Ga niet voor perfectie maar voor excelleren als je creativiteit wil

Streven naar perfectie is niet hetzelfde als streven naar excellentie. Dat laatste is namelijk de ambitie om zeer goed of zelfs de beste in iets te willen zijn, en dat is niet noodzakelijk hetzelfde als een foutloos parcours of eindproduct. Jean-Christophe Goulet-Pelletier en collega’s onderzochten de link tussen beide houdingen/persoonlijkheidstrekken en creativiteit.

Hiervoor legden in een eerste studie 279 studenten onderzoek zowel testen af die perfectionisme als streven naar excellentie in kaart brengen en vervolgens een test op divergent denken. Tot slot werd ook hun ‘openness’ gecheckt, een karaktertrek uit de Big Five, waarbij gekeken werd in welke mate ze openstaan voor ervaringen, indrukken van buitenaf, verbeelding,…

Wat bleek? Hoe meer een student voor excellentie streef, hoe origineler die student uit de hoek kwam en hoe meer open hij of zij stond voor ervaringen. Een grote streven naar perfectie ging dan weer gepaard met minder originele ideeën in de creativiteitstest en minder openstaan voor indrukken. De onderzoekers vermoeden dat streven naar perfectie mensen minder flexibel maakt in hun denken.

Een tweede studie met 401 studenten bevestigde dit resultaat en toonde vervolgens ook nog iets bijzonders: de studenten bleken slecht in het inschatten van hun eigen creativiteit. Vrij vertaald: studenten die streven naar perfectie, merken niet dat ze hierdoor minder creatief zijn.

Abstract van het onderzoek:

The standards that a person pursue in life can be set in a rigid or flexible way. The recent literature has emphasized a distinction between high and realistic standards of excellence, from high and unrealistic standards of perfection. In two studies, we investigated the role of striving towards excellence (i.e., excellencism) and striving towards perfection (i.e., perfectionism) in relation to divergent thinking, associative thinking, and openness to experience, general self-efficacy, and creative self-beliefs. In Study 1, 279 university students completed three divergent thinking items, which called for creative uses of two common objects and to name original things which make noise. A measure of openness to experience was included. Results from multiple regression indicated that participants pursuing excellence tended to generate more answers and more original ones compared with those pursuing perfection. Openness to experience was positively associated to excellencism and negatively associated to perfectionism. In Study 2 (n = 401 university students), we replicated these findings and extended them to associative tasks requiring participants to generate chains of unrelated words. Additional individual differences measures included general self-efficacy, creative self-efficacy, and creative personal identity. The results suggested that excellencism was associated with better performance on divergent thinking and associative tasks, compared with perfectionism. Excellencism was positively associated with all four personality variables, whereas perfectionism was significantly and negatively associated with openness to experience only. Implications for the distinction between perfectionism and excellencism with respect to creative indicators are discussed. In addition, the paradoxical finding that perfection strivers had high creative self-efficacy and creative personal identity but lower openness to experience and poorer performance on objective indicators of creative abilities is discussed.

Een update op Project Starline van Google: wat zijn de effecten van deze nieuwe vorm van communicatietechnologie?

In mei deelde ik deze video al van Project Starline van Google/Alphabet:

En terwijl het natuurlijk een ‘wij van WC-eend’-verhaal is, deelde Google nu de resultaten van de voorbije maanden aan testen, vaak met eigen werknemers:

  • People displayed more non-verbal behaviors such as ~40% more hand gestures, ~25% more head nods and ~50% more eyebrow movements.
  • People had much better memory recall when using Project Starline, tracking nearly ~30% better when being asked to recall details of their conversation or the content of a meeting.
  • People focused ~15% more on their meeting partner in an eye-tracking experiment, suggesting that visual attentiveness is enhanced when using Project Starline.

Het blijft natuurlijk nog maar een proefopstelling, maar ik blijf het verhaal toch opvolgen. Misschien dat ik het binnenkort eens ergens kan uitproberen? (subtiele hint voor als iemand van Google dit toevallig zou lezen?)

