Merkte je ook al deze verandering op YouTube?

Tot nu toe had ik er weinig over gehoord of gelezen, maar het begon me wel stilaan op te vallen bij meer en meer video’s: veel likes, maar geen dislikes. De knop staat er nog, maar het lijkt alsof niemand er nog op klikt.

Dat klopt niet helemaal, je kan er nog op klikken en mensen doen dat {wellicht) ook, maar YouTube heeft de resultaten van de dislike knop privé gezet. Enkel de persoon die de video online kan nog zien hoeveel mensen dei video niet leuk vonden.

Sociale media worstelen al vanaf het begin met ‘dislikes’, zeker Facebook kreeg lang de vraag voor zo een knop, en ook op Twitter zie je vaak vragen voor zo een knop. Aan de andere kant zet zo een knop de deur open voor bijvoorbeeld pestgedrag. Dat laatste is ook de reden waarom YouTube nu deze stap zette.

We moeten beginnen nadenken over hoe we het puin kunnen ruimen

Het lijkt alsof het einde van de pandemie een bordje is dat steeds weer verplaatst wordt, maar tegelijk weten we dat het ooit voorbij zal zijn. Daarom lijkt het me belangrijk om na te denken hoe we werk kunnen maken van het ruimen van het puin. Niet straks, maar zo snel mogelijk.

De voorbije maanden is er al veel nagedacht, en gehandeld, over hoe je met het leed kan omgaan van ziekte en verlies. Ook rond leervertraging is er al intensief gewerkt en wordt er nog steeds – vaak in onmogelijke situaties – hard gelabeurd.

Maar ik vrees dat er ander puin is dat nu ook aandacht vergt. Het is namelijk een open deur intrappen als ik schrijf dat de samenleving (nog) meer gepolariseerd is geworden. Debat is goed, discussie is nodig, maar… de verruwing die gepaard gaat met doodsbedreigingen en dreigen met tribunalen, die is niet gezond. We kenden dit fenomeen al voor corona, maar de stolp die de pandemie is gebleken heeft dit nog versterkt. Misschien zal alles beteren als die stolp verdwenen is, maar de littekens zullen dan nog zorg nodig hebben en het is misschien aangewezen om de mechanismen die dit veroorzaken te kennen en aan te pakken.

Het gaat dan ook over de vriendschappen en familierelaties die onder druk zijn komen te staan. Naar aanleiding van de mars voorbije zondag, zag ik goede vrienden in ruzie vallen. Zag zelf verschillende kennissen de voorbije tijd in ‘een rabbit hole’ verdwijnen, waarbij de kans bestaat dat ze mij dan weer hopeloos naïef zullen inschatten.

We gaan het samen leven weer moeten opbouwen. Zowel in Nederland als in België hebben we vooral de medische kant belicht de voorbije 19 maanden, maar het is hoog tijd voor het beginnen nadenken over hoe verder en voor het beginnen werk maken van ook deze nazorg.

Ghostbusters Afterlife was voor me meer dan een nostalgietrip

Vrijdagavond gingen we met het hele gezin naar een opvallend lege bioscoop omdat onze jongens al sinds ze wisten van het bestaan van Ghostbusters Afterlife zaten te popelen om de sirene van de Ecto1 opnieuw te kunnen horen in een film.

Zelden of nooit schrijf ik hier recensies, laat staan van een film, maar toch moest ik onwillekeurig denken aan de jeugdfilms uit de jaren tachigt. De kritiek (zowel positief als negatief) op deze vierde Ghostbusters-film is dat het een vat vol verwijzingen is naar de vorige films, maar ik moest niet enkel terugdenken aan de oorspronkelijke film uit 1984, maar ook naar bijvoorbeeld films zoals The Goonies.

Door de jongens heb ik veel van die oude films de voorbije jaren opnieuw bekeken, en het viel me telkens op hoe ze behoorlijk rauwer waren en wellicht verder gingen dat vandaag in films gebeurt voor hetzelfde soort publiek. Stranger Things is misschien de uitzondering net omdat het zo een nostalgietrip is naar de films uit die tijd.

Deze film had ook die jaren tachtig feel, waarbij wel de hoofdrol weggelegd is voor een twaalfjarige Phoebe Spengler die gewoon smeekt voor een vervolg.

Die laatste zin moest ik trouwens schrijven van mijn zonen, maar ik onderschrijf het met plezier. Voor wie de film gaat bekijken, blijf zitten voor de 2 extra filmpjes in en na de credits…

Een goede uitgangspositie: wees strenger voor waar je in gelooft

De huidige evoluties in deze pandemie zetten soms de zaken behoorlijk op scherp in het publieke debat en op sociale media. Al dan niet vaccineren, ventilatie, 3G, 2G,… en dan spreek ik maar niet over 5G.

