Facebook lanceert nieuwe viral video-app voor tieners: Lasso

Dit is Tik Tok, een alternatief voor Musical.ly dat al aan tijdje populair aan het worden is:

En je weet wat Zuckerberg en co doen als een app populair wordt op sociale media: opkopen of kopiëren. In dit geval werd het, het laatste met de nieuwe app: Lasso:

En wat valt vooral op? De jaren 90 lijken helemaal terug.

Imperial College in Londen gaat hologrammen gebruiken voor gastdocenten

Deze week gaf ik zelf een lezing in de VS via Zoom, maar dat klinkt opeens wel heel erg ouderwets. Het Londense Imperial College gaat voor zijn Business afdeling sprekers uit New York en LA laten opdraven als hologram in de hoofdstad van de UK.

Hiervoor zouden ze dezelfde technologie gebruiken die ook al gebruikt werd voor post mortem muziektournees van Michael Jackson. Het zijn dus in feite niet echt hologrammen, maar projecties op een glazen scherm waarbij een zwarte doek achter het scherm toelaat een gevoel van diepte mee te geven. Voordeel is wel dat de opstelling voor zowel filmen als tonen hierdoor behoorlijk transporteerbaar is.

(bron BBC)

Deze week werd ‘Baby One More Time’ 20 jaar: een reconstructie (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Gisteren was het twintig jaar geleden dat ‘Baby One More Time’ van Britney Spears verscheen. Entertainment Weekly publiceerde een reconstructie waarin met betrokkenen, inclusief Britney, wordt teruggekeken op de constructie van de popster. Een paar citaten:

John Seabrook, schrijver van The Song Machine: Inside the Hit Factory:
“Clive Calder, who was the head of Jive, signed her to a provisional contract. This was a very significant moment in pop history: The signing of Britney Spears as a sort of girl-next-door teenager, rather than as a Whitney Houston-esque diva. One of the calculations there was, Clive Calder was notoriously cheap, and Whitney Houston was notoriously expensive. So Britney Spears seemed like she would be cheap too, because she was just a teenager from Louisiana, and wasn’t demanding in any way.”

Barry Weiss, directeur van Jive Records:
“I remember when we got it back with Britney on it, she had that “oh BAY-BAY BAY-BAY,” these ad libs. We thought it was really weird at first. It was strange. It was not the way Max wrote it. But it worked! We thought it could be a really good opening salvo for her.”

 John Seabrook:
“Before the song came out, nobody in America liked the hook, “hit me baby one more time.” Everybody thought it was some sort of weird allusion to domestic violence or something. But what it really was was the Swedes using English not exactly correctly. What they really wanted to say was, “hit me up on the phone one more time” or something. But at that point, Max’s English wasn’t that great. So it came out sounding a little bit weird in English. But when they tried to get him to change it, he said, “No, it can’t be changed. That’s it.””

Britney Spears in een interview in 2001:
There are so many other teenagers out there that dress more provocatively than I do and no one says anything about them. How can I explain this? I don’t see myself — hand on the Bible — I know I’m not ugly, but I don’t see myself as a sex symbol or this goddess-attractive-beautiful person at all. When I’m on stage, that’s my time to do my thing and go there and be that — and it’s fun. It’s exhilarating just to be something that you’re not. And people tend to believe it.”

Toch wel opvallend: geen mobiele telefoons of laptops tijdens sommige lessen psychologie en pedagogiek in Rotterdam

Het is niet helemaal nieuw en uit eigen onderzoek blijkt het ook geen slecht idee te zijn, maar het toont wel een belangrijke evolutie – weer – aan. Kijk ook naar de zes onderzoeken die Filip Raes (en ikzelf) verzamelden met tips voor studenten die terug begonnen met de lessen.

Verbond Facebook echt de wereld met elkaar?

Het lijkt wel alsof Internet en meer recent Facebook de wereld kleiner heeft gemaakt, maar is dat echt zo? Hebben we massaal veel contact met de rest van de wereld via sociale media zoals Marc Zuckerberg graag stelt?

Bailey en collega’s onderzochten dit in samenwerking met oa Facebook en wat blijkt? Nou, nee. De meeste mensen hebben vooral contact met mensen in hun eigen buurt. We blijven ook op sociale media vooral onder de eigen kerktoren. Er zijn uitzonderingen, maar waar je woont bepaalt vooral met wie je contact hebt. Voor leuke visualisaties bij dit onderzoek, check The NY Times.

Abstract van het onderzoek:

Social networks can shape many aspects of social and economic activity: migration and trade, job-seeking, innovation, consumer preferences and sentiment, public health, social mobility, and more. In turn, social networks themselves are associated with geographic proximity, historical ties, political boundaries, and other factors. Traditionally, the unavailability of large-scale and representative data on social connectedness between individuals or geographic regions has posed a challenge for empirical research on social networks. More recently, a body of such research has begun to emerge using data on social connectedness from online social networking services such as Facebook, LinkedIn, and Twitter. To date, most of these research projects have been built on anonymized administrative microdata from Facebook, typically by working with coauthor teams that include Facebook employees. However, there is an inherent limit to the number of researchers that will be able to work with social network data through such collaborations. In this paper, we therefore introduce a new measure of social connectedness at the US county level. Our Social Connectedness Index is based on friendship links on Facebook, the global online social networking service. Specifically, the Social Connectedness Index corresponds to the relative frequency of Facebook friendship links between every county-pair in the United States, and between every US county and every foreign country. Given Facebook’s scale as well as the relative representativeness of Facebook’s user body, these data provide the first comprehensive measure of friendship networks at a national level.

Apple snapt het en maakt telefoon die je minder gebruikt (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Toen de iPhone net uitkwam, was het fantastisch. De smartphone bood allerlei nieuwe manieren waarop we het internet konden gebruiken en waarnaar we blijkbaar al een tijdje op zoek waren geweest. Ik herinner me nog hoe ik Shazam een bijna magische app vond: echt de toekomst.

Wat bleek: het zat andersom. ‘Het internet’ was op zoek geweest naar manieren waarop het ons kon gebruiken. Smartphones en sociale netwerken waren het antwoord. We gingen eindeloze hoeveelheden data afstaan. Soms heel bewust en opzettelijk, bijvoorbeeld door in Foursquare aan te geven waar we waren. Het grootste gedeelte van die dataverzameling verliep echter zonder dat we het wisten. Allerlei andere apps hielden ook onze locaties bij, apps die we dachten alleen te gebruiken om mee te gamen.

De verhoudingen zijn gedraaid. We zijn ons bewust geworden van hoe onze telefoon ons gebruiken in plaats van andersom. We willen minder. Minder notificaties ook. Als je wilt winnen in de markt, dan speel je in op die veranderde behoeften voortkomend uit voortschrijdend inzicht.

Apple begrijpt dit. Het nieuwe besturingssysteem heeft een aantal hulpmiddelen dat helpt inzicht te krijgen in je smartphonegebruik. Mashable schrijft hierover:

“There’s reason to believe Screen Time isn’t just lip service to a serious concern. Apple’s business model isn’t dependent on how much time you spend with its devices; whether you unlock your iPhone once a minute or once a week, Apple made its money when you bought it. Sure, Apple wants to fuel its burgeoning services business as well, but most of its services (like Apple Music) have straightforward subscription models — as opposed to the devil’s bargain of social media where services are cost-free in exchange for data.

This is why Apple stands the best chance of weathering the current tech backlash. Not only do its customers connect with its products in a physical, intimate way, but it’s also the least interested in keeping you constantly engaged with them. If Screen Time makes you use the device less, but generally improves your experience, the company is totally fine with that.”

Apple verliest dus geen geld als je je telefoon minder gebruikt. In het artikel komt Nir Eyal aan het woord, een consultant die boeken heeft geschreven over de gewoontes die hedendaagse technologie creëert. Hij zegt:

“With iOS 12 with Screen Time, they’re building into these devices a way for you to use the devices less. … You might think that doesn’t make any sense, but it does. It’s like seat belts. It wasn’t regulation that first put seat belts in cars — it was consumer demand. And the cars that had seat belts outsold the cars that didn’t have seat belts.”

De eerste iPhone ontworpen om minder gebruikt te gaan worden: het wordt vast een groot succes.

Algoritmen zijn de nieuwe poortwachters, en dat is slecht nieuws (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Mijn favoriete tech-socioloog Zeynep Tufekci schreef een stuk voor MIT Technology Review over connectiviteit. Ze schetst de ontwikkeling van sociale media eerst als hoop voor democratisering bij de Arabische Lente en later als tegenovergestelde in tijden van Trump. Dat punt is uiteraard al vaker gemaakt, maar ik wil er één element uitlichten dat mijn aandacht trok.

Kenmerkend voor de nieuwe technologieën (mobiele apparaten met goede camera’s en een internetverbinding in combinatie met sociale netwerken) is dat ze het traditionele poortwachters moeilijk maken. Voorheen konden overheden en media controle uitoefenen over dissidenten. Tijdens protesten als die in Iran in 2009 gingen beelden viraal die we anders nooit gezien hadden:

“It was a difficult image to see: a young woman lay bleeding to death on the sidewalk. But therein resided its power. Just a decade earlier, it would most likely never have been taken (who carried video cameras all the time?), let alone gone viral (how, unless you owned a TV station or a newspaper?). Even if a news photographer had happened to be there, most news organizations wouldn’t have shown such a graphic image.”

Mensen die eerder dachten alleen te staan in hun verzet, haalden nu kracht uit anderen die ze vonden via sociale netwerken.

