Waar we best naar kijken bij een digitale samenleving, ook oa in onderwijs (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Het Rathenau Instituut doet sinds 1986 onderzoek naar de impact van technologie op de samenleving. In een recent verschenen rapport naar de stand van digitaal Nederland spreekt het Instituut zorgen uit. Het selecteerde acht domeinen en maakte een overzicht van de problemen, onderbelichte vragen en politieke vragen voor de komende vier jaar. De conclusie: de stand van de digitale samenleving is op tal van aspecten zorgelijk en het huidig beleid blijkt onvoldoende.

De macht van Big Tech wordt alleen maar groter, de samenleving is sterk afhankelijk van de diensten die deze bedrijven leveren. Scholen, ziekenhuizen en overheden maken er gebruik van, zonder dat er duidelijke afspraken zijn waarmee die bedrijven tot verantwoording kunnen worden geroepen. Voor de overheid zelf is het “een uitdaging om als parlement voldoende zicht te krijgen op de werking van overheidssystemen” (p. 46). Ondertussen vormen nieuwe immersieve technologieën nadere bedreigingen voor onze privacy.

De samenvatting van de politieke vraagstukken per domein, woordelijk overgenomen uit het rapport (p. 11-12):

Inclusieve digitale democratie
Desinformatie, deepfakes, politieke micro-targeting en de macht van Big Tech bedreigen de democratie. In Europese wetsvoorstellen krijgen platformen meer verantwoordelijkheden. Maar hoe ver moeten die precies reiken? Is het toezicht voldoende geregeld als platformen gaan bepalen wat illegale content is? Digitale middelen kunnen democratische besluitvorming ook versterken. In welke mate willen partijen daar gebruik van maken?

Eerlijke dataeconomie
Platformen brengen vraag en aanbod efficiënt bij elkaar, maar de enorme marktmacht onzekere arbeidsomstandigheden en minder leefbare steden zijn bekende keerzijden. Nieuwe wetten moeten de marktmacht reguleren en investeringen in Europese technologie moet zorgen voor alternatieve aanbieders. Maar met meer concurrentie ontstaat nog geen leefbare stad. Welke plichten moeten platformen krijgen om een eerlijke economie te realiseren? En hoe kan innovatiebeleid meer worden gericht op maatschappelijke uitdagingen?

Robuuste digitale infrastructuur
De digitale samenleving is kwetsbaar. Hoewel de afgelopen jaren meer wettelijke eisen zijn opgesteld, bijvoorbeeld voor 5G, blijft de basis, zoals encryptie, onvoldoende op orde. De afhankelijkheden worden groter. En nieuwe infrastructuren, zoals 6G en satellieten, komen eraan. Wat is er nodig om Nederland veiliger te maken en hoeveel mag dat kosten? Hoe kan Nederland haar hoogwaardige expertise over kwantumtechnologie, encryptie en AI beter benutten?

Behoorlijke digitale overheid
De overheid gebruikt data en algoritmen om te beslissen over zaken die burgers aangaan. Maar die beslissingen zijn vaak ondoorzichtig. En het blijkt lastig om maatwerk te leveren en gemaakte fouten snel te herstellen. Bovendien blijken systemen niet altijd effectief. Hoe weegt het parlement de maatschappelijke kosten tegen de baten? Wat is er nodig om te waarborgen dat digitale overheidssystemen voldoen aan de eisen van behoorlijk bestuur?

Duurzaam digitaal
Digitalisering van het energiesysteem kan de energietransitie bevorderen. Dat vraagt om beter gebruik van energiedata, met aandacht voor privacy en beveiliging. Dat is nog niet voor alle relevante data, zoals data uit slimme thermostaten of elektrische auto’s, goed geregeld. Hoe zorgt het parlement dat beschikbare data in dienst staat van de energietransitie? En hoe wordt gezorgd dat de ambities voor digitalisering gelijk op gaan met de doelen van de energietransitie?

Hoogwaardig digitaal onderwijs
Onderwijsinstellingen experimenteren met digitale leermiddelen. Op beleidsniveau is aandacht voor dataprotectie, beveiliging en publieke regie over de inkoop van systemen. Maar de impact van educatieve technologie reikt verder dan dat. Want wat betekenen de systemen voor de kwaliteit van het onderwijs en kansengelijkheid? Durven leerlingen nog fouten te maken als elke stap wordt
vastgelegd? Kortom: hoe kan innovatie vorm worden gegeven met oog voor onderwijskwaliteit en publieke waarden?

