Er bestaat een hardnekkig idee in internationale onderwijs- en beleidskringen. Stuur jongeren uit niet-westerse landen naar westerse universiteiten en ze komen terug als dragers van democratie. Het klinkt bijna vanzelfsprekend. Onderwijs vormt. Blootstelling verandert mensen. En dus verandert de samenleving mee. Maar diezelfde westerse opleidingsinstituten vormden ook verschillende dictators… Een onderwerp dat misschien ver van je bed lijkt, maar meer zegt over de impact van onderwijs dan je denkt.
Een recente reviewstudie van Anar Ahmadov bracht 94 onderzoeken samen over dit thema. En wat opvalt, is niet dat het antwoord complex is. Dat wisten we al. Het heeft namelijk met onderwijs te maken. Wat vooral opvalt, is dat de vraag zelf wellicht verkeerd gesteld wordt. Werkt een westerse opleiding democratiserend? Het eerlijke antwoord is: soms wel, soms niet en vaak helemaal niet.
De studie onderscheidt grofweg drie kampen:
- Optimisten zien hoe studenten democratische waarden meenemen, netwerken opbouwen en hervormingen stimuleren.
- Pessimisten wijzen op de lange lijst van leiders die in exact dezelfde systemen zijn opgeleid en nadien autoritaire regimes versterkten.
- En sceptici vermoeden weinig systematisch effect.
Alle drie hebben ze gelijk. En tegelijk missen ze iets. Want ze vertrekken allemaal van dezelfde impliciete aanname: dat een “westerse opleiding” een soort uniforme interventie is die een voorspelbaar effect heeft. Maar wat is dat eigenlijk, westerse opleiding?
Een student politieke wetenschappen aan een Amerikaanse liberal arts college, een ingenieur in Duitsland, een militair in een NAVO-programma en een deelnemer aan een kort diplomatiek uitwisselingsprogramma worden in deze literatuur vaak op één hoop gegooid. Alsof ze dezelfde ervaring hebben gehad. Alsof ze dezelfde dingen geleerd hebben. En alsof dat op dezelfde manier doorwerkt.
Een tweede vaststelling is nog fundamenteler. De vraag of mensen eigenlijk wel van overtuiging kunnen veranderen?We nemen dat vaak aan. Maar de studie laat zien dat daar verrassend weinig hard bewijs voor is in deze context. En zelfs wanneer attitudes veranderen, blijven ze niet noodzakelijk stabiel. Of ze vertalen zich niet in gedrag. Wat iemand denkt in een seminar in Londen, is nog iets anders dan wat diezelfde persoon doet in een ministerie in zijn thuisland.
En dan is er ten slotte nog de context. Wie krijgt de kans om in het Westen te studeren? Wie keert terug? En ook: wie komt in posities terecht waar hij of zij iets kan veranderen? En misschien nog belangrijker: wat laat het systeem in het thuisland toe? Dit alles blijkt vaak doorslaggevender dan de opleiding zelf.
Ooit zag ik op een Brits college een koffiezaak die geschonken was door een Arabische prins die er les had gevolgd. Hij zal zeker een degelijke opleiding en vorming gekregen hebben. Maar deze reviewstudie toont dat hij wellicht vooral prins zal gebleven zijn.