Deze netwerken zien zichzelf niet als poortwachters, maat als neutrale platforms. Die publieke sfeer die zij faciliteren is druk, en er wordt veel desinformatie ingedeeld die eerder door de oude poortwachters werd uitgefilterd. Bovendien zijn die netwerken natuurlijk niet neutraal. Ze draaien op algoritmen die niet neutraal zijn, maar bedacht door mensen en bedoeld om gebruikers op de site te houden zodat er geld verdiend kan worden:

“[T]he new, algorithmic gatekeepers aren’t merely (as they like to believe) neutral conduits for both truth and falsehood. They make their money by keeping people on their sites and apps; that aligns their incentives closely with those who stoke outrage, spread misinformation, and appeal to people’s existing biases and preferences. Old gatekeepers failed in many ways, and no doubt that failure helped fuel mistrust and doubt; but the new gatekeepers succeed by fueling mistrust and doubt, as long as the clicks keep coming.”

Dit is het punt dat zo cruciaal is: de nieuwe poortwachters zijn algoritmen. Zij gelden als succesvol als ze erin slagen zoveel mogelijk clicks te genereren. En dat lukt goed als het vuurtje van wantrouwen en twijfel aanwakkeren – zie ook ons stuk over YouTube als radicaliseringsmachine.

Om daarop door te gaan (wat Tufekci niet doet): die houding van alles voor de clicks zien we bovendien niet alleen bij Facebook en Twitter, maar ook bij wat we traditionele media noemen. Kranten plaatsen opiniestukken waarvan ze weten dat er ophef over zal ontstaan op sociale media, en ze weten dat dit bezoekers trekt. Ook bij kranten wordt immers strak bijgehouden wat de meest gelezen én ‘besproken’ stukken zijn (tussen aanhalingstekens, want zeggen op Twitter dat iets een stom stuk is, is niet hetzelfde als bespreken). Redacties van praatprogramma’s werken op eenzelfde manier. Wat telt als een succesvolle uitzending wordt naast kijkcijfers ook afgelezen aan de hoeveelheid buzz op sociale media. Net als op YouTube geldt dus voor de late night shows: hoe extremer, hoe beter.

Algoritmen zijn dus niet alleen nieuwe poortwachters, ze sturen ook de traditionele, bestaande poortwachters aan. Dat is slecht nieuws voor de journalistiek, de publieke sfeer en – daarmee – voor de democratie.

Vertraagt IQ ouder worden

Op basis van data van Wisconsin Longitudinal Study hebben onderzoekers vastgesteld dat wie een hoger IQ heeft in zijn tienerjaren en als jonge twintiger, zich jonger zal voelen op zijn zeventigste. De onderzoekers stelden vast dat deze zeventigers zich een gemiddelde 17% jonger voelden dan hun leeftijd.

Het onderzoek is natuurlijk een correlatie, voor alle duidelijkheid. De onderzoekers vonden verder een link met een welbepaalde persoonlijkheidstrek, namelijk meer open zijn voor ervaringen (wat sowieso ook vaker gelinkt is aan een hogere intelligentie). Dit zou er dan samen met IQ voor zorgen dat je makkelijker met bepaalde uitdagingen in het leven kan omgaan.

En voor iedereen die nog denkt dat IQ vast zou liggen bij geboorte, bijvoorbeeld elk jaar onderwijs kan IQ 1 tot 2 punten doen stijgen.

Abstract van het onderzoek:

Subjective age predicts consequential outcomes in old age, including risk of hospitalization, dementia, and mortality. Studies investigating the determinants of subjective age have mostly focused on aging-related factors measured in adulthood and old age. Little is known about the extent to which early life factors may contribute to later life subjective age. The present study examined the prospective association between IQ in adolescence and subjective age in later life and tested education, disease burden, adult cognition, and personality traits as potential mediators. Participants (N = 4494) were drawn from the Wisconsin Longitudinal Study. Data on IQ were obtained in 1957 when participants were in high school. Education, disease burden, cognition, and personality were assessed in 1992–1993, and subjective age was measured in 2011 at age 71 (SD = 0.93). Accounting for demographic factors, results revealed that higher IQ in adolescence was associated with a younger subjective age in late life. Bootstrap analysis further showed that this association was mediated by higher openness. The present study suggests that how old or young individuals feel is partly influenced by lifespan developmental processes that may begin with early life cognitive ability.

Grafiek van de dag: hoe armoede wereldwijd daalt (maar…)

Via Axios.com vond ik deze grafiek op basis van de wereldbank:

Maar er is meer. Terwijl de armoede in het geheel daalt – which is nice – stijgt de ongelijkheid ook razendsnel. Axios vat samen:

  • The 7 million richest people in the world (the top 0.1%) have taken home 13.8% of all economic growth since 1980, according to the 2018 World Inequality Report from the Paris School of Economics. That’s as much as the poorest half of the world, or 3.8 billion people.
  • Europe is the least unequal part of the world, but the top 10% of earners still capture 37% of total income. In the Middle East — the most unequal region — 10% of earners take home 61% of total income.
  • “If established trends in wealth inequality were to continue, the top 0.1% alone will own more wealth than the global middle class by 2050,” per the report.