Nascholing van leraren: bezint eer ge begint

Ik bracht dit rapport al eerder, maar herhaling is een belangrijk didactisch principe, dus deel ik graag deze post!

DUURZAAM ONDERWIJS

De Education Endowment Foundation verzamelde wetenschappelijk onderzoek rond de effecten van de professionalisering van leerkrachten. Uit dat onderzoek distilleerden ze een aantal onderzoeksgebaseerde principes rond de vraag: hoe zorg je er als schoolteam (of als directie) voor dat de nascholing van leraren impact heeft op hun denken en doen, op de kwaliteit van hun lesgeven, en uiteindelijk op de ontwikkeling van de leerlingen?

1. EEF benadrukt dat professionalisering van leerkrachten bewust en overdacht gepland moet worden. Bezint eer ge uw leerkrachten laat beginnen! Stuur individuele leerkrachten niet lukraak naar diverse nascholingen die op glanzende affiches worden aangeprezen maar weinig met elkaar hebben te maken. Het is eerder aangewezen dat het team in onderling overleg bepaalt wat de topprioriteiten zijn en dat het team aansluitend samen de doelen van de professionaliseringsinspanning bepaalt. Daarbij is het sterk aangewezen om aan te sluiten bij (a) de reeds aanwezige voorkennis en competenties binnen het…

View original post 439 woorden meer

Lectuur op zaterdag: de man achter ‘flow’ is niet meer, drinken helpt niet, wanneer gaat technologie fout en meer

De weekendbijlage bij deze blog:

Tot slot: dit orkest speelt de Windows suite…

Behandel leraren, leraren in opleiding (en anderen) vooral als volwassenen

Vandaag staat er een pittig stuk in De Standaard. Hierin trekt Sven Fabré van leer tegen de stielbedervers in het onderwijs. Het begint met dit voorbeeld:

‘Zoek op de grote tafel in het midden twee kaartjes uit met daarop de gevoelens die het best passen bij hoe jij je nu voelt. Wie de bal vasthoudt, mag zijn kaartjes tonen en daarover vertellen. Stel je dan even voor. Goed, nu zal ik muziek opzetten, terwijl jullie rond­lopen. Als de muziek stopt, ga je weer zitten. Zie je, zo maken we nieuwe groepjes, en zitten we eens met anderen aan een tafel. Jullie zien daar telkens twee schaaltjes staan, eentje met zure, eentje met zoete snoepjes. Vertel anekdotes en gun jezelf een snoepje: een zuurtje voor een slechte ervaring in de klas, iets zoets voor een fijne ervaring! Zie je, zo spreken we alle zintuigen aan. Dat kun je ook in je lessen doen.’

Ik blijf bij mijn reactie op Twitter dat ik veel collega-pedagogen en -lesgevers ken die het goed doen, maar ik herken  spijtig genoeg ook te goed wat beschreven wordt. Het spookt al een paar uur door mijn hoofd. Ik kom ook te vaak dergelijke zaken tegen op studiedagen. Het is trouwens niet beperkt tot het onderwijs.

En ik beken: ik gruwel er evenveel van als Sven in het stuk.

Of neem dit:

…wie wil zich tien jaar op academisch niveau in een vakgebied verdiepen, om zich vervolgens te onderwerpen aan een autoritair paternalisme dat van aspirant-leerkrachten eerst weer kleine kinderen wil maken?

Ik zou er zelf van maken: wie wil zich als volwassene als kind laten behandelen? Het heeft voor mij niks met opleiding te maken. Heb je ook soms gedacht “Hier ben ik te oud voor” of “Hiervoor heb ik niet gekozen of gestudeerd”?

Een van de belangrijkste zaken die ik zelf wil meegeven aan mijn studenten is dat ze hun leerlingen serieus nemen. Dat begint met het goede voorbeeld te geven door zelf mijn studenten serieus te nemen.

Wil dit zeggen dat het niet af en toe leuk mag zijn? Zeker niet. Mijn studenten lachen wat af in mijn lessen. Maar als het enkel ‘leuk’ is en er niets geleerd wordt, haken ze ook af.

Daarom de volgende oproep: elke keer als je met iets dergelijks geconfronteerd wordt, vraag naar het doel en de evidentie waarom dit zou kunnen helpen. Als het doel valide is en de evidentie aanwezig: doe mee, ook al vind je het niet fijn.

Anders vraag je: kunnen we onze tijd niet beter besteden? Leerlingen zouden het ook doen.

 

Virtueel daten in de metaverse is drie stappen terug (Linda Duits)

Deze blogpost verscheen eerder op dieponderzoek.nl, ondertussen denkt Facebook er aan om zijn naam te veranderen omwille van het geloof in de metaverse.

Tot dusver lijkt de metaverse me helemaal niets. Het virtuele universum waar techbedrijven van dromen (zie deze blogpost) lijkt me voor gebruikers weinig aantrekkelijk. Ik hoef helemaal niet nog gemakkelijker mijn boodschappen te bestellen (met mijn telefoon gaat het al razendsnel) of muziek in een virtuele omgeving te luisteren (ik doe dat liever in een club). De metaverse lijkt me een toepassing die geen enkel gebruikersprobleem oplost.