10 eigenschappen van creatieve mensen die elkaar tegenspreken

Vorige maand stierf Mihaly Csikszentmihalyi, de psycholoog die de wereld het concept van flow leerde kennen. In zijn boek Creativity: Flow and the Psychology of Discovery and Invention beschreef de man 10 persoonlijkheidstrekken van creatieve mensen. Maar… ze bevatten behoorlijk wat contradicties:

1. Creative individuals have a great deal of physical energy, but they are also often quiet and at rest.

2. Creative individuals tend to be smart, yet also naive at the same time.

3. A third paradoxical trait refers to the related combination of playfulness and discipline, or responsibility and irresponsibility.

4. Creative individuals alternate between imagination and fantasy at one end, and a rooted sense of reality at the other.

5. Creative people seem to harbor opposite tendencies on the continuum between extroversion and introversion.

6. Creative individuals are also remarkably humble and proud at the same time.

7. Creative individuals to a certain extent escape this rigid gender role stereotyping [of ‘masculine’ and ‘feminine’].

8. Creative people are both traditional and conservative and at the same time rebellious and iconoclastic.

9. Creative persons are very passionate about their work, yet they can be extremely objective about it as well.

10. The openness and sensitivity of creative individuals often exposes them to suffering and pain yet also a great deal of enjoyment.

(gevonden via Klotke en open culture)

Waar we best naar kijken bij een digitale samenleving, ook oa in onderwijs (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Het Rathenau Instituut doet sinds 1986 onderzoek naar de impact van technologie op de samenleving. In een recent verschenen rapport naar de stand van digitaal Nederland spreekt het Instituut zorgen uit. Het selecteerde acht domeinen en maakte een overzicht van de problemen, onderbelichte vragen en politieke vragen voor de komende vier jaar. De conclusie: de stand van de digitale samenleving is op tal van aspecten zorgelijk en het huidig beleid blijkt onvoldoende.

De macht van Big Tech wordt alleen maar groter, de samenleving is sterk afhankelijk van de diensten die deze bedrijven leveren. Scholen, ziekenhuizen en overheden maken er gebruik van, zonder dat er duidelijke afspraken zijn waarmee die bedrijven tot verantwoording kunnen worden geroepen. Voor de overheid zelf is het “een uitdaging om als parlement voldoende zicht te krijgen op de werking van overheidssystemen” (p. 46). Ondertussen vormen nieuwe immersieve technologieën nadere bedreigingen voor onze privacy.

De samenvatting van de politieke vraagstukken per domein, woordelijk overgenomen uit het rapport (p. 11-12):

Inclusieve digitale democratie
Desinformatie, deepfakes, politieke micro-targeting en de macht van Big Tech bedreigen de democratie. In Europese wetsvoorstellen krijgen platformen meer verantwoordelijkheden. Maar hoe ver moeten die precies reiken? Is het toezicht voldoende geregeld als platformen gaan bepalen wat illegale content is? Digitale middelen kunnen democratische besluitvorming ook versterken. In welke mate willen partijen daar gebruik van maken?

Eerlijke dataeconomie
Platformen brengen vraag en aanbod efficiënt bij elkaar, maar de enorme marktmacht onzekere arbeidsomstandigheden en minder leefbare steden zijn bekende keerzijden. Nieuwe wetten moeten de marktmacht reguleren en investeringen in Europese technologie moet zorgen voor alternatieve aanbieders. Maar met meer concurrentie ontstaat nog geen leefbare stad. Welke plichten moeten platformen krijgen om een eerlijke economie te realiseren? En hoe kan innovatiebeleid meer worden gericht op maatschappelijke uitdagingen?

Robuuste digitale infrastructuur
De digitale samenleving is kwetsbaar. Hoewel de afgelopen jaren meer wettelijke eisen zijn opgesteld, bijvoorbeeld voor 5G, blijft de basis, zoals encryptie, onvoldoende op orde. De afhankelijkheden worden groter. En nieuwe infrastructuren, zoals 6G en satellieten, komen eraan. Wat is er nodig om Nederland veiliger te maken en hoeveel mag dat kosten? Hoe kan Nederland haar hoogwaardige expertise over kwantumtechnologie, encryptie en AI beter benutten?

