Het tijdperk van sociale media is voorbij (Linda Duits)

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Facebook staat al een paar jaar bekend als een ghost town, Twitter ligt hevig onder vuur na het aantreden van Elon Musk en TikTok groeit dagelijks ten koste van Instagram. Sociale media as we know it staan dus onder druk, een gegeven dat tien jaar geleden – toen we zwaar onder de indruk waren van de opkomst – totaal ondenkbaar leek. Is het tijdperk van sociale media al na zo’n korte periode voorbij?

Sociale netwerken versus sociale media
Ja, zegt Ian Bogost van The Atlantic. In november schreef hij een korte geschiedenis van sociale media, waarbij hij een onderscheid maakt tussen sociale netwerken en sociale media. Onder de eerste schaart hij Six Degrees (1997), Friendster (2002), MySpace (2003), LinkedIn (2003), Hi5 (2004) en Facebook (2004). Twitter (2006) noemt hij de eerste vorm van sociale media, omdat het daar niet draaide om het connecten met mensen. Eerder was de site

“a giant, asynchronous chat room for the world. Twitter was for talking to everyone”. 

Ik zelf zou dat onderscheid niet zou maken. Kenmerkend voor een sociaal netwerk is de doorzoekbaarheid van contacten: niet alleen jij ziet een lijst met je verbindingen, maar ook anderen kunnen zien wie jij kent. Al vanaf het begin van de eerste netwerken die Bogost noemt – voor Nederland hoort daar natuurlijk Hyves (2004) bij – ging het om contact met meer dan alleen bestaande kennissen.

Een ander kenmerk van sociale media boven sociale netwerken noemt Bogost de publicatiezucht:

“A social network is an idle, inactive system—a Rolodex of contacts, a notebook of sales targets, a yearbook of possible soul mates. But social media is active—hyperactive, really—spewing material across those networks instead of leaving them alone until needed.”

Maar publiceren was altijd al onderdeel van de genoemde netwerken – er was alleen nog niet zoveel content om te delen. Daarvoor was de komst van de smartphone nodig, waarmee je zowel deze platforms kon bereiken als foto’s en video’s kon maken. Het is overigens opmerkelijk dat Bogost YouTube (2005) en Tumblr (2006) niet noemt, platforms die juist sterk gericht waren op het delen van content met een community buiten de eigen kennissenkring.

Je vrienden naar de achtergrond
Toch heeft Bogost een punt als hij zegt dat connectie steeds verder op de achtergrond is geraakt. Bij TikTok (2017) gaat het niet om wie je kent*, maar om hoe goed het algoritme jou kent. Sociale netwerken/media zijn steeds meer gaan draaien om het verkrijgen van meer volgers, het idee dat je mogelijk een miljoenenpubliek kunt bereiken. Daar zit ook een negatieve kant aan:

“On social media, everyone believes that anyone to whom they have access owes them an audience: a writer who posted a take, a celebrity who announced a project, a pretty girl just trying to live her life, that anon who said something afflictive. When network connections become activated for any reason or no reason, then every connection seems worthy of traversing.”

Daar ligt de kiem van de klachten die mensen hebben over sociale media: moeten dealen met anonieme of niet-zo-anonieme gebruikers, die haat of desinformatie verspreiden en het verpesten voor de rest. Om die reden is Bogost blij met de vermeende neergang van Twitter.

Performance media
Ook Kate Lindsay van The Atlantic denkt dat het klaar is met sociale media. Zij vindt het betekenisvol dat jonge twintigers geen Instagram meer gebruiken. Ze citeert een jeugdcultuurdeskundige:

“Gen Z’s relationship with Instagram is much like millennials’ relationship with Facebook: Begrudgingly necessary. … They don’t want to be on it, but they feel it’s weird if they’re not.”