Toen Paul, Casper en ikzelf aan onze mytheboeken schreven, wisten we heel goed wat de confirmation bias is. Dit is de denkfout waarbij je de neiging hebt om meer aandacht en waarde te hechten aan informatie die jouw eigen ideeën, overtuigingen of hypotheses bevestigt. Daarom deden we en doen we aan hypercorrectie bij onze speurtochten. Voor de dingen waar we zelf veel waarde aan hechten, waren we en zijn we kritischer. We zijn bijvoorbeeld alledrie nogal bezeten door muziek, dus toen we transfer onderzochten van muziek op bijvoorbeeld rekenen waren we zeer beducht dat we hier niet in de fout zouden gaan. Lees ook nog maar eens het hoofdstuk over zelfontdekkend leren en zie hoe genuanceerd het is.

Het is wellicht een meer wetenschappelijke benadering van denken, maar het kan echt wel helpen om de waan van de dag, of nog beter, ook je eigen waan te overstijgen. Het is niet zonder gevaar. Ik zag het voorbije weekend ook een wetenschapsjournaliste afgebrand worden omdat ze zichzelf de vraag stelde of bepaalde complotdenkers niet ook een punt hebben. Als gedachte-oefening kan dit zeer gezond zijn, maar het werd maar matig geapprecieerd.

Mensen die deze blog en mijn werk volgen, weten dat ik vaak in de clinch gelegen heb met Maurice de Hond, maar eerlijk is eerlijk: hij was er zeer vroeg bij om het over aerosolen te hebben. Dat maakt dan weer niet dat al de rest van wat hij beweert automatisch klopt. Ik wil niet zeggen dat de opiniepeiler een kapotte klok is, maar weet dat zelfs een kapotte klok twee maal per dag het juiste uur aangeeft.

Het klopt, het is makkelijker om iets weg te zetten als het niet in je visie past, zelfs al komt het van een wetenschapper of van een team van wetenschappers.

Handige trucs zijn dan:

  • Was de steekproef wel groot genoeg?
  • Is er wel een causaal verband?
  • Is het gerepliceerd?
  • Wat zeggen andere wetenschappers?
  • Wie betaalde het onderzoek?
  • Is het peer reviewed?

Dit zijn prima vragen om te stellen bij elk onderzoek dat je leest. Maar doe het dan bij elk onderzoek dat je leest, niet enkel die onderzoeken waarvan de resultaten je niet bevallen.

Het klinkt en is wellicht naïef, maar stel je eens voor dat er meer mensen een meer zelfkritische aanpak zouden volgen. Of dat we het ook bij politici zouden gaan appreciëren als ze hun mening herzien.  Politici kunnen namelijk nogal beducht zijn voor veranderingen van standpunt, want zelden krijgen ze daarbij complimenten van de eigen achterban, laat staan van commentatoren die het dan kunnen hebben over bijvoorbeeld ‘gezwalp’.

Aan de andere kant: enkel een idioot verandert toch nooit van mening?

Wat een aparte bril op ‘inclusiviteit’ van Facebook en Meta. Dit is een must see.

Dank aan Marco om de video te delen én de juiste commentaar te plaatsen bij het voorbeeld van Angie Gifford.
Het is meer dan behoorlijk pijnlijk en komt in de buurt van een van de doemscenario’s voor onderwijs die ik soms schets en vrees. Net zoals je bij McDonalds via een computer fast food bestelt, krijg je contact met echte mensen als je er voor kan betalen. Misschien moeten we beginnen spreken over gentrificatie van het onderwijs?

Bederven true crime-podcasts onze geest? (Linda Duits)

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Via een tweet van het Podcastnetwerk stuitte ik op een artikel van Emma Berquist over true crime-podcasts en onterechte gevoelens van onveiligheid: “it’s time to admit that true crime has rotted our brains”. Ze betoogt dat het luisteren naar zulke podcasts vrouwen onnodig paranoïde maakt, terwijl in werkelijkheid de wereld steeds juist veiliger wordt. Berquist stelt daarom dat misdaadverhalen een “fundamentally conservative way of looking at the world” zijn die rechtsconservatieven in de hand speelt.

Cultivatietheorie
Het betoog van Berquist richt zich op podcasts, een relatief nieuw medium, en is daarmee een mooi recent voorbeeld van klassieke cultivatietheorie. De Hongaars-Amerikaanse communicatiewetenschapper George Gerbner veronderstelde in de jaren 60 dat televisie zorgde voor systematische blootstelling aan een selectief beeld van de maatschappij en dat dit een effect heeft op de opvattingen van de mensen. Dit werkt cumulatief: hoe meer je kijkt, hoe sterker het effect.