Behoorlijke digitale overheid
De overheid gebruikt data en algoritmen om te beslissen over zaken die burgers aangaan. Maar die beslissingen zijn vaak ondoorzichtig. En het blijkt lastig om maatwerk te leveren en gemaakte fouten snel te herstellen. Bovendien blijken systemen niet altijd effectief. Hoe weegt het parlement de maatschappelijke kosten tegen de baten? Wat is er nodig om te waarborgen dat digitale overheidssystemen voldoen aan de eisen van behoorlijk bestuur?

Duurzaam digitaal
Digitalisering van het energiesysteem kan de energietransitie bevorderen. Dat vraagt om beter gebruik van energiedata, met aandacht voor privacy en beveiliging. Dat is nog niet voor alle relevante data, zoals data uit slimme thermostaten of elektrische auto’s, goed geregeld. Hoe zorgt het parlement dat beschikbare data in dienst staat van de energietransitie? En hoe wordt gezorgd dat de ambities voor digitalisering gelijk op gaan met de doelen van de energietransitie?

Hoogwaardig digitaal onderwijs
Onderwijsinstellingen experimenteren met digitale leermiddelen. Op beleidsniveau is aandacht voor dataprotectie, beveiliging en publieke regie over de inkoop van systemen. Maar de impact van educatieve technologie reikt verder dan dat. Want wat betekenen de systemen voor de kwaliteit van het onderwijs en kansengelijkheid? Durven leerlingen nog fouten te maken als elke stap wordt
vastgelegd? Kortom: hoe kan innovatie vorm worden gegeven met oog voor onderwijskwaliteit en publieke waarden?

Verantwoord medische data delen
Uitwisseling van medische data kunnen de gezondheidszorg vooruit helpen, bijvoorbeeld doordat zorgverleners over de juiste informatie beschikken. Maar het gebruik van medische data dient uiterst zorgvuldig, en in het belang van de publieke gezondheidszorg, te gebeuren. Met de toename van private partijen en grote platformen komt dat belang onder druk te staan. Hoe behouden we solidariteit bij datagebruik en worden zorgverleners en patiënten beter beschermd?

Betrouwbare immersieve technologie
Spraaktechnologie, Virtual Reality en Augmented Reality maken het nog moeilijker om echt van nep (manipulatie) te onderscheiden. Deze technologieën zullen de komende jaren worden gebruikt in de zorg, het onderwijs, de bouw of defensie. Welke afspraken zijn er nodig over privacy, autonomie, waarachtigheid en gezondheid? En welke juridische kaders ontbreken, zoals voor onze publieke ruimte en intellectueel eigendom?

De beweegredenen van vaccinatieweigenaars (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Pas nu een grote meerderheid van de bevolking gevaccineerd is lijkt er een maatschappelijk debat te ontstaan over de vaccinatieweigeraars. Voor zorgmedewerkers is de groep een enorm probleem. Ze weigeren niet alleen vaccins, maar ook mondkapjes – zelfs als ze met serieuze coronaklachten binnenkomen. Het leidt tot frustratie over vermijdbaar lijden onder het personeel.

Als we deze groep willen overhalen om zich toch te beschermen tegen corona, moeten we eerst weten waarom ze hun huidige keuze hebben gemaakt. In het project ‘De Maatschappelijke Impact van COVID-19’, gefinancierd door ZonMw, werken verschillende universiteiten en gemeentes samen aan onderzoek. Deze week verscheen een working paper over de beweegredenen vaccinatieweigeraars.

Methode
In het project worden surveys afgenomen, met zowel gesloten als open vragen. Dit paper is gebaseerd op data verzameld in maart 2021 onder 24.227 respondenten. Vijftien procent van deze ondervraagden gaf toen aan niet gevaccineerd te willen worden. Zij kregen vervolgens de open vraag waarom niet. Daarop hebben 688 respondenten geantwoord – dat is slechts 19 procent van de respondenten die zich niet wilden laten vaccineren, een lage respons dus. Vrouwen, jongeren en lageropgeleiden gaven vaker antwoord. De resultaten zijn daarom niet representatief voor de bevolking, maar het onderzoek is wel degelijk relevant omdat het inzicht geeft in bestaande motieven en het relatieve belang ervan voor deze mensen.

