Interleaving werkt niet altijd. Soms pas als je het samen doet.

Wie al wat langer meeleest op deze blog of in mijn boeken, weet dat ik doorgaans voorzichtig ben met zinnen als “dit werkt”. Ik heb het altijd liever over “dit kan werken”. Zeker als het gaat over didactische principes die in de praktijk vaak worden herleid tot simpele recepten. Interleaved practice kan daar een goed voorbeeld van zijn. Afwisselend oefenen wordt al jaren gepresenteerd als een krachtige desirable difficulty. En dat klopt vaak. Maar wie ooit geprobeerd heeft om dat toe te passen op écht complexe leerstof, weet ook hoe snel het kan ontsporen. Juist daarom is een recent veldexperiment van Maria Danzglock en collega’s in Learning and Instruction interessant.

Interleaved practice betekent dat leerlingen verschillende, maar verwante leerinhouden door elkaar oefenen. Niet eerst tien opgaven van type A, daarna tien van type B, maar A, B, C door elkaar. Het idee is dat leerlingen zo telkens opnieuw moeten beslissen wat hier van toepassing is, in plaats van automatisch dezelfde procedure te herhalen.
ImageHet onderzoek werd uitgevoerd bij 376 leerlingen uit het laatste jaar secundair onderwijs, rond een berucht lastig onderwerp uit de fysica: de beweging van geladen deeltjes in elektrische en magnetische velden. Abstract, visueel complex en conceptueel verwarrend. Precies het soort leerstof waar interleaving theoretisch veelbelovend is, maar empirisch ook kan teleurstellen. De opzet van het onderzoek is stevig: een 2×2 design met interleaved versus blocked practice, en individueel versus collaboratief leren. Geen labstudie, maar uitgevoerd in echte klascontexten. Met een onmiddellijke test én – een van mijn favoriete elementen, naast pre-registratie – een follow-up na acht weken.

De kernbevinding laat zich eenvoudig samenvatten en deed mij meteen verder lezen. Interleaving op zichzelf werkte hier niet. Sterker nog, individueel interleaved oefenen leidde op de lange termijn zelfs tot iets slechtere resultaten dan geblokt oefenen. Samenwerken op zichzelf werkte ook niet. Maar de combinatie van beide wel. Leerlingen die in duo’s werkten én interleaved oefenden, scoorden voor dit onderwerp het hoogst, zowel meteen als na acht weken. Het gaat niet om spectaculaire effecten, maar om consistente, robuuste interacties die overeind blijven na controle voor voorkennis, interesse en zelfconcept.

Didactisch gezien is dat een belangrijke nuance. Dit is geen bevestiging van het idee dat interleaving altijd werkt, noch van de claim dat samenwerken per definitie leerwinst oplevert. Integendeel. Het onderzoek laat zien dat interleaved practice bij complexe leerstof al snel te veel kan vragen van het werkgeheugen. De desirable difficulty wordt dan simpelweg een undesirable overload (ja, deze vond ik ook goed gevonden).

Samenwerken fungeert hier niet als sociale saus, maar als cognitieve ondersteuning. Door samen te redeneren, fouten te bespreken en strategieën expliciet te maken, wordt de cognitieve last verdeeld. Dat blijkt ook uit de metingen van cognitieve belasting: precies in de interleaved–collaborative conditie rapporteren leerlingen een lagere ervaren complexiteit.

Methodologisch zit het onderzoek goed in elkaar. Er is vooraf geregistreerd, de steekproef is groot genoeg voor de beoogde interactie-effecten, en de analyses houden rekening met de geneste structuur van klassen en duo’s. De kennistests zijn inhoudelijk afgestemd op de leerstof en meten meer dan louter procedurele vaardigheid. Ook de follow-up na acht weken is een duidelijke meerwaarde. Dit is geen studie die mikt op snelle winst, maar op duurzaam leren.

Tegelijk zijn de beperkingen reëel en eerlijk benoemd. We weten niet precies wat er in de samenwerking gebeurt. Er zijn geen think-alouds, geen diepgaande analyses van de kwaliteit van de interactie. Het blijft dus voorlopig een aannemelijke, maar indirect ondersteunde verklaring dat het gaat om gezamenlijke reflectie, conflict en conceptualisering. Ook maakt de gebruikte toets het moeilijk om scherp te onderscheiden tussen conceptueel begrip, situatieve kennis en procedurele uitvoering. Dat is geen detail, want juist interleaving zou vooral op die eerste twee moeten ingrijpen.

Voor de praktijk is de boodschap vooral opnieuw een waarschuwing tegen simplificatie. Interleaved practice is geen knop die je zomaar omzet. Zeker niet bij complexe leerstof en zeker niet wanneer leerlingen er alleen voor staan. Wie interleaving inzet zonder extra ondersteuning, loopt het risico het tegenovergestelde te bereiken van wat hij beoogt. Tegelijk toont deze studie dat samenwerking meer kan zijn dan ‘samen bezig zijn’. In de juiste context kan ze precies die cognitieve ruimte creëren die nodig is om moeilijke leerstrategieën te laten renderen.

We praten in onderwijs vaak over individuele didactische aanpakken, maar zelden over hun interactie. Terwijl een les in de praktijk bijna nooit uit losse ingrediënten bestaat. Didactiek werkt meestal in combinaties.

Bron afbeelding: https://universeofmemory.com/interleaved-practice-maximize-learning-pace/

Geef een reactie