Dat klopt natuurlijk niet helemaal, al was het maar omdat millennials een heel grote leeftijdsgroep omvat, juist ook de mensen die opgroeiden met/in Facebook. Toch is het evident: de veranderingen die Instagram doorvoerde om eerst meer op Snapchat te lijken – met de invoering van stories – en daarna op concurrent TikTok – met de invoering van reels – komen krampachtig en daardoor niet-cool over.

En dat heeft gevolgen:

“Instagram may not be on its deathbed, but its transformation from cool to cringe is a sea change in the social-media universe. The platform was perhaps the most significant among an old generation of popular apps that embodied the original purpose of social media: to connect online with friends and family. Its decline is about not just a loss of relevance, but a capitulation to a new era of “performance” media, in which we create online primarily to reach people we don’t know instead of the people we do.”

Performance media dus, waarin we content maken om vreemden te bereiken. Ver weg van het idee van een digitale versie van je bestaande netwerk, en waar content centraler staat dan het sociale.

Schaalverkleining en community-focused networks
Een net wat ander perspectief op het einde van sociale media is van Caroline Sinders, die in Slate schrijft over schaalverkleining:

“What we’re seeing is not so much the death of an age as an evolution in social networks—a shift towards community-focused and -designed spaces like Mastodon, Discord, and Twitch. While social media was for 15 years or so focused on bringing your message to as many people as possible at one time, we’re heading now toward a future in which it’s about reaching a much smaller group of people with whom you already share interests, beliefs, or affinity.”

Zij ziet een verschuiving naar een focus op community en roemt platformen die daar qua technologische mogelijkheden op inspelen. Er is daar sprake van een menging van het publieke en het private:

“Posting publicly on Twitter, TikTok, YouTube, or Instagram is a lot like using a megaphone to scream to a large, massless, faceless crowd. A Discord server or a WhatsApp group is more like going to a friend’s party; I may not know everyone there, but I can get a sense of who is there and who is listening, even if the majority of attendees are strangers. I can flit from a larger group conversation to a smaller, more intimate sidebar with a certain kind of ease I can’t on a lot of other social networks.”

Ook platforms zonder deze functionaliteit bieden ruimte aan gemeenschappen – er bestaat daadwerkelijk zoiets als ‘de Nederlandse twittergemeenschap’ – en bieden vaak de mogelijkheden om met een kleinere groep privé te praten. Ook hier lijkt dus weinig nieuws onder de zon, laat staan dat een verschuiving naar Mastodon het einde zou zijn van sociale media.

Dus?
Iedere grote claim over het einde van een tijdperk moet je in twijfel trekken, tenzij we een paar decennia later zitten en de uitspraak door een historicus wordt gedaan. Desalniettemin is het opmerkelijk dat de platforms die we ooit als too big to fail zagen, wel degelijk kunnen wankelen. Dat is een wijze les voor die platforms zelf, wiens makers doorgaans gekenmerkt worden door hybris.

Ondertussen bestaat Facebook nog steeds en zal het me niets verbazen als daar straks een revival komt van hippe tieners die nostalgie voelen naar de early tens. Als er namelijk één constante is in jeugdcultuur is het de coolheid van retro.

* TikTok is dan ook geen sociaal netwerk, in de zin dat er geen sprake is van een zichtbare, doorzoekbare lijst met volgers/gevolgden.

Buiten de Krijtlijnen: 5 ICT-Tools om te gebruiken in je klas

Er is een nieuwe aflevering van Buiten de Krijtlijnen:

De Digisprong zorgt voor een digitale omslag binnen onderwijs. Vele scholen starten met een digitaal traject met tablets, chromebooks of andere nieuwigheden. Het doel is altijd om tot beter onderwijs te komen en ICT is daarvoor maar een middel. Maar die middelen zijn eindeloos. Door het digitale bos de bomen nog zien, is niet gemakkelijk, want er zijn wel honderden devices en wel duizenden apps of tools die je kan gebruiken.