Verantwoord medische data delen
Uitwisseling van medische data kunnen de gezondheidszorg vooruit helpen, bijvoorbeeld doordat zorgverleners over de juiste informatie beschikken. Maar het gebruik van medische data dient uiterst zorgvuldig, en in het belang van de publieke gezondheidszorg, te gebeuren. Met de toename van private partijen en grote platformen komt dat belang onder druk te staan. Hoe behouden we solidariteit bij datagebruik en worden zorgverleners en patiënten beter beschermd?

Betrouwbare immersieve technologie
Spraaktechnologie, Virtual Reality en Augmented Reality maken het nog moeilijker om echt van nep (manipulatie) te onderscheiden. Deze technologieën zullen de komende jaren worden gebruikt in de zorg, het onderwijs, de bouw of defensie. Welke afspraken zijn er nodig over privacy, autonomie, waarachtigheid en gezondheid? En welke juridische kaders ontbreken, zoals voor onze publieke ruimte en intellectueel eigendom?

De beweegredenen van vaccinatieweigenaars (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Pas nu een grote meerderheid van de bevolking gevaccineerd is lijkt er een maatschappelijk debat te ontstaan over de vaccinatieweigeraars. Voor zorgmedewerkers is de groep een enorm probleem. Ze weigeren niet alleen vaccins, maar ook mondkapjes – zelfs als ze met serieuze coronaklachten binnenkomen. Het leidt tot frustratie over vermijdbaar lijden onder het personeel.

Als we deze groep willen overhalen om zich toch te beschermen tegen corona, moeten we eerst weten waarom ze hun huidige keuze hebben gemaakt. In het project ‘De Maatschappelijke Impact van COVID-19’, gefinancierd door ZonMw, werken verschillende universiteiten en gemeentes samen aan onderzoek. Deze week verscheen een working paper over de beweegredenen vaccinatieweigeraars.

Methode
In het project worden surveys afgenomen, met zowel gesloten als open vragen. Dit paper is gebaseerd op data verzameld in maart 2021 onder 24.227 respondenten. Vijftien procent van deze ondervraagden gaf toen aan niet gevaccineerd te willen worden. Zij kregen vervolgens de open vraag waarom niet. Daarop hebben 688 respondenten geantwoord – dat is slechts 19 procent van de respondenten die zich niet wilden laten vaccineren, een lage respons dus. Vrouwen, jongeren en lageropgeleiden gaven vaker antwoord. De resultaten zijn daarom niet representatief voor de bevolking, maar het onderzoek is wel degelijk relevant omdat het inzicht geeft in bestaande motieven en het relatieve belang ervan voor deze mensen.

De antwoorden zijn handmatig gecodeerd en de verkregen motieven zijn vervolgens voorgelegd aan zorgprofessionals in focusgroepen. Zo zijn vervolgens een aantal handelingsperspectieven geformuleerd.

Beweegredenen van weigeraars
De onderzoekers komen tot drie hoofdcategorieën, die elkaar niet uitsluiten:

1. Vertrouwen in het eigen lichaam
Ongeveer een kwart van de genoemde redenen valt hieronder. Het gaat om mensen die vinden dat zij gezond zijn, een sterk immuunsysteem hebben en/of niet kwetsbaar zijn. Zij vinden een vaccin daarom niet nodig. Ook mensen die het al gehad hebben passen in deze categorie.

2. Zorgen over bijwerkingen
Ruim een derde van de redenen is samen te vatten onder deze noemer. Het zijn enerzijds mensen die zich directe angst hebben voor bijwerkingen op de korte of lange termijn en anderzijds mensen die geen proefkonijn willen zijn. Het zijn bijvoorbeeld mensen die medicatie gebruiken of zwanger zijn, of die het vaccin niet vertrouwen omdat ze menen dat het zich nog in een experimentele fase bevindt.

