Hoe ziet de eerste Google winkel eruit?

Google opent een eerste fysieke winkel in New York. Sommigen omschrijven het als een soort van tegenpool van de bekende Apple stores.

Enkele foto’s:

Bekijk hier meer foto’s en de visie achter de inrichting. Deze video laat je alvast verder binnenkijken.

Kunstenaars willen de G7 wijzen op de enorme berg elektronisch afval en bouwen “Mount Recyclemore”

Het kunstwerk is geïnspireerd op de bekende presidentskoppen van Mount Rushmore, maar Joe Rush en Alex Wreckage maakten dit grote werk voor en over de G7-top. Lees hier een interview met de kunstenaars.

Is dit de toekomst van online meetings? Google Starline

Het is nog een project dat enkel binnen Google zelf gebruikt wordt, maar lijkt veelbelovend door het hyperrealisme. Toch formuleert Wilfred Rubens hier enkele zeer terechte bedenkingen. Trouwens, ook Microsoft werkt al jaren aan dergelijke plannen, weliswaar met een andere invalshoek.

Helft Nederlandse Facebookgebruikers laat zich in met junknieuws (Linda Duits)

Deze post verscheen eerder op dieponderzoek.nl.

Wetenschappers houden niet zo van de term nepnieuws. Het is onduidelijk wat er allemaal onder valt en – dankzij bijvoorbeeld Trump – is de term sterk gepolitiseerd. Een alternatief is junk news, dat ik het liefst vertaald zou zien als troepnieuws. Dit junknieuws is vaak commercieel gemotiveerd en wordt verspreid via sociale media. Peter Burger, Soeradj Kanhai, Alexander Pleijter en Suzan Verberne deden onderzoek [open access] naar het bereik van dit soort nieuwsberichten op Facebook.

De auteurs richten zich op commercieel junknieuws (en dus niet op ideologisch gedreven websites) en onderscheiden de volgende kenmerken:

  • Het heeft een lage journalistieke kwaliteit;
  • Het wordt gemaakt door niet-mainstream makers;
  • Het verdienmodel is gebaseerd op websites met advertenties, en Facebookpagina’s die de posts van de sites;
  • Het doel is viraal succes;
  • Het bevat vaak verzonnen of verstoorde berichten;
  • Het heeft vaak een clickbait kop.

Op basis van eerder werk (Burger en Pleijter doen veel aan factchecking) stelden ze een lijst op van 63 Nederlandstalige junknieuwssites. Het materiaal was vaak rechtstreeks gekopieerd van buitenlandse bronnen (“Oprah Winfrey (63) zwanger van eerste kind”) en soms verzonnen. Vervolgens vroegen ze de data op uit de periode januari 2013 tot december 2017. Deze werden vergeleken met 20 mainstream nieuwssites. Dit kwam neer op zo’n 17.000 posts in totaal.

De resultaten – zie onderstaande grafiek – laten zien dat junknieuws veel engagement trekt: 5,3 miljoen individuele Facebookgebruikers hadden minimaal één reactie (like of andere emoji), comment of share. Dat engagement is bovendien groter dan het engagement dat mainstreamnieuws trekt en het is gestegen tijdens de onderzochte periode. Om het in perspectief te plaatsen: er zijn tien miljoen Facebookgebruikers in Nederland.

De onderzochte periode loopt tot 2017 en sindsdien is de kritiek op Facebook toegenomen: ze zouden meer moeten doen tegen dit soort berichten. Het blijft echter hoe onduidelijk in hoeverre ze daarin slagen.

Dat is zorgelijk om meerdere redenen. De auteurs geven aan dat sommige nieuwsberichten misleidende of valse informatie bevat, bijvoorbeeld over gezondheid of asielzoekers. Zo werd een onzinverhaal over dierenmishandeling door een asielzoeker 55.292 keer gedeeld. Dit soort ‘nieuws’ overstemt kwaliteitsnieuws. Het is daarbij belangrijk om te onthouden dat het hier gaat om commercieel gedreven onzinsites. Complotsites en alternatieve geneeskundesites zijn niet opgenomen in het onderzoek. Er wordt dus valse informatie verspreid omdat het een goed verdienmodel is.

 

10 eisen voor de digitale samenleving van morgen (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Weet je nog, dat mensen een verschil zagen tussen cyberspace en ‘de echte wereld’? Tegenwoordig zijn on- en offline zo met elkaar verweven dat het nauwelijks meer mogelijk is aan te geven hoeveel tijd je online doorbrengt. Dat overlopen van die twee werelden wordt ook bespoedigd door technologieën als augmented en virtual reality (VR), en door de toenemende inzet van spraakcomputers. Het Rathenau Instituut, dat onderzoek doet naar de impact van wetenschap, innovatie en technologie op de samenleving, stelde daarom een manifest op met tien “ontwerpeisen aan de digitale samenleving van morgen”.

