Dit onderzoek stond al een tijd op mijn to-do lijst voor een blog. Niet alleen omdat het inhoudelijk interessant is – ook al heeft het iets minder direct met onderwijs te maken-, maar ook omdat het iets raars verklaart dat ik al vroeg in mijn leven merkte. Ik ben namelijk zelf actief muzikant. Muziek is voor mij geen achtergrond, maar een manier om te denken, te voelen en soms zelfs te begrijpen wat er gebeurt. Tegelijk had ik vroeger een zeer dierbare oom of beter nonkel Clement, die werkelijk niets met muziek leek te hebben. Geen afkeer. Geen onbegrip. Gewoon… niets. Alsof muziek bij hem niet binnenkwam.
Jarenlang dacht ik dat dit vooral een kwestie van smaak was. Of van cultuur. Of misschien van karakter. Tot ik deze recente overzichtsstudie in Trends in Cognitive Sciences las, van Mas-Herrero, Marco-Pallarés, Zatorre en collega’s, en plots besefte: het kan ook gewoon neurobiologisch verklaarbaar zijn.
Het vertrekpunt van het artikel is eigenlijk simpel en herkenbaar als je er eenmaal bij stilstaat. We gaan er vaak van uit dat beloning iets algemeens is. Dat wie gevoelig is voor plezier, dat ook ongeveer overal is: eten, sociale interactie, kunst, muziek. Maar dat klopt niet. Mensen verschillen niet alleen in hoeveel plezier ze ervaren, maar ook waar ze dat plezier uit halen. Muziek blijkt daar een bijzonder interessant geval van te zijn.
Een kleine maar consistente groep mensen ervaart namelijk nauwelijks tot geen plezier bij muziek, terwijl hun gehoor perfect normaal is en ze wél genieten van andere dingen. Goed eten, bijvoorbeeld. Of sociale beloning. Die toestand heet specifieke muzikale anhedonie. Het is geen depressie. Geen algemene emotionele afvlakking. Het is heel precies: muziek doet niets.
Wat dit onderzoek laat zien, is dat dat niet komt doordat die mensen muziek “niet begrijpen” of geen emoties kunnen herkennen in muziek. Ook hun algemene beloningssysteem werkt prima. Het probleem blijkt in de verbinding te zitten. Bij de meeste mensen communiceren auditieve gebieden in de hersenen vlot met het beloningscircuit, met name de nucleus accumbens (ja, zegde mij ook niet veel). Muziek activeert verwachting, verrassing, herkenning, en die signalen worden doorgegeven aan systemen die dopamine en andere beloningsstoffen vrijmaken. Dáár zit het plezier.
Bij mensen met specifieke muzikale anhedonie loopt die overdracht stroef. De muziek wordt wel waargenomen, maar bereikt het beloningssysteem onvoldoende. Het is alsof de soundtrack wel aanwezig is, maar nooit kippenvel krijgt. Alles klopt technisch, alleen gebeurt er emotioneel niets extra’s.
Dat raakte me meer dan ik had verwacht. Want plots viel het kwartje bij oom Clement. Hij was geen cynicus. Geen cultuurbarbaar. Hij miste gewoon die brug tussen klank en beloning. Muziek deed bij hem ongeveer wat behangpapier of kijken naar voetbal bij mij doet: je ziet het, je erkent het, maar het raakt je niet.
Het mooie aan dit onderzoek is dat het ook mild maakt. Het nodigt uit om minder normatief te denken over cultuur en smaak. “Iedereen houdt toch van muziek?” Nee dus. En dat is geen tekort, geen gebrek aan diepgang of gevoeligheid. Het is een variatie in hoe onze hersenen informatie koppelen aan beloning.
Tegelijk helpt het misschien ook muzikanten, leraren en ouders om iets los te laten. Muziek kan diep raken. Ze kan reguleren, verbinden, herinneringen versterken. Maar niet bij iedereen, en niet op dezelfde manier. En dat is oké.
Sommige mensen horen muziek. Anderen voelen haar. En sommigen doen gewoon allebei niet.