereld van deze series viert verkrachting hoogtij. Zowel 13 Reasons Why als Sweet/Vicious zoeken de oplossing bij affirmative consent: je partner moet haar ja duidelijk maken, anders mag er geen seks plaatsvinden. Verkrachting is dan een gebrek aan consent, in plaats van doorgaan ook al weigert of protesteert de ander.

In de verhalen worden de slachtoffers geconfronteerd met onwelwillende volwassenen, die de schuld bij henzelf leggen of andere verkrachtingsmythes aanhalen. Ze worden neergezet als ouderwets, wat de suggestie wekt van een toekomst waarin dit niet meer gaat gebeuren – zodra we naar zo’n ja=ja-model gaan.

Kritiek
De series zijn een hele vooruitgang met de eerdere representatie van verkrachting, waar daders vieze en weerzinwekkende mannen waren. Toch is Ryalls kritisch op deze nieuwe manier van representeren. Terwijl enerzijds het ja=ja-model gepromoot wordt, wordt anderzijds het idee in stand gehouden dat je niet geloofd gaat worden. Volwassenen zijn de slechteriken van wie je geen hulp hoeft te verwachten.

Bovendien wordt er in de series een tegenstelling gecreëerd tussen slechte want verkrachtende gasten, en goede mannen die wel consent zoeken. De laatsten zijn vaak wit. In 13 Reasons Why komen jongens op een school van soms slecht tot altijd slecht. ‘Kleine’ overtredingen, zoals iemand betasten, worden daarmee geëxcuseerd, zeker als de mannen achteraf spijt betonen. Good guys zijn de mannen die vrouwen beschermen, ook als dat betekent dat ze altijd om deze meisjes heen hangen (wat je kunt zien als stalking). Tegelijkertijd zeggen slachtoffers, zonder uitzondering meisjes, niet altijd wat ze bedoelen, waardoor volgens Ryalls het idee ontstaat dat meisjes en alleen meisjes gemengde signalen geven.

‘Goede’ representatie
Ryalls concludeert dat in deze series het zoeken van affirmative consent “the marker of honorable masculinity” wordt, van goede mannelijkheid.

“In so doing, they regressively rely on myths of rapists as repugnant and evil characters easily recognizable as the opposite of “good” guys. While progressively insisting that a girl need not say “no” in order to not be raped, both shows situate girls as not knowing what is best for them, and, in some cases, that taking a girl at her world puts her in danger. Thus, [13 Reasons Why and Sweet/Vicious] contribute to rape culture by situating rape as inevitable and elevating good guys, as opposed to structural change, as the saviors of girls” (p. 11).

Dat zijn pittige woorden, die direct de vraag oproepen hoe je dit dan wel ‘goed’ representeert. Populaire cultuur is zowel een afspiegeling van de werkelijkheid als normzettend voor die werkelijkheid. Die werkelijkheid is diffuus, wat zou vragen om veel verschillende verhalen over deze problematiek. Tegelijkertijd zorgt dat weer voor het onterechte beeld dat verkrachting alomtegenwoordig is en daders overal – wat ook weer een verkeerd beeld is.

We weten niet hoe kijkers betekenis geven aan deze series: welke boodschappen nemen ze over, welke wijzen af? Dit onderzoek wijst ons erop hoe voorzichtig we moeten zijn met verwachtingen van ‘goede’ representatie: betere representatie leidt niet automatisch tot een betere wereld, daarvoor is meer nodig.

Hedendaagse meisjesbladen staan bol van tegenstrijdige boodschappen over het lichaam, seks en jezelf zijn (Linda Duits)

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Feminisme is in, ook – of zeker – onder meisjes. Dat vindt zijn weerslag in de media die meisjes gebruiken, waaronder tijdschriften. Communicatiewetenschappers Marieke Boschma en Serena Daalmans voerden een thematische analyse uit van Fashionchick, Cosmogirl en Girlz [vrije toegang], om te analyseren welke boodschappen deze bladen bevatten over vrouw zijn.

In de bladen worden verschillende onderwerpen besproken, zoals vriendschap, geld, familie, mode, make-up, school, seks, roddel en zelfbewustzijn. Boschma en Daalmans zagen vijf thema’s terugkeren.

1. Het lichaam
De titels leggen grote nadruk op het lichaam. Het gaat daarbij ofwel over de vorm van het lichaam, ofwel over het vrouwelijk uiterlijk. Soms maakt het niet uit wat voor lichaam je hebt (groot, klein, etc). Aan de andere kant bevatten de bladen ideaalbeelden van het perfecte lichaam, waarvan je dan tegelijkertijd weer moet accepteren dat niemand het heeft. Dat sluit dan weer niet uit dat lichaamsverbetering mogelijk is, bijvoorbeeld met een gezonde levensstijl en gezond eten. Dit zijn dus conflicterende boodschappen, van zowel schaamte als acceptatie.

