Vergelijkend onderzoek naar hoe kinderen samenwerken (Zweden versus Colombia)

Hoe werken kinderen samen? Is er verschil tussen kinderen en Zweden en Colombia? Dit werd besproken in een a working paper van de hand van  Juan-Camilo CardenasAnna DreberEmma von Essen en Eva Ranehill,  onderzoekers aan de Stockholm School of Economics  aan de hand van het ‘prisoners dilemma’. Wat was dat ook al weer? Wikipedia vat samen:

Er is een ernstig misdrijf gepleegd. Twee gewapende mannen worden gepakt en het staat wel vast dat het de daders zijn, maar het bewijs ontbreekt. Ze worden apart in de cel gezet en kunnen niet met elkaar communiceren. De openbaar aanklager doet elke verdachte het volgende voorstel:

  1. Als jullie allebei blijven zwijgen, kan ik jullie niet veel maken. Je krijgt dan alleen een lichte straf wegens wapenbezit zonder vergunning.
  2. Als er een bekent, is de zaak rond. Degene die bekende zal ik vrijspreken omdat hij zo goed heeft meegewerkt. Degene die niet bekende kan minstens tien jaar verwachten.
  3. Als jullie allebei bekennen, krijgen jullie allebei vijf jaar.

De vraag is: wat kan een gevangene het beste doen?

De essentie van het dilemma is dat het voor beide verdachten samen beter is te zwijgen, maar elke verdachte denkt alleen aan zijn eigen voordeel. Ongeacht wat de ander doet, het is voor elke verdachte beter te bekennen. Immers, als de ander zou zwijgen heeft bekennen het grootste voordeel, en als de ander bekent, heeft wederom bekennen het grootste voordeel.

Dit is het abstract:

We compare how children aged 9-12 in Colombia and Sweden cooperate in a Prisoner’s Dilemma. We introduce a new measurement device for cooperation that can be easily understood by children. There is some evidence of more cooperation in Sweden than in Colombia. Girls in Colombia are less cooperative than boys, whereas our results indicate the opposite in Sweden. Girls are in general more cooperative with boys than with girls. Relating cooperation to competitiveness, this appears to be task and country dependent.

De auteurs nakijken hoe de voorkeuren ivm samenwerken worden gevormd, dit omwille van de belangrijke rol van samenwerken in de latere samenleving. Ze onderzochten hiervoor ook cultuur en geslacht en hoe deze op elklaar inwerken. In de paper komen ze tot de volgende conclusie:

We find evidence of children in Colombia being less cooperative than children in Sweden. This is mainly due to a significant difference in cooperation between girls from the two countries. Girls in Colombia are less cooperative than boys, whereas our results suggest the opposite in Sweden. We find some impact of the gender of the opponent, with girls being more cooperative with boys than with girls. Correlating behavior in the cooperative task and the competitive tasks, we find different results comparing girls from the two countries, but these correlations are not present in all tasks. There is no evidence of a correlation among boys.

Geef een reactie