Deze week kreeg ik reclame in mijn virtuele brievenbus van Planet Theta, een platform van VR-ontwikkelingsstudio Fireflare Games. Ze willen ‘s werelds eerste virtual dating platform zijn, omdat zij denken dat dit een reden is voor mensen om daadwerkelijk de metaverse te willen bezoeken. “The metaverse needs Planet Theta to succeed”, schrijven ze in de mail.

VR daten, en dat net na meerdere lockdowns tijdens een pandemie. Er is geen slechter moment denkbaar. Mensen hebben genoeg van communicatie via schermen, corona heeft ons laten zien hoe groot de behoefte aan lichamelijk contact daadwerkelijk is. Dan heeft er toch niemand zin om in een virtuele ruimte rond te lopen en mensen te ontmoeten?

Aarons bar, een publieke ruimte op Planet Theta

De graphics komen erg jaren 90 op me over, net als de promopraat over online daten. Toen ik in de jaren 90 mijn eerste stapjes op het internet zette, had ik penvrienden in Amerika. Op eentje werd ik daadwerkelijk verliefd en het was toen geweldig geweest als we in een virtuele kroeg hadden kunnen zitten kletsen, in plaats van nachten aan de telefoon (met torenhoge rekeningen als gevolg). Maar daten doe je toch het liefst met iemand die een beetje in de buurt woont – dat is waar alle hedendaagse datingapps met locatieservices op inzetten.

Virtueel daten in de metaverse lijkt op meerdere vlakken drie stappen terug: enerzijds naar de cyberwereld van de jaren 90, anderzijds naar het gevoel van de lockdowns toen je niet met een date een biertje kon gaan drinken. Planet Theta probeert toekomstige gebruikers te verleiden met een virtueel betoverd woud waar je met een date doorheen kan wandelen. Het leek me niet mogelijk, maar nu ben ik nog minder enthousiast over de metaverse.

Dit liedje blijft wel heel erg actueel… #lerarentekort #onderwijs

Was deze opname zelf in feite al vergeten, maar iemand deelde ze vandaag terug en zo herontdekte ik eigen werk.

Vorig jaar maakte ik samen met Melissa een Nederlandstalige versie van Naïef voor de Nederlandse Nationale Onderwijspubquiz.

De tekst blijkt zeker in de laatste strofe zeer actueel…

Misschien was ik fout?

Het lijkt ironisch. We hebben een minister van onderwijs uit een conservatieve partij die er in slaagde om de verschillen tussen armere en rijkere leerlingen te verkleinen, althans voor wiskunde. Dit zou je kunnen afleiden uit de nieuwe analyse die gisteren werd voorgesteld door Kristof De Witte en Letizia Gambi. Ze analyseerden de resultaten op de eindproeven van de voorbije vijf jaar in het katholieke scholen in Vlaanderen.

Dit zijn de belangrijkste inzichten:

  • Met uitzondering van Mens & Maatschappij zien we in alle leergebieden significante leervertraging voor de getoetste leerinhouden sinds het begin van de pandemie.
  • In 2021 is de significante leervertraging gestopt voor wiskunde. De toetsscores beginnen voorzichtig te verbeteren voor Wetenschappen & Techniek, en verbeterden significant voor Mens & Maatschappij.
  • Voor Nederlands (focusgebied begrijpend lezen) is de leervertraging verder toegenomen in 2021.
  • In 2021 stellen we een lichte (maar niet significante) verbetering van de leerprestaties van de meest kwetsbare leerlingen vast.
  • De toetsscores voor wiskunde van de best presterende leerlingen op een school zijn in 2021 significant gedaald.
  • In postcodegebieden met een zomerschool werd de leervertraging zowel voor Nederlands als voor wiskunde gestopt.

Is dit nu goed nieuws of slecht nieuws? Het is gemengd, maar vrolijk worden doe je er niet van. En het deed me gisteren mezelf afvragen of ik misschien fout geweest ben. Ik heb gepleit en ik pleit voor maatregelen om kinderen met lagere SES-achtergrond meer te helpen door tutorenwerking, zomerscholen,… En wat blijkt? Het lijkt te helpen. Vandaar de openingszin van dit stuk.

Maar… voor wiskunde gaan de sterksten significant meer achteruit en voor begrijpend lezen diepen de verschillen nog verder uit, wat op lange termijn een negatief effect kan hebben op meer vakgebieden. We hebben die sterke leerlingen die goed presteren ook broodnodig. Misschien heb ik daar zelf te weinig nadruk op gelegd. Niet dat ik mijn impact wil overschatten!

Let wel, er lopen momenteel een pak projecten om meerbegaafde leerlingen (dit is ruimer dan hoogbegaafd) meer uit te dagen, maar is nog maar in een relatief beperkt aantal scholen. En ik kan ook wel het argument begrijpen dat Lieven Boeve aanhaalt: een leerkracht heeft maar twee handen.