Gerbners cultivatietheorie is uitvoerig empirisch onderzocht. Dat gaat in twee stappen: eerst wordt er inhoudsanalyse gedaan. In het geval van Berquist zou dit zijn: onderzoeken hoe groot het aandeel true crime in podcasts is en welke boodschappen over misdaad deze podcasts meegeven. Daarop volgt surveyonderzoek om de opvattingen van luisteraars te meten (hoe onveilig voelen zij zich), en die vervolgens af te zetten tegen empirische indicatoren, in dit geval cijfers over veiligheid.

Onbewezen
Cultivatie-onderzoek is heel populair geweest binnen de communicatiewetenschap, vooral in de VS. Het gaat dan bijvoorbeeld om onderzoek naar advocaten op televisie. Die zijn er veel meer dan in werkelijkheid, en je kunt heel makkelijk aan mensen vragen wat zij denken dat het aandeel advocaten is.

Al in de jaren 80 lieten overzichtsstudies zien dat het vermoede cultivatie-effect nooit overtuigend is aangetoond, omdat het niet duidelijk is welke richting het verband opgaat. Ja, televisie kan ervoor zorgen dat je op een bepaalde manier naar de wereld gaat kijken, maar het kan ook zijn dat jouw opvatting over de wereld je kijkgedrag stuurt. In het geval van Berquist: als je als vrouw bang bent voor engerds op straat, kies je wellicht voor podcasts over engerds op straat.

Daarnaast is een belangrijk kritiekpunt op cultivatietheorie dat je de invloed van cultivatie via een bepaald medium niet kunt isoleren van bredere socialisatie. De werkelijkheid is simpelweg te complex om zulke directe effecten vast te stellen.

Effecten van truecrime
Het is goed om na te denken over onze obsessie met misdaad. Daarbij is het belangrijk om te weten dat dit geen recent fenomeen is: in de negentiende eeuw was het Parijse lijkenhuis een topattractie omdat mensen de lijken wilden zien waarover ze in de krant lazen. Denk ook aan Jack the Ripper.

True crime is een aantrekkelijk genre, vooral onder witte luisteraars, en dat is interessant voor adverteerders. Maar als we één ding geleerd moeten hebben van De Deventer Mediazaak is dat true crime draait om echte mensen wiens levens volledig op de kop gezet kunnen worden door een leger aan amateurspeurders. De effecten daarvan zijn heel echt en tastbaar.

Virtueel daten in de metaverse is drie stappen terug (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerder op dieponderzoek.nl, ondertussen denkt Facebook er aan om zijn naam te veranderen omwille van het geloof in de metaverse.

Tot dusver lijkt de metaverse me helemaal niets. Het virtuele universum waar techbedrijven van dromen (zie deze blogpost) lijkt me voor gebruikers weinig aantrekkelijk. Ik hoef helemaal niet nog gemakkelijker mijn boodschappen te bestellen (met mijn telefoon gaat het al razendsnel) of muziek in een virtuele omgeving te luisteren (ik doe dat liever in een club). De metaverse lijkt me een toepassing die geen enkel gebruikersprobleem oplost.

Deze week kreeg ik reclame in mijn virtuele brievenbus van Planet Theta, een platform van VR-ontwikkelingsstudio Fireflare Games. Ze willen ‘s werelds eerste virtual dating platform zijn, omdat zij denken dat dit een reden is voor mensen om daadwerkelijk de metaverse te willen bezoeken. “The metaverse needs Planet Theta to succeed”, schrijven ze in de mail.

VR daten, en dat net na meerdere lockdowns tijdens een pandemie. Er is geen slechter moment denkbaar. Mensen hebben genoeg van communicatie via schermen, corona heeft ons laten zien hoe groot de behoefte aan lichamelijk contact daadwerkelijk is. Dan heeft er toch niemand zin om in een virtuele ruimte rond te lopen en mensen te ontmoeten?

Aarons bar, een publieke ruimte op Planet Theta

De graphics komen erg jaren 90 op me over, net als de promopraat over online daten. Toen ik in de jaren 90 mijn eerste stapjes op het internet zette, had ik penvrienden in Amerika. Op eentje werd ik daadwerkelijk verliefd en het was toen geweldig geweest als we in een virtuele kroeg hadden kunnen zitten kletsen, in plaats van nachten aan de telefoon (met torenhoge rekeningen als gevolg). Maar daten doe je toch het liefst met iemand die een beetje in de buurt woont – dat is waar alle hedendaagse datingapps met locatieservices op inzetten.

Virtueel daten in de metaverse lijkt op meerdere vlakken drie stappen terug: enerzijds naar de cyberwereld van de jaren 90, anderzijds naar het gevoel van de lockdowns toen je niet met een date een biertje kon gaan drinken. Planet Theta probeert toekomstige gebruikers te verleiden met een virtueel betoverd woud waar je met een date doorheen kan wandelen. Het leek me niet mogelijk, maar nu ben ik nog minder enthousiast over de metaverse.