Nieuw rapport van Kennisnet: Een ethisch perspectief op digitalisering in het onderwijs

Ben zelf al een tijdje lid van de Nederlandse Ethiek Adviesraad, een initiatief van Kennisnet en de PO-raad, waarbij nagedacht wordt over de ethische kant van digitalisering in onderwijs. Recent werd ook door Kennisnet een nieuw rapport/een nieuwe brochure uitgebracht rond dit thema.

De bijhorende perstekst van Kennisnet:

Het rapport is tot stand gekomen met hulp van wetenschappers, onderwijsexperts en onderwijsprofessionals. Uitgangspunt: hoe moeten scholen omgaan met ethische vraagstukken bij digitalisering? Denk aan vragen als:

  • Is het alleen maar handig dat leerlingen en studenten 24/7 hun cijfers kunnen checken of levert dat ook stress op?
  • Wat is de invloed van slimme volgsystemen op het persoonlijke contact tussen leraar en leerling?
  • Is het wenselijk dat smartwatches de hartslag en bloeddruk van leerlingen met een gedragsstoornis monitoren?

Let op de bijwerkingen

De voordelen van digitale technologie zijn talrijk: het maakt onderwijs in veel opzichten aantrekkelijker, makkelijker en efficiënter. Dankzij tablets en digiborden zijn veel lessen beeldend en interactief. Adaptief digitaal leermateriaal verlost leraren van routinematig nakijkwerk. Leerlingen en studenten raken gemotiveerder dankzij oneindig geduldige educatieve apps die zich aanpassen aan de individuele behoeftes van de gebruiker. Dankzij het vastleggen van leerlinggegevens kunnen scholen het leerproces beter sturen. En duur hoeft het allemaal niet te zijn: grote techbedrijven bieden hun digitale diensten deels gratis aan voor het onderwijs. Maar technologie heeft ook bijwerkingen, en die worden steeds meer gevoeld.

3 grote ontwikkelingen

In het rapport worden 3 ontwikkelingen uitgelicht die belangrijke onderwijswaarden beïnvloeden, met bijwerkingen:

  1. De verschuivende verhouding tussen mens en machine

Digitale technologie (de machine) maakt persoonlijk onderwijs mogelijk en verrijkt het didactisch repertoire van de leraar, maar kan ook zijn autonomie verkleinen. Deze ontwikkeling raakt aan waarden als betekenisvol contact en de professionele autonomie van de leraar.

2.     Gelijk en ongelijk: digitale kansen

Digitale technologie vergroot de mogelijkheden voor kwetsbare en minder kansrijke leerlingen en studenten om mee te doen, maar kan ook leerlingen uitsluiten. Bijvoorbeeld als bepaalde leerlingen en studenten minder profiteren van adaptieve materialen. Deze ontwikkeling raakt aan waarden als gelijke kansen en inclusiviteit.

3.  Big tech, big data en het vrije onderwijs

Bedrijven als Apple, Google en Microsoft zorgen voor bevrijdend gemak, maar ook voor toenemende afhankelijkheid. Daarnaast wordt er steeds meer data over leerlingen en studenten verzameld door bedrijven en onderwijsinstellingen. Deze ontwikkeling raakt aan waarden als vrije ruimte, vrijheid om te oefenen en te falen en benaderd worden met een open blik.

Sturen of gestuurd worden

Remco Pijpers, strategisch adviseur van Kennisnet en een van de auteurs van het rapport: “Het is logisch dat scholen onderzoeken hoe technologie kan helpen het onderwijs te verbeteren en problemen het hoofd te bieden. Maar er is een kanttekening: hoe meer we digitalisering instrumenteel inzetten – zonder oog voor ethiek – hoe groter de kans dat er op een ander niveau een prijs moet worden betaald.”

Pijpers benadrukt dat onderwijstechnologie ook sturend werkt. Daarom is het van groot belang dat onderwijsprofessionals zichzelf en elkaar ethische vragen stellen. Uit het rapport: “Digitalisering zou minder vanuit ict en meer vanuit waarden moeten worden gestuurd. Voor de bestuurder, schoolleider, ict-coördinator en leraar zou ethiek een onmisbaar onderdeel moeten zijn in het professionele redeneren over ict.”

Aanbevelingen

Om het gebruik van technologie in het onderwijs in goede banen te leiden, raadt Kennisnet aan op alle niveaus in de school aandacht te besteden aan een ethisch perspectief: van bestuurder tot leraar. Tegelijkertijd erkent het rapport de uitdaging voor de individuele school die grote tech-bedrijven tegenover zich vindt. Daarom benadrukt Kennisnet de noodzaak voor scholen om zich te verenigen en zich stevig te positioneren.

Is het geen tijd om te praten over de olifant in de onderwijstechnologie-kamer?

Op de valreep van 2019 schreef Audrey Watters een extreem lang stuk met de volgens haar top 100 mislukkingen in en rond onderwijstechnologie. Ik zag verschillende reacties van beaming tot kritiek dat het te negatief is, bijna allemaal terecht imho. Tegelijk alarmeerde het me dat ik zelf nog verschillende anderen desastreuze voorbeelden kon bedenken die de fail 100 niet gehaald hebben en heb ik weet van enkele mogelijke komende mislukkingen.

Nu, zelf zie ik nog steeds voordelen van technologie in onderwijs, maar tegelijk is het belangrijk om het over de grote olifant in de kamer te hebben die bij verschillende van de mislukkingen speelden die Watters opnoemde en die Natalie Wexler hier mooi samenvat:

Educators love digital devices, but there’s little evidence they help children—especially those who most need help.

