Wie zwijgt op de campus? Vooral de gematigde studenten!

Nu de identiteitsstrijd op veel plekken nogal hevig aan het woeden is – ja, ik hou van understatements- wordt er ook vaak geschreven over zelfcensuur aan universiteiten. Daarbij gaat de aandacht vaak vooral naar conservatieve stemmen die hun mening niet zouden durven uiten op een overwegend progressieve campus. Maar wie zwijgt er nu werkelijk het vaakst? Een nieuw onderzoek van Peter Arcidiacono, Cory Dowd en Matthew Lilley komt met een opvallend antwoord. Het blijken net vooral de studenten met meer gematigde opvattingen die zichzelf censureren.

In hun studie bevroegen de auteurs 498 bachelorstudenten van Duke University over acht politiek en maatschappelijk gevoelige onderwerpen. Denk aan abortus, Black Lives Matter, wapenwetgeving, transgenderzorg, vrije meningsuiting en gelijkheid versus equity. Je merkt hier al een pak van de beperkingen. Het zijn enkel studenten. Het is slechts één universiteit. En Duke is zeker geen politiek neutrale omgeving. Ongeveer 70 procent van de bevraagde studenten omschreef zichzelf als far left, left of lean left. Ongeveer 20 procent situeerde zichzelf rechts van het centrum. Nog een beperking is de vrijwillige deelname aan het onderzoek, wat ook voor een bias kan zorgen.

De onderzoekers vroegen niet alleen wat studenten zelf dachten over de thema’s. Ze wilden ook weten wat studenten dachten dat de gemiddelde Duke-student vond. Welke opvattingen ze nog aanvaardbaar zouden vinden op hun ideale campus. Hoe vaak ze hun eigen mening deelden en waarom ze soms besloten dat niet te doen.

En wat blijkt? Het zijn niet simpelweg de meest conservatieve studenten die het minst spreken. Studenten met meer gematigde opvattingen blijken hun mening het vaakst voor zichzelf te houden. Studenten met uitgesproken standpunten, zowel aan de ene als aan de andere kant, spreken zich opvallend vaker uit.

De onderzoekers verklaren dit deels door hoe belangrijk studenten een onderwerp vinden en hoe zeker ze zijn van hun eigen mening. Studenten met extremere opvattingen vinden de onderwerpen gemiddeld belangrijker en zijn zekerder van hun standpunt. Wie een meer gematigd standpunt heeft, vindt het onderwerp vaker minder belangrijk of is minder zeker van zijn eigen oordeel. Het is dan niet onlogisch dat deze groep vervolgens ‘laat maar’ denkt.

Wie dus afgaat op de stemmen die hij of zij op een campus hoort, krijgt mogelijk een vertekend beeld van wat studenten werkelijk denkt omdat gematigde opvattingen minder hoorbaar worden. De auteurs spreken in hun conclusie zelfs van gematigde opvattingen die in het debat bijzonder sterk worden onderdrukt.

Dat alles kan zichzelf ook nog versterken. Als vooral mensen met uitgesproken overtuigingen spreken, kan het lijken alsof de rest van de groep eveneens zulke uitgesproken overtuigingen heeft. Mensen die daar niet helemaal in meegaan, kunnen vervolgens nog minder geneigd zijn iets te zeggen. Het doet denken aan de bekende spiral of silence: wie denkt tot een minderheid te behoren, zwijgt makkelijker, waardoor die minderheidspositie groter lijkt dan ze werkelijk is.

Maar klopt het dan helemaal niet dat conservatieve stemmen minder aan bod komen? Nee, ook wanneer de onderzoekers rekening houden met het bijzondere patroon bij de gematigden, vinden ze dat conservatievere standpunten op Duke minder vaak worden uitgesproken dan meer progressieve standpunten. En dan komt voor mij het meest belangrijke inzicht. Ze konden dit namelijk ook binnen dezelfde studenten bekijken. Een student blijkt minder geneigd een mening te delen over een onderwerp naarmate zijn of haar standpunt over dat specifieke onderwerp relatief conservatiever is! Een mens is nu vaak eenmaal meer dan simpelweg links of rechts.

Er zijn ook aanwijzingen dat dit specifiek met de universitaire omgeving te maken heeft. Studenten die rechts van het centrum leunen, zijn volgens de onderzoekers ongeveer vier keer zo geneigd hun politieke en sociale opvattingen te delen buiten de universiteit met mensen die niet aan Duke studeren dan in het klaslokaal. Bij linkse studenten zien de onderzoekers eerder het omgekeerde patroon.

De onderzoekers vroegen studenten ook welke opvattingen ze nog aanvaardbaar zouden vinden op hun ideale campus. Ze noemen dat hun persoonlijke Overton window. Ook daar vinden ze een asymmetrie. Meer progressieve studenten blijken gemiddeld een kleinere bandbreedte aan afwijkende opvattingen te accepteren. Conservatievere studenten rapporteren gemiddeld bredere Overton windows. Ik vermoed dat sommige conservatieve denkers nu ‘zie je wel’ zullen zeggen.

Maar dit inzicht brengt ons nog verder, want zelfcensuur blijkt samen te hangen met de mate waarin iemands opvatting buiten de Overton windows valt van studenten die links van hem of haar staan. Diezelfde relatie vinden de onderzoekers niet voor de Overton windows van studenten die rechts van iemand staan.

Dat zie je ook terug wanneer studenten zelf uitleggen waarom ze soms zwijgen. Studenten aan de linkerzijde noemen relatief vaker redenen zoals onzekerheid en zenuwachtigheid. Studenten aan de rechterzijde rond bepaalde thema’s noemen vaker angst om sociaal uitgesloten te worden.

Nog een opvallend resultaat: groepen die doorgaans als gemarginaliseerd worden beschouwd, blijken in deze studie niet méér te zwijgen. Vrouwen, zwarte studenten en niet-heteroseksuele studenten rapporteren juist minder zelfcensuur uit angst voor sociale uitsluiting. Dat is vooral zichtbaar bij onderwerpen die voor de betreffende groep belangrijk kunnen zijn. Zo spreken zwarte studenten zich relatief vaker uit over Black Lives Matter.

Misschien een mooi onderzoek om in Vlaanderen en/of Nederland te repliceren?

Geef een reactie