Je hebt het waarschijnlijk ook al gemerkt. Als het over het mentale welzijn van jongeren gaat, duikt er altijd wel ergens een duidelijke verklaring op. Sociale media, smartphones, ouders, schooldruk, de tijdsgeest… Kies er eentje en je hebt een verhaal dat goed klinkt en makkelijk blijft hangen.
Alleen klopt dat verhaal zelden helemaal. In deze post een nieuw puzzelstukje.
In een eerdere blogpost probeerde ik al eens te beschrijven waarom jongeren zich vandaag minder goed lijken te voelen. Niet om dé oorzaak te vinden, maar net om te tonen dat die er waarschijnlijk niet is. De stijging in mentale klachten begon al vóór COVID. Deze werd door de pandemie versterkt. En dit alles speelt zich af tegen een achtergrond van bredere maatschappelijke veranderingen. Denk aan onzekerheid over de toekomst, stress die ook bij ouders zit en doorwerkt, veranderingen in sociale interacties, en ja, ook technologie, maar dan op een veel minder eenduidige manier dan vaak wordt voorgesteld.
Wie naar dat geheel kijkt, ziet gewoonweg geen simpel verhaal, maar een stapeling van factoren die elkaar beïnvloeden. En precies in zo’n complex geheel duiken af en toe nieuwe mogelijke verklaringen op. Geen grote doorbraak, geen “dit is het”, maar eerder kleine stukjes die misschien iets toevoegen aan het geheel.
Een recent voorbeeld daarvan is een systematische review en meta-analyse van Karim Khaled en collega’s naar het verband tussen suikerhoudende dranken en angstklachten bij jongeren. En ja, ik ben een bekende frisdrankdrinker. Maar dat zal ik proberen niet te laten meetellen in de rest van deze blog.
Wat deze studie doet, is eigenlijk vrij eenvoudig: ze brengt een aantal bestaande studies samen en kijkt of er een patroon te vinden is. En dat patroon is er, zij het bescheiden. Jongeren die meer suikerhoudende dranken consumeren, rapporteren gemiddeld iets meer angstklachten. In de meta-analyse komt dat neer op een odds ratio van 1,34, wat je kan lezen als een kleine toename in de kans.
Maar zoals zo vaak zit de betekenis van zo’n resultaat niet in het cijfer zelf, maar in alles wat er rondhangt.
Want de onderzoekers moeten roeien met het onderzoek dat bestaat en dat kent wel wat beperkingen. Om te beginnen gaat het bijna volledig om observationeel onderzoek. Dat betekent dat we niet weten wat oorzaak is en wat gevolg is. Het kan zijn dat een hogere consumptie van frisdrank bijdraagt aan angstklachten, maar het kan evengoed dat jongeren die zich minder goed voelen vaker naar die dranken grijpen. Of dat beide samenhangen met andere factoren zoals slaap, stress, levensstijl of de bredere context waarin jongeren opgroeien.
Daarnaast zijn de effecten klein. Statistisch zichtbaar, zeker, maar niet van een orde die je toelaat om hier een groot deel van het probleem mee te verklaren. Dat zie je ook in de paar longitudinale studies, waar de effecten wel aanwezig zijn, maar beperkt blijven.
Ook methodologisch zitten er grenzen aan. De meeste studies werken met zelfrapportage, zowel voor consumptie als voor angst, en gebruiken verschillende definities en meetinstrumenten. Dat maakt het moeilijker om de resultaten strak te interpreteren, laat staan om er sterke conclusies aan te verbinden.
En misschien nog belangrijker en aansluitend bij wat ik in de intro al schreef: dit soort factoren staat nooit op zichzelf. Jongeren die meer suikerhoudende dranken drinken, verschillen vaak ook op andere vlakken. Voeding in het algemeen, beweging, schermgebruik, slaap, socio-economische achtergrond… het zijn allemaal variabelen die meespelen en die vaak met elkaar samenhangen. Dan wordt het bijna onmogelijk om één element eruit te halen en dat als verklaring naar voren te schuiven.
Toch is het interessant onderzoek. Niet omdat het dé verklaring geeft, maar omdat het een extra stukje toevoegt aan een al complexe puzzel. Het suggereert dat voeding, en misschien zelfs iets specifieks zoals suikerhoudende dranken, een kleine rol kan spelen in het bredere verhaal van mentale gezondheid bij jongeren.
Maar klein is hier het sleutelwoord.
Wie hieruit concludeert dat minder frisdrank drinken het probleem van angst bij jongeren zal oplossen, gaat veel te kort door de bocht. Net zoals wie denkt dat één andere factor dit kan. Wat dit soort studies vooral toont, is hoe verleidelijk het blijft om eenvoudige verklaringen te zoeken voor complexe fenomenen.
En hoe belangrijk het is om daar niet in mee te gaan.
Afbeelding: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Coca_Cola_Flasche_-_Original_Taste.jpg