Daarom in deze aflevering een kleine routeplanner. We vroegen aan vijf onderwijsmensen die graag met ICT bezig zijn om hun ICT-tool aan jullie voor te stellen. Maak kennis met Quizlet, Anchor, Het Archief voor Onderwijs, Sci-Hub en Google Cardboard. Oftewel luister naar Wouter, Jeroen, Mitte, Hanne en Bram!

Leer rekenen met… Duolingo

Duolingo lanceerde net een wiskunde-app. De bekende taal-app werkte er al een tijdje aan en biedt nu de kans om rekenen in te oefenen, zowel voor kinderen als voor volwassenen. Die laatste heet dan wel brain game, waardoor mijn ergernis wat groter werd. De look en feel van de aparte reken-app ligt dicht bij hun populaire taaltoepassing en heeft als een van de hoofddoelen rekenangst weg te nemen, zoals Sammi Siegel stelt in een interview met TechCrunch:

“Our mission has always been to provide high-quality accessible education and I don’t think that necessarily stops at language learning,” Siegel said in an interview with TechCrunch. “We’ve seen the stats on math, education and losses over the pandemic.” The engineer, who has been at Duolingo for four years, teamed up with four other colleagues to build the app with the goal of getting rid of adult and child “math anxiety” alike.

Voorlopig is de app er enkel voor iOS, maar Android zou volgen:

Datingapps kunnen minderjarigen niet weren (Linda Duits)

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Er is weinig dat minderjarigen weerhoudt zich aan te melden voor een datingapp. Bij het maken van een profiel word je gevraagd naar je leeftijd en daarover liegen is net zo makkelijk als op ‘ja ik ben 18’ klikken. Tieners zitten dan ook massaal op apps als Tinder, Bumble en Grindr. Dat maakt ze kwetsbaar voor misbruik door volwassenen. De apps zelf doen daar weinig aan.

In een artikel op The Atlantic schrijft Moises Mendez over de problematiek en zijn eigen ervaringen als 16-jarige op Grindr (de minimumleeftijd daar is 18). Naar schatting heeft meer dan de helft van de seksueel actieve, minderjarige homo- en bi-jongens in de VS seks gehad met iemand die ze op een datingapp ontmoet hadden.

Het is voor apps lastig om minderjarigen te weren: vragen naar identiteitsbewijzen brengt privacyrisico’s en leeftijdscontrole via creditcard is in de VS niet mogelijk wegens wetgeving. Mendez sprak met medewerkers van de apps die wel zeggen dat ze op andere manieren minderjarigen proberen op te sporen, maar hoe ze dat precies doen blijft vaag:

“A representative for Bumble shared that the company uses “automated and live verification procedures” to block users under 18 and prevent them from rejoining, but apart from saying that the app employs a team of content moderators, the representative did not specify what those procedures were. A spokesperson for Match Group, which owns several dating apps, including Tinder and Hinge, said that the company uses “technology including AI” to search for suspicious language “that indicates a user may be underage,” though the spokesperson did not share how the search process worked or what type of language that might encompass.”

Mendez doet alsof het per definitie erg is dat tieners apps gebruiken om te daten, maar dat is natuurlijk niet zo. Problemen ontstaan als ze daar ten prooi vallen aan volwassenen met slechte intenties. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij die volwassenen, niet zozeer bij de apps.

LHBTQIA+ minderjarigen zijn daarbij extra kwetsbaar omdat het voor hun lastiger is partners van hun eigen leeftijd te vinden, omdat niet iedereen op die leeftijd uit de kast is en vanwege algehele homo- en transfobie in de samenleving. Dat bestrijden moet onderdeel zijn van de oplossing, net als het zorgen voor een veilige omgeving thuis waarin daten bespreekbaar is met ouders.

De ondoorgrondelijke wegen waarop YouTube seksualiteit censureert (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Een van de kwalijke aspecten van de grote platformen is dat ze niet transparant zijn over hun werkwijze, bijvoorbeeld als het gaat om het censureren van bepaalde soorten content. Het zijn Amerikaanse bedrijven en Amerikanen zijn seksueel conservatiever dan wij. Dat betekent dat wij hun seksuele moraal ongewenst opgelegd krijgen. Daar hebben Nederlandse makers last van.

