Slim, succesvol of simpelweg gedisciplineerd? Wat je baan zegt over je IQ (of vice versa)

Hoe slim moet je zijn voor je baan? Of beter nog: hoeveel zegt je baan over je slimheid? In een onderzoek dat ik vond via Steve Stewart-Wiliams, gepubliceerd in Intelligence, zocht Tobias Wolfram van de Universiteit van Bielefeld het uit. Hij bekeek niet alleen IQ, maar ook negen non-cognitieve eigenschappen, zoals doorzettingsvermogen, zelfvertrouwen en risicobereidheid, en rangschikte daarmee maar liefst 360 beroepen.

Wat blijkt? Intelligentie speelt inderdaad een grote rol bij wie in welk beroep terechtkomt, maar het is zeker niet de enige factor. Ongeveer een kwart van de verschillen tussen beroepen kan worden verklaard door IQ. Dat betekent dat mensen binnen hetzelfde beroep gemiddeld vrij dicht bij elkaar liggen qua cognitieve capaciteiten. Toch is dit minder dan eerdere onderzoeken suggereerden, vooral omdat Wolfram gebruik maakte van een representatieve steekproef in plaats van selectieve groepen zoals militairen of hoogopgeleiden.

Interessant is dat sommige non-cognitieve eigenschappen, zoals uitgestelde beloning en openheid voor nieuwe ervaringen, bijna net zo belangrijk bleken. Beroepen waarin mensen goed scoren op doorzettingsvermogen of risicobereidheid, zijn vaak ook de beroepen met hogere status en beter salaris. Toch is er geen enkel non-cognitief kenmerk dat zo sterk samenhangt met beroepsstatus als IQ.

Wat betekent dit? Dat slimme mensen vaak in cognitief uitdagende banen terechtkomen, maar dat eigenschappen als discipline, flexibiliteit en zelfvertrouwen je minstens zo ver kunnen brengen. Bovendien laat het onderzoek zien dat sociale mobiliteit niet alleen afhangt van aangeboren talent, maar ook van karakter en kansen.

Abstract van het onderzoek:

Occupational sorting, the process of individuals actively selecting into and being selected for different occupations, has significant implications for social stratification and inequality. The psychometric view of occupational differentials in ability emphasizes the importance of intelligence for occupational sorting, as it acts as a necessary condition to enter and remain in certain professions due to their high cognitive demand. The resulting cognitive stratification of the occupational hierarchy leads to strong associations between occupational mean IQ and sociological measures of occupational status and pay. Past research has been criticized for lack of representativeness and small sample sizes. In this study, we both confirm the psychometric view in a large representative sample and extend it to a set of nine non-cognitive traits. We show that the psychometric view holds (on a weaker level) for multiple non-cognitive traits, and using small-area estimation, we provide precise mean estimates and rankings of intelligence and non-cognitive traits for 360 occupations, including rare professions.

Geef een reactie