10 slechte kanten van ons menszijn volgens de psychologie

BPS Digest toont 10 karaktertrekken van ons mens-zijn die psychologisch onderzoek heeft aangetoond. Ik geef hier de 10 trekken, check de post van Christian Jarrett voor de bronnen.

  • We view minorities and the vulnerable as less than human
  • We already experience schadenfreude at the age of four
  • We believe in Karma – assuming that the downtrodden of the world must deserve their fate
  • We are blinkered and dogmatic
  • We would rather electrocute ourselves than spend time in our own thoughts
  • We are vain and overconfident
  • We are moral hypocrites
  • We are all potential trolls
  • We favour ineffective leaders with psychopathic traits
  • We are sexually attracted to people with dark personality traits

Het goede nieuws: dit allemaal inzien, kan helpen de slechte kanten te overkomen…

Hoe word je effectiever en een betere leider op je werk?

Richard Wiseman werkte samen met Business Insider voor de volgende video (waarvan het brainstorm-stuk ook al in ons mytheboek stond). Het leuke is, je krijgt in 3 minuten gratis meer dan dat je in de meeste brainstormsessie en vergadering bereikt 😉 :

Het volledige Millennial-rapport van Deloitte

Vandaag staat in De Morgen een samenvatting van de Deloitte Millennial Survey en de toon is pessimistisch (en de Belgische millennials zijn bij de meest cynische). Ik volg Tom Palmaerts dat het wel eens een behoorlijk reality check is door de leeftijdsfase en ik vrees dat het optimisme bij veel mensen al een tijdje onder druk staat, los van leeftijd. Spijtig genoeg geeft het rapport niet echt weer hoe het met persoonlijk optimisme staat (met mij komt het goed ipv de wereld is om zeep).

Het hele rapport kan je hier downloaden, maar de video en infografiek vatten verder samen:

Kantoortuinen zorgen voor net minder menselijk contact

De laatste tijd krijgen kantoortuinen het erg te verduren. We zouden er minder geconcentreerd zijn en we zouden ze gewoon niet fijn vinden. Maar het is natuurlijk goed voor menselijke interactie?

Wel, terwijl dit vaak het argument is, blijkt dit niet per se het geval. Nieuw onderzoek toont dat men net eerder gaat mailen en berichtjes gaat sturen dan met elkaar babbelen. Bij de 52 proefpersonen die gevolgd werden, daalde net de menselijke interactie met ongeveer 70%.

Nu, een steekproef van 52 is niet echt groot, maar het is een belangrijke nieuw element in een ontwikkelend verhaal.

Abstract van het onderzoek:

Organizations’ pursuit of increased workplace collaboration has led managers to transform traditional office spaces into ‘open’, transparency-enhancing architectures with fewer walls, doors and other spatial boundaries, yet there is scant direct empirical research on how human interaction patterns change as a result of these architectural changes. In two intervention-based field studies of corporate headquarters transitioning to more open office spaces, we empirically examined—using digital data from advanced wearable devices and from electronic communication servers—the effect of open office architectures on employees’ face-to-face, email and instant messaging (IM) interaction patterns. Contrary to common belief, the volume of face-to-face interaction decreased significantly (approx. 70%) in both cases, with an associated increase in electronic interaction. In short, rather than prompting increasingly vibrant face-to-face collaboration, open architecture appeared to trigger a natural human response to socially withdraw from officemates and interact instead over email and IM. This is the first study to empirically measure both face-to-face and electronic interaction before and after the adoption of open office architecture. The results inform our understanding of the impact on human behaviour of workspaces that trend towards fewer spatial boundaries.

Waarom je passie volgen misschien een slecht idee is volgens het growth mindset concept (onderzoek)

De voorbije 2 maanden kreeg de growth mindset theorie van Carol Dweck behoorlijk wat kritiek te slikken. De onderzoekster reageerde hier onlangs zelf op. Nu kreeg ik ook een nieuwe studie gisteren toegestuurd door Jan Demol van Radio 1 die het concept van growth mindset op een andere manier gebruikte, namelijk in relatie tot passie en het denken over je passie volgen.

Je hoort het vaak: volg je passie. Ik ken verschillende public speakers die het luid verkondigen dat als iedereen zijn passie zou volgen, de wereld een mooiere plaats zou zijn. Los van de vraag wie dan de minder leuke taken zal doen, blijkt er een ander probleem te zijn.