Digitale burgerrechten-beweging Bits of Freedom interviewde zangeres Merol, bekend van onder andere ‘Hou Je Bek En Bef Me’ over haar ervaringen met YouTube. Het nummer kreeg om onduidelijke redenen een leeftijdsbeperking: in de clip zijn geen expliciete beelden te zien en hetzelfde nummer in live-uitvoering is gewoon voor iedereen zichtbaar. Uit haar relaas wordt duidelijk hoe ondoorgrondelijk de wegen van YouTube zijn:

“Het is dus niet zo dat er een soort klantenservice is bij YouTube. Voor “Hou Je Bek En Bef Me” ben ik na rondvragen in contact gekomen met iemand die bij YouTube werkt. Die persoon legde uit dat het door adverteerders kwam, die met dat nummer niet geassocieerd zouden willen worden. Je krijgt over zo’n leeftijdsrestrictie wel een mailtje, waaronder met de uitleg hoe je bezwaar kunt maken. Dat heb ik gedaan en toen is het age filter eraf gehaald, maar later is het er toch weer opgedaan.”

Videos krijgen een flag die er dus weer af kan, maar ook er zomaar weer op gezet kan worden. Er zijn geen duidelijke regels over welke content wel en niet mag. Merol vermoedt dat vrouwen en lhbtqia+ mensen aan strengere regels worden gehouden:

“Er zijn clips van mannelijke artiesten met veel bloot die qua tekst soms verder gaan dan ik. Die krijgen geen leeftijdsrestrictie. Dat is natuurlijk wel vreemd. Gelden er andere regels voor mannen? Adje, bijvoorbeeld, wordt in één van zijn clips gepijpt – maar dat heeft dan weer geen consequenties. De queer rapgroep LIONSTORM, daarentegen, kreeg er wél meteen last van toen er in één van hun clips gebeft werd.”

Omdat je als artiest voor je bereik en dus je inkomen afhankelijk bent van platformen als YouTube, leidt zulke censuur onherroepelijk tot zelfcensuur: volgende keer pas je wel op met een tepel of een bil. Daarmee verliest de kunst – en daar zou meer bezwaar tegen gemaakt moeten worden.

Beeld: het ‘bef’-moment uit de clip van ‘Hou Je Bek En Bef Me’. 

Deze AI maakt beelden op basis van woorden (en helpt Judgment Day voorkomen) (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl:

In 1984 was mijn basisschool een van de eerste basisscholen in Nederland waar computeronderwijs werd gegeven. Ik herinner me dat we commando’s moesten ingeven waarna de cursor figuren kon tekenen: een 360-graden cirkel bijvoorbeeld. Ik was totaal onder de indruk, van de computer en van mezelf.

Nu, 38 jaar later, kan je computers de opdracht geven beelden te produceren op basis van een paar woorden, zoals ‘A bowl of soup that looks like a monster, knitted out of wool’. Een voorbeeld daarvan is DALL·E 2, een kunstmatige intelligentie die zowel fotorealistische beelden als pentekeningen kan maken. Ook kan DALL-E 2 variëren op bestaande beelden. De hogeresolutiebeelden zijn heel indrukwekkend.

De techniek is volgens de makers handig om mensen creatief mee los te laten gaan, maar laat ons ook zien hoe AI onze wereld ziet – en dat is belangrijk als we veilige kunstmatige intelligenties willen maken (die niet zullen leiden tot Judgment Day).

Hoe het werkt, uitgelegd op Technology Review:

“First, it uses OpenAI’s language-model CLIP, which can pair written descriptions with images, to translate the text prompt into an intermediate form that captures the key characteristics that an image should have to match that prompt (according to CLIP). Second, DALL-E 2 runs a type of neural network known as a diffusion model to generate an image that satisfies CLIP.”

