Enkele opvallende elementen uit het nieuwe Apestaartjarenonderzoek: YouTube als winnaar

Het tweejaarlijkse mediafeest is er weer met de publicatie vandaag van de nieuwe apestaartjaren-cijfers. Ik had het geluk ze al eerder te kunnen inkijken, maar wil je wel enkele dingen meegeven die mij opviel. Zo is Facebook niet dood, maar ook niet zo levend als ze wellicht zelf zouden willen. En tablets zijn massaal aanwezig. we eerder zagen, worden bevestigd. Meisjes zijn bewuster met privacy bezig, sociale netwerken vinden een plaats naast Facebook en de berichten zijn belangrijker dan de tijdlijn.

Maar de grote winnaar is… YouTube. We weten dat YouTube al lang een van de belangrijkste zoekmachines is, maar het is TV, radio, en zoveel meer. De belangrijkste redenen voor technologiegebruik en entertainment. Fortnite ontbreekt wel, wellicht omdat het doorbrak net na de bevraging. Ook opvallend: 1 op 8 heeft al een VR-bril.

School is er wel met het succes van Bingel (6 op 10 basisschoolkinderen) en de smartschools van deze wereld, maar toch minder belangrijk dan velen zouden willen.

De VRT enerzijds en de Standaard anderzijds maakten deze verdere samenvatting:

 

Drie bedenkingen bij nieuw sociaal netwerk Vero (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Vero is online voorpaginanieuws. ‘Uit het niets megapopulair’ (De Telegraaf) en ‘Instagram-alternatief bezwijkt onder stormloop’ (Bright.nl). Het sociale netwerk bestaat al een paar jaar, maar lijkt dus deze week door te breken dankzij aanbevelingen van een aantal celebs – niet alleen in Nederland maar wereldwijd.

Vero – zie het promofilmpje beneden – lijkt erg te hebben gekeken naar klachten over Facebook en Twitter. Daarom is je timeline gewoon chronologisch en niet het resultaat van een ondoorzichtig algoritme. Daarnaast deel je meteen bij het toevoegen van ieder contact mensen in als goede vriend, gewone vriend of kennis, waardoor je meer controle hebt over wie welke posts te zien krijgt. Dutch Cowboys somt nog een aantal voordelen op: het makkelijk delen van hoogwaardige content, nieuwe features zoals ‘collecties’ en geen advertenties.

Met dat laatste begonnen de meeste sociale netwerken, maar nadat ze groeiden verschenen er onvermijdelijk toch reclames. Vero wil uiteindelijk een betaalde dienst worden en zou zich dan aan hun belofte kunnen houden. Een slim idee, want ik betaal graag voor reclamevrije versies van de apps die ik dagelijks gebruik.

Het lijkt dus alsof Vero daadwerkelijk een antwoord is op de bezwaren die aan bestaande netwerken kleven. Toch bekroop me onmiddellijk de vraag welk probleem Vero nou oplost? Daarom drie bedenkingen:

1. De ellende van sociale netwerken zijn anonieme trollen en niet-anonieme eikels
Dit zit in de aard van het internet. Zo las ik vorige week een stuk over online pesten in 1999. Dat ging via gastboeken, de onbenoemde voorlopers van sociale netwerken. Uiteindelijk dringen de trollen en eikels overal door. Twitter is nu een brandhaard van online lastigvallen, terwijl dat aan het begin – ondanks de open structuur en de nadruk op contact met vreemden – niet zo was. Facebook is gestoeld op mensen die je al kent en posten onder eigen naam, maar dat weerhoudt mensen er niet van je berichten te sturen om je uit te schelden. Het ligt dus niet aan de infrastructuur, maar aan de aard van de mens. Vero gaat dat niet oplossen.

2. We gaan nieuwe netwerken gebruiken als ze nieuwe affordances bieden
Vero heeft eigenlijk geen mogelijkheden die bestaande sociale netwerken niet al hebben. Affordance is een concept dat we in de mediawetenschap gebruiken voor de perceptie van een functie van een app: wat kan je ermee. Zo brak Snapchat door dankzij de verdwijnende berichten en werd Instagram een hit dankzij filters. Vero heeft geen nieuwe affordances en daardoor laat het mij niets doen wat ik niet al doe. Nadat ik een profiel had aangemaakt, heb een kattenfilmpje gedeeld. Ik had namelijk geen idee wat anders te posten. Dit was ook het probleem van Mastodon, dat de rivaal van Twitter moest zijn. In plaats daarvan was er nauwelijks boeiende content en zaten we vooral op Twitter te praten over dat we niet wisten wat we op Mastodon moesten posten.

