Eenden die wachten voor groen? Mooi, maar fake…

Je hebt de video wellicht ook al een paar keer zien passeren op je tijdlijn. Slimme eenden die op groen wachten om over te steken. Leuk, maar wellicht gemaakt door de computer, als je naar de laatste eend kijkt (bron gizmodo):

Deze factcheckers lijken te weten wie de dader maker is:

Lectuur op zaterdag: Maslow, redshirting en rijst, heel veel rijst

De weekendbijlage bij deze blog:

Tot slot een geweldige video van Arjan van der Meij over een legendarisch verhaal (lees de uitleg hier):

Creativiteit komt niet zomaar vanzelf

Ken Robinson zou het moeten lezen… (nee, echt 🙂 ).

Kleutergewijs

“Dat wordt wel erg moeilijk voor de kleuters,” zegt onze studente. Ik heb haar net uitgelegd dat vierjarige kleuters tijdens een taalactiviteit een nieuwe uitvinding mogen verzinnen en uittekenen. Onze studente heeft al jaren ervaring in de naschoolse kinderopvang, en ziet dit niet lukken met kleuters. “Maar zijn kleuters dan juist niet erg creatief?” zeg ik. Onze studente geeft me ongelijk. “Als je ze laat doen, dan maken ze allemaal krak hetzelfde, ook al wil je dat niet.”

De weken daarop ervaar ik het zelf terwijl ik vierjarige kleuters en hun leerkrachten observeer: Heel wat kleuters zouden liefst van al exacte kopieën willen maken van wat de ander heeft bedacht. Dat is niet op hun juffen gerekend, die alles uit de kast halen om toch de creativiteit te stimuleren.

Vier tips van hen, een vijfde van jou

1 Niet meteen in het diepe werpen

Rijke ervaringen leiden tot rijke creativiteit…

View original post 796 woorden meer

10 geheugensteuntjes en een nieuw boek van Richard Wiseman

Eerder deze week legde ik uit dat de winnaars van geheugenwedstrijden, waarin onder andere telefoonboeken uit het hoofd geleerd worden, niet noodzakelijk slimmer zijn qua IQ. Er bestaan genoeg technieken om dingen te memoriseren. Trouwens: al gemerkt hoe die ene leerling die maar niks uit je les lijkt te onthouden, bijvoorbeeld wel alle voetbalspelers die meedoen aan het WK kent (sorry, Nederlandse vrienden). Jonathan Foer schreef hierover het aangename boek Moonwalking with Einstein, maar nu heeft ook Richard Wiseman een nieuw boek uit “how to remember everything”. Op basis van deze grappige video, hoop ik wel dat het niet enkel mnemotechnische trucjes zijn die erg gerelateerd zijn aan een specifieke inhoud.

Enkele opvallende elementen uit het nieuwe Apestaartjarenonderzoek: YouTube als winnaar

Het tweejaarlijkse mediafeest is er weer met de publicatie vandaag van de nieuwe apestaartjaren-cijfers. Ik had het geluk ze al eerder te kunnen inkijken, maar wil je wel enkele dingen meegeven die mij opviel. Zo is Facebook niet dood, maar ook niet zo levend als ze wellicht zelf zouden willen. En tablets zijn massaal aanwezig. we eerder zagen, worden bevestigd. Meisjes zijn bewuster met privacy bezig, sociale netwerken vinden een plaats naast Facebook en de berichten zijn belangrijker dan de tijdlijn.

Maar de grote winnaar is… YouTube. We weten dat YouTube al lang een van de belangrijkste zoekmachines is, maar het is TV, radio, en zoveel meer. De belangrijkste redenen voor technologiegebruik en entertainment. Fortnite ontbreekt wel, wellicht omdat het doorbrak net na de bevraging. Ook opvallend: 1 op 8 heeft al een VR-bril.

School is er wel met het succes van Bingel (6 op 10 basisschoolkinderen) en de smartschools van deze wereld, maar toch minder belangrijk dan velen zouden willen.

De VRT enerzijds en de Standaard anderzijds maakten deze verdere samenvatting:

 

Over 5 of 6 op 10 (aka de zesjescultuur)

In de oefeningen van de Khan Academy zit een idee van Salman Khan vervat dat je maar door mag naar een volgend thema nadat je tien oefeningen op een rij correct hebt. In zijn TED-talk gaf de man aan dat dit is omdat je toch niet wil dat je iets maar half kan.