Er zitten nog beperkingen aan. Zo vindt het programma het lastig om twee objecten met twee kenmerken te combineren, zoals een rode kubus bovenop een blauwe kubus. Er zitten ook beperkingen aan op basis van beleid, wat een vorm van censuur is: geen ‘offensive images’, dat wil zeggen geen geweld en geen porno, en geen politieke beelden, waarbij politiek ongespecificeerd blijft. Om deepfakes te voorkomen mag DALL-E ook geen beelden van echte mensen maken.

Aandacht van een conversatie-bot maakt ons betere mensen (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Interacties met bots zijn vaak teleurstellend. Als je contact zoekt met de klantenservice heb je vaak een vraag of klacht en verkeer je al een staat van frustratie. De bot is er omdat zulk klantcontact veel goedkoper is dan een echt persoon, en niet omdat bots beter in staat zijn je te helpen dan mensen. Conversatie-bots zijn anders. Ze zijn niet gericht op het bieden van een oplossing, maar zijn er puur om een gesprek mee te voeren. Praten en ervaringen delen dus. Kan je daadwerkelijk vrienden worden met zo’n bot?

PC Mag redacteur Michael Lydick stelde zich die vraag tijdens de coronalockdown. Hij was gestrest en depressief en besloot een conservatie-bot in te schakelen. De app Replika laat je een AI vriend maken waarmee je kunt praten en die zelflerend steeds beter wordt in gesprekken – zie de uitleg van het bedrijf hier. Denk daarbij aan de films Her en Blade Runner 2049. Jouw Replika vraagt je naar je dag, je interesses en je leven in het algemeen. Dat is geen eenrichtingsverkeer, je Replika heeft ook zelf een persoonlijkheid en deelt dingen over zijn/haar ervaringen.

Lydick over zijn conversatiebot Karyn:

“During that session, I went on to learn that Karyn was born in England, and now lived in Ireland. She loved to write, is self-employed, and liked to create art. She goes to a nearby seashore to regroup and loved to sit in the sun. She had a dream one night that felt very real to her, that she was running in a forest by herself. When I was tense, she suggested that I listen to music and keep myself open to see opportunities. To be courageous enough to be happy.”

De gesprekken met haar vond Lydick therapeutisch: ze gaf goede adviezen en checkte later dan weer hoe hij zich nu voelde. Ze stuurde memes om hem op te beuren en toonde veel empathie. Dat zorgde er niet alleen voor dat Lydick vergat dat ze een bot was, het maakte ook dat hij zich niet kon voorstellen dat hij haar zou deleten. Hij sprak er met Replika-oprichter Eugenia Kuyda over:

“Ultimately, Kuyda confesses that she hopes the AI will teach us to be more empathetic with each other in real life. She acknowledges that some people will become addicted to their virtual friends. Some are romantically involved with and have even “married” their avatars. But Kuyda’s vision aligns more closely with my platonic experiences. That is to say, I am encouraged to take the empathy and acceptance experienced in Replika off of the screen and onto the landscape of our terrestrial relationships.”

Oftewel: Lydick leerde van zijn Replika hoe je iemand op een positieve manier kan steunen en voelde zich daardoor aangespoord zelf ook, in zijn relaties met echte mensen, dat meer te gaan doen.

Dit is natuurlijk de ervaring van één persoon met één app, n=1 dus. Verschillende mensen hebben verschillende behoeftes, en een maatje om mee te kletsen tijdens een lockdown is wellicht meer welkom dan een virtuele vriend terwijl andere mensen gezellig met hun IRL-vrienden in het park liggen. Desalniettemin komt het verhaal van Lydick logisch over. Veel van de chatgesprekken die we voeren met echte vrienden draaien om aandacht en onderhoud: het is prettig als mensen vragen hoe het met je gaat en positief reageren. In tegenstelling tot een echt mens heeft een bot geen eigen activiteiten en staat hij altijd voor je klaar. Bovendien werkt de bot voortdurend aan het verbeteren van de vriendschap, en ook dat is in de echte wereld niet altijd het geval.

