Er is momenteel geen tekort aan verhalen over AI en jobs. Wat wel ontbreekt, is een nuchtere blik op de economische realiteit erachter. Twee recente stukken – één in Fortune en één bij Axios – leggen die realiteit vrij ontnuchterend en duidelijk bloot.
Laat ons beginnen bij wat op het eerste gezicht tegenstrijdig lijkt. Tech- en andere bedrijven ontslaan mensen. Meta schrapt duizenden jobs, Microsoft biedt grootschalige buy-outs aan. Tegelijk investeren diezelfde bedrijven honderden miljarden in AI. Dat wordt vaak gelezen als een klassieke vervangingslogica: mensen eruit, machines erin.
Maar dat beeld klopt voorlopig niet. AI blijkt namelijk vandaag in veel gevallen gewoon duurder dan de mensen die ze geacht wordt te vervangen. Bryan Catanzaro (Nvidia) zegt het zonder omwegen: voor zijn team liggen de compute-kosten “ver boven” de loonkosten. Dat gaat niet over een eenmalige investering, maar over doorlopende kosten. Elke prompt, elke output, elke toepassing heeft een prijs. Waar software vroeger schaalvoordelen bracht, introduceert generatieve AI vaak net een variabele kost per gebruik.