In een wereld vol schaduwprofielen kan een individu zijn privacy niet beschermen (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl. Joepie, Linda blogt weer!

Een verstandige internetgebruikers is voorzichtig online. Je zet je browser op privé of incognito, je laat geen gevoelige gegevens achter en je hebt al helemaal geen Facebook. Dat was ooit allemaal goed advies, maar is inmiddels achterhaald. Omdat andere mensen wél hun gegevens online ten grabbel gooien, kunnen algoritmes en netwerken ook informatie over jou achterhalen. “There is no longer such a thing as individually ‘opting out’ of our privacy-compromised world” betoogt socioloog Zeynep Tufekci in een opinieartikel voor The New York Times.

Zelfs als je nooit een statement hebt gepost als ik ‘ik voel een beetje down’, kan een algoritme voorspellen welke gebruikers van – bijvoorbeeld – Instagram depri zijn. Dat doen ze op basis van enorme datasets. Dat betekent dat gegevens over geestelijke gezondheid beschikbaar zijn “to anyone with the right computational power”, schrijft Tufekci.

“Such tools are already being marketed for use in hiring employees, for detecting shoppers’ moods and predicting criminal behavior. Unless they are properly regulated, in the near future we could be hired, fired, granted or denied insurance, accepted to or rejected from college, rented housing and extended or denied credit based on facts that are inferred about us.”

Het angstige daarbij is niet alleen dat deze data en profielen er zijn, maar ook dat algoritmen het niet altijd juist hebben. Waar kan je terecht als je een baan niet krijgt op basis van onjuiste gevolgtrekkingen van een machine?

Ook als je van sociale netwerken wegblijft, word je door ze gevolgd. Je telefoonnummer is bijvoorbeeld een uniek cijfer waarmee jij te herkennen bent. Als je vrienden toestemming geven aan een sociaal netwerk om hun contacten uit te lezen, heeft Facebook je nummer. Over schaduwprofielen:

“Once your number surfaces in a few uploads, Facebook can place you in a social network, which helps it infer things about you since we tend to resemble the people in our social set. (Facebook even keeps ‘shadow’ profiles of nonusers and deploys ‘tracking pixels’ situated all over the web — not just on Facebook — that transmit information about your behavior to the company.)”

Een Amerikaanse parlementaire commissie ontdekte vorig jaar dat telefoonaanbieders realtime locatiedata van hun gebruikers verkochten. Ook allerlei apps doen dat, zoals de Weather Channel. Locatiedata vertellen veel over een persoon en kunnen tegen je gebruikt worden. Tufekci geeft hier het voorbeeld van een kankerkliniek.

Als individu kun je hier weinig aan doen. Het is zaak dat er wetten komen:

“Designing phones and other devices to be more privacy-protected would be start, and government regulation of the collection and flow of data would help slow things down. But this is not the complete solution. We also need to start passing laws that directly regulate the use of computational inference: What will we allow to be inferred, and under what conditions, and subject to what kinds of accountability, disclosure, controls and penalties for misuse?”

Gaat de wereld echt steeds sneller? Een kleine verkenning.

Het lijkt een zekerheid: de veranderingen in de wereld gaan steeds sneller. Nu heb ik de onhebbelijke gewoonte om zekerheden ook wel in vraag te durven stellen en dus daagde ik me uit ook voor deze stellingen argumenten pro- en contra te vinden. Eerst keek ik vooral dicht bij huis, maar de wereld vertraagt wel letterlijk.

De makkelijkste die ik me kon herinneren is de trein. Het lijkt een gemakkelijke grap, maar het is echt waar: in België rijdt de trein vandaag trager dan enkele decennia geleden. Wellicht geldt dit met alle files ook ondertussen voor de auto en de vrachtwagens, maar dat is dan weer misschien niet eens zo slecht. Van dezelfde voor de hand liggende orde, zijn grote werken in België, denk maar aan Oosterweel waar de papiermolen vandaag behoorlijk lang kan aanslepen.

Maar terug naar mijn vraag.

De snelheid van communicatie is toch een pak sneller geworden? Ja, maar de grootste tijdswinst ligt al ver achter ons, en we zien nu vooral een democratisering van communicatie. We kunnen wellicht niet meer sneller communiceren, maar die snelheid is er voor meer mensen goedkoper bereikbaar. Misschien kunnen we dat laatste als een versnelling zien of niet. Een verandering is het zeker.

Hoe zit het met de productiviteit? Die stijgt alvast sneller in Vlaanderen:

Blijf ik met de vraag of we nu sneller werken, of net efficiënter? Voorlopig nog geen antwoord over gevonden.

Studeren lijken we alvast gemiddeld trager te doen in het hoger onderwijs, al kan ook de instroom hier een rol spelen volgens sommigen.