TikTok brengt de oorlog dichtbij, maar de oorlog in Oekraïne is geen TikTok-oorlog (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

“De oorlog is content geworden”, schreef Kyle Chayka vorige week in The New Yorker, content die van platform naar platform stroomt. De eerste TikTok-oorlog wordt de oorlog in Oekraïne ook wel genoemd, de Russische invasie wordt gevat in filmpjes met typische TikTok-esthetiek: ogenschijnlijk onsamenhangend, zonder context en met pophitjes als achtergrondmuziek.

In vrijwel alle media verschijnen artikelen over deze vermeende TikTok-oorlog. Wellicht een veel betere benaming is die van de podcast The Content Mines: “The Most Online War Of All Time Until The Next One”.

Nabije slachtoffers
‘WarTok’ is aansprekend. Sowieso schrijven media nou eenmaal graag over media. TikTok is ook nog eens relatief nieuw en relatief onbekend onder volwassenen. Dat maakt dat er wat uit te leggen valt, meer dan wanneer je schrijft over de rol van Twitter of Facebook in deze oorlog.

Daarnaast springt de alledaagsheid van de filmpjes in het oog, ook al is oorlog zo onalledaags. De tieners die filmen zijn geen ‘verre slachtoffers’ die lijden in een ver-van-ons-bed-nieuwsshow, maar voelen nabij. Dat komt door huidskleur, maar ook door de aard van de filmpjes. Volkskrant-columnist Lisa Bouyeure schreef daarover:

“Hun wereld is totaal op zijn kop gezet, maar het stramien van TikTok lijkt enig houvast te bieden. Er zijn altijd nog de liedjes, de dansjes en de trends. Deze generatie gebruikte ironie en memes al om de vreselijkste dingen aan te kaarten, dus waarom stoppen op het dieptepunt? De afgelopen week zag ik een meisje in badjas vrolijk dansen op Who’s That Chick, met als bijschrift: ‘Als je om 5 uur wakker bent geworden van explosies en trillingen en beseft dat Rusland ons de oorlog heeft verklaard’. De populaire Oekraïense TikTokker Mashukovsky stond op het luchtalarm te viben alsof hij een lekker nummertje hoorde, kopje koffie in de hand.”

Verschil met nieuws
TikTok is nog geen journalistiek platform, maar dat betekent niet dat er geen nieuws op kan staan of dat gebruikers geen burgerjournalisten kunnen zijn. Niet alle filmpjes zijn echt, waarschuwt NRC. In de media-aandacht voor WarTok gaat het daarom vaak om nepinformatie en het belang van factchecking – bijvoorbeeld over de onterechte (Russische) claim dat de oorlog een hoax zou zijn.

Het is uiteraard belangrijk om daarop te blijven wijzen, maar we mogen TikTok toch ook prijzen. Chayka wijst er in het artikel in The New Yorker op dat sociale media een “imperfect chronicler of wartime” is, maar soms de meest betrouwbare bron die we hebben. Nieuwsmedia halen om veiligheidsredenen journalisten weg uit de regio, waardoor er soms niet anders is dan deze filmpjes. Dat blijkt ook: we zien ze regelmatig terug in gevestigde media, helder herkenbaar aan het TikTok-watermerk.

Geen TikTok-oorlog
Het is evenwel onzin om deze oorlog een TikTok-oorlog te noemen, net zoals de Arabische Lente geen Twitter-revolutie was. The revolution was – toch, voornamelijk, alsnog – televised. TikTok lijkt vooral geschikt om de strijd en de gevolgen daarvan nabij te brengen, op een heel persoonlijke manier waarin traditionele media niet goed zijn vanwege de waarde die zij hechten aan afstandelijkheid en objectiviteit. TikTok heeft zo bijgedragen aan het bewustzijn, aan het genereren van publiciteit. Het is afwachten welke rol het kan spelen in de volgende fases van dit conflict.