AR, VR en spraak zijn zogeheten ‘immersieve technologieën’: ze dompelen ons onder in de digitale wereld. Het Rathenau in het manifest:

“Zo transporteert virtual reality ons naar een volledig kunstmatige wereld, waarin alle geluiden en beelden gecreëerd worden door computers. We kunnen nu soldaten trainen op een virtueel slagveld. Augmented reality voegt juist digitale lagen aan onze ervaring toe. Met een slimme bril ziet een automonteur handige informatie terwijl hij naar de motor kijkt. En via spraaktechnologie kunnen we met computers praten, en luisteren vele apparaten, zoals onze smartphones en slimme speakers, op steeds meer plekken met ons mee.”

Door het vervagen van die grenzen zijn volgens het Rathenau publieke waarden in het geding, zoals privacy, autonomie, waarachtigheid en gezondheid. Dat vraagt om waakzaamheid en een agenda. De ontwerpeisen zijn opgesteld op basis van diverse onderzoeken.

1. We willen de baas blijven over ons digitale lijf
Onze stem, onze gebaren en ons gezicht leveren data op, die intiem en gevoelig zijn. De bescherming daarvan dient juridisch beter geregeld te zijn.

2. We willen anoniem kunnen blijven
Onze identiteiten kunnen van afstand achterhaald worden door gezichts-, loopgedrag- of stemherkenning. Hierdoor kun je je niet meer anoniem door de publieke ruimte begeven. Toepassingen waarbij burgers in de publieke ruimte zijn te identificeren, moeten daarom worden verboden.

3. We willen controle over onze virtuele identiteit
Zoals je met kleding kunt laten zien wie je bent, kun je met avatars een digitale identiteit opbouwen. Dat kan ook misbruikt worden: het naakte lichaam van anderen kan digitaal getoond worden (DeepNudes) of veranderd. Burgers moeten beschermd worden tegen ongewenste digitale ingrepen op hun lichaam.

4. We willen duidelijkheid over nieuwe digitale eigendomskwesties
Van wie zijn data? En profielen? “Is ons eigendom geschonden als iemand in AR een scheldwoord op onze muur schildert?” Juridische kaders moeten verhelderd en geüpdatet worden, zodat offline regels ook online gelden.

5. We willen leven in een inclusieve digitale wereld
Stereotypes en uitsluiting worden uit de offline-wereld mee online genomen. Bij de ontwikkeling van nieuwe toepassingen moeten bedrijven inclusie centraal stellen.

6. We willen kunnen weten dat iets nep is
Immersieve technologieën kunnen verwarrend zijn. Ontwikkelaars moeten gebruikers vooraf informeren dat iets nep is.

7. We willen bescherming tegen manipulatie en beïnvloeding
Deze technologieën maken manipulatie en beïnvloeding makkelijker, omdat bedrijven zoals Google en Facebook allerlei informatie hebben over persoonlijkheid, gedrag en voorkeuren van hun gebruikers. Dat vraagt om “een samenlevingsbrede inzet nodig, met bijdragen van onafhankelijke journalistiek, investeringen in de mediavaardigheid van burgers en heldere afspraken over hoever beïnvloeding mag gaan”.

8. We willen dat onze gezondheid niet geschaad wordt
We moeten inzicht krijgen in mogelijk negatieve effecten van immersieve technologieën, bijvoorbeeld op ons gedrag (verslaving) en onze gezondheid (denk aan verkeersongelukken bij het spelen van Pokémon GO).

9. We willen een digitale markt met eerlijke machtsverhoudingen
Een klein aantal technologiebedrijven domineert de interneteconomie. Het is voor consumenten lastig om hen tot de orde te roepen. Hun marktmacht vertaalt zich in politieke macht. De overheid moet meer tegenwicht bieden en consumenten beter beschermen.

10. We willen dat publieke ruimtes publiek blijven
Met AR kan je de publieke ruimte anders bekijken (er bestaan apps die daklozen uit het straatbeeld halen). Bovendien kunnen apps de publieke ruimte kapen doordat gebruikers massaal naar één plek samenstromen. Dat vraagt om “een nieuwe sociale etiquette”.

Implicaties
Deze nieuwe technologieën vragen om discussie en dialoog, en uiteindelijk om duidelijke actie. Daarvoor is betrokkenheid van burgers nodig: kennis over en reflectie op deze ontwikkelingen. Het Rathenau doet daarom een oproep aan de burger: “laat je horen en spreek uit wat jij nodig hebt in de digitale wereld van morgen”. Ik zou daaraan toe willen voegen dat dit niet kan zonder hulp van journalisten en andere mediamakers om deze thematiek onder de aandacht te brengen. Ook het onderwijs en andere opvoeders zijn hierbij nodig. De tien eisen zijn uitstekende input voor discussie.