3. Wantrouwen in vaccin en betrokken instanties
Uit een derde van de genoemde redenen spreekt wantrouwen, al is het niet altijd duidelijk naar wie of wat. Wanneer dat wel benoemd wordt, gaat het om instanties als WHO, RIVM en GGD, en de farmaceutische industrie. Ook de regering wordt niet vertrouwd. Daar zitten gradaties in. Er zijn mensen die sterke twijfels hebben en vinden dat er te weinig ruimte is voor kritiek, dat ze worden weggezet als viruswappie. Er zijn mensen die vinden dat het vaccinatieprogramma een “hoog propaganda-gehalte” heeft, of dat de wetenschap “arrogant” is. Er is ook dieper wantrouwen, waarbij complottheorieën worden aangehaald en het bestaan van het virus wordt ontkend.

Perspectieven van zorgprofessionals 
De geïnterviewde zorgprofessionals herkenden de beweegredenen. Zij zeggen dat het vaak gaat om gelegenheidsargumenten: “als het ene argument wordt weerlegd, wordt een ander argument gebruikt, waarbij mensen zich baseren op diverse informatiebronnen” (p. 5). Deze huisartsen hekelden de overheidscommunicatie omdat ze vonden dat vaak te moeilijk was, bijvoorbeeld voor mensen die Nederlands niet als moedertaal hebben en laaggeletterden.

Zij vonden ook dat er te weinig is gekeken naar obstakels, zoals de bereikbaarheid en nabijheid van priklocaties. Bovendien vonden ze dat partijen als GGD en gemeentes slecht met hen samenwerkten. Zij zien zichzelf als “onmisbare schakel in het bereiken van bepaalde doelgroepen, vanwege de relatie die zij hebben opgebouwd met patiënten” (p. 8).

Aanbevelingen
De onderzoekers komen tot zeven zogeheten handelingsperspectieven voor beleidsmakers en professionals:

1. Erken verschillende perspectieven en ga het gesprek onbevooroordeeld aan;
Dat betekent ook twijfelaars niet afschilderen als wappies.

2. Parallel aan vaccinatiebeleid voor doelgroepen met een hoge vaccinatiebereidheid moet vanaf het begin aandacht komen voor moeilijker te bereiken groepen;

3. Identificeer sleutelfiguren en -organisaties en zet deze in voor het bereiken van specifieke doelgroepen;

4. Bied ruimte aan flexibiliteit en creativiteit in het opgestelde beleid;

5. Geef gemeentebesturen samen met de GGD een rol in het nadenken over lokale vaccinatiestrategieën;

6. Maak meer gebruik van eerstelijns professionals en hun netwerk binnen het sociale domein;

7. Evalueer en reflecteer op gezette tijden met de meest betrokken stakeholders het gevoerde beleid en sta open voor tegenspraak.

Hoe sociale media ons leren om meer verontwaardigd te zijn (of toch zo te reageren)

Laat me deze post beginnen met iets te bekennen: de voorbije corona-tijd heb ik steeds vaker de negeer-knop op twitter gebruikt en zelfs een enkele keer de blokkeer-knop. Die laatste knop enkel omwille van bedreigingen en/of betrekken van mijn gezin in discussies. Soms lijkt het alsof mensen steeds meer kwaad en verontwaardigd zijn op sociale media platformen, ook als het niet over Corona gaat. Nieuw onderzoek van Brady en collega’s doet vermoeden dat sociale media hier ook een rol in kunnen spelen.

En nee, dan gaat het deze keer niet over de algoritmes die je in een konijnenpijp kunnen trekken, maar over mechanismes in feite bijna ouderwets behaviorisme. Ze bekeken meer dan 12 miljoen tweets van 7331 gebruikers en deden enkele experimenten met een kleinere steekproef en leerden zo dat als mensen meer likes kregen voor berichten met een verontwaardigde toon, dergelijke tweets vaker gepost werden in de daaropvolgende tijd.

Klinkt niet onlogisch, maar het is toch nog een stuk complexer. Dit was tot u toe namelijk een voorbeeld van operante conditionering (beloningen doen gedrag toenemen) maar er is ook sprake van sociale leren (een van de grondleggers Bandura overleed trouwens deze zomer). Als men in een netwerk zit waarbij verontwaardigde boodschappen de norm is, dan heb je cru gesteld die beloning niet meer nodig, maar gaan mensen zich gaan richten op die norm.

