Het (te) eenvoudige verhaal over jongeren en mentale gezondheid

We zijn bijna aan het einde van 2025 en de voorbije twaalf maanden zag je het telkens opnieuw gebeuren. Er was onrust over jongeren en hun mentale gezondheid, iemand wees naar sociale media, en voor je het wist lag er een voorstel op tafel dat vooral één ding beloofde: eenvoud. Een leeftijdsgrens. Een verbod. Een duidelijke boosdoener. Dat patroon is niet nieuw. Wie het debat al langer volgt, herkent het van de voorbije vijf jaar. Het recente verbod in Australië op sociale media voor jongeren onder zestien heeft het alleen scherper zichtbaar gemaakt. Ook hier duiken gelijkaardige oproepen op, vaak losgezongen van wat adviesorganen zoals de Hoge Gezondheidsraad al langer benadrukken.

Dat sociale media genoemd worden als factor is op zich niet vreemd. In eerdere posts op deze blog heb ik ook beschreven hoe problematisch gebruik samenhangt met mentale problemen, en waarom vooral tienermeisjes kwetsbaar blijken. Wie die trends wil begrijpen, kan niet om sociale media heen. Maar wie ze aanwijst als dé verklaring, mist het grotere plaatje. En precies daar gaat het vandaag mis.

Wat de voorbije jaren steeds duidelijker is geworden, is dat de mentale gezondheid van jongeren geen eendimensionaal probleem is. In januari schreef ik al dat de daling bij tienermeisjes niet te begrijpen is zonder tegelijk te kijken naar prestatiedruk, sociale vergelijking, schoolcontext en bredere maatschappelijke verwachtingen. En in het najaar van 2024 beschreef ik hoe vaak gesprekken over jongeren en mentale problemen verzanden in simplificatie, zelfs wanneer onderzoekers expliciet waarschuwen voor die reflex. De rode draad was telkens dezelfde: hoe groter de complexiteit, hoe sterker de verleiding om die te reduceren.

In haar oratie Pleidooi voor het complexe verhaal verwoordde Gonneke Stevens eerder dit jaar dat spanningsveld bijzonder scherp. Ze laat zien hoe verleidelijk het is om maatschappelijke problemen toe te schrijven aan één oorzaak, en hoe problematisch dat tegelijk is. Niet alleen omdat zulke verklaringen wetenschappelijk tekortschieten, maar vooral omdat ze bijna automatisch leiden tot te simpele beleidsantwoorden. Sociale media worden dan niet één factor onder vele, maar het verhaal zelf.

Het probleem met dat eenvoudige verhaal is niet alleen dat het onvolledig is. Het verschuift ook verantwoordelijkheid. Als sociale media het probleem zijn, hoeven we het minder te hebben over een mogelijke toename van prestatiedruk. Dan hoeven we het minder te hebben over ongelijkheid, over armoede, over de onzekerheid waarmee ouders vandaag opvoeden, of over een jeugdzorg die structureel onder druk staat. Het eenvoudige verhaal is aantrekkelijk omdat het overzichtelijk is, maar ook omdat het ongemakkelijke vragen vermijdt.

Dat zag je ook al in eerdere discussies. Wanneer de nadruk ligt op “jongeren praten te veel over mentale gezondheid”, ligt de impliciete conclusie voor de hand: extra zorg is misschien niet nodig. Wanneer sociale media als dé oorzaak worden gepresenteerd, lijkt een verbod plots daadkrachtig beleid. Maar wat verdwijnt, is de vraag wat zulke maatregelen níét oplossen. Ze verkleint ongelijkheid niet. Ze versterkt geen relaties tussen jongeren, ouders en school. En ze leert jongeren ook niet omgaan met een digitale wereld die niet verdwijnt zodra ze zestien of achttien worden.

Dat betekent niet dat regulering zinloos is, of dat leeftijdsgrenzen per definitie verkeerd zijn. Het punt is subtieler, en precies daarom moeilijker te verkopen. Wanneer één maatregel wordt gepresenteerd als oplossing voor een complex probleem, dreigen we andere, minstens even relevante oorzaken structureel uit beeld te duwen. Dat is geen detail. Dat bepaalt waar middelen naartoe gaan, welke professionals ondersteund worden, en welke jongeren uiteindelijk hulp krijgen.

Wie de posts van de voorbije jaren naast elkaar legt, ziet vooral wat níét veranderd is. De evidentie is rijker geworden. De nuance scherper. Maar de neiging om complexe problemen te beantwoorden met eenvoudige verhalen is gebleven en zal wellicht blijven. Misschien zelfs sterker dan ooit. Terwijl adviezen oproepen tot context, differentiatie en samenhang, worden beleidsantwoorden zichtbaarder, sneller en eenvoudiger. Ook vaak omdat wij dit wellicht verwachten.

De vraag is dus niet of sociale media een rol spelen. Dat doen ze. De vraag is waarom we telkens opnieuw doen alsof ze het hele verhaal zijn. Wie het jongerenwelzijn echt ernstig neemt, zal het ongemak van complexiteit moeten verdragen. Niet alles wat belangrijk is, laat zich vangen in een verbod. En niet elk probleem wordt kleiner wanneer we het eenvoudiger voorstellen dan het is.

Geef een reactie