Veel van de initiatieven die Watters bespreek hadden goed- en soms kwaadbedoeld vooral arme kinderen op het oog. Goedbedoelde argumenten waren dat arme kinderen beter zouden kunnen leren of eindelijk een leraar zouden krijgen die ze voordien nog niet hadden dankzij tablets, One Laptop per Child en andere gaten in de muur. Kwaadbedoelde argumenten die ook vaak speelden, maar minder luid uitgesproken werden: contactonderwijs als luxeproduct, dus meer technologie voor kinderen die deze luxe niet kunnen betalen, al dan niet veroorzaakt door lerarentekort of omwille van verdere besparing op docenten. Het idee van teacher proof materiaal dat al een paar decennia meegaat, kreeg een hernieuwde hoop bij sommige onderwijsvernieuwers, techneuten en beleidsmensen.

Je wil niet denken aan al het geld dat op deze manier verslonden is zonder dat het de leerlingen of de leraren ten goede kwamen. Van de duurste beamers die een mens kan kopen, smartboards, over de vele uren die docenten staken in , tot de miljarden die Bill Gates in onderwijs investeerde en in het beste geval geen meerwaarde opleverden. Vorig jaar sprak ik nog in Vlaanderen op een congres waar een Amerikaanse onderwijsdenker die ooit voor Gates werkte, beweerde dat Alt School en Carpe Diem scholen geen mislukking waren. Wellicht omdat hij aandelen had in Alt School en hij nog steeds hoopt dat het ding ooit nog iets oplevert, leer- of andere vormen van winst.

Stel je voor dat deze bedragen aan de ouders of aan de kinderen besteed werden, er was wellicht meer kans op leerwinst. Stel je voor dat deze bedragen besteed werden aan docenten, er was mogelijk een kleiner lerarentekort (nee, het zou het niet voorkomen hebben, denk ik).

Hoe kunnen we dit in de toekomst voorkomen? Nee, niet door massaal technologie te bannen. Maar misschien moeten we wel voorzichtiger en meer doordacht technologie in onderwijs doorvoeren en ons niet laten gek maken door de verkopers die zeggen dat AI of VR het volgende mirakel zal opleveren, terwijl anderen hijgen dat het onderwijs nooit mee is met zijn tijd.

Vrij naar Dylan Wiliam zouden we beter de volgende vragen stellen:

  1. Lost de nieuwe aanpak een probleem op die we ervaren?
  2. Hoeveel meer zal er geleerd worden?
  3. Hoeveel zal het kosten? En is dat meer of minder dan dat we nu betalen? Kunnen we de meerprijs verantwoorden door vraag 1 en 2?
  4. Kunnen we het hier implementeren?

Dus nee: geen pleidooi voor minder technologie, maar aub, meer doordacht?

Big brother in onderwijs, deel 3: het verhaal van de wereldbank, gezichtsherkenning, moslims en Chinese scholen

Via de uitstekende mailing van Axios, ontving ik dit verbazingwekkend verhaal:

Chinese schools receiving World Bank loans wanted to buy facial recognition technology for use against Muslims in Xinjiang, according to documents obtained by Bethany Allen-Ebrahimian, Axios’ new China expert.

  • Why it matters: The World Bank loan program in Xinjiang shows the extreme moral hazard facing organizations operating in the region, where China has built a surveillance state and detained more than 1 million ethnic minorities.

A World Bank-funded school unsuccessfully requested a facial-recognition software system to create a “blacklist face database that can be set and armed.”

  • The purpose: “[W]hen blacklisted individuals pass through,” the images could be sent directly to Chinese police.

In more than 8,000 pages of World Bank Chinese-language procurement documents dated June 2017, participants in the loan program requested tens of thousands of dollars to buy facial recognition cameras and software, night-vision cameras, and other surveillance technology for Xinjiang schools.

  • The World Bank told Axios those funds were not provided.
  • A World Bank spokesperson said: “[I]nclusive societies are key to sustainable development, and we take a strong line against discrimination of any kind.”

What happened: In 2015, the World Bank began a loan program providing $50 million over five years to five Xinjiang vocational schools.

  • By 2017, China had blanketed Xinjiang with surveillance tech that it used to force Uighurs and other ethnic minorities into internment camps Beijing calls “vocational training centers.”
  • The World Bank didn’t review or scale back the program at that time.

In August, the loan program came under congressional scrutiny for possible complicity in China’s repression.

  • In November, the World Bank announced it was scaling back the program.
  • But the five original schools continue to receive World Bank funding.

A World Bank spokesperson told Axios that procurement documents had not been translated into English, making oversight difficult because only Chinese-speaking staff could read them.

Hoeveel leerlingen spreken vandaag thuis geen Nederlands?

Op 5 december werden nieuwe cijfers vrijgegeven door Agentschap voor Binnenlands Bestuur (ABB) en Statistiek Vlaanderen in het kader van de Lokale Inburgerings- en Integratiemonitor 2019 (LIIM 2019).

Je kan bijvoorbeeld dit afleiden over het aantal kinderen met een buitenlandse herkomst (check hier voor jouw gemeente):

Maar ik ging zelf ook aan de slag met de data voor verschillende steden en de thuistaal in de verschillende onderwijsniveaus en onderwijsvormen. Hier zie je de cijfers voor het kleuteronderwijs:

Het volledige bestand kan je hier downloaden.

 

Interessant: hoeveel mensen zonder papieren zijn er in Europa en vooral: hoe meet je dat?

PEW onderzocht hoeveel ‘unauthorized immigrants’ er zijn in Europa. Het cijfer zou tussen de 3,9 en 4,8 miljoen zijn. Het is een grote vork waar de onderzoekers op uitkomen, maar… hoe meet je mensen die ondergedoken leven?

Deze video vat zowel de resultaten samen, maar de uitleg over de methodologie is misschien nog interessanter.