Soms lijken internationale toetsen als PISA een objectieve graadmeter: zo sterk scoort ons onderwijs vergeleken met dat van andere landen. Maar wat als niet alle leerlingen evenveel moeite doen om goed te scoren? En wat als dat per land sterk verschilt?
Een nieuw grootschalig Zweeds onderzoek legt precies dat probleem bloot. De onderzoekers (Borger e.a., 2025) combineerden voor ruim vijfduizend 15-jarigen hun PISA-scores met resultaten van de nationale, verplichte Zweedse toetsen. Die laatste zijn high-stakes: ze tellen mee voor het rapport en de doorstroom. PISA daarentegen is voor de leerlingen zelf betekenisloos – een klassiek voorbeeld van een low-stakes test.
De centrale vraag: hoeveel zegt een PISA-score echt over wat een leerling kan, en hoeveel zegt het over hoeveel moeite die leerling ervoor wilde doen?
De uitkomst is verrassend helder. Zelfs als je rekening houdt met wat leerlingen al bewezen hadden op de nationale test, bleek hun zelfgerapporteerde inspanning bij PISA een significante voorspeller van hun score. En meer nog: het verband tussen de nationale test en de PISA-score was duidelijk sterker bij leerlingen die meer moeite hadden gedaan. Met andere woorden: de PISA-score is een betrouwbaardere graadmeter voor wie ook z’n best deed.
Het verschil is niet triviaal. Leerlingen die aangaven weinig moeite te doen op PISA scoorden gemiddeld een derde van een schooljaar lager dan hun evenknie met vergelijkbare capaciteiten maar wél inzet. Concreet: bij leerlingen met lage inzet vertaalde een hoog cijfer op de nationale test zich in slechts +12 punten op PISA, terwijl dat voor gemotiveerde leerlingen +20 punten opleverde. En aangezien 20 punten op de PISA-schaal ruwweg overeenkomt met één jaar leerwinst, betekent dat dat motivatie alleen al het verschil kan maken tussen een leerling die lijkt te stagneren en eentje die vooruitgang toont. Dat is geen detail, maar een structurele vertekening.
Voor beleidsmakers die PISA-scores zien als een rechtstreekse afspiegeling van het onderwijsniveau is dit een ongemakkelijke boodschap. Want het onderzoek wijst erop dat die scores minstens deels ook iets meten als testmotivatie. Of nog preciezer: de mate waarin leerlingen bereid zijn moeite te doen voor een toets waarvan ze weten dat het hen persoonlijk niets oplevert. Dat is op zich geen defect van de test, maar wel iets wat we moeten meenemen in de interpretatie.
Tegelijk betekent dit niet dat internationale vergelijkingen waardeloos zijn. Ze blijven nuttige signalen geven, zeker als ze over tijd worden bekeken en in samenhang met andere nationale en internationale peilingen. Als PIRLS, PISA, TIMSS én interne peilingen aangeven dat er een probleem is, dan is er wel degelijk een probleem. Maar het is goed om te beseffen dat verschillen in testresultaten ook deels kunnen voortkomen uit verschillen in motivatie – niet alleen tussen jongeren binnen een land, maar ook tussen landen. In sommige landen ervaren jongeren zulke toetsen als belangrijker of serieuzer dan in andere, en dat kan meespelen in hoe goed ze scoren.
Wat dit onderzoek extra boeiend maakt, is dat het geen losse correlaties presenteert, maar met sterke methodologische onderbouwing het effect van inzet afzondert van aanleg. En dat effect blijkt klein maar significant – en vooral: praktisch relevant.
Een laatste bedenking van de onderzoekers is misschien nog wel de meest fundamentele. Misschien zegt PISA, juist door z’n low-stakes karakter, ook iets over hoe jongeren zich gedragen in situaties zonder directe beloning. Over hun bereidheid om ook dan verantwoordelijkheid op te nemen. En dus, over een vorm van motivatie die we in het onderwijs misschien veel serieuzer moeten nemen.
Abstract van het onderzoek:
It is commonly recognized that test performance is influenced by both cognitive ability and motivational factors. To explore this phenomenon, a random sample of 15-year-old Swedish students (n = 5504), whose PISA 2018 results were linked to national registry data, was analyzed. Students’ PISA performance was regressed on their self-reported test-taking effort in PISA, their national test scores in corresponding subject domains, and the interaction between these variables. Results reveal that test-taking effort had an independent influence on PISA scores after controlling for high-stakes test results (β = 0.15). More importantly, the relationship between the high-stakes national test and the low-stakes PISA was stronger at higher levels of effort (interaction coefficient; β = 0.05). Students who report low effort underperform in PISA by approximately one-third of a school year’s learning gain, emphasizing the role of effort in obtaining an accurate assessment of ability. Implications for research and practice are discussed.