Over topkoks, topsporters, onderwijs of over passie, geloof en beloftes

Ik schrijf dit stukje op het vliegtuig naar een congres over de toekomst van het onderwijs. Een mens begint dan onwillekeurig na te denken. De voorbije 24 uur kwam er heel wat onderwijs in de media en er viel me een rode draad op.

Gisteren startte er een nieuwe realityreeks op VTM, De Nieuwe Garde. Gedurende een jaar worden de leerlingen van Spermalie in Brugge gevolgd. Voor de Nederlandse lezers van deze blog, dit is een hotel- en koksschool met behoorlijk wat aanzien. De jonge eerstejaars, net 12, de komen aan in de grote school, blijven vanaf nu de hele week slapen in een internaat, de laatstejaars worden gebrieft over hoe ze zullen werken tijdens de komende Eurotop. 1 ding wordt hen zeer duidelijk ingeprent: de nadruk ligt op ’top’. Enkel hun beste prestatie is goed genoeg.

Nu al een tip voor Nederland: koop de serie. Maak wel duidelijk dat ze nu gefilmd werd. Ik denk dat sommige mensen een dergelijke beeld van het onderwijs zullen bestempelen als middeleeuws (of toch tenminste 19de eeuws), anderen zullen er met heimwee naar toe kijken. De discipline is echter gewoon een afspiegeling van hoe het er in de keuken van een degelijk restaurant aan toe gaat.

In De Morgen staat vandaag een stuk van moraalfilosoof Patrick Loobuyck naar aanleiding van de geplande sluiting van enkele richtingen in topsportscholen in Vlaanderen. Reden van sluiting: er worden niet genoeg medailles behaald door hun leerlingen en alumni. Volgens hem zit de fout al in het feit dat er topsportscholen werden opgericht met als doel sporters in de top 8 van Europa en detop 12 van de wereld te krijgen.

1 woord komt in beide verhalen voor: top. De leerlingen die in Spermalie starten lijken allemaal zeer gemotiveerd. Ze willen de nieuwe Peter Goossens of Sergio Herman worden (voor wie gisteren keek, Hermans 😉 ). Ze beseffen dat om dit te bereiken, ze op de plaats zijn die hen zal helpen dit misschien te bereiken. Ik vermoed dat er heel veel jongeren in de sportscholen even passioneel en gemotiveerd zijn.

Maar in beide gevallen moeten de leerlingen, en bij uitbreiding iedereen, beseffen dat die top slechts voor weinigen bereikbaar zal zijn. Gisteren voegde het hoofd van het Katholieke Onderwijs in Vlaanderen, Mieke van Hecke, ook nog de ouders toe aan dit lijstje. Meer en meer kinderen krijgen bijles naast de school, volgens cijfers 1 op 10. Van Hecke stelde dat ouders hun kinderen niet constant moeten laten presteren. In het nieuwe boek hebben we het trouwens kort over stress bij kinderen.

Voor mij draait het onderwijs om beloftes, geloof en passie. Geloven in beloftevolle jongeren, leerkrachten en het hele onderwijs die beloven dat als leerlingen hard werken ze zullen slagen, niet enkel in die zoveelste test, maar ook in het leven. Jongeren die dit willen geloven, ouders die dit willen geloven.

Maar het is essentieel dat de beloftes realistisch zijn, anders verdwijnt het geloof. Als jongeren niet meer geloven dat ze iets zullen bereiken, dit niet meer ervaren, dan haken ze af. Als jongeren hard werken, maar niet slagen in het leven, dan komen ze op straat (zie bijvoorbeeld Spanje). Dit geldt ook voor de ouders. Ik hoorde een quote over Chinese ouders, 85% wil dat hun kind bij de top 15% zit. Dit is inderdaad absurd. Het moet gaan om de best mogelijk ontwikkeling van en voor het kind.

Het geluk van de jongeren in Spermalie en de topsportscholen is dat ze iets kunnen doen waarvoor ze passie hebben. Ze zullen gaandeweg beseffen dat niet iedereen een driesterrenchef wordt, maar dat ze wel hun passie kunnen vervolmaken op hun eigen niveau. Lukt het wel op sterrenniveau, des te beter.

Ik kan enkel hopen dat we genoeg mensen passie kunnen laten ontdekken voor alle andere beroepen waarvan we er binnenkort veel nodig zullen hebben.

Jongeren helpen de juiste passie te vinden, in hen geloven en hen eerlijke beloftes doen, zou dat niet het beste begin van klassenmanagement zijn?

 

2 gedachten over “Over topkoks, topsporters, onderwijs of over passie, geloof en beloftes

  1. Interessant. Ik was onlangs ook aan het nadenken of het op zo’n school er net zo aan toe gaat als in een échte keuken (zoals we die zien bij kookprogramma’s of documentaires over Noma). Blijkbaar wel dus. In jouw viewpoint ben ik het er mee eens: men bereid hen voor op ’t echte leven. Ik kan me wel niet van de indruk ontdoen dat die topchefs misschien eens andere manieren van omgaan met personeel (en toch ook topresultaten bereiken) zouden kunnen hanteren en dat dus ook die scholen dan op een (menselijker?) manier kunnen omgaan met leerlingen…

    • Oh, wacht, ik vond dat de leerkrachten niet onmenselijk omgingen met hun leerlingen, hoor. Wel zeer strikt om alles vlot te laten verlopen en met de lat behoorlijk hoog. (Nog?) geen bullenbakken gezien.

Geef een reactie