Wie vult aan? Een poging tot kwaliteitschecklist voor handboeken

Vandaag staat Jan Van Damme terug in De Morgen met een onderzoek over de kwaliteit van handboeken. Zo stelthij dit vast dat over bestaandehandboeken rond lezen

“Ze leren kinderen wel leesstrategieën aan, maar leren hen niet zelf strategisch te denken. “

Maar hoe kies je als school een handboek? Misschien is het een tussenoplossing om een checklist te hebben om handboeken te screenen.

Het kan natuurlijk van onderwerp tot onderwerp verschillen. Ik voorvoel nu al een discussie rond wiskunde-onderwijs. Maar laten we eerst enkele algemene principes zoeken?

Spontaan denk ik dan aan:

  • Hoe actueel en correct is de inhoud? -> bijvoorbeeld handboeken psychologie scoren hier vaak behoorlijk slecht op.
  • Sluit het handboek aan bij de eindtermen/het leerplan?
  • Zijn er verschillende niveaus van teksten en oefeningen?
  • Is er uitbreidingsinhoud?
  • Qua didactische principes (zie ook Klaskit):
    • Is er spaced repetition of gespreide herhaling aanwezig?
    • Ondersteunt het handboek directe instructie voor basiskennis en basisvaardigheden?
    • Zijn er genoeg concrete voorbeelden?
    • Is bij de vormgeving rekening gehouden met dual coding (dus geen overdaad aan overbodige afbeeldingen, maar to the point)?
    • Zet het handboek genoeg aan tot denken (dus ook open vragen in plaats van enkel invuloefeningen)?
  • Heeft het bijhorend platform mogelijkheden tot personalisatie van gespreide herhaling?

De drie puntjes staan er niet zomaar, ik ga er namelijk van uit dat ik verre van de wijsheid in pacht heb.

Wie vult er aan met suggesties?

6 gedachten over “Wie vult aan? Een poging tot kwaliteitschecklist voor handboeken

  1. Criterialijst is zeker zinvol!! Begeleidingsdiensten, waaronder ook het Onderwijscentrum Brussel hanteren in hun begeleiding dan ook vaak zo’n lijsten (combinatie van generiek + op maat van de lokale context). Maar naast het hanteren van een lijst, is ook het proces met het schoolteam van heel groot belang… De keuze van een methode is een professionaliseringsproces an sich !

    Stap 1 : een zichtzending aanvragen

    Via de websites, of via een contactpersoon, bieden alle uitgeverijen gratis zichtzendingen aan. Eis zo’n pakket voor de leerkrachten. Geef de leerkrachten voldoende tijd om eraan te ruiken en erin te neuzen.

    Stap 2: de methode uitproberen

    Zoek een werkwijze waardoor verschillende leerkrachten tegelijkertijd een thema uit de methode kunnen aanbieden aan de leerlingen.

    Stap 3: de methode zelf beoordelen

    Een criteriumlijst helpt de leerkracht de gegeven lessen doelmatig te beoordelen. Iedereen reflecteert persoonlijk op de aangeboden activiteiten. Ook de leerlingen kunnen hierbij, in een klasgesprek, betrokken worden. Ieders oordeel is belangrijk, te meer omdat een methode vaak goed wordt bevonden als ze aansluit bij de persoonlijke onderwijsstijl. Een onderwijsbegeleider kan hier een belangrijke rol spelen!

    Stap 4: overleg

    Na de ‘proefperiode’ wordt de methode besproken in een discussie met de teamgenoten. De vragen van de criteriumlijst vormen de leidraad van het gesprek. Op het einde van het schooljaar volgt, tijdens een personeelsvergadering, een beoordelingsvergadering. Een unaniem oordeel is daarbij waarschijnlijk onmogelijk, een meerderheid wordt zeker gevonden. Een onderwijsbegeleider kan hier een belangrijke rol spelen!