Het hangt er vanaf hoe je zelf naar een passie kijkt. Als je denkt dat een passie een aangeboren gegeven is versus denken dat een passie kan groeien. Juist, dit is een fixed mindset versus een growth mindset. Wat blijkt nu? Mensen die denken dat een passie quasi natuurlijk in je aanwezig is, zullen sneller afhaken bij tegenslag. Een dergelijke visie zou er ook voor zorgen dat je minder interesse hebt in dingen buiten die (vermeende) passie waardoor je ook wel weinig eieren in je mandje legt. Dit blijkt onder andere uit het eerste experiment in het artikel dat een geslaagde replicatie is van een oudere studie. Het tweede en derde experiment bevestigden deze bevindingen.

Experiment vier bekeek de mate van resilience of weerbaarheid om om te gaan met complexiteit en uitdaging en toont dat mensen met growth mindset hier beter mee zouden kunnen omgaan. Deze studie is echter behoorlijk klein qua steekproef, waardoor ze underpowered bleek. Daarom werd een vijfde experiment gedaan met grotere steekproef. dit laatste experiment bevestigde het vierde.

Het juiste advies zou dan kunnen zijn: ontwikkel je passie in plaats van volg je passie.

Maar… hoe zit het nu met deze experimenten en de replicatiecrisis rond growth mindset? Wel, deze experimenten focussen zich niet echt op het stimuleren van een growth mindset en hoe deze actie leerlingen beter maken. In deze benadering is het meer een impliciete theorie die een persoon al dan niet heeft en welk effect deze impliciet theorie heeft op het eigen handelen. De grote discussies die er vandaag bestaan gaan over het effect van een growth mindset interventie, dit is hoe je bepaalde leerlingen benadert en welk effect die benadering heeft.

De kwaliteit van de vijf experimenten in dit onderzoek wisselt. De eerste drie lijken me persoonlijk sterker, deels omdat ze zelf een bevestigende replicatie zijn van eerder onderzoek. Het tweede onderzoek is bijvoorbeeld ook gepreregistreerd. De twee laatste experimenten zou ik zelf voorzichtiger mee willen zijn. De onderzoekers geven de beperking aan van het vierde experiment, en waar het vijfde experiment dit wil compenseren met een grotere steekproef, heeft dit laatste experiment dan weer een beperking dat het volledig online werd afgenomen.

Abstract van het onderzoek:

People are often told to find their passion as though passions and interests are pre-formed and must simply be discovered. This idea, however, has hidden motivational implications. Five studies examined implicit theories of interest—the idea that personal interests are relatively fixed (fixed theory) or developed (growth theory). Whether assessed or experimentally induced, a fixed theory was more likely to dampen interest in areas outside people’s existing interests (Studies 1–3). Those endorsing a fixed theory were also more likely to anticipate boundless motivation when passions were found, not anticipating possible difficulties (Study 4). Moreover, when engaging in a new interest became difficult, interest flagged significantly more for people induced to hold a fixed than a growth theory of interest (Study 5). Urging people to find their passion may lead them to put all their eggs in one basket but then to drop that basket when it becomes difficult to carry.

 

Onder druk zouden mannen meer last hebben van het imposter syndrome dan vrouwen

Het imposter syndrome is de vrees dat mensen door hebben dat je in feite het niet zo goed kan. Lees er meer over hier of bekijk deze video:

Uit een nieuwe – weliswaar eerder verkennende – studie blijkt nu dat wellicht mannen meer last hebben van het syndroom als ze onder druk staan dan hun vrouwelijke tegenhangers. Het is gissen hoe dit komt, maar de onderzoekers vermoeden dat het met traditionele rolpatronen die nog verder leven te maken kan hebben.

Samengevat:

 

  • Male impostors may have more severe reactions to performance stimuli than females.
  • Male IPs experienced higher state anxiety during a task than did female IPs.
  • Male IPs decreased their effort and performed worse than females when accountable.
  • Female IPs increased effort and did better than males when given negative feedback.

Abstract van het onderzoek:

Some individuals report feeling inauthentic at work, and fear being found out as a fake or as someone who does not deserve their status or reputation. Termed the imposter phenomenon (IP), this pervasive feeling has recently gained traction and recognition in organizational research. However, the relationship between IP and performance is still not well understood. We present two studies that explore the relationship between IP, performance, and gender under two different conditions: feedback (Study 1, N = 268) and accountability (Study 2, N = 250). Results indicate that male IPs react significantly more negatively under conditions of negative feedback and high accountability. These findings reveal a complex relationship between IP and gender which demonstrate that imposters’ gender could potentially exacerbate the negative effects of IP on work outcomes.