De effecten van filters op zelfbeeld (Linda Duits)

Deze blog verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Zoom heeft een aantal instellingen waarmee je het beeld kunt verbeteren, bijvoorbeeld door het aan te passen op weinig licht. Hartstikke handig en logisch. Nog veel handiger maar wellicht minder logisch is de mogelijkheid tot retoucheren, ‘touch up my appearance‘. Hiermee leg je een filter aan over je beeld, waardoor jouw rode vlekjes of oneffenheden minder zichtbaar zijn. Aangezien je vaak ook de hele tijd naar jezelf kijkt tijdens een zoommeeting, is het een soort prettige spiegel. Goed voor mijn zelfvertrouwen dus.

Deze filters bestaan al een tijdje op apps die gericht zijn op beeld delen. Snapchat is er groot mee geworden: maak een selfie en gooi er een filter overheen zodat je hondenoren krijgt, of op een Japans Harajuku-meisje lijkt. Gebruikers van deze apps zijn ondertussen gewend aan filters, we weten dat selfies opgepoetst worden, dat het geen spontane kiekjes zijn. Toch zijn er veel zorgen over de effecten van filters op het zelfbeeld en dan met name op dat van meisjes – zoals vrijwel altijd worden jongens van zulke zorgen uitgesloten, wat onterecht is.

Genderscheidslijn
Grappige overlays en retoucheerfilters zijn vormen van augmented reality: de ‘echte’ wereld wordt op scherm versterkt. Je zou ook kunnen zeggen: verstoord. Net zoals je niet echt hondenoren hebt, heb ik geen onberispelijke huid. Wat voor effecten hebben deze filters op zelfbeeld? Zijn ze schadelijk? Onderzoekers hebben daar nog geen antwoord op. Het lastige daarbij is de wijdverbreid van apps als Instagram en TikTok. Vrijwel alle jongeren gebruiken ze, dus is er geen controlegroep. Je kunt ze ook niet makkelijk vergelijken met tieners vroeger die deze apps en filters niet hadden.

Een recente studie [open access] onderzocht de opvattingen van Britse kinderen van 10-11 over sociale media. Ze werden ondervraagd in focusgroepen, die het mogelijk maken respondenten opdrachten te laten doen. Eén van die opdrachten ging over filters, andere over het gebruik van emoji en profielen. De resultaten tonen twee redenen voor het gebruik van filters, met een duidelijke genderscheidslijn. Jongens vinden het leuk om grappige filters te gebruiken, met dieren of die uiterlijke kenmerken overdrijven. Het merendeel van de meisjes zag in deze filters een manier om je uiterlijk te verbeteren. Daarbij zagen ze verbanden tussen er goed uit zien en populariteit.

Gevaarlijk of hoopvol
Deze kinderen waren zeer mediawijs over sociale netwerken, hoewel ze te jong waren om officieel op Insta en Snapchat te mogen. Zo waren ze uitgebreid gewaarschuwd voor de gevaren: catfishing (mensen die zich voordoen als iemand anders), pedofielen, stalkers, cyberbullying. Ze hadden ook ideeën over de emotionele risico’s van je bevinden in een omgeving die draait om likes en je van je beste kant te laten moeten zien.

Hoe je deze inzichten interpreteert hangt mede af van je perspectief op kinderen en jongeren. Zie je ze als kwetsbaar, dan kan je de studie zien als bewijs voor zorgelijke effecten op zelfbeeld. Zie je ze als weerbaar, dan stemt het hoopvol dat ze nu al zo mediawijs zijn en goed doorzien dat foto’s geen weergave van de werkelijkheid zijn. Uiteindelijk hangt dit, zoals altijd met media-effecten, af van individuele mediagebruikers. Sommigen zijn kwetsbaarder, anderen het tegenovergestelde. En zoals altijd is de wijze raad: praat met je kinderen – als je die hebt. Hoe gebruiken ze filters? Hoe kijken ze ernaar? Wat vinden ze ervan?

Daarbij kan het geen kwaad ook volwassenen te bevragen. Hoe bewust zijn zij zich van het gebruik van filters, bijvoorbeeld in zoomsessies? Wat doet zo’n laagje virtuele make-up met hun zelfbeeld? Want laten we niet vergeten dat we een lange geschiedenis hebben van het oppoetsen van ons uiterlijk, en ja, die geschiedenis is eveneens gendered. Star