3. Centralisme is niet het antwoord
Wat Facebook zo irritant maakt is de alomtegenwoordigheid en de neiging alles te willen omvatten. Facebook wil het liefst dat je nergens anders bent. Dat megalomane vinden we vervelend. Vero wil ook dat je alles bij Vero doet: muziek delen, reistips uitwisselen, kletsen met je beste vrienden. Vero biedt dus geen nieuwe affordances, maar in plaats daarvan wil het combineren wat we elders doen. Maar waarom zouden we? Verhuizen is veel gedoe, en dat geldt ook online.

Grafiek van de dag: hoeveel vijftienjarigen voelen zich slecht zonder internet?

Ik haalde deze grafiek uit een presentatie van Andreas Schleicher en de grafiek is dus natuurlijk gebaseerd op PISA-data. Vooraleer je schande roept, de grafiek zegt niet waarom. Het kan perfect mogelijk zijn dat het is omdat je zonder internet niet contact kan hebben met familie of leeftijdsgenoten.

 

Onderzoek naar kunstmatige intelligentie kampt met zware replicatieproblemen (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Het onderzoek naar kunstmatige intelligentie is booming. Onderzoekers willen graag laten zien wat ze machines allemaal kunnen leren, maar in hun haast sneuvelt een basiswaarde van wetenschappelijk onderzoek: herhaalbaarheid. Dat staat in een nieuwsbericht van Science. Sleutelresultaten uit eerdere studies kunnen niet gerepliceerd worden. Dat heeft verschillende, serieuze oorzaken die slecht onderkend worden. Bovendien is er sprake van perverse prikkels die replicatie in de weg staan.

Er is veel druk om snel te publiceren. Op arXiv, een site met voorpublicaties van artikelen in de exacte hoek, worden dagelijks papers gepubliceerd die nog niet gepeer-reviewed zijn. Er is wel een journal dat speciaal bedoeld is voor replicatiestudies binnen informatica, ReScience, maar alle replicaties die daar tot nu toe in zijn gepubliceerd waren positief. Herhaalstudies die niet lukken blijven dus onbekend, terwijl daar juist het probleem ligt.

Grootste obstakel in repliceren is het ontbreken van de broncode. Die wordt zelden meegepubliceerd. Daardoor is het bijvoorbeeld onduidelijk wat een algoritme nou precies doet. Er zijn verschillende redenen voor het ontbreken van zulke belangrijke details:

“The code might be a work in progress, owned by a company, or held tightly by a researcher eager to stay ahead of the competition. It might be dependent on other code, itself unpublished. Or it might be that the code is simply lost, on a crashed disk or stolen laptop—what Rougier calls the “my dog ate my program” problem.”

Zelfs als je wel de broncode kunt bemachtigen, betekent het niet dat je een kunstmatige intelligentie hetzelfde kunt laten doen als de oorspronkelijke onderzoekers. Het gaat immers om machines die leren, en leren is afhankelijk van wat je erin stopt. De ‘trainingsdata’ zijn dus relevant, niet alleen voor wat een machine precies kan leren maar ook voor hoe snel hij dat kan.

“[A computer scientist at McGill University] ran several of these “reinforcement learning” algorithms under different conditions and found wildly different results. For example, a virtual “half-cheetah”—a stick figure used in motion algorithms—could learn to sprint in one test but would flail around on the floor in another. Henderson says researchers should document more of these key details.”

Onderzoek is zelden ‘clean’: wat je ook bestudeert, je onderzoek is altijd het resultaat van bepaalde aannames en beslissingen waarvan de details zelden worden opgenomen in de onderzoeksverslagen. Oudere disciplines hebben vaak al een fase doorgemaakt waarin ze reflexief zijn geweest op methodes. Dat is noodzakelijk voor een discipline om serieus genomen te blijven worden. Juist omdat methode zo centraal staat in hoe machines leren leren, is het bizar dat onderzoekers hier niet het volle belang van inzien.

