Wat is de link tussen onderwijs en depressie? (Education indicators in Focus)

Er zijn meer dan 300 miljoen mensen die lijden onder een depressie wereldwijd, reden genoeg voor de OESO om in een nieuwe Education indicators in Focus stil te staan bij de relatie tussen onderwijs en depressie.

Wat valt er op?

  • People with higher educational attainment are less likely to report depression than those with lower education attainment.
  • Women are more likely to report having depression than men at all levels of educational attainment, but their share decreases more steeply as their educational attainment increases than it does for men.
  • Those who are employed report lower levels of depression than those who are not, but regardless of employment status, higher education is associated with a lower prevalence of self-reported depression.

Het verschil tussen hoog- en laagopgeleiden is duidelijk in zowat elk land:

Samengevat:

People with higher levels of education report less prevalence of depression in all OECD countries with data. A greater share of women than men report suffering from depression, but the share decreases more steeply for women than for men as educational attainment increases. Employment is associated with a lower share of self-reported depression, especially among low-educated adults. Given that mental illness has its onset in childhood or adolescence, these findings highlight the important role education systems play in ensuring students complete their education and successfully transition into the workplace.

De openingskeynote van meester Frank

De spanning is te stijgen in de congreszaal. De CEO’s in de zaal keken al weken uit naar deze datum. De parking staat vol glimmende bolides, al dan niet met chauffeur. De dagvoorzitter bouwt de spanning nog een beetje op, maar dan is het moment werkelijk daar, meester Frank beklimt het podium.

“Hallo allemaal,

het is een eer voor me om mijn inzichten uit mijn klas te delen zodat ik jullie kan helpen je bedrijf future-proof te maken. Als leerkracht van het tweede leerjaar ben ik gewoon om mensen voor te bereiden op hun toekomst. Het is de core-business van onderwijs. We leven in tijden die steeds sneller lijken te veranderen, en die veranderingen die ziet een leerkracht vaak als eerste.

Zo zagen mijn collega’s en ikzelf de voorbije jaren hoe de samenleving steeds diverser werd. En nee, maak niet de fout om diversiteit te herleiden tot allochtoon of autochtoon. Dit is een simplificatie. Eerder deze week toonde Pano nog hoe divers een klas kan zijn met hoogbegaafde kinderen, kinderen met ADHD, kinderen die een jaartje bleven zitten, enzovoort.

Goede lesgevers weten dat je elk kind verder moet brengen en blijvend moet betrekken. Als ik iets kan meegeven dat cruciaal is bij het omgaan met deze diversiteit is het belang van doelgericht werken. En dan bedoel ik niet zo een of andere wollige visie die goed klinkt, maar echt weten wat minimaal bereikt moet worden en tegelijk zien waar en wat  een kind meer kan. Die doelen meegeven en hoge verwachtingen hebben is 1 ding, maar tegelijk ervoor zorgen dat het kind optimaal ondersteund wordt om dit te bereiken, dat is goed onderwijs. Je zou kunnen denken: een kind dat zijn of haar targets niet haalt, stuur je gewoon weg. En er zouden scholen zijn die dat doen, maar goed onderwijs betekent iedereen meekrijgen. Het kan u maar inspireren in de nakende, of beter huidige war for talent. Herken de talenten, maar heb tegelijk ook oog voor wat het bedrijf – sorry de samenleving – belangrijk vindt. Het is een evenwichtsoefening die we dagelijks maken in het onderwijs.

Maar in tijden van onderwijs op maat en personalisering, weten onderwijsmensen gelukkig ook hoe belangrijk sociale cohesie is en hoe een klas, een groep belangrijk blijft. Leren samenleven, weet u wel. Socialisatie zoals pedagogen zouden zeggen. We weten ook dat een goede klassfeer het leren mogelijk maakt. De kinderen beter doet presteren zo u wil, maar het is ook gewoon fijn. Dingen samen en apart doen, het is slechts een van de vele voorbeelden hoe we in het onderwijs dagelijks voor de nodige variatie zorgen opdat de kinderen bij de les blijven.

