Een persbericht van de Universiteit van Antwerpen over cyberpesten:
“Een meerderheid van de Vlaamse basis- en middelbare scholen meent dat hun leerlingen betrokken zijn bij cyberpesten (58%) en identificeert cyberpesten als “een probleem” (55%). Vrijwel alle scholen (92%) vinden dat het hun taak is om jongeren te informeren over cyberpesten. 71% voelt zich ook verantwoordelijk voor het zoeken naar oplossingen voor cyberpesterijen tussen leerlingen die van thuis uit gebeuren. Slechts één vierde van de scholen stelt echter te weten hoe ze het best met cyberpesten kunnen omgaan. Dit alles blijkt uit een online bevraging bij 309 Vlaamse scholen onder leiding van prof. Heidi Vandebosch en prof. Karolien Poels (onderzoeksgroep MIOS, Universiteit Antwerpen).
In de meeste scholen (60%) waren er tijdens het afgelopen schooljaar (2010-2011) 1 tot 5 concrete (voor de school gekende) gevallen van cyberpesten. “Wellicht gaat het hier slechts om het topje van de ijsberg”, menen de onderzoekers. “Het zijn vermoedelijk de meest ernstige gevallen die gemeld worden aan de leerkrachten of directies. Uit eerder onderzoek weten we immers dat ongeveer één op tien leerlingen het slachtoffer is van cyberpesten. Veel slachtoffers hebben echter de neiging om hun probleem voor volwassenen te verzwijgen.” Slechts 15% van de scholen geeft aan dat er in het afgelopen schooljaar geen enkel geval van cyberpesten is geweest. In een grote meerderheid van de scholen (82%) kwam cyberpesten het afgelopen schooljaar wel minder vaak voor dan klassiek pesten. Volgens de onderzoekers strookt dit laatste met de bevindingen van eerdere studies. “Ook uit enquêtes bij jongeren zelf, blijkt dat ze meer ervaring hebben met ‘klassiek’ pesten dan met cyberpesten.”
De gevallen van cyberpesten werden meestal aan de school gemeld door het slachtoffer zelf of door zijn of haar ouders. De scholen werden met diverse vormen van cyberpesten geconfronteerd, maar in een meerderheid van de scholen betrof het incidenten waarbij er kwetsende boodschappen (tekst, foto’s of video’s) naar het slachtoffer zelf werden gestuurd (66%). Bij de voor de school bekende gevallen van cyberpesten werden verschillende soorten technologische toepassingen gebruikt. Een duidelijke meerderheid van de scholen geeft aan dat er incidenten voorkwamen op sociale netwerksites (59%). Verder vonden er ook cyberpesterijen plaats via SMS/MMS (52%), via MSN (43%) en via e-mail (29%). “Het fenomeen cyberpesten evolueert inderdaad mee met de technologie. In de eerste onderzoeken naar cyberpesten waren Instant Messaging-programma’s zoals MSN nog hét platform om te cyberpesten. Nu zie je inderdaad dat het probleem voornamelijk is terug te vinden op sociale netwerksites.”
Slechts een zeer klein percentage van de scholen (11%) vermeldt incidenten waarbij er gebruik werd gemaakt van schoolhardware (bv. klascomputers) of schoolsoftware (bv. de elektronische leeromgeving, de schoolwebsite…). Een meerderheid (75%) van de ondervraagde scholen rapporteert dat de cyberpesterijen plaatsvonden vanuit de thuisomgeving van de dader. Ongeveer 15% van de scholen werd geconfronteerd met cyberpesterijen van op het schoolterrein zelf.
Leerlingen waren het vaakst het slachtoffer van cyberpesterijen (77%). Toch geeft 11% van de ondervraagde scholen aan dat (ook) leerkrachten het slachtoffer waren van cyberpesterijen tijdens het afgelopen schooljaar. “Het feit dat het personeel zelf kan geviseerd worden bij cyberpesterijen, maakt het probleem uiteraard ook relevanter voor scholen”, aldus de onderzoekers.
In veel scholen wordt er op diverse manieren aandacht besteed aan het ‘klassieke’ pesten; de initiatieven op het vlak van cyberpesten zijn (voorlopig nog) beperkter. 81% van de ondervraagde scholen stelt dat er in de klas gesproken wordt over cyberpesten en in bijna de helft (47%) van de scholen worden aan de leerlingen afspraken i.v.m. cyberpesten meegedeeld (47%). De meeste aandacht voor cyberpesten wordt gegeven in de derde graad van het basisonderwijs (81% van de ondervraagde basisscholen) en de eerste graad van het secundair onderwijs (61% van de ondervraagde middelbare scholen). “Hier is de laatste jaren een verschuiving merkbaar. Terwijl we vroeger typisch vragen kregen uit middelbare scholen om bv. informatie te geven over cyberpesten aan ouders en leerkrachten, zien we nu dat (ook) steeds meer basisscholen vragen beginnen te stellen. Dat houdt uiteraard verband met het feit dat kinderen op steeds jongere leeftijd online gaan, en daar dus ook het risico lopen om gecyberpest te worden”.
Toch hebben heel wat scholen twijfels over de manier waarop ze cyberpesten moeten aanpakken. 41% van de ondervraagde scholen meent dat de leerkrachten momenteel onvoldoende geïnformeerd zijn over cyberpesten. Ongeveer een derde (34%) van de ondervraagde scholen zegt bovendien dat er onvoldoende tijd is om zich met de aanpak van cyberpesten bezig te houden. Scholen hebben over het algemeen ook het gevoel te weinig begeleiding te krijgen bij de aanpak van cyberpesten: slechts 13% van de scholen gaat akkoord met de stelling dat er voldoende professionele ondersteuning is en slechts 16% met de stelling dat er voldoende richtlijnen ter beschikking zijn voor scholen. De resultaten van de enquête tonen verder aan dat er een gebrek is aan concrete materialen tegen cyberpesten: minder dan één vijfde van de scholen (18%) beschikt over genoeg materiaal om cyberpesten binnen de school te bestrijden.
“Er bestaat wel wat materiaal. ChildFocus heeft bijvoorbeeld een lespakket rond cyberpesten ontwikkeld. Maar het aanbod is niet altijd gekend. Heel wat scholen lijken ook zelf lessen of andere initiatieven in elkaar te steken op basis van de informatie die zij her en der verzamelen. Dit verklaart misschien wel waarom sommigen twijfelen aan de effectiviteit van de acties tegen cyberpesten. In het door IWT (Agentschap voor Wetenschap door Innovatie en Technologie) gefinancierde onderzoek dat we nu binnen MIOS (Universiteit Antwerpen) voorbereiden, samen met partners van de Ugent, VUB en Howest, willen we een ICT-tool tegen cyberpesten ontwikkelen, die ook echt op effectiviteit getest zal worden. Uit de online bevraging bij de Vlaamse scholen, blijkt dat de meesten van hen wel openstaan voor initiatieven (bv. games) die aansluiten bij de leefwereld van hun leerlingen.”
Meer weten?
Voor een executive summary (met tabellen en grafieken van het onderzoek) kunt u terecht op www.ua.ac.be/miosnews
Zou je artikel graag rebloggen maar de reblogfunctie op WP werkt sinds een week niet meer. Bij mij toch niet. Zal dus mijn toevlucht nemen tot iets manueels. Vind je weergave van dit onderzoek dit onderzoek van ‘levens’belang voor duurzaam onderwijs!