Het gebeurde jaren geleden. Een man stond met een wijzende vinger letterlijk voor mijn neus en bezwoer me dat ik zijn idee over onderwijs met wetenschap zou bewijzen. Ook al was het moeilijk, ik beken, ik bleef kalm en legde hem uit dat het zo niet werkt. Ik kon wel onderzoeken of zijn idee eventueel een meerwaarde kon hebben voor het onderwijs, in welke omstandigheden, in welke niet, enzovoort. Tenminste, had ik de tijd, was er het budget en passeerde het voorstel voorbij een ethische commissie, … Hij redeneerde dat als ik het niet zou kunnen aantonen, dat ik geen goede onderzoeker zou zijn.
Maar onderzoekers zijn niet goed of slecht naargelang wat ze wel niet kunnen aantonen of op wat ze uitkomen. Ik weet zelf maar al te goed wat het is om met een heel team van mensen keihard te werken aan een onderzoek dat verder bouwt op eerdere bevindingen van andere onderzoekers in combinatie met zeker geen onlogische gevolgtrekkingen op basis van degelijk onderbouwde theorieën. Ik weet heel goed hoe het voelt om dan te ontdekken dat het resultaat toch niet is wat je verwachtte. En dat is rot. Dat doet pijn. Dat is vloeken. Maar ook dat is wetenschap. De voorbije jaren ontmoette ik ook onderzoekers die hier mee worstelen. Zo herinner ik me die ene wetenschapper die me vertelde dat ik niet de juiste statistische methode had gebruikt omdat mijn onderzoek “niet uitkwam”. Tja, nee. Of die andere wetenschapper die zou blijven zoeken tot haar theorie bewezen was. Ergens zeer mooi, maar je mag niet beginnen met een onderzoek zonder te aanvaarden dat het resultaat ook heel anders kan zijn dan je hoopt of denkt.
Ik heb de eer dit jaar terug een boel studenten te begeleiden bij hun scriptie en het is de waarschuwing die ik hen ook vaak geef. Je gaat kennis opdoen, je gaat net zoals bij Star Trek misschien onontgonnen gebied gaan verkennen, maar besef dat je ook van een kale reis terug kan komen. Troost je dan met de gedachte dat ook zo je de wetenschap én de werkelijke wereld vooruithelpt.
Ik schrijf dit stuk niet om te klagen. Het is echt vaak ook fijn werk. Maar het is voor de buitenwereld of voor mensen die starten met onderzoek wel handig om te weten wat je wel of niet kan verwachten van wetenschap. Zo hoorde ik nog deze week iemand zeggen dat iets niet evidence-based kan zijn omdat het niet altijd ‘werkt’. Als dit het criterium zou zijn, dan is er wellicht niet veel evidence-based in onderwijs. Ik zeg niet voor niets vaak “niet alles werkt in onderwijs en bijna niets werkt altijd.”
En ik schrijf dit stuk wel ook om de wetenschappers een hart onder de riem te steken die niet vonden wat ze hoopten te ontdekken, of die slecht genoemd worden omdat ze op resultaten uitkomen die zij of hun opdrachtgevers niet leuk vinden. Tja, als je zeker wil zijn van een resultaat, dan is wetenschap niet het antwoord, maar kun je zoiets als geloof of ideologie proberen. En dan nog.
Je zou je misschien kunnen aanvragen waarom ik dan zelf zo graag onderzoek doe? Bijna even graag als het leukste wat er volgens mij professioneel bestaat: les geven (en soms ook muzikant zijn)? Is het dan geen vorm van zelfkastijding? Misschien, maar het is wellicht de nieuwsgierigheid die zo nodig gelest moet worden. Het is verder bouwen op wat we al weten, ook al moet je soms een andere afslag nemen of moet je even weer dat ene kind worden dat roept dat de keizer of keizerin geen kleren aan heeft.
Wetenschap is soms ook wel leuk. Gelukkig.
Pingback: Dit was het onderwijsnieuws… Rinke en ik kijken terug op november 2024 met oa ongelijkheid, 🎓 kennisarmoede, 🤖 leren leren, ⚗️ soms niet leuke wetenschap (en meer) | X, Y of Einstein?