    Ik zou scholen zeker adviseren om aan de slag te gaan met hun begeleider…

  2. Tim Surma en Laurie Delnoij schreven een bijdrage voor een recent boek waar ook het onderzoek van Jan Van Damme in staat met als titel “De wetenschap van het leren toegepast op handboeken”.

    Dit zijn de takeaways uit dit artikel:

    • Gebruik advance organizers bij de start van elk hoofdstuk.
    • Zoek manieren om die advance organizers te betrekken in het didactisch proces.

    • Bied voor nieuwe types oefeningen of problemen uitgewerkte voorbeelden aan.
    • Varieer tussen uitgewerkte voorbeelden, half uitgewerkte oefeningen en
    gewone oefeningen.
    • Zorg voor prompts die leerlingen verplichten de uitgewerkte voorbeelden te
    analyseren.

    • Combineer informatie in woorden met beelden die de begrippen verduidelijken.
    • Gebruik de concrete aanwijzingen die Richard Mayer geeft in zijn Cognitive Theory of Multimedia Learning voor het ontwerp van multimodale omgevin-
    gen (zowel op papier als online). (zie mijn opmerking al over dual coding)

    • Spreid de belangrijkste concepten en procedures over verschillende hoofdstukken.
    • Voorzie regelmatig momenten waarop teruggekeerd wordt naar eerdere inhouden, bij voorkeur in combinatie met retrieval practice (zie mijn lijstje).
    • Voorzie niet meer oefeningen van een bepaald concept maar verspreid ze beter.
    • Voorzie een spiraal-aanpak waarbij basisvaardigheden en -kennis op verschillende plaatsen in het schoolboek worden getraind in aanloop naar nieuwe vaardigheden en kennis.

    • Voorzie na de aanbreng van nieuwe leerstof voldoende kansen waarbij leer- lingen informatie kunnen ophalen uit hun langetermijngeheugen.
    • Zorg voor regelmatige herhalingsquiz-vragen, geïntegreerd in de oefeningen- reeksen (en niet enkel achteraan bij een herhalingsles).
    • Voorzie de mogelijkheid om flashcards te gebruiken (in handleiding of digitaal).
    • Plaats kernbegrippen in de linker kantlijn zodat leerlingen zichzelf kunnen testen door de rechterkant af te dekken (Cornell-schema modelleren).

    • Bied, na de initiële inoefening van een nieuw concept, ook oefeningen aan over eerder geziene concepten.
    • Voorzie lessen waarbij oefeningen van eerdere lessen willekeurig door elkaar worden aangeboden.

  3. De pedagogische begeleidingsdienst van OVSG voor het basisonderwijs heeft instrumentaria ontwikkeld voor de leergebieden wiskunde, Nederlandse taal, Frans, W.O. om methodes te screenen.

    Het team zet een aantal fundamentele stappen om tot een welbewuste keuze van een methode te komen.
    1) De informatiefase
    Bij deze fase is er ondersteuning door een pedagogisch medewerker die het screeningsinstrument voorstelt en het team begeleidt bij het opmaken van een prioriteitenlijst.
    Het team inventariseert de meest pregnante behoeften over de keuze van een methode, de verwachtingen geformuleerd in het pedagogisch project, de verwachtingen die iedere potentiële gebruiker heeft en de prioriteiten die het team voorstelt. Wat wordt ervaren als ‘wezenlijk’ en dus ‘te onderzoeken’, wordt op het screeningsinstrument (zie lager) gemarkeerd.
    Het team beslist welke methodes onder de loep zullen genomen worden.
    Er worden afspraken gemaakt voor een taakverdeling.

    2) De school keurt.
    Aan de hand van het gemarkeerde screeningsinstrument onderzoeken individuele leraren het hen toegewezen deel of aspect. Ze beoordelen de voorgestelde prioriteiten rekening houdend met de bakens die in de leerplannen en de eindtermen zijn uitgezet. Andere aspecten worden slechts zijdelings aan een onderzoek onderworpen.

