Je wist het misschien niet, maar je mist het gestoord worden op je werk

Zolang ik me kan herinneren, werk ik als ik niet les geef van thuis, lang voor Corona. Een van de voordelen die ik altijd al zag, is dat ik zo minder gestoord word als ik aan het werk ben. Je ziet het vaak op kantoren: je bent met iets bezig en opeens komt er iemand op de deur kloppen met een vraag en hop, je bent afgeleid.

Maar… nieuw onderzoek dat die kleine onderbrekingen wel eens een belangrijke functie zouden kunnen hebben. Ze zouden net een positief effect hebben op het betrokken voelen bij het bedrijf en zo het welbevinden verhogen.

Abstract van het onderzoek:

Work intrusions—unexpected interruptions by other people that interrupt ongoing work, bringing it to a temporary halt—are common in today’s workplaces. Prior research has focused on the task-based aspect of work intrusions and largely cast intrusions as events that harm employee well-being in general and job satisfaction in particular. We suggest that apart from their task-based aspect, work intrusions also involve a social aspect—interaction with the interrupter—that can have beneficial effects for interrupted employees’ well-being. Using self-regulation theory, we hypothesize that while work intrusions’ self-regulatory demands of switching tasks, addressing the intrusion, and resuming the original task can deplete self-regulatory resources, interaction with the interrupter can simultaneously fulfill one’s need for belongingness. Self-regulatory resource depletion and belongingness are hypothesized to mediate the negative and positive effects of work intrusions onto job satisfaction, respectively, with belongingness further buffering the negative effect of self-regulatory resource depletion on job satisfaction. Results of our 3-week experience sampling study with 111 participants supported these hypotheses at the within-individual level, even as we included stress as an alternate mediator. Overall, by extending our focus onto the social component of work intrusions, and modeling the mechanisms that transmit the dark- and the bright-side effects of work intrusions onto job satisfaction simultaneously, we provide a balanced view of this workplace phenomenon. In the process, we challenge the consensus that work intrusions harm job satisfaction by explaining why and when intrusions may also boost job satisfaction, thus extending the recent research on work intrusions’ positive effects.

Mensen die pleiten voor meer diversiteit en verdraagzaamheid qua gender of afkomst, discrimineren zelf vaak op leeftijd (onderzoek)

Gelijke kansen voor iedereen blijkt volgens een nieuwe Amerikaanse studie toch niet altijd voor iedereen. Uit negen aparte onderzoeken in deze studie blijkt dat mensen die vechten tegen discriminatie en opkomen tegen seksisme en voor gelijke kansen, vaak zelf 1 groep discrimineren, namelijk: de ouderen.

Uit enkele van de deelstudies blijkt dat mensen die voor meer gelijkheid zijn, tegelijk vaak voorstander zijn van wat de onderzoekers Martin en North omschrijven als “succession-based ageism”, waarbij de idee is dat oudere werknemers beter moeten opstappen om plaats te maken voor jongere.

In een andere deelstudie mochten de deelnemers in scenario’s 1 miljoen dollar verdelen om de ongelijkheid in een bedrijf weg te werken. Opvallend hierbij was dat hoe meer geld iemand gaf naar gelijke kansen op vlak van vrouwen en minderheden, hoe minder geld ze wilden laten gaan naar ouderen. Uit een verdere bevraging bleek dit gemotiveerd te zijn door de idee dat ouderen net vaak vernieuwing en gelijke kansen in de weg zitten. Verder onderzoek toonde dat men wel weinig verschil maakten binnen de groep van ouderen, al wilde men wel meer in interactie gaan met oudere, zwarte vrouwen dan met oudere witte mannen.

Nu voor je denkt terecht, weet dat leeftijd in de VS bijna even vaak een grond van discriminatie is als geslacht of afkomst.

Abstract van de studie van Martin en North die wellicht voor de nodige discussie kan zorgen:

Past research has assumed that social egalitarians reject group-based hierarchies and advocate for equal treatment of all groups. However, contrary to popular belief, we argue that egalitarian advocacy predicts greater likelihood to support “Succession”-based ageism, which prescribes that older adults step aside to free up coveted opportunities (e.g., by retiring). Although facing their own forms of discrimination, older individuals are perceived as blocking younger people, and other unrepresented groups, from opportunities—that in turn, motivates egalitarian advocates to actively discriminate against older adults. In 9 separate studies (N = 3,277), we demonstrate that egalitarian advocates endorse less prejudice toward, and show more support for, women and racial minorities, but harbor more prejudice toward (Studies 1 and 2), and show less advocacy for (Studies 3–6), older individuals. We demonstrate downstream consequences of this effect, such as support for, and resource allocation to, diversity initiatives (Studies 3–6). Further, we isolate perceived opportunity blocking as a critical mediator, demonstrating that egalitarian advocates believe that older individuals actively obstruct more deserving groups from receiving necessary resources and support to get ahead (Studies 4–6). Finally, we explore the intersectional nature of this effect (Study 7). Together this research suggests that when it comes to egalitarianism, equality for all may only mean equality for some.

5 oorzaken van zoom-vermoeidheid, met 4 oplossingen (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl. Ik post deze ook omdat dit gisteren uit Waddist bleek:

Afbeelding

‘Zoomen’ is verschrikkelijk vermoeiend, of je dat nou met software doet die Zoom, Teams of Jitsi heet. Hoogleraar psychologie Jeremy Bailenson van Stanford ziet daarvoor vier mogelijke oorzaken, die hij overigens nog niet empirisch getoetst heeft. Hij heeft er wel oplossingen bij.

