Kun je executieve functies écht duurzaam trainen?

Executieve functies (EF) zijn al meer dan tien jaar de lieveling van onderwijsonderzoek en nascholing. En dat is niet zo vreemd. Vaardigheden als werkgeheugen, inhibitie en cognitieve flexibiliteit hangen samen met schoolsucces, loopbaanontwikkeling en zelfs levenskwaliteit. Als we die via gerichte training zouden kunnen versterken, is de aantrekkingskracht voor leraren, ouders en beleidsmakers groot.

Maar hier wringt het schoentje: zoals we ook al schreven in Bijna alles wat je moet weten over psychologie (en eerdere meta-analyses lieten zien), is het bewijs voor blijvende, brede effecten veel beperkter dan de hype doet vermoeden. Ja, je kunt EF trainen. Ja, leerlingen kunnen beter worden in precies de taken die ze oefenen. Maar de sprong van “beter in dit spel” naar “beter op school, op het werk en in het leven” is waar het vaak begint te wankelen. Zoals zo vaak geldt: far transfer is bijzonder lastig te bereiken.

Een nieuwe synthese van Dirk Van Damme en Charles Fadel schetst een genuanceerd beeld. Positief: veel studies vinden kortetermijnwinst in specifieke EF-vaardigheden – vooral werkgeheugen en inhibitie – soms met wat doorsijpelen naar lezen of rekenen. Negatief: langetermijneffecten en far transfer (winst buiten de getrainde taken) zijn inconsistent, vaak klein en soms helemaal afwezig. Methodologische problemen, kleine steekproeven en gebrek aan replicatie maken het plaatje niet helderder.

Is het dan hopeloos? Zeker niet. Onderzoek wijst wel degelijk op omstandigheden waarin EF-training meer kans maakt om te beklijven. Hier hun overzicht, bewerkt en vereenvoudigd:

Wat waarschijnlijk wél werkt Wat waarschijnlijk níet werkt
Vroeg starten in gevoelige periodes (kleuterleeftijd, adolescentie) Korte, losstaande programma’s zonder vervolg
EF integreren in dagelijks lesgeven en echte taken Losse computer- of bordspellen zonder context
Langdurige, herhaalde oefening Eenmalige interventies van enkele weken
Koppelen aan concrete leerdoelen (bv. werkgeheugen gebruiken bij begrijpend lezen) Abstracte oefeningen zonder duidelijk doel of relevantie
Rijke, gestructureerde, emotioneel veilige omgeving Chaotische, prikkelrijke omgevingen
Stress verminderen en emotionele steun bieden Hoge stress, weinig ondersteuning
Gericht ondersteunen van kwetsbare groepen (ADHD, lage SES, leerstoornissen) Generieke ‘one-size-fits-all’-aanpakken
Oefenen in gevarieerde contexten en settings Steeds dezelfde taak in één setting herhalen

Zelfs onder gunstige omstandigheden blijven de auteurs voorzichtig: de weg van training naar blijvende, algemene vooruitgang is verre van zeker. Maar het is ook geen doodlopend pad. Als we EF niet zien als een wondermiddel, maar als één laag in een bredere aanpak – met goed lesgeven, gestructureerde leeromgevingen en emotionele steun – dan creëren we de voorwaarden waarin leerlingen hun executieve vaardigheden op de juiste momenten kunnen inzetten.

Uiteindelijk lijkt EF-training een beetje op fysieke training. Je kunt de spieren versterken, maar als de rest van de ‘levensstijl’ – voeding, rust, omgeving – het niet ondersteunt, verdwijnen de winsten weer. En wie goed kijkt naar de lijst met dingen die wél helpen, ziet iets opvallends: veel ervan zijn gewoon kenmerken van goed lesgeven.

Een gedachte over “Kun je executieve functies écht duurzaam trainen?

  1. Pingback: Wat veranderde er bij leerlingen na COVID?

Geef een reactie