Verschillende nieuwe evoluties in augmented reality en artificiële intelligentie

De voorbije dagen zag ik verschillende nieuwe toepassingen passeren, een overzichtje:

  • Google liet een bril zien met live vertaling:

  • Facebook/Meta kon niet achterblijven:
  • Nog augmented reality, wel ongeveer, deze update op Google Streetview is nogal straf:

  • En via Donald Clark kwam ik terug bij Google, maar dan met AI:

Deze BBC TikTok-video vat samen wat we ook in ons tweede mytheboek schreven over MBTI

Lees ook dit artikel in het Nieuwsblad

Ben jij een digitale dinosaurus? (Universiteit van Vlaanderen)

Zie jij de bomen door het grote mediabos nog? Is je smartphone een verlengstuk van je arm? Doe jij alles online? Of heb je het gevoel dat je niet meer mee bent? De digitale wereld evolueert razendsnel, dat staat vast. Prof. dr. Ilse Mariën is expert digitale ongelijkheid aan de VUB en komt je vertellen hoe jij die digitale revolutie overleeft.

Interview met VOV: “L&D in de toekomst wellicht van cruciaal belang”

Binnenkort geef ik een VOV een keynote, en dat was aanleiding voor een leuk interview:

Niemand minder dan onderzoeker, pedagoog en inspirerend spreker Pedro De Bruyckere geeft op 28 april het officiële startschot van de VOV-Beurs 2022 met zijn exclusieve keynote ‘Vooruitkijken? Weet je wel wat er nu gebeurt?’. In deze intrigerende keynote schetst hij belangrijke tendensen die je op weg kunnen zetten in de toekomst van L&D. Want vooruitkijken kan je best als je weet wat er vandaag allemaal gaande is.

Daarom besloot VOV om ook eens te polsen hoe het vandaag met Pedro De Bruyckere gesteld is. Wat drijft hem? Wat bezielt hem? En wat zijn de belangrijkste lessen, trends en conclusies in het leven en de carrière van deze vermaarde factchecker?

Pedro De Bruyckere, laten we beginnen bij het begin. Wie ben je?

“Iemand met een gebrek aan zelfkennis (lacht). Ik ben pedagoog en onderzoeker aan de Arteveldehogeschool enerzijds en sinds kort ook aan de Universiteit van Utrecht, sinds mijn project aan de Universiteit van Leiden afgelopen is. Maar mensen zullen me voornamelijk kennen als factchecker en myth-buster van alles wat met onderwijs en leren te maken heeft.”

“Er wordt namelijk heel veel verteld over onderwijs en leren. Ik denk aan klassiekers als leerstijlen en de vooral op Linkedin erg populaire leerpiramide. Ik ga kijken wat de wetenschap hierover te zeggen heeft en klasseer de onderzochte materie in drie categorieën: ‘complete onzin’, ‘genuanceerd’ en ‘geen evidentie pro of contra de claim’. Zo hebben ik en mijn collega’s, Paul Kirschner en Casper Hulshof, al twee boeken gepubliceerd en is er momenteel een derde in de maak.”

“Verder ben ik een van de voortrekkers van Teacher Tapp Vlaanderen, waarmee we onderwijspersoneel bevragen, en van de tegenhanger voor jongeren: Waddist. En als ik niet met onderzoek bezig ben, produce ik de muziek van Augustijn Vermandere, vooral bekend in West-Vlaanderen. Zelf speel ik ook in een bandje, Blue and Broke, waarmee ik regelmatig optreed. Mensen denken vaak dat je maar één ding kan. Toch kan je me dus niet alleen boeken om te spreken, maar ook om muziek te spelen.”

Lees hier verder!

Onderzoekers ontdekken saaiste persoon op aarde (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl!

Niets zo erg als saaiheid. Niemand wil vrienden zijn met saaie mensen, een saaie relatie is de doodsteek en saaie hobby’s houdt je beter voor je. Saaiheid is niet zozeer een eigenschap, maar een kernmerk dat mensen anderen toeschrijven. Psychologen onderzochten [vrije toegang] recent welke personen het saaist worden gevonden en wat de gevolgen daarvan zijn voor sociale interactie.

Data-analysten en vogelaars
Ze voerden vijf studies uit. In de eerste moesten respondenten vrijuit persoonlijkheidskenmerken, beroepen en hobby’s noemen die ze saai vinden. Ze kwamen dan met dingen als “close-minded”, “uninspired”, “lacks creativity”. Beroepen die ze saai vinden zijn bijvoorbeeld advocaat en verdelger. Saaie hobby’s zijn bijvoorbeeld poppenverzamelen en winkelen. Zulke mensen wonen in middelgrote gemeentes.

In de tweede studie moesten andere respondenten aangeven op een schaal hoe saai ze deze mensen vonden (“A person works as a librarian. Please rate how boring they seem to you”). Hieruit kwam dat mensen zonder hobby’s, zonder gevoel voor humor en zonder meningen het meest saai zijn. De saaiste beroepen zijn data-analysten, accountants en mensen die iets met belastingen doen. De meest stereotiepe saaie hobby’s zijn slapen, religieuze activiteiten, tv kijken, dieren spotten en wiskunde.

In de derde studie kregen respondenten beschrijvingen (vignettes) voorgelegd van een zeer saai persoon, een medium saai persoon en een niet-saai persoon, uiteraard op basis van bovenstaande kenmerken. Ze moesten vervolgens aangeven op een schaal hoe saai ze deze persoon vonden, hoe competent en hoe warm. Daaruit bleek dat stereotypisch saaie mensen als minder warm en minder competent worden gezien.

