Ik zag enkele discussies op sociale media over de grote enquête van de scholierenkoepel. Aan de ene kant zien mensen ze als een belangrijke waarschuwing. Anderen zetten ze al snel weg als niet degelijk genoeg, ondanks de grote steekproef. Wat kan je hiervan maken? Ik doe een poging.
Er is iets onweerstaanbaars aan grote cijfers. 34.288 scholieren. Dat voelt als een waarheid die bijna vanzelf spreekt. Tegelijk zie je hoe snel het debat kantelt: ofwel is dit hét bewijs dat er iets grondig mis zit, ofwel wordt het weggezet als “niet representatief” en dus weinig waard.
Laat ons beginnen met wat het níet is. Dit is geen perfect representatief onderzoek. Dat zeggen de auteurs zelf ook expliciet. Transparantie zoals het hoort. De bevraging is verspreid via scholen, netwerken en sociale media. Dat betekent dat deelname niet willekeurig is. Sommige groepen nemen vaker deel dan andere, en dat zie je ook terug in de data.
Zo zijn jongere leerlingen duidelijk oververtegenwoordigd, terwijl oudere leerlingen en bijvoorbeeld OKAN-leerlingen minder in beeld komen. Ook zien we verschillen tussen onderwijsnetten en studierichtingen, met onder andere een ondervertegenwoordiging van leerlingen uit arbeidsmarktgerichte richtingen.
Als je het rapport leest als een exacte afspiegeling van “de Vlaamse scholier”, dan ga je dus de mist in.
Maar het omgekeerde is even problematisch. Want wat het wél is, is een bijzonder grote en rijke verzameling ervaringen. Meer dan 34.000 leerlingen vertellen iets over hoe school voor hen voelt. En dat is niet zomaar ruis.
Neem bijvoorbeeld de prioriteiten die leerlingen aangeven. Mentaal welzijn staat met voorsprong bovenaan. Dat is ondertussen een bekend verhaal. Maar als je dan de vertekening van de steekproef in het achterhoofd houdt, dan krijg je wel iets relevants. Uit ander onderzoek weten we namelijk dat er meer diagnoses van problemen kunnen zijn bij jongeren in doorstroomrichtingen (wat een vertekening richting belangrijker zou kunnen betekenen), maar ook dat de klachten toenemen naarmate de leerlingen ouder worden (wat net zou kunnen doen vermoeden dat er hier dus net een onderschatting gemeten wordt). En dat deze week ook bleek dat het net de jongeren wereldwijd zijn die zich minder gelukkig voelen, toont dat wellicht deze vragenlijst niet helemaal naast de kwestie zit.
Laten we ook kijken wat daarnaast opduikt. Het lerarentekort staat plots op plaats twee. Niet omdat we nu kunnen zeggen dat dit “gestegen” is. Daarvoor is de vergelijking met eerdere jaren methodologisch te zwak en toont andere data van de VDAB net een lichte daling. Maar wel omdat het iets zegt over wat onze leerlingen vandaag ervaren.
En die ervaring is concreet. Een meerderheid van de leerlingen geeft aan wekelijks lesuren te missen door het lerarentekort. Dat is geen abstract beleidsprobleem, maar iets wat voelbaar is in de klas. De periode dat leerlingen blij waren dat er eens een lesuur wegviel is al lang voorbij.
Hetzelfde geldt voor welzijn en stress. Bijna alle leerlingen geven aan stress te ervaren door school. Dat klinkt dramatisch, maar ook hier zit nuance onder. Stress is geen alles-of-niets verhaal. De data tonen een spreiding van “een beetje” tot “heel veel”, en die verschillen doen ertoe. Stress is ook niet altijd negatief, maar kent een omgekeerde u-vorm.
Net zoals bij motivatie: ongeveer de helft voelt zich gemotiveerd, maar een bijna even grote groep niet. Hier moet ik zelf wijzen op een knik die vaak voorkomt in alle landen, waarbij halverwege het secundair onderwijs de motivatie sowieso daalt.
Als je alles zo bekijkt, krijg je geen simpel verhaal van “het gaat slecht met het onderwijs”.
Maar ook geen geruststellend verhaal.
Misschien helpt het om deze bevraging te zien voor wat ze is: geen thermometer die exact de temperatuur van het hele systeem meet, maar eerder een grote groep leerlingen die tegelijk zegt waar het wringt, schuurt of werkt. En zoals bij elke thermometer moet je weten hoe ze werkt om ze goed te interpreteren en best ook naar andere symptomen kijken.
De reflex om dit soort resultaten meteen te verheffen tot harde conclusies is begrijpelijk. Net zoals de reflex om ze volledig weg te zetten omdat ze niet perfect zijn. Maar beide doen eigenlijk hetzelfde: ze maken van complexe signalen een simpel verhaal.
En het denken over het leven op school is nu eenmaal complex. Denk aan het feit dat leerlingen tegelijk zeggen dat ze zich meestal goed voelen op school, maar ook vaak stress ervaren. Dat ze respect ervaren van leerkrachten, maar zich niet altijd gehoord voelen. Dat ze onderwijs belangrijk vinden, maar ook worstelen met motivatie.
Beste Pedro,
Wetenschappelijk juiste nuanceringen, en wellicht is deze bevraging academisch niet 100% representatief. Hoeft dat altijd? Vele impressies samen tonen meestal wel een rode draad. Ik voeg daaraan toe dat ik in de krant De Tijd een rapport van OESO las, dat in Belgie minder dan 40% vd leerlingen gemotiveerd zijn op school. Ook hier zijn wellicht kanttekeningen bij te maken die dat afzwakken bv. dat bevraging bij jongeren ook aangeeft dat 90% tevreden zijn met hun leven. Toch is er een rode draad die aangeeft dat onderwijs (en andere settings) eerder disciplinerend zijn dan motiverend (en dat heeft een om tot ‘diep leren’ te komen achtergrond). De opgave voor het beleid is niet om hierin een keuze te maken, wel om beide na te streven, dus ook te benoemen, en dus ook mee te nemen in het debat. Het is niet ‘of’ maar ‘en’ !
Recent onderzoek toont een sterke positieve correlatie tussen vervulling van de psychologische basisbehoeften met motivatie/veerkracht en met laag burnout risico en lage verlaat intentie van leraren.
Als de psychologische basisbehoeften (Autonomie/verBondenheid/Competentie) bij de leraren vervuld zijn dan kunnen wij verwachten dat dit afstraalt op de leerlingen. Dat zal volgend schooljaar gemeten worden dmv de motivatiemonitor voor leerlingen… een nieuw instrument en wetenschap die hopelijk zal kunnen bijdragen aan de voorwaarden (waaronder motivatie, welbevinden en veerkracht… geen wollige woorden) om tot ‘diep leren’ te komen. Zo kunnen wij misschien met z’n allen ‘samen’ bij te dragen aan het keren van de onderwijstanker naar ‘opnieuw’ sterke resultaten in het onderwijs. Autonome motivatie als voorwaarde voor de effectiviteit van kennisoverdracht.
Met warme groeten
Jan Toye
Fonds GavoorGeluk
Facilitator Netwerk Warm Vlaanderen
http://www.gavoorgeluk.be
http://www.warmvlaanderen.net
http://www.warmescholen.net