We leven in een geglobaliseerde wereld, qua open deur kan dit tellen. De winkels in onze winkelstraten lijken op elkaar over de hele wereld met de zelfde H&M’s en andere C&A’s. Tegelijk hebben we het steeds vaker over glokaler, omdat die globale trends dan toch weer lokaal vertaald moeten worden om succesvol te zijn. McDonalds past zijn menu in elk land aan de plaatselijke smaak aan. Idem met Fanta.
Sommige spreken zelfs over post-globalisme nu we wereldwijd echte en virtuele grenzen zien opduiken. Muren worden opgetrokken tussen de Mexicaanse en Amerikaanse grens, in Israël,… Terwijl je surft bots je ook op grenzen. Je kan niet (of met de nodige moeite) naar elk BBC-programma op iPlayer kijken. Tegelijk gebruiken we in ons mediagedrag wel de internationale spelers (Facebook en co) maar blijven we vaak vooral in onze eigen kringen communiceren. Grote mondiale artiesten bestaan zeer zeker, maar tegelijkertijd blijken lokale producties (zowel op tv als muziek) nog steeds aan belang te winnen. Sommigen spreken zelfs over het belang van hyperlokaal.
Postglobalisme betekent dan niet noodzakelijk dat het globalisme voorbij is, maar wel aan kracht lijkt te verliezen.
Het lokale heeft wel enkele aparte bondgenoten, namelijk stijgende vervoerskosten, stijgende loonkosten in lageloonlanden én meer generieke machines en robots die lokaal produceren weer aantrekkelijker maken.
“Reshoring” hoor je steeds vaker opduiken. Dit is het terugbrengen van productie naar het eigen land in plaats van producten ver weg te laten maken. Apple maakt zo ondertussen reclame met ‘produced in America’, niet onbelangrijk voor een lokale markt die uit een crisis aan het kruipen is. Tegelijk verschilt de prijs voor het vervaardigen van kleren in Portugal steeds minder met de prijs die je in China betaalt plus de transportkosten.
Verder kan door generieke toestellen zeer makkelijk de productie gepersonaliseerd worden. De lopende band van Volvo is dan niet meer per se afgestemd op 1 type wagen, maar kan verschillende auto’s afleveren. Het summum zijn de 3D-printers waarbij elk product dat geprint wordt anders kan zijn dan het vorige.
De grootste uitdaging is dat reshoring niet noodzakelijk (veel) meer jobs oplevert, omdat net veel van die productie geautomatiseerd kan worden en dat de jobs die het oplevert zich aan de twee uiteinden van het kunnen zich bevinden. Net als in onze hele samenleving gaat het dan over zeer eenvoudige jobs (kuisploeg, onderhoud) of zeer hoogopgeleide taken. Een van de conclusies die je kan trekken uit het recente Oxford-onderzoek is dat die nieuwe automatisering vooral de middenklasse-jobs bedreigt.
En wat betekent dit allemaal voor onderwijs? We horen vaak dat onderwijs opleidt voor jobs die nog niet bestaan. Maar misschien is het erger dat we opleiden voor jobs die niet meer zullen bestaan? Tegelijk is het ook interessant om na te denken hoe kleiner en lokaler ook in onderwijs een toekomst kan zijn. Waar we nu steeds lijken te denken dat organisaties en scholen groter moeten worden, merk ik ook dat projecten die inzetten op kleiner succesvol kunnen zijn.
Om moeilijk te bereiken te jongeren toch te motiveren en bij school te betrekken, lijkt een kleinere school slagvaardiger te zijn. Dit blijkt onder andere uit een recent onderzoek in New York waarbij leerlingen via loting aan scholen werden toegewezen. Deze scholen, eerder schooltjes, bleken kleiner te zijn dan volgens onderzoek optimaal is. Volgens o.a. Hattie moeten scholen een zekere grootte hebben om professionalisering mogelijk te maken.
Het punt is nu dat deze scholen kleiner kunnen zijn, omdat technologie de professionalisering van het korps ondersteunt. Het gaat dan niet zozeer over afstandsleren voor de leerlingen, maar e-learning voor de docenten. Je zou kunnen denken dat leerkrachten dan ook generieker zullen moeten zijn, maar dankzij technologie, maar vooral dankzij kleinere scholen kan misschien net meer ingezet worden op differentiatie.
Mooie post. Ik heb sterk het gevoel dat (hyper)lokaal en globaal evenwaardig naast mekaar bestaan. Bananen uit Costa Rica halen en daarnaast verloren groente bij de lokale boer. Voor je werk naar de VS moeten reizen maar daarnaast wel sterk actief zijn in je eigen (wijk)gemeenschap. Of met die 3D-printer: online een ontwerp bestellen van iemand aan de andere kant van de wereld, maar dan wel in de eigen printshop (of thuis?) laten printen. Beiden kunnen mekaar mooi aanvullen…
Pingback: Waarom ik nu al respect heb voor iemand die minister van onderwijs wil worden (commentaar) | X, Y of Einstein?
Pingback: OESO publiceert literatuurstudie rond schoolgrootte | X, Y of Einstein?