Ik moest hier aan denken toen er gisteren in mijn les een discussie ontspon toen we het over evalueren hadden. De directe aanleiding was een fragment uit The Classroom Experiment waarbij Dylan William punten afschaft in de school die hij begeleidt. Er waren in de discussie enkele tussenstappen, maar opeens kwam de zogenaamde zesjescultuur zeer duidelijk aan bod. Een student gaf aan dat de helft halen, of net iets meer, toch genoeg is?

Vervolgens vroeg ik wat een 5 op 10 betekent? Te kort door de bocht gesteld dat je de helft kan, maar zeker niet alles. Natuurlijk hangt dit van de manier van quoteren af, en kan het zijn dat er met cesuren gewerkt wordt, uitdieping, enzoverder. Maar ik vroeg de studenten of ze naar een dokter wilden gaan die slechts vijf op tien haalde?

Nee, was het antwoord, maar dat is dan ook een dokter. Ik kreeg een prima reply toen een student stelde dat een bakker soms heel goed is in brood, maar dat zijn boterkoeken minder goed zijn. Is dat dan erg? Je weet dan waarom je bij de ene bakker gaat en waarom ook bij de andere?

Dit counterde ik met het voorbeeld van een garagehouder die misschien perfect is in carrosseriewerk, maar slecht is met remmen. Het goede nieuws is dat die garagist dan wel de schade door zijn gemis mooi kan repareren.

De discussie heeft me daarna niet echt meer los gelaten. We krijgen binnenkort verschillende basisgeletterdheden in het Vlaamse onderwijs die door elke leerling moeten bereikt worden om te kunnen slagen. Het zijn de tien oefeningen op een rij van Khan, zo je wil. Perfectie is natuurlijk niet van deze wereld, maar ik snap wel waarom bijvoorbeeld bij het rij-examen de lat hoog ligt.

Als we het over de zesjescultuur hebben de laatste tijd, dan is het vaak om het gebrek aan ambitie van de Vlaamse jeugd die oa uit PISA bleek te problematiseren. Toen ik er gisteren in een discussie mee geconfronteerd werd, bedacht ik dat dit de kern nog meer raakt: het gaat over minder goed kennen en kunnen en dat ogenschijnlijk minder erg vinden.

Ter verdediging van de studenten in mijn groep die dit aangaven: ze beschreven ook dat dit voor een stuk komt omdat het (hoger) onderwijs studeren ondertussen ook zeer moeilijk heeft gemaakt omdat ze nauwelijks nog tijd krijgen en constant onder werkdruk staan. Ze hebben hier misschien wel een punt, maar ze moesten ook wel toegeven dat het een stuk over prioriteiten gaat.

Misschien heeft Dylan William gelijk en zijn we verslaafd aan punten, al zie je dat in The Classroom Experiment het vooral de sterke studenten die goed willen scoren zijn die er moeite mee hebben als de cijfers afgeschaft worden. Het idee dat slagen genoeg is en dat je niet wil excelleren gaat volgens mij dieper. Moet iedereen de beste willen zijn? Nee, maar het zou fijn zijn als iedereen het beste uit zichzelf zou willen halen. Ik schreef al eerder dat ‘plus est en vous’ een belangrijk uitgangspunt in onderwijs zou kunnen zijn

Schaak op School: Wonderolie of Slangenolie?

Blogcollectief Onderzoek Onderwijs

Deze blog is – in een iets andere vorm – gepubliceerd als mijn column op Didactief.

Recentelijk werd ik geïnterviewd door Luuk en Erik Ex, twee broers die bezig zijn met wat zij noemen De Edyssee – Onderwijsreis van Finland naar Singapore. Luuk is journalist en Erik is geschiedenisdocent. Zij mailden mij omdat zij net in Armenië waren geweest , waar schaken sinds 2011 een verplicht schoolvak is.

Naar de mening van de Armeense gezaghebbers is schaken de sleutel voor succes op school en in het leven. Door schaken verplicht te stellen, leren kinderen creatief en strategisch te denken, kunnen zij beter problemen oplossen, worden zij intelligenter, enzovoorts. En dit geldt volgens hen niet alleen voor het schaken (d.w.z. dat kinderen schaakproblemen beter kunnen oplossen), maar voor alle vakken en ook voor het latere leven (nabije en verre transfer).