    3) De school maakt een synthese en vergelijkt.
    Bij deze fase is er ondersteuning door een pedagogisch medewerker.
    De bevindingen van de verschillende beoordelaars worden gebundeld. Het screeningsinstrument wordt nu gebruikt voor het invullen van een gemeenschappelijke score.
    Indien verschillende methodes werden gescreend, wordt het instrument aangepast en een vergelijkende tabel opgemaakt.
    Bij grote tegenspraak in beoordeling van wezenlijke aandachtspunten, zal tijdens een gesprek gezocht worden naar de oorzaken hiervan.

    4) Het team concludeert en beslist.
    Het is van belang ook deze fase van de besluitvorming formeel te benaderen. Het team spreekt vooraf af op welke wijze de beslissing zal worden genomen: bij meerderheid van stemmen, na het bereiken van consensus, welke prioriteiten beslissend zijn bij staking van stemmen of welke andere procedure dan ook die aanvaardbaar is voor het team.
    Op basis van de gemeenschappelijke score (de vergelijkende tabel) kan het team vaststellen wat het goed heeft bevonden en conclusies trekken. De methodes die het minst aan de verwachtingen beantwoorden vallen meteen af, zodat het aantal methodes waarover gediscussieerd moet worden zich beperkt tot twee of maximum drie.
    Het is mogelijk dat het team niet kan beslissen op grond van de verkregen informatie. Het is dan mogelijk aan sommige aandachtspunten (bijvoorbeeld in verband met leerstrategieën) meer gewicht toe te kennen dan aan andere (bijvoorbeeld in verband met leerinhouden). Zo kan een ander beeld ontstaan dat een beslissing verantwoordt. Een andere mogelijkheid bestaat erin enkele andere elementen uit het screeningsdocument te onderzoeken. De hele besluitvormingsprocedure moet dan worden overgedaan.

    Een geslaagde invoering van een nieuwe methode zal in grote mate afhangen van de zorg die aan de verschillende stappen van de besluitvorming wordt besteed.

    Het team kan verschillende methodes uitproberen en screenen op 7 categorieën.
    1 Algemeen
    2 Visie en doelen van het wiskundeonderwijs (of taalonderwijs of W.O.-onderwijs of…)
    3 Leerinhouden: selectie en opbouw
    4 Didactiek: aanpak van het werk in de klas en de aandacht voor differentiatie
    5 Gebruiksvriendelijkheid voor de leraar / de leerlingen
    6 Vormgeving
    7 Evaluatie

    Elke categorie is onderverdeeld in verschillende aandachtspunten. Zo bestaat de categorie ‘didactiek’ bij wiskunde uit 21 aandachtspunten, bv. ‘Per les worden suggesties gegeven om het doel van de les met de leerlingen te bespreken.’ (aandachtspunt 4) of ‘Er wordt ruime aandacht geschonken aan het herhalingsprincipe’ (aandachtspunt 18).
    Het team kan steeds – in functie van het eigen pedagogisch project, de noden en behoeften m.b.t. leergebied, een eigen schoolvisie op het leergebied of op basis van onderwijsonderzoek en literatuurstudie… – aandachtspunten toevoegen.

    Voor de screening gebruikt het team een vierpuntenschaal.
    helemaal niet / heel slecht (= – -)
    in mindere mate / slecht (= -)
    in beperkte mate / goed (= +)
    zeer zeker / zeer goed (= + +)

    Bij de bundeling van de individuele oordelen verdient het aanbeveling de twijfelzone op te nemen. De vierpuntenschaal wordt dan een zespuntenschaal die volgende informatie geeft:
    helemaal niet / heel slecht (= – -)
    in mindere mate / slecht (= -)
    onzeker neigend naar slecht (= – +)
    onzeker neigend naar goed (= + -)
    in beperkte mate / goed (= +)
    zeer zeker / zeer goed (= + +)

  4. Ook opletten dat het niet slaapverwekkend saai wordt! Bv niet alles op papier maar ook suggesties voor speelse verwerkingen zoals een spelletje, een bewegingstussendoortje gelinkt aan de leerstof,…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.