En op het einde van de rit komen toch die eerder vermelde algoritmes terug in het spel in de paper omdat de onderzoekers wel degelijk een interactie-effect vermoeden:

Social media newsfeed algorithms can directly affect how much social feedback a given post receives by determining how many other users are exposed to that post. Because we show here that social feedback affects users’ outrage expressions over time, this suggests that newsfeed algorithms can influence users’ moral behaviors by exploiting their natural tendencies for reinforcement learning. In this way, reinforcement learning on social media differs from reinforcement learning in other environments because crucial inputs to the learning process are shaped by corporate interests (2652). Even if platform designers do not intend to amplify moral outrage, design choices aimed at satisfying other goals such as profit maximization via user engagement can indirectly affect moral behavior because outrage-provoking content draws high engagement (2931). Given that moral outrage plays a critical role in collective action and social change (4053), our data suggest that platform designers have the ability to influence the success or failure of social and political movements, as well as informational campaigns designed to influence users’ moral and political attitudes (3451). Future research is required to understand whether users are aware of this and whether making such knowledge salient can affect their online behavior.

Abstract van het onderzoek:

Moral outrage shapes fundamental aspects of social life and is now widespread in online social networks. Here, we show how social learning processes amplify online moral outrage expressions over time. In two preregistered observational studies on Twitter (7331 users and 12.7 million total tweets) and two preregistered behavioral experiments (N = 240), we find that positive social feedback for outrage expressions increases the likelihood of future outrage expressions, consistent with principles of reinforcement learning. In addition, users conform their outrage expressions to the expressive norms of their social networks, suggesting norm learning also guides online outrage expressions. Norm learning overshadows reinforcement learning when normative information is readily observable: in ideologically extreme networks, where outrage expression is more common, users are less sensitive to social feedback when deciding whether to express outrage. Our findings highlight how platform design interacts with human learning mechanisms to affect moral discourse in digital public spaces.

Pas op met selfie-bewerkings-apps (Linda Duits)

Deze post verscheen eerst op dieponderzoek.nl.

Het is natuurlijk hartstikke leuk om te zien hoe je er ouder uit zou zien, of als je een andere sekse zou hebben. Apps waarmee je je selfies kunt bewerken zijn daarom populair. De meest recente toevoeging is Voilà. Je uploadt een portret en de app maakt van een gezicht een Disney-achtige cartoon of renaissanceschilderij. Geinig om te delen op Instagram.

Zulke apps zijn doorgaans gratis en dat kan omdat je betaalt met je data. De bedrijven achter de apps zijn doorgaans niet transparant over welke data ze allemaal verzamelen en hoe lang ze die bewaren. Het gaat dan bijvoorbeeld om de foto’s die je uploadt, of toegang tot je gehele fotoalbum. Met jouw foto’s kan dan gezichtsherkennings-AI getraind worden. Daarnaast levert je telefoon ook allerlei andere data. Deskundigen waarschuwen al jaren voor zulke apps, zoals hier op CNN tegen Meitu (2017) of hier in de Washington Post tegen FaceApp (2019).

Naast onduidelijkheid over privacy kent Voilà ook nog eens een redelijk agressief in-app-verdienmodel. De pro-versie verwijdert reclame in ruil voor maar liefst $2 per week op Android en $3 per week op iOS. De betaalde versie biedt geen bescherming tegen de verkoop van je data: je zou dus kunnen zeggen dat je dubbel betaalt.

Hoe ziet de eerste Google winkel eruit?

Google opent een eerste fysieke winkel in New York. Sommigen omschrijven het als een soort van tegenpool van de bekende Apple stores.

Enkele foto’s:

Bekijk hier meer foto’s en de visie achter de inrichting. Deze video laat je alvast verder binnenkijken.

Kunstenaars willen de G7 wijzen op de enorme berg elektronisch afval en bouwen “Mount Recyclemore”

Het kunstwerk is geïnspireerd op de bekende presidentskoppen van Mount Rushmore, maar Joe Rush en Alex Wreckage maakten dit grote werk voor en over de G7-top. Lees hier een interview met de kunstenaars.