Welke landen scoren momenteel het beste voor kinderrechten? Nederland scoort goed, België gaat achteruit

Ik heb getwijfeld over… Ijsland. Er is een nieuw rapport van Kidsrights op basis van VN-data, waarin gekeken wordt hoe landen scoren voor de verschillende kinderrechten. Hierbij werden de volgende 20 indicatoren gebruikt:

children crisis kids infants young Coronavirus china virus health healthcare who world health organization disease deaths pandemic epidemic worries concerns Health virus contagious contagion viruses diseases disease lab laboratory doctor health dr nurse medical medicine drugs vaccines vaccinations inoculations technology testing test medicinal biotechnology biotech biology chemistry physics microscope research influenza flu cold common cold bug risk symptomes respiratory china iran italy europe asia america south america north washing hands wash hands coughs sneezes spread spreading precaution precautions health warning covid 19 cov SARS 2019ncov wuhan sarscow wuhanpneumonia  pneumonia outbreak patients unhealthy fatality mortality elderly old elder age serious death deathly deadly

Dit leverde de volgende top 10 op:

Best countries to be children

De score voor België, die op de 23ste plaats staat:

  • Life ranking: 23 (score: 0,962)
  • Education ranking: 1-7 (score: 1,000)
  • Protection ranking: 12 (score: 0,990)
  • Environment ranking: 78-87 (score: 0,583)

We scoren dus vooral slecht door de omgevingsfactoren en gingen hier ook als een van de weinige landen op achteruit:

It reveals the extent to which countries have operationalized the general principles of the CRC (nondiscrimination; best interests of the child; respect for the views of the child/participation) and the extent to which there is a basic ‘infrastructure’ for making and implementing child rights policy (in the form of enabling national legislation; mobilization of the ‘best available’ budget; collection and analysis of disaggregated data; and state-civil society cooperation for child rights).

En ietsje dieper in het rapport wordt nog meer duidelijk:

The indicator enabling legislation assesses the extent to which a country’s legislation is in harmony with the UN Convention on the Rights of the Child. In the 2019 Concluding Observations, the Committee on the Rights of the Child highlighted a few obstacles that are frequently mentioned in relation to enabling legislation: delay in adopting or implementing legislation (for example in Cape Verde), customary law trumping child-friendly legislation (for example in Cote d’Ivoire), and ineffective implementation of legislation (for example in Belgium).

De makers van het rapport waarschuwen ook nog voor de negatieve impact van Corona.

Het nieuwe Apestaartjaren onderzoek is er: hoe gaat het digitaal met onze kinderen en jongeren?

Kreeg een paar dagen geleden het nieuwe Apestaartjarenonderzoek in de bus. Dit tweejaarlijkse onderzoek houdt de digitale vinger aan de pols van onze kinderen en jongeren. Wat vooral opvalt zijn hoe de tendensen over de tijd zich verder zetten. Persoonlijk was ik verbaasd over de mindere populariteit van Tik Tok in de peiling in vergelijking met de aandacht die ik voor de toepassing zie. Dat het vooral iets voor kinderen is, lijkt bevestigd. Oh, en voor sommige tweeps 🙂 .

De eigenlijke rapporten kan je hier vinden.

Dit is de samenvatting met de belangrijkste inzichten:

Het Apestaartjaren-onderzoek is een tweejaarlijkse bevraging door Mediaraven, Mediawijs en imec-mict van de Universiteit Gent. Het onderzoek brengt niet alleen de digitale leefwereld van kinderen en jongeren in kaart, maar toont ook hoe ze daar invulling aan geven en welke uitdagingen dat met zich meebrengt. 

Het onderzoek bestaat uit twee bevragingen: een uitgebreide survey bij kinderen van 6 tot 12 jaar in de lagere school en bij jongeren van 12 tot 18 jaar in de middelbare school. 

KINDEREN, tussen 6 en 12 jaar

Jonger een smartphone

De tablet blijft het populairste toestel bij kinderen, al krijgen ze steeds jonger een smartphone in hun bezit. In 2018 was de 12 jarige leeftijd en de stap naar het middelbaar het schakelpunt, in 2020 krijgen ze die al aan hun 9 jaar. 

Kinderen gebruiken digitale toestellen nog steeds vooral om video’s te kijken en spelletjes te spelen, al luisteren ze nu ook meer naar muziek via zo’n toestel.

YouTube op de tablet, TikTok op de smartphone

Filmpjes kijken, muziek luisteren en spelletjes spelen zijn de favoriete activiteiten van kinderen. YouTube, Spotify en Netflix zijn hun favoriete platformen. Van zodra ze een smartphone krijgen, komen TikTok, Snapchat en Whatsapp in beeld. 

Kinderen kiezen voor elk communicatiedoel een ander kanaal. Praten met vrienden gebeurt via Whatsapp, ouders krijgen nog een telefoontje.

Liegen over leeftijd

Op veel sociale media geldt eigenlijk een leeftijdsgrens van 13 jaar. Toch gebruiken gebruikt 44% TikTok, 27% Snapchat en 22% Instagram. Ouders hebben daar weinig problemen mee, maar houden wel graag een oogje in het zeil.

Praten over cyberpesten

13% van de kinderen had ooit last van cyberpesten. 28% praat daar met niemand over en als ze het wel doen dan is dat voor 39% van de kinderen met de ouders en voor 33% met klasgenoten.

Opvoeden in tijden van digitalisering

Bij 82% van de kinderen zijn er thuis regels over het mediagebruik. Bij 58% zijn er afspraken over schermtijd, bij 45% over wanneer ze media mogen gebruiken. Naarmate kinderen ouder worden, krijgen ze minder regels opgelegd.

