Al langer dan vandaag volg ik de video’s van TED-Ed, maar zoals bij TED-talks is het cruciaal dat je blijft kritisch denken. Neem bijvoorbeeld deze video:
In deze video passeren grote namen de revue. Mozart, Edison, Monet. Wat ze gemeen hebben: ze produceerden veel. Heel veel. De impliciete boodschap is duidelijk. Niet perfectionisme leidt tot kwaliteit, maar volume. Wie wacht tot iets perfect is, komt niet vooruit. Wie produceert, leert.
Daar zit iets in. Wie ooit geschreven, lesgegeven of muziek gemaakt heeft, weet dat je beter wordt door te doen. Door dingen af te werken, feedback te krijgen, opnieuw te beginnen. In die zin is de kritiek op perfectionisme terecht. Het kan verlammend werken. Het kan ervoor zorgen dat werk eindeloos in een soort tussenfase blijft hangen, waar het veilig is, maar nooit echt getest wordt.
En toch wringt er iets in deze redenering. Niet zozeer in de conclusie, maar in de manier waarop ze onderbouwd wordt.
Wat hier gebeurt, is een klassiek voorbeeld van wat we in onderzoek winnaarsbias of survivor bias noemen. We kijken naar de mensen die het gehaald hebben en proberen hun gedrag te verklaren. Dat lijkt logisch. Alleen zien we daarmee maar een heel klein deel van het verhaal. We zien de Mozart die duizenden composities schreef, maar niet de duizenden anderen die even productief waren en nooit doorbraken. We zien de succesvolle ondernemer die risico’s nam, maar niet de even gedreven ondernemer bij wie het misliep.
Het probleem is niet dat die voorbeelden fout zijn. Het probleem is dat ze onvolledig zijn.
Dat mechanisme zie je niet alleen in dit soort video’s. Het zit ook in een groot deel van de populaire literatuur over succes. Boeken die analyseren wat succesvolle mensen of organisaties gemeen hebben, en daar impliciet of expliciet een recept uit afleiden. Alleen blijkt achteraf vaak dat een deel van die succesverhalen gewoon niet standhoudt. Bedrijven die ooit als voorbeeld werden gesteld, verdwijnen of presteren plots veel minder. Niet omdat ze plots “verkeerd” begonnen te werken, maar omdat succes altijd het resultaat is van meer dan alleen gedrag: context, timing, toeval, selectie.
Achteraf lijkt alles logisch. Op voorhand is dat zelden het geval.
Dat maakt de boodschap over perfectionisme niet waardeloos. Integendeel. Het is zinvol om te benoemen dat perfectionisme soms een vorm van vermijding is. Dat het veiliger kan voelen om te blijven schaven dan om iets de wereld in te sturen. Dat herken je ook buiten creatieve beroepen. In onderwijs, bijvoorbeeld, waar “we moeten het eerst goed uitwerken” zowel een teken van zorgvuldigheid kan zijn als een manier om beslissingen uit te stellen.
Maar het omgekeerde verhaal verdient dezelfde voorzichtigheid. Alsof succes gewoon het gevolg is van genoeg produceren. Alsof kwantiteit automatisch leidt tot kwaliteit. Dat is even verleidelijk en even onvolledig.
Wat overblijft, is iets minder spectaculair, maar waarschijnlijk juister. Leren en verbeteren vragen output, herhaling en feedback. Maar ze vragen ook richting, kennis en soms gewoon tijd. En hoe zit het met succes? Dat laat zich zelden herleiden tot één gedragsregel die altijd werkt. Al kan het soms ook gewoon vooral… geluk zijn.