Er zijn verder genoeg aanwijzingen dat we aan een steeds hoger tempo leven. Richard Wiseman toonde in zijn Pace of Life project waarbij gekeken werd naar hoe snel we in een stad lopen/wandelen omdat dit een goede aangever zou zijn voor algemene snelheid van leven:

Using identical methods to those employed in the previous work, the present day research teams discovered that the pace of life is now 10% faster than in the early 1990s.
The biggest changes were found in the Far East, with the pace of life in Guangzhou (China) increasing by over 20%, and Singapore showing a 30% increase, resulting in it becoming the fastest moving city in the study. (bron)

Wat wel interessant bleek in deze studie is dat de versnelling nogal kan verschillen van stad tot stad en dat sommige steden zoals Londen trager bleken dan bijvoorbeeld Madrid.

Voorlopig kom ik zo bij een einde aan deze kleine denkoefening, maar alle aanvullingen zijn meer dan welkom!

Deze Apple-video uit 1987 voorspelde… 1997

Voorspellingen uit het verleden over de toekomst – zeker als die ook al voorbij is – kunnen grappig zijn, maar ook leerrijk. Bijvoorbeeld hoe vaak je er naast en er op kan zitten. Je kan ook het spijtig vinden dat bepaalde zaken er nog steeds niet zijn.

PISA in Focus: pessimisme over het milieu, kinderen versus ouders

Er is een nieuwe PISA in Focus, waarbij wel nog steeds de data van PISA 2015 gebruikt wordt in afwachting van de nieuwe ronde die in december bekend gemaakt wordt. Wat bleken de 15-jarigen toen over het milieu te denken?

  • In 2015, only a minority of 15-year-old students believed that problems related to air pollution, the extinction of plants and animals, clearing forests for land use, water shortages and nuclear waste would improve over the next 20 years. In 12 of the 15 countries and economies that also asked parents about their beliefs, the parents’ responses showed even greater pessimism about these environmental issues than their children’s responses.
  • Children of parents who held pessimistic beliefs about environmental issues tended to be somewhat more pessimistic than other children, while children of parents who held optimistic beliefs tended to be more optimistic. Boys and low-achieving students held more optimistic beliefs than girls and students performing at or above baseline levels of proficiency in science.
  • On average across the 15 countries/economies that participated in this survey, students were most pessimistic about problems related to air pollution, while parents were most pessimistic about water shortages.

Wat tot de volgende conclusie leidt:

At any point in time, multiple generations of humans share the environment of planet Earth and thus a responsibility to preserve it for future generations. Today, however, teenagers and their parents are pessimistic about the future of our planet, and believe that many environmental problems will worsen over the coming decades. Educators should strive to ensure that realistic pessimism does not result in fatalism, but that better knowledge propels children – and their parents – into action, to help find or create the solutions to environmental problems requiring urgent attention.

Hoe kijkt de wereld naar diversiteit, gelijkheid en religie? (PEW-onderzoek)

PEW bevroeg meer dan 30000 mensen in 27 landen naar hun houdingen t.a.v. diversiteit, gendergelijkheid en diets meer.

De meesten zien eerst en vooral de diversiteit toenemen in hun land, maar tegelijk zien ze familiebanden zwakker worden:

Waarbij dit de perceptie van diversiteit is, opgesplitst naar land:

Lees verder

Hoe goed ken jij de Vlaamse jongere? De antwoorden op de vijf quizvragen

Vandaag deed ik een kleine quiz op Twitter over de Vlaamse jongeren, gebaseerd op de meest recente JOP-monitor.

Hoog tijd voor de antwoorden:

Het juiste antwoord is… 5,7%. Misschien verbaast het je in alle doemberichten die we vandaag te horen krijgen over jongeren. Uit Jongeren in Cijfers en Letters 4:

Een grote meerderheid (n = 6276; 77,8%) geeft ook aan blij te zijn met hun leven, een stelling waar slechts 5,7% (n = 460) het (helemaal) niet mee eens is. Die overwegend positieve levensvisie wordt tegelijkertijd wat genuanceerd doordat een substantieel aantal jongeren ook aangeeft nog niet alles te hebben bereikt wat ze willen bereiken (n = 2651; 32,9%).

Ook hier een antwoord dat misschien mensen zal verbazen:

Het grootste significante verschil – weliswaar nog altijd matig – zien we bij de gezinssituaties. Jongeren uit een intact gezin (van wie de beide ouders nog samen zijn) scoren twee punten hoger (1,93; Cohen’s D = 0,50) op algemene levenstevredenheid dan jongeren uit de overige gezinssituaties (voorname- lijk situaties waarbij de ouders apart wonen).

Hier was de vraag een beetje gemeen. Het klopt dat jongens significant een beetje hoger scoren dan meisjes op levenstevredenheid, maar in reële cijfers is het verschil maar 1 punt.

13,9% is (helemaal) niet tevreden over hun uiterlijk, 26,7% antwoordde tussen beide en 59,4% is tevreden of helemaal tevreden over zijn of haar uiterlijk.

Hier is het juiste antwoord 40%, 29,5% zou wel zijn of haar leven anders aanpakken, 30,6% zit tussen beide.

Meer inzichten over de Vlaamse jeugd verzamelen? Check Jongeren in Cijfers en Letters 4.