Wat het Armeense ministerie van onderwijs in wezen zegt…

View original post 1.503 woorden meer

De rol van je opvoeding in je zelfvertrouwen als volwassene

Uit tweelingstudies zou blijken dat zelfvertrouwen wel degelijk een genetische basis te hebben, maar… de omgeving zou wel een iets grotere impact hebben dan erfelijkheid en volgens een nieuwe studie zou die invloed van de omgeving zeer vroeg beginnen… Concreet: hoe beter de kwaliteit is van de thuissituatie tussen 0 en 6, hoe groter het zelfvertrouwen als volwassene. Met kwaliteit van de thuissituatie wordt bedoeld: warm en responsief ouderschap, cognitieve uitdaging en stimulatie en een veilige, gestructureerde omgeving.

Ulrich Orth van de Universiteit van Bern analyseerde data van net geen 9000 individuen die geboren werden tussen 1970 en 2001 en van wie de moeder meedeed in de National Longitudinal Survey of Youth die startte in de VS in 1979 en hij analyseerde de tweejaarlijkse interviews met de moeders toen de kinderen tussen 0 en 6 waren om te peilen naar de kwaliteit van de thuissituatie op de punten die ik net besprak, maar ook de kwaliteit van de partnerrelatie, of er wel een vader aanwezig was, eventueel postnatale depressies en armoede.

Het zelfvertrouwen werd vervolgens gemeten toen de kinderen 8 waren, en jaarlijks opnieuw tot ze 27 waren.

Wat Orth vaststelde was de kwaliteit van de thuisomgeving tussen 0 en 6 correleerde (en dat is terug een belangrijke nuance) met hoe de deelnemers later zelf hun zelfvertrouwen inschatten (en dat is een tweede belangrijke nuance) Het effect nam wel wat af met ouder worden, maar was wel nog duidelijk merkbaar. Ook al dan niet een postnatale depressie en de kwaliteit van de partnerrelatie correleerde, maar die invloed was bij volwassenheid zowat verdwenen.  Het negatieve effect van armoede en het al dan niet ontbreken van een vader bleek ook nog te correleren met zelfvertrouwen op 27. Deze elementen hadden vooral terug een link met de kwaliteit van de omgeving bleek uit verdere analyse.

Ik merkte al 2 belangrijke nuances op bij deze studie:

  • correlatie betekent niet per se een causaal verband,
  • er is sprake van zelfrapportage

Maar Christian Jarrett van BPS Digest voegt nog een derde nuance toe waar ik niet aan dacht:

Perhaps a deeper question is whether higher self-esteem is a desirable outcome at all. There was a time when many psychologists and social reformers believed increasing the average self-esteem of a community would open the doors to a range of welcome outcomes, from superior mental health to career success. However, we know today that the benefits of greater self-esteem are quite modest, mostly centred on feeling happier and having more initiative, and that excessive self-esteem can even be problematic in some cases, especially if it slides into narcissism.

Abstract van het onderzoek:

A better understanding is needed of the factors that shape the development of individual differences in self-esteem. Using a prospective longitudinal design, this research tested whether the family environment in early childhood predicts self-esteem in later developmental periods. Data came from a nationally representative U.S. sample of 8,711 participants, who reported on their self-esteem biannually from age 8 to 27 years. Moreover, during the participants’ first 6 years of life, biannual assessments of their mothers provided information on the quality of the home environment (covering quality of parenting, cognitive stimulation, and physical home environment), quality of parental relationship, presence of father, maternal depression, and poverty status of the family. The analyses were conducted using nonlinear regression analyses of age-dependent correlation coefficients, which were controlled for the effects of child gender and ethnicity. The results suggested that the family environment in early childhood significantly predicted self-esteem as the children grew up. Although the effects became smaller with age, the effects were still present during young adulthood. The largest effects emerged for quality of home environment. Moreover, the results suggested that the effects of home environment, presence of father, and poverty are enduring, as indicated by a nonzero asymptote in the time course of effects from age 8 to 27 years. Finally, quality of home environment partially accounted for the effects of the other predictors. The findings suggest that the home environment is a key factor in early childhood that influences the long-term development of self-esteem.