Deze slimme AR-bril van Intel zou wel eens het verschil kunnen maken

Herinner je je nog Google Glasses? Straffe technologie, maar de reacties waren lauw en de privacy-issues deden iedereen schrikken. Het leverde zelfs het woord Glass-hole op. Maar nu komt Intel met een nieuwe slimme AR-bril en deze ziet er vooral… gewoon uit. En heeft geen camera, helpt ook al.

Deze grafieken over Duitsland doen me lichtjes duizelen

Duitsland heeft een nieuwe regering onder Merkel. Er zijn veel uitdagingen, maar eerlijk gezegd zijn deze grafieken misschien wel de grootste uitdagingen voor de toekomst.

Het ziet er namelijk naar uit dat volgend jaar een historisch jaar wordt voor Duitsland:

Er zullen meer mensen ouder dan 60 zijn dan dat er jonger dan 30 zijn. En met een geboortecijfer van 1.5 zit Duitsland nog niet met Japanse toestanden, maar het scheelt niet veel met de 1.46 die Japan kent. En dan krijg je dit als voorspelling:

Nu, in tijden van overbevolking klinkt dit niet slecht, maar… voor de economie is dit een hele uitdaging. Schaffen wir das?

(bron)

Vijftigers als de nieuwe tieners: live fast, die old (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Jongeren hebben geld te besteden en zijn nog niet gesetteld, en daarom vormen ze voor adverteerders de interessante doelgroep. Het is een eenvoudige marketingles die verklaart waarom media altijd zo gericht zijn op jonge mensen. Dat inzicht lijkt echter verouderd: jongeren hebben nauwelijks geld, en de oudere generatie is al lang niet meer zo gesetteld

Jongeren hebben geld te besteden en zijn nog niet gesetteld, en daarom vormen ze voor adverteerders de interessante doelgroep. Het is een eenvoudige marketingles die verklaart waarom media altijd zo gericht zijn op jonge mensen. Dat inzicht lijkt echter verouderd: jongeren hebben nauwelijks geld, en de oudere generatie is al lang niet meer zo gesetteld als voorheen.

Ageist is een mediabedrijf dat zich richt op 50+, maar dan op een geheel andere manier als de gezapige Nederlandse politieke partij. Ze wil de “new reality and new possibilities of life after 50” laten zien. Hun website oogt net zo hippig als een blog voor twintigers en ze spreken over hun doelgroep als een tribe – een term die onder jeugdcultuuronderzoekers in zwang kwam als conceptueel alternatief voor ‘subcultuur’. Tagline: live fast, die old.

Dat laatste is wat hedendaagse vijftigers inderdaad gaan doen. In een interview met PSFK zegt Ageist-oprichter David Stewart:

“Now, what’s so different about today versus 20 or 30 years ago is that you’re able to look back, and you look forward and you say, “Oh, geez. I’m 50. I am, rationally, only halfway through my life.” The statistics are now, if you’re a 50-year-old woman, your average life expectancy is 94. You’ve got a whole do-over in front of you.”

Veel bedrijven snappen dat volgens Stewart niet. Dat is dom, want:

People over 50 control 70% of the disposable income in America. That’s three trillion dollars. Our generation invented the personal computer, skateboarding, punk rock… and these people, who were doing that stuff then, still have drive.”

Ze hebben geld en een zucht naar coolheid. De grootste groep Apple-gebruikers zijn niet hipsters in hun jaren twintig, maar mannen van boven de vijftig die graag hip willen zijn:

“There are great opportunities for electronic brands and home furnishings, and men’s apparel.  As you enter into this age, this weird thing happens, where suddenly you have all this awareness of where you’ve got this lifetime in front of you, but that wasn’t really part of the game plan when you were 20. And one thing you ask is, “What should I dress like? Should I look like Jack Kennedy? What am I supposed to look like?””

Wie door de profielen op de website bladert ziet dat het gaat om een groep die grootstedelijk en hoogopgeleid is, onderdeel van de creatieve klasse. Uiteraard is die niet representatief voor de populatie – niet in de VS en niet in Nederland. In die zin gaat de vergelijking met jongerencultuur daadwerkelijk op.