De antwoorden zijn handmatig gecodeerd en de verkregen motieven zijn vervolgens voorgelegd aan zorgprofessionals in focusgroepen. Zo zijn vervolgens een aantal handelingsperspectieven geformuleerd.

Beweegredenen van weigeraars
De onderzoekers komen tot drie hoofdcategorieën, die elkaar niet uitsluiten:

1. Vertrouwen in het eigen lichaam
Ongeveer een kwart van de genoemde redenen valt hieronder. Het gaat om mensen die vinden dat zij gezond zijn, een sterk immuunsysteem hebben en/of niet kwetsbaar zijn. Zij vinden een vaccin daarom niet nodig. Ook mensen die het al gehad hebben passen in deze categorie.

2. Zorgen over bijwerkingen
Ruim een derde van de redenen is samen te vatten onder deze noemer. Het zijn enerzijds mensen die zich directe angst hebben voor bijwerkingen op de korte of lange termijn en anderzijds mensen die geen proefkonijn willen zijn. Het zijn bijvoorbeeld mensen die medicatie gebruiken of zwanger zijn, of die het vaccin niet vertrouwen omdat ze menen dat het zich nog in een experimentele fase bevindt.

3. Wantrouwen in vaccin en betrokken instanties
Uit een derde van de genoemde redenen spreekt wantrouwen, al is het niet altijd duidelijk naar wie of wat. Wanneer dat wel benoemd wordt, gaat het om instanties als WHO, RIVM en GGD, en de farmaceutische industrie. Ook de regering wordt niet vertrouwd. Daar zitten gradaties in. Er zijn mensen die sterke twijfels hebben en vinden dat er te weinig ruimte is voor kritiek, dat ze worden weggezet als viruswappie. Er zijn mensen die vinden dat het vaccinatieprogramma een “hoog propaganda-gehalte” heeft, of dat de wetenschap “arrogant” is. Er is ook dieper wantrouwen, waarbij complottheorieën worden aangehaald en het bestaan van het virus wordt ontkend.

Perspectieven van zorgprofessionals 
De geïnterviewde zorgprofessionals herkenden de beweegredenen. Zij zeggen dat het vaak gaat om gelegenheidsargumenten: “als het ene argument wordt weerlegd, wordt een ander argument gebruikt, waarbij mensen zich baseren op diverse informatiebronnen” (p. 5). Deze huisartsen hekelden de overheidscommunicatie omdat ze vonden dat vaak te moeilijk was, bijvoorbeeld voor mensen die Nederlands niet als moedertaal hebben en laaggeletterden.

Zij vonden ook dat er te weinig is gekeken naar obstakels, zoals de bereikbaarheid en nabijheid van priklocaties. Bovendien vonden ze dat partijen als GGD en gemeentes slecht met hen samenwerkten. Zij zien zichzelf als “onmisbare schakel in het bereiken van bepaalde doelgroepen, vanwege de relatie die zij hebben opgebouwd met patiënten” (p. 8).

Aanbevelingen
De onderzoekers komen tot zeven zogeheten handelingsperspectieven voor beleidsmakers en professionals:

1. Erken verschillende perspectieven en ga het gesprek onbevooroordeeld aan;
Dat betekent ook twijfelaars niet afschilderen als wappies.

2. Parallel aan vaccinatiebeleid voor doelgroepen met een hoge vaccinatiebereidheid moet vanaf het begin aandacht komen voor moeilijker te bereiken groepen;

3. Identificeer sleutelfiguren en -organisaties en zet deze in voor het bereiken van specifieke doelgroepen;

4. Bied ruimte aan flexibiliteit en creativiteit in het opgestelde beleid;

5. Geef gemeentebesturen samen met de GGD een rol in het nadenken over lokale vaccinatiestrategieën;

6. Maak meer gebruik van eerstelijns professionals en hun netwerk binnen het sociale domein;

7. Evalueer en reflecteer op gezette tijden met de meest betrokken stakeholders het gevoerde beleid en sta open voor tegenspraak.