Via Chris Derboven dit nieuwe rapport ontdekt over waarom jongeren steeds minder voor de STEM-vakken (wetenschappen, technologie, economie en wiskunde) kiezen. Het rapport kan je hier lezen en downloaden, check ook zeker de vele aanbevelingen.
Even uit de samenvatting, de literatuurstudie:
Veel factoren blijken de keuze van jongeren voor STEM-richtingen te beïnvloeden. De belangrijkste factor is interesse in het vakgebied. Een belangrijke vaststelling is het grote verschil tussen de algemene positieve appreciatie voor wetenschap en techniek door jongeren, en hun gebrek aan enthousiasme voor wetenschapsonderwijs – iets wat overigens ook voorkomt in het buitenland. Onderzoek toont aan dat de wijze waarop wetenschapsonderwijs wordt gegeven de interesse van jongeren positief kan doen evolueren. Dat gebeurt best reeds vanaf de kindertijd. Dit is vooral een aandachtspunt bij meisjes, waar vanaf 10 jaar de belangstelling voor wetenschappen begint af te nemen (meer dan bij jongens), vooral voor wiskunde en natuurkunde. De aspecten van wetenschap die meisjes interesseren, verschillen ook sterk van deze van jongens.
Andere motivatiefactoren die meespelen in het keuzeproces zijn het geloof in eigen kunnen, de identificatie met het beroep, extrinsieke motivatie (werkzekerheid, status,…) en de negatieve implicaties van de keuze van een studierichting. Naarmate deze factoren sterker aanwezig zijn, is de kans ook groter dat een jongere kiest voor een STEM-richting en finaal een STEM-beroep. Deze factoren kunnen beïnvloed worden door het onderwijs en door de ouders. Ook bij deze factoren zijn er verschillen tussen jongens en meisjes: meisjes hebben minder zelfvertrouwen als het op STEM aankomt, ze kunnen zich minder identificeren met technici, wetenschappers en ingenieurs, ze hechten minder belang aan extrinsieke factoren en ze zien vaak meer nadelen verbonden aan STEM-studies dan aan andere studies.
Naast de motivatie van de jongere zelf bepalen nog andere factoren de instroompatronen. De belangrijkste zijn de beperkingen op het aanbod. Het rapport wijst ook op de invloed van ouders, vaak indirect, op de studiekeuze van hun kinderen.
Er zijn vele duizenden STEM-initiatieven in Europa. De verscheidenheid is groot: beleidsplannen en ondersteunende structuren, curriculumhervormingen op gebied van STEM, pedagogische vernieuwing in het STEM-onderwijs, opleiding en bijscholing van leerkrachten, samenwerking van scholen met andere organisaties, acties gericht naar bepaalde doelgroepen,… De doelstellingen van deze initiatieven zijn vaak vrij verschillend en niet louter gericht (en soms zelfs niet) op de verhoging van de STEM-uitstroom. Andere doelstellingen zijn o.a. het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs, het informeren van de bevolking over het belang van wetenschap en techniek of nog het bereiken van een beter genderevenwicht in STEM-studies en -beroepen. In het rapport worden vervolgens enkele STEM-initiatieven kort belicht, afkomstig uit elf verschillende Europese landen. Criteria voor de selectie van deze initiatieven waren duurzaamheid en continuïteit op lange termijn, grootschaligheid, wetenschappelijke onderbouw en evaluatie, en transfereerbaarheid naar de Vlaamse context.