Dit is zo een studie waarbij je hoopt dat het niet klopt. Je kent (hopelijk) wel leerkrachten die leren boeiend en leuk maken, bijna moeiteloos. De lesinhouden lijken voor hem of haar kinderspel. Een minder leuk bijeffect zou nu zijn dat leerlingen al snel dit gevoel overnemen, zonder dat ze het daadwerkelijk al kunnen.
Carpenter et al. deden twee experimenten. In het eerste toonden ze 42 studenten een video van 1 minuut over calico katten. De ene helft zag een video met vrouwelijke docente vol zelfvertrouwen, eloquent, met prima non-verbale ondersteuning en oogcontact. De andere studenten kregen de zelfde lesgeefster die de zelfde inhoud meegaf, maar in een meer onzekere onderwijsstijl. Ze controleerde vaak haar notities, maakte nauwelijks oogcontact en er was beperkte non-verbale ondersteuning.
Na de video moeten de studenten inschatten hoe goed ze het zullen doen op een inhoudelijk e test 10 minuten later. Wie de eerste video zag, dacht dat ze het beter zouden doen, dan de studenten die de ongemakkelijke les zagen. Dit ligt in lijn met de theorie dat een vlotte spreker voor zelfvertrouwen zorgt. Maar dit vertrouwen bleek misplaatst, want beide groepen deden het even goed op de test.
De tweede studie was vrij gelijkaardig en gebeurde bij 70 studenten. Terug keken ze naar 2 versies van de zelfde inhoud (vlot versus onzeker), maar daarna kregen zede kans om het script van de video na te lezen. Opvallend, beide groepen namen even lang de tijd om het script te lezen, maar enkel bij de studenten die de onzekere video zagen, bleek er een link te bestaan tussen de tijd die besteedden aan het nakijken en hoe goed ze het deden op de test, waardoor het lijkt dat alleen zij de tekst gebruikten om gaten in hun kennis aan te vullen.
Opgelet: er zijn bij deze studie enkele belangrijke bedenkingen te maken. Een les volgen van een minuut op video is niet het zelfde als les krijgen (alhoewel dit wel interessant is voor flipped classroom-filmpjes). Verder speelt nog veel meer mee, zoals graag naar de les gaan en gemotiveerd zijn voor een onderwerp. Verder vind ik zeker in de eerste studie de testgroep behoorlijk klein.
Abstract van het onderzoek:
The present study explored the effects of lecture fluency on students’ metacognitive awareness and regulation. Participants watched one of two short videos of an instructor explaining a scientific concept. In the fluent video, the instructor stood upright, maintained eye contact, and spoke fluidly without notes. In the disfluent video, the instructor slumped, looked away, and spoke haltingly with notes. After watching the video, participants in Experiment 1 were asked to predict how much of the content they would later be able to recall, and participants in Experiment 2 were given a text-based script of the video to study. Perceived learning was significantly higher for the fluent instructor than for the disfluent instructor (Experiment 1), although study time was not significantly affected by lecture fluency (Experiment 2). In both experiments, the fluent instructor was rated significantly higher than the disfluent instructor on traditional instructor evaluation questions, such as preparedness and effectiveness. However, in both experiments, lecture fluency did not significantly affect the amount of information learned. Thus, students’ perceptions of their own learning and an instructor’s effectiveness appear to be based on lecture fluency and not on actual learning.
http://link.springer.com/article/10.3758%2Fs13423-013-0442-z
Dit is weer een voorbeeld van een onderwijskundig onderzoek met een heel beperkte praktische waarde, om het zacht uit te drukken.
Hier worden conclusies getrokken over de lespraktijk vanuit een sterk vereenvoudigde laboratoriumsituatie, die met de werkelijkheid niets te maken heeft. Natuurlijk is het lastig om de complexe realiteit van een klas in een experiment recht te doen, maar dit staat er wel erg ver van af. Ik denk niet dat we er verstandig aan doen om onze lesmethoden te veranderen op grond van deze studie.
Is dat niet hetzelfde verschijnsel als bij pessimisten en optimisten? De eersten denken altijd na over hoe alles mis kan gaan en zijn daardoor juist heel goed voorbereid (waardoor het vaak juist niet mis gaat) , terwijl optimisten denken dat het wel goed zal gaan en derhalve verzuimen om na te denken over het ‘hoe’ en daardoor juist de mist in kunnen gaan…..