Realistisch zijn maakt wellicht gelukkiger dan (te) optimistisch (onderzoek)

Onderzoekers die zich afvroegen of pessimistisch of optimistisch denken leidt tot meer gevoelens van welbevinden, stelden vast dat het antwoord in feite geen van beide is. Ze keken het na in een steekproef van 1601 Britse deelnemers Foute verwachtingen en inschattingen, zowel positief als negatief, bleken minder gelinkt te zijn aan welbevinden.

De onderzoekers bekeken dit in verband met de financiële inschattingen van de deelnemers die deze gedurende 18 jaar jaarlijks maakten. Je zou kunnen denken dat de pessimisten blij zouden zijn als hun voorspelling fout bleek, maar dit blijkt niet het geval, integendeel over de hele periode waren ze zowat 1/5 minder gelukkig dan de realisten.

Ik zou nu graag uitleggen hoe dit alles komt, maar dit laat het onderzoek van De Meza en Dawson spijtig genoeg niet toe (al speculeren ze zelf ook wel).

Abstract van het onderzoek:

This article speaks to the classic view that mental health requires accurate self-perception. Using a representative British sample (N = 1,601) it finds that, as measured by two established well-being indicators, those with mistaken expectations, whether optimistic or pessimistic, do worse than realists. We index unrealistic optimism as the difference between financial expectations and financial realizations measured annually over 18 years. The effects are not small, with those holding the most pessimistic (optimistic) expectations experiencing a 21.8% (13.5%) reduction in long-run well-being. These findings may result from the decision errors and counteracting emotions associated with holding biased beliefs. For optimists, disappointment may eventually dominate the anticipatory feelings of expecting the best while for pessimists the depressing effect of expecting doom may eventually dominate the elation when the worst is avoided. Also, plans based on inaccurate beliefs are bound to deliver worse outcomes than would rational expectations.

De herontdekking van contact, mijn stuk voor De Grote Vragen

Ik kreeg de vraag of ik een stuk wou schrijven voor De Grote Vragen over het leven na Corona, en specifiek over hoe werk en studie zal/kan veranderen. Dit werd het resultaat:

Eerst en vooral: ik kan de toekomst niet voorspellen en veel voorspellingen over de wereld vertellen vaker iets over de persoon die de tekst schrijft dan over de toekomst. Dat merkte ik zelf zeker ook bij voorspellingen over hoe de wereld al dan niet zal veranderen na de coronacrisis, wanneer dat ook mag zijn.

Dus toen ik de vraag kreeg om na te denken over of de toekomstige leerlingen, studenten en werknemers al dan niet liever op afstand studeren of werken, was mijn spontane antwoord ‘weet ik veel’ om daarna mij af te vragen of dit antwoord wel klopte.

Want het is namelijk niet zo dat we over deze vragen helemaal niks weten. Laat ik het concreet maken. Het ene na het andere onderzoek heeft de voorbije jaren aangetoond dat de populaire kantoortuinen gewoon funest zijn voor de concentratie en de productiviteit. Nu deze ook nog eens gevaarlijk bij een pandemie blijken, is het te hopen dat deze werkoorden van verderf hun doodsteek krijgen.

Lees hier verder.

Food for thought: ben je een loser als je geen carrière maakt? (Universiteit van Vlaanderen)

Er passeren behoorlijk wat buzzwords bij het begin van de lezing, maar al gauw wordt het behoorlijk prangend. Tegelijk benieuwd wat bijvoorbeeld Stijn Baert of Frederik Anseel hierover vindt.

Opvallende trend in de UK: jongeren werken steeds minder naast hun studies

Het is soms vreemd hoe trends regionaal sterk kunnen verschillen. Menig van mijn collega’s klagen de laatste tijd dat vandaag het studeren lijkt te lijden onder de drukke (werk)agenda van studenten. Ook de cijfers van onder andere de OESO uit 2016 tonen dat 8 op 10 15-jarigen in Vlaanderen al werkte voor geld. Op hetzelfde moment maakt men in de UK zich zorgen dat jongeren steeds minder werken in vakantie- en studentenjobs. De cijfers geven een daling op 20 jaar aan van 48% naar zowat een kwart van de jongeren.

De belangrijkste reden voor de de opvallende daling zou zijn dat het studeren steeds vaker op de eerste plaats komt.

(bron BBC)