Volwassenen die een oogje in het zeil houden zonder daar afspraken over te maken, breken het vertrouwen met hun kind. Een eigen plekje, zowel online als offline, is belangrijk. 

JONGEREN, tussen 12 en 18 jaar

Jonger een smartphone

De smartphone blijft alomtegenwoordig: 94% van de jongeren heeft er een. Ze krijgen bovendien alsmaar jonger hun eerste eigen smartphone. In 2018 was dat aan 12 jaar en de stap naar het middelbaar het schakelpunt, in 2020 krijgen ze die al aan hun 9 jaar. 

Die smartphone geven ze op jongere leeftijd ook een sociaal nut. Jongeren zijn nu voor hun twaalfde al vertrouwd met Whatsapp, Instagram en Snapchat.

YouTube en Instagram meest gebruikt

89% van de jongeren gebruikt YouTube minstens wekelijks, bij Instagram is dat 86%. Daarmee zijn dat populairste platformen. TikTok is voor de meesten geen wekelijkse kost: 28% van de jongeren gebruikt het wekelijks.

Facebook zinkt dieper de vergeetput in. Slechts 39% van de jongeren gebruikt Facebook nog wekelijks. 

Versnipperde communicatie

Hoewel de populairste sociale media ideaal zijn om met elkaar te communiceren, vertellen jongeren niet alles via gelijk welke app. De meeste jongeren sms’en met hun ouders, spreken via Snapchat of Instagram met vrienden af en gebruiken Whatsapp om over schooltaken te overleggen.

Sociale media als nieuwsbron

Sociale media zijn de voornaamste nieuwsbron. 54% van de jongeren lezen dagelijks nieuws via sociale media. De interesse komt bovendien met de jaren: bij jongeren uit de derde graad is de nieuwsconsumptie het grootst. 

Vooral Facebook blijkt in deze context relevant. Pagina’s en groepen zijn ideaal om te weten wat er in de wereld gebeurt en om zelf een statement te maken.

Cyberpesten minder zichtbaar

17% van de jongeren is het afgelopen jaar online lastig gevallen, slecht behandeld of kwam in aanraking met een schokkende gebeurtenis. 21% van de meisjes was ooit slachtoffer, tegenover 13% bij de jongens. 

Omstaanders spelen een grote rol bij cyberpesten. Anno 2020 was 25% van de jongeren getuige, tegenover 54% in 2018. Cyberpesten blijkt zich nu vooral in privégesprekken plaats te vinden.

Privacyvaardig, thuis en op school

61% van de Vlaamse jongeren zegt zelden les te krijgen over online privacy. Daarbovenop ergeren ze zich aan de veronderstelling dat ze onverstandig zouden omspringen met hun privacy. Ook schatten jongeren waar thuis afspraken over mediagebruik gemaakt worden, hun privacyvaardigheden hoger in.

Persoonlijk noot: ik heb het wel even gehad met digitaal

Weet je, dat ene nummer van Jona Lewie, dat kon over mij gaan. Ik ben echt niet de meest sociale mens en kan echt genieten van in stilte doorwerken. Bij gebrek aan bureau op mijn hogeschool werk ik al 20 jaar vaak thuis – zelfs toen men mij ooit een bureau aanbood, paste ik. Veel van de tools die we de voorbije weken hanteren, gebruikte ik zelf al langer. Lekker handig! Tenminste dat dacht ik, maar negen weken lockdown en digitaal onderwijs doen me ondertussen anders vermoeden. Ik ken en verdedig veel voordelen van digitaal, maar eerlijk: ik ben er ondertussen wel zo wat klaar mee.

Tijdens de eerste weken van de Coronacrisis en de bijhorende lockdown las je her en der quotes dat die ene vergadering blijkbaar dus echt een mail kon zijn geweest. Maar blijkbaar vergeten mensen snel, want ondertussen vergaderen we ons weer letterlijk suf in de zoveelste Teams, Zoom, Jitsme of andere online meeting. En dan heb je nog de gesprekken die niet stoppen in de Teams-chat of Slack. Sorry, even wachten, ik krijg een Whatsapp-bericht over een volgend Skype-gesprek. Ik overweeg om Twitter van mijn telefoon te gooien. Dit laatste niet vanwege negatieve commentaren of zo, maar gewoon omwille van de rust.

Er waren en er zijn mensen die stellen dat we na de crisis geen uur meer in de file zullen willen staan voor een vergadering, maar stilaan zou ik er veel voor over hebben om een uur in de wagen aan te schuiven. Het is namelijk een uur zonder schermpjes en je krijgt als beloning menselijk contact. Waar kan ik tekenen?

Je wil niet weten hoeveel voordelen ik kan opnoemen van het digitale bij leren, maar de moed zakt me in de schoenen als ik besef dat de kans reëel is dat ik volgend semester terug vooral online moet les geven, zoals gisteren professor Goossens voorspelde. Ik mis het contact met de studenten, de interactie, de discussie, het inspelen op wat leeft in een groep. Uit mijn eigen onderzoek weet ik hoe belangrijk de informele momenten kunnen zijn voor de relatie tussen lerende en lesgever en zo ook voor leren. Ik besef nu dat ik misschien het meest essentiële over het hoofd zag in mijn onderzoek omdat het zo vanzelfsprekend was, tenminste tot een niet lange tijd geleden: we hebben gewoon menselijk contact nodig.

Voor je denkt dat ik hier half depressief zit, heb geen schrik. De voorbije dagen heb ik vooral beseft dat ik blijkbaar echt graag doe wat ergens begin maart tot stilstand kwam. Les geven, samenwerken, lezingen geven, samen muziek maken,… Mijn persoonlijke les uit deze crisis is dus niet de ontdekking van het digitale, maar de herwaardering van IRL, in real life.