Wat als alle studenten hoger onderwijs ter wereld samen een land zouden vormen…

Als de 264 miljoen studenten wereldwijd in het hoger onderwijs samen een land zouden vormen, dan was het de vijfde grootste natie ter wereld. Meer dan de helft van de inwoners zou vrouw zijn, de meerderheid zou in Azië wonen en de voertaal zou vooral Engels zijn. Dat beeld schetst Dan Garisto in een recente analyse in Nature (25 september 2025). Een land in volle groei, want sinds 2000 is het aantal studenten wereldwijd meer dan verdubbeld. Ook het aantal jongeren dat buiten hun eigen land gaan studeren is verdrievoudigd, tot bijna zeven miljoen.

Toch is dat beeld van steeds meer verbondenheid brozer dan het lijkt. Vooral rijke landen in het Westen sluiten de deuren steeds vaker voor buitenlandse studenten. De Verenigde Staten zijn daarvan het duidelijkste voorbeeld, met strengere visaregels en beperkingen die er intussen toe leiden dat een derde minder internationale studenten het land binnenkomt. Andere studenten kijken dan ook naar alternatieven: de eigen regio, landen zoals Nederland (al werd het daar ook al een thema om dit te beperken) of Zuid-Korea, of zelfs buitenlandse campussen van bekende universiteiten in hun thuisland.

Opvallend is dat steeds meer landen hun eigen deelname proberen op te krikken. India wil zijn deelnamegraad tegen 2035 optrekken van 28% naar 50%. In Oost- en Zuidoost-Azië steeg die deelname sinds 2000 van 15% naar 62%. Alleen Sub-Saharaans Afrika hinkt sterk achterop: amper 9% van de jongeren gaat er naar de universiteit, en vrouwen blijven er ondervertegenwoordigd. De grootste drempel is eenvoudigweg geld.

Meer toegang tot hoger onderwijs klinkt positief, maar het brengt ook nieuwe spanningen met zich mee. Naarmate meer mensen een diploma halen, stijgt de lat voor toegang tot de arbeidsmarkt. Wat vroeger een toegangsticket was, wordt sneller een basisvoorwaarde. Zo dreigt hoger onderwijs tegelijk kansen te openen én te sluiten.

Wat we ook zien, is dat de globalisering van universiteiten de inhoud van het onderwijs beïnvloedt. Steeds vaker staat STEM centraal, met China als koploper in onderzoeksoutput en samenwerkingen, al neemt de geopolitieke spanning ook daar toe. Ondertussen groeit in veel regio’s het aandeel van private instellingen, die sneller kunnen inspelen op de vraag, maar vaak met minder kwaliteitsgaranties.

De toekomst van dit “land” van studenten blijft dus dubbelzinnig. Het zal blijven groeien, met wellicht tegen de tien miljoen studenten die binnenkort in het buitenland studeren. Maar de vraag blijft: wordt hoger onderwijs zo een motor van gelijke kansen, of net een filter die ongelijkheid versterkt?

Misschien is dat wel de belangrijkste les uit dit stuk: de universiteit is altijd al een internationale instelling geweest. De vraag is hoe lang we dat zo kunnen houden.

Geef een reactie