Laat je je puber beter uitslapen in het weekend?

Zondagochtend. Het huis is stil. Pubers slapen. En ergens tussen koffie één en koffie twee duikt dan steevast de vraag op die ouders al jaren bezighoudt: moet je hen eigenlijk laten uitslapen, of maak je het probleem dan alleen maar groter?

Het klassieke verhaal kent u. Pubers gaan te laat slapen. Biologie, schermen, sociale druk, schoolstart om onmenselijke uren. Gevolg? Slaaptekort door de week, en dan in het weekend proberen in te halen. “Sociale jetlag”, wordt zoiets blijkbaar genoemd. Vaak met een waarschuwende vinger erbij: slecht voor het bioritme, slecht voor de structuur, slecht voor alles.

Maar zo eenvoudig is het dus niet.

Een recente studie van Carbone en Casement (lijkt zo wel de naam van een detectiveduo), gebaseerd op een grote, representatieve steekproef van 16- tot 24-jarigen in de VS, keek heel expliciet naar dat fenomeen van weekend catch-up slaap: in het weekend langer slapen dan tijdens de week. De onderzoekers koppelden dat aan depressieve klachten, heel concreet gemeten als dagelijks somber of depressief zijn. Hievoor gebruikten ze data uit NHANES, een van de stevigere gezondheidsdatabanken die er zijn.

Wat blijkt? Jongeren die in het weekend wél extra slapen, hebben ongeveer 40 procent minder kans om dagelijks depressieve gevoelens te rapporteren dan jongeren die dat niet doen. Dat effect bleef overeind, ook wanneer rekening werd gehouden met allerlei factoren zoals hoe lang ze door de week slapen, hoe laat ze slapen, leeftijd, geslacht, BMI, noem maar op.

Dit past ook in wat we al langer weten over adolescenten: hun biologische klok loopt later, hun slaapbehoefte is hoger dan die van volwassenen, en het systeem waarin ze functioneren – vroege schoolstart, volle agenda’s – is daar slecht op afgestemd. Het gevolg is structureel slaaptekort, en dat kan verstrekkende gevolgen hebben. In dat licht bekeken is uitslapen in het weekend geen losbandigheid, maar een poging tot herstel. Ik besef plots dat mijn kinderen ook soms mijn blog lezen.

Nu, en hier zit de nuance die vaak verloren gaat in krantenkoppen: dit betekent niet dat weekenduitslapen dé oplossing is. In dezelfde studie bleek dat voldoende en goed getimede slaap tijdens de week een nog sterker effect had op mentaal welbevinden. Met andere woorden: structureel goed slapen is beter dan tijdelijke reparatie. Maar zolang dat eerste niet lukt – en voor veel jongeren lukt dat simpelweg niet – lijkt dat tweede beter dan niets.

Dat maakt het verhaal vooral ingewikkelder dan het vaak wordt voorgesteld. Dat weekend catch-up sleep samenhangt met minder depressieve klachten, zegt niet dat het dé oplossing is. Het zegt wél dat het idee dat uitslapen per definitie schadelijk zou zijn, te kort door de bocht is. Slaaptekort is geen moreel falen, maar een voorspelbaar effect van biologie die botst met verwachtingen, ritmes en structuren die daar niet altijd op afgestemd zijn.

Betekent dit dan dat je je puber best laat uitslapen op zondag? Het eerlijke antwoord is waarschijnlijk: het hangt ervan af. Van hoeveel slaaptekort er is opgebouwd. Van hoe laat en hoe onregelmatig de week verlopen is. En vooral van het alternatief. Want zolang voldoende en goed getimede slaap door de week voor veel jongeren geen realistische optie is, lijkt weekendherstel eerder een vorm van compensatie dan van ontsporing.

Dat is geen pleidooi tegen structuur, en ook geen romantisering van sociale jetlag. Het is wel een uitnodiging om voorzichtig te zijn met stellige adviezen. Misschien moeten we minder snel corrigeren wat jongeren in het weekend doen, en iets aandachtiger kijken naar waarom ze dat nodig hebben.

En nu: stilte in huis. De dag mag rustig beginnen.

Afbeelding: https://www.publicdomainpictures.net/nl/view-image.php?image=542566&picture=slapende-jongensvoeten

Geef een reactie