Vlaamse literatuurstudie over onderwijs en neurologie én een studie naar het geloof in neuromythes

Gisteren werd op de studiedag “Neurowetenschap en onderwijs” een nieuwe literatuurstudie voorgesteld die gemaakt werd in opdracht van de Vlor met de titel “Krachtig leren. Cognitief neurowetenschappelijk benaderd“.

De literatuurstudie gaat in op 3 lijnen (leren op maat, zelfregulatie en actief leren) en kijkt daarbij naar wat de rol van neurologie kan zijn voor onderwijs. Het boek zelf en de presentatie van het boek gisteren zijn zeker relevant en zeer interessant. Eerst en vooral worden enkele bekende neuromythes weggezet: Links-rechts brein, mannen en vrouwen hebben een ander brein (klopt) maar dus moet je ze anders benaderen voor leren (al een pak moeilijker) en natuurlijk de leerstijlen.

Bij deze laatste raak je al aan een moeilijkheid die regelmatig zou opduiken. Rond leerstijlen kan je neurologisch wel iets zeggen, maar tegelijk weten we uit cognitieve psychologie en onderwijskundig onderzoek al veel langer dat dit onzin is. Vaak biedt neurowetenschap vooral bevestiging van dingen die we al uit andere onderzoekstakken weten. In wat volgt was zo de aandacht opvallend voor Dwecks fixed en growth mindset waarbij de literatuurstudie stelt dat er hiervoor neurologische evidentie zou bestaan. In feite was de rode draad tijdens de hele studienamiddag een pleidooi voor interdisciplinariteit.

Verder uitgebreide aandacht voor het belang van executive functions, waarbij enerzijds een terechte waarschuwing voor de vele commerciële pakketten die hier op inzetten maar die qua validiteit en effect nauwelijks scoren. De onderzoekers gingen niet zo ver om het weggesmeten geld te noemen, maar dit was de duidelijke boodschap tussen de lijnen. Anderzijds was er ook een pleidooi om hier meer bij stil te staan in onderwijs, zowel in beleid als in de klaspraktijk.

Toch ook een puntje van kritiek. Bij actief leren werd aangegeven dat de onderzoekers vanuit een sociaal-constructief denkkader op zoek gingen naar wat neurologie te bieden heeft. Zelf zou ik liever gezien hebben dat men niet vanuit een bepaalde kennistheorie had gekeken, maar net met een open geest. Gelukkig bleek al snel dat er ook neurologische bevestiging is voor veel herhalen (wat je niet echt snel sociaal-constructief zou noemen) en belang voorkennis (wat eerder cognitivistisch is). Door zich sterk vast te houden aan de lijnen als uitgangspunt heeft men mogelijks zo kansen laten liggen tot bijvoorbeeld een meer falsificerende houding.

Los van deze kritiek is het boekje zelf een relatief laagdrempelig overzicht en hierdoor alvast een aanrader.

Maar er was meer. Prof. Bert De Smedt van de KULeuven onderzocht de voorbije maanden namelijk ook de houding van Vlaamse leerkrachten en CLB-medewerkers tegenover neurologie en onderwijs en neuromythes. Dit onderzoek neemt hierbij de vragenlijst uit het artikel in Nature van Paul Howard-Jones.

Wat blijkt? Onze leerkrachten en clb-medewerkers scoren behoorlijk goed op kennis van het brein én geloven relatief minder neuromythes dan in de andere onderzochte landen. De meest populaire mythe blijft leerstijlen die quasi iedereen lijkt te geloven. Dat de strijd hier nog lang zal zijn, werd trouwens op de studiedag pijnlijk duidelijk toen een pedagogische begeleider – die gevraagd werd commentaar op de literatuurstudie te geven – aangaf dat empirische evidentie een ding is, maar onderwijs iets anders en dat hij op basis van zijn persoonlijke ervaring in leerstijlen zal blijven geloven en dus ook blijven promoten. Verder bleken ook de L-R-mythe en de idee dat bijvoorbeeld het trainen van motorische handelingen zouden helpen bij leren van taal veelgeloofde mythes. Positief was vooral dat veel leerkrachten (en nog meer CLB-medewerkers) wel degelijk geloven dat onderwijs kan helpen als er in het brein iets mis gaat.

De conclusie was vooral dat het verhaal nog lang niet klaar is. Neurologie voor onderwijs is en blijft nog een tijdje een jonge onderzoekstak met mogelijkheden en beperkingen. Als we samen met praktijkmensen en vooral ook andere onderzoekstakken verder op weg kunnen gaan, is het te hopen en te verwachten dat we nog vooral bij zullen leren.

Geef een reactie