Nieuwsgierigheid heeft een bijna mythische status in het onderwijs. We willen het bij onze leerlingen en studenten aanwakkeren, stimuleren en centraal zetten. Dit is logisch. Wie nieuwsgierig is, wil weten, zoekt informatie en leert. Veel onderzoek toont dat ook netjes aan.
Maar… ik zou er niet over schrijven als het verhaal niet net iets complexer zou zijn.
Een recente studie van Emin en collega’s kijkt naar de relatie tussen epistemische nieuwsgierigheid (dit is de drang om kennis te verwerven en te begrijpen), afdwalen van gedachten (mind wandering) en leerprestaties. En dan kan je al vermoeden waar dit naartoe gaat. Want nieuwsgierigheid blijkt niet alleen samen te hangen met beter leren, maar ook met meer afdwalen. En dat afdwalen is doorgaans geen goed nieuws.
Laat ons beginnen bij het eenvoudige deel. Zowel als stabiele eigenschap (trek of trait) als op het moment zelf (toestand of state) hangt nieuwsgierigheid positief samen met leerprestaties. Studenten die nieuwsgieriger zijn scoren beter. Dat past perfect binnen wat we al weten: nieuwsgierigheid werkt als een motor voor leren.
Maar tegelijk toont dezelfde studie dat nieuwsgierigheid ook samenhangt met meer afdwalen van gedachten. Met andere woorden: wie nieuwsgierig is, laat zijn gedachten vaker afdwalen naar andere ideeën, vragen of associaties. Vaak zelfs ook bewust. En daar wringt het.
Want zowel intentioneel als onbewust afdwalen blijken negatief samen te hangen met leerprestaties. Zeker wanneer dat afdwalen diep gaat of vaak voorkomt, zie je duidelijke negatieve effecten. In sommige analyses verklaart dat afdwalen zelfs een aanzienlijk deel van de verschillen in leerresultaten.
Nu zou ik me als lezer beginnen afvragen hoe dit nu samen kan? De sleutel zit in het onderscheid tussen twee niveaus.
Op persoonlijkheidsniveau zie je dat nieuwsgierige mensen meer geneigd zijn om hun gedachten te laten afdwalen. Dat is op zich logisch. Nieuwsgierigheid betekent ook dat je openstaat voor nieuwe ideeën en verbanden, ook buiten de taak die voor je ligt. Dat kan leiden tot afleiding en dus een rem zetten op leren.
Maar tijdens het leren zelf gebeurt er iets anders. In de experimentele studie, waarin studenten naar videolessen keken, bleek dat nieuwsgierigheid net samenhing met minder afdwalen. Of meer correct: met minder diep afdwalen. En net die “diepte” van mind wandering bleek een belangrijke voorspeller van leerprestaties.
Met andere woorden: als nieuwsgierigheid gericht wordt op de taak, helpt ze om de aandacht erbij te houden. Als ze alle kanten op kan, vergroot ze net de kans op afdwalen. Context maakt dus zoals vaak het verschil.
Nog een interessante nuance in de studie is dat niet alle vormen van afdwalen hetzelfde zijn. Vooral de mate waarin iemand “weg” is van de taak (de diepte) blijkt belangrijker dan louter hoe vaak dat gebeurt. Dat sluit aan bij een bredere trend in onderzoek: aandacht is geen aan/uit-knop, maar een continuüm. Klinkt logisch, maar bij het lezen van de studie besefte ik dat ik dit zelf ook vaak vergeet.
Tot slot testten de onderzoekers ook een praktische ingreep: keuzevrijheid. Studenten die zelf een onderwerp mochten kiezen, waren nieuwsgieriger en scoorden beter op een kennistoets, zowel meteen als een week later. Het effect op het afdwalen zelf was minder duidelijk, maar de richting is wel interessant.
Komen we bij de vraag in de titel: is nieuwsgierigheid altijd goed voor leren? Ja, maar niet automatisch. Nieuwsgierigheid kan een krachtige motor zijn, maar biedt geen 100% garantie. Zonder richting kan ze leiden tot afdwalen. In een goed ontworpen leeromgeving kan ze net helpen om aandacht vast te houden en leren te verdiepen.
Of nog anders: nieuwsgierigheid werkt, maar niet los van de taak, de context en de manier waarop we leren organiseren. Dat is misschien minder spectaculair dan sommige slogans, maar wel een stuk dichter bij de realiteit.