De job van leerkracht wordt gekenmerkt door zeer veel keuzes die vaak on the spot genomen moeten worden. Daarom is een goede voorbereiding cruciaal zodat je iets hebt om op terug te vallen of om deze net bewust te verlaten als opportuniteiten zich aandienen. Zie het als een businessplan dat elk uur concreet vertaald wordt.

Als er iets ook duidelijk is: werk hard. Onderschat de job van lesgever niet. Het is een constante, publieke job waar 20, 23 paar ogen je constant in de gaten houden en waar bijvoorbeeld ouders (je kan ze vergelijken met aandeelhouders) zich constant moeien vanuit een oprechte bezorgdheid voor hun eigen kind, waarbij ze vaak vergeten dat er ook nog andere kinderen zijn. De luizenmoeder is meer een documentaire dan een komisch programma, maar dat had u wellicht al door.

Maar die job blijven we toch zo lang mogelijk graag doen vanuit de liefde voor onze kinderen, mijn klas, mijn leerlingen. De belangrijkste les die ik kan meegeven als leerkracht: zie uw werknemers graag, voel er u verantwoordelijk voor, ga tot het uiterste. Het betekent vaak nachtwerk, maar u krijgt het wonder van groei en ontwikkeling in de plaats.

Misschien ook wel handig nog als tip: spring niet direct op alle mogelijk hypes voor quick wins. We hebben ons part al gehad in onderwijs van mogelijke disrupties – zoals jullie dat noemen – die uiteindelijk vooral een sof bleken. Dat onderwijs soms wat trager lijkt te gaan, is omdat we vanuit de verantwoordelijkheid voor onze leerlingen graag zeker weten dat het werkt. We experimenteren zeker, maar het kind moet uiteindelijk leren lezen en schrijven, rekenen, cultuur ontdekken, enzovoort. En onderwijs gaat voor de lange termijn, we bereiden voor op een leven.

Er valt nog veel te vertellen, maar juf Veerle staat al klaar om dieper in te gaan op hoe je zorg optimaal organiseert en ik zag dat er later nog workshops zijn rond differentiatie, omgaan met planlast en slecht-nieuwsgesprekken. Ik ben ook blij dat straks nog directrice Lotte een gaatje in haar overvolle agenda gevonden heeft om jullie te komen uitleggen hoe je met een enorme schaarste aan middelen toch een organisatie draaiende kan houden. Op het einde van de dag komt juf Ank nog een liedje aanleren. Geniet van jullie dag!”

Wil je creativiteit stimuleren? Drink thee!

Via BPS Digest vond ik deze studie van de universiteit van Peking waarbij men een randomized controlled trial deed waarbij een deel van de 50 deelnemers heet water en een ander deel thee liet drinken en vervolgens aan de slag liet gaan met blokjes terwijl in een tweede experiment ze een nieuwe naam voor een restaurant moesten bedenken.

Deze twee experimenten zijn bekende manieren om divergent denken te meten en wat bleek? De theedrinkers waren steevast beter in divergent denken dan de waterdrinkers.

Even ter herhaling:

Divergent denken: het bedenken van zo veel mogelijk opties en ideeën.

Als je nu verwacht dat we hiervoor een uitleg hebben, vooralsnog niet. Zelf had ik wel de bedenking dat de steekproef behoorlijk klein is en smeekt dit onderzoek voor replicatie. Aan de andere kant: eerder onderzoek toonde al een positief verband tussen theedrinken en convergent denken.

Convergent denken: het komen tot de juiste optie en deze uitwerken.

Misschien ook interessant om te onderzoeken: koffie versus thee :).

Abstract van het onderzoek:

Previous research has found that tea improves performance on convergent creativity tasks, such as the Remote Associates Test, by inducing a positive mood. However, there is no empirical evidence regarding the effect of tea drinking on performance in divergent creativity tasks. Using two experiments, the current research investigates the relationship between tea consumption and divergent creativity. In both experiments, participants were randomly assigned to two groups and implicitly manipulated to drink tea or water. In experiment 1 (N = 50), we used a block-building task as a measure of divergent creativity in spatial cognition. The results showed that the participants who drank tea performed better in the spatial creativity task assigned in the 10 min immediately following tea consumption than did those who drank water. In experiment 2 (N = 40), we adopted the restaurant naming task as a measure of divergent creativity in semantic cognition. The results showed that the participants who drank tea received higher scores in the semantic creativity task compared to those who drank water. The current research demonstrates that drinking tea can improve creative performance with divergent thinking. This work contributes to understanding the function of tea on creativity and offers a new way to investigate the relationship between food and beverage consumption and the improvement of human cognition.

