Is evidence-informed links, rechts of neutraal? Spoiler: geen van de drie

In een debat ooit stelde Johan Vande Lanotte voor om vier experten in te schakelen: twee van u en twee van ons. Het was half ironisch bedoeld, maar tegelijk ook pijnlijk eerlijk. Expertise wordt zelden als neutraal gezien. Ze wordt verdeeld, gewogen en soms gewoon ingedeeld volgens kamp.

De voorbije tijd merk ik dat een gelijkaardige reflex opduikt wanneer het over evidence-informed onderwijs gaat. Soms expliciet, vaker impliciet. Is dit nu iets links? Iets rechts? Of net een neutrale positie boven het debat?

De vraag lijkt eenvoudig. Het antwoord is dat helemaal niet.

In december 2024 zat ik in Parijs bij een debat met Paul Howard-Jones en Nick Gibb. De eerste staat bekend als iemand die net als ik onderwijsmythes fileert. De tweede als een van de architecten van het Engelse onderwijsbeleid dat zichzelf graag evidence-informed noemt. Op papier zouden dat bondgenoten moeten zijn. In de praktijk zat er spanning op. Niet over de vraag of evidence ertoe doet, maar over wat je ermee doet.

Er bestaat ergens ook een foto van Nick Gibb, Paul Kirschner en mezelf samen op een conferentie. De minister wou die foto. Hij had het beroemde artikel van Kirschner, Sweller en Clark op papier mee en gaf mee hoe dit artikel zijn beleid had meebepaald. Dat zegt op zich al iets. Evidence-informed heeft politieke waarde gekregen. Het is een label geworden dat je kan claimen.

En misschien begint daar de verwarring.

Wie het model van Leerpunt bekijkt, ziet vrij snel waarom dit geen eenvoudig links-rechtsverhaal is. Evidence-informed werken betekent dat je onderzoek, professionele expertise en context samenbrengt. Dat klinkt redelijk vanzelfsprekend. Tot je effectief moet beslissen wat dat betekent in de praktijk. Daar beginnen de spanningen.

Aan de ene kant botst evidence-informed onderwijs regelmatig met ideeën die sterk inzetten op autonomie, minimale sturing of het idee dat leerlingen hun leerproces volledig zelf vormgeven. Het bewijs voor de effectiviteit daarvan is op zijn minst gemengd en vaak contextafhankelijk. Dat maakt dat evidence-informed werken soms als “conservatief” of zelfs “rechts” wordt weggezet. Alsof het pleidooi voor expliciete instructie of goed gestructureerde curricula automatisch een ideologische positie zou zijn.

De ironie is dat dit label zelf verschuift in tijd en context. Directe instructie werd groot via Project Follow Through, een studie die je niet los kan zien van Head Start en de ambitie om ongelijkheid tegen te gaan. Vandaag hoor je kennisrijke curricula soms als “rechts” wegzetten, omdat ze geassocieerd worden met een conservatief beleid in Engeland. Tegelijk gaan net de invloedrijkste studies van de voorbije jaren over diezelfde curricula expliciet over het verkleinen van ongelijkheid. En ook belangrijk: evidence-informed is evenzeer ingaan op de beperkingen en mogelijke neveneffecten.

Ik zou ook nog kunnen ingaan op de claim dat de EEF rechts zou zijn, maar wie de toolkits al heeft bekeken, weet dat dit gewoon niet klopt. De echte geschiedenis van het ontstaan van deze organisatie is trouwens veel menselijker en eerlijk gezegd ook een stuk hilarischer dan sommige recente verhalen doen vermoeden.

Aan de andere kant botst evidence-informed werken even goed met simplistische oplossingen aan de andere zijde van het spectrum. Met het idee dat je onderwijs kan verbeteren door één aanpak op te leggen, door standaardisering door te duwen of door complexiteit te reduceren tot een checklist. Onderzoek zegt zelden: dit werkt altijd, overal en voor iedereen. Het zegt veel vaker: dit werkt waarschijnlijk, onder bepaalde voorwaarden, met deze kanttekeningen. Dat is geen boodschap waar beleid altijd vrolijk van wordt.

En dus kom je in een vreemde positie terecht. Evidence-informed onderwijs wordt door sommigen gezien als te sturend en door anderen als te voorzichtig. Te normatief voor de ene, te weinig daadkrachtig voor de andere.

Wat ons bij de lastigste conclusie brengt: evidence-informed werken is ook niet neutraal*.

Niet omdat het verborgen ideologisch gekleurd zou zijn, maar omdat het onvermijdelijk keuzes veronderstelt. Onderzoek kan je helpen om beter te begrijpen wat werkt, voor wie en onder welke omstandigheden. Maar het zegt je niet wat je moet willen.

Welke uitkomsten vind je belangrijk? Gaat het in de eerste plaats over gelijke kansen, over excellentie, over brede vorming? Hoe ga je om met trade-offs? Hoeveel ruimte laat je voor autonomie, hoeveel nadruk leg je op gemeenschappelijkheid? Dat zijn geen vragen die je met een meta-analyse kan beantwoorden.

Wat evidentie wel doet, is die keuzes scherper maken. Het maakt zichtbaar waar argumenten zwak zijn, waar aannames niet kloppen en waar wensdenken de bovenhand neemt. En dat is precies waarom het zo vaak schuurt.

Evidence-informed werken is niet per se een positie op het politieke spectrum. Maar het is ook geen veilige neutrale zone erboven. Het is een manier van werken die je dwingt om beter te onderbouwen wat je doet en waarom je het doet.

En dat is voor geen enkel kamp altijd comfortabel.

Misschien is dat ook waarom het soms voelt alsof je nergens echt bij hoort. Te weinig ideologisch voor de ene. Te weinig volgzaam voor de andere.

Maar misschien is dat net de plek waar je moet zitten.

* Ja, voor de kenners, ik verwijs hier impliciet naar de eerste wet van Kranzberg

2 gedachten over “Is evidence-informed links, rechts of neutraal? Spoiler: geen van de drie

  1. Pingback: Hoe raakt onderwijsonderzoek in de klas?

  2. Pingback: Dit was het onderwijsnieuws van maart 2026

Geef een reactie