Vrouwelijkheid is een balans van elegantie, sexy en meisjesachtig met ‘edgier’ elementen. Alles dat ‘te’ is, is daarbij niet goed. Er worden make-uptips aangeboden en er is advies over tanden, adem, haar en huid. Kleding wordt gebracht als een manier om vrouwelijkheid te benadrukken, waarbij je altijd jezelf moet zijn én de mode moet volgen. Vrouwelijke schoonheid wordt direct verbonden met geluk:

“When someone is pretty, they are represented as happy. Which might lead to the assessment that the body is seen as a mirror to the soul: The more good things one does to the body (i.e., dressing well, exercising), the happier they will be” (p. 31).

2. Seks
Er is veel aandacht voor de lichamelijkheid van seks: wat is normaal en hoe moet het? Dat gaat bijvoorbeeld over masturberen, porno, orgasmes en relaties. Steeds wordt benadrukt dat het belangrijk is om te communiceren. Daarnaast hebben de bladen een tolerante houding ten aanzien van alle seksuele gedragingen. Dat betekent ook dat niet-heteroseksuele seksualiteiten worden besproken, terwijl tegelijkertijd heteroseksualiteit de norm blijft. Die norm wordt zichtbaar in dat romantische partners steevast mannen zijn.

Soa’s en zwangerschappen dienen vermeden te worden en de verantwoordelijkheid daarvan wordt bij beide partners gelegd. Ook gevoelens komen ter sprake: je vies voelen na/over seks, spanningsgevoelens (onzekerheid) en gevoelens gerelateerd aan de daad zoals liefde, plezier en sexiness. Seks gaat over intiem zijn samen en gevoelens delen.

Seksueel geweld wordt eveneens besproken. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de daders, al was er één blad waarin overwogen werd of het meisje niet ook iets had veroorzaakt. De oplossing die de bladen bieden is: praat met iemand met autoriteit. Seksueel geweld wordt dus beschouwd als strafbaar gedrag, waarbij er weinig aandacht is voor de gevolgen van zoiets aankaarten.

3. Gegenderde perspectieven: vrouwen hebben agency, mannen zijn objecten
Deze meisjesbladen zijn overwegend geschreven vanuit het perspectief van meisjes, maar toch spreekt er soms een mannenstem. Als mannen besproken worden, worden zij geobjectificeerd met een female gaze. Artikelen beginnen zelden met belangstelling voor het karakter of de verdiensten van een man. Wanneer vrouwen besproken worden, is dat wel zo. Haar uiterlijk is dan altijd secundair in de bespreking.

Als het gaat over de sociale omgang tussen mannen en vrouwen is er meer gelijkwaardigheid. Zo wordt bijvoorbeeld gesteld dat ook mannen zenuwachtig zijn voor een date. Er is een nadruk op open communicatie. Toch zitten er nog steeds traditionele denkbeelden in de bladen, zoals de boodschap dat mannen het voortouw moeten nemen in een relatie en dat vrouwen verantwoordelijk zijn voor de emotionele kant (verras je partner, houd je emoties onder controle en let op de zijne – nooit een vakantie boeken als hij chagrijnig is!).

Mannen worden soms om hun mening gevraagd, waarbij het meestal gaat om relaties of het vrouwelijk lichaam. In deze artikelen worden vrouwen wél geobjectificeerd.

4. Vrouwelijke empowerment
De vrouwelijke lezer wordt aangemoedigd om onafhankelijk en ambitieus te zijn, in zichzelf te geloven, gedisciplineerd te zijn, hard te werken en keuzes te maken die goed voor haar zijn. Er is veel aandacht voor het versterken van zelfvertrouwen en het bestrijden van onzekerheid (iedereen heeft daar last van!). Volg je dromen, wees niet bang om fouten te maken!

Daarbij merken de auteurs op dat de rolmodellen die de bladen presenteren allemaal in de entertainmentsector werken (actrices, YouTubers, modeontwerpers, modellen) en dat bij het uitblijven van succes, de schuld bij het individu zelf ligt. Er is nauwelijks aandacht voor structurele ongelijkheden in de samenleving.

5. Reflexiviteit
Tot slot benadrukken de bladen reflexiviteit, in de vorm van quizjes, horoscopen en manieren om naar je eigen gedrag of uiterlijk te kijken.

Implicaties
De auteurs concluderen dat postfeminisme een belangrijke plek inneemt in de onderzochte bladen. Met postfeminisme bedoelen zij een mengeling van feminisme en anti-feminisme. Het is een label dat mediawetenschappers op uitingen van populaire cultuur plakken, met als duidelijkste voorbeeld Bridget Jones: een vrouw die wel zelfstandig in een grote stad woont, maar geplaagd wordt door onzekerheden over uiterlijk en de liefde. Postfeminisme vermengt argumenten over keuze, onafhankelijkheid en agency met consumentarisme. Daarnaast is postfeminisme een label dat tegenstrijdigheden benadrukt:

“A complex palette of messages is communicated towards girls about what it means to be a girl or woman in contemporary society, which makes their individual processes of negotiating femininity terribly complex” (p. 36).

Dat balanceren van tegenstrijdige normen is ook een van de conclusies van mijn proefschrift naar meisjescultuur (2008). Dit inzicht sluit bovendien aan bij wat we weten uit deze lange traditie van onderzoek naar meisjes- en vrouwenbladen: die staan al heel lang bol van de tegenstrijdige boodschappen. Genderidentiteit is een ingewikkeld proces. Tijdschriften lijken je te willen helpen in het vinden van je beste ik, maar in plaats van daarin te slagen, weerspiegelen ze juist hoe ingewikkeld dat is.

Presenteren voor je Powerpoint zou nu ook kunnen in Teams zonder extra software

Na een webinar kreeg ik vaak de vraag hoe ik het aanpak om het beeld zo te krijgen:

Ik gebruik hiervoor zelf OBS Studio en een greenscreen, maar nu zou het ook zonder moeten kunnen in Teams, zoals deze video uitlegt:

Zelf blijf ik nog even bij mijn aanpak, omdat OBS studio nog veel meer toelaat, maar ik vermoed dat wel veel mensen blij zullen zijn met deze Teams-optie.

Kritisch met media omgaan is ook leren kritisch negeren (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Online wacht een fabeltjesfuik, liet Arjen Lubach zien in een veelbesproken item over complottheorieën. Vaak is het juiste antwoord op een vraag snel gevonden, doorzoeken leidt dan alleen maar tot verwarring. Complotdenkers roemen zichzelf om hun diepe graafwerk, maar het is juist dat graafwerk dat ertoe leidt dat ze ‘down the rabbithole’ gaan. Zij schermen met twijfel en zelfstandig onderzoek, waarden die ook de wetenschap promoot. De boodschap dat kritisch negeren juist hoort bij kritisch denken lijkt daardoor tegenintuïtief, maar het is toch belangrijke vaardigheid.

Dat schrijft onderwijskundige Sam Wiseman op Nieman, het journalistieke initiatief van Harvard. Op school leer je om een tekst kritisch en grondig te lezen, maar op het internet is dat geen goede tactiek. Wiseman deed een experiment met highschool-scholieren. Ze moesten beoordelen of een website over klimaatwetenschap betrouwbaar was. Vrijwel alle respondenten deed wat ze altijd geleerd hadden:

“They stayed glued to the site — and read. They consulted the “About” page, clicked on technical reports, and examined graphs and charts. Unless they happened to possess a master’s degree in climate science, the site, filled with the trappings of academic research, looked, well, pretty good.”

Minder dan twee procent verliet de site om op het web informatie over de site te zoeken. Daar kwamen ze er snel achter dat de site gefinancierd wordt door de fossielindustrie. Foute boel dus. Het heeft helemaal geen zin eigenhandig te proberen alle informatie op de site te checken, je bent veel sneller klaar door op te zoeken of anderen dat al hebben gedaan:

“Instead of getting tangled up in the site’s reports or suckered into its neutral-sounding language, this student did what professional fact checkers do: She evaluated the site by leaving it. Fact checkers engage in what we call lateral reading, opening up new tabs across the top of their screens to search for information about an organization or individual before diving into a site’s contents.”

De eerste stap in kritisch denken, schrijft Wiseman, is weten wanneer je het moet toepassen. Dubieuze informatie moet je weerstaan. Het is verstandig eerst een tabblad te openen en de site daar te checken, of de mensen uit een filmpje op YouTube even te googelen. Dan kom je er direct achter dat iemand als Janet Ossebaard geen betrouwbare deskundige is, maar een complotdenker. Dat betekent dat we leerlingen anders moeten opleiden en ook over onszelf moeten weten dat we niet in staat zijn alles te weerleggen:

“Learning to resist the lure of dubious information demands more than a new strategy in students’ digital tool box. It requires the humility that comes from facing one’s vulnerability: that despite formidable intellectual powers and critical thinking skills, no one is immune to the slippery ruses plied by today’s digital rogues.”

Is dit de toekomst van online meetings? Google Starline

Het is nog een project dat enkel binnen Google zelf gebruikt wordt, maar lijkt veelbelovend door het hyperrealisme. Toch formuleert Wilfred Rubens hier enkele zeer terechte bedenkingen. Trouwens, ook Microsoft werkt al jaren aan dergelijke plannen, weliswaar met een andere invalshoek.