Waarom doen leerlingen uit Confuciaanse landen het doorgaans beter op internationale toetsen dan hun leeftijdsgenoten uit Angelsaksische landen? In een recente analyse van PISA 2015-data onderzocht Yu Hu hoe scholen in die twee culturen verschillen in twee aspecten: beschikbare middelen en het disciplinaire klimaat in de klas. De resultaten zijn interessant — en geven stof tot nadenken, ook over klasmanagement.
Maar wat bedoelen we precies met Confuciaanse en Angelsaksische scholen? De termen verwijzen naar bredere culturele onderwijsmodellen. Confuciaanse landen – zoals China, Japan, Singapore of Zuid-Korea – zijn sterk beïnvloed door het gedachtegoed van Confucius, met nadruk op respect voor autoriteit, groepsharmonie en inzet voor studie. Scholen in die context hechten vaak veel belang aan orde, discipline en de rol van de leraar als moreel kompas. In Angelsaksische landen zoals de VS, het VK, Canada of Australië ligt het accent traditioneel meer op individuele expressie, debatcultuur en persoonlijke ontwikkeling. Dat vertaalt zich ook in het klaslokaal: minder hiërarchie, meer participatie, en vaak ook wat meer chaos.
Hu maakt gebruik van een latent profile analysis. Dit is een statistische methode die wordt gebruikt om verborgen subgroepen (latente profielen) binnen een populatie te identificeren. Met deze aanpak onderscheidt hij drie schooltypes onderscheidt:
- scholen met veel middelen en een sterk disciplinair klimaat,
- scholen met weinig middelen maar veel discipline,
- en scholen met gemiddeld wat middelen en een zwakker disciplinair klimaat.
Die drie types komen in elk van de vier onderzochte landen (China, Japan, het VK en de VS) terug, maar niet in gelijke verhoudingen. In China en Japan zit meer dan 89% van de leerlingen op een school met een sterk disciplinair klimaat. In de Angelsaksische landen ligt dat percentage op 78%. Anders gezegd: wie school loopt in een Confuciaans land, heeft bijna 12% meer kans om in een rustige klas te zitten. En dat verschil blijkt niet onbelangrijk.
In alle onderzochte landen scoren leerlingen uit scholen met een sterk disciplinair klimaat beter voor wetenschappen dan hun leeftijdsgenoten in scholen met zwakkere discipline, zelfs als die meer middelen hebben. In veel gevallen bleken scholen met strakke klassenordening én beperkte middelen effectiever dan scholen met een matige orde en redelijke middelen. De sociaal-economische achtergrond van de leerlingen speelt ook mee: wie uit een rijker gezin komt, zit vaker in de betere schooltypes. Toch maakt dit onderzoek vooral duidelijk dat het effect van klasmanagement niet verwaarloosd mag worden. Een ordentelijke klas blijkt een robuuste voorspeller van betere prestaties, los van de financiële of materiële omkadering.
De studie suggereert dat culturele waarden meespelen. In Confuciaanse landen wordt veel belang gehecht aan orde, respect voor de leerkracht en harmonie in de groep. Dat vertaalt zich in minder storend gedrag, en dus ook een leeromgeving waar je als leerling sneller tot leren komt. Maar het blijft opletten met causale claims: het gaat om correlaties, geen experimenten. De vraag of een beter disciplinair klimaat ook veroorzaakt dat leerlingen beter presteren, kan met dit onderzoek echter niet sluitend beantwoord worden. Er zijn heel wat andere factoren die mogelijk meespelen — van pedagogische aanpak tot selectie-effecten of culturele normen die ook buiten de school voelbaar zijn.
Toch geeft het onderzoek een stevig argument om in schoolbeleid en lerarenopleidingen meer aandacht te besteden aan klasmanagement. Niet als rigide ordehandhaving, maar als een voorwaarde voor effectieve instructie. Of zoals Hu het verwoordt: “scholen met lage discipline en redelijke middelen doen het vaak slechter dan scholen met strakke klasordening en minder middelen.” Een interessante gedachte voor wie denkt dat onderwijskwaliteit – al hangt dit er natuurlijk van af hoe je dit definieert – enkel met geld te maken heeft.
Abstract van het onderzoek:
Students in Confucian culture are typically high-achieving on international assessments such as PISA and TIMSS. To explore factors that may explain the high performance of Confucian students, the present study compared the latent subpopulations of school resources and disciplinary climate in two Confucian countries and two Anglo countries. Using Latent Profile Analysis, the results identified the same number of school profiles in the two countries in the two cultures, and these profiles were similar in their levels of disciplinary climate and school resources. The percentage of high-discipline school profiles is about 11.72% higher in Confucian countries than in Anglo countries. In addition, in both cultures, students who attended high-discipline schools were from higher socioeconomic status (SES) families and performed better in science. These results revealed the importance of the disciplinary climate for a school to be effective and provided evidence indicating that Confucian culture has more schools with a positive disciplinary climate.
Interessante studie! Klasmanagement veronderstelt ook competente leraren met aanleg voor (vak)didactische en algemeen-pedagogische skills. Van een lerarenopleiding mag je dan ook lerarenopleiders met dito kwaliteiten verwachten.
Ja discipline doet er toe.
Men is een in de steek gelaten leerkracht-duts als schoolbestuur, directie … daar onvoldoende aandacht aan geeft.
Want als geïsoleerde leerkracht in je klas vermag je niets tegenover ‘individuen’ die de boel op stelten zetten (moedwillig, onbewust, aandacht zoekend,… maakt niet uit om welke reden).
Instructietijd vermindert, aandacht en concentratie wordt doorbroken… door constant te moeten optreden, managen.
Iedereen in de klas is daar de dupe van. Kan niet anders dan verminderd leerresultaat geven.
Aanpakken verdorie. Gedragen klasmanagement, ondersteund door schoolreglement en consequente handhaving is prioritair.
Streng en rechtvaardig-motto hanteren.
Met vriendelijke groeten,
Lieve Verbruggen