Wordt schoolsucces steeds meer bepaald door onze genen?

We streven graag het idee na dat iedereen gelijke kansen krijgt. Vooral in landen met uitgebreide sociale vangnetten en toegankelijke onderwijssystemen, zoals Zweden, verwachten we dat afkomst of achtergrond steeds minder bepaalt hoever je komt in het onderwijs. Maar recent onderzoek laat zien dat er iets anders meespeelt dat verrassend veel invloed heeft: onze genen.

De Zweedse onderzoeker Oskar Pettersson onderzocht hoe sterk genetische aanleg invloed heeft op opleidingsniveau, en vooral hoe die invloed veranderde tijdens de 20e eeuw. Hiervoor gebruikte hij gegevens van Zweedse tweelingen, geboren tussen 1920 en 1999, gecombineerd met polygenetische scores die een voorspelling geven van iemands opleidingsniveau op basis van DNA.

De resultaten zijn opmerkelijk, maar niet onlogisch. Naarmate Zweden rijker en gelijker werd en toegang tot onderwijs verbeterde, werd de invloed van genen op opleidingsniveau groter. In andere woorden: genetische aanleg ging juist méér bepalen hoeveel onderwijs iemand volgde toen de maatschappij gelijker werd. Vooral vóór de grote onderwijshervormingen in de jaren ’60 hadden kinderen uit hoger opgeleide gezinnen een genetisch voordeel, waarschijnlijk omdat hun omgeving hen extra stimuleerde om die aanleg te benutten.

Maar het verhaal stopt daar niet. Vanaf de jaren ’60, toen onderwijs steeds toegankelijker werd, veranderde dit beeld radicaal. Het verschil in genetische invloed tussen kinderen van hoger en lager opgeleide ouders verdween grotendeels. Genen gingen een grotere rol spelen bij kinderen uit lager opgeleide gezinnen, terwijl bij gezinnen met hoogopgeleide ouders die invloed juist wat afnam.

Pettersson suggereert dat het Zweedse onderwijs en de gelijkere samenleving hebben gezorgd voor een soort ‘verhoging van de ondergrens’. Waar kinderen met minder kansen vroeger hun genetische aanleg minder konden benutten, werd dit door verbeterde omstandigheden steeds beter mogelijk.

Er zit echter nog een addertje onder het gras. Hoewel genen steeds beter voorspelden hoeveel onderwijs iemand volgde, zagen onderzoekers geen vergelijkbare toename in de invloed van genen op iemands inkomen. Kennelijk is een hoog opleidingsniveau niet automatisch een garantie voor een hoger inkomen geworden.

Abstract van het onderzoek:

Interest in the role of genetics in influencing key life outcomes such as educational attainment has grown quickly. However, the question of whether genetic influences on educational attainment, on average as well as in conjunction with socioeconomic circumstances, are moderated by macro-level factors has not yet received sufficient attention. This study combines polygenic indices for educational attainment (EA PGI) with high-quality register data in a large sample of Swedish twins of European ancestry born 1920–1999. Employing both conventional between-family and within-family models, the analyses suggest that the influences of education-related genetic propensities on educational attainment have increased in Sweden during the twentieth century, a period featuring major expansions of the Swedish educational system, and decreasing economic inequality. The analyses also suggest that the degree to which socioeconomic background enhances genetic influences on education has decreased across cohorts. Genetic influences on education do not appear to have translated into increased genetic influences on income. Additionally, there is some evidence of floor and ceiling effects in the analyses of dichotomous educational outcomes.

Geef een reactie