Sommige onderzoeksresultaten zijn tegelijk voorspelbaar én ongemakkelijk. Zoals deze: studenten maken meer kans om te slagen voor een mondeling examen als dat rond het middaguur plaatsvindt. Niet omdat ze dan beter voorbereid zijn. Niet omdat de stof anders is. En ook niet omdat de docent op dat moment milder is. Nee — gewoon omdat het 12 uur is.
In een grootschalige analyse van meer dan 100.000 examens aan een Italiaanse universiteit vonden Vicario en collega’s een opvallend patroon: de slagingskansen volgen een mooie klokcurve. Letterlijk. De meeste studenten slagen rond lunchtijd. In de vroege ochtend en late namiddag zakken er meer. Zelfs na correctie voor cursusmoeilijkheid en studiepunten bleef het effect overeind. En niet een beetje: om 12.00 uur lag de kans om te slagen significant hoger dan om 8.00 of 16.00 uur.
Hoe dat komt? De auteurs doen een aantal plausibele suggesties. Aan de kant van de student: biologische ritmes. De meeste studenten zijn van nature geen ochtendmensen — wat hun prestaties vroeg op de dag niet ten goede komt. Tel daar stress, korte nachten en overgeslagen ontbijtjes bij op, en je voelt het al aankomen. Aan de kant van de examinator: vermoeidheid. Wie al een halve dag examens heeft afgenomen, is niet per se nog even scherp. Beslissingsmoeheid, minder aandacht, strenger oordelen — het is eerder regel dan uitzondering. Denk aan dat beroemde onderzoek bij Israëlische rechters: wie voor de lunch kwam, had meer kans op voorwaardelijke vrijlating dan wie net erna kwam. Tot ook daar de energie opraakte.
Niemand zegt dat examinatoren bewust oneerlijk zijn. Maar het idee dat beoordelingsmomenten neutraal zijn, verdient toch wat kanttekeningen. Als je slaagkans deels afhangt van je plaats op de dagplanning, dan wringt dat. De onderzoekers pleiten niet voor een collectief examen om klokslag 12. Wel voor een betere afstemming: kortere sessies, meer pauzes, en wie weet zelfs een planning op maat van het chronotype van studenten.
Belangrijk om tegelijk niet te hard van stapel te lopen. Het gaat om correlaties, op één universiteit, bij mondelinge examens. We weten niet of het ook geldt voor schriftelijke of online toetsen. En van slaapkwaliteit, chronotypen of stressniveaus hebben we geen data — al lijken ze logische verdachten. Bovendien: ook al was de examenvolgorde officieel willekeurig, subtiele vooroordelen kunnen altijd meespelen. Het patroon is reëel, maar waarom het zo loopt, blijft giswerk.
Toch raakt het iets fundamentelers. Wat we ‘prestatie’ noemen, is niet alleen een kwestie van kunnen. Het is timing. Context. Slaap. Stress. Of gewoon: pech dat je om 8.00 ingepland stond. We doen graag alsof beoordelingen puur op verdienste gebaseerd zijn. Maar soms blijkt dat zelfs de klok daar vraagtekens bij zet.
Samenvatting van de studie:
The influence of timing on decision-making processes has garnered significant attention across various domains, yet its impact on academic assessment remains under investigated. While previous research has suggested time-of-day effects on judicial decisions, methodological limitations have restricted the generalizability of these findings. Here, we present a comprehensive analysis of 104.552 oral exams conducted at an Italian university, revealing a robust relationship between exam timing and academic outcomes. Our results demonstrate a Gaussian distribution of passing rates throughout the day, with a significant peak at midday. This pattern persists after controlling for exam difficulty and other potential confounding factors, suggesting an intrinsic time-dependent bias in the evaluation process. Our findings not only corroborate previous research on the influence of timing on decision-making but also extend it to the realm of academic assessment. These results have profound implications for educational policy and practice, highlighting the need for strategic exam scheduling to optimize student performance and ensure equitable evaluation.