Toen we meer dan tien jaar geleden ‘Jongens zijn slimmer dan meisjes’ publiceerden , wijdden we een heel hoofdstuk aan de verleidelijke aantrekkingskracht van leerstijlen. Destijds voelde het al als een noodzakelijke oefening in het ontkrachten van mythes. Het idee dat leerlingen beter leren wanneer je de instructie afstemt op hun favoriete leerstijl – visueel, auditief, kinesthetisch, enzovoort – was alomtegenwoordig. Toch was het bewijs op zijn best mager en vaak zelfs ronduit afwezig.
Spoelen we door naar 2025, dan hebben John Hattie en Timothy O’Leary zojuist een grondige review gepubliceerd in Educational Psychology Review die bevestigt wat we toen ook al aangaven: de matchinghypothese houdt nog steeds geen stand. Wat is het effect van het daadwerkelijk afstemmen van het lesgeven op de voorkeursstijlen van leerlingen? Een piepkleine effectgrootte van d = 0,04 . Statistisch gezien verwaarloosbaar. Praktisch betekenisloos. En toch staan leerstijlen vaak nog steeds volop in de belangstelling.
Hattie en O’Leary doen iets slims. Ze maken onderscheid tussen studies die de matchinghypothese testen – helpt het om instructie af te stemmen op iemands leerstijl? – en studies die alleen kijken naar correlaties tussen zelfgerapporteerde stijlen en resultaten. En dat onderscheid is belangrijk. De eerste groep laat geen reëel effect zien. De tweede groep vindt soms kleine verbanden, maar zegt weinig over oorzaak en gevolg. Erger nog: ze verwarren leerstijlen vaak met leerstrategieën of algemene leerkenmerken. Precies het soort vermenging waar we in ons boek voor waarschuwden. Het is ook deels de verklaring van het hoge huidige cijfer voor leerstijlen in de tool van een zeker John Hattie (die zijn eigen onderzoek dus best eens leest).
Toch blijft het geloof in leerstijlen opmerkelijk veerkrachtig. Onderzoeken tonen aan dat meer dan 90% van de leraren gelooft dat leerlingen beter leren wanneer ze lesgeven volgens hun voorkeursstijl. Zelfs onder prijswinnende docenten blijft deze mythe bestaan, geven beide onderzoekers aan. Het onderzoek somt hiervoor redenen op, van de aantrekkingskracht van individualisering tot de wens om elke leerling als uniek te zien, van de verleidelijke eenvoud van het VAK-kader tot het commerciële ecosysteem van toetsen, trainingen en materialen dat het in leven houdt. Voeg daar jargon over de hersenen of een kleurrijke infographic aan toe, en plotseling klinkt een in diskrediet gebracht idee als wetenschappelijk inzicht.
Het artikel is nuttig omdat het het probleem voortdurend aankaart. Het spoort ons aan om het gesprek verder te voeren: niet over hoe leerlingen het liefst leren, maar over welke strategieën het leren daadwerkelijk ondersteunen, afhankelijk van de taak, de context en de voorkennis van de leerling. Geen vaste stijlen, maar flexibele benaderingen. Geen labels, maar tools.
Die verschuiving is belangrijk. Want een docent die een leerling als een ‘visuele leerling’ ziet, kan de werkelijke reden over het hoofd zien waarom die leerling moeite heeft – of de kans missen om een effectievere aanpak te onderwijzen. Want leerlingen vertellen dat ze een vaste stijl hebben, helpt hen niet alleen niet – het kan ook hun overtuigingen over hun eigen potentieel beperken. En omdat de beste docenten weten dat het niet gaat om het afstemmen van instructie op voorkeuren, maar op inhoud. Je leert grammatica niet met een dansroutine, en je leert fysieke beweging niet met een gedicht. Het medium volgt de boodschap, niet de gekozen stijl van de leerling.
Deze nieuwe review is lang, grondig en vaak vernietigend. Het bevestigt wat we al die jaren geleden schreven en voegt meer bewijs, nuance en urgentie toe. Leerstijlen worden niet alleen niet ondersteund – ze leiden af. Ze nemen tijd, energie en professionele ontwikkelingsruimte weg van dingen die echt werken. En hoewel het idee misschien intuïtief of zelfs zorgzaam aanvoelt, is het dat niet. Het is een goedbedoelde illusie.
We moeten stoppen met de vraag: “Wat voor soort leerling is deze student?” en ons richten op de vraag: “Wat voor soort leerproces heeft deze student op dit moment nodig?” Want leren gaat niet over visueel of auditief zijn. Het gaat erom beter te worden in leren zelf.
Abstract van de dubbele meta-analyse:
The persistence of learning styles as a concept in educational discourse and research is paradoxical, given the overwhelming evidence discrediting the matching hypothesis, the notion that aligning teaching methods with students’ preferred learning styles enhances achievement. This paper examines the resurgence of learning styles across meta-analyses and proposes an explanation for their enduring appeal. Drawing on 17 meta-analyses, we distinguish between studies testing the matching hypothesis (effect size d = .04) and correlational studies (average correlation r = .24), revealing that the latter often conflates learning styles with learning strategies. Much of the research is flawed, and the argument is that there needs to be a shift away from matching learning styles toward teaching students adaptable and effective learning strategies that align more closely with task complexity and learning goals.
Pingback: Kan je een foute overtuiging corrigeren? Gemiddelden zeggen blijkbaar niet alles! | X, Y of Einstein?
Pingback: Voorlaatste post van dit schooljaar, een kleine terugblik! | X, Y of Einstein?
Pingback: Waarom ik mijn blog dit jaar anders ben gaan schrijven