£35 compensatie
De vierde studie gebruikte dezelfde vignettes maar vroeg respondenten nu naar sociale ontwijking. Het ging om vragen als: “I would be willing to lie that I don’t have time to avoid being with this person” en “I would like to befriend or follow this person on social media” (reversed). Hieruit bleek dat de respondenten de saaiste mensen het meest vermijden, gevolgd door de medium saaien.

Om het nog erger te maken vroegen de onderzoekers in studie 5 naar hoeveel geld respondenten zouden willen ter compensatie om tijd door te brengen met de mensen beschreven in de vignettes, variërend van één tot zeven dagen. Geen verrassing: hoe saaier de beschreven persoon en hoe meer tijd, hoe meer geld mensen vragen. Het gemiddelde minimum bedrag per dag was £35.

Implicaties
De onderzoekers concluderen dat er zware sociale gevolgen zijn voor mensen die saai gevonden worden, en stellen dat deze gevolgen kunnen leiden tot psychologische problemen. De wereld heeft ook saaie mensen nodig, schrijven ze, en daarom zou er steun en sympathie voor ze moeten zijn.

Dat roept allerlei vragen op. De beroepen die het saaist gevonden worden zijn goedbetaalde banen. Het kan best zo zijn dat in de echte wereld met echte mensen – in plaats van fictieve personages in een vragenlijst – de saaien wel vrienden en relaties hebben vanwege de status en het geld dat zij verdienen. Bovendien waren de mensen die hen moesten beoordelen willekeurig gekozen. Vogelaars vinden elkaar doorgaans veel minder saai dan dat ik ze vind – en vice versa. Dat is helemaal niet erg, dat is juist hartstikke fijn.

De mythe van ‘tech exceptionalism’: waarom ‘tech’ niet anders is dan voorgaande industrieën (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

De toekomst is fantastisch. ‘Tech’, de afkorting voor nieuwe technologieën en innovaties, gaat ons een betere wereld brengen. Het is een onzingedachte die desalniettemin door mensen werkzaam in tech volop gebezigd wordt. Het geloof in zulke progressie stoelt sterk op wat tech exceptionalism wordt genoemd: het idee dat deze sector fundamenteel anders is dan iedere andere industrie die hiervoor bestaan heeft.

Tech is niet alleen heilig overtuigd van de eigen goede bedoelingen, de sector vindt ook dat ze daarom een uitzonderingspositie verdient. Dit is een schadelijke mythe die ons ervan weerhoudt de gevolgen in het nu te overzien. Dat betogen Yaël Eisenstat en Nils Gilman van de denktank Berggruen Institute in een overtuigend essay.

Dubbel
Ze noemen het beeld dat tech van zichzelf schetst “hypocriet”:

“On the one hand, tech represents (and especially presents itself) as all that is good about contemporary capitalism: it produces delightful new products, generates vast new troves of wealth and inspires us quite literally to reach for the heavens. On the other hand, the harms caused by “tech” have become all too familiar: facial recognition technology disproportionately misidentifying people of color, Google reinforcing racist stereotypes, Facebook stoking political polarization, AirBnB hollowing out city centers, smartphones harming mental health and on and on. Some go so far as to claim that tech is depriving us of the very essence of our humanity.”

Techbedrijven gebruiken de mythe van tech exceptionalism om zichzelf een uitzonderingspositie in te praten:

“It is different, the myth says, because it is inherently well-intentioned and will produce not just new but previously unthinkable products. Any micro-level harm — whether to an individual, a vulnerable community, even an entire country — is by this logic deemed a worthwhile trade-off for the society-shifting, macro-level “good.””

Het idee is dus dat tech vooruitgang brengt. ‘Disruptie’ is een heilige graal geworden en waar ontwricht wordt, tja, daar vallen spaanders. Als dat de democratie is, dan is het pech en moet iemand anders het probleem maar oplossen, vatten Eisenstat en Gilman samen.

Weg met regels
Het gaat hier om Amerikaanse bedrijven die groot zijn geworden in een periode dat er veel afkeer was van regulering. Vanaf de jaren 80 heerst er in de VS een “libertarian ethos” dat regelgeving ziet als de vijand van innovatie. Deze bedrijven vinden zichzelf ook nog eens als inherent anders dan bestaande industrieën. Daarvan is de schade bekend en is duidelijk dat er ingegrepen moet worden. Bij tech wordt dat anders gezien, omdat wat nog niet bestaat niet te reguleren is:

“Tech’s identity, on the other hand, was defined around the constant creation of the radically new or the disruption of the outdated, for which the proper regulatory framework could not be anticipated in advance. Would-be tech regulators were derided as dull bureaucrats, would-be killers of the golden goose, applying rules based on systems that tech itself, if left alone, would soon supersede anyway.”

In deze redenatietrant weegt het goede dat tech mogelijk brengt altijd op tegen enig slechte. Tech is zo meer dan een industrie, het is een “attitude toward the future”. Het gaat dus niet om het wegen van baten nu tegen de schade nu, maar er wordt ingezet op de baten van de toekomst. Dat is – uiteraard – oneigenlijk.

Overheidsingrijpen
De auteurs stellen dat de (Amerikaanse) overheid wellicht niet altijd de boel goed kan bijbenen, maar dit betekent niet dat techbedrijven vrij spel zouden moeten mogen hebben. Het is volgens hen simpel: “Facebook and other social media companies must be regulated on the basis of protecting against the harms they create”.

Daartoe is het noodzakelijk om politieke keuzes te maken over wat we willen accepteren van techbedrijven. De auteurs wensen daarom een debat over waarden in plaats van – zoals het nu gebracht wordt – over efficiënte processen.