Helpt beter je best doen bij een IQ-test?

De voorbije weken is er – weer – veel te doen geweest over intelligentietesten. Een nieuwe studie onderzocht een claim uit een meta-analyse uit 2011 van oa Angela Duckworth waarin gesteld werd dat de mate waarin je je best deed – ‘did an extra effort’ – de uitslag van een IQ-test zou kunnen beïnvloeden. Deze meta-analyse was niet zonder controverse onder andere omdat het zou betekenen dat de IQ-testen makkelijker beïnvloedbaar zouden zijn, maar ook omdat Duckworth en haar nadruk op grit achteraf behoorlijk door de mand is gevallen waarbij onder andere naar deze studie werd verwezen.

Dit nieuw onderzoek heeft deze stelling nu concreet onderzocht door aan 2 random samengestelde groepen van testpersonen waarbij de controlegroep de IQ-test zonder beloning moest afleggen, terwijl de testgroep een beloning voorgehouden werd van 75 dollar als ze bij de 10% best presterenden zouden eindigen.

De onderzoekers stelden vast dat mensen hierdoor niet echt meer gemotiveerd werden, maar dat de geld-groep wel degelijk beter hun best deden. Op deze manier kon de vergelijking gemaakt worden of beter je best doen zou helpen op de IQ-test. Wat bleek? Nee. Er was geen verschil tussen beide groepen. Dit is goed nieuws voor IQ-tests die zo in feite er degelijker uitkomen.

Maar hoe valt het verschil met eerder onderzoek te verklaren? In veel eerdere onderzoeken werd je best doen, net zoals in dit onderzoek gemeten aan de hand van zelfrapportage. En zoals gesteld: de groep die geld voorgehouden werd, gaf aan dat ze beter hun best deden, maar dit vertaalde zich niet in betere resultaten.

De onderzoekers analyseerden de data verder en zien als verklaring voor eerdere resultaten dat de kans groot is dat mensen die beter scoorden, ook sneller geneigd zijn om te zeggen dat ze beter hun best gedaan hebben. De IQ-test was dus niet het probleem, maar wel de zelfrapportage.

Abstract van het onderzoek:

A positive correlation between self-reported test-taking motivation and intelligence test performance has been reported. Additionally, some financial incentive experimental evidence suggests that intelligence test performance can be improved, based on the provision of financial incentives. However, only a small percentage of the experimental research has been conducted with adults. Furthermore, virtually none of the intelligence experimental research has measured the impact of financial incentives on test-taking motivation. Consequently, we conducted an experiment with 99 adult volunteers who completed a battery of intelligence tests under two conditions: no financial incentive and financial incentive (counterbalanced). We also measured self-reported test-taking importance and effort at time 1 and time 2. The financial incentive was observed to impact test-taking effort statistically significantly. By contrast, no statistically significant effects were observed for the intelligence test performance scores. Finally, the intelligence test scores were found to correlate positively with both test-taking importance (rc = .28) and effort (rc = .37), although only effort correlated uniquely with intelligence (partial rc = .26). In conjunction with other empirical research, it is concluded that a financial incentive can increase test-taking effort. However, the potential effects on intelligence test performance in adult volunteers seem limited.

Bekijk deze video en lees deze column van Frederik Anseel over leiderschap

Het is niet omdat ik de man ken dat ik dit schrijf, maar ik ben echt fan van de columns van Frederik Anseel. Deze nieuwe column over de drie vragen waarbij je de antwoorden niet kan faken, is geen uitzondering.

In de column vermeldt Frederik ook deze video waarover hij schrijft:

Het filmpje ziet er wat gedateerd uit, geen powerpoint met slides of beelden, enkel een kalme, zacht sprekende man die met een metafoor uitlegt hoe ‘the smell of the place’ bepaalt hoe mensen zich gedragen. Kijk, luister, en u vergeet het nooit meer.