1. Oogcontact is intens
Toehoorders in Zoom staren naar je. Hun ogen zijn constant op het scherm gericht. In een normale vergadering kijken mensen steeds naar verschillende punten. Aangestaard worden is niet prettig. Bovendien zijn de hoofden volgens Bailenson relatief groot en te dichtbij je.

Oplossing:
Maximaliseer de app niet in je scherm maar kies voor een kleiner venster. Gebruik een extern toetsenbord zodat er meer ruimte is tussen jou en je scherm, en dus tussen jou en de mensen in het scherm.

2. Voortdurend jezelf zien is vermoeiend
In de normale wereld zie je jezelf niet de hele tijd in de spiegel, maar in Zoom wel. We zijn kritisch op onszelf en het is belastend om dat de hele tijd te zijn. Voortdurend in de spiegel staren is ook niet bevorderlijk voor je zelfbeeld.

Oplossing:
Sommige applicaties hebben de mogelijkheid tot ‘hide self”. (Ik ontdekte dit zelf pas recentelijk, vooral in kleine groepen geeft dit echt veel rust.)

3. We zitten stil
Normaal als je spreekt beweeg je. Docenten staan bijvoorbeeld als ze doceren, en gebruiken hun handen. Veel mensen lopen terwijl ze bellen. Tijdens zoomen is je beweging onnatuurlijk beperkt.

Oplossing:
Opnieuw: breng ruimte aan tussen je scherm en jezelf, bijvoorbeeld door een extern toetsenbord. Niet in het lijstje van Bailenson maar wel gezien: verhoog je monitor zodat je ‘gewoon’ kunt staan als docent.

4. De cognitieve last is zwaarder
Via een scherm moeten we veel meer moeite doen om non-verbale signalen en aanwijzingen te versturen én te verwerken. Zelf schreef ik in een column dat lesgeven voor de webcam is als acteren in een stomme film: alles moet overdrevener. Dat kost cognitieve kracht.

Oplossing:
Zet als toehoorder je video uit, en liefst ook je scherm, en ga even ‘audio-only’. Sowieso zijn veel pauzes belangrijk.

Aan het rijtje wil ik nog een vijfde oorzaak van vermoeidheid toevoegen:

5. Je krijgt geen energie terug
Als ik lesgeef of voor een groep spreek, geef ik energie, maar ik die krijg grotendeels terug van de groep: omdat je ze hoort lachen om je grapjes, omdat een boodschap aankomt, omdat ze vragen stellen of op andere manieren reageren op wat je zegt. Op het scherm kijk ik soms in de afgrond: alleen maar zwarte vakjes. Als camera’s wel aanstaan, zijn het vaak bewegingsloze hoofden, die aandachtig maar vermoeid naar hun scherm en dus naar mij zitten te staren – zie punt 1.

Oplossing? 
Je kunt toehoorders vragen levendig te doen, maar dat is niet echt een optie. Bovendien belast je hen dan weer bovengemiddeld. Ik vrees dat er geen oplossing is anders dan weer fysiek meeten. Als je als lezer wel wat weet: laat het horen!

UPDATE: Via Twitter kwam de evidente oplossing: minder zoomen! Wat specifieker: heb gewoon meer telefonisch contact. Want waarom zou je elkaar (en jezelf) moeten zien bij een gewoon overleg, zonder scherm delen? En als de camera dan toch aan ’moet’, gebruik dan de optie om je beeld te spiegelen, zodat je er in ieder geval uitziet zoals je zelf van de spiegel gewend bent.

Grafiek van de dag: hoeveel verschilt je loon op basis van je diploma hoger onderwijs?

Soms hoor je dat diploma’s er niet zo veel meer toe doen. De OESO publiceerde deze vergelijking tussen landen sectoren om mee te geven hoeveel meer je verdient als je een diploma hoger onderwijs hebt versus enkel een diploma secundair onderwijs:

Bron en meer lezen, check hier.

Ben jij verslaafd aan je telefoon? Test jezelf (Universiteit van Nederland)

Verslaafd is natuurlijk een diagnose die enkel daarvoor opgeleide professionals kunnen stellen, maar die titel klinkt beter dan: ben jij te vaak met je telefoon bezig?

 

Nog even over “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan”

De voorbije maanden heb ik deze vermeende quote van Pippi Langkous weer vaak horen passeren:

Wat wij kunnen leren van Pippi Langkous

Vermeend, omdat deze quote nergens in een van de boeken of films lijkt voor te komen.

Maar ik bedacht de voorbije dagen ook dat het ook maar goed is dat Astrid Lindgren dit nooit heeft geschreven. Dit wordt duidelijker als je die ‘het’ concreter maakt:

  • Ik heb nog nooit een tanker bestuurd, dus ik denk dat ik het wel kan.
  • Ik heb nog nooit een operatie gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.
  • Ik heb nog nooit met een parachute gesprongen, dus ik denk dat ik het wel kan

Ja, ik voel me nu een beetje een spelbreker, maar deze verkeerd geciteerde quote heeft zoals veel andere quotes die de ronde doen een gevaarlijk kantje. Het klinkt inspirerend, maar het zet tegelijk het belang van iets leren of expertise op zijn minst in de koelkast. En ja, in nood mag iedereen dopen, maar behalve als je het kind per ongeluk verdrinkt, is de complexiteit toch nog ietsje kleiner dan in mijn voorbeelden.