Facebook wil jongere kinderen ook messenger laten gebruiken

Kreeg net een telefoontje van een journaliste van Het Laatste Nieuws over de nieuwe Messenger for Kids die Facebook lanceert in de VS. Was de voorbije uren druk bezig met het voorbereiden van mijn lessen, dus had de aankondiging gemist. Ondertussen me al wat verder verdiept en het is enerzijds een oplossing voor de vele 11- en 12-jarigen die nu liegen over hun leeftijd en anderzijds een poging om veel jongere kinderen op het platform te krijgen: het zou mogelijk worden vanaf 6 jaar! Weliswaar in een soort van kangoeroe-benadering waarbij ouders nog een stuk controle hebben over hun kinderen (al zouden ze volgens enkelel bronnen niet kunnen meelezen) en waarbij er geen reclame zou zijn. Het zijn ook de ouders die het profiel zouden moeten aanmaken voor hun kinderen.

Het is natuurlijk een poging om aan toekomstige klanten-binding te doen… (zie ook The Verge)

Waarom beginnen zoveel liedjes vandaag met een sample? (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl, wil je muziek steunen op Spotify waar ik aan meewerkte, check de nieuwe single van Willemsson hier, de nieuwe plaat van Aleksandra & The Belgian Sweets hier of onze eigen plaat van Blue and Broke hier.

Wat is een stream? Hoe lang moet iemand naar iets hebben gekeken of geluisterd voordat het telt? Bij Spotify is dat 30 seconden. Dan wordt het gezien als een play en dan krijgt de artiest betaald. Dat klinkt tamelijk kort in mijn oren – als je vroeger in de platenzaak een single beluisterde en hem na 30 seconden afzette, was dat zeker geen aankoop – maar dat is natuurlijk een kwestie van definitie belangen.

Slimme makers maken daar gebruik van. De Amerikaanse band Vulfpeck gebruikte de 30-secondenregel om geld in te zamelen voor een tour. Ze maakten een album met tien tracks van net iets meer dan 30 seconden, waarop niets anders dan stilte te horen was. Spotify haalde het album uiteindelijk offline, toen de teller op $20.000 stond. Artiesten roepen hun fans op om nieuwe tracks zo vaak mogelijk >30 seconden te draaien. Er is zelfs een speciale tool die nummers in een loop zet, zodat fans terwijl ze slapen ervoor kunnen zorgen dat hun idolen geld verdienen.

Haro Kraak schreef recentelijk in de Volkskrant over hoe deze regel ook de muziek zelf verandert:

“Hoe dat gebeurt? [Muziekproducent] De Wert somt een aantal zaken op: lagere tempo’s, intro’s zonder beat (om luisteraars irritatievrij een liedje in te trekken), refreintjes die eerder in het liedje komen, kortere liedjes en dancetracks met een typische popstructuur.”

Dat gaat over het hele nummer, maar je moet dus vooral (alleen?) zorgen dat de eerste 30 seconden worden gehaald. De managing director van Sony Music Benelux Toon Martens zegt dat alle ‘catchy’ elementen daarin moeten zitten. En wat is het meest catchy: herkenbaarheid. Kraak schrijft daarom:

“Het zou de reden kunnen zijn dat veel liedjes met een bekende sample starten. De nieuwste single van popster Katy Perry, Swish Swish, begint met een sample van Fatboy Slim (‘They know what is what / but they don’t know what is what’), die Fatboy Slim zelf leende van dj Roland Clark. Daarna klinkt een deephousebeat die rechtstreeks uit de nineties komt. ‘Het is schaamteloos en best briljant’, zegt marketingstrateeg David Emery tegen Pitchfork.”

Het stuk gaat daarna in op de mogelijkheid een hit te maken op basis van luisterdata. Gelukkig weten we uit wetenschappelijk onderzoek al dat het onmogelijk is daar een formule voor te formuleren. Popmuziek zal altijd ook om verrassing en originaliteit blijven draaien.

Nieuw van Kennisnet: monitor Jeugd en Media. Wat is relevant voor onderwijs?

Vandaag verschijnt om 8u30 de nieuwe monitor over jeugd en media in Nederland van Kennisnet. Ik kon het rapport al inkijken. Dit is de samenvatting waarbij ik in het vet enkele relevante elementen aanduid:

    • De enquête onder 10- t/m 18-jarigen bevestigt het beeld dat de Monitor Jeugd en Media 2015 ook al liet zien: kinderen en jongeren vormen geen homogene generatie. Je kunt eigenlijk niet spreken over de jeugd als het gaat om mediagebruik. Er zijn grote verschillen in het doel waarvoor ze digitale media inzetten.
    • Uit de vragenlijst blijkt dat leerlingen digitale veelgebruikers zijn en dat ze vertrouwen hebben in hun eigen digitale kunnen. School speelt echter nauwelijks een rol in het bijbrengen van digitale kennis en vaardigheden. Jongeren doen die competenties naar eigen zeggen op in hun vrije tijd en worden daarbij geholpen door hun ouders.
    • De respondenten weerspreken het beeld dat er sprake is van een digitale generatie. Natuurlijk: voor kinderen en jongeren is digitale technologie de normaalste zaak van de wereld. Maar technologie biedt niet voor alles soelaas, niet bij de informatieverwerking tenminste. Informatie zoeken ze het liefst via internet, niet via de bibliotheek. Maar als het gaat om het maken van aantekeningen en het lezen van lange teksten en boeken bestaat er een duidelijke voorkeur voor papier. Je zou ze ‘gemengde’ gebruikers kunnen noemen.
    • Leerlingen tellen de zegeningen van internet. Zo zegt meer dan de helft van de leerlingen beter in Engels te zijn geworden dankzij internet. Twee derde zegt dankzij internet meer te leren dan dat hun ouders vroeger deden.
    • Uit de praktische toets blijkt dat veel leerlingen moeite hebben op internet te zoeken en informatie op waarde te schatten.
    • Vmbo-leerlingen presteren het minst. Ze verzamelen feitelijke informatie, maar bij het uitvoeren van een zoekopdracht doen ze nauwelijks een beroep op andere deelcompetenties, namelijk beoordelen, verwerken en presenteren van informatie. Dat gaat ze erg moeilijk af. Deze 3 deelvaardigheden zijn echter essentieel bij het werk dat ze doen voor school, hun vervolgopleiding en hun latere baan.
    • Leerlingen uit het vmbo letten vaker dan leerlingen uit de andere onderwijsniveaus op de relevantie van de informatie voor het beantwoorden van de toetsvraag. Bij het beoordelen van informatie vertrouwen ze vaker op hun eigen inzicht/gevoel.
    • Havo/vwo-leerlingen letten bij het beoordelen van informatie vaker dan leerlingen van de andere niveaus op of informatie op meerdere websites voorkomt, of de bron betrouwbaar is en wat de uiterlijke kenmerken van de website zijn.
    • Opvallend is dat po-leerlingen het vaakst aangeven niet te weten waar ze op moeten letten bij het beoordelen van informatie op internet.
    • De resultaten suggereren dat de zoekstrategieën van leerlingen onderverdeeld zijn in het zoeken met sleutelwoorden en het zoeken met zinnen/vragen. Leerlingen lijken een van deze zoek- strategieën dominant te gebruiken tijdens het zoekproces. Daarbij zoeken vmbo- en po-leerlingen vaker met een zin/vraag en havo/ vwo-leerlingen vaker met een sleutelwoord.
    • Dat er verschillen zijn tussen havo- en vwo-leerlingen en vmbo-leerlingen is inherent aan het verschil in cognitieve vermogens. Maar het grote verschil in digitale informatievaardigheden tussen leerlingen op de verschillende niveaus valt wel erg op.

Arteveldehogeschool lanceert chatbot Artie (persbericht)

Doe het niet vaak, iets van mijn eigen hogeschool delen hier, maar bedacht dat ik dit ook zou delen als het niet van mijn hogeschool zou zijn, dus:

Opleiding Communicatiemanagement communiceert voortaan ook via AI

Eind september werd hij al even aan de directie en medewerkers van Arteveldehogeschool voorgesteld, maar sinds deze week is het helemaal officieel: Artie staat klaar om voortaan op zoveel mogelijk vragen te antwoorden van potentiële, toekomstige en nieuwe studenten. Artie is de chatbot waarmee Arteveldehogeschool een Vlaamse primeur in het hoger onderwijs in huis haalt. De bot werd ontwikkeld door de opleiding Communicatiemanagement en gaat in eerste instantie voor deze opleiding worden ingezet. Zijn virtuele kantoor wordt de opleidingspagina op Facebook en de bijbehorende Messenger-applicatie.

“We hoorden het Bart De Waele van het digitaal agentschap Wijs eerder dit jaar nog graag zeggen”, vertelt Serge Cornelus, docent in de opleiding en medebeheerder van de sociale mediakanalen van de opleiding Communicatiemanagement. “De toekomst van de digitale communicatie is een chatomgeving, en chatbots gaan daar integraal deel van uitmaken. Welnu, dan zitten we met onze opleiding alvast op het goede spoor.”

De opleiding Communicatiemanagement broedde al een tijdje op de vraag hoe ze Facebook als platform op een andere manier kon inzetten. Het voorstel van Tommy Opgenhaffen, de e-learningspecialist van de opleiding, en zijn collega Clio Janssens van het Onderwijsinnovatietraject “Blend The Start” om een chatbot te ontwikkelen, kwam als geroepen.

“Ik ben al langer bezig met onderwijsinnovatie en digitalisering”, aldus Opgenhaffen. “Bots en artificiële intelligentie (AI) zijn in volle opkomst. Voor het hoger onderwijs bestaat sinds vorig jaar Wanda, ontwikkeld door Unit4 met Microsoft-software binnen de context van studentenadministratie. Maar met Artie hebben we onze eigen, unieke chatbot ontwikkeld, specifiek voor Facebook en Messenger. We weten immers dat veel 18-jarigen nog altijd best wat tijd op Facebook doorbrengen, uiteraard naast andere platforms. Chatten is bovendien ‘hun tweede natuur’. De vragen die we anders vooral kregen op een infodag, via mail of tijdens introductiegesprekken, kunnen voortaan ook door Artie worden beantwoord.”

Artie bestaat al een tijdje, maar zat tot nu vooral in een testfase. Tijdens de opening van het academiejaar eind september werd hij al kort voorgesteld aan de directie en medewerkers van Arteveldehogeschool. Voortaan kunnen dus ook (toekomstige) studenten – of iedereen die vragen heeft over studeren aan de opleiding Communicatiemanagement – op Artie een beroep doen. Het spreekt voor zich dat achter de schermen ook nog medewerkers van de opleiding de gesprekken volgen en bijsturen of aanvullen waar nodig.

Wil je Artie aan het werk zien? Surf dan naar de Facebookpagina van Communicatiemanagement.

Smartify: een Shazam voor kunst (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Toen ik mijn eerste iPhone kreeg, voelde ik de toekomst. Dé app die dat gevoel opriep was Shazam. Ik vond het magisch dat je telefoon muziek kon herkennen. Dat vind ik nu nog steeds eigenlijk. Het is verbazingwekkend dat er niet veel meer apps zijn gekomen die dat teweeg weten te brengen. Een kanshebber is Smartify. Daarmee scan je een kunstwerk in een museum en krijg je vervolgens veel achtergrondinformatie over wat je ziet. Dat scannen lijkt me wat onhandig, maar de informatie komt rijk over. Daarnaast is er voor musea een mooie prikkel mee te doen: de makers delen de data met hen, zodat ze weten welke schilderijen veel opgezocht worden.

Gevonden via Arjan van der Meij, aan wiens tweet ik ook de titel van deze post heb ontleend.

App zet gewone video’s om in augmented-reality-instructies (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

YouTube staat vol met filmpjes die je iets leren: make-up tutorials, gitaarles, Premiere Pro-instructies. Het is superhandig dat je niet meer iemand persoonlijk hoeft te kennen om iets van hem te leren. Het lastige van die video’s is het nadoen: spiegelen vanaf een beeldscherm is lastig. Bovendien krijg je het niet te horen als je een fout maakt. Augmented Reality (AR) kan dat beter. Er wordt een laagje op de werkelijkheid voor je neus gelegd. Met een speciale AR-bril (denk aan wat Google Glass wilde zijn) heb je je handen vrij en kun je instructies bekijken.

Deze technologie is nu nog heel prijzig. De mogelijkheden worden dan vooral gezien voor goed betaalde beroepen, zoals de chirurgie. Maar als ik wil zien hoe ik olie ververs, blijf ik afhankelijk van YouTube op een schermpje. Dat komt, zo stelt New Scientist, omdat het maken van zulke content lastig en vooral duur is. Een Duitse start-up wil daar verandering in brengen.

Het bedrijf IOXP heeft kunstmatige intelligentie ontwikkelt die een gewone video van iemand die een taak uitvoert kan omzetten in een AR tutorial. Je filmt dus een persoon en:

“Then a host of computer-vision algorithms are set loose on the video to separate it into comprehensible chunks: detecting a person’s hands and what they are doing, recognising different objects, and so on. From this, the system generates a step-by-step electronic manual detailing how to do the task. Finally, that’s converted into an AR version” (n.p.).

De instructie start meteen als de headset aanstaat en de taak voor je neus herkent. Als een monteur dus basisonderhoud aan een machine uitvoert, gaat de instructie automatisch van start als de machine herkend is. Vervolgens zie je de handen van een expert die precies voordoen wat je moet doen. Maak je een fout, dan worden de handen rood en wordt de instructie opnieuw afgespeeld.

Het Duitse Bosch heeft al interesse getoond. Deze manier van instructie is handig en goedkoop voor het doorgeven van  kennis. Een ervaren monteur hoeft niet afzonderlijk uitleg te geven en bij te sturen, één video is voldoende. Volgens New Scientist duurt het niet lang voordat bedrijven zulke video’s gaan inzetten voor consumenten. Ikea is daar een voor de hand liggend voorbeeld: een bed in elkaar zetten is veel makkelijker met AR. Dat gaat het beste met een speciale bril, maar het kan ook via de mobiele telefoon – al is het me onduidelijk met welke handen je dan de schroeven plaatst.

De nieuwste Chrome van Google is voor virtual reality: WebVR

In de oorlog tussen VR en AR, zet Google die samen met Facebook inzet op VR, nu weer een stap door virtual reality te brengen naar een van hun bekendste producten: